Base description which applies to whole site

50 Tegemoetkoming specifieke kosten

Artikel

Zorgdragen voor een tegemoetkoming in specifieke kosten alsmede maatschappelijke erkenning van het leed van asbestslachtoffers in werksituaties

Algemene doelstelling

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Om bepaalde personen een financiële tegemoetkoming te verstrekken voor (specifieke) kosten of als maatschappelijke erkenning. SZW creëert de voorwaarden voor het toekennen van deze tegemoetkomingen en zorgt ervoor dat deze tegemoetkomingen door de SVB worden uitgekeerd.

Verantwoordelijkheid

De minister van SZW is verantwoordelijk voor:

  • de vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), Wet op het kindgebonden budget (WKB), Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG), de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS) en de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (MKOB);

  • de vormgeving van het stelsel wet- en regelgeving;

  • sturing en toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering door de SVB.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor de sturing en het toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Wet op het kindgebonden budget (WKB).

Externe factoren

Behalen van deze doelstelling hangt af van:

  • de effectieve uitvoering van wet- en regelgeving door de Sociale Verzekeringsbank (SVB), Belastingdienst/Toeslagen en Instituut Asbestslachtoffers (IAS);

  • het naleven van de verplichtingen van de wet- en regelgeving door de uitkeringsgerechtigden.

Indicatoren

Het gebruik van indicatoren heeft, naast het gebruik van kengetallen, geen toegevoegde waarde omdat de criteria voor toekenning van de uitkering vastliggen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 50.1 Begrotingsuitgaven Artikel 50 (x € 1 000)

artikelonderdeel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Verplichtingen

163 992

5 275 088

5 512 933

5 377 455

5 333 752

5 343 019

5 356 740

Uitgaven

163 992

5 275 088

5 512 933

5 377 455

5 333 752

5 343 019

5 356 740

               

Programma-uitgaven

162 712

5 273 637

5 512 933

5 377 455

5 333 752

5 343 019

5 356 740

waarvan juridisch verplicht

   

100%

0%

0%

0%

0%

               

Operationele Doelstelling 1

             

TOG Uitkeringslasten

60 757

34 105

29 480

31 928

33 502

34 045

34 615

Kopje TOG uitkeringen*

0

5 161

11 076

12 154

12 923

13 156

13 400

TOG Uitvoeringskosten

9 894

3 582

1 946

1 903

1 664

1 564

1 635

AKW Uitkeringslasten*

0

3 339 254

3 199 570

3 136 337

3 115 933

3 131 292

3 119 259

AKW Uitvoeringskosten

82 928

75 119

65 061

59 019

53 719

51 800

53 141

Wet Kindgebonden Budget*

0

1 181 405

1 088 012

977 486

921 342

883 291

875 345

WKB/KOT uitvoeringskosten

3 282

3 124

3 044

2 946

2 783

2 691

2 691

               

Operationele Doelstelling 2

             

TAS Uitkeringslasten

3 520

3 200

3 449

3 449

3 449

3 449

3 449

TAS Uitvoeringskosten

1 601

1 187

1 119

1 082

1 021

988

988

               

Operationele Doelstelling 3

             

MKOB Uitkeringslasten

0

624 242

1 106 052

1 147 046

1 183 342

1 216 686

1 248 160

MKOB Uitvoeringskosten

730

3 258

4 124

4 105

4 074

4 057

4 057

               

Apparaatsuitgaven

1 280

1 451

0

0

0

0

0

Personeel en materieel

1 280

1 451

0

0

0

0

0

               

Ontvangsten

13 734

169 401

142 272

115 272

102 272

94 272

88 272

*

De gelden van het Kopje TOG, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn per 2011 overgeheveld uit de Begroting van het Ministerie voor Jeugd en Gezin.

TOG (Tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen)

Toelichting

De TOG geeft aan ouders een tegemoetkoming in de kosten van thuiswonende gehandicapte kinderen. In 2010 is er een nieuw indicatiecriterium in de TOG ingevoerd, dat het aantal gerechtigden vanaf 2011 heeft beperkt. Gerechtigden die niet langer in aanmerking kwamen voor de TOG hadden nog recht op een half jaar overgangsrecht. Dit overgangsrecht komt tot uiting in de cijfers voor 2011. Hierdoor zijn de uitkeringslasten voor 2012 lager dan in 2011. In latere jaren zal het aantal TOG-gerechtigden nog iets toenemen.

Een onderdeel van de TOG-regeling (het zogenaamde kopje TOG) is gericht op alleenverdienershuishoudens: TOG-gerechtigden waarvan de minstverdienende partner een inkomen heeft van maximaal € 4 734 per jaar (in 2011), kunnen een extra tegemoetkoming krijgen van € 1 460 per jaar. Deze wordt uitbetaald in het eerste kwartaal van 2012. Het aantal gerechtigden in 2012 zal toenemen ten opzichte van 2011. De nieuwe instroom die in 2010 heeft plaatsgevonden, heeft voor het eerst recht op deze tegemoetkoming vanaf 2011 en deze komt pas in 2012 tot uitbetaling.

Als gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe TOG liggen de uitvoeringskosten met ingang van 2012 op een lager niveau.

AKW (Algemene Kinderbijslagwet)

De AKW voorziet in een inkomensonafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen.

Ontwikkelingen in aantallen kinderen voor wie kinderbijslag wordt ontvangen en daarmee samenhangend de uitgaven aan kinderbijslag, ontstaan voornamelijk door demografische factoren. Doordat het aantal kinderen met recht op de kinderbijslag de komende jaren afneemt, nemen ook de uitkeringslasten af. Het voornemen is om met ingang van 1 januari 2012 het recht op kinderbijslag te laten vervallen voor ouders waarvan hun kind minimaal 5 etmalen per week uit huis is geplaatst in het kader van de jeugdzorg (Kamerstuk II, 2010–2011, 32 529). Dit zorgt voor minder uitkeringslasten. Daarnaast is er het voornemen om vanaf 1 juli 2012 het woonlandbeginsel van toepassing te laten zijn op de kinderbijslag, waardoor de uitkeringslasten ook iets lager liggen. Tevens zal de kinderbijslag vanaf 2013 twee keer halfjaarlijks niet worden geïndexeerd.

Om gezinnen met lage en middeninkomens te compenseren voor het achterblijven in koopkracht ten opzichte van andere gezinnen, wordt het bedrag van de kinderbijslag verlaagd met een gemiddeld bedrag per kind van € 8,75 per kwartaal en worden de bedragen in het kindgebonden budget verhoogd.

De uitvoeringskosten bij de AKW zijn primair gerelateerd aan de volumes. Vanwege de opbrengsten van het veranderprogramma SVB tien en (regeerakkoord-)taakstellingen, waaronder vereenvoudigingsvoorstellen, nemen de uitvoeringskosten de komende jaren af.

Wet op het kindgebonden budget (WKB)

Het doel van het kindgebonden budget is het verstrekken van een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen. Het kindgebonden budget biedt inkomensondersteuning specifiek gericht op huishoudens in de lagere inkomenssegmenten.

Het kabinet heeft het voornemen om het kindgebonden budget niet te indexeren in de jaren 2012–2015, de hoogte van de bedragen terug te draaien naar het niveau van 2010 en de oploop in het gezinsbudget te beperken tot 2 kinderen (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 798, nr. 3). Daarnaast is het voornemen om met ingang van 1 januari 2012 het recht op kindgebonden budget te laten vervallen voor ouders waarvan hun kind uit huis wordt geplaatst in het kader van de jeugdzorg (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 529). Tenslotte is er het voornemen om met ingang van 1 januari 2013 het woonlandbeginsel van toepassing te laten zijn op het kindgebonden budget.

Om gezinnen met lage en middeninkomens te compenseren voor het achterblijven in koopkracht ten opzichte van andere gezinnen, wordt het eerste-kindbedrag in het kindgebonden budget met € 50 en het tweede-kindbedrag met € 150 per jaar verhoogd.

De uitkeringslasten in het kindgebonden budget nemen de komende jaren af. Doordat de inkomensgrens en de bedragen niet worden geïndexeerd, krijgen huishoudens bij een stijgend inkomen de komende jaren minder kindgebonden budget.

Uitvoeringskosten WKB (Wet Kindgebonden Budget)/KOT (Kinderopvangtoeslag)

De SVB voert voor het gedeelte waarbij er sprake is van samenloop met het buitenland de WKB en KOT uit. De uitvoeringskosten hiervan nemen de komende jaren licht af. De uitkeringslasten van de KOT zijn te vinden in artikel 52 Kinderopvang.

TAS (Tegemoetkoming asbestslachtoffers)

Het aantal TAS-gerechtigden laat de afgelopen jaren een stijgende trend zien, waardoor de uitkeringslasten toenemen.

MKOB (Mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)

De MKOB is op 1 juni 2011 ingevoerd om oudere belastingplichtigen die koopkrachtvermindering ondervinden als gevolg van beleidsmaatregelen in de fiscale sfeer een compensatie te bieden. Personen die deze tegemoetkoming ontvangen zijn oudere binnenlandse belastingplichtigen en in het buitenland woonachtige ouderen die na toepassing van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting over ten minste 90% van hun wereldinkomen Nederlandse inkomsten- en loonbelasting moeten afdragen. Door een stijgend aantal oudere belastingplichtigen nemen de uitkeringslasten MKOB toe. Omdat het een nieuwe regeling betreft en er dus nog geen realisatiecijfers zijn, zijn de uitvoeringskosten met veel onzekerheid omgeven.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de terugontvangsten ten gevolge van terugvorderingen van het kindgebonden budget. Wanneer de toeslagen definitief zijn toegekend (wanneer inkomens van jaar t-1 zijn vastgesteld), worden er terugvorderingen ingesteld bij de huishoudens die meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hadden op basis van hun vastgestelde inkomen.

Uitvoeringskosten SVB

Vanaf 2013 is de regeerakkoordtaakstelling technisch in de uitvoeringskosten van de SVB verwerkt.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2012

Grafiek budgetflexibiliteit per operationele doelstelling 2012

Toelichting

De budgetten OD1, OD2 en OD3 zijn volledig juridisch verplicht op grond van wettelijke bepalingen.

1 Zorgdragen dat een financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderen wordt verstrekt aan ouders of verzorgers

Operationele doelstelling

Motivering

Om ouders of verzorgers meer financiële ruimte te bieden ten behoeve van de verzorging en opvoeding van kinderen.

  • Algemene Kinderbijslagwet (AKW);

  • Wet op het kindgebonden budget (WKB);

  • Tegemoetkoming ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG).

Instrumenten

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • Opstellen en onderhouden van beleid en regelgeving;

  • Bijdrage uitvoeringskosten aan SVB;

  • Toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering door de SVB;

  • In de beleidsagenda wordt nader ingegaan op de voornemens omtrent de vereenvoudiging van de kindregelingen.

Activiteiten SVB:

  • Beoordelen recht op kinderbijslag en TOG-tegemoetkomingen;

  • Verstrekken kinderbijslag en TOG-tegemoetkomingen;

  • Handhaven van wet- en regelgeving.

Activiteiten Belastingdienst:

  • Beoordelen recht op kindgebonden budget;

  • Verstrekken van kindgebonden budget;

  • Handhaven van wet- en regelgeving.

  • AKW: ouders of verzorgers van kinderen tot 18 jaar.

  • WKB: ouders of verzorgers van kinderen tot 18 jaar met een laag inkomen.

  • TOG: ouders of verzorgers van thuiswonende gehandicapte kinderen van 3 tot 18 jaar.

Doelgroepen

Indicatoren

Voor het recht op AKW is bepalend of een ouder een kind jonger dan 18 jaar heeft. Voor circa 90% van de kinderen wordt kinderbijslag toegekend, zonder dat aan andere voorwaarden hoeft te worden voldaan dan dat het kind thuis woont. Alleen voor 16- en 17-jarige kinderen en voor uitwonende kinderen worden voorwaarden gesteld in de sfeer van de tijdsbesteding en uitgaven voor het kind. Voor het recht op WKB is bepalend of een ouder een kind jonger dan 18 jaar heeft en de hoogte van het inkomen. Voor het recht op TOG is bepalend of een kind thuis woont en gehandicapt is. De TOG-voorwaarden worden op basis van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) en een AWBZ-indicatie van minstens 10 uur zorg per week getoetst.

Omdat de criteria voor toekenning vastliggen kan niet worden gestuurd op het aantal rechthebbenden. Het gebruik van prestatie-indicatoren heeft daarom, naast de informatie die al uit de kengetallen naar voren komt, geen toegevoegde waarde.

TOG

Kengetallen

Het aantal TOG-kinderen daalt vanwege het nieuwe criterium. In 2012 ligt het aantal lager dan in 2011 doordat in 2011 nog een overgangsregeling gold.

AKW

De cijfers voor de kinderbijslag zijn stabiel.

WKB

Het aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor het kindgebonden budget daalt in 2012. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het voornemen de bedragen in het kindgebonden budget te verlagen en niet te indexeren.

De daling in het aantal huishoudens veroorzaakt ook het lagere aantal telkinderen voor het kindgebonden budget. Daarnaast spelen het beperken van het kindgebonden budget tot twee kinderen, geen recht bij uithuisplaatsing en het woonlandbeginsel een rol.

Tabel 50.2 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie

2010

Raming

2011

Raming

2012

Aantal telkinderen TOG (x 1000)1

66

49

35

Aantal gezinnen AKW (x 1000)1

1 929

1 926

1 917

Aantal telkinderen AKW (x 1000)1

3 477

3 468

3 451

Aantal huishoudens WKB (x 1000)1

950

950

875

Aantal kinderen WKB (x 1000)1

1 750

1 750

1 400

Bron: SZW-berekeningen op basis van CPB-informatie

1

Aantallen zijn jaargemiddelen

Handhaving

Voor de AKW zijn in samenspraak met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kengetallen opgenomen gericht op handhaving. Deze kengetallen richten zich onder andere op de bekendheid van kinderbijslaggerechtigden met regels over de melding van eventueel inkomen uit arbeid (van belang voor de toets onderhoudsvoorwaarden) van een 16- of 17-jarig kind alsmede melding van de beëindiging van het volgen van studie door een kind van die leeftijd. Zoals aangegeven worden voor kinderen van 16 en 17 jaar voorwaarden in de sfeer van tijdsbesteding gesteld. Daarnaast worden voor deze kinderen en voor alle uitwonende kinderen voorwaarden in de sfeer van onderhoud gesteld. De bekendheid met regels met betrekking tot inkomen van het kind en studie worden gemeten middels een steekproef. Doordat geen integrale meting plaatsvindt, zijn de resultaten omgeven door een brandbreedte. De in de tabel gepresenteerde fluctuaties in bekendheid vallen binnen deze bandbreedte en zijn zodoende niet significant.

De handhavingsindicatoren richten zich verder op het aantal onderzochte fraudesignalen, het totale schadebedrag en de incassoratio. Onder fraudesignalen wordt verstaan het aantal signalen van vermeend misbruik van kinderbijslag, dat noopte tot nader vooronderzoek om te kunnen beoordelen of opsporingsonderzoek nodig is. Het aantal onderzochte fraudesignalen is de laatste jaren, na een daling in 2008, weer duidelijk toegenomen. De incassoratio ligt over het algemeen ongeveer rond de 90%, maar valt in 2010 met 86% iets lager uit. Aangiften zijn de gevallen van fraude met kinderbijslag die de SVB bij het Openbaar Ministerie heeft aangegeven. De SVB doet aangifte als een bedrag van meer dan € 6 000 als gevolg van fraude teveel is uitgekeerd. Het aangiftebedrag is het nadeelbedrag dat met de geconstateerde onrechtmatigheden was gemoeid.

Tabel 50.3 Kengetallen operationele doelstelling 1
 

Realisatie

2008

Realisatie

2009

Realisatie

2010

Handhaving

     

Bekendheid met regels inkomen kind (%)

91

86

91

Bekendheid met regels studie (%)

84

74

74

Aantal onderzochte fraudesignalen

448

728

917

Totaal schadebedrag (x € 1 mln)

0,1

0,1

0,1

Incassoratio (%)

91,2

89,1

86,4

Bron: SVB, Jaarverslag

2 Het zoveel mogelijk bij leven verstrekken van een eenmalige financiële tegemoetkoming in de immateriële schade aan werknemers, of huisgenoten van werknemers met maligne mesothelioom door asbestblootstelling, die niet via de voormalige werkgever een schadevergoeding kunnen verkrijgen

Operationele doelstelling

Motivering

Om uiting te geven aan de maatschappelijke betrokkenheid bij het leed van asbestslachtoffers.

Instrumenten

Financiële tegemoetkoming op grond van de TAS-regeling

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • Opstellen en onderhouden van beleid en regelgeving;

  • Verstrekken van een bijdrage in de uitvoeringskosten SVB;

  • Toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering door de SVB.

Activiteiten SVB:

  • Verstrekken van (voorschotten op) tegemoetkomingen door de SVB op advies van het IAS.

Doelgroepen

Asbestslachtoffers:

  • (Ex-)werknemers met maligne mesothelioom door asbestblootstelling in het werk die volgens de procedures van het convenant asbestslachtoffers geen schadevergoeding van de werkgever kunnen krijgen;

  • Huisgenoten van werknemers die met asbest hebben gewerkt en die zelf maligne mesothelioom hebben gekregen.

Indicatoren

Gezien het geringe aantal gerechtigden en het geringe uitkeringsbedrag zijn geen indicatoren geformuleerd.

Kengetallen

Het aantal voorschotten is afhankelijk van het aantal goedgekeurde aanvragen voor schadevergoeding van (voormalige) werknemers met de ziekte maligne mesothelioom. De afgelopen jaren is er een lichte stijging van het aantal voorschotten waarneembaar. Vanwege het lage aantal zieken en de zeer lange incubatieperiode is het moeilijk om de verdere ontwikkeling te ramen.

Tabel 50.4 Kengetallen operationele doelstelling 2
 

Realisatie

2010

Raming

2011

Raming

2012

Toekenningen voorschot TAS

347

348

375

Toekenningen eenmalige uitkering TAS

0

0

0

Aantal terugontvangen TAS voorschotten

171

174

188

Toekenningen bij leven t.o.v. totaal aantal toekenningen (%)

86

86

86

Bron: SVB, Jaarverslag

3 De mogelijkheid bieden om een koopkrachttegemoetkoming aan oudere belastingplichtigen toe te kennen ter compensatie van binnenlands koopkrachtverlies als gevolg van beleidsmaatregelen in de fiscale sfeer

Operationele doelstelling

Motivering

Om oudere belastingplichtigen die koopkrachtvermindering ondervinden als gevolg van beleidsmaatregelen in de fiscale sfeer een compensatie te bieden.

Instrumenten

De mogelijkheid om een koopkrachttegemoetkoming uit te keren op grond van de wet MKOB.

Activiteiten

Activiteiten SZW:

  • Opstellen en onderhouden van beleid en regelgeving;

  • Jaarlijks vaststellen hoogte tegemoetkoming;

  • Verstrekken van een bijdrage in de uitvoeringskosten van de SVB;

  • Toezicht op een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering door de SVB.

Activiteiten SVB:

  • Verstrekken van de koopkrachttegemoetkoming.

Doelgroepen

Oudere binnenlandse belastingplichtigen en in het buitenland woonachtige ouderen die na toepassing van verdragen ter voorkoming van dubbele belasting over ten minste 90% van hun wereldinkomen Nederlandse inkomsten- en loonbelasting moeten afdragen.

Indicatoren

Het is niet mogelijk te sturen op de omvang van de doelgroep; om deze reden zijn geen indicatoren opgenomen.

Kengetallen

Het aantal personen dat in aanmerking komt voor een koopkrachttegemoetkoming op grond van de MKOB is ongeveer 2,8 miljoen personen in 2012. De komende jaren neemt de omvang van deze groep toe.

Tabel 50.5 Kengetallen operationele doelstelling 3
 

Realisatie

2010

Raming

2011

Raming

2012

Aantal personen (x 1 000) dat in aanmerking komt voor koopkrachttegemoetkoming op grond van MKOB

n.v.t.

2 730

2 841

Bron: SVB, Juninota

Artikel

Licence