H BES-fonds
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het BES-fonds voor het jaar 2012 te wijzigen.
Het in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel wordt in onderdeel B van deze memorie toegelicht.
Wetsartikel 3 (verplichtingenbedrag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Fvw)
Ingevolge artikel 88 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire Sint Eustatius en Saba wordt in dit wetsartikel het bedrag vermeld dat als verplichting geldt voor het totaal van de vrije uitkeringen.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het BES-fonds voor het jaar 2012 vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten samen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2012. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2012.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2012 vastgesteld. Het begrotingsartikel dat in de begroting van het BES-fonds is opgenomen wordt in onderdeel B. van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Bij het samenstellen van het eerste overzicht bijzondere uitkeringen op 19 mei 2011 is gebleken dat de maand mei te vroeg in het jaar is om de Tweede Kamer te informeren over de bijzondere uitkeringen over het lopende jaar. Het kabinet bereidt daarom een wetswijziging voor die beoogt het overzicht bijzondere uitkeringen jaarlijks te publiceren als bijlage bij de memorie van toelichting bij het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het BES-fonds. Bijkomend voordeel van die wetswijziging is, dat bij de indiening van de begroting meer actuele informatie beschikbaar is over de verstrekte bijzondere uitkeringen. Het overzicht bijzondere uitkeringen kan hierdoor ook beter worden betrokken bij de andere inkomsten van de openbare lichamen, te weten de vrije uitkeringen van het BES-fonds (deze begroting) en de eilandelijke inkomsten (zie hierna onder 3.3.1).
Tevens zal in die wetswijziging worden voorgesteld, dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als enige fondsbeheerder voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (artikel 88, tiende lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba) het overzicht bijzondere uitkeringen zal publiceren. Het is niet nodig om ten aanzien van het publiceren van het overzicht bijzondere uitkeringen formeel de betrokkenheid van de Minister van Financiën te continueren. De betrokkenheid van de Minister van Financiën zal in bilateraal contact met de Minister van Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voldoende gewaarborgd zijn.
Totdat de genoemde wetswijziging in werking zal zijn getreden, zal jaarlijks bij de wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het BES-fonds bepaald worden, dat op de genoemde punten voor het betrokken jaar wordt afgeweken van artikel 94, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. P. H. Donner
A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2012 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het BES-fonds;
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2012 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van het BES-fonds.
Het in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikel worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. Begrotingstoelichting
B. BEGROTINGSTOELICHTING
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1. LEESWIJZER
De begroting van het BES-fonds maakt onderdeel uit van de Rijksbegroting maar heeft daarbinnen, evenals de gemeentefonds- en de provinciefondsbegroting, een eigen karakter. Zo kent de BES-fondsbegroting in tegenstelling tot een departementale begroting slechts één beleidsartikel: het BES-fonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. Voorts is de fondsbeheerder systeemverantwoordelijk voor het BES-fonds en niet voor de resultaten die de openbare lichamen met hun budget uit dit fonds realiseren. De openbare lichamen zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het BES-fonds. Om die reden bevat de BES-fondsbegroting geen output- en/of outcomegegevens.
De voorliggende toelichting bij de begroting 2012 van het BES-fonds kent de volgende indeling.
Na de leeswijzer start hoofdstuk 2 met de beleidsagenda van het BES-fonds, waarin onder meer de achtergrond van de instelling van dit fonds wordt beschreven. Vervolgens wordt ingezoomd op het beleidsartikel: het BES-fonds. Hierin komen de met het beleid samenhangende algemene beleidsdoelstelling en nader geoperationaliseerde doelstellingen aan bod. De tabel Budgettaire gevolgen van beleid geeft inzicht in de integrale uitgaven die samenhangen met de algemene beleidsdoelstelling.
In het verdiepingshoofdstuk wordt het BES-fonds in een breder kader geplaatst, waarbij nader wordt ingegaan op de bijzondere uitkeringen, eilandelijke inkomsten en het financiële overzicht van Caribisch Nederland in algemene zin. Het verdiepingshoofdstuk is een internetbijlage.
1. Leeswijzer
Deze 2e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2012. De suppletoire begroting 2012 hangt samen met de Najaarsnota 2012.
De stand van de 2e suppletoire begroting (Najaarsnota stand) wordt opgebouwd door de stand ontwerpbegroting 2012 inclusief de mutaties van de 1e suppletoire begroting.
1. BELEIDSARTIKELEN
Hieronder worden per beleidsartikel de belangrijkste mutaties afgerond op € 1,0 miljoen of hoger, tussen de realisatie 2012 en de standen van de tweede suppletoire begroting 2012 toegelicht.
Beleidsartikel 1.
Toelichting
Uitgaven/verplichtingen
De wisselkoers tussen euro en dollar viel in 2012 negatief uit voor het Rijk. De kosten bleken hierdoor hoger dan begroot. Het tekort wordt gedekt uit de begroting van Koninkrijksrelaties (IV).
Ontvangsten
Conform de systematiek van de Financiële- verhoudingswet zijn de uitgaven en de inkomsten op grond van artikel 4 voor een fonds ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk.
1. Leeswijzer
Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de uitvoering van de begroting 2012. In de begrotingstoelichting worden de majeure beleidsmatig relevante mutaties in de overzichtstabel gepresenteerd en toegelicht. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid worden alle mutaties opgenomen, zowel beleidsmatige als technische.
De stand van de 1e suppletoire begroting (Voorjaarsnotastand) wordt opgebouwd door middel van de mutaties vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2012. De meerjarige doorwerking van de mutaties in de Voorjaarsnota worden opgenomen in de ontwerpbegroting 2012.
2. HET BELEID
2. Het beleid
2. Het beleidsartikel
2.1. De beleidsagenda
Sinds 10 oktober 2010 zijn de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) onderdeel van het Nederlandse staatsbestel, waarbinnen zij de positie van openbaar lichaam innemen. De verdeling van taken en bevoegdheden tussen de eilandelijke overheden en de Rijksoverheid is vastgelegd en beschreven in de verschillende wetten en regelingen, die op Caribisch Nederland van toepassing zijn.
De Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2010, 31 958, hierna: FinBES) bevat de belangrijkste regelgeving op het gebied van de financiën van de drie openbare lichamen. Artikel 88 van de FinBES vestigt het principe dat de openbare lichamen recht hebben op een vrije uitkering. Deze uitkeringen worden sinds 2011 vanuit deze begroting van het BES-fonds verstrekt. Met de vrije uitkering uit het BES-fonds, de eilandelijke inkomsten en bijzondere uitkeringen is Caribisch Nederland in staat de taken waarvoor zij verantwoordelijk zijn naar behoren uit te voeren. De bijzondere uitkeringen en de eilandelijke inkomsten worden nader toegelicht in het verdiepingshoofdstuk (zie 3.1 en 3.2).
In het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 31 maart 2011 is met de openbare lichamen gesproken over de hoogte van de vrije uitkering. Met Caribisch Nederland is afgesproken dat zo snel mogelijk een referentiekader wordt opgesteld dat een beter inzicht moet geven in de eilandelijke taken in relatie tot de vrije uitkering, de eigen eilandelijke inkomsten en bijzondere uitkeringen. Bij het opstellen van dit kader zullen de eilanden en de departementen worden betrokken. De resultaten zullen in het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen aan de orde gesteld worden.
2.1 Het beleidsartikel
Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1 000)
| Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2012 | Stand 1e suppletoire begroting | Mutaties 2e suppletoire begroting | Stand 2e suppletoire begroting | ||
|---|---|---|---|---|---|
| (1) | (2) | (3) | (4)=(2+3) | ||
| Verplichtingen | 24 903 | 30 423 | 2 170 | 32 593 | |
| Uitgaven | 24 903 | 33 423 | 2 170 | 35 593 | |
| 1.1 | BES-fonds | 24 903 | 33 423 | 2 170 | 35 593 |
| Waarvan verwerkt bij OW2013 | 2 170 | ||||
2.1 De beleidsartikelen
Beleidsartikel 1. BES-fonds
| Stand ontwerp begroting 2012 | Mutaties suppletoire begroting VJN 2012 | Stand suppletoire begroting VJN 2012 | Mutaties 2013 | Mutaties 2014 | Mutaties 2015 | Mutaties 2016 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 2 | (3)=(1+2) | ||||||
| Verplichtingen | 24 903 | 5 520 | 30 423 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | |
| Uitgaven: | 24 903 | 8 520 | 33 423 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | |
| 1.1 | BES-fonds | 24 903 | 8 520 | 33 423 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | 5 520 |
| waarvan: | ||||||||
| a. onderhoud en implementatie bestuursstructuur | 3 000 | |||||||
| b. Referentiekader onderzoek Caribisch Nederland | 5 520 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | 5 520 | |||
| Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Toelichting:
a. Onderhoud en implementatie bestuursstructuur
De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ontvangen incidenteel een aanvullende tegemoetkoming voor (achterstallig) onderhoud en de implementatie van de nieuwe bestuursstructuur. Hiervoor wordt 3 miljoen overgeheveld van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de begroting van het BES-fonds. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011/2012, 33 000 IV, nrs. 37 en 43).
b. Referentiekader onderzoek Caribisch Nederland
Sinds 10-10-10 hebben de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) de positie van openbare lichaam binnen het Nederlandse staatsbestel.
Voor de uitvoering van de eilandelijke taken ontvangen zij onder andere een vrije uitkering. Deze uitkering wordt uitgekeerd via het BES-fonds.
In het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen van 31 maart 2011 is met de openbare lichamen gesproken over de hoogte van de vrije uitkering. In dit overleg is besloten dat een herzien referentiekader beter inzicht moet geven in de eilandelijke taken in relatie tot de vrije uitkering. Dit onderzoek is op 23 februari 2012 opgeleverd. Uit dit onderzoek is gebleken dat structureel 6,1 mln. aan de vrije uitkering toegevoegd dient te worden om de eilandelijke taken adequaat uit te kunnen voeren, conform het huidige wettelijke kader.
De verdeling van de bijdragen van de departementen is conform de verdeelsleutel opgebouwd. Het ministerie van BZK draagt bij € 1,59 mln., het ministerie van I&M € 2,16 mln, het ministerie van OCW € 1,16 mln. en het aandeel van het ministerie van EL&I is € 0,61 mln. De bijdrage van het ministerie van VWS (€ 0,32 mln.) en SZW (€ 0,26 mln.) loopt niet via de vrije uitkering, maar via een specifieke bijdrage ten behoeve van de integrale aanpak van de sociaaleconomische problematiek op de eilanden op begrotingshoofdstuk BZK.
2.2. Het beleidsartikel
2.2.1. Algemene beleidsdoelstelling
Via het BES-fonds wordt bewerkstelligd dat de openbare lichamen middelen krijgen toebedeeld om hun taken naar behoren uit te voeren.
Met Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de taakverdeling tussen de eilandelijke overheid en de Rijksoverheid. Op basis van het vastgestelde eilandelijke takenpakket is een bedrag aan vrije uitkering overeengekomen dat de eilanden jaarlijks ontvangen. In het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen BES vindt besluitvorming plaats over de hoogte van de vrije uitkering voor het jaar daaropvolgend.
2.2.2 Verantwoordelijkheid minister
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het BES-fonds. Als fondsbeheerder draagt hij zorg voor een adequate omvang van het fonds in relatie tot de overeengekomen taakverdeling tussen Nederland en de openbare lichamen. De fondsbeheerder is echter niet verantwoordelijk voor de resultaten die openbare lichamen met hun bijdrage uit dit fonds realiseren: openbare lichamen zijn, met inachtneming van de wet- en regelgeving, autonoom in het voeren van hun beleid bekostigd uit het BES-fonds. Niet alleen de bestedingsrichting, ook de effectiviteit van de inzet van de middelen is primair een eilandelijke verantwoordelijkheid, waarin het bestuurscollege wordt gecontroleerd door de eilandsraad.
2.2.3 Succesfactoren van beleid
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is systeemverantwoordelijk voor de eilanden. De openbare lichamen mogen zelf bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering. Dit uitgangspunt laat onverlet dat de openbare lichamen bepaalde wettelijke taken en activiteiten dienen uit te voeren voor de bekostiging waarvan zij op de algemene middelen zijn aangewezen.
De FinBES biedt – indien nodig – instrumenten voor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Cft-BES om in te grijpen. Het openbare lichaam kan in principe alleen uitgaven doen die zijn opgenomen in een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde begroting.
2.2.4 Budgettaire gevolgen van beleid
| (in € 1 000) | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 |
| Uitgaven | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 |
| 1: BES-fonds | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 |
| Ontvangsten | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 | 24 903 |
Toelichting
De vrije uitkeringen voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden verdeeld over de eilanden conform een eigen systematiek. Deze wijkt af van de situatie bij Nederlandse gemeenten. Op grond van de FINBES zijn er individuele geldstromen voor de drie eilanden. Hierbij is geen sprake van verdeelmaatstaven en een solidariteitsgedachte, zoals we deze kennen bij gemeenten. Een verlaging van de vrije uitkering bij de één betekent niet automatisch een verhoging van de vrije uitkering bij de ander. Met deze vrije uitkering en de eigen eilandelijke inkomsten is Caribisch Nederland in staat de taken waarvoor zij verantwoordelijk zijn naar behoren uit te voeren.
In bovenstaande tabel worden voor zowel de verplichtingen, de uitgaven als de ontvangsten de budgettaire gevolgen van beleid van het BES-fonds weergegeven.
In tegenstelling tot een departementale begroting zijn bij een fonds als het BES-fonds de verplichtingen leidend. Dit houdt in dat zij, eenmaal geaccordeerd, altijd geheel tot uitbetaling komen. Zo bezien kunnen de uitgaven niet worden beïnvloed.
Ontvangsten
Artikel 88, derde lid van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen van het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post Ontvangsten geraamd.
2.2.5 Operationele doelstelling
De openbare lichamen via het BES-fonds voorzien van middelen voor het naar behoren uitvoeren van hun taken.
Bij de berekening van de eerste vrije uitkering over het jaar 2011 is het eilandelijke financieel kader verminderd met de eigen inkomsten van het eiland en de bedragen die aan de begrotingen van de departementen zijn toegevoegd voor de uitvoering van Rijkstaken.
Het bedrag aan vrije uitkering dat Caribisch Nederland ontvangt luidt in dollars. Overeengekomen is dat het valutarisico samenhangend met schommelingen in de koers van de dollar ten opzichte van de euro bij het Rijk berust. Gezien het technische karakter en de beperkte omvang van het BES-fonds is ervoor gekozen dit risico op te vangen binnen begrotingshoofdstuk IV, Koninkrijksrelaties, waar zich een omgekeerd valutarisico voordoet hetgeen het grotendeels tegen elkaar wegstrepen van deze tegengestelde fluctuaties mogelijk maakt.
Om te borgen dat de vrije uitkering meegroeit met het stijgende prijspeil van Caribisch Nederland zijn aanvullende afspraken gemaakt over de indexering van het BES-fonds. Deze afspraken hebben geleid tot een verhoging van de vrije uitkering in 2011 met € 0,7 mln. ten opzichte van 2010 en zullen ook in 2012 weer tot aanpassing van het bedrag van de vrije uitkering kunnen leiden.
Op grond van artikel 87 FinBES dient het Rijk bij beleidsvoornemens welke leiden tot een wijziging van taken voor de openbare lichamen aan te geven welke financiële gevolgen hier aan zijn verbonden voor de openbare lichamen. Ook dient in de toelichting te worden aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen kunnen worden opgevangen. Het kabinet zal artikel 87 van de FinBES onverkort toepassen en naleven. De vakministers zijn primair verantwoordelijk voor het aangeven van de kosten en bekostigingswijze van taakwijzigingen van openbare lichamen. Daartoe treden zij tijdig in overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.