Base description which applies to whole site

Inspectie Leefomgeving en Transport

Introductie

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu kent een scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Het formuleren van beleid en wet- en regelgeving is primair belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. De toezichthoudende taken zijn belegd bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Deze nieuwe inspectie ontstaat door de samenvoeging van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de VROM-Inspectie per 1 januari 2012.

In 2011 is gewerkt aan de voorbereidingen voor de integratie van de inspecties (hoofdinrichting, besturing, huisvesting, ICT en HRM).

De doelstelling van de Inspectie Leefomgeving en Transport is het stimuleren en bewaken van veilige vervoers- en watersystemen en een duurzame leefomgeving.

De inspectie onderhoudt en versterkt de bereidheid tot naleving van verplichtingen vanuit een rechtskader waarbij rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en rechtmatigheid de leidende beginselen zijn. Een dienstverlenende houding en respect voor ondertoezichtstaanden en passagiers zijn bepalend bij haar optreden.

Producten en diensten

De producten en diensten van de Inspectie betreffen de toelating op de markt (vergunningen) en vervolgens de handhaving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

1. vergunningverlening

Nieuwe toetreders tot een markt moeten aan wettelijke eisen voldoen. Wordt daar aan voldaan, dan verleent de inspectie één of meer vergunning(en) of certificaten. De wetgever verbindt door die keuze veiligheidseisen aan marktordeningsprincipes: zonder vergunning mag het bedrijf niet handelen.

2. toezicht

Het handhaven van wet- en regelgeving geschiedt door middel van dienstverlening, toezicht en opsporing.

Het zwaartepunt van de inspectieactiviteiten ligt op het terrein van het toezicht. De inspectie kent de volgende vormen:

  • objectinspecties;

  • bedrijfsinspecties;

  • audits;

  • convenanten;

  • digitale inspecties

Toezicht wordt gehouden vanuit het beginsel «vertrouwen, tenzij». Basis daarvoor vormt een nog verder uit te werken risicoselectiesysteem. Bij correcte naleving krijgt de ondertoezichtstaande minder toezicht en kunnen handhavingsconvenanten worden gesloten (horizontaal toezicht). Fysieke inspecties (objecten, producten en personen), audits, bedrijfsinspecties, steekproefcontroles en acties (landelijk, regionaal of themagericht) vormen het verdere instrumentarium.

3. incidentmelding en ongevalsonderzoek

Ongevallenonderzoek is bij ernstige ongevallen, soms geheel (luchtvaart) opgedragen aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). In die gevallen levert de inspectie expertise en deskundigen. In de scheepvaart en het railvervoer heeft de inspectie een eigen taak bij het onderzoeken van ongevallen. Op de weg ligt die taak bij de politie. Ongevallenonderzoek kan aanleiding zijn om de dienstverlening te vergroten en/of het toezicht te versterken. In ernstige gevallen van falen kan uit het onderzoek een toezichtmaatregel voortvloeien.

Incidenten en ongevallen vragen om een snelle respons en moeten gecoördineerd worden aangepakt. Crisismanagement is geen toezichtstaak, maar de (systeem) verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de crisisbeheersingstaak is belegd bij de Inspecteur-generaal. Het betreft de preparatie, respons en (deels) nazorg van incidenten. Jaarlijks komen ongeveer 400 incidentmeldingen binnen bij de inspectie, waarvan een aantal follow-up krijgen. Daarnaast is 30 tot 45 keer per jaar sprake van een crisis waarbij de inzet van crisismanagement noodzakelijk is. Daarnaast vinden jaarlijks circa 30 oefeningen en preparaties op calamiteiten plaats.

De begroting van baten en lasten

INSPECTIE LEEFOMGEVING EN TRANSPORT

Staat van baten en lasten

2012

2013

2014

2015

2016

BATEN

         

opbrengst IenM

145 251

129 793

124 897

118 517

117 936

opbrengst derden

6 046

6 046

6 046

6 046

6 046

rentebaten

0

0

0

0

0

buitengewone baten

0

0

0

0

0

exploitatiebijdragen

0

0

0

0

0

Totaal baten

151 297

135 839

130 943

124 563

123 982

LASTEN

         

apparaatskosten

148 097

132 639

127 743

121 363

120 781

* personele kosten

94 744

94 150

91 840

89 760

89 260

* materiële kosten

53 353

38 489

35 903

31 603

31 521

rentelasten

300

300

300

300

301

afschrijvingskosten

2 900

2 900

2 900

2 900

2 900

* materieel

1 400

1 400

1 400

1 400

1 400

* immaterieel

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

totaal lasten

151 297

135 839

130 943

124 563

123 982

saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Opbrengst IenM

De opbrengst IenM is een vergoeding voor de productgroepen handhaving en vergunningen. Naast de bijdragen voor vergunningen en handhaving is hierin een bijdrage voor de BES activiteiten.

De opbrengsten derden zijn de doorberekende kosten aan de afnemers van de hoofdproductgroep vergunningen.

Lasten

Personele kosten

De specificatie van de personele kosten is als volgt:

Personele kosten
 

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal FTE's (formatie)

1 207

1 200

1 170

1 144

1 137

Kosten per FTE (x € 1 000)

78,0

78,0

78,0

78,0

78,0

Personele kosten

94 744

94 150

91 840

89 760

89 260

Binnen IenM is de taakstelling «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s» uit het Regeerakkoord gedifferentieerd verdeeld naar verschillende onderdelen van het ministerie (zie ook de toelichting onder artikel 98 in de begroting van HXII). Ook de nog geparkeerde taakstellingen van het kabinet Balkenende IV zijn op basis van deze verdeling toebedeeld en vervolgens financieel ingeboekt.

De invulling bestaat uit combinaties van efficiencymaatregelen, takenreducties/-versoberingen, beëindiging of decentralisatie van taken en effecten/ontdubbelingen als gevolg van de samenvoeging van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de VROM-inspectie.

Materiële kosten

De materiële uitgaven omvatten onder andere ICT, huisvesting, opleidingen, communicatie, etcetera. In huisvestingsbudgetten zijn de gevolgen van de taakstelling Rutte verwerkt, daarbij is de norm van 0,7 werkplek per FTE gehanteerd.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht (x € 1 000) ILT
 

Realisatie 20101

20111

2012

2013

2014

2015

2016

1. Rekening courant RHB 1 januari 2012 + stand deposito-rekening

55 825

45 825

12 825

8 619

6 913

4 407

1 901

2. Totaal operationele kasstroom

– 6 000

– 30 500

– 1 500

2 000

2 000

2 000

2 000

3a. totaal investeringen (-/-)

6 841

2 500

3 706

3 706

3 706

3 706

3 706

3b. totaal desinvesteringen (+)

0

0

0

0

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

– 6 841

– 2 500

– 3 706

– 3 706

– 3 706

– 3 706

– 3 706

               

4a. eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

4b. eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

4c. aflossingen op leningen (-/-)

4 000

4 000

3 000

3 000

3 000

3 000

3 000

4d. beroep op leenfaciliteit(+)

6 841

4 000

4 000

3 000

2 200

2 200

2 200

               

4. Totaal financieringskasstroom

2 841

0

1 000

0

– 800

– 800

– 800

               

5. Rekening courant RHB 31 december 2012 + stand deposito-rekening (=1+2+3+4)

45 825

12 825

8 619

6 913

4 407

1 901

– 605

1

Maximale roodstand 0,5 miljoen Euro

Toelichting

Operationele kasstroom

De verwachting is dat de gereserveerde middelen voor het project boordcomputer taxi vanaf 2012 tot betaling komen.

Investeringskasstroom

Investeringen vinden vooral plaats in computersystemen en software (zelf ontwikkeld en licenties) en het wagenpark.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën betreft investeringen in 2011.

Doelmatigheid en performance

Omschrijving Generiek Deel

2012

2013

2014

2015

2016

1. Kostprijzen per produkt (groep)

         

– Handhaving

143 155

128 770

123 874

117 494

116 913

– Vergunningverlening

7 260

7 069

7 069

7 069

7 069

2. Tarieven/uur

         

– Handhaving

120

120

120

120

120

– Vergunningverlening

110

110

110

110

110

3. Omzet per produktgroep (pxq)

         

– Handhaving

143 155

128 770

123 874

117 494

110 356

– Vergunningverlening

7 260

7 069

7 069

7 069

7 069

           

4. FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1 207

1 200

1 170

1 144

1 137

           

5. Saldo van baten en lasten (%)

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

           

6. Kwaliteitsindicator 1: Binnen norm doorlooptijd vergunningen

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

7. Kwaliteitsindicator 2: wachttijden informatiecentrum

< 60 sec.

< 60 sec.

< 60 sec.

< 60 sec.

< 60 sec.

           

Omschrijving Specifiek Deel Inspectiediensten

         
           

8. Kostprijs/produkt:

         

Inspectie

143 155

128 770

123 874

117 494

116 913

Vergunningverlening

7 260

7 069

7 069

7 069

7 069

Monsterafname

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

           

9. Kwaliteit Handhaving:

         

Klachten

25

25

25

25

25

Waarvan afgerond binnen wettelijke termijn

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting

Bovenstaand overzicht bevat de doelmatigheidsindicatoren van de Inspectie Leefomgeving en Transport en is opgesteld conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011.

  • 1. Met name door de overdracht van taken aan de KIWA per 1 juni 2010 is de productgroep vergunningen vanaf 2011 kleiner en daarmee de hieraan verbonden kosten en omzet.

  • 2. Het aantal fte’s in de organisatie is gebaseerd op de formele formatie. De inspectie streeft echter naar verdere reductie van het aantal fte’s, met name in de ondersteunende functies.

  • 3. De kwaliteitsindicatoren en zijn indicatief opgenomen. De overdracht van een groot deel van de vergunningverlening heeft geleid tot verschuivingen binnen de organisatie. De doorlooptijd van de niet overgedragen vergunningen moet opnieuw vastgesteld.

  • 9. Deze indicator heeft betrekking op het aantal ontvangen klachten. Aangezien «gegronde klachten» in het Inspectieproces niet bestaan, cq. van de klachten niet formeel wordt vastgesteld of deze wel of niet gegrond zijn, is deze vervangen door «afgerond binnen wettelijke termijn. »Conform de AWB moeten deze klachten binnen zes weken in behandeling worden genomen. De inspectie verwacht voor 95 % van het aantal klachten aan deze norm te voldoen.

Licence