Base description which applies to whole site

Artikel 1. Waarborgfunctie

A Algemene doelstelling

Het waarborgen van de rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en de mensenrechten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B Rol en verantwoordelijkheid

Elk land in het Koninkrijk heeft de zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Het waarborgen van deze rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur is aangelegenheid van het Koninkrijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor deze waarborgfunctie van het Koninkrijk. Vanuit deze verantwoordelijkheid worden de ontwikkelingen met betrekking tot het functioneren van het openbaar bestuur en de verwezenlijking van de mensenrechten en de rechtszekerheid in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten gevolgd. Het feit dat het Koninkrijk de bevoegdheid heeft in het kader van de waarborgfunctie op te treden, sterkt de instituties van de landen in hun taak om de beginselen van de democratische rechtsstaat te realiseren. De Koninkrijksregering kan maatregelen nemen, als er sprake is van ernstige inbreuk op fundamentele rechten en vrijheden in een land of in een situatie waarin rechtszekerheid of deugdelijk bestuur niet langer gewaarborgd zijn en de interne controlemechanismen feitelijk disfunctioneren. Van geval tot geval zal dan moeten worden bezien of ingrijpen in de zin van artikel 50 of 51 Statuut, noodzakelijk is en welke maatregel dan het meest passend is.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt geen directe verantwoordelijkheid voor de instituties op Aruba, Curaçao, Sint Maarten die worden versterkt door de instrumenten ingezet vanuit artikel 1. Dit betekent dat het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op afstand staat van de daadwerkelijke uitvoering van het beleid en beperkte mogelijkheden heeft om het beleid te sturen.

C Beleidswijzigingen

Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn op basis van het Statuut zelf verantwoordelijk voor goed bestuur, rechtszekerheid, economische ontwikkeling, onderwijs en overheidsfinanciën. De ontwikkelingen op deze gebieden worden derhalve met name bepaald door het eigen beleid van de landen. Een voorwaarde om aan de wens van grote autonomie van de Koninkrijkspartners tegemoet te komen, is dat de waarborgtaak van het Koninkrijk voldoende via het samenwerkingsbeleid en in het handelen van de partners, geborgd wordt. Er wordt steeds gezocht naar een aanvaardbare balans tussen de mate van autonomie en de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1 Waarborgfunctie

(x € 1 000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Verplichtingen

60 917

63 607

61 821

61 823

64 922

61 822

               

Uitgaven:

60 917

63 607

61 821

61 823

64 922

61 822

 

waarvan juridisch verplicht

 

86%

       
               

1.1

Rechterlijke macht en samenwerkingsmiddelen

60 917

63 607

61 821

61 823

64 922

61 822

               
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

60 917

63 607

61 821

61 823

64 922

61 822

 

Kustwacht en grensbewaking

42 050

42 281

42 500

42 502

45 602

42 502

 

Recherchecapaciteit

13 868

16 968

16 968

16 968

16 968

16 968

 

Rechterlijke macht

4 999

4 358

4 353

4 353

4 352

4 352

 

Nog in te vullen taakstelling*

   

– 2 000

– 2 000

– 2 000

– 2 000

               

Ontvangsten

4 857

4 857

4 857

4 857

4 857

4 857

*

Voor 2014 zal besloten worden op welke manier invulling wordt gegeven aan de taakstelling.

D2 Budgetflexibiliteit

Het budget op dit artikel is nagenoeg geheel juridisch verplicht en bestuurlijk gebonden als gevolg van met de eilanden afgesproken samenwerkingsprogramma's.

E Toelichting op de instrumenten

Artikel 1 richt zich op de rechtszekerheid, deugdelijkheid van bestuur en de mensenrechten in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zowel rechtszekerheid als de waarborging van mensenrechten is afhankelijk van een goed functionerende rechtshandhavingketen. Om concrete invulling te geven aan deze algemeen geformuleerde doelstelling, worden de beschikbare middelen ingezet ten behoeve van instituties die essentieel zijn voor de rechtshandhavingketen.

Het betreft bijdragen aan:

  • 1. De Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied (Kustwacht);

  • 2. Het Recherche Samenwerkingsteam (RST);

  • 3. Het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie (Rechterlijke Macht);

  • 4. De grensbewaking door de Koninklijke Marechaussee (KMar).

Ad 1. De Kustwacht

De Kustwacht is belast met de maritieme rechtshandhaving in het Caribische deel van het Koninkrijk. Drugsbestrijding, de bestrijding van vuurwapensmokkel en de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en illegale immigratie hebben prioriteit. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties en voert het controles en inspecties uit, waaronder visserij-, scheepvaart- en milieu-inspecties.

De Kustwacht functioneert op basis van de Rijkswet Kustwacht en het jaarlijks door de Rijksministerraad vast te stellen jaarplan. Dit jaarplan wordt voorbereid door de Kustwachtcommissie die is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle landen en één keer per jaar bijeenkomt. Exclusief de inzet van Defensiemiddelen wordt de exploitatie van de Kustwacht voor 69% gefinancierd vanuit de begroting Koninkrijksrelaties. Aruba, Curaçao en Sint Maarten dragen respectievelijk 11%, 16% en 4% bij. Voor 2014 zal besloten worden op welke manier invulling wordt gegeven aan de taakstelling «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s» (ongeveer € 2 mln. in totaal).

Ad 2. Het Recherche Samenwerkingsteam

Sinds 1996 zijn er Nederlandse rechercheurs uitgezonden naar het Caribisch deel van het Koninkrijk om technische bijstand te verlenen. Dit is in 2001 formeel vastgelegd in een protocol RST (deze geldt nog voor het RST op Aruba) en in 2010 in de consensus Rijkswet politie (geldig voor Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland). Het RST heeft als hoofdtaak de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Gemiddeld zijn er bij het RST ongeveer 80 uit Nederland uitgezonden medewerkers werkzaam, die uitgezonden worden voor een periode van 3 tot 5 jaar. Dit aantal wordt aangevuld met medewerkers uit de lokale korpsen. De betrokken Ministers van (Veiligheid en) Justitie van de landen en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen gezamenlijk de jaarstukken van het RST vast. Het comptabel beheer van het RST ligt (nu nog) bij het Korps Landelijke Politie Diensten.

De korpsen van Curaçao en Sint Maarten zullen uiterlijk in 2014 geëvalueerd worden (in het kader van artikel 57a Rijkswet politie). Bezien wordt hoe dit zich verhoudt tot een evaluatie van het RST in de komende periode. Het RST zal in ieder geval tot oktober 2014 in stand gehouden worden. De Gemeenschappelijke Voorziening Politie (GVP) zal, zoals is vastgelegd in de Rijkswet politie, op den duur de taken van het RST overnemen.

Voor het RST geldt net als voor de Kustwacht dat voor 2014 besloten zal worden op welke manier invulling wordt gegeven aan de taakstelling «Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s».

Ad 3. Het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie

Om een goed niveau van rechtshandhaving en rechtspleging in de drie landen en Caribisch Nederland te garanderen, is volledige bezetting van het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie van groot belang. Omdat bij de landen de personele capaciteit ontbreekt, draagt Nederland hieraan bij. Daarnaast is het in kleine gemeenschappen van belang dat rechters en officieren enige afstand hebben tot de gemeenschap. Nederland stelt daarom op verzoek van de landen rechters (in 2012 zijn dit 20 rechters) en Officieren van Justitie (in 2012 zijn dit 13 officieren) ter beschikking. Deze treden in lokale dienst, waarbij een buitenlandtoelage wordt vergoed ten laste van deze begroting.

Ad 4. De Koninklijke Marechaussee

Nederland stelt sinds 2004 personeel van de Koninklijke Marechaussee (KMar) beschikbaar ten behoeve van ondersteuning in de rechtshandhaving op Curaçao en Sint Maarten. Sinds 2008 levert een flexibele pool van 43 fte een bijdrage aan de bestrijding van de geweldscriminaliteit, het grens- en vreemdelingentoezicht, de bestrijding van mensensmokkel en -handel, en de bestrijding van drugssmokkel via de luchthavens. De medewerkers van de KMar functioneren daarbij onder aansturing van de lokale diensthoofden (korpschefs) en vallen onder het lokale gezag (Ministers van Justitie). De kosten van de flexibele pool komen ten laste van deze begroting.

Afspraken over de inzet van de KMar zijn sinds 2004 vastgelegd in een protocol. Een hernieuwd protocol geldt voor de periode 1 januari 2010 – 30 juni 2015. Het herziene protocol maakt het ook mogelijk incidenteel capaciteit vanuit deze flexibele pool in te zetten op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. In het protocol is bepaald dat eind 2012 een evaluatie wordt uitgevoerd. Deze zal in 2013 aan de Kamer worden gezonden.

Licence