Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.2 De beleidsartikelen (Financiën)

Dit hoofdstuk bevat de budgettaire tabellen van beleid per artikel van begroting IX. In principe worden de mutaties groter of gelijk aan € 2,5 mln. of 5% van de ontwerpbegrotingstand toegelicht. De leeswijzer geeft nader aan welke mutaties wel en niet toegelicht worden, derhalve wordt naar de leeswijzer verwezen.

Artikel 1 Belastingen

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

3.102.765

12.000

3.114.765

214.667

3.329.432

59.606

40.540

46.868

29.696

                   

waarvan garantieverplichtingen

                 

Garantieprocesrisico's

245

 

245

0

245

       
                   

Uitgaven (1) + (2)

3.102.765

12.000

3.114.765

214.667

3.329.432

59.606

40.540

46.868

29.696

                   

(1) Programma-uitgaven

238.304

0

238.304

– 76.300

162.004

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

                   

waarvan juridisch verplicht

100%

               
                   

Rente

232.390

 

232.390

– 76.300

156.090

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

Belasting- en invorderingsrente

232.390

 

232.390

– 76.300

156.090

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

                   

Bekostiging

5.914

 

5.914

0

5.914

0

0

0

0

Proceskosten

3.536

 

3.536

0

3.536

0

0

0

0

Overige programma-uitgaven

2.378

 

2.378

0

2.378

0

0

0

0

                   

(2) Apparaatsuitgaven

2.864.461

12.000

2.876.461

290.967

3.167.428

114.906

100.940

89.468

84.296

                   

Personele uitgaven

2.090.805

 

2.090.805

266.997

2.357.802

112.898

95.658

85.313

80.141

waarvan: Eigen personeel

1.920.364

 

1.920.364

233.197

2.153.561

100.898

89.368

82.413

77.941

waarvan: Inhuur externen

170.441

 

170.441

33.800

204.241

12.000

6.290

2.900

2.200

                   

Materiële uitgaven

773.656

12.000

785.656

23.970

809.626

2.008

5.282

4.155

4.155

waarvan: ICT

240.673

12.000

252.673

– 1.079

251.594

0

0

0

0

waarvan: Bijdrage SSO's

185.412

 

185.412

838

186.250

– 3.300

0

0

0

waarvan: Overige

347.571

 

347.571

24.211

371.782

5.308

5.282

4.155

4.155

                   

Ontvangsten (3) + (4)

116.447.338

0

116.447.338

– 87.556

116.359.782

– 59.385

– 64.757

– 46.971

– 58.741

                   

(3) Programma-ontvangsten

116.415.523

0

116.415.523

– 76.300

116.339.223

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

Waarvan:

                 

Belastingontvangsten

115.517.770

 

115.517.770

 

115.517.770

       
                   

Rente

441.500

0

441.500

– 76.300

365.200

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

Belasting- en invorderingsrente

441.500

 

441.500

– 76.300

365.200

– 55.300

– 60.400

– 42.600

– 54.600

                   

Boetes en schikkingen

238.977

0

238.977

0

238.977

0

0

0

0

Ontvangsten boetes en schikkingen

238.977

 

238.977

0

238.977

0

0

0

0

                   

Bekostiging

217.276

0

217.276

0

217.276

0

0

0

0

Kosten vervolging

217.276

 

217.276

0

217.276

0

0

0

0

                   

(4) Apparaatsontvangsten

31.815

0

31.815

– 11.256

20.559

– 4.085

– 4.357

– 4.371

– 4.141

Toelichting

Uitgaven en verplichtingen

Belasting- en invorderingsrente (– € 76,3 mln.)

De ramingen van zowel de ontvangsten als de uitgaven worden (budgettair neutraal) meerjarig bijgesteld.

Apparaatuitgaven (+ € 291,0 mln.)

De mutatie in de apparaatuitgaven betreft een saldopost van onder andere:

  • Voor de uitvoering van de Investeringsagenda zijn middelen overgeheveld van Nominaal en Onvoorzien (artikel 10) en de Aanvullende Post (Hoofdstuk 86) naar het artikel van de Belastingdienst (+ € 229,7 mln.);

  • Overheidswerkgevers en drie centrales van overheidspersoneel hebben een bovensectorale overeenkomst loonruimte publieke sector gesloten. Financiën ontvangt ter compensatie (+ € 18,2 mln.);

  • Een deel van de voorgenomen besparingen door fiscale vereenvoudiging is niet gerealiseerd. Met deze mutatie wordt de taakstelling voor 2016 ingelost. (+ € 15,5 mln.);

  • Extra uitvoeringskosten van fiscale wet- en regelgeving (+ € 8,0 mln.);

  • Hogere uitgaven voor pensioenlasten (+ € 3,7 mln.);

  • Extra uitgaven voor Belastingen Caribisch Nederland in verband met de gestegen dollarkoers (+ € 3,5 mln.);

  • Interdepartementale overboekingen en overige mutaties (per saldo € 12,4 mln.).

Ontvangsten

Belastingontvangsten (+ € 895,3 mln.)

In de Voorjaarsnota 2016 worden de mutaties van de belastingontvangsten toegelicht. De aansluiting met de bedragen in de begrotingstoelichting (artikel 1 Belastingen, tabel budgettaire gevolgen van beleid) ziet er als volgt uit:

Aansluittabel art. 1, bedragen x € 1.000

Stand vastgestelde begroting 2015

Mutaties 1ste suppletoire begroting

Stand 1ste suppletoire begroting

1

2

(3)=(1+2)

Totaal belastingontvangsten

147.901.970

1.403.761

149.305.731

– /– Afdracht Gemeentefonds

27.338.731

362.856

27.701.587

– /– Afdracht Provinciefonds

2.160.334

141.411

2.301.745

– /– Afdracht BTW-Compensatiefonds

2.851.726

4.265

2.855.991

– /– Afdracht BES-fonds

33.409

0

33.409

Belastingontvangsten IX

115.517.770

895.229

116.412.999

Belasting- en invorderingsrente (– € 76,3 mln.)

Zie de toelichting bij de uitgaven.

Apparaatontvangsten (– € 11,3 mln.)

De Belastingdienst belast uitgaven – onder andere voor verrichte werkzaamheden – door aan derden. De verwachting is dat dit in 2016 afneemt met € 11,3 mln.; vanaf 2017 betreft het een structurele afname van € 4,1 mln.

Artikel 2 Financiële Markten

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

22.379

4.163.500

4.185.879

1.334

4.187.213

2.329

2.508

2.329

2.329

                   

waarvan garantieverplichtingen

                 

Garantie SRF

 

4.163.500

4.163.500

0

4.163.500

0

0

0

0

                   

Uitgaven

22.379

0

22.379

1.334

23.713

2.329

2.508

2.329

2.329

                   

waarvan juridisch verplicht

63%

               
                   

Subsidies

4.363

0

4.363

1.014

5.377

2.119

2.298

2.119

2.119

Vakbekwaamheid

4.363

 

4.363

1.014

5.377

2.119

2.298

2.119

2.119

                   

Bekostiging

13.775

0

13.775

110

13.885

110

110

110

110

Rechtspraak Financiële Markten

1.250

 

1.250

0

1.250

0

0

0

0

Muntcirculatie

12.385

 

12.385

0

12.385

0

0

0

0

Afname munten in circulatie

                 

Toezicht en handhaving MIF

0

 

0

250

250

250

250

250

250

Overig

140

 

140

– 140

0

– 140

– 140

– 140

– 140

                   

Opdrachten

1.404

0

1.404

524

1.928

0

0

0

0

Wijzer in geldzaken

1.404

 

1.404

524

1.928

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

2.437

0

2.437

– 314

2.123

100

100

100

100

Bijdrage BES-toezicht en FEC

2.437

 

2.437

– 314

2.123

100

100

100

100

                   

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

400

0

400

0

400

0

0

0

0

Caribean Financial Action Taskforce

20

 

20

0

20

0

0

0

0

IASB

380

 

380

0

380

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

10.311

0

10.311

24.165

34.476

2.099

3.330

2.569

2.452

                   

Bekostiging

5.184

0

5.184

0

5.184

0

0

0

0

Ontvangsten muntwezen

5.184

 

5.184

0

5.184

0

0

0

0

Toename munten in circulatie

                 
                   

Overig

5.127

0

5.127

24.165

29.292

2.099

3.330

2.569

2.452

Toelichting

Verplichtingen & Uitgaven

Vakbekwaamheid (+ € 1,0 mln.)

De kosten zullen in 2016 hoger zijn dan eerder geraamd vanwege de verlenging van de overgangstermijn voor het behalen van certificering met één jaar (tot en met 31-12-2016) op verzoek van de Tweede Kamer. Hierdoor zullen in 2016 meer examens worden afgelegd en meer inzagen plaatsvinden dan eerder geraamd. Tegenover de hogere uitgaven staan ook hogere ontvangsten (zie overig).

Toezicht en handhaving MIF (+ € 0,3 mln.)

Het toezicht op de naleving van de MIF-verordening en de handhaving daarvan geschiedt grotendeels door ACM. In de MIF-verordening worden regels gesteld omtrent de afwikkelingsvergoedingen (de vergoeding die wordt betaald aan de uitgever van een betaalkaart voor het gebruik van die kaart) van betaalkaarten. Bij besluit zal de ACM worden aangewezen als toezichthouder op de uitvoering en handhaving van deze verordening. De totale toezicht- en handhavingskosten van ACM voor de MIF worden begroot op EUR 250.000 per jaar.

Commissies (– € 0,1 mln.)

De opgenomen budgetten voor bijdrage aan commissies kunnen komen te vervallen. Financiën verstrekt geen bijdrage meer aan commissies die onder de verantwoordelijkheid van Financiële markten vallen.

Wijzer in Geldzaken (+ € 0,5 mln.)

De stijging is onder meer veroorzaakt door een beroep op de eindejaarsmarge. Het betreft aangegane verplichtingen uit 2015, o.a. voor een congres in de Beurs van Berlage, waarvan de facturering in 2016 plaatsvindt. Daarnaast heeft SZW in 2016 een bedrag van € 0,23 mln. bijgedragen aan Wijzer in geldzaken.

Bijdrage toezicht BES en FEC (– € 0,3 mln.)

Op basis van de verantwoording van DNB blijkt dat er minder kosten zijn gemaakt dan begroot. De Staat ontvangt dit bedrag terug in 2016.

Ontvangsten

Overig (+ € 24,2 mln.)

Sinds 1 januari 2015 is in de wet opgenomen dat opbrengsten uit verbeurde dwangsommen of opgelegde bestuurlijke boetes opgelegd door de toezichthouders op de financiële sector (AFM en DNB) – voor zover deze het bedrag van € 2,5 mln. overschrijden – toekomen aan de Staat. Door opgelegde boetes worden er in 2016 € 21,5 mln. aan boetes van DNB en € 1,0 mln. aan boetes van AFM aan de staat afgedragen. De rest van de meevaller wordt veroorzaakt doordat er meer afnamen van examens worden verwacht.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

19.401

0

19.401

21.570

40.971

0

0

0

0

                   

Uitgaven

19.401

0

19.401

21.570

40.971

0

0

0

0

                   

waarvan juridisch verplicht

95%

               
                   

Bijdrage aan RWT

10.000

0

10.000

15.729

25.729

0

0

0

0

NLFI

10.000

 

10.000

15.729

25.729

0

0

0

0

                   

Garantie

4.900

0

4.900

0

4.900

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve TenneT

4.800

 

4.800

0

4.800

0

0

0

0

Overig

100

 

100

0

100

0

0

0

0

                   

Opdrachten

4.501

0

4.501

5.841

10.342

0

0

0

0

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

4.501

 

4.501

5.841

10.342

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

1.831.850

50.000

1.881.850

160.067

2.041.917

– 154.085

17.000

116.000

149.000

                   

Vermogensonttrekking

1.810.000

50.000

1.860.000

147.500

2.007.500

– 155.000

17.000

116.000

149.000

Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

1.145.000

50.000

1.195.000

638.500

1.833.500

118.000

53.000

113.000

103.000

Winstafdracht DNB

665.000

 

665.000

– 491.000

174.000

– 273.000

– 36.000

3.000

46.000

waarvan SMP-Griekenland

67.000

 

67.000

           

waarvan investeringsportefeuille DNB

44.000

 

44.000

           
                   

Bijdrage aan RWT

9.250

0

9.250

11.652

20.902

0

0

0

0

NLFI

9.250

 

9.250

11.652

20.902

0

0

0

0

                   

Garantie

12.600

0

12.600

915

13.515

915

0

0

0

Premie-ontvangsten garantie Tennet

4.800

 

4.800

0

4.800

0

0

0

0

Garantiefee Propertize

7.800

 

7.800

0

7.800

0

0

0

0

Garantie overig

0

 

0

915

915

915

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

NLFI (+ € 15,7 mln.)

De begroting van NL Financial Investments (NLFI) is met € 7,2 mln. naar boven bijgesteld vanwege de (mogelijke) verkooptrajecten van Propertize, ASR en ABN AMRO waaraan advieskosten zijn verbonden. De ontvangsten met betrekking tot NLFI stijgen ook doordat deze kosten aan de financiële instellingen worden doorbelast.

Daarnaast maakt NLFI kosten die toerekenbaar zijn aan de verkoopopbrengst van ASR en Propertize. De verkoopkosten van € 8,5 mln. die ten laste van de verkoopopbrengst worden gebracht zijn kosten voor het syndicaat van zakenbanken, kosten voor juridisch, financieel en communicatief advies en de eventuele kosten die te maken hebben met de stabiliseringstransacties. Deze kosten worden verrekend met de verkoopopbrengst, maar moeten apart geboekt worden.

Uitvoeringkosten staatsdeelnemingen (+ € 5,8 mln.)

Een drietal onafhankelijke deskundigen doet in opdracht van de Ondernemingskamer onderzoek naar de onteigening van SNS Reaal door de Minister van Financiën. De deskundigen schatten dat zij medio 2017 hun rapport kunnen opleveren. Daarnaast wordt er meer geraamd aan advieskosten vanwege ontwikkelingen bij onder andere KNM en Holland Casino.

Ontvangsten

Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen (+ € 638,5 mln.)

De dividenden van staatsdeelnemingen vallen in 2016 hoger uit dan verwacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere dividenduitkeringen van Tennet en de financiële deelnemingen. Daarnaast wordt er prudent geraamd vanwege het risico dat dividendontvangsten tegenvallen wegens verminderde performance van de staatsdeelnemingen. In 2016 hebben deze risico’s zich bij de al binnengekomen dividenden niet voorgedaan, waardoor de ontvangsten hoger uitvallen dan geraamd.

Winstafdracht DNB (– € 491,0 mln.)

De Minister van Financiën en de President van DNB zijn overeengekomen dat DNB een voorziening mag treffen in reactie op de toegenomen financiële risico’s als gevolg van de uitbreiding van het Quantitative Easing (QE)-programma.1 DNB start met de opbouw van de voorziening door over 2015 € 500 mln. aan de voorziening te doteren. De opbouw van de voorziening gaat ten koste van de winst van DNB en daarmee ook ten koste van de winstafdracht aan de Nederlandse staat.

NLFI (+ € 11,7 mln.)

Zie toelichting bij «Uitgaven NLFI». Per saldo is er een meevaller van € 4,4 mln.

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

268.782

0

268.782

– 4.991.000

– 4.722.218

0

0

0

0

                   

Waarvan garantieverplichtingen:

                 

Garantie DNB inzake IMF

0

0

0

– 4.991.000

– 4.991.000

0

0

0

0

Deelneming multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen

181.841

0

181.841

0

181.841

0

0

0

0

                   

Uitgaven

439.981

0

439.981

241.756

681.737

– 233.544

– 3.565

– 3.565

0

                   

Waarvan juridisch verplicht

99%

               
                   

Deelname aan internationale instellingen

438.305

0

438.305

241.756

680.061

– 233.544

– 3.565

– 3.565

0

Multilarerale ontwikkelingsbanken en fondsen

280.031

 

280.031

238.869

518.900

– 234.984

0

0

0

Deelname AIIB

73.009

 

73.009

2.887

75.896

1.440

– 3.565

– 3.565

0

Uitkering aan Griekenland

85.265

 

85.265

0

85.265

0

0

0

0

                   

Opdrachten

1.326

0

1.326

0

1.326

0

0

0

0

Technische assistentie kiesgroeplanden

1.326

0

1.326

0

1.326

0

0

0

0

                   

Subsidies

350

0

350

0

350

0

0

0

0

Technische assistentie

350

0

350

0

350

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

22.992

0

22.992

– 9.577

13.415

– 72.879

0

0

– 1.461

                   

Deelname aan internationale organisaties

672

0

672

0

672

0

0

0

0

Ontvangsten IFI's

672

 

672

0

672

0

0

0

0

                   

Lening

22.320

0

22.320

– 9.577

12.743

– 72.879

0

0

– 1.461

Renteontvangsten lening Griekenland

22.320

 

22.320

– 9.577

12.743

– 72.879

0

0

– 1.461

Toelichting

Verplichtingen

Garantie DNB inzake IMF (– € 5,0 mld.)

In januari 2016 zijn de in 2010 overeengekomen quota- en governancehervormingen formeel in werking getreden. Als gevolg hiervan is de totale garantie van de Staat aan DNB inzake het IMF afgebouwd met 4,4489 miljard SDR (ca. 5,6 miljard euro)2. Daarnaast heeft het IMF verzocht om middelen voor het Poverty Reduction Growth Trust (PRGT)3, de speciale faciliteit die het IMF beheert die ter beschikking staat aan lage-inkomenslanden. Deze leningen staan los van de overige IMF-middelen in een niet-revolverend fonds. Om de komende jaren voldoende middelen ter beschikking te kunnen blijven stellen voor PRGT-programma’s heeft het IMF hiervoor nieuwe middelen nodig. Om dit mogelijk te maken zal de Nederlandse staat een nieuwe garantie van SDR 500 miljoen (633 miljoen euro) verstrekken aan DNB voor een Nederlandse bilaterale lening aan de PRGT.

Uitgaven

Multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen (+ € 238,9 mln.)

Er heeft een kasschuif plaatsgevonden waardoor de Nederlandse betalingen ter hoogte van € 235,6 mln. aan de Wereldbank voor de 16e en 17e middelenaanvullingsronde van IDA die gepland stonden voor het jaar 2017 verschoven zijn naar het jaar 2016. Daarnaast staat er in 2016 een betaling gepland aan de IBRD, dit betreft de laatste tranche inbetaling van aandelen als gevolg van de in 2010 overeengekomen kapitaalverhoging van de IBRD. Door wisselkoerseffecten vallen de kosten van deze betaling naar verwachting € 3,3 mln. hoger uit dan eerder geraamd.

Deelname AIIB (+ € 2,9 mln.)

De Nederlandse kapitaalstorting bij de AIIB is USD 206,3 mln. en is voor de begroting afhankelijk van de wisselkoers van de Euro.Deze kapitaalstorting wordt tussen 2015 en 2019 in 5 gelijke tranches van elk USD 41,26 mln. betaald, waarbij er in 2016 twee termijnen worden betaald (2015 en 2016) Door wisselkoerseffecten vallen deze kosten anders uit dan eerder geraamd.

Ontvangsten

Renteontvangsten lening Griekenland (– € 9,6 mln.)

De renteontvangsten op de lening aan Griekenland zijn afhankelijk van de rentestand. Vanwege een neerwaarts aangepaste rentevoet in de CPB-raming worden de geraamde renteontvangsten van Griekenland naar beneden bijgesteld.

Artikel 5 Exportkredietverzekering en investeringsgaranties

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

10.616.436

0

10.616.436

0

10.616.436

0

0

0

0

waarvan garantieverplichtingen:

                 

Reguliere EKV

10.000.000

 

10.000.000

0

10.000.000

0

0

0

0

Investeringsverzekeringen

453.780

 

453.780

0

453.780

0

0

0

0

MIGA

150.000

 

150.000

0

150.000

0

0

0

0

                   

Uitgaven

88.056

0

88.056

0

88.056

0

0

0

0

                   

waarvan juridisch verplicht

100%

               
                   

Garanties

75.400

0

75.400

0

75.400

0

0

0

0

Schade-uitkering EKV

74.900

 

74.900

0

74.900

0

0

0

0

Schade-uitkering investeringsverzekeringen

500

 

500

0

500

0

0

0

0

                   

Opdrachten

12.600

0

12.600

0

12.600

0

0

0

0

Kostenvergoeding Atradius DSB

12.600

 

12.600

0

12.600

0

0

0

0

                   

Overige

56

0

56

0

56

0

0

0

0

Overige uitgaven

56

 

56

0

56

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

246.952

0

246.952

0

246.952

0

0

0

0

Premies EKV

50.000

 

50.000

0

50.000

0

0

0

0

Premies investeringsverzekeringen

1.250

 

1.250

0

1.250

0

0

0

0

Schaderestituties EKV

183.202

 

183.202

0

183.202

0

0

0

0

Onttrekking begrotingsreserve Seno-Gom

12.500

 

12.500

0

12.500

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Er hebben geen mutaties plaatsgevonden

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

2.851.726

0

2.851.726

4.265

2.855.991

0

0

0

0

                   

Uitgaven

2.851.726

0

2.851.726

4.265

2.855.991

0

0

0

0

                   

waarvan juridisch verplicht

100%

               
                   

Bijdrage aan medeoverheden

2.851.726

0

2.851.726

4.265

2.855.991

0

0

0

0

w.v. bijdragen aan gemeenten en kaderwetgebieden

2.515.341

 

2.515.341

278

2.515.619

0

0

0

0

w.v. bijdragen aan provincies

336.385

 

336.385

3.987

340.372

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

2.851.726

0

2.851.726

4.265

2.855.991

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Het BCF is bijgesteld als gevolg van enkele overhevelingen van ministeries naar het Gemeente- en Provinciefonds. Omdat gemeenten en provincies voor deze uitkeringen recht hebben op btw- compensatie, wordt een deel van de uitkering overgeheveld naar het BCF.

Artikel 7 Beheer materiële activa

Bedragen x € 1.000
 

Stand ontwerpbegroting (1)

mutaties begroting (2)

Stand vastgestelde begroting (3)

mutaties 1ste suppletoire begroting (4)

Stand 1ste suppletoire begroting (5=3+4)

Mutaties 2017

Mutaties 2018

Mutaties 2019

Mutaties 2020

Verplichtingen

306

0

306

0

306

0

0

0

0

                   

Uitgaven

306

0

306

0

306

0

0

0

0

                   

waarvan juridisch verplicht

0%

               
                   

Opdrachten

306

0

306

0

306

0

0

0

0

Beheerskosten DRZ

306

 

306

0

306

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

1.800

0

1.800

0

1.800

0

0

0

0

                   

Programma-ontvangsten

1.800

0

1.800

0

1.800

0

0

0

0

Vervreemding DRZ

1.800

 

1.800

0

1.800

0

0

0

0

Toelichting

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Er hebben geen mutaties plaatsgevonden.

2

Gerekend met de SDR-EUR-wisselkoers van 1 februari 2016

3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Licence