Base description which applies to whole site

3.6. Opbrengst lokale heffingen 2013

3.6.1. Inleiding

Sinds 1996 heeft het kabinet in de Monitor Inkomsten uit Lokale Heffingen (MILH) zijn visie op de ontwikkeling van de begrote opbrengsten uit lokale heffingen op het niveau van de gemeente, de provincie en het waterschap gegeven. Vanaf 2007 is het overzicht van de begrote opbrengsten uit lokale heffingen als bijlage aan de begroting van het gemeentefonds toegevoegd. De in dit overzicht gebruikte gegevens zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) en het ministerie van BZK.

Tabel 3.6.1. Opbrengsten lokale heffingen 2013 (x € miljoen)
 

2011

2012

2013

% stijging

t.o.v. 2012

Stijging in miljoenen

Stijging in % van de totale stijging

Onroerende-zaakbelastingen

3.063

3.464

3.598

3,9

134

47,2

Hondenbelasting

58

61

64

4,0

2

0,9

Toeristenbelasting

139

150

162

8,6

13

4,5

Precariobelasting

94

104

115

10,7

11

3,9

Parkeerbelasting

582

614

645

5,0

31

10,9

Reinigingsheffingen

1.766

1.769

1.766

– 0,2

– 3

– 1,0

Rioolrechten

1.351

1.415

1.463

3,3

47

16,7

Bouwvergunningen

485

466

436

– 6,6

– 31

– 10,8

Secretarieleges

291

291

292

0,2

0

0,2

Provinciale opcenten op de MRB

1.456

1.457

1.457

0,0

0

0,0

Waterschapslasten

2.343

2.426

2.504

3,2

78

27,5

Totale opbrengst

11.628

12.218

12.502

2,3

284

100

Bron: Coelo, atlas lokale lasten (2011 bron CBS)

3.6.2. Gemeentelijke heffingen

De gemeentelijke belastingtarieven worden vastgesteld door de gemeenten. De afweging en de verantwoording over de hoogte van de tarieven vindt plaats in de gemeenteraden. Het kostendekkingspercentage van de rechten, de rioolheffing en de reinigingsheffing mag maximaal 100 procent zijn op het niveau van de verordening.

3.6.2.1. Opbrengsten uit gemeentelijke algemene belastingen

De begrote opbrengsten uit gemeentelijke algemene belastingen bedragen in 2013 € 7,814 miljard (tabel 3.6.1: OZB t/m Rioolrechten). In vergelijking met 2012 is dit een stijging van 3,1 procent. Het grootste deel van deze stijging wordt, zoals blijkt uit tabel 3.6.1, veroorzaakt door de stijging van de OZB-opbrengst. De opbrengsten van het vrij te besteden gedeelte van de gemeentelijke algemene belastingen is gestegen naar € 4,585 miljard in 2013 (tabel 3.6.1: OZB t/m Parkeerbelasting). Dit is ten opzichte van 2012 een stijging van 4,4 procent.

In het kader van de woonlasten zijn vooral de opbrengst van de rioolheffing en de opbrengst van de reinigingsheffing interessant. Beide heffingen zijn wettelijk gemaximeerd tot 100 procent kostendekkendheid op het niveau van de verordening. Hieronder wordt voor de rioolheffing en de reinigingsheffingen aangegeven hoe de opbrengst zich ontwikkelt.

A: Reinigingsheffing

De begrote opbrengsten uit reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht samen) dalen met € 3 miljoen tot € 1,766 miljard. Ten opzichte van 2012 is dit een daling van – 0,2 procent. Tabel 3.6.2 geeft aan wat gemiddeld door een alleenstaande en meerpersoonshuishouden per jaar wordt betaald aan reinigingsheffing.

Tabel 3.6.2. Reinigingsheffing per gezinshuishouden 2013 (in euro's)1

2011

2012

2013

2011–2012

2012–2013

Alleenstaande

213

210

209

– 1,2%

– 0,9%

Meerpersoonshuishouden

271

269

268

– 0,8%

– 0,1%

1

Nultarieven zijn meegerekend

B: Rioolheffing

De begrote opbrengsten uit rioolheffingen stijgen in 2013 tot € 1,463 miljard, wat een stijging van 3,3 procent is. Tabel 3.6.3 geeft aan wat gemiddeld aan rioolrechten per jaar wordt betaald.

Tabel 3.6.3. Rioolrecht per gezinshuishouden 2013 (in euro's)1

2011

2012

2013

2011–2012

2012–2013

Alleenstaande, gebruiker

80

81

83

1,8%

1,5%

Alleenstaande, eigenaar

163

167

172

2,5%

3,3%

Meerpersoonshuishouden, gebruiker

92

93

95

1,2%

1,5%

Meerpersoonshuishouden, eigenaar

175

179

184

2,2%

3,2%

NB: Deze tabel toont de stijging van de tarieven, tabel 3.6.1. toont de stijging van de opbrengst.

1

Nultarieven zijn meegerekend. Woningwaarde: modaal

C: Onroerende zaakbelasting

De begrote opbrengsten uit de onroerende zaakbelastingen stijgen in 2013 tot € 3,598 miljard, wat een stijging is van 3,9 procent. De cijfers in tabel 3.6.4. moeten als volgt gelezen worden: de OZB voor een huis met een gemiddelde waarde van € 176 022 in 2013 is gestegen van € 190 naar € 197. Dit is een stijging van 3,9 procent.

Tabel 3.6.4. Gemiddelde onroerende zaakbelasting per gezinshuishouden 2013 (in euro's)

Waarde in 2012

Waarde in 2013

2012

2013

2012–2013

181.466

176.022

190

197

3,9%

277.990

269.650

292

302

3,6%

338.221

328.074

355

368

3,7%

Bron Coelo (betreft woningen)

3.6.2.2. Precariobelasting

De precariobelasting is in 2013 gestegen naar € 115 miljoen, een stijging van 10,7 procent. Het Wetsvoorstel afschaffing precario van nutsbedrijven wordt in 2013 nog niet naar de Tweede Kamer gezonden. Minister Plasterk neemt meer tijd om te studeren op reële alternatieven. Daarbij wordt onderzocht of een analogie met de «gedoogconstuctie» in de Telecomwet mogelijk is. Het wetsvoorstel tot afschaffing precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven houdt hij tot die tijd aan.

3.6.3. Provinciale opcenten motorrijtuigenbelasting

Provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting mogen door provincies worden geheven op basis van artikel 222 Provinciewet. De opcenten worden geheven bovenop het rijkstarief van de motorrijtuigenbelasting. De hoogte van de provinciale opcenten is wettelijk gemaximeerd. De vaststelling van de opcenten geschiedt door Provinciale Staten. Omdat het een algemene belasting betreft komt de opbrengst toe aan de algemene middelen van de provincie.

In 2013 mogen de opcenten ten hoogste 107,3 procent bedragen van het rijkstarief. Geen enkele provincie heft de maximale opcenten daar de opcenten variëren van 67,9% tot 95,0%. In 2013 is de opbrengst € 1,457 miljard.

3.6.4. Waterschapslasten

In 2013 zijn er 25 waterschappen. Waterschappen leggen verschillende soorten heffingen op. Met de watersysteemheffing worden de waterkering, de waterbeheersing, het waterkwaliteitsbeheer en bij sommige waterschappen het wegen- en vaarwegenbeheer bekostigd. Enkele waterschappen bekostigen het wegenonderhoud met een afzonderlijke wegenheffing. Met de zuiveringsheffing wordt de afvalwaterzuivering bekostigd. Ten slotte kunnen waterschappen een verontreinigingsheffing opleggen aan zogenaamde directe lozers. De waterschapsbelastingen zijn vrijwel de enige inkomstenbron van de waterschappen en daarmee per definitie kostendekkend. De ontwikkeling van de opbrengsten van de waterschapslasten in de periode 2011–2013 staat in tabel 3.6.5.

Tabel 3.6.5. Ontwikkeling opbrengsten waterschapsheffingen 2011–2013 (x € miljoen)
 

2011

2012

2013

2012–2013

Watersysteemheffing

1.104

1.158

1.216

5,0%

Zuiveringsheffing

1.176

1.204

1.221

1,4%

Totaal waterschapslasten

2.343

2.426

2.504

3,2%

Bron CBS

Licence