Base description which applies to whole site

2.2 De beleidsartikelen

2.2.1 Inzet – beleidsartikel 20

Algemene doelstelling

Het ministerie van Defensie draagt in belangrijke mate bij aan een duurzame internationale rechtsorde en stabiliteit en ondersteunt de nationale autoriteiten.

Omschrijving van de samenhang in beleid

Het Koninkrijk der Nederlanden draagt onverminderd bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Het Koninkrijk voert daartoe een actief veiligheidsbeleid, dat niet alleen de zorg voor de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van de bondgenoten behelst, maar zich uitstrekt tot breed opgezette conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. De deelneming aan crisisbeheersingsoperaties, het verlenen van noodhulp en de nationale inzet van de krijgsmacht maken deel van uit van het beleidsartikel inzet.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van het besluit tot inzet van militaire capaciteiten.

Budgettaire gevolgen van het beleid

Ten laste van beleidsartikel 20 inzet worden de additionele uitgaven voor inzet, zowel nationaal als internationaal, geraamd en verantwoord. Voor de genoemde operaties betreft dit de direct met de operaties verband houdende uitgaven die niet zouden worden gemaakt bij reguliere bedrijfsvoering. In de begroting 2013 zal een splitsing van programma- en apparaatsuitgaven in artikel 20 Inzet worden gemaakt.

De begrotingssystematiek schrijft voor dat ramingen voor missies alleen betrekking hebben op de periode waarvoor een politiek mandaat bestaat. Voor missies waarvoor in 2012 nog uitgaven begroot zijn, geldt ofwel dat deze in 2011 worden beëindigd ofwel dat een regeringsbesluit over mogelijke verlenging van de bijdrage later dit jaar zal worden gegeven.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

302 029

319 464

197 750

199 250

199 250

199 250

199 250

Programma-uitgaven, waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

161 310

122 475

108 650

49 100

16 600

Uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

             

Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan,

8 515

8 500

400

       

waarvan

             

EUFOR Althea

7 281

6 900

         

EULEX

588

800

400

       

KFOR

538

600

         

EUPM

104

200

         

Operatie Active Endeavour

4

           
               

Vrede en stabiliteit in Afghanistan,

272 717

238 210

124 710

104 600

92 000

32 500

 

waarvan

             

ISAF

203 698

13 000

         

Nationale bijdrage aan ISAF-staven

4 754

13 000

7 500

7 500

7 500

7 500

 

ISAF redeployment

64 146

100 000

20 000

       

Geïntegreerde Politiemissie (GPM Kunduz)

 

112 000

97 000

97 000

84 500

25 000

 

EUPOL

119

210

210

100

     
               

Vrede en stabiliteit in Midden-Oosten,

1 211

1 640

600

600

600

600

600

waarvan

             

UNTSO

587

600

600

600

600

600

600

NTM-I

428

800

         

CMF (voorheen CFMCC)

196

200

         

EUBAM

0

40

         
               

Vrede en stabiliteit in Afrika, waarvan

18 343

38 420

13 925

1 100

     

EU NAVFOR Atlanta

11 049

400

1 000

       

Ocean Shield

4 386

9 800

12 900

1 100

     

Libië (Unified Protector)

 

26 600

         

EUFOR Tchad/RCA

1 385

20

         

UNMIS

1 259

1 400

         

EUSEC (FIN)

205

100

         

UNAMID

51

100

25

       

AMIS

8

           
               

Overige missies, waarvan

2 953

6 775

5 675

175

50

   

Missies Algemeen

1 398

6 600

5 500

       

NLTC

29

175

175

175

50

   

Bijdrage aan politiemissies

1 526

           

Totale uitgaven crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

303 739

293 545

145 310

106 475

92 650

33 100

600

Uitgaven contributies (HGIS), waarvan

             

EU contributies (Athena)

995

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

NAVO contributies (AOM)

13 585

15 500

14 500

14 500

14 500

14 500

14 500

Totale uitgaven contributies (HGIS)

14 580

17 000

16 000

16 000

16 000

16 000

16 000

Voorziening crisisbeheersingsoperaties

 

8 919

29 690

70 025

83 850

143 400

175 900

Totale uitgaven HGIS

318 319

319 464

191 000

192 500

192 500

192 500

192 500

Uitgaven Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)

         

Nationale inzet

   

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

Totale uitgaven FNIK

   

2 250

2 250

2 250

2 250

2 250

Uitgaven overige inzet

             

Voorziening Vessel Protection Detachments (VPD's)

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totale uitgaven overige inzet

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totale uitgaven artikel 20

318 319

319 464

197 750

199 250

199 250

199 250

199 250

Ontvangsten

             

Ontvangsten HGIS

9 347

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

1 407

Overige ontvangsten

   

4 500

4 500

4 500

4 500

4 500

Totaal ontvangsten

9 347

1 407

5 907

5 907

5 907

5 907

5 907

Budgetflexibiliteit

In artikel 20 Inzet is 82 procent van de voorziening toegewezen aan een specifieke missie.

2.2.1.1 Crisisbeheersingsoperaties

Operationele doelstelling

Vrede en stabiliteit in Europa/Balkan, Afghanistan, het Midden Oosten en Afrika.

Motivering

Veiligheid en stabiliteit in de bovenstaande gebieden is in het belang van de internationale gemeenschap en daarmee van Nederland. De Balkan, Afghanistan, het Midden-Oosten en Afrika zijn prioriteitsgebieden in het Nederlandse veiligheidsbeleid. Defensie steunt dit beleid door een bijdrage te leveren aan missies in deze regio’s.

European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo)

Instrumenten

Referte 1: Kamerbrief 21 501-02, nr. 970 van 7 juni 2010 (verlenging Nederlandse deelneming tot 14 juni 2012).

EULEX Kosovo heeft tot doel het bestuur, politie, justitie en de douane van Kosovo te ondersteunen om zo een bijdrage te leveren aan de bestendiging van de regionale vrede, veiligheid en stabiliteit en aan de ontwikkeling van duurzame en democratische lokale instellingen.

De Nederlandse bijdrage aan EULEX Kosovo betreft personeel van het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar), de politie, justitie, douane en enkele civiele experts. Functionarissen van het CKmar zijn in Kosovo op uiteenlopende politieterreinen actief. Gemiddeld zullen er in 2012 achttien functionarissen van het CKmar voor de missie worden ingezet en 22 functionarissen van buiten Defensie. De defensiebijdrage in deze vorm en omvang wordt in ieder geval tot midden 2012 voortgezet.

Geïntegreerde Politietrainingsmissie

Referte: Kamerbrief geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan, 27 925, nr. 415 van 7 januari 2011.

Het doel van de Geïntegreerde Politietrainingsmissie (GPM) is de training en mentoring van de Afghan Uniformed Police (AUP) en de verhoging van de kwaliteit van het juridische systeem. Na de deployment-fase is de missie in juni 2011 van start gegaan. De Nederlandse bijdrage aan het trainingsprogramma in Afghanistan bestaat uit een Police Training Group (PTG) die op 1 januari 2012 operationeel wordt.

De Air Task Force met F16’s wordt in 2012 ingezet voor de GPMen secundair voor de bescherming van ISAF-eenheden die direct worden bedreigd. De nationale bijdrage aan ISAF-staven (NBI) bestaat uit individueel uitgezonden militairen met wie Nederland – gezien de omvang van de Nederlandse aanwezigheid de komende periode – blijft deelnemen aan de hoofdkwartieren van ISAF, ISAF Joint Command (IJC), RC-North en de NATO Training Mission Afghanistan (NTM-A). Ook het National Support Element maakt deel uit van de nationale bijdrage aan ISAF-staven. De totale bijdrage aan deze missie in Afghanistan bedraagt vijfhonderd militairen. Deze bijdrage zal vooralsnog tot midden 2014 voortduren.

ISAF

Met de reparatie en het onderhoud van het materieel dat na inzet uit Afghanistan is teruggekeerd, wordt in 2012 de redeployment voltooid.

EU Police Mission (EUPOL) Afghanistan

Referte: Kamerbrief 27 925, nr. 398 van 24 juni 2010.

De Nederlandse deelneming aan EUPOL in Afghanistan betrof midden 2011 ongeveer 24 functies. In 2012 zal dit aantal toenemen als gevolg van de GPM. Het definitieve aantal zal mede afhankelijk zijn van verzoeken van de EU en gebaseerd zijn op de operationele behoefte. De maximale Nederlandse bijdrage betreft veertig civiele politiefunctionarissen. De focus van de Nederlandse inzet is gericht op de provincie Kunduz. Daarnaast zijn civiele politiefunctionarissen en civiele medewerkers werkzaam in Kabul. In de raming is rekening gehouden met een deelneming van tien marechaussees aan EUPOL ten laste van beleidsartikel 20. De EUPOL-missie kende aanvankelijk een duur van drie jaar tot juni 2010, maar is inmiddels verlengd tot 31 mei 2013. De Nederlandse bijdrage loopt vooralsnog ook tot deze datum.

United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO)

Referte: VNVR Resolutie 50 van 29 mei 1948.

UNTSO heeft tot taak toe te zien op de naleving van de bestaande bestandsafspraken tussen de landen in de regio. Nederland neemt al sinds 1956 deel aan deze missie van de Verenigde Naties (VN). De Nederlandse deelneming aan deze missie is van onbeperkte duur. Nederland levert in 2012 twaalf officieren voor verschillende waarnemersgroepen in Syrië, Israël, en Libanon en het hoofdkwartier van UNTSO te Jeruzalem.

Combined Maritime Forces (CMF)

De CMF richten zich naast de strijd tegen het internationaal terrorisme ook op piraterijbestrijding en hebben hiervoor een afzonderlijke taakgroep (CTF-151) ingesteld. Nederland draagt in 2012 met twee militairen bij aan de staf van het hoofdkwartier van de CMF in Bahrein.

EU NAVFOR Atalanta

Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011.

Met de start van operatie Atalanta op 8 december 2008 is de eerder door Nederland bepleite EU-bijdrage aan de beveiliging van humanitaire transporten voor de kust van Somalië een feit geworden. Het mandaat van de EU-operatie loopt in december 2012 af. De hoofdtaken van deze missie bestaan uit escortering van VN-transporten van het World Food Programme en de missie van de Afrikaanse Unie in Somalië (AMISOM), de bescherming van kwetsbare schepen, het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterij en het monitoren van de bescherming van kwetsbare schepen, van piraterij en het monitoren van vissersactiviteiten voor de kust van Somalië. In 2012 bestaat de Nederlandse bijdrage uit de inzet van het fregat Hr.Ms. Van Amstel in de eerste helft van 2012. De Nederlandse deelneming is gepland tot en met mei 2012.

Ocean Shield

Referte: Kamerbrief 29 521, nr. 168 van 1 juni 2011

Het mandaat van operatie Ocean Shield betreft de bescherming van koopvaardijschepen in de Internationally Recommended Transit Corridor (IRTC) in de Golf van Aden en de uitvoering van patrouilletaken in het Somalië Bassin. Tevens voert de operatie individuele escortes uit van VN-transporten en richt de operatie zich op het voorkomen, bestrijden en verstoren van piraterijaanvallen. Vanaf 1 januari 2012 levert Nederland voor de duur van een jaar de commandant, het stafschip en een deel van de internationale staf aan de Standing NATO Maritime Group (SNMG) 1. Dit betekent dat de stafschepen Hr.Ms. De Ruyter, Hr. Ms. Tromp en Hr. Ms. Evertsen in 2012 achtereenvolgens zullen deelnemen aan SNMG-1. Vanaf juni 2012 worden de fregatten Hr. Ms. Tromp en Hr.Ms. Evertsen in Combined Task Force (CTF) 508-verband ingezet voor Ocean Shield. Ook zal Nederland in het voorjaar van 2012 met de inzet van een onderzeeboot bijdragen aan deze operatie. De Nederlandse bijdrage aan deze missie loopt tot december 2012.

United Nations and African Union Mission in Darfur (UNAMID)

Referte: Kamerbrief verlenging Nederlandse bijdrage aan UNAMID, 29 521, nr. 162 van 4 maart 2011

Als gevolg van het conflict in de regio Darfur (West-Soedan) is sprake van een groot aantal vluchtelingen. Deze mensen verblijven in meerdere grote vluchtelingenkampen in de regio. UNAMID heeft tot taak een veilige omgeving te creëren voor hulporganisaties die humanitaire hulp verlenen aan de bevolking van de vluchtelingenkampen. De bouw van drie grote UNAMID vluchtelingenkampen in Darfur nadert voltooiing en de meeste teamsites in de Darfur regio zijn ingericht. Tot 31 maart 2012 zijn twee Nederlandse militairen geplaatst in het hoofdkwartier van UNAMID in El Fasher. Zij werken in de staf bij de planning en logistieke ondersteuning van de missie.

Netherlands Liaison Team CENTCOM (NLTC)

Het Nederlandse liaisonteam bij Central Command (CENTCOM) in Tampa, Florida, houdt zich bezig met de coördinatie en ontwikkelingen in de strijd tegen het internationale terrorisme, de ISAF-operatie en andere operaties die vallen onder CENTCOM. Het betreft hier een missiegerelateerde plaatsing van liaisoncapaciteit. Deze capaciteit wordt periodiek geëvalueerd en zal waarschijnlijk worden voorgezet tot het einde van de geïntegreerde politiemissie in Kunduz.

2.2.1.2 Contributies

Nederland draagt bij aan de gemeenschappelijke uitgaven van de Navo en de EU. Dit bedrag staat los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de Navo of de EU.

2.2.1.3 Nationale inzet

Operationele doelstelling

Handhaving van de rechtsorde en ondersteuning van civiele overheden binnen het Koninkrijk.

Structurele nationale taken

In deze paragraaf is alleen de incidentele inzet van Defensie opgenomen waarvan de additionele kosten kunnen worden verrekend met de Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK). Defensie voert daarnaast structureel een aantal taken uit voor civiele overheden. De structurele nationale taken van Defensie zijn vastgelegd in wet- of regelgeving of er zijn specifieke afspraken over gemaakt en er hoeft geen verzoek om bijstand of steunverlening te worden ingediend. Deze taken zijn in de beleidsartikelen van de desbetreffende operationele commando’s opgenomen. Enkele voorbeelden zijn kustwachttaken, explosievenopruiming en de eigen taken op grond van artikel 6 Politiewet 1993.

Militaire bijstand en militaire steunverlening

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Veiligheid en Justitie en Defensie hebben bestuursafspraken gemaakt over de gegarandeerde beschikbaarheid van militaire (specialistische) capaciteiten en de operationele aansturing daarvan onder civiel gezag (Intensivering Civiel-Militaire samenwerking, ICMS). Eind 2012 stelt Defensie de toegezegde gegarandeerde capaciteit beschikbaar in de vorm van een respons-, detectie- en ontsmettingscapaciteit voor chemische, biologische, radiologische of nucleaire besmetting (CBRN). Verder wordt incidentele inzet verwacht die niet valt onder de structurele en reguliere militaire bijstand of militaire steunverlening. Voor de uitvoering van militaire bijstand en steunverlening heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeentes in FNIK vanaf 2012 jaarlijks € 2, 25 miljoen beschikbaar gesteld.

2.2.1.4. Overige Inzet

Operationele doelstelling

De militaire ondersteuning bij de handhaving van de rechtsorde en veiligheid in gebieden buiten het Koninkrijk der Nederlanden.

Inzet Vessel Protection Detachments (VPD’s)

Het aantal verzoeken van Nederlandse reders om ondersteuning van de overheid bij beveiliging van kwetsbare schepen in risicogebieden is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het AIV-rapport «Piraterijbestrijding op zee – een herijking van publieke en private verantwoordelijkheden» beval aan in bepaalde gevallen tot deze ondersteuning over te gaan. Deze ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat in 2011 een aantal kwetsbare transporten van overheidswege door VPD’s is beschermd. Er is een beleidskader opgesteld dat operationele, juridische en financiële kaders adresseert. Voor 2012 wordt uitgegaan van de inzet van twintig VPD’s. Hiervoor zal een bedrag van € 9 miljoen begroot worden. € 4,5 miljoen van deze € 9 miljoen zijn additionele uitgaven en worden begroot op dit beleidsartikel. De overige € 4,5 miljoen bestaat uit uitgaven voor brandstof, reserverdelen, vlieguren en transport. Deze uitgaven vallen binnen de gereedstelling en instandhouding en zijn opgenomen bij de desbetreffende beleidsartikelen.

Kleine missies buiten artikel 20

Tot slot neemt Defensie deel aan verscheidene kleine missies die niet worden begroot op beleidsartikel 20. Deze missies vallen onder het oefenplafond van de operationele commando’s en worden begroot op de andere beleidsartikelen in deze begroting, dan wel betaald door het ministerie van Buitenlandse Zaken of gefinancierd door de EU. Het betreft de Security Sector Development-missie in Burundi, de inzet van vijftig Nederlandse militairen voor grensbewaking in de FRONTEX-pool, de door de Verenigde Staten geleide trainingsmissie van Palestijnse veiligheidseenheden op de Westelijke Jordaanoever, de Nederlandse deelneming aan het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) in Oost-Afrika en aan de African Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA)-programma’s in Rwanda, Burundi en Oeganda.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op de vergoedingen van EU-, Navo- en VN-partners voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Defensie ontvangt daarnaast € 4,5 miljoen van de reders als vergoeding voor de inzet van de VPD’s.

2.2.2 Commando zeestrijdkrachten – beleidsartikel 21

Algemene doelstelling

Het Commando zeestrijdkrachten (CZSK) levert (specifiek) operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de maritieme capaciteit van de krijgsmacht moet het CZSK maritieme eenheden operationeel gereed stellen en houden. Zeestrijdkrachten zijn zowel voor expeditionaire als voor nationale taken inzetbaar. Omdat zij het vereiste materieel en voorraden meevoeren, zijn zeestrijdkrachten in hoge mate logistiek onafhankelijk van het gebied waarin zij opereren en beschikken zij hierdoor over een grote strategische en tactische mobiliteit. Maritieme operaties op open zee, zoals operaties ter bescherming van de scheepvaart tegen piraterij, zijn nog steeds van belang. Daarnaast hebben de veranderingen in de internationale veiligheidssituatie geleid tot een grotere aandacht voor maritieme en amfibische operaties in kustwateren. Afhankelijk van de uit te voeren opdracht kan een maritieme expeditionaire taakgroep worden samengesteld uit vloot- en marinierseenheden, aangevuld met helikoptercapaciteit vanuit het Defensie Helikopter Commando. Ook onderzeeboten kunnen hiervan deel uitmaken. Ten slotte voert het CZSK nationale taken uit zoals kustwachttaken en maritieme explosievenopruiming.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CZSK.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt af van de beschikbaarheid van voldoende opgeleid, geoefend en gemotiveerd personeel, voldoende materieel dat voldoet aan alle operationele vereisten en de mogelijkheden hier realistisch mee op te leiden en te oefenen. De personele vulling wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren als de demografische ontwikkeling en de economische situatie. Het kunnen beschikken over het gewenste materieel wordt mede bepaald door niet-beïnvloedbare factoren, zoals mogelijke complexe materiële problemen die alleen met een meerjarig verbetertraject kunnen worden aangepakt. De geoefendheid van eenheden is afhankelijk van voldoende oefen- en trainingsmogelijkheden in binnen- en buitenland, waarbij zowel met andere operationele commando’s (joint) als met buitenlandse eenheden (combined) wordt geoefend.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CZSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

599 001

572 860

567 232

561 819

536 546

532 913

548 020

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

20 832

19 760

18 109

18 595

15 028

Commando ZSK Nederland,

521 057

491 488

41 185

42 625

39 512

40 637

40 636

waarvan Operationele eenheden

403 584

390 597

         

waarvan Opleidingen

117 473

100 891

         

Commando ZSK Carib

45 129

46 921

1 883

1 974

1 979

1 979

1 979

Kustwacht Nederland

24 690

28 115

19 998

20 034

18 953

18 983

18 984

Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied

2 796

2 871

3 101

3 501

3 494

3 502

3 502

Totaal programma-uitgaven

593 672

569 395

66 167

68 134

63 938

65 101

65 101

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando ZSK

14 783

17 143

12 848

11 853

8 759

8 408

8 408

Operationele eenheden

   

482 952

476 507

458 542

454 075

469 182

Bijdragen aan SSO's

5 394

5 204

5 265

5 325

5 307

5 329

5 329

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

385 641

382 113

366 144

362 707

377 356

 

huisvesting

   

30 757

29 660

28 306

27 367

26 500

 

ICT

   

21 370

18 418

16 959

16 747

16 747

 

overige exploitatie

   

63 297

63 494

61 199

60 991

62 316

Totaal apparaatsuitgaven

20 177

22 347

501 065

493 685

472 608

467 812

482 919

Totaal uitgaven

613 849

591 742

567 232

561 819

536 546

532 913

548 020

Totaal ontvangsten

11 791

13 564

13 564

13 564

13 564

13 564

13 564

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CZSK plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten).

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

91,1

90,4

86,7

86,2

88,7

operationele doelstelling 2

218,2

216,4

207,6

206,3

212,3

operationele doelstelling 3

239,8

237,8

228,2

226,7

233,3

Totaal

549,1

544,6

522,5

519,2

534,3

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationeel gerede eenheden worden ingezet voor internationale en nationale operaties teneinde bij te dragen aan de uitvoering van de drie hoofdtaken van Defensie.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Om met eenheden onmiddellijk te kunnen bijdragen aan de drie hoofdtaken van Defensie is een gedeelte van de eenheden operationeel gereed. Deze eenheden zijn personeelsgereed, materieelgereed en geoefend voor de organieke taak of een deel daarvan.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Om gedurende een langere periode blijvend een aantal eenheden operationeel gereed te hebben, is een groter aantal eenheden nodig. Daarmee kunnen eenheden herstellen van inzet, (groot) onderhoud uitvoeren, reorganisaties doorvoeren, vertrouwd raken met nieuw materieel, hun personeel opleidingen laten volgen en (opnieuw) gereedstellen voor de organieke taak of een specifiek deel daarvan. Eenheden die zijn aangemerkt als onderdeel van het «voortzettingsvermogen» kunnen worden ingezet voor opdrachten die een minder hoog trainingsniveau vereisen, zoals in het kader van de civiel-militaire samenwerking. Tevens kunnen deze eenheden kleinschalige, specialistische opdrachten uitvoeren.

Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden

De organieke taak is het geheel van taken waarvoor een organieke eenheid standaard is ingericht. In beginsel worden eenheden gereedgesteld voor de uitvoering van alle elementen van de organieke taak; er is dan sprake van organieke operationele gereedheid. Wanneer echter al bekend is waarvoor een eenheid zal worden ingezet, is het niet doelmatig de eenheid gereed te stellen voor de gehele organieke taak. Het is dan zinvol de eenheid specifiek gereed te stellen voor het deel van de organieke taak dat nodig is voor de missie; er is dan sprake van specifieke operationele gereedheid. Daarnaast kan het zijn dat eenheden specifiek operationeel worden gereedgesteld omdat een deel van de organieke taak tijdelijk niet uitgevoerd kan worden door schaarste aan personeel, materieel of een gebrek aan oefengelegenheid.

Doelstellingenmatrix

CZSK 2012

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel gerede eenheden (OD 1 of OD2)

Voortzettingsvermogen (OD3)

specifiek

organiek

Staf

NLMARFOR

0,5

1

 

1

 

Vlooteenheden

Fregatten

LC-fregat

1

4

1,41

1

1,6

   

M-fregat

0,5

2

0,81, 2

0

1,2

 

Patrouilleschepen

 

0

     
 

Bevoorradingsschepen

0,3

1

0,32

0

0,7

 

Landing Platform Docks

0,3

2

0,9 2

0

1,1

 

Onderzeeboten

0,7

4

 

2

2

 

Ondersteuningsvaartuig OZD

 

1

 

1

 
 

Mijnenbestrijdingsvaartuigen

1

6

33

1

2

 

Hydrografische opnemingsvaartuigen

1

2

 

1,2

0,8

 

Ondersteuningsvaartuig CARIB

 

1

 

0,8

0,2

Mariniers-eenheden

Mariniersbataljons

0,2

2

14

 

1

 

Ondersteunende mariniersbataljons

 

2

15

 

1

 

Unit Interventie Mariniers

1

1

 

1

 
 

Marinierscompagnie CARIB

 

1

0,56

0,5

 
 

Bootpeloton Caribisch Gebied

 

1

17

   

Overige eenheden

Defensie Duikgroep

 

1

 

1

 
1

Bemand en toegerust voor maritieme interdictieoperaties en antipiraterij

2

Bemand en toegerust voor inzet als stationsschip in het Caribisch gebied (CARIB)

3

Bemand en toegerust voor Schip van de wacht en kustwachttaken waaronder explosievenruiming (RDS)

4

Antitank-en mortierpeloton van het mariniersbataljon zijn specifiek operationeel gereed wegens vermindering van gebruik van duurdere munitiesoorten.

5

Ondersteuning voor één mariniersbataljon, bestaande uit elementen afkomstig uit beide ondersteunende bataljons. De 120 mm mortieren van het GEVSTBAT zijn specifiek gereed vanwege de geplande overgang naar het CLAS en munitietekorten.

6

Eenheid beschikt in eerste helft 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur en QCB .50.

7

In 2012 heeft de overgang plaats naar FRISC. Eenheid beschikt de eerste helft van 2012 beperkt over nachtzichtapparatuur.

Gereed voor internationale inzet

NLMARFOR. Gedurende 2012 wordt het commando over de Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) geleverd (1-ster commando en een deel van de staf). Deze maritieme taakgroep is een permanent element van het maritieme deel van de Immediate Response Force (IRF) van de NATO Response Force (NRF) en wordt de helft van de tijd ingezet in de antipiraterij-operatie van de Navo (Ocean Shield).

Fregatten. Op roulatiebasis worden in 2012 LC-fregatten ingezet als vlaggenschip van de SNMG 1. Verder wordt een M-fregat ingezet in de periode april tot en met mei 2012 in het kader van de anti-piraterijoperatie Atalanta.

Marinierseenheden. In de periode vanaf mei tot en met november 2012 ondersteunt een deel van het eerste mariniersbataljon de politietrainingsmissie in Kunduz.

Onderzeeboten

Het uitgangspunt is dat gedurende 2012 tweemaal een onderzeeboot wordt ingezet voor een gerubriceerde opdracht.

Defensie Duikgroep

In 2012 wordt een maritiem explosievenopruimingspeloton beschikbaar gesteld voor de IRF van de NRF.

Gereed voor nationale inzet

Stationsschip Caribisch gebied. Een grote bovenwatereenheid (fregat, bevoorrader of Landing Platform Dock, LPD) met boordhelikopter van het Defensie Helikopter Commando wordt op roulatiebasis ingezet als stationsschip in het Caribisch gebied ten behoeve van het Commando der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) en de Kustwacht Caribisch gebied. De huidige planning voor 2012 gaat uit van achtereenvolgens het bevoorradingsschip, een LPD en een M-fregat.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen en ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Mercuur. De Kustwacht Nederland heeft de beschikking over 120 vaardagen met een kleine bovenwatereenheid ten behoeve van controle- en handhavingstaken evenals explosievenruiming.

Hydrografische opnemingsvaartuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen. Vanwege een noodzakelijke modificatie aan de voortstuwingsinstallatie zijn de hydrografische opnemingsvaartuigen in 2012 maximaal 150 dagen beschikbaar voor opnamewerkzaamheden ten behoeve van het actualiseren van hydrografische publicaties.

Unit Interventie Mariniers (UIM).

De UIM is paraat voor terreurbestrijding.

Grote bovenwatereenheden. Een bovenwatereenheid is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor de onderschepping van vaartuigen en het boarden van zeeschepen.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen. Een mijnenbestrijdingsvaartuig is in het kader van ICMS als schip van de wacht binnen maximaal 48 uur beschikbaar voor het opsporen en ruimen van zeemijnen.

Ondersteuningsvaartuig Caribisch gebied. Het ondersteuningsvaartuig Hr.Ms. Pelikaan is gereed voor inzet ten behoeve van humanitaire hulpverlening tijdens het orkaanseizoen in het Caribisch gebied.

Marinierscompagnie op Aruba. De op Aruba gestationeerde marinierscompagnie is beschikbaar voor het beteugelen van oproer en hulpverlening bij calamiteiten.

Defensie Duikgroep (DDG). De duikunit is beschikbaar voor duikassistentie, duikmedische assistentie en havenbewaking in het kader van ICMS. Voor zoekdieptes tot vijftien meter is een team binnen één uur beschikbaar voor bijstand of inzet ten behoeve van de Kustwacht. Voor havenbescherming zijn binnen 48 uur twee eenheden beschikbaar, samengesteld uit de DDG en de Explosieven Opruimingsdienst (EOD).

2.2.3 Commando landstrijdkrachten - beleidsartikel 22

Algemene doelstelling

Het Commando landstrijdkrachten (CLAS) levert (specifiek) operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om grondgebonden capaciteit te leveren dient het CLAS eenheden operationeel gereed te stellen en te houden. De opleiding en training voor grondgebonden operaties op alle geweldsniveaus is de grondslag voor een effectieve inzet, zowel expeditionair als nationaal. Het gereedstellingsproces binnen het CLAS richt zich daarom op de gereedstelling van eenheden voor operaties in het gehele geweldsspectrum.

Operaties op het land kunnen een sterk wisselend dreigingniveau hebben. Soms moet een opponent op hoog geweldsniveau worden bestreden, dan weer worden vooral beveiligingstaken uitgevoerd, wordt assistentie verleend aan lokale autoriteiten of moet humanitaire hulp worden verleend. Het vermogen tot snelle ontplooiing over grote afstanden, de beschikbaarheid van snel inzetbare middelen en een toereikende logistieke ondersteuning zijn daarbij essentieel. Het gereedstellingsproces is modulair. Eenheden kunnen desgewenst speciaal worden voorbereid en gereedgesteld voor een specifieke taak. Een deel van de eenheden van het CLAS van bataljons- en brigadegrootte wordt planmatig operationeel gereedgesteld op het hoogste trainingsniveau en is daarbij inzetbaar voor de meest complexe opdrachten en operaties op hun niveau. Niet-operationeel gerede eenheden (het voortzettingsvermogen) zijn voortdurend voor een veelheid aan taken inzetbaar. Voor inzet in het hoogste deel van het geweldsspectrum is enige reactietijd nodig.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CLAS.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CLAS ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 384 682

1 299 227

1 218 614

1 139 137

1 057 637

1 022 352

1 019 930

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

30 363

28 393

27 365

28 578

21 774

Operationeel Commando LAS,

1 098 768

1 065 286

97 855

88 002

82 126

85 015

85 017

waarvan Operationele eenheden

817 619

820 885

         

waarvan Opleidingen

281 149

244 401

         

Totaal programma-uitgaven

1 098 768

1 065 286

97 855

88 002

82 126

85 015

85 017

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando LAS

265 794

215 759

19 466

18 048

13 544

13 346

13 504

Operationele eenheden

   

1 082 972

1 014 555

943 499

905 448

902 866

Bijdragen aan SSO's

20 120

18 182

18 321

18 532

18 468

18 543

18 543

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

875 582

836 916

793 283

776 971

757 703

 

huisvesting

   

80 949

71 627

66 805

63 279

59 805

 

ICT

   

47 370

36 004

33 697

33 323

33 312

 

overige exploitatie

   

116 858

106 588

81 726

63 763

84 093

Totaal apparaatsuitgaven

285 914

233 941

1 120 759

1 051 135

975 511

937 337

934 913

Totaal uitgaven

1 384 682

1 299 227

1 218 614

1 139 137

1 057 637

1 022 352

1 019 930

Totaal ontvangsten

21 017

15 823

15 823

15 823

15 823

15 823

15 823

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 31 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLAS plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden (inclusief de opleidingskosten).

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

35,5

33,2

30,9

29,8

29,7

operationele doelstelling 2

344,6

321,8

299,3

289,1

288,3

operationele doelstelling 3

800,7

747,6

695,4

671,6

669,9

Totaal

1 180,8

1 102,6

1 025,6

990,5

987,9

Operationele doelstellingen

Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide toelichting op de drie operationele doelstellingen.

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Specifiek en organiek gereedstellen van eenheden

Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden.

Doelstellingenmatrix CLAS 2012

 

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1) 1

Totaal

aantal

eenheden

Totaal aantal operationeel gerede (OG) eenheden (OD1+ OD2)

Voortzettingsvermogen OD3

Specifiek OG

Organiek OG

HRF(L)HQ

NL deel HRF HQ

 

3

 

3

 

Korps Commando troepen

Commandotroepencompagnie

 

4

 

2

2

Luchtmobiele Brigade

Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie

 

1

1 2

   
 

Infanteriebataljon Luchtmobiel

0,1

3

 

1

2

 

Gevechtssteun eenheden

0,1

1

 

0,5

0,5

 

Logistieke eenheden

0,2

3

 

0,6

2,4

 

NATRES Bataljons

 

2

2 4

   

Gemechaniseerde Brigades (13, 43 Mechbrig) 5

Brigadehoofdkwartier + Stafcompagnie

0,1

2

 

1

1

Pantserinfanteriebataljon

0,1

4

 

0,5

3,5

 

Brigade verkenningseskadron

 

2

 

0,8

1,2

 

Afdeling veldartillerie

 

1

 

0,1

0,9

 

Pantsergeniebataljon

0,1

2

 

0,5

1,5

 

Logistieke eenheden

 

4

 

0,8

3,2

 

NATRES Bataljons

 

3

34

   

Operationeel Ondersteunings Commando Land (OOCL)

Staf OOCL + Stafcompagnie

 

1

 

1

 

Geniebataljon

 

1

 

0,4

0,6

JISTARC modules

0,3

5

 

2

3

CIS-bataljon

 

3

 

1

2

(3 compagnieën)

         
 

CIMIC bataljon (6 CIMIC Support Elements)

 

6

 

2

4

 

Bevoorradings- en Transportbataljon

 

2

 

1

1

 

Geneeskundig bataljon

 

5

 

2,5

2,5

 

(5 MTF)

         
 

Herstelcompagnie

 

3

 

0,2

2,8

Commando Grondgebonden Luchtverdediging (DGLC) 6

Commando Element

 

0,8 7

   

0,8

Patriot

 

3

 

3

 

AMRAAM

 

2

 

1,8

0,2

Stinger

 

3

 

2,1

0,9

EOD

Ploegen

63

48

 

12

36

1

Betreft inzet GPM.

2

Beperkte organieke commandovoeringsondersteuning voor optreden in het mobiele domein.

3

Betreft inzet ICMS en GPM.

4

Kent beperkingen bij optreden bij duisternis.

5

Vanaf december 2012 zal de 101e CBRN-verdedigingscompagnie naast expeditionaire taken ook belast worden met ICMS. Wanneer de eenheid expeditionair ingezet wordt, kan de ICMS-capaciteit niet geleverd worden.

6

Vanaf 1 januari 2012 zal het DGLC onder het Single Service Management (SSM) van het CLAS geplaatst worden. Daarnaast zal het DGLC in 2012 starten met een opwerkprogramma voor de Air Missile Defence Task Force (AMDTF).

7

Commando element wordt opgericht vanaf 2e kwartaal 2012.

Gereed voor internationale inzet

Ten behoeve van de Geïntegreerde Politie Missie in Afghanistan levert het CLAS in 2012:

  • Een staf (0,1 eenheid);

  • Een pantserinfanteriecompagnie, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid over 2012;

  • Een logistieke bijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012;

  • Een geniebijdrage, dit betekent een bijdrage van 0,2 eenheid in 2012;

  • Een EOD-bijdrage van twee ploegen, dit betekent een bijdrage van 2 eenheden in 2012;

  • Een bijdrage aan het Joint Intelligence Surveillance Target Acquisition and Reconnaissance Commando (JISTARC), dit betekent een bijdrage van 0,3 eenheid in 2012;

  • Inzet van individuele militairen voor de vulling van bijvoorbeeld staven en het National Support Element (NSE).

Bij een nieuwe missie zal per geval worden bezien welke CLAS-eenheden hiervoor in aanmerking komen. Gezien de overgangsfase waarin het CLAS zich bevindt, is in 2012 de inzet van voldoende eenheden voor een tweede langdurige stabilisatieoperatie voor het CLAS niet zonder meer haalbaar.

Gereed voor nationale inzet

Explosievenopruimingsdienst. De EOD heeft voortdurend ploegen op afroep beschikbaar voor civiele werkzaamheden in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie of lokale civiele autoriteiten. Het betreft verkennende zoekacties en de opsporing en ruiming van conventionele of geïmproviseerde explosieven. Voorts doet de EOD preventief onderzoek op locaties. Ten behoeve van deze taken worden vier ploegen ingezet. In het kader van ICMS moeten vier van deze ploegen binnen een bepaalde termijn op verschillende locaties ter plaatse kunnen zijn.

Bewaken en beveiligen. Voor de bewaking en beveiliging van objecten, gebieden, routes en grenzen worden in het kader van de civiel-militaire samenwerking mobiele radarsystemen en kleine onbemande vliegtuigen ingezet. Indien nodig is hiervoor binnen 48 uur een eenheid ter grootte van een bataljon beschikbaar.

Compagnie in de West. Het CLAS levert op rotatiebasis permanent een compagnie aan het CZMCARIB voor het beteugelen van oproer, het leveren van bijstand en territoriale verdediging.

ICMS. Het CLAS garandeert naast de reeds genoemde nationale inzet voortdurend de beschikbaarheid van personeel en middelen in het kader van de gemaakte afspraken over de civiel-militaire samenwerking. Vanaf 1 december 2012 garandeert het CLAS een permanente (deels geïmproviseerde) inzet in het kader van ICMS met een CBRN-responsteam dat binnen twee uur beschikbaar is en een team met ontsmettingscapaciteit dat binnen zes uur beschikbaar is.

Rampenbestrijding en algemene militaire bijstand. Voor de bestrijding van rampen, het verlenen van noodhulp en voor de algemene militaire bijstand aan civiele instanties zijn beschikbaar:

  • Een stafdetachement voor de ondersteuning van het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum te Driebergen binnen 48 uur;

  • Een detachement van drieduizend militairen voor de uitvoering van rampenbestrijding, bewaking en beveiliging en algemene ondersteunende taken – samengesteld uit militaire eenheden van alle operationele commando’s – binnen 48 uur;

  • Transportcapaciteit (rups en wiel) voor de verplaatsing van personen en materiaal uit moeilijk toegankelijke gebieden binnen 48 uur;

  • Een constructie-eenheid inclusief technische adviescapaciteit voor het maken van noodconstructies en noodvoorzieningen binnen 48 uur;

  • Een vouwbrugeenheid voor noodbruggen en noodvlotten binnen 48 uur;

  • Voorzieningen ter ondersteuning van bestuurlijke of operationele centra in geval van uitval van bestaande verbindingsmiddelen binnen 24 uur;

  • Mobiele grondradarsystemen voor bewaking van objecten en gebieden binnen 48 uur;

  • Kleine onbemande vliegtuigen ter bewaking en beveiliging van objecten en gebieden binnen 48 uur;

  • Geneeskundige hulpposten voor triage en eerstelijnshulp binnen 48 uur;

  • Een noodhospitaal voor tweedelijns verzorging binnen 48 uur;

  • Een ziekenautopeloton als aanvulling op de civiele capaciteit binnen 48 uur;

  • CBRN 19-respons, detectie- en ontsmettingscapaciteit binnen twee tot zes uur.

2.2.4 Commando luchtstrijdkrachten – beleidsartikel 23

Algemene doelstelling

Het Commando luchtstrijdkrachten (CLSK) levert lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de lucht- en grondgebonden operationele capaciteit van de krijgsmacht moet het CLSK eenheden gereed stellen en houden. Luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als voor nationale taken, zoals de bescherming van het nationale luchtruim en brandbestrijding.

Vanwege de veranderingen in de veiligheidssituatie in de afgelopen decennia is het CLSK zich steeds meer gaan toeleggen op de uitvoering van luchtoperaties op grote afstand. Deze operaties kunnen gedurende langere tijd worden volgehouden. De luchtstrijdkrachten kunnen worden ingezet ter afschrikking van geweldsgebruik, ter ontzegging van het gebruik van het luchtruim of ter afdwinging van embargo’s. Ook zorgen luchtstrijdkrachten voor veiligheid in de lucht en ondersteunen en beïnvloeden zij operaties op het land en op zee, overal ter wereld. Het optreden van het CLSK verschaft eigen eenheden en coalitiegenoten vrijheid van handelen. De helikopters bieden ondersteuning door onder meer tactisch transport, verkenningen en vuursteun, maar ook door reddingswerkzaamheden (search and rescue) en medische evacuatie. De luchttransporteenheden bieden ondersteuning bij strategische verplaatsingen van zowel personen als materieel.

Het CLSK is in staat om operaties uit te voeren in zowel het lagere als het hoge deel van het geweldsspectrum en daar waar nodig snel te (de)escaleren.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, de samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van het CLSK.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CLSK ter beschikking staan voor de verwezenlijking van de operationele doelstellingen staan in de volgende tabel. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

754 488

682 108

654 176

626 490

595 978

594 713

610 125

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

21 796

18 249

18 245

18 964

14 458

Commando LSK,

611 520

597 436

50 726

51 369

52 292

52 494

53 148

waarvan Operationele eenheden

554 376

531 525

         

waarvan Opleidingen

57 144

65 911

         

Totaal programma-uitgaven

611 520

597 436

50 726

51 369

52 292

52 494

53 148

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando LSK

100 861

96 205

25 105

24 178

21 349

21 100

21 101

Operationele eenheden

   

571 018

543 538

514 955

513 710

528 467

Bijdragen aan SSO's

8 707

8 467

7 327

7 405

7 382

7 409

7 409

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

           
 

personele uitgaven

   

384 986

363 704

342 853

350 724

363 671

 

huisvesting

   

54 656

51 508

56 959

46 876

44 678

 

ICT

   

18 994

15 381

15 039

15 438

15 438

 

overige exploitatie

   

144 814

144 528

128 835

129 181

133 190

Totaal apparaatsuitgaven

109 568

104 672

603 450

575 121

543 686

542 219

556 977

Totaal uitgaven

721 088

702 108

654 176

626 490

595 978

594 713

610 125

Totaal ontvangsten

15 986

9 181

9 181

9 181

9 181

9 181

9 181

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 43 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling operationele doelstellingen

In de onderstaande tabel zijn de voor de operationele eenheden geraamde uitgaven verdeeld naar de operationele doelstellingen. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van CLSK plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten.

bedragen x € 1 miljoen

2012

2013

2014

2015

2016

operationele doelstelling 1

115,2

110,3

105,1

105,0

107,8

operationele doelstelling 2

216,2

206,8

197,1

196,8

202,1

operationele doelstelling 3

290,4

277,9

264,9

264,5

271,7

Totaal

621,7

594,9

567,2

566,2

581,6

Operationele doelstellingen

Zie beleidsartikel 21 CZSK voor een uitbreide toelichting op de drie operationele doelstellingen.

Operationele doelstelling 1:

Beschikken over expeditionaire eenheden voor geplande internationale en nationale inzet.

Operationele doelstelling 2:

Beschikken over (specifiek) operationeel gerede expeditionaire eenheden.

Operationele doelstelling 3:

Beschikken over voortzettingsvermogen voor gereedstelling eenheden.

Specifiek en organiek gereed stellen van eenheden

Zie de toelichting bij deze paragraaf in beleidsartikel 21 CZSK voor een uitgebreide uitleg van de specifieke en organieke gereedstelling van eenheden.

Doelstellingenmatrix

CLSK 2012–2016

 

2012

       

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet (OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel gerede eenheden (OD1 + OD2)

Voortzettingsvermogen (OD3)

Specifiek

Organiek

Jachtvliegtuigen

F-16

6

57

 

21

36

Helikopters (Defensie Helikopter Commando)

AH-64D Apache

 

21

 

7

14

CH-47 Chinook

 

14

 

4

10

AS-532 Cougar

2

8

 

4

4

 

SH-14D Lynx

2 → 0

5 → 0

 

2 → 0

3 → 0

 

AB-412SP (SAR)

1

3

 

2

1

 

NH-90 NFH

0 → 2

7 → 12

4 → 0

0 → 5

3 → 7

 

NH-90 TNFH

 

0

     

Luchttransport

(K)DC-10

 

3

 

1,5

1,5

 

C-130H Hercules

 

4

 

2

2

Force Protection

OGRV eenheden

 

3

 

2

1

 

Command en Control

 

2

 

1

1

Air C4 ISR

AOCS

1

1

 

1

 
 

NDMC

1

1

 

1

 

Kustwacht Nederland

Dornier DO-228

1

2

 

1

1

Gereed voor internationale inzet

Jachtvliegtuigen. In de eerste helft van 2012 is de inzet voorzien van acht F-16’s voor de NATO Response Force (NRF)-18. In de tweede helft van 2012 is de inzet voorzien van eenzelfde aantal F-16’s voor de NRF-19. De F-16’s die voor de NRF kunnen worden ingezet, zijn daarnaast beschikbaar voor training.

Force protection. De «ObjectGrondverdediging» (OGRV)-pelotons worden operationeel gereedgesteld teneinde in voorkomend geval ondersteuning te kunnen leveren bij de inzet van jachtvliegtuigen of helikopters. Hierbij zijn twee Command en Control-elementen beschikbaar.

Maritieme helikopters. Gedurende het eerste half jaar zal een Lynx-helikopter worden ingezet aan boord van het stationsschip in het Caribisch gebied en zal een Lynx-helikopter worden ingezet ten behoeve van de Standing NATO Maritime Group (SNMG). Vanaf het derde kwartaal zal geen Lynx-helikopter meer beschikbaar zijn voor boordtaken in verband met de uitfasering van het toestel. Vanaf 1 januari 2013 zal de eerste NH-90 beschikbaar zijn voor deze taak.

Gereed voor nationale inzet

Jachtvliegtuigen. Permanent worden twee F-16’s ingezet ter bewaking van het Nederlandse luchtruim in het kader van de Quick Reaction Alert (QRA).

Helikopters. Een AB-412 helikopter verzorgt militaire search and rescue (SAR)-taken en patiëntenvervoer in het geval van medische noodgevallen vanaf de Waddeneilanden. Een NFH/Lynxhelikopter wordt permanent ingezet voor SAR-taken (Kustwacht Nederland) en patiëntenvervoer bij medische noodgevallen. In de periode tussen de uitfasering van de Lynx-helikopter en de invoering van de NFH-helikopter zullen de SAR-taken en het patiëntenvervoer overgenomen worden door de Cougarhelikopter.

AOCS Nieuw Milligen. Het Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen wordt in combinatie met de F-16»s van de QRA permanent ingezet voor de beveiliging van het nationale luchtruim. Tevens dient het AOCS Nieuw Milligen als reservefaciliteit voor de radar op Schiphol.

NDMC. De Nationale Datalink Management Cel (NDMC) coördineert, controleert en monitort de inzet van Link-16 binnen Nederland. Link-16 is een datanetwerk waarmee vliegtuigen met elkaar in verbinding staan.

Kustwachtvliegtuigen. Permanent wordt minimaal een Dornier 228 ingezet voor de uitvoering van kustwachttaken ten behoeve van Kustwacht Nederland.

Vliegtuigen en gevechtshelikopters. Dit betreft de ondersteuning van de civiele autoriteiten met F-16’s en Apachehelikopters met inzet van specifieke sensoren op verzoek van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Transporthelikopters. Dit betreft de ondersteuning met helikopters voor calamiteitenbestrijding, brandbestrijding en militaire bijstand.

Luchttransport. Dit betreft de ondersteuning met luchttransport in het kader van ontwikkelingssamenwerking en de vreemdelingendienst. Tevens gaat het om ondersteuning bij het vervoer van leden van het Koninklijk Huis en het kabinet.

ICMS. Ter ondersteuning bij bewaking en beveiliging, rampenbestrijding en algemene steunverlening kan personeel van alle eenheden van het CLSK worden ingezet. Ook levert het CLSK voertuigen en een bijdrage aan eerstelijns medische zorg. Voor de tijdelijke opvang van grote aantallen personen bij rampen zijn conform de provinciale aanpak de vliegbases Leeuwarden en Woensdrecht beschikbaar.

2.2.5. Commando Koninklijke marechaussee – beleidsartikel 24

Algemene doelstelling

Het Commando Koninklijke marechaussee (CKmar) is een politieorganisatie met een militaire status die wereldwijd inzetbaar is voor vrede en veiligheid.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het CKmar heeft een veelzijdig takenpakket in het Koninkrijk der Nederlanden en in het buitenland. De Koninklijke marechaussee houdt zich onder gezagsverantwoordelijkheid van meerdere ministers bezig met beveiliging, handhaving van de vreemdelingenwetgeving waaronder grenstoezicht en het tegengan van mensensmokkel politietaken ten behoeve van Defensie en op burgerluchtvaartterreinen, samenwerking met en bijstand aan de politie en de uitvoering van politietaken in het kader van internationale vredesoperaties. Naast het reguliere takenpakket fungeert het CKmar als strategische reserve voor de Nederlandse overheid. Het CKmar speelt snel en flexibel in op wijzigende omstandigheden door accenten te leggen binnen taakvelden of tussen taakvelden, waar nodig na toestemming van de betreffende gezagsdragers. Hiermee levert het CKmar direct en indirect een bijdrage aan de veiligheid in binnen- en buitenland.

Verantwoordelijkheid

De minister van Defensie is als beheersverantwoordelijke voor het CKmar verantwoordelijk voor de vaststelling van de mate van gereedheid, de omvang en de samenstelling van het CKmar. Het gezag over de marechaussee berust naast de minister van Defensie bij de minister van Veiligheid en Justitie en de minister voor Immigratie en Asiel. De gezagsdragers kunnen normen stellen waaraan het CKmar dient te voldoen. Deze kunnen liggen op het terrein van de personele gereedheid, maar ook uitrusting, infrastructuur en ICT-systemen. De uitvoering is opgedragen aan de commandant van de Koninklijke marechaussee.

Externe factoren

Voor een uitgebreide toelichting op de externe factoren zie het beleidsartikel 21 CZSK.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CKmar ter beschikking staan voor de realisatie van de operationele doelstellingen zijn in de volgende tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

381 059

401 053

372 144

356 476

351 597

348 424

345 733

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

2 013

1 906

1 867

1 822

1 388

Operationele taakvelden Commando Kmar,

369 403

370 848

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

waarvan Operationele eenheden

321 178

327 431

         

waarvan Opleidingen

48 225

43 417

         

Totaal programma-uitgaven

369 403

370 848

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

Apparaatsuitgaven

             

Staf Commando Kmar

30 427

27 300

11 949

11 622

9 293

9 197

9 238

Operationele eenheden

   

350 913

335 484

332 932

329 949

327 239

Bijdragen aan SSO's

3 584

2 905

2 897

2 927

2 917

2 928

2 928

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

           
 

personele uitgaven

   

278 207

268 169

265 797

264 772

261 690

 

huisvesting

   

29 263

21 656

21 165

19 410

19 410

 

ICT

   

16 970

14 786

14 439

13 284

13 285

 

overige exploitatie

   

41 319

45 422

43 741

44 608

45 020

Totaal apparaatsuitgaven

34 011

30 205

365 759

350 033

345 142

342 074

339 405

Totaal uitgaven

403 414

401 053

372 144

356 476

351 597

348 424

345 753

Totaal ontvangsten

5 941

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

4 652

Budgetflexibiliteit

Binnen de programma-uitgaven is per 1 januari 2012 voor 32 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen.

Verdeling naar taakvelden

In onderstaande tabel zijn de geraamde uitgaven verdeeld naar de taakvelden. Deze uitgaven bestaan uit de totale programma-uitgaven van het CKmar plus de apparaatsuitgaven voor de operationele eenheden, inclusief de opleidingskosten.

Verdeling gelden naar taakvelden CKMar

bedragen x € 1 000

2012

2013

2014

2015

2016

– Programma Operationele Taakvelden

6 385

6 443

6 455

6 350

6 348

– Apparaat Operationele Eenheden

350 913

335 484

332 932

329 949

327 239

Totaal Operationeel CKMar

357 298

341 927

339 387

336 299

333 587

Waarvan:

         

– Beveiliging

89 324

85 482

84 847

84 074

83 397

– Vreemdelingenwetgeving

167 930

160 706

159 512

158 061

156 786

– Militaire politietaken

50 022

47 870

47 514

47 082

46 702

– Politietaken burgerluchtvaartterreinen

28 584

27 354

27 151

26 904

26 687

– Assistentie, samenwerking en bijstand

3 573

3 419

3 394

3 363

3 336

– Internationale crisis- en humanitaire operaties

17 865

17 096

16 969

16 815

16 679

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1

Handhaving veiligheidsniveau in overeenstemming met de geldende veiligheidsconcepten.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de:

  • Beveiliging van objecten en subjecten, de advisering en ondersteuning ten aanzien van de beveiliging van objecten, en optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van objecten;

  • Beveiliging van personen en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van personen;

  • Uitvoering van toezicht op de beveiliging van de burgerluchtvaart, waaronder luchtvracht, risicovluchten, het optreden in geval van incidenten en de uitvoering van de gewapende beveiliging;

  • Beveiliging van waardetransporten van De Nederlandsche Bank (DNB) en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van deze transporten;

  • Beveiliging van ambassades op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken en het optreden in geval van incidenten bij de beveiliging van ambassades.

Instrumenten

De uitvoering van deze taken wordt verzorgd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het Ckmar.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Aantal illegale betredingen van het object waarbij niet tijdig is geïntervenieerd

0

Aantal teams voor persoonsbeveiliging ten behoeve van het ministerie van Buitenlandse Zaken

4

Het percentage uitvoering Toezichtprogramma Beveiliging burgerluchtvaart

100%

Het servicepercentage beveiligde waardetransporten

100%

Operationele doelstelling 2

Beheersing van de vreemdelingenstroom in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd voor de:

  • Uitvoering van het grenstoezicht, waaronder de uitvoering van persoonscontroles en de verstrekking van nooddocumenten;

  • Uitvoering van het mobiel toezicht veiligheid (MTV), waaronder het houden van controles;

  • Uitvoering van documentonderzoek op de aanmeldcentra;

  • Verwijdering van vreemdelingen;

  • Uitvoering van onderzoeken naar mensensmokkelincidenten en documentenfraude vanuit de taken op grond van de Vreemdelingenwet;

  • Uitvoering van projectmatige strafrechtelijke onderzoeken naar mensensmokkel voortkomend uit of samenhangend met de grensbewaking of het MTV.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar. Voor de segmenten pleziervaart en visserij in de grensbewaking geeft het CKmar invulling aan de doelstellingen door het risicogestuurd organiseren van landelijke controledagen. Op deze controledagen is er sprake van een honderd procent administratieve en fysieke controle. Daarnaast worden binnen deze segmenten aangemelde schepen die van buiten het Schengengebied komen administratief gecontroleerd.

Controle heeft plaats conform de bepalingen in de Schengengrenscode. Vanuit een ketenaanpak wordt in 2012 door Amsterdam Airport Schiphol (AAS), vervoerders, de douane, beveiliging en het CKmar gewerkt aan een gemeenschappelijke aanpak voor doorlooptijdmanagement van passagiers op de luchthaven Schiphol. Uitgangspunt van deze aanpak blijft om in gezamenlijk en periodiek overleg capaciteitsinzet van de betrokken partijen maximaal af te stemmen op het passagiersaanbod op vertrek-, aankomst- en transferfilters. Onder leiding van AAS wordt gewerkt aan een voor alle partijen toegankelijk en betrouwbaar planningssysteem.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Burgerluchtvaart:

 

– administratieve en fysieke controle op in- en uitreis

100%

   

Vrachtvaart – Cruiseschepen – Ferry’s

 

– administratieve controle van bemanning en passagiers

100%

– fysieke controle (opvolging controle adviezen ZUIS1)

75%

   

Pleziervaart – Visserij

 

– administratieve controle op aangemelde schepen (afkomstig van buiten Schengen)

100%

– landelijke controledagen pleziervaart (100% administratieve en fysieke controle)

3

– landelijke controledagen visserij (100% administratieve en fysieke controle)

2

1

Het informatiesysteem ZUIS genereert op basis van informatie en analyse controlevoorstellen.

Operationele doelstelling 3

Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde bij de krijgsmacht en jegens militaire justitiabelen.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling van het bevoegd gezag. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van:

  • De beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en ten behoeve van de calamiteitenbestrijding op militaire terreinen;

  • De handhaving van de openbare orde en rechtsorde;

  • De uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Beschikbaarheid/bereikbaarheid

Serviceniveau prioriteitsmeldingen:

 

– in minimaal 90% van de meldingen binnen dertig minuten ter plaatse

Aantal misdrijfdossiers

Op basis van criminaliteitsbeeldanalyses

   

Percentage processen-verbaal «lik op stuk»

50%

   

Percentage technisch sepot

< 5%

Operationele doelstelling 4

Handhaving van de openbare orde en strafrechtelijke rechtsorde op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van de:

  • Beschikbaarheid- en bereikbaarheidsfunctie ten behoeve van noodhulp en calamiteitenbestrijding op de aangewezen burgerluchtvaartterreinen;

  • Handhaving van de openbare orde en rechtsorde;

  • Uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken.

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar die belast zijn met de politietaken op Schiphol of de andere aangewezen burgerluchtvaartterreinen.

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Beschikbaarheid/bereikbaarheid

Serviceniveau prioriteitsmeldingen:

   
 

– in minimaal 90% van de prio 1 meldingen in de terminal en het betreffende luchtvaartterrein binnen 5 minuten ter plaatse

   
 

– in 90% van de prio 2 meldingen binnen 10 minuten ter plaatse

   
 

– in 90% van de prio 3 meldingen binnen 15 minuten ter plaatse

Operationele doelstelling 5

Beschikbare operationeel gerede eenheden voor samenwerking, bijstand en assistentieverlening.

Motivering

Het CKmar draagt als uitvoeringsorganisatie bij aan de realisatie van deze beleidsdoelstelling en de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van het:

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van Mobiele Eenheden (ME);

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van Bijstandseenheden (BE);

  • Operationeel gereedstellen en inzetten van een Aanhoudingseenheid (AE).

Instrumenten

Deze eenheden zijn samengesteld uit personeel van de districten en de daaronder ressorterende brigades. Deze taken worden grotendeels als nevenfunctie uitgevoerd:

Indicatoren

Streefwaarde 2012

Aantal beschikbare eenheden

4 pelotons ME

3 pelotons BE

1 aanhoudingseenheid

Operationele doelstelling 6

Beschikbare operationele eenheden leveren voor internationale crisis- en humanitaire operaties.

Motivering

Het CKmar draagt bij aan de drie hoofdtaken van Defensie. Van het CKmar wordt inzet gevraagd ten behoeve van:

  • De militaire politietaken voor de Nederlandse krijgsmacht;

  • De internationale civiele politiemissies, waaronder die van de Europese Gendarmerie Eenheid (EGF);

  • Crowd and Riot Control (CRC).

Instrumenten

Deze taken worden uitgevoerd door de districten en de daaronder ressorterende brigades van het CKmar.

Doelstellingenmatrix CKmar

2012

2012

Groep

Organieke eenheid

Geplande inzet

(OD1)

Totaal aantal eenheden

Operationeel Gerede eenheden

(OD1 of OD2)

Voort-zettings-vermogen

(OD3)

specifiek

organiek

DLBE/BBM

VTE’n voor politietaken Defensie

ca. 10

50

 

25

25

Alle districten

VTE’n voor civiele politiemissies

ca. 116

256

 

128

128

BE/ME

Peloton voor CRC

 

1

1 1

   

DLBE/BSB

VTE’n voor Close Protection Teams

ca. 3

26

 

13

13

1

Het CRC-peloton kan gedurende 2012 geen CRC onder pantser uitvoeren.

2.2.6 Defensie Materieel Organisatie – beleidsartikel 25

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Een van de beleidsprioriteiten van Defensie is de verbetering van de operationele inzetbaarheid. Een deel van de operationele inzetbaarheid wordt beïnvloed door de materiële gereedheid. De DMO levert een bijdrage aan de materiële gereedheid door de aanschaf van materieel, het leveren van materieellogistieke ondersteuning en de instandhouding van defensiematerieel. Daarnaast verzorgt de DMO de afstoting van overtollig defensiematerieel. Aan alle operationele gebruikers wordt modern en kwalitatief hoogwaardig materieel geleverd dat voldoet aan de operationele eisen, tijdig beschikbaar is en voldoende bescherming biedt voor het defensiepersoneel. Dit materieel wordt op een zorgvuldige, over de levensduurdoelmatige en rechtmatige wijze verworven.

In de Defensie Industrie Strategie (DIS) worden mogelijkheden bezien om een bijdrage te leveren aan de positie van de Nederlandse Defensiegerelateerde Industrie (DGI) in de internationale netwerken op het gebied van ontwikkeling, productie en instandhouding van materieel. In bijlage 4.3 is een uitgebreide rapportage opgenomen over de stand van zaken van de operationalisatie van de DIS.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die ter beschikking staan van de DMO voor de realisatie van de doelstellingen, zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Deze tabel budgettaire gevolgen is voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd. In 2012 zal naar aanleiding van de beleidsbrief de zeggenschap over de drie systeemlogistieke bedrijven (het Marinebedrijf in Den Helder, het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en het Defensiebedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) vooral gevestigd in Amersfoort) worden overgedragen aan de operationele commandanten. De drie ketenbedrijven die voor de gehele krijgsmacht werken, te weten het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Bedrijf (KPU), het Defensie Munitiebedrijf en het Defensie Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBB), blijven bij de DMO. Zoals gemeld in de beleidsagenda zal de Kamer nog voor de behandeling van de ontwerpbegroting 2012 in een Nota van Wijziging geinformeerd worden over de consequenties van de overdracht van de drie systeemlogistieke bedrijven.

Waar mogelijk worden onderdelen uitbesteed. In de ketenlogistiek zal indien mogelijk met externe partijen worden samengewerkt. Voorraden worden zoveel mogelijk rechtstreeks van de leverancier betrokken en bij de eindgebruiker afgeleverd, eigen voorraden worden geminimaliseerd en gecentraliseerd. Per keten zijn er maximaal twee voorraadpunten. Ook de directie Wapensystemen en de directie Projecten en Verwerving blijven deel uit maken van de DMO. Beide worden aanzienlijk verkleind. Alle materieelinvesteringsprojecten boven € 5 miljoen worden in de laatstgenoemde directie geconcentreerd, waarbij de eerstgenoemde directie de ondersteuning levert. Na de reorganisatie als gevolg van de maatregelen in beleidsbrief heeft de DMO geen beleidsmatige functies meer.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 128 782

2 122 038

1 815 726

2 131 551

2 482 743

2 023 321

1 475 028

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

1 084 041

762 689

561 775

320 597

170 595

Voorzien in nieuw materieel,

1 036 808

980 419

844 862

863 778

1 011 492

1 095 653

1 194 258

waarvan Investeringen zeestrijdkrachten

264 813

243 520

216 911

189 527

175 424

110 945

112 380

waarvan Investeringen landstrijdkrachten

363 811

244 728

195 513

189 820

209 582

262 835

218 982

waarvan Investeringen luchtstrijdkrachten

238 256

281 681

221 735

200 318

238 667

370 652

480 337

waarvan Investeringen Koninklijke marechaussee

15 062

21 569

13 733

6 836

6 105

9 192

10 018

waarvan Investeringen Defensiebreed

133 190

165 719

186 512

264 533

368 230

323 987

354 742

waarvan Investeringen overig

21 676

23 202

10 458

12 744

13 484

18 042

17 799

Instandhouding van materieel,

873 568

914 659

648 323

590 006

583 716

527 542

536 916

waarvan Logistieke ondersteuning zeestrijdkrachten

270 907

269 627

173 750

170 554

167 588

148 156

151 482

waarvan Logistieke ondersteuning landstrijdkrachten

292 611

321 850

241 311

202 341

200 152

176 302

185 694

waarvan Logistieke ondersteuning luchtstrijdkrachten

310 050

323 182

233 262

217 111

215 976

203 084

199 740

Totaal programma-uitgaven

1 910 376

1 895 078

1 493 185

1 453 784

1 595 208

1 623 195

1 731 174

Apparaatsuitgaven

             

Staf DMO

259 127

245 179

8 259

10 918

7 185

6 348

6 342

Ondersteuning operationele eenheden

   

463 261

417 750

376 872

361 940

362 091

Bijdragen aan SSO's

3 105

1 781

1 758

1 776

1 719

1 725

1 725

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             
 

personele uitgaven

   

273 167

251 253

210 412

201 859

200 828

 

huisvesting

   

81 719

78 539

75 295

73 600

71 140

 

ICT

   

18 652

12 825

12 323

10 930

10 844

 

overige exploitatie

   

99 740

87 827

87 746

83 624

87 346

Totaal apparaatsuitgaven

262 232

246 960

473 278

430 444

385 776

370 013

370 158

Totaal uitgaven

2 172 608

2 142 038

1 966 463

1 884 228

1 980 984

1 993 208

2 101 332

Totaal ontvangsten

292 916

279 691

231 325

179 325

209 685

176 853

141 553

waarvan Verkoopopbrengsten

246 505

223 700

180 658

128 658

159 018

126 186

90 886

waarvan Overige ontvangsten

46 411

55 991

50 667

50 667

50 667

50 667

50 667

Budgetflexibiliteit

Voor de investeringen is per 1 januari 2012 voor 73 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Voor de instandhouding van materieel is 48 procent verplicht. Het overige deel is in beginsel verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau ten einde te komen tot de realisatie van de operationele doelstellingen in de beleidsartikelen 20, 21, 22, 23 en 24.

Operationele doelstellingen

Operationele doelstelling 1:

Voorzien in nieuw materieel

Motivering

Om de operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht te verzekeren, voorziet de DMO tijdig in nieuw materieel of wordt bestaand materieel vervangen. Het aan te schaffen materieel is noodzakelijk om de organisatie adequaat toe te rusten voor de opgedragen taken. Het totaalbedrag dat de DMO in 2012 ter beschikking staat ter verwezenlijking van deze eerste operationele doelstelling is € 845 miljoen.

Instrumenten

Defensie volgt de ontwikkelingen op het gebied van duurzaam inkopen. In afwachting van nieuwe rijksbrede richtlijnen op dit gebied zal Defensie ook in 2012 zo veel mogelijk de uitgangspunten hanteren die momenteel gelden voor duurzaam inkopen. Dat betekent dat bij de verwerving van bepaalde productgroepen vooraf vastgestelde duurzaamheidseisen van toepassing zijn. Hierbij mag de operationele veiligheid niet worden belemmerd, dient het aanbod voldoende zijn en mag er geen sprake zijn van substantiële meerkosten.

Daarnaast is Defensie begonnen aan de invoering van «assortimentsmanagement». Daarmee wordt via een ordening van goederen en diensten de spreiding van verantwoordelijkheden tegengegaan. Het doel hiervan is onder meer de levering en de instandhouding van goederen en de levering van diensten tegen zo laag mogelijke kosten. De verdere implementatie van assortimentsmanagement is gekoppeld aan de invoering van het ERP-systeem (SAP) die is voorzien voor 2014. Voorts richt Defensie zich op het gebruik van geïntegreerde contractvormen in de verschillende contractfasen wanneer de benodigde werkzaamheden worden uitbesteed aan een private partij.

Materieelprojecten

Hieronder zijn tabellen opgenomen met projecten waarvoor geld is gereserveerd gedurende de begrotingsperiode 2012 tot 2016, waarvan het volume groter is dan € 25 miljoen of die politiek gevoelig zijn. De projecten uit de tabellen worden toegelicht bij een wijziging van het budget van minstens € 10 miljoen, een verschuiving van meer dan een jaar of een aanzienlijke bijstelling van de producteisen. Afrondingsverschillen in deze tabellen zijn mogelijk. Dollargevoelige projecten zijn opgenomen tegen een dollarkoers van € 0,75 of tegen een -specifiek voor dat project afgesloten- termijndollarkoers. Een meer uitgebreide toelichting op de projecten is te vinden in het Materieelprojectenoverzicht (MPO). Het MPO bevat informatie over de strategische materieelprojecten en de afstoting van wapens en wapensystemen. In het MPO wordt in aanvulling op de toelichtingen in de begroting onder meer beschreven hoe een materieelproject past in het defensiebeleid en samenhangt met andere materieelprojecten, evenals welke wijzigingen zich ten opzichte van het vorig jaar hebben voorgedaan.

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aanpassing Mijnenbestrijdings capaciteit (PAM)

186,3

183,4

2,9

       

2012

Fast Raiding Interception and Special forces Craft (FRISC)

28,6

9,9

14,0

3,5

1,2

   

2014

Instandhouding M-fregatten

57,8

27,3

12,0

12,0

6,5

   

2014

Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten

94,1

16,6

14,7

12,5

18,0

13,5

9,0

2018

Kwantitatieve versterking mariniersbataljons

10,4

4,8

2,1

2,0

1,5

   

2014

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

1 553,3

1 525,7

13,8

10,3

3,5

   

2014

Patrouilleschepen

529,7

456,7

42,6

16,1

14,2

   

2014

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

383,2

105,2

100,0

87,5

86,5

4,0

 

2015

Projecten in planning en realisatie

Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)

Het project behelst de modernisering van de mijnenjaagcapaciteit van tien mijnenbestrijdingsvaartuigen en zes schepen van de Belgische Flower-klasse, evenals de uitvoering van levensverlengend onderhoud aan deze schepen. De financiële situatie bij Defensie heeft geleid tot een vertraging. Het laatste gemoderniseerde vaartuig zal begin 2012 in de vaart worden genomen.

Fast Raiding, Interception and Special forces Craft (FRISC)

FRISC is een samenvoeging van een aantal vergelijkbare projecten voor de aanschaf van in totaal 48 kleine en snelle vaartuigen. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie is het project met twee jaar verlengd.

Kwantitatieve versterking mariniersbataljons

Het project behelst de verwerving van extra materieel en infrastructuur voor de personele uitbreiding van de twee manoeuvrebataljons van het Korps Mariniers. De aanzienlijke verlaging van het budget ten opzichte van vorig jaar is het gevolg van de overheveling van gelden voor de infrastructuur naar Beleidsartikel 26 CDC. De verwerving van materieel is met een jaar vertraagd doordat de contractonderhandelingen met de industrie langer duurden dan voorzien.

Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LC-fregatten)

Het project behelst de ontwikkeling en de bouw van vier LC-fregatten.

Patrouilleschepen

Het project behelst de vervanging van vier M-fregatten door patrouilleschepen voor de uitvoering van taken in het lagere deel van het geweldsspectrum. Het budget is met € 18,2 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling en vergroting van de munitievoorraad.

Verwerving Joint Logistiek Ondersteuningsschip (JSS)

Het project JSS behelst het ontwerp, de bouw en de indienststelling van een joint logistiek ondersteuningsschip. Het budget is met € 5,6 miljoen verhoogd als gevolg van een prijspeilbijstelling.

Projecten in planning zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Instandhouding Goalkeeper *

25–50

<25

<25

           

2012–2020

Instandhouding Luchtverdedigings- en Commandofregatten **

50–100

     

A

       

2015–2019

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

100–250

<25

<25

A

         

2013–2018

Midlife upgrade BV’s 206*

25–50

<25

<25

           

2011–2015

Modificatie MK48 torpedo*

50–100

<25

<25

           

2011–2017

*

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

**

Project komt voor mandatering in aanmerking.

Instandhouding Goalkeeper

Het project behelst de modernisering van de Goalkeeper. De Goalkeeper is een verdedigingsmiddel tegen inkomende Anti Surface Ship Missiles. Het project is twee jaar vertraagd als gevolg van de herschikkingen bij Defensie.

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

Met het project Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD) worden de Luchtverdedigings- en Commandofregatten op termijn voorzien van een verdedigingscapaciteit tegen ballistische raketten. In 2006 is een sensormodificatie met succes beproefd. Als gevolg van de herschikkingen bij Defensie begint het project twee jaar later.

Midlife upgrade BV206D (MLU BV206D)

De eenheden van het Korps Mariniers beschikken over voertuigen met een hoge terreinvaardigheid, in het bijzonder de BV206D en gepantserde rupsvoertuigen van het type Viking. De MLU BV206D betreft een levensduurverlengend onderhoud, waardoor de voertuigen operationeel inzetbaar blijven tot ten minste 2020. Als gevolg van vertraging in de verwervingsvoorbereidingsfase zal de levering van het eerste voertuig een jaar later plaatshebben.

Modificatie MK48 torpedo

Het project betreft de verbetering van het wapensysteem MK48 torpedo van de Walrusklasse onderzeeboten. De planning is in lijn gebracht met het project Instandhouding Walrusklasse onderzeeboten. De prijs per modificatiepakket blijkt hoger dan verwacht. Defensie onderzoekt momenteel hoe in de behoefte kan worden voorzien.

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

 

AGBADS

125,6

118,8

2,2

4,6

     

2013

Battlefield Management System (BMS)

62,7

46,2

13,4

3,1

     

2013

Datacommunicatie Mobiel Optreden (DCMO)

42,8

35,9

3,2

3,7

     

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling)

114,2

112,1

1,3

0,8

     

2013

Groot pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (productie)

729,6

178,5

114,0

142,6

140,5

119,6

31,5

2017

Infanterie Gevechtsvoertuig (IGV), productie en training

1 118,1

1 085,5

32,6

       

2012

Tactical Indoor Simulation (TACTIS)

84,1

83,4

0,7

       

2012

Vervanging genie- en doorbraaktank

87,4

41,1

38,9

7,4

     

2013

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) (ontwikkeling en productie)

Dit project betreft de internationale ontwikkeling en serieproductie van een nieuw pantserwielvoertuig. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van samenvoeging met het project C4I-Boxer en door prijspeilaanpassingen.

Infanteriegevechtsvoertuig (IGV), productie en training

Het project betreft de invoering van het pantservoertuig CV-90. Het projectvolume is verlaagd als gevolg van prijspeilaanpassingen.

Tactical Indoor Simulation (TACTIS)

Het doel van dit project is een belangrijke kwaliteitsverbetering in de opleidings- en trainingscyclus van de gemechaniseerde eenheden van het CLAS. Het systeem is geaccepteerd en operationeel in gebruik. De resterende werkzaamheden worden in 2011 voltooid en de gerelateerde betalingen duren tot 2012.

Vervanging genie- en doorbraaktank

Het project behelst de vervanging van de genie- en doorbraaktanks. Het projectvolume is verhoogd als gevolg van prijspeilaanpassingen.

Projecten in planning landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV) 1

25–50

     

A

       

2014–2019

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens1

50–100

     

A

       

2014–2017

Vervanging Bouwmachines, grondverzet- en wegherstelmiddelen1

25–50

     

A

       

2015–2018

Vervanging Brugleggende tank1

50–100

<25

     

D

     

2010–2021

Vervanging Mortier- opsporingsradar (MOR)1

50–100

     

A

       

2014–2018

Verwerving CE-pakketten IGV1

50–100

<25

 

A

         

2011–2017

Verwerving Precision Guided Munition (PGM) 2

<25

<25

             

2011–2017

Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION nieuwe generatie warmtebeeld waarnemingssystemen)1

25–50

     

A

       

2015–2018

1

Project komt voor mandatering in aanmerking.

2

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

Capability Upgrade Elektronische Oorlogvoering (CUP EOV)

Het project behelst de verbetering van het huidige EOV-systeem. Als gevolg van de beleidsbrief is het project met een jaar verschoven.

Defensiebrede vervanging van ondersteunende Klein Kaliber Wapens (KKW)

Dit project voorziet in een defensiebrede vervanging van meerdere ondersteunende wapens.

Vervanging Brugleggende tank

Het project behelst de vervanging van de brugleggende tanks. Het project is geherfaseerd en met drie jaar verlengd.

Vervanging mortieropsporingsradar (MOR)

Het project behelst de vervanging van mortieropsporingsradar. Deze radar is essentieel voor een goede situational awareness, in het bijzonder voor de bestrijding van vijandelijke grondwapens. Als gevolg van de beleidsbrief is het project herijkt en met drie jaar verlengd.

Verwerving CE-pakketten IGV

Het project behelst de verwerving van beschermingspakketten van het Infanterie Gevechtsvoertuig, het hoofdwapensysteem van de pantserinfanterie van de gemechaniseerde brigades. Het project is met twee jaar verlengd.

Verwerving Precision Guided Munition (PGM)

Het project behelst de verwerving van precision guided munition voor de pantserhouwitser. Het project is verdeeld in twee deelprojecten: de verwerving van geleide munitiesoorten en de verwerving van course correcting fuses. Het budget is verminderd tot onder de € 25 miljoen, waardoor het project niet als aparte regel zal worden opgenomen in de begroting 2013.

Warmtebeeld Light Infrared Observation Nightsight (LION)

Het project beoogt de defensiebrede vervanging van uiteenlopende waarnemingssystemen. Het betreft oude generaties helderheidsversterkers en warmtebeeldsystemen.

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aanschaf C-130 /(K)DC-10 Simulatoren

36,0

32,9

3,1

       

2012

AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS)

83,5

76,8

6,7

       

2012

AH-64D Upgrade

118,0

10,9

6,2

29,0

45,0

26,9

 

2015

Chinook uitbreiding en versterking (4 + 2)

364,6

311,2

49,6

0,7

1,9

1,2

 

2015

F-16 M5 modificatie

51,0

35,4

4,2

2,4

1,5

   

2014

F-16 Mode 5 IFF

39,3

13,2

12,1

7,5

5,5

1,0

 

2018

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

58,8

37,2

 

1,5

14,0

6,1

 

2015

F-16 Zelfbescherming (ASE)

81,0

5,6

13,0

26,0

36,4

   

2014

Vervanging F-16 (System Development and Demonstration)

792,1

791,0

1,1

       

2012

Vervanging F-16 NL projecten

41,5

37,7

3,8

       

2012

AH-64D Modernised Target Acquisition and Designation Sight (MTADS)

Het project behelst de verbetering van de detectie- en identificatiecapaciteit van de Apachehelikopter. De levering van de laatste vijf modificatiepakketten is vertraagd. Hierdoor worden de laatste helikopters aangepast in 2012.

AH-64D Upgrade

Het project behelst de modernisering van de Apachehelikopter. Met de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over een herfasering die binnen het contract kan worden uitgevoerd. Het betreft een financiële herschikking van een jaar. De vertraging bij de aanpassingen aan de laatste helikopters bedraagt ongeveer een half jaar.

Chinook uitbreiding en versterking

Naast een uitbreiding met vier toestellen en vervanging van twee toestellen, voorziet het project in de verwerving van beperkte voorzieningen voor de uitvoering en ondersteuning van speciale operaties. Na de eerste levering – naar verwachting eind 2011 – volgen de overige toestellen binnen een half jaar. Van de zes nieuwe Chinooks worden er drie gestationeerd in de Verenigde Staten (Fort Hood) voor opleiding en training. De verwerving van munitie maakt deel uit van het project en zal duren tot en met 2015.

F-16 M5 modificatie

Het M5 modificatieprogramma betreft een modernisering van zowel de hardware als de softwarevan het GPS-systeem, het gebruik van precisiewapens en de voorbereiding op een moderner elektronisch zelfbeschermingssysteem. De modificatieplanning van de F-16’s is verlengd en het projectbudget is geherfaseerd.

F-16 mode 5 IFF

In Navo-verband wordt het huidige Identification Friend or Foe (IFF) mode 4-systeem vervangen door mode 5. De aanvullende eisen die de Amerikaanse luchtvaartautoriteit heeft gesteld leiden naar verwachting tot een vertraging bij de invoering van het systeem en tot een herschikking van het projectbudget.

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 1

Dit project heeft tot doel de bewapening van de F-16 aan te vullen en te verbeteren. Het resterende projectbudget is naar aanleiding van de beleidsbrief verlaagd. Vanwege het langer doorvliegen met de F-16 wordt het resterende deel besteed aan de verwerving van laser- en GPS-geleide wapens voor de F-16. Deze wapens zijn ook geschikt voor de beoogde opvolger van dit toestel, de F-35.

F-16 Zelfbescherming (ASE)

Het betreft een verbetering van de zelfbescherming van de F-16 door een modernisering van de radarstoorzender en de verbetering van de presentatie in de cockpit. Met de beleidsbrief is aan de Kamer gemeld dat het project is geherfaseerd. De totale capaciteit zal naar verwachting in 2014, een jaar later dan voorzien, beschikbaar komen.

Vervanging F-16 SDD/NL projecten

Het project Vervanging F-16 heeft tot doel tijdig te voorzien in de vervanging van de F-16 jachtvliegtuigen. De uitgaven betreffen de deelneming aan de System Development and Demonstration (SDD)-fase van het F-35 programma en de Nederlandse projecten die deel uitmaken van de vaste Nederlandse bijdrage aan de SDD.

Projecten in planning luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

AH-64D Verbetering bewapening 1

25–50

 

<25

           

2013–2017

AH-64D Zelfbescherming (ASE) 2

50–100

<25

<25

B

         

2011–2016

Chinook Midlife Update (MLU)

>250

 

<25

A

         

2012–2018

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket1

25–50

               

2013–2015

F-16 M6.5 onderhoudstape1

<25

 

<25

           

2012–2015

F-16 Verbetering lucht-grond bewapening, fase 2

50–100

<25

<25

           

2010–2021

Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding

100–250

     

A

       

2015–2020

Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging1

50–100

   

A

         

2015–2017

Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en Luchtwaardigheid1

50–100

     

A

       

2016–2020

Patriot Vervanging COMPATRIOT1

25–50

<25

<25

           

2010–2015

Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding/productie

>250

100–250

100–250

       

D

 

t/m 2023

Vervanging Medium Power Radars in Wier en Nieuw Milligen2

50–100

< 25

 

B

C

D

     

2011–2016

1

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

2

Project komt voor mandatering in aanmerking

AH-64D Verbetering bewapening

Dit project behelst een herziening van het munitiepakket voor de Apache. In de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over de verlenging van het project met een jaar.

AH-64D Zelfbescherming (ASE)

Met dit project worden de Apachehelikopters voorzien van een volwaardig zelfbeschermingsysteem.

Chinook Midlife Update (MLU)

Het betreft de instandhouding van en noodzakelijke operationele verbeteringen aan de Chinook-helikopter.

F-16 infrarood geleide lucht-lucht raket

Het project behelst de vervanging van de infrarood geleide lucht-lucht raketten voor de F-16. Als gevolg van het besluit tot de vermindering van het aantal F-16»s is het projectbudget verlaagd en is de fasering aangepast.

F-16 Verbetering lucht-grondbewapening, fase 2

Dit project behelst de verbetering en aanvulling van de bewapening van de F-16 en de vervanger daarvan. Twee van de vijf deelbehoeften worden vervuld met de aanschaf van de Small Diameter Bomb I. Met de beleidsbrief is de Kamer geïnformeerd over een herfasering van de overige drie deelbehoeften naar de periode van 2018 tot 2021. Het hiervoor gereserveerde budget is verlaagd.

Langer doorvliegen F-16 – Instandhouding

De F-16 zal drie jaar langer doorvliegen dan was voorzien. Om de technische instandhouding te waarborgen moet een aantal componenten worden vervangen, waaronder een deel van de generatoren, de airconditioning van de cockpit, kanonslopen, vleugels en delen van de doelaanwijsapparatuur. Daarnaast is groot onderhoud nodig voor een deel van de motoren.

Langer doorvliegen F-16 – Operationele zelfverdediging

In operationeel opzicht zal de F-16allengs minder voldoen aan de eisen van de tijd, onder meer vanwege de proliferatie van hoogwaardige luchtverdedigingssystemen en moderne gevechtsvliegtuigen. Om de operationele inzetbaarheid te kunnen garanderen is een modernisering en uitbreiding van het operationele zelfbeschermingssysteem noodzakelijk. Dit project sluit aan bij het project F-16 Zelfbescherming (ASE).

Langer doorvliegen F-16 – Vliegveiligheid en Luchtwaardigheid

Om de vliegveiligheid en luchtwaardigheid te waarborgen zijn aanpassingen van de software noodzakelijk evenals de vervanging van onder meer de Modular Mission Computer.

Patriot Vervanging COMPATRIOT

Het verbindingssysteem COMPATRIOT ondersteunt de commandovoering en vuurleiding van het Patriotsysteem. Het huidige COMPATRIOT-systeem is technisch en economisch verouderd en dient te worden vervangen. Het project is geherfaseerd.

Vervanging F-16 Voortgezette verwervingsvoorbereiding/productie

Zoals gemeld in de beleidsbrief wordt in het investeringsoverzicht € 4,5 miljard gereserveerd voor de vervanging van de F-16. Dit kabinet neemt geen besluiten over de vervanger van de F-16, het aantal aan te schaffen toestellen en het daarvoor benodigde budget. Defensie is in het kader van de vervanging van de F-16 een aantal verplichtingen aangegaan, waarvan de belangrijkste hieronder worden opgesomd.

Defensie neemt deel aan het Production, Sustainment and Follow-on Development (PSFD) Memorandum of Understanding voor de F-35 (Joint Strike Fighter). Voorts heeft Defensie in mei 2008 een Memorandum of Understanding getekend voor deelneming aan de operationele testfase (IOT&E).

In het kader van de operationele testfase zijn verder verplichtingen aangegaan voor twee testtoestellen. In 2009 is een verplichting aangegaan voor het eerste testtoestel uit de Low Rate Initial Production (LRIP)-3 productieserie, inclusief bijkomende middelen en eind april 2011 voor het tweede testtoestel uit de LRIP-4 productieserie, tevens inclusief een deel van de bijkomende middelen.

Voor de overige nog te contracteren bijkomende middelen zijn nog geen verplichtingen aangegaan. Het eerste toestel wordt naar verwachting in augustus 2012 geleverd, het tweede toestel in maart 2013. Daarbij moet, zoals in de jaarrapportage over 2010 is gemeld, voor het eerste testtoestel rekening worden gehouden met een prijsstijging van ongeveer tien tot vijftien procent. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de geraamde uitgaven voor de PSFD, de IOT&E en de twee testtoestellen.

Projectomschrijving

Project-volume

Raming uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016 e.v.

PSFD MoU

123,0

71,3

10,8

8,7

2,6

2,3

27,3

2024

IOT&E MoU

21,0

     

10,6

10,4

 

2015

Testtoestellen inclusief bijkomende middelen

237,1

138,8

72,6

25,7

     

2013

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Project-volume

Raming uitgaven

Fasering tot

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 1 en 2

34,2

31,4

 

2,8

     

2013

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

133,0

99,4

9,0

9,0

9,1

6,5

 

2015

Modernisering navigatiesystemen

36,4

16,6

2,3

5,0

6,8

5,7

 

2015

NH-90

1 174,9

781,8

122,2

107,1

113,5

40,3

10,0

2016

Richtkijker wapen schutter lange afstand

30,5

21,2

4,0

3,3

2,0

   

2014

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED)

Het programma C-IED bestaat uit meerdere deelprojecten om de Improvised Explosive Devices (IED) dreiging breder aan te pakken. Het eerste blok is inmiddels voltooid, het tweede blok is in de realisatiefase. Blok 3 behelst de structurele inbedding van C-IED-middelen bij Defensie.

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn (MILSATCOM)

Het project betreft de behoefte aan satellietcapaciteit voor militair gebruik. Het project is geherfaseerd en met een jaar verlengd.

Modernisering navigatiesystemen

Dit project voorziet in een krijgsmachtbrede behoefte aan modernisering en uitbreiding van navigatiemiddelen en daarmee samenhangende maritieme identificatiemiddelen. Als gevolg van herschikkingen wordt het project met twee jaar verlengd.

NH-90

Defensie neemt deel aan het internationale NH-90 programma met als doel de aanschaf van twintig NH-90 helikopters. Met de brief van 20 mei 2011 (Kamerstuk 25 928, nr. 48) is de Kamer geïnformeerd over de herijking van het project. Het project is verlengd tot 2016.

Richtkijker wapen schutter lange afstand

Het geweer lange afstand (GLA) zal worden voorzien van apparatuur om onder alle omstandigheden effectief te kunnen worden ingezet. Het project is geherfaseerd en met twee jaar verlengd.

Projecten in planning defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Project-volume

In M€

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Planning DMP proces

Fasering

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Combat Identification (Combat ID) 1

25–50

   

A

         

2013–2017

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED) blok 33

50–100

 

< 25

A

         

2012–2022

Defensie bewaking en beveiligingssysteem (DBBS)

100–250

   

A

         

2013–2019

Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen

> 250

< 25

<25

B

C

D

     

2009–2019

Joint Fires3

25–50

   

A

         

2014–2018

Medium altitude long endurance (MALE) UAV

100–250

 

<25

A

         

2014–2017

MILSATCAP3

25–50

 

<25

A

         

2011–2018 2

Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/Mode S) 3

25–50

       

A

     

2014–2017

Uitbreiding CBRN capaciteiit in het kader van ICMS3

50–100

   

A

         

2012–2014

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

100–250

<25

<25

C

D

       

2007–2017

Vernieuwing TITAAN3

50–100

<25

<25

A

         

2011–2016

Vervanging grondterminals MILSATCOM3

25–50

         

A

   

2018–2020

Vervanging HF/VHF-radio (EZB/FM9000)

100–250

     

A

       

2013–2021

Vervanging licht indirect vurend wapensysteem (LIVS)3

50–100

     

A

       

2017–2020

Verwerving HV-brillen 4

25–50

<25

<25

           

2011–2014

1

Gemandateerde projecten waarvan de A-brief al aan de Kamer verzonden is.

2

Investeringsdeel

3

Project komt voor mandatering in aanmerking

4

Gemandateerde projecten waarvan het A-document al aan de Kamer verzonden is.

Combat Identification (Combat ID)

Combat ID geeft grond- en luchtgebonden eenheden een identificatiecapaciteit zodat het identificeren van eenheden vanuit de lucht, maar ook onderling op de grond, kan worden verbeterd. Het project is als gevolg van de herschikkingen bij Defensie met een jaar verlengd.

Defensie bewaking en beveiliging systeem (DBBS)

Dit project behelst de bedrijfsmatige vervanging van de verouderde elektronische bewakings- en beveiligingssystemen van de statische defensielocaties, zoals gebouwen en installaties.

Defensiebrede vervanging operationele wielvoertuigen

Het project behelst de defensiebrede vervanging van de operationele wielvoertuigen. Defensie streeft ernaar een deel van het project versneld uit te voeren.

Joint Fires

Voorwaartse waarnemers en Forward Air Controllers zullen worden samengevoegd in zogeheten Fire Support Teams die op compagniesniveau worden ingedeeld. Ten behoeve daarvan wordt uitrusting aangeschaft en is een modificatie nodig van de apparatuur voor doelbepaling. Hierdoor zal de uitwisseling tussen de Fire Support Teams van het CZSK en van het CLAS verder worden vergroot. De coordinatie tussen deze teams zal op brigade- en bataljonsniveau in een speciaal stafelement worden belegd.

MALE UAV

Op grond van de in 2006 vastgestelde behoefte aan strategische, operationele en tactische waarnemingscapaciteit wordt in lijn met de beleidsbrief het project Medium Altitude Long Endurance (MALE) UAV voortgezet. Het betreft de aanschaf van een systeem bestaande uit vier toestellen inclusief sensoren, grondelementen voor de bediening en de apparatuur voor dataverwerking.

MILSATCAP

Het project betreft de verwerving van militaire capaciteit op het gebied van satellietcommunicatie.

Nieuwe generatie identificatiesystemen (IFF mode 5/mode S)

Het project behelst de vervanging van het mode 4 IFF/mode 3A voor respectievelijk mode 5/mode S in Navo-verband. Als gevolg van herschikkingen is het project een jaar verschoven.

Uitbreiding CBRN-compagnie

Als gevolg van ICMS worden de capaciteiten voor chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) rampenbestrijding uitgebreid. Het betreft de oprichting van een tweede CBRN-verdedigingscompagnie, een CBRN-responscapaciteit en een multidisciplinaire trainingsfaciliteit.

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

Het doel van het project is de verbetering van de uitrusting en de (informatie-)ondersteuning van de te voet optredende soldaat. De periode waarin het materieel bij Defensie wordt ingevoerd is met een jaar verlengd. Hierdoor zullen de betalingen ook later eindigen.

Vernieuwing TITAAN (voorheen Vervanging deelsystemen TITAAN)

Iedere vijf jaar moeten de deelsystemen TITAAN, de basis ICT-infrastructuur voor grondgebonden optreden, worden vervangen. Als gevolg van de ontwikkelingen op ICT-gebied zijn daarnaast regelmatig aanpassingen aan het TITAAN-netwerk noodzakelijk. De instroom van het systeem is met een jaar vertraagd als gevolg van nadere studie om TITAAN geschikt te maken voor een defensiebrede toepassing.

Vervanging grondterminals MILSATCOM

Doel van het project is om te voorzien in een gefaseerde vervanging van de huidige mobiele landterminals van het Militaire Satelliet Communicatie (MILSATCOM)-systeem. Als gevolg van de beleidsbrief is het project een jaar verschoven.

Vervanging HF/VHF-radio (EZB/FM9000)

Het project behelst de vervanging van twee typen radio’s als deel van het draadloze transmissieplan Defensie.

Vervanging licht indirect vurend systeem (LIVS)

Dit project behelst de vervanging van grondgebonden vuursteuncapaciteit voor het CLAS en het CZSK bij de uitfasering van de 120mm mortieren. Deze vuursteuncapaciteit van de lichte eenheden heeft tot taak doelen te bestrijden die buiten het bereik liggen van de bij de gevechtseenheden ingedeelde wapensystemen. Het project is als gevolg van herschikkingen met twee jaar vertraagd.

Verwerving HV-brillen

Het project behelst de verwerving van helderheidsversterkende (HV)-brillen ten behoeve van het optreden in duisternis. Het betreft de vervanging van en daarnaast een aanvulling op de huidige door Defensie gebruikte HV-brillen. Het project is geherfaseerd en met een jaar verlengd.

Operationele doelstelling 2:

Instandhouding van materieel

Door de onderhoudscapaciteiten van de systeemlogistieke bedrijven te voegen bij de operationele commando’s worden (de verantwoordelijkheden voor) onderhoudswerkzaamheden geïntegreerd. Het wapensysteemmanagement blijft bij de Defensie Materieel Organisatie.

Motivering

Om de output van de operationele eenheden te verzekeren, moeten deze beschikken over voldoende inzetbaar materieel. De DMO voorziet hierin enerzijds door zorg te dragen voor (hoger) onderhoud aan de wapensystemen en de componenten hiervan en anderzijds door het op peil houden van de benodigde hoeveelheid reservedelen. Voor het verbeteren van de materiële beschikbaarheid van de wapensystemen tegen zo laag mogelijke kosten, gebruikt Defensie het «wapensysteemmanagement».

Het totaalbedrag dat de DMO in 2012 ter beschikking staat ter verwezenlijking van deze tweede eerste operationele doelstelling is € 648 miljoen.

Instrumenten

Voor de professionalisering van het wapensysteemmanagement wordt een aantal instrumenten ingevoerd. Het behelst uniforme systeem- en Integrated Logistic Support-plannen, verbeterde opleidingen, categorisering van het materieel, verbeterde en integrale instandhoudingsanalyses, kenniscentra, aansluiting bij SAP en kostenmodellen, verheldering van ketens en ketenprocessen en verbetering van informatievoorziening in de keten door het gebruik van portals.

Redeployment ISAF

De werkzaamheden die de DMO uitvoert ten behoeve van de redeployment duren naar verwachting tot eind 2012. Dan zal het materieel zijn opgenomen in de voorraden, overgedragen aan de operationele commando’s, afgestoten of geschonken aan derden. Door een tekort aan personeel kunnen de richtlijnen voor de onderhoudsniveaus niet worden toegepast voor het CLAS, het CKmar en voor het materieel dat door fast track procurement is verworven. De DMO maakt daarom gebruik van externe capaciteiten. Het budget voor de redeployment maakt geen deel uit van beleidsartikel 25, maar is opgenomen in beleidsartikel 20 Inzet.

De inspanningen voor de DMO liggen op de gebieden van:

  • Het sluiten van contracten voor de uitbesteding van werk, de aankoop van reservedelen en voor

vervangingsinvesteringen.

  • De afstoting van overtollig materieel, zowel vanuit het missiegebied als vanuit Nederland;

  • De uitvoering van werkzaamheden door de Logistieke Bedrijven van de DMO;

  • Het geven van advies en het verlenen van assistentie op het gebied van systeem- en ketenlogistiek.

Prestatiegegevens DMO

De prestaties op het gebied van logistieke ondersteuning door de DMO aan de andere defensieonderdelen worden vastgelegd in ondersteuningsovereenkomsten. Tussen de gebruiker, de normsteller en de onderhouder wordt op meerdere niveaus overleg gevoerd over de uitvoering daarvan. Centraal daarbij staat het door de DMO uit te voeren onderhoud aan de hoofdwapensystemen en in het verlengde daarvan de tijdige beschikbaarheid van het (hoofd)wapensysteem voor de operationele inzet. Daarnaast heeft in zogenoemde «klantenraden» bilaterale afstemming plaats tussen elk van de ketenlogistieke bedrijven en de klanten waarbij de levering van brandstof, munitie en kleding- en persoonsgebonden uitrusting centraal staat.

De leverbetrouwbaarheid van bevoorrading vormt hierbij vooralsnog de belangrijkste indicator voor de tijdige beschikbaarheid van het materieel dat de operationele commando’s nodig hebben. De leverbetrouwbaarheid van bevoorrading wordt in de vorm van prestatie-indicatoren gerapporteerd door de ketenlogistieke bedrijven.

Indicator

Toelichting

Streefwaarde

Leverbetrouwbaarheid bevoorrading

De indicator geeft inzicht in de mate waarin de leveringen uit de voorraad worden gerealiseerd.

80%

     
 

Berekeningswijze

 
     
 

Het aantal tijdige leveringen van de voorraad gedeeld door het aantal in de meetperiode gedane voorraadaanvragen x 100%

 

De streefwaarde van de indicator «leverbetrouwbaarheid bevoorrading» is voor alle DMO-bedrijven op 80 procent gesteld. De streefwaarde vormt een goed uitgangspunt voor een verantwoord evenwicht tussen doeltreffendheid en doelmatigheid. De doeltreffendheid wordt gewaarborgd door een goed inzicht in de bevoorrading van de kritische artikelen die nodig zijn voor de operationele gereedheid en door daarnaast de kwaliteit van de bevoorrading in de inzetgebieden voorop te stellen. De doelmatigheid wordt gewaarborgd door de streefwaarde niet onnodig hoog te laten zijn.

In 2012 zal de DMO in de vorm van een pilot bij de meting van de prestaties op het gebied van bevoorrading onderscheid gaan maken tussen reguliere activiteiten tijdens oefeningen en training (O&T) en activiteiten bij operaties. Hierdoor zal, onder andere, meer inzicht ontstaan in de gevolgen van operaties op de reguliere O&T-activiteiten.

Operationele doelstelling 3:

Afstoting overtollig materieel

De DMO is binnen Defensie belast met de afstoting van overtollige roerende zaken. Bij afstoting heeft verkoop de voorkeur en dat geschiedt in samenwerking met Domeinen Roerende Zaken, onderdeel van het ministerie van Financiën.

Een raming van de verkoopopbrengsten voor de komende jaren is in de begroting opgenomen. Een deel van de opbrengsten is zeker, aangezien het termijnbetalingen betreft van reeds gesloten contracten.

Bij de afstoting van roerende zaken wordt onderscheid gemaakt tussen strategische en niet-strategische roerende zaken. Overtollige niet-strategische roerende zaken worden rechtstreeks aan de Domeinen Roerende Zaken overgedragen en openbaar verkocht. Strategische roerende zaken zoals wapensystemen worden om veiligheidsredenen niet aan Domeinen overgedragen. De verkoop geschiedt in samenwerking met Domeinen in principe op grond van government-to-government overeenkomsten. Iedere voorgenomen verkooptransactie van strategisch materieel wordt in de commissie «verkoop defensiematerieel» behandeld. Hierin zijn de ministeries van Financiën, Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Landbouw & Innovatie en Defensie vertegenwoordigd.

Overtollige waardevolle wapensystemen kunnen veelal niet in de bestaande staat worden verkocht. Ze worden in de door de klant gewenste staat van onderhoud gebracht of gemodificeerd. Daarnaast is het meestal noodzakelijk personeel op te leiden. Dit gebeurt op meerdere opleidingsinstituten. Defensie streeft ernaar het ondersteuningspakket zo beperkt mogelijk te houden zodat slechts een gering beroep wordt gedaan op de personele en materiële capaciteiten van Defensie.

Als gevolg van de economische crisis bieden verkopers meer materieel aan en kunnen kopers op de markt voor defensiematerieel minder besteden. In 2011 is er contact geweest met mogelijke kopers. Desondanks zijn tot nu toe nog geen grote verkoopcontracten gesloten. Wel is op grond van de in voorgaande jaren gesloten contracten materieel overgedragen, onder andere F-16’s aan Chili.

Projecten in Afstoting

Bevoorradingsschip

Het project behelst de afstoting van Hr.Ms. Zuiderkruis en Hr.Ms. Amsterdam.

Mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaar-klasse

Het project behelst de afstoting van vier mijnenjagers.

Lynx-helikopter

Het project behelst de afstoting van twintig helikopters.

Agusta Bell 412 Search And Rescue

Het project behelst de afstoting van drie helikopters.

Leopard 2A6 Gevechtstank

Het project behelst de afstoting van 119 gevechtstanks.

Pantserhouwitser

Het project behelst de afstoting van 32 pantserhouwitsers.

Pantserrupscommandovoertuig M-577

Het project behelst de afstoting van de nog resterende dertig pantserrupscommandovoertuigen M-577. Deze worden voor een deel vervangen door de Fennek, de CV-90 en de Boxer.

Pantserrupsvoertuig tegen luchtdoelen (PRTL)

Het project behelst de afstoting van zestig pantserrupsvoertuigen Cheetah die zijn vervangen door het Stinger-wapensysteem.

Pantserrupsvoertuig YPR-765 en YPR-806

Het project behelst de afstoting van 539 pantserrupsvoertuigen. Deze worden voor een deel vervangen door de Fennek, de CV-90 en de Boxer.

F-16 vliegtuigen in MLU-configuratie

Het project behelst de afstoting van aanvankelijk negentien en nu nog achttien F-16 toestellen. Een toestel is in maart 2011 door een ongeval zwaar beschadigd en moest worden afgeschreven.

Cougar-transporthelikopter

Het project behelst de afstoting van de Cougar-transporthelikopters.

DC-10 vliegtuig

Het project betreft de afstoting van een DC-10 vliegtuig. Naar aanleiding van de motie van het lid Voordewind van 6 juni jl. (Kamerstuk 32 733, nr. 28) zal Defensie het toestel tot en met 2013 aanhouden.

Fennek Medium Range Anti Tank (MRAT) pantserwielvoertuig

Het project betreft de afstoting van de helft van de tachtig MRAT-wapensystemen.

Fokker 50 Vliegtuig

Het project behelst de afstoting van twee Fokker 50-vliegtuigen die geschikt zijn voor passagiersvervoer.

2.2.7 Commando DienstenCentra (CDC) – beleidsartikel 26

Algemene doelstelling

Het Commando DienstenCentra (CDC) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het CDC draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht, is wereldwijd actief en voorziet in randvoorwaarden en faciliteiten zodat de defensieonderdelen zich kunnen concentreren op hun kerntaken.

Samenhang met defensiebeleid

Om de krijgsmacht effectief te kunnen inzetten is het noodzakelijk dat de operationele eenheden over producten en diensten kunnen beschikken die hen ondersteunen bij de uitvoering van het primaire proces. De levering van deze producten en diensten heeft plaats binnen de daarvoor gestelde financiële en normatieve kaders.

Verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het CDC een bijdrage levert.

Externe factoren

Het CDC wordt nadrukkelijk beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals door ontwikkelingen op de markt. De omvang, de ambitie en de samenstelling van de krijgsmacht beïnvloeden de vraag naar producten en diensten van het CDC.

Budgettaire gevolgen van het beleid

De financiële middelen die het CDC ter beschikking staan voor het behalen van de operationele doelstellingen van Defensie zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Hierin is een splitsing aangebracht tussen de indeling in bedrijfsgroepen in de jaren 2010 en 2011 en de indeling in divisies vanaf 2012. Tevens is deze tabel budgettaire gevolgen voor jaren 2010 en 2011 ingedeeld conform de oude definities van apparaat- en programma-uitgaven. Vanaf 2012 zijn de nieuwe definities gehanteerd.

Bedragen x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

1 042 011

1 140 688

988 278

934 848

843 710

871 489

817 878

Uitgaven

             

Programma-uitgaven

             

waarvan juridisch verplicht per 31-12-2011

   

145 848

80 477

51 851

27 501

15 528

Dienstverlenende eenheden

   

12 262

11 674

11 573

10 180

10 180

Bedrijfsgroep Informatievoorziening en technologie

50 764

55 842

         

Bedrijfsgroep Transport

93 032

74 044

         

Bedrijfsgroep Gezondheidszorg

92 562

81 319

         

Bedrijfsgroep Facility Services

210 522

170 551

         

Bedrijfsgroep Personele diensten

115 619

103 162

         

Nederlandse Defensie academie

58 563

57 073

         

Attachés

21 939

20 688

         

Investeringen infrastructuur

219 435

170 551

157 749

193 384

136 209

159 661

159 111

Investeringen informatievoorziening

88 300

84 987

69 680

79 486

91 567

89 421

95 400

Exploitatie informatievoorziening

143 657

137 459

         

Totaal programma-uitgaven

1 094 393

955 676

239 691

284 544

239 349

259 262

264 691

Apparaatsuitgaven

             

Staf CDC

53 070

175 145

20 858

20 858

15 802

15 803

12 802

Ondersteuning operationele eenheden

 

 

769 289

707 511

641 758

605 508

608 780

Bijdragen aan SSO's

12 294

9 867

9 013

9 117

9 096

9 120

9 120

Attachés

   

20 327

20 085

18 398

16 706

16 706

Apparaatsuitgaven verdeeld naar categorie:

             

personele uitgaven

   

423 911

405 397

360 503

344 213

346 137

huisvesting

   

96 365

85 936

83 672

82 498

81 076

ICT

   

143 152

134 623

131 710

117 469

117 470

overige exploitatie

   

156 058

131 754

109 169

102 957

102 725

Totaal apparaatsuitgaven

65 364

185 012

819 487

757 571

685 054

647 137

647 408

Totaal Uitgaven

1 159 757

1 140 688

1 059 178

1 042 115

924 403

906 399

912 099

Totale ontvangsten

68 915

164 535

53 769

85 519

69 719

61 819

55 319

waarvan verkoopopbrengsten

19 234

99 166

9 400

41 200

25 400

17 500

11 000

waarvan overige ontvangsten

49 681

65 369

44 369

44 319

44 319

44 319

44 319

Nieuwe indeling CDC vanaf 2012

De bezuinigingen van de beleidsbrief van 8 april 2011 maken het noodzakelijk de doelmatigheid van de CDC-organisatie nader te bezien. Al in 2011 is een reorganisatie ingezet waarbij afscheid wordt genomen van de bedrijfsgroepen van het CDC. Door samenvoeging van bestaande (staf)elementen van de bedrijfsgroepen en de staf van het CDC kan doelmatiger worden geopereerd. Als tussenstap in het veranderingsproces worden de zeven bestaande bedrijfsgroepen met ingang van 2012 omgevormd tot vier nieuwe divisies. Het betreft de divisies Facilitair & Logistiek, Personeel & Gezondheid, Vastgoed & Beveiliging en Informatievoorziening. De Nederlandse Defensie Academie (NLDA) blijft naast de divisies als afzonderlijke eenheid bestaan.

Met de beschreven veranderingen ontstaat een flexibele organisatie die snel kan reageren op veranderingen in haar omgeving en waarbij de interne ondersteuning optimaal is georganiseerd. Benchmarkonderzoeken en sourcing-toetsen zorgen ervoor dat het CDC als interne leverancier binnen de defensieorganisatie de prijzen zo laag mogelijk en marktconform houdt.

In onderstaande tabel zijn de totale uitgaven verdeeld over de eenheden van CDC:

Bedragen x € 1 000

2012

2013

2014

2015

2016

Verdeling gelden naar divisies CDC

1 059 178

1 042 115

924 403

906 399

912 099

Staf CDC

20 858

20 858

15 802

15 803

12 802

Divisie Facilitair en Logistiek

189 997

166 605

147 680

143 838

145 215

Divisie Informatievoorziening

270 910

264 339

261 439

238 334

243 637

Divisie Vastgoed en Beveiliging

234 978

268 147

204 026

225 575

225 150

Divisie Personeel en Gezondheid

157 163

138 383

112 678

109 166

110 079

Nederlandse Defensie academie

41 697

39 827

35 895

34 909

35 053

Defensieattachés

20 327

20 085

18 398

16 706

16 706

Overige exploitatie

123 248

123 871

128 485

122 068

123 457

Budgetflexibiliteit

De programma-uitgaven bestaan uit investeringen en overige programma-uitgaven. In het kader van de investeringen is in januari 2012 voor 61 procent contractuele verplichtingen aangegaan. Voor de overige programma-uitgaven is 48 procent juridisch verplicht. Het niet-juridisch verplichte deel van de programma-uitgaven is in principe verbonden aan het vastgestelde activiteitenniveau teneinde te komen tot realisatie van de operationele doelstellingen in de beleidsartikelen 20, 21, 22, 23 en 24.

Instrumenten

De commandant van het CDC beschikt na de reorganisatie nog over een klein kabinet voor de persoonlijke ondersteuning. Daarnaast is de interne ondersteuning van het CDC samengevoegd in een ondersteuningsgroep. Daarin zijn taken als Finance and Control, Personeel en Organisatie, communicatie en bestuursondersteuning voor het gehele CDC gecentraliseerd. De ondersteuning die door de dienstverlenende eenheden van het CDC wordt geleverd, wordt hieronder kort toegelicht.

Divisie Facilitair & Logistiek

De divisie CDC Facilitair & Logistiek is gericht op lokale en regionale dienstverlening en bestaat uit de voormalige bedrijfsgroepen Facility Services, Catering en Transport. De divisie draagt onder andere bij aan de inzet en operationele gereedheid van de operationele commando’s door het bewaken van een strategische voedselvoorraad, evenals door het verzorgen van tijdige verplaatsingen bij zowel inzet als operationele gereedstelling. Deze onderstaande drie indicatoren vormen de verantwoordingsinformatie van de divisie Facilitair & Logistiek.

Prestatie-indicator

Strategische voorraad rantsoenen

Formule

Daadwerkelijk aanwezige voorraad gedeeld door de benodigde voorraad volgens operationele aanwijzingen keer 100%

Norm

≥100%

Prestatie-indicator

Kwaliteit & tijdigheid strategische verplaatsingen – Inzet

Formule

Aantal correct uitgevoerde verplaatsingen luchttransport Afghanistan gedeeld door het totaal aantal verplaatsingen luchttransport Afghanistan keer 100%

Norm

95%

Prestatie-indicator

Kwaliteit & tijdigheid strategische verplaatsingen – OG

Formule

Aantal correct uitgevoerde verplaatsingen in het kader van operationele gereedheid gedeeld door het totaal aantal verplaatsingen in het kader van operationele gereedheid keer 100%

Norm

95%

Divisie Personeel & Gezondheid

Binnen deze divisie bestaan het cluster Personele Diensten (CPD) en het cluster Gezondheidszorg (CG). De prestatie-indicator die bij het CPD centraal staat, is de realisatie van de instroomketen.

De prestatie-indicatoren die bij het CG centraal staan, zijn de levering en voorradigheid van medische ge- en verbruiksartikelen, de levering en voorradigheid van bloed en bloedproducten, de samenwerking met relatieziekenhuizen en medische opleidingen.

Prestatie-indicator

Levering medische ge- en verbruiksartikelen

Formule

De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van ge- en verbruiksgoederen door het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum aan vredesoperaties.

Norm

95%

Prestatie-indicator

Voorraad medische ge- en verbruiksartikelen

Formule

Hoeveelheid middelen die beschikbaar is versus het totaal aantal middelen dat beschikbaar zou moeten zijn. Het betreft de materiële gereedheid (in aantallen) van de strategische voorraad geneesmiddelen.

Norm

≥100%

Prestatie-indicator

Levering bloed en bloedproducten

Formule

Over een periode gerealiseerde orders van bloedproducten door de Militaire Bloedbank (MBB) versus geplande/gevraagde orders.

Norm

95%

Prestatie-indicator

Voorraad bloed en bloedproducten

Formule

Hoeveelheid middelen die beschikbaar is versus het totaal aantal middelen dat beschikbaar zou moeten zijn. Het betreft de materiële gereedheid (in aantallen) van de strategische voorraad bloed (lineaire opbouw in het jaar).

Norm

≥100%

Prestatie-indicator

Inzet medisch-specialistische teams

Formule

De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van medisch-specialistische teams door het Instituut Defensie Samenwerking Relatieziekenhuizen.

Norm

95%

Prestatie-indicator

Medische opleidingen

Formule

De gerealiseerde versus geplande/gevraagde levering van het aantal geneeskundige opleidingen.

Norm

95%

Divisie Vastgoed & Beveiliging 44

De divisie Vastgoed & Beveiliging is de vastgoedbeheerder van Defensie en komt voort uit de bedrijfsgroep Vastgoed en beveiliging.

Divisie Informatievoorziening 45

De divisie, voortkomend uit de bedrijfsgroep IVENT, levert hoogwaardige ICT-diensten en beheert voor Defensie de werkplekken, de ICT-infrastructuur en (defensie)applicaties. De divisie draagt tevens zorg voor de documentaire informatievoorziening. De Joint CIS Group (JCG) is de huisleverancier van de operationele communicatie- en informatiesystemen van de operationele commando’s ter ondersteuning van de commandovoering bij militaire operaties en oefeningen en draagt hiermee bij aan de operationele gereedheid. De gereedstelling en inzet van de operationele informatievoorziening (IV) vormen de prestatie-indicator voor deze divisie op het vlak van inzet en operationele gereedheid.

Prestatie-indicator

Operationele IV JCG Inzet

Formule / definitie

De mate waarin de Joint CIS Group (JCG) aan de gemaakte afspraken heeft voldaan in de afgelopen periode met betrekking tot de afgesproken ondersteuning over de door de JCG beheerde netwerken/systemen.

Norm

80%

Prestatie-indicator

Operationele IV JCG Operationele Gereedstelling

Formule

De verwachting voor de komende periode ten aanzien van de door de JCG beheerde netwerken en systemen levering van de gevraagde ondersteuning.

Norm

80%

NLDA

De NLDA bestaat uit het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de Koninklijke Militaire Academie (KMA), de Faculteit Militaire Wetenschappen (FMW), het Instituut Defensie Leergangen (IDL) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). De NLDA biedt officieren (en daarmee gelijkgesteld burgerpersoneel) initiële, middelbare en hogere militaire opleidingen gedurende de gehele loopbaan. Met deze opleidingen draagt het NLDA bij aan de operationele gereedheid van de operationele commando’s.

Investeringen Infrastructuur

Grote infrastructuurprojecten in realisatie (bedragen x € 1 miljoen)

Projectomschrijving

Voor Defensie-onderdeel

Projectvolume

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Fasering tot

Nieuwbouw Schiphol

CKmar

140,4

95,8

31,2

13,4

     

2013

Herbelegging infrastructuur vliegbases

Soesterberg en Gilze-Rijen

CLSK

206,1

205,2

0,9

       

2012

Infrastructuur en voorziening KMA

CDC

52,3

20,7

     

7,3

3,2

2018

Hoger Onderhoud Woensdrecht

DMO

76,6

21,4

26,1

17,8

11,3

   

2014

Aanpassing/renovatie

Plein/Kalvermarktcomplex

Algemeen

26,0

22,2

3,8

       

2012

Nieuwbouw LOKKmar

CKmar

84,5

16,0

19,0

23,3

20,1

6,1

 

2015

EPA Maatregelen

Algemeen

64,4

11,4

8,7

8,7

8,7

8,7

8,7

2018

Nieuwbouw Schiphol

Het project Nieuwbouw Schiphol ten behoeve van het CKmar wordt later opgeleverd dan oorspronkelijk gepland als gevolg van een vertraging bij de aanbestedingsprocedure. Het totale projectvolume is met € 4 miljoen verhoogd naar € 140,4 miljoen door het amendement van de leden Brinkman en Knops (Kamerstuk 32 123 X, nr. 53). Door gunstige aanbestedingen en deze verhoging kan het perceel Schieten, Sporten en School weer worden opgenomen in het project en als zodanig worden aanbesteed.

Herbelegging infrastructuur Vliegbases Soesterberg en Gilze-Rijen

Het project bevindt zich in de laatste fase en wordt in 2012 in zijn geheel voltooid.

Infrastructuur voorziening KMA

Het project zal wegens de bezuinigingen en in het kader van de uitwerking van het Herbeleggingspan Vastgoed Defensie worden herbezien. Hierbij wordt gestreefd naar een doelmatiger belegging en verdere concentratie van onderdelen van de NLDA waarvan de KMA deel uitmaakt. In afwachting van deze uitwerking en de nadere besluitvorming van deze plannen is de realisatie van fase 2 van dit project voorlopig doorschoven naar de periode 2015–2018.

Hoger onderhoud Woensdrecht

De realisatie van diverse deelprojecten (nieuwbouw van het hoofdgebouw, werkcentrum Avionica en het logistiek complex) is vertraagd doordat een integraal vergunningstraject moest worden doorlopen waarmee vooraf geen rekening was gehouden. Inmiddels is het vergunningentraject voltooid en is een aanvang gemaakt met de realisatie van de eerste deelprojecten. De voltooiing wordt nu verwacht in 2014.

Aanpassing en renovatie Plein/Kalvermarkt-complex

Het complex wordt volgens de huidige planning eind 2011 door de aannemer aan de Rijksgebouwendienst opgeleverd. De uitvoering loopt momenteel volgens planning. De ingebruikname is voorzien voor eind 2012 nadat Defensie de benodigde aanvullende beveiligingsvoorzieningen, IV-voorzieningen en overige inrichting heeft voltooid. In het kader van de bezuiniging op de staven van 30 procent en de invoering van het overheidsbrede «Nieuwe Werken»-concept, zal de uiteindelijke belegging van het complex bij de uitwerking van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie worden herzien.

Nieuwbouw Landelijk Opleidings- en Kenniscentrum CKmar (LOKKMAR)

Het LOKKMAR zal worden ondergebracht op het complex Koning Willem III/Frank van Bijnenkazerne in Apeldoorn. De realisatieperiode zal naar verwachting duren tot in 2015.

Energie Prestatie Adviezen (EPA)

Dit project betreft een verzameling van energiebesparende maatregelen voor de bestaande infrastructuur. Mede door dit project kan 2 procent energiereductie per jaar worden behaald. De uitvoering geschiedt grotendeels in combinatie met het jaarlijks uit te voeren onderhoud aan de infrastructuur van Defensie.

De uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit deze adviezen zal een aanmerkelijke besparing van het energieverbruik van het vastgoed opleveren. De verwachting is dat het energieverbruik van het vastgoed met 11 procent kan worden gereduceerd. De benodigde financiering voor het uitvoeren van de maatregelen is € 64,4 miljoen. Vanwege de bezuinigingen op Defensie is de realisatie iets versneld waarmee eerder besparingen worden gehaald in de exploitatie. Met ingang van 2012 is de jaarlijkse kasgeldreservering verhoogd van € 3,7 miljoen naar € 8,7 miljoen per jaar.

Grote infrastructuurprojecten in planning (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Ten behoeve van

Project-volume

Verwachte uitgaven t/m 2011

Verwachte uitgaven in 2012

Fasering tot

Nieuwbouw DLBE CKmar

CKmar

25–50

   

2015–2017

Herbelegging Frederikkazerne

BS/CDC/DMO

   

<25

 

Project District Landelijke en Buitenlandse Eenheden CKmar (DLBE CKmar)

Het project DLBE CKmar is verschoven naar 2015 en verder zodat prioriteit kan worden gegeven aan andere projecten, zoals het project «Aanpassen en uitbreiden infrastructuur van de Brigade Speciale Beveiliging (BSB) Camp New Amsterdam».

Herbelegging Frederikkazerne

Door het herbeleggingsplan Haagse regio evenals de ontruiming van de Alexanderkazerne voor de komst van het Internationale Strafhof, dient de Frederikkazerne te worden herbelegd ten behoeve van functies afkomstig van de Alexanderkazerne en vanuit de Haagse regio. Ook dit project zal ten aanzien van de inhoud en planning nader worden bezien vanwege de bezuinigingen en de uitwerking van het Herbeleggingsplan Vastgoed Defensie.

Investeringen Informatievoorziening (IV)

Investeringen informatievoorziening (IV) (bedragen x € 1 miljoen)

Project-omschrijving

Projectvolume

t/m 2011

2012

2013

2014

2015

2016

Fasering tot

ERP/M&F (SPEER)

268,1

237,8

16,5

12,4

1,4

   

2014

Defensiebrede vervanging C2000 Randapparatuur

7,6

3,6

 

4,0

     

2013

DEFCERT fase 1

7,5

3,8

3,7

       

2012

EKMS (Cryptosleutelmanagement)

18,0

0,7

2,4

4,9

4,9

5,1

 

2015

@migo

19,0

16,4

2,6

       

2012

Legacy ERP (PALS)

34,2

24,6

4,8

4,8

     

2013

SPEER (ERP/M&F)

SPEER (Strategic Process & ERP Enabled Reengineering) is het defensiebrede programma voor het verbeteren, standaardiseren en integreren van de financiële en materieellogistieke processen. Dit verandertraject wordt ondersteund door de invoering van een Enterprise Resource Planning (ERP) van Systemen, Applicaties en Producten in gegevensverwerking (SAP). ERP is een geïntegreerd informatie- en besturingssysteem voor bedrijfsmatige processen.

Defensiebreed Computer Emergency Response Team (DEFCERT)

Voor de operationele inzetbaarheid doet Defensie steeds vaker een beroep op ICT. Deze operationele ICT wordt steeds geavanceerder doordat defensiebreed wereldwijd wordt samengewerkt. Ondertussen neemt echter ook de kwetsbaarheid van de ICT toe. Misbruik van ICT-systemen wordt steeds professioneler georganiseerd en bovendien eenvoudiger en goedkoper. De oprichting van het DEFCERT heeft als doel deze kwetsbaarheden proactief en reactief te verminderen. DEFCERT onderhoudt relaties met vergelijkbare nationale en internationale organisaties voor de noodzakelijke ondersteuning en kennisuitwisseling. Eind 2012 is DEFCERT naar verwachting gereed.

EKMS (Electronic Key Management System)

Defensie gebruikt voor haar taakuitvoering informatie met een vertrouwelijk of gerubriceerd karakter. Cryptomiddelen voorzien daarbij in de beveiliging. Het aanmaken, registreren en uitgeven van cryptosleutels, codeboeken, crypto hard- en software en documentatie gebeurde tot 2010 grotendeels handmatig en decentraal. Vanaf 2010 zijn cryptoproducenten, waaronder de Navo, de productie van papieren cryptogegevens gaan vervangen door elektronische leveringen. Digitale cryptogegevens dienen op een adequate manier te worden verwerkt, waarbij het beheer geautomatiseerd wordt ondersteund. TNO heeft onlangs vastgesteld dat hiervoor een geautomatiseerd systeem, het zogenaamde Electronic Key Management System (EKMS), het meest adequaat is. De invoering wordt voorzien vanaf 2012.

@MIGO-BORAS (Informatiegestuurd Optreden)

De doelstelling van @MIGO-BORAS is het versterken van de informatiepositie van het CKmar en het effectiever en planmatiger uitvoeren van het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Dit gebeurt via een camerasysteem dat verschillende voertuigkenmerken kan herkennen. Hierdoor wordt een effectievere bestrijding van illegale immigratie mogelijk. Het nieuwe systeem kan ook (geanonimiseerde) passagegegevens van voertuigen verzamelen teneinde beter inzicht in verkeersstromen en patronen te verkrijgen. Het systeem zal op 1 januari 2012 in gebruik worden genomen.

PALS (Project Aanpassen Legacy SPEER)

PALS is het project dat zorgt voor de koppeling tussen SAP en andere informatiesystemen van Defensie, inclusief de daarvoor benodigde aanpassing van deze systemen. Het betreft zowel permanente koppelingen met systemen die niet worden vervangen door SAP, als tijdelijke koppelingen met systemen die wel worden vervangen. PALS volgt de planning van het programma SPEER. Het budget voor PALS is een voorziening voor de verwerving van externe deskundigheid bij het ontwerp, de bouw, het testen en het in bedrijf stellen van koppelingen tussen legacy-systemen en SAP. Zoals gemeld in de antwoorden op schriftelijke vragen naar aanleiding van de halfjaarlijkse voortgangsrapportage SPEER van 27 juni jl. (31 460, nr. 20) bleek in 2010 dat minder externe deskundigheid nodig was voor het project dan voorzien. Dat is ook voor 2011 het geval. Daarop is besloten tot een verlaging van het PALS-budget.

1

In de refertes wordt verwezen naar de meest recente c.q. relevante Kamerbrieven dan wel andere documenten over de betreffende missie.

19

De 101 CBRN-verdedigingscompagnie is ingericht ter bestrijding van chemische, biologische, radioactieve of nucleaire rampen.

44

Meer informatie is te vinden in hoofdstuk 3 Baten-lastendiensten.

45

Idem.

Licence