Base description which applies to whole site

5. Financieel Beeld Zorg

1. Inleiding

In de 1e suppletoire begroting 2016 worden de budgettaire ontwikkelingen voor 2016 vanaf de ontwerpbegroting 2016 binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven afzonderlijk toegelicht.

Deze paragraaf geeft een actueel beeld van de uitgaven onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ). Naast de doorwerking van de voorlopige zorguitgaven 2015 (zoals gepresenteerd in het jaarverslag 2015, dat op 18 mei is verschenen), geeft deze paragraaf de mutaties weer die voortkomen uit in gang gezet beleid en onvermijdelijke knelpunten die voor 2016 worden voorzien.

Dit deel van de 1e suppletoire begroting 2016 bestaat uit de volgende paragrafen:

  • 1. Inleiding

  • 2. Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven 2016

  • 3. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

    3.1. Verticale ontwikkeling van de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

    3.2. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2016

    3.3. Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2016

    3.4. Verticale ontwikkeling begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

  • 4. Mutaties per sector

  • 5. Verdieping in de BKZ-sectoren

    5.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    5.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

2. Ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg en de netto-BKZ-uitgaven 2016

Het Budgettair Kader Zorg legt aan het begin van de kabinetsperiode de genormeerde ontwikkeling van de collectieve zorguitgaven vast voor elk van de komende vier jaren. Gedurende de kabinetsperiode wordt het kader aangepast voor de jaarlijkse prijsstijging. Hiervoor wordt de CPB-raming van de prijsindex van de nationale bestedingen (pNB) gebruikt.

Het BKZ is bij de start van het kabinet-Rutte-Asscher voor de periode 2013–2017 vastgesteld bij Startnota (TK 33 400, nr. 18). Op deze stand zijn de maatregelen uit het aanvullend beleidspakket en de macro-economische doorwerking conform de laatste inzichten van het CPB verwerkt. Bij de start zijn de uitgavenkaders herijkt en is de stand ontwerpbegroting 2013 (TK 33 400-XVI, nr. 1 en 33 400-XVI, nr. 2) als uitgangspunt genomen.

Na de Startnota zijn de uitgavenkaders opnieuw herijkt en is de stand ontwerpbegroting 2014

(TK 33 750-XVI, nr. 1 en 33 750-XVI, nr. 2) als uitgangspunt genomen. Voor het BKZ betekende dit neerwaartse aanpassing voor het jaar 2016 met € 558 miljoen.

Tabel 1 laat de ontwikkeling zien van het BKZ en de stand van de netto-BKZ-uitgaven in de 1e suppletoire begroting 2016.

Tabel 1 Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven 2016 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2016

BKZ stand ontwerpbegroting 2016

68.564

Prijs nationale bestedingen (pNB)

– 543

IJklijnmutaties

– 73

Bijstelling BKZ

– 615

BKZ stand 1e suppletoire 2016

67.948

Netto-BKZ-uitgaven stand 1e suppletoire 2016

67.169

Onderschrijding BKZ

– 779

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Het BKZ is ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2016 met € 0,6 miljard verlaagd.

Als gevolg van nominale ontwikkelingen (een neerwaartse bijstelling van de prijs Nationale Bestedingen volgend uit het Centraal Economisch Plan van het CPB) € 0,5 miljard en € 0,1 miljard als gevolg van enkele overhevelingen die hebben plaatsgevonden van het Budgettair Kader Zorg naar de VWS-begroting, (behorend tot het kader Rijksbegroting). Ondanks deze neerwaartse bijstellingen is er sprake van een geraamde onderschrijding van het BKZ met € 0,8 miljard.

In de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4 is de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

3. Ontwikkelingen van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

In deze paragraaf wordt vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron gepresenteerd. In paragraaf 3.1 is de verticale ontwikkeling van de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen te zien. De verdieping per financieringsbron is opgenomen in de paragrafen 3.2 (Zvw), 3.3 (Wlz) en 3.4

(begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven) en per sector in de verdiepingsparagraaf 5.

3.1. Verticale ontwikkeling van de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

Tabel 2 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten op hoofdlijnen zien.

Tabel 2 Verticale ontwikkeling van de totale BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

Bruto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2016

72.883,9

Mutaties Zvw-uitgaven

– 790,5

Mutaties Wlz-uitgaven

– 149,3

Mutaties begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven

245,6

Totaal mutaties

– 694,3

Bruto-BKZ-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

72.189,7

BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

5.042,8

Mutaties Wlz-ontvangsten

– 21,9

BKZ-ontvangsten stand 1e suppletoire begroting 2016

5.020,9

Netto-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2016

67.841,1

Mutatie in de netto-BKZ-uitgaven

– 672,4

Netto-BKZ-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

67.168,8

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2016 nemen de geraamde bruto-BKZ-uitgaven af met € 694 miljoen en nemen de geraamde BKZ-ontvangsten af met € 22 miljoen. Daarmee nemen de netto-BKZ-uitgaven ten opzichte van ontwerpbegroting 2016 per saldo af met € 672 miljoen. De daling van de bruto-BKZ-uitgaven wordt veroorzaakt door de daling van de Zvw-uitgaven met € 791 miljoen, een daling van de Wlz-uitgaven met € 149 miljoen en een stijging van de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven met € 246 miljoen. Daarnaast is de raming van de Wlz-ontvangsten gedaald met € 22 miljoen.

In de paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4 wordt de ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten per financieringsbron verder toegelicht.

3.2. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2016

Tabel 3 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten van de Zvw zien. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf 5.1.

Tabel 3 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

Bruto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2016

45.860,1

   

Mee- en tegenvallers

– 43,6

Actualisering zorguitgaven (zie tabel 3A)

– 43,6

   

Beleidsmatige mutaties

– 560,1

Schadevergoeding Erasmus MC

– 4,0

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen en ggz

– 75,0

Taakstelling stringent pakketbeheer

75,0

Besluitvorming overschrijdingen MSZ

– 70,0

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

18,8

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

– 68,8

Migratieproblematiek

23,6

Verwarde personen

15,0

Nominaal en onverdeeld Zvw

– 469,9

Overige

– 4,8

   

Technische en nominale mutaties

– 186,8

Nominale ontwikkeling

– 271,0

Grondslagverlegging en overig

84,2

   

Totaal mutaties

– 790,5

   

Bruto-Zvw-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

45.069,5

   

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

3.194,8

Totaal mutaties

0,0

Zvw-ontvangsten stand 1e suppletoire begroting 2016

3.194,8

   

Netto-Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2016

42.665,2

Mutatie in de netto-Zvw-uitgaven

– 790,5

Netto-Zvw-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

41.874,7

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 3A Actualisering Zvw-uitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

Eerstelijnszorg

– 23,5

Tweedelijnszorg

18,2

Genees- en hulpmiddelen

– 17,6

Ziekenvervoer

– 36,7

Wijkverpleging

37,7

Grensoverschrijdende zorg

– 21,7

Totaal

– 43,6

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

In tabel 3A is het onderdeel «Actualisering zorguitgaven» uit tabel 3 nader uitgesplitst. De actualisering van de zorguitgaven vindt plaats op basis van voorlopige realisatiegegevens 2015 van de NZa en het Zorginstituut. Voor de curatieve ggz en de medisch-specialistische zorg zijn vooralsnog alleen zeer voorlopige realisatiecijfers over 2015 beschikbaar. Omdat er met de huisartsen, de medisch-specialistische zorg en de ggz akkoorden zijn gesloten, zijn de ramingen 2016 voor deze sectoren niet bijgesteld. In het verdiepingshoofdstuk is de actualisering van de Zvw-uitgaven per deelsector verder toegelicht.

Beleidsmatige mutaties

Schadevergoeding Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente); zie TK 25 268, nrs. 120 en 126. Aangezien de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen wordt betaald vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor gereserveerde € 4 miljoen (in 2016), alsmede (vanaf 2017) niet meer benodigde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten, overgeheveld naar artikel 2 van de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven). Zie ook de toelichting op de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven in paragraaf 3.4.

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen en ggz

De hulpmiddelenraming laat voldoende ruimte zien om de onderschrijding van circa € 91 miljoen in 2015 structureel door te trekken. Een deel hiervan (€ 50 miljoen in 2016) zal worden ingezet t.b.v. de taakstelling stringent pakketbeheer. In de afgelopen periode hebben zorgverzekeraars gestuurd op doelmatigheid en gepast gebruik van extramurale hulpmiddelen.

De invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer bij de ggz wordt gerealiseerd door begrenzing en gepast gebruik van zorg in de ggz conform een advies van het Zorginstituut. Zie brief hierover van 22 maart 2016, TK 29 689, nr. 692. Het Zorginstituut heeft op basis van het advies een besparingsbedrag van € 25 miljoen geraamd. Het kader ggz zal met dit bedrag worden verlaagd.

Taakstelling stringent pakketbeheer.

De nog te verwerken taakstelling stringent pakketbeheer bedraagt € 75 miljoen in 2016 en € 225 miljoen vanaf 2017. Dekking voor de taakstelling in 2016 wordt gevonden binnen het kader hulpmiddelen (€ 50 miljoen) en de ggz (€ 25 miljoen). De invulling van de oploop vanaf 2017 wordt verwerkt in de ontwerpbegroting 2017.

Besluitvorming overschrijdingen MSZ 2012 en 2013

Naar aanleiding van bestuurlijk overleg met partijen van het bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord MSZ is eerder in verband met de geconstateerde overschrijding 2012 eenmalig € 70 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader MSZ 2016. Zie brief hierover van 31 maart 2015, Kamerstuk TK 29 248, nr. 282. Deze korting wordt thans ook in de begroting verwerkt.

Inmiddels heeft ook besluitvorming plaatsgevonden over de geconstateerde overschrijding 2013. Op basis daarvan wordt eenmalig € 29 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader MSZ 2017. Zie brief hierover van 29 april 2016, Kamerstuk 2016D18344.

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

De resterende middelen voor de overgang naar integrale tarieven op artikel 2 van de begroting worden overgeheveld naar het premiegefinancierde BKZ; zie ook de toelichting op de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven in paragraaf 3.4.

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

Op basis van het hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg (MSZ) 2014–2017 zijn voor de periode 2015–2024 middelen beschikbaar gesteld voor de overgang naar integrale tarieven. Deze middelen zijn eerder overgeheveld naar artikel 2 van de begroting om een subsidieregeling voor de overgang naar integrale tarieven mogelijk te maken. Voor zover de middelen niet nodig zijn voor de subsidieregeling worden ze weer toegevoegd aan de sector MSZ c.q. het mbi-kader MSZ. De vrijval in 2016 bedraagt € 68,8 miljoen: € 50 miljoen die eerder op het premiegefinancierde BKZ was gereserveerd, alsmede € 18,8 miljoen op het begrotingsgefinancierde BKZ. Deze middelen worden doorgeschoven. Het beschikbare budget komt daarmee op € 75 miljoen in 2017 en € 50 miljoen vanaf 2018.

Migratieproblematiek

De verhoogde instroom van asielzoekers leidt tot hogere zorguitgaven op het BKZ. Op korte termijn wordt een extra beslag op de curatieve zorg verwacht (o.a. huisartsenzorg, ggz en MSZ), de langdurige zorg en binnen het gemeentelijk domein. Ook op het terrein van preventie en de jeugd(gezondheids)zorg worden additionele uitgaven verwacht. De raming gaat uit van een instroom van 58.000 vluchtelingen in 2016.

Verwarde personen

Het aanjaagteam verwarde personen dat is gestart na de zomer, heeft samen met haar partners knelpunten en verbeteracties in beeld gebracht in de persoonsgerichte aanpak voor mensen met verward gedrag. Voor structurele oplossingen en een sluitende aanpak is een krachtige beweging nodig. De kosten die aan de diverse verbeteracties zijn verbonden bedragen voor VWS € 15 miljoen in 2016 en € 30 miljoen structureel vanaf 2017. Eén van de acties is een regeling voor onverzekerden. Een deel van de middelen is bestemd voor pilots en projecten in het land.

Nominaal en onverdeeld

Een deel van de gereserveerde middelen op de post Nominaal en onverdeeld blijkt niet nodig te zijn en valt daarom vrij. Deze ruimte bestaat uit niet-toegedeelde middelen voor nominale bijstellingen en groeiruimte Zvw. Daarnaast is ruimte ontstaan als een gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde groeiruimte voor de curatieve zorg en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren. Voorts is na verwerking van de gemaakte afspraken over de afwikkeling van de schadevergoeding aan Erasmus MC, in de jaren na 2019, sprake van vrijval van gereserveerde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten.

Technische en nominale mutaties

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Grondslagverlegging en overig

De grondslag van het loon- prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

3.3. Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2016

Tabel 4 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de verdiepingsparagraaf 5.2.

Tabel 4 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

Bruto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2016

19.899,0

   

Mee- en tegenvallers

39,4

Actualisering zorguitgaven

22,4

Zorg in natura

17,0

   

Beleidsmatige mutaties

– 91,6

Waardigheid en Trots

– 17,5

Uitvoeringskosten/compensatie pgb gemeenten

– 31,0

Uitstel overheveling huishoudelijke hulp MPT naar Wlz

– 26,8

Nominaal en onverdeeld Wlz

– 14,2

Compensatie Wmo 2015

– 2,3

Overige

0,2

   

Technische en nominale mutaties

– 97,2

Nominale ontwikkeling

– 17,7

Grondslagverlegging en overig

25,8

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

– 105,2

   

Totaal mutaties

– 149,3

   

Bruto-Wlz-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

19.749,7

   

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

1.848,0

   

Mee- en tegenvallers

– 21,9

Ramingsbijstelling eigen bijdragen

– 21,9

   

Totaal mutaties

– 21,9

   

Wlz-ontvangsten stand 1e suppletoire begroting 2016

1.826,1

   

Netto-Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2016

18.051,0

Mutatie in de netto-Wlz-uitgaven

– 127,4

Netto-Wlz-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

17.923,6

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Actualisering

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van de NZa en het Zorginstituut zijn de zorguitgaven 2015 geactualiseerd. De opwaartse bijstelling komt voor rekening van het eerstelijnsverblijf (circa € 14 miljoen), de tandheelkundige zorg in Wlz-instellingen (€ 4 miljoen) en de bovenbudgettaire vergoedingen (€ 8 miljoen). Daar tegenover staat een onderschrijding van € 4 miljoen bij de ziekenhuiszorg Wlz. In het verdiepingshoofdstuk is de actualisering van de Wlz-uitgaven per deelsector verder toegelicht.

Zorg in natura

Dit betreffen extra Wlz-uitgaven in 2016 vanwege het niet extramuraliseren van het zorgprofiel VG3.

Beleidsmatige mutaties

Waardigheid en Trots

In totaal is een bedrag van € 185 miljoen in 2016 oplopend tot € 210 miljoen structureel vanaf 2020 beschikbaar gesteld voor Waardigheid en Trots. In de begroting 2016 is dit gehele bedrag gereserveerd binnen het Budgettair Kader Zorg omdat de nadere verdeling tussen het Budgettair Kader Zorg en de begroting nog niet was gemaakt. Vanaf 2016 is structureel € 17,5 miljoen overgeboekt naar de VWS-begroting voor uitgaven in het kader van Waardigheid en Trots door middel van opdrachten en subsidies.

Uitvoeringskosten/compensatie pgb gemeenten

VWS levert, zoals aangekondigd in de decembercirculaire van het gemeentefonds, in 2016 eenmalig een bijdrage van € 12,5 miljoen in de uitvoeringskosten van de gemeenten voor de pgb trekkingsrechten. Vorig jaar is in het kader van meerkosten reeds € 20 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd en in 2016 ontvangen gemeenten aanvullend eenmalig nog een bedrag van € 11,5 miljoen. Tot slot ontvangen gemeenten in het kader van het «1-meibesluit» (geen budgetwijzigingen mogelijk tot 1 mei 2016) eenmalig een bedrag van € 7 miljoen. De € 31 miljoen voor de financiering van de SVB is vanuit het Budgettair Kader Zorg naar de begroting van VWS overgeboekt.

Uitstel overheveling huishoudelijke hulp Modulair Pakket Thuis naar Wlz

De Wlz-uitgaven 2016 zijn neerwaarts bijgesteld omdat de overheveling van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 naar de Wlz ten behoeve van het modulair pakket thuis (MPT) met een jaar is uitgesteld.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Een deel van de gereserveerde ruimte op de sector nominaal en onvoorzien wordt ingezet ter dekking van problematiek binnen de Wlz.

Compensatie Wmo 2015

In het bestuurlijk overleg van 25 april 2016 tussen VWS en de VNG is overeengekomen dat een bedrag van circa € 2,3 miljoen aan het budget Wmo 2015 van de integratie-uitkering Sociaal domein wordt toegevoegd.

Technische en nominale mutaties

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Grondslagverlegging en overig

De grondslag van het loon- prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

De tranche 2016 van de loon- en prijsbijstelling is toegevoegd aan de budgetten voor de Wmo en Jeugdwet.

Ontvangsten

Ramingsbijstelling eigen bijdragen

Het lagere aantal cliënten in de intramurale ouderenzorg dan eerder geraamd, leidt tot minder opbrengsten van de eigen bijdrage in de Wlz.

3.4. Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016

Tabel 5 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 de verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven en -ontvangsten zien.

Tabel 5 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2016

Bruto-begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2016

7.124,9

   

Beleidsmatige mutaties

140,1

Schadevergoeding Erasmus MC

85,0

Compensatie derving eigen bijdrage Jeugdwet (Gemeentefonds)

17,0

Compensatie beschermd wonen (Gemeentefonds)

9,8

Subsidieregeling integrale tarieven 2015

9,0

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

– 18,8

Compensatie herstelopslag UMC's

11,2

Level playing field pensioenen UMC’s d.m.v. sectoralisatie

17,0

Zorguitgaven CN i.v.m. dollarkoers

6,0

Compensatie Wmo 2015

2,3

Compensatie eigen bijdragen gemeenten

5,0

Overige

– 3,4

   

Technische en nominale mutaties

105,5

Nominale ontwikkeling

– 5,2

Uitdeling lpo 2016

5,5

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

105,2

   

Totaal mutaties

245,6

   

Bruto-begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

7.370,4

   

Begrotingsgefinancierde-BKZ-ontvangsten ontwerpbegroting 2016

0,0

Totaal mutaties

0,0

Begrotingsgefinancierde-BKZ-ontvangsten stand 1e suppletoire begroting 2016

0,0

   

Netto-begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2016

7.124,9

Mutatie in de netto-begrotingsgefinancierde-uitgaven

245,6

Netto-begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven stand 1e suppletoire begroting 2016

7.370,4

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

De netto-begrotingsgefinancierde uitgaven nemen ten opzichte van ontwerpbegroting 2016 toe met circa € 246 miljoen.

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Schadevergoeding Erasmus MC

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente). Erasmus MC lijdt schade als gevolg van handelingen en investeringen die het zonder de toezeggingen niet zou hebben verricht respectievelijk gedaan. Erasmus MC heeft op basis van de toezeggingen een nieuwbouwproject met een onrendabele top (lasten ongedekt door relevante inkomsten) ondernomen en zou zonder de toezeggingen een dergelijk nieuwbouwproject niet hebben uitgevoerd (zie TK 25 268, nrs. 120 en 126). VWS heeft in 2015 € 85 miljoen betaald; ook in 2016 wordt € 85 miljoen betaald, het restant in 2017. Aangezien de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen wordt betaald vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor gereserveerde middelen overgeheveld naar artikel 2 van de VWS-begroting. Ze blijven behoren tot het BKZ (begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven). Voor de betaling in 2016 wordt via een kasschuif € 81 miljoen toegevoegd aan de € 4 miljoen die voor 2016 waren gereserveerd.

Compensatie derving eigen bijdrage Jeugdwet (Gemeentefonds)

Het kabinet heeft een wijziging van de Jeugdwet aangekondigd, om de ouderbijdrage die in de wet is opgenomen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 af te schaffen. In verband hiermee is sprake van een toevoeging aan de integratie-uitkering Sociaal domein van € 17 miljoen.

Compensatie beschermd wonen (Gemeentefonds)

Het betreft de compensatie voor het zevental centrumgemeenten dat op grond van de huidige verdeling van het budget 2015 minder heeft gehad dan dat zij dat jaar op basis van de verbeterde verdeling zouden hebben gehad.

Subsidieregeling integrale tarieven 2015/Overheveling resterende middelen integrale tarieven

Voor de uitvoering van de subsidieregeling integrale tarieven is in 2016 maximaal € 20,2 miljoen nodig. De resterende middelen (€ 9,8 miljoen) worden overgeheveld naar het premiegefinancierde BKZ om weer te worden toegevoegd aan de sector medisch-specialistische zorg. Dat geldt ook voor de middelen die bij tweede suppletoire wet 2015 zijn vrijgevallen, maar in 2016 opnieuw beschikbaar zijn (€ 9 miljoen).

Compensatie herstelopslag UMC’s

De UMC’s krijgen in 2016 gedeeltelijke compensatie uit de loonbijstelling voor de herstelopslag op de pensioenpremie die het ABP per 1 april heeft doorgevoerd. VWS vult deze compensatie aan waardoor de UMC’s volledig worden gecompenseerd voor de herstelopslag in 2016 (€ 11,2 miljoen) en 2017 (€ 15,8 miljoen).

Level playing field pensioenen UMC’s d.m.v. sectoralisatie

De NFU en de Ministers van BZK, Financiën en VWS zijn overeengekomen om te bezien of een aparte sectorale pensioenregeling voor Universitair Medische Centra binnen het ABP kan worden gerealiseerd. Hiervoor is een reeks van € 17 miljoen gereserveerd.

Zorguitgaven CN i.v.m. dollarkoers

De zorgkosten op Caribisch Nederland stijgen door een ongunstige wisselkoers. Het gaat hierbij vooral om de doorwerking op het budget zorguitgaven Caribisch Nederland (€ 6 miljoen).

Compensatie Wmo 2015

In het bestuurlijk overleg van 25 april 2016 tussen de VNG en VWS is overeengekomen dat een bedrag van circa € 2,3 miljoen aan het budget Wmo 2015 van de integratie-uitkering Sociaal domein wordt toegevoegd.

Compensatie eigen bijdragen gemeenten

Gemeenten worden gecompenseerd voor de eigen bijdragen die zij mislopen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassingen en hulpmiddelen aan Wlz-cliënten die thuis wonen door de anticumulatiebepaling met de Wlz.

Overige

Deze post is het saldo van enkele in omvang geringe mutaties.

Technische en nominale mutaties

Nominale ontwikkeling

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Uitdeling lpo 2016

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling van de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven.

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

De raming van de budgetten voor de Wmo en de Jeugdwet is verhoogd ter compensatie van ontwikkeling van de loonkosten en prijzen.

4. Mutaties per sector

Tabel 6 geeft de mutaties vanaf de stand ontwerpbegroting 2016 tot aan de 1e suppletoire begroting 2016 op sector niveau weer. De mutaties van de Zvw en Wlz over 2016 worden in de verdiepingsparagraaf 5 verder toegelicht.

Tabel 6 BKZ-uitgaven en -ontvangsten per sector 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties

Mutaties

Mutaties

Mutaties

 

2016

2016

2016

2017

2018

2019

2020

Zorgverzekeringswet (Zvw)

             

Eerstelijnszorg

5.349,6

43,0

5.392,7

136,8

135,9

135,9

135,9

Tweedelijnszorg

23.099,2

192,0

23.291,2

311,7

314,9

314,4

313,8

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.779,0

55,4

3.834,4

52,1

55,7

59,7

59,7

Geneesmiddelen

4.598,8

39,6

4.638,4

37,2

35,7

35,7

35,7

Hulpmiddelen

1.668,0

– 84,4

1.583,6

– 59,2

– 59,2

– 59,2

– 59,2

Ziekenvervoer

692,3

– 26,2

666,1

– 1,2

– 1,2

– 1,3

– 1,3

Opleidingen

1.250,9

17,4

1.268,3

17,9

17,6

16,4

16,2

Wijkverpleging

3.346,1

85,7

3.431,7

51,0

52,4

52,7

51,6

Grensoverschrijdende zorg

809,9

– 12,0

797,8

– 12,7

– 12,7

– 12,7

– 12,7

Nominaal en onverdeeld

1.266,3

– 1.101,0

165,3

– 1.337,9

– 1.312,0

– 1.367,1

– 1.463,4

Bruto-Zvw-uitgaven

45.860,1

– 790,5

45.069,5

– 804,6

– 773,2

– 825,6

– 923,8

Eigen risico Zvw

3.194,8

0,0

3.194,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Eigen bijdrage Zvw

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Zvw-ontvangsten

3.194,8

0,0

3.194,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-Zvw-uitgaven

42.665,2

– 790,5

41.874,7

– 804,6

– 773,2

– 825,6

– 923,8

               

Wet langdurige zorg (Wlz)

             

Binnen contracteerruimte

16.455,0

217,1

16.672,2

235,5

236,4

240,4

283,6

Ouderenzorg

9.017,8

– 22,9

8.994,9

– 22,7

– 22,8

– 18,8

24,9

Gehandicaptenzorg

6.126,0

64,4

6.190,4

57,4

58,1

58,1

57,6

Langdurige ggz

369,2

144,2

513,4

142,6

143,0

143,0

143,0

Volledig pakket thuis

288,0

72,6

360,6

99,5

99,5

99,5

99,5

Extramurale zorg

519,9

62,2

582,1

62,1

62,0

62,0

62,0

Overige binnen contracteerruimte

134,1

– 103,4

30,7

– 103,4

– 103,4

– 103,4

– 103,4

               

Persoonsgebonden budgetten

1.346,5

96,0

1.442,5

85,0

84,9

84,9

84,9

               

Buiten contracteerruimte

2.097,5

– 462,5

1.635,0

– 424,0

– 438,5

– 440,9

– 500,2

Kapitaallasten (nacalculatie)

801,8

2,6

804,5

3,9

0,0

0,0

0,0

Beheerskosten

140,7

6,9

147,6

6,8

6,7

6,7

6,7

Overig buiten contracteerruimte1

636,2

29,1

665,3

– 7,8

– 7,8

– 7,8

– 7,8

Nominaal en onverdeeld

518,7

– 501,1

17,6

– 426,9

– 437,4

– 439,8

– 499,1

Bruto-Wlz-uitgaven

19.899,0

– 149,3

19.749,7

– 103,5

– 117,3

– 115,6

– 131,7

Eigen betalingen Wlz

1.848,0

– 21,9

1.826,1

– 19,6

– 21,9

– 51,6

– 33,8

Wlz-ontvangsten

1.848,0

– 21,9

1.826,1

– 19,6

– 21,9

– 51,6

– 33,8

Netto-Wlz-uitgaven

18.051,0

– 127,4

17.923,6

– 83,9

– 95,4

– 64,0

– 97,9

               

Begrotingsgefinancierd

             

Wmo 2015 en Jeugdwet (Gemeentefonds)

6.716,1

139,3

6.855,4

106,4

106,0

106,2

106,1

Integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging

1.138,1

23,2

1.161,4

18,9

18,9

18,9

18,9

Integratie-uitkering Sociaal domein deel Wmo 2015

3.573,3

69,3

3.642,6

57,8

57,2

57,4

57,2

HHT en restant RA middelen arbeidsmarkt

141,0

0,0

141,0

0,6

0,6

0,6

0,7

Jeugdwet

1.863,6

46,8

1.910,4

29,1

29,4

29,4

29,4

               

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

408,8

106,3

515,0

65,6

– 5,8

3,3

27,5

Subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

30,0

– 9,8

20,2

– 50,0

– 25,0

– 16,0

10,0

Subsidieregeling abortusklinieken

15,7

– 0,3

15,4

– 0,3

– 0,3

– 0,3

– 0,3

Schadevergoeding Erasmus MC

0,0

85,0

85,0

81,0

0,0

0,0

0,0

Zorgopleidingen

242,1

25,1

267,3

32,8

17,2

16,9

16,9

Wtcg

7,7

0,0

7,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Zorg Caribisch Nederland

107,9

6,0

113,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Loon- en prijsbijstelling (begroting VWS en Financiën)

5,4

0,3

5,6

2,1

2,4

2,7

0,9

Overig

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bruto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

7.124,9

245,6

7.370,4

172,0

100,3

109,5

133,7

Terugontvangsten opleidingsfonds

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Begrotingsgefinancierde BKZ-ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Netto-begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

7.124,9

245,6

7.370,4

172,0

100,3

109,5

133,7

               

Totaal bruto-BKZ-uitgaven

72.883,9

– 694,3

72.189,7

– 736,2

– 790,2

– 831,7

– 921,8

Totaal BKZ-ontvangsten

5.042,8

– 21,9

5.020,9

– 19,6

– 21,9

– 51,6

– 33,8

Totaal netto-BKZ-uitgaven

67.841,1

– 672,4

67.168,8

– 716,6

– 768,3

– 780,1

– 888,0

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens.

1

Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, eerstelijnverblijf, orthocommunicatieve behandeling, innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

De mutaties in de jaren 2017 tot en met 2020 hangen vooral samen met de verwerking van de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling, actualiseringcijfers en beleidsmatige mutaties. De reeks onder nominaal en onverdeeld bij de Zvw en Wlz betreffen voornamelijk mutaties van de raming van de loon- en prijsbijstelling. De reeks bij de begrotingsgefinancierde-BKZ-uitgaven betreft voornamelijk beleidsmatige mutaties.

5. Verdieping in de BKZ-sectoren

In deze verdiepingsparagraaf wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de uitgaven onder het BKZ. Deze verdiepingsparagraaf is opgedeeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). De mutaties zijn per deelsector toegelicht. Dit geeft een overzichtelijker en gedetailleerder beeld van de budgettaire ontwikkelingen binnen de afzonderlijke onderdelen van de zorg. De mutaties zijn weergegeven ten opzichte van de ontwerpbegroting 2016. De toelichtingen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: nominaal, mee- en tegenvallers, beleidsmatig en technisch.

Onder de nominale bijstelling wordt de loon- en prijsbijstelling verantwoord. De vergoeding voor de loon- en prijsontwikkeling wordt voor alle zorgsectoren in eerste instantie gereserveerd op de deelsector nominaal en onverdeeld. De tranche 2016 is in deze suppletoire begroting reeds toegedeeld aan de deelsectoren.

De reeks mee- en tegenvallers bevat onder meer de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van de NZa en het Zorginstituut. Onder het kopje beleidsmatig zijn de mutaties uit de uitvoeringsbrief opgenomen.

De technische mutaties betreffen voornamelijk budgetneutrale verschuivingen tussen verschillende deelsectoren.

5.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Zvw. In de onderstaande tabellen wordt het totaal van de mutaties tussen de ontwerpbegroting 2016 en de 1e suppletoire begroting 2016 voor de Zvw per deelsector weergegeven en toegelicht.

Eerstelijnszorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Huisartsenzorg

2.762,3

18,7

2.781,0

Multidisciplinaire zorgverlening

445,2

15,3

460,4

Tandheelkundige zorg

717,4

20,7

738,2

Paramedische zorg

700,8

0,4

701,2

Verloskundige zorg

229,4

– 6,9

222,4

Kraamzorg

320,5

– 7,9

312,6

Zintuiglijk gehandicapten

174,1

2,8

176,9

Totaal

5.349,6

43,0

5.392,7

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Huisartsenzorg

7,8

Multidisciplinaire zorgverlening

1,3

Tandheelkundige zorg

10,9

Paramedische zorg

10,8

Verloskundige zorg

1,0

Kraamzorg

7,1

Zintuiglijk gehandicapten

3,1

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

Tandheelkundige zorg

9,8

Op basis van gegevens van het Zorginstituut is er sprake van een stijging van de uitgaven voor tandheelkundige zorg in 2015 van circa € 10 miljoen. Deze overschrijding, voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de preventieve mondzorg bij jeugdig verzekerden, wordt structureel verondersteld.

Paramedische zorg

– 10,4

In 2015 zijn de uitgaven voor paramedische zorg in totaal met € 10,4 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit betreft het saldo van hoger dan geraamde uitgaven aan ergotherapie (€ 2,2 miljoen) en oefentherapie (€ 0,1 miljoen) en lagere uitgaven aan fysiotherapie (€ 3,9 miljoen), logopedie (€ 5,6 miljoen) en dieetadvisering (€ 3,2 miljoen). Deze bijstellingen worden structureel verondersteld.

Verloskundige zorg

– 7,9

Op basis van gegevens van het Zorginstituut is de uitgavenraming voor 2015 geactualiseerd. Hieruit blijkt dat de uitgaven structureel € 7,9 miljoen lager uitvallen dan geraamd. Deze lagere uitgaven zijn mogelijk te verklaren door een afname van het aantal geboorten. Daarnaast zijn er een aantal geboortezorg initiatieven onder de beleidsregel innovatie gestart, deze uitgaven worden verantwoord in de sector overig curatief.

   

Kraamzorg

– 15,0

Op basis van gegevens van Zorginstituut bleken de uitgaven voor kraamzorg in 2015 lager dan geraamd. Deze neerwaartse bijstelling wordt structureel verondersteld. De lagere uitgaven zijn mogelijk het gevolg van dalende geboortecijfers en lagere tarieven in de contractering.

 

Beleidsmatig

Zintuiglijk gehandicapten

Expertisefunctie zintuiglijk gehandicapten

– 0,4

Dit betreft een correctie van de overheveling voor zorg voor zintuiglijk gehandicapten. Er is een bedrag van € 370.000 naar de Zvw overgeheveld, terwijl dit terecht had moeten komen op de begroting voor de subsidieregeling expertisefunctie ZG. Dit wordt nu gecorrigeerd.

Technisch

Overboeking middelen voor substitutie

Multidisciplinaire zorgverlening

14,0

Huisartsen

10,9

Conform de afspraken uit de bestuurlijke akkoorden eerste lijn en medisch specialistische zorg worden de beschikbare kaders voor de medisch specialistische zorg, de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg per 2016 bijgesteld op basis van de uitkomsten van de «Substitutiemonitor – Rapportage afsprakenmonitor juli 2015». Het beschikbare kader 2016 voor de medisch specialistische zorg wordt met € 24,9 miljoen naar beneden bijgesteld, en de beschikbare kaders 2016 voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg worden met € 10,9 miljoen respectievelijk € 14 miljoen verhoogd. Zie brief aan de Tweede Kamer van 14 oktober 2015, TK 33 654, nr. 18.

Tweedelijnszorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Medisch-specialistische zorg

21.145,8

149,2

21.294,9

Geriatrische revalidatiezorg

777,3

– 16,7

760,7

Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg

82,2

4,0

86,3

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

49,4

– 2,6

46,8

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

660,0

8,8

668,7

Overig curatieve zorg

384,5

49,3

433,8

Totaal

23.099,2

192,0

23.291,2

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Medisch specialistische zorg

244,7

Geriatrische revalidatiezorg

9,6

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

8,8

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

0,4

Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg

1,0

Overig curatieve zorg

4,8

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

Geriatrische revalidatiezorg

– 26,3

De uitgaven voor geriatrische revalidatiezorg zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. Daaruit kwam naar voren dat de uitgaven voor 2014 € 26 miljoen en voor 2015 € 38 miljoen lager waren dan eerder geraamd. De lichte stijging van de uitgaven in 2015 ten opzichte van 2014 is consistent met de verruiming van de aanspraak in 2015. Gelet op onzekerheden in de raming als gevolg van de verkorting van de doorlooptijd van dbc’s in 2015 en de overheveling van bovenbudgettaire hulpmiddelen vanaf 2015, worden de lagere uitgaven structureel verondersteld op het niveau van de meevaller voor 2014.

   

Overig curatieve zorg

44,5

De uitgaven voor overig curatieve zorg zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. De sterke stijging van de uitgaven in 2015 komt deels door een toename van initiatieven die zijn gestart onder de beleidsregel innovatie. Daarnaast is sprake van hogere uitgaven doordat het sinds 2015 ook voor diabetespatiënten die geen zorg krijgen binnen de zorgketen diabetes mogelijk is een vergoeding te krijgen voor voetzorg. De hogere uitgaven worden structureel verondersteld.

Beleidsmatig

Medisch-specialistische zorg

Besluitvorming overschrijdingen MSZ 2012 en 2013

– 70,0

Naar aanleiding van bestuurlijk overleg met partijen van het bestuurlijk Hoofdlijnenakkoord MSZ is eerder in verband met de geconstateerde overschrijding 2012 eenmalig € 70 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader MSZ 2016. Zie brief hierover van 31 maart 2015, Kamerstuk TK 29 248, nr. 282. Deze korting wordt thans ook in de begroting verwerkt.

Inmiddels heeft ook besluitvorming plaatsgevonden over de geconstateerde overschrijding 2013. Op basis daarvan wordt eenmalig € 29 miljoen in mindering gebracht op het beschikbare mbi-kader MSZ 2017. Zie brief hierover van 29 april 2016, Kamerstuk 2016D18344.

 

Niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

– 0,6

In het bestuurlijk akkoord voor de medisch-specialistische zorg zijn afspraken gemaakt over doelmatig voorschrijven. De besparingen zijn echter niet gerealiseerd. Conform de afspraken wordt een korting op het beschikbare kader toegepast. Eerder is al een korting van € 10 miljoen verwerkt, waardoor de totale korting is uitgekomen op € 10,6 miljoen.

 

Beschikbaarheidbijdrage overig medisch-specialistische zorg

SEH/acute verloskunde

3,0

Vanwege de verruiming van de beschikbaarheidbijdrage SEH/acute verloskunde wordt het beschikbare kader aangepast. Uitgaande van een 50/50-verdeling bij het vaststellen van het aantal ziekenhuizen dat een beschikbaarheidbijdrage ontvangt op basis van de nieuwe gevoeligheidsanalyse van het RIVM, gaat het om hogere uitgaven van

€ 3 miljoen.

   

Patiëntenvervoer Waddeneilanden

– 3,0

De helikopter voor het patiëntenvervoer van en naar de Waddeneilanden zal worden bekostigd vanuit de beschikbaarheidbijdrage.

Technisch

Medisch-specialistische zorg

Overboeking middelen voor substitutie

– 24,9

Conform de afspraken uit de bestuurlijke akkoorden eerste lijn en medisch specialistische zorg worden de beschikbare kaders voor de medisch specialistische zorg, de huisartsenzorg en de multidisciplinaire zorg per 2016 bijgesteld op basis van de uitkomsten van de »Substitutiemonitor – Rapportage afsprakenmonitor juli 2015». Het beschikbare kader voor de medisch specialistische zorg wordt met ingang van 2016 met € 24,9 miljoen naar beneden bijgesteld, en de beschikbare kaders voor de huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg worden met ingang van 2016 met € 10,9 miljoen respectievelijk € 14 miljoen verhoogd. Zie brief aan de Tweede Kamer van 14 oktober 2015, TK 33 654, nr. 18.

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.779,0

55,4

3.834,4

Totaal

3.779,0

55,4

3.834,4

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

57,9

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Beleidsmatig

Additionele middelen kwaliteitsonderzoek

– 2,5

Bij het opstellen van de ggz-toekomstagenda is door de veldpartijen aangegeven dat aanvullende middelen nodig zijn voor de agenda voor gepast gebruik en transparantie en voor extra onderzoek. Als gevolg hiervan kunnen bestaande en nieuwe behandelingen op termijn doelmatiger worden uitgevoerd. Deze middelen worden overgeheveld naar artikel 2 van de VWS-begroting.

 
Genees- en hulpmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Geneesmiddelen

4.598,8

39,6

4.638,4

Hulpmiddelen

1.668,0

– 84,4

1.583,6

Totaal

6.266,8

– 44,8

6.222,0

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Geneesmiddelen

17,6

Hulpmiddelen

6,4

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

Geneesmiddelen

23,8

De sector geneesmiddelen laat een overschrijding van ruim € 95 miljoen zien in 2015. Deze overschrijding wordt voor een kwart structureel verondersteld, zodat het beschikbare kader 2016 rond de beleidsrijke raming van het Zorginstituut blijft liggen.

 

Hulpmiddelen

– 41,4

Op basis van de meest recente realisatiecijfers over 2015 worden de uitgaven aan hulpmiddelen structureel neerwaarts bijgesteld.

Beleidsmatig

Hulpmiddelen

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen

– 50,0

Een deel van de onderschrijding 2015 van circa € 91 miljoen wordt ingezet voor de taakstelling stringent pakketbeheer (€ 50 miljoen in 2016). In de afgelopen periode hebben zorgverzekeraars gestuurd op doelmatigheid en gepast gebruik van extramurale hulpmiddelen.

   

Hulpmiddelen

 

Eigen bijdrage hoortoestellen kinderen

0,6

Deze bijstelling is het gevolg van het afschaffen van de eigen bijdragen voor hoortoestellen voor kinderen tot 18 jaar per 1 januari 2016. Daardoor nemen de netto-BKZ-uitgaven toe.

   

Geneesmiddelen

 

Uitvoering geneesmiddelenvisie

– 1,8

Dit betreft een bijstelling ten behoeve van de uitvoering van de geneesmiddelenvisie (zie TK 29 477, nr. 358). Gelet op de verwachte kostenbeheersende effecten die van de geneesmiddelenvisie uitgaan worden de kosten voor de uitvoering vanuit het BKZ overgeheveld naar de begroting.

Wijkverpleging (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerp

begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Wijkverpleging

3.346,1

85,7

3.431,7

Totaal

3.346,1

85,7

3.431,7

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

46,8

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

 

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

37,7

Op basis van gegevens van het Zorginstituut is in 2015 sprake van een overschrijding van het beschikbare kader met € 37,7 miljoen. Omdat het beschikbare budget voor wijkverpleging in de jaren vanaf 2017 fors toeneemt, wordt het beschikbare kader ook voor 2016 met € 37,7 miljoen verhoogd.

Beleidsmatig

Ontwikkelagenda wijkverpleging

1,2

De wijkverpleegkundige is terug als spil van de zorg in de buurt. Prioriteiten voor de komende periode zijn om te komen tot een relatief eenvoudig bekostigingsmodel en (daarmee samenhangend) een gezamenlijke ontwikkelagenda. Het doel hiervan is innovatie van de wijkverpleging te stimuleren en er tegelijkertijd voor te zorgen dat het bekostigingsmodel eenvoudig kan blijven.

 
Ziekenvervoer (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Ambulancevervoer

565,7

– 16,4

549,3

Overige ziekenvervoer

126,6

– 9,8

116,8

Totaal

692,3

– 26,2

666,1

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Ambulancevervoer

8,6

Overige ziekenvervoer

1,9

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

Ambulancevervoer

– 25,0

Op basis van cijfers van de NZa over de budgetten van ambulance-aanbieders zijn de uitgaven 2015 voor ambulances geactualiseerd. De lagere uitgaven in 2015 leiden ook tot een incidentele bijstelling van het kader in 2016.

   

Overige ziekenvervoer

– 11,7

De uitgaven van overig ziekenvervoer zijn geactualiseerd op basis van gegevens van het Zorginstituut. Daaruit komt naar voren dat de uitgaven in 2015 € 11,7 miljoen lager waren dan eerder geraamd. Deze lagere uitgaven worden structureel verondersteld.

Opleidingen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand

1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Opleidingen

1.250,9

17,4

1.268,3

Totaal

1.250,9

17,4

1.268,3

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

17,4

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Grensoverschrijdende zorg (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Grensoverschrijdende zorg

809,9

– 12,0

797,8

Totaal

809,9

– 12,0

797,8

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

9,7

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

Actualisering zorguitgaven

– 21,7

Op basis van gegevens van het ZiNL is over 2015 sprake van een onderschrijding van het beschikbare kader met € 21,7 miljoen. Het beschikbare kader is hiervoor geactualiseerd.

Nominaal en onverdeeld Zvw (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Nominaal en onverdeeld Zvw

1.266,3

– 1.101,0

165,3

Totaal

1.266,3

– 1.101,0

165,3

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

– 477,5

Dit betreft de uitdeling aan de verschillende sectoren van de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

   

Nominale ontwikkeling

– 271,0

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP 2016) van het Centraal Planbureau (CPB).

Beleidsmatig

Schadeloosstelling Erasmus MC

– 4,0

In een bindend advies is de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen vanwege het niet nakomen van twee toezeggingen uit 2009 vastgesteld op € 235,9 miljoen (stand ultimo 2014, exclusief rente); zie TK 25 268, nrs. 120 en 126. Aangezien de schadevergoeding die VWS aan Erasmus MC moet betalen wordt betaald vanuit de VWS-begroting, worden de hiervoor gereserveerde € 4 miljoen (in 2016), alsmede (vanaf 2017) niet meer benodigde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten, overgeheveld naar artikel 2 van de VWS-begroting.

   

Migratieproblematiek

23,6

De verhoogde instroom van asielzoekers leidt tot hogere zorguitgaven. Op korte termijn wordt een extra beroep op de zorg verwacht. Dit geldt zowel voor de curatieve zorg als de langdurige zorg, het gemeentelijk domein, preventie en (jeugd)gezondheidszorg. De raming gaat uit van een instroom van 58.000 vluchtelingen in 2016. De hiermee samenhangende middelen worden vooralsnog geparkeerd op deze sector.

 

Taakstelling stringent pakketbeheer

75,0

De nog te verwerken taakstelling stringent pakketbeheer bedraagt € 75 miljoen in 2016 en € 225 miljoen vanaf 2017. Dekking voor de taakstelling in 2016 wordt gevonden binnen het kader hulpmiddelen (€ 50 miljoen) en de ggz (€ 25 miljoen). De invulling van de oploop van de taakstelling vanaf 2017 wordt verwerkt in de ontwerpbegroting 2017.

 

Invulling stringent pakketbeheer ggz

– 25,0

De invulling van de taakstelling stringent pakketbeheer bij de ggz wordt gerealiseerd door begrenzing en gepast gebruik van zorg in de ggz conform een advies van het Zorginstituut. Zie brief hierover van 22 maart 2016, TK 29 689, nr. 692. Het Zorginstituut heeft op basis van het advies een besparingsbedrag van € 25 miljoen geraamd. Het kader ggz wordt met dit bedrag verlaagd. Deze afboeking moet nog worden verwerkt op de sector ggz.

 
   

Overheveling resterende middelen integrale tarieven

18,8

De resterende middelen voor de overgang naar integrale tarieven op artikel 2 van de begroting worden overgeheveld naar het premiegefinancierde BKZ; zie ook de toelichting op de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven in paragraaf 3.4.

   

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

– 68,8

Op basis van het hoofdlijnenakkoord voor de MSZ 2014–2017 is voor de periode 2015–2024 € 50 miljoen beschikbaar gesteld voor de overgang naar integrale tarieven. Deze middelen zijn eerder overgeheveld naar artikel 2 van de begroting om een subsidieregeling voor de overgang naar integrale tarieven mogelijk te maken. Voor zover de middelen niet nodig zijn voor de subsidieregeling worden ze weer toegevoegd aan de sector MSZ c.q. het mbi-kader MSZ. De vrijval in 2016 bedraagt € 68,8 miljoen: € 50 miljoen die eerder op het premiegefinancierde BKZ was gereserveerd, alsmede € 18,8 miljoen op het begrotingsgefinancierde BKZ. Deze middelen worden doorgeschoven naar de jaren 2018 – 2021. Het beschikbare budget komt daarmee op € 75 miljoen in 2017 en € 50 miljoen vanaf 2018.

   

Niet gerealiseerde besparing doelmatig voorschrijven

0,6

Korting op het kader MSZ in verband met de niet gerealiseerde besparingsdoelstelling doelmatig voorschrijven, conform de afspraken hierover in het bestuurlijk akkoord MSZ. In de begroting 2016 is in verband met het besparingsverlies in 2015 voor het jaar 2016 reeds een korting van € 10 miljoen verwerkt; uiteindelijk is de korting uitgekomen op € 10,6 miljoen.

   

Nominaal en onverdeeld

– 469,9

Een deel van de gereserveerde middelen op de post Nominaal en onverdeeld blijkt niet nodig te zijn en valt daarom vrij. Deze ruimte bestaat uit niet-toegedeelde middelen voor nominale bijstellingen en groeiruimte Zvw. Daarnaast is ruimte ontstaan als een gevolg van het verschil tussen de oorspronkelijk beschikbaar gestelde groeiruimte voor de curatieve zorg en de in de verschillende zorgakkoorden gemaakte afspraken over de toegestane groei in die sectoren. Voorts is na verwerking van de gemaakte afspraken over de afwikkeling van de schadevergoeding aan Erasmus MC, in de jaren na 2019, sprake van vrijval van gereserveerde middelen voor de garantieregeling kapitaallasten.

   

Verwarde personen

15,0

Het aanjaagteam verwarde personen dat is gestart na de zomer, heeft samen met haar partners knelpunten en verbeteracties in beeld gebracht in de persoonsgerichte aanpak voor mensen met verward gedrag. Voor structurele oplossingen en een sluitende aanpak is een krachtige beweging nodig. De kosten die aan de diverse verbeteracties zijn verbonden bedragen voor VWS € 15 miljoen in 2016 en € 30 miljoen structureel vanaf 2017. Eén van de acties is een regeling voor onverzekerden. Een deel van de middelen is bestemd voor pilots en projecten in het land.

   

Overige

– 2,0

Technische- en nominale mutaties

Grondslagverlegging en overig

84,2

De grondslag van het loon- prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

Zvw-ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Eigen risico Zvw

3.194,8

0,0

3.194,8

Totaal

3.194,8

0,0

3.194,8

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

N.v.t.

5.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële ontwikkelingen binnen de Wlz. In de onderstaande tabellen wordt het totaal van de mutaties tussen de ontwerpbegroting 2016 en de 1e suppletoire begroting 2016 voor de Wlz per deelsector weergegeven en toegelicht.

Binnen contracteerruimte (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2015

2015

2015

Ouderenzorg

9.017,8

– 22,9

8.994,9

Gehandicaptenzorg

6.126,0

64,4

6.190,4

Langdurige ggz

369,2

144,2

513,4

Volledig pakket thuis

288,0

72,6

360,6

Extramurale zorg

519,9

62,2

582,1

Overige binnen contracteerruimte

134,1

– 103,4

30,7

Totaal

16.455,0

217,1

16.672,2

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Ouderenzorg

116,3

Gehandicaptenzorg

82,2

Langdurige ggz

5,2

Volledig pakket thuis

3,4

Extramurale zorg

6,2

Overige binnen contracteerruimte

1,6

Mee- en tegenvallers

Actualisering

Deze mutatie betreft de doorwerking in 2016 van de actualisering van de uitgaven 2015. Zoals gemeld in het jaarverslag 2015 zijn dit voorlopige cijfers van de NZa, op basis van de 2e-ronde productieafspraken.

Ouderenzorg

– 249,2

Langdurige ggz

139,0

Gehandicaptenzorg

63,2

Volledig pakket thuis

96,0

Extramurale zorg

56,0

Overige binnen contracteerruimte

– 105,0

Beleidsmatig

Ouderenzorg

Waardigheid en Trots

110,0

En deel van de beschikbare middelen voor het plan Waardigheid en Trots – in totaal € 185 miljoen in 2016, oplopend tot € 210 miljoen structureel – wordt ingezet binnen de ouderenzorg Wlz ten behoeve van dagbesteding en opleidingen. In 2016 gaat het om € 110 miljoen.

   

Gehandicaptenzorg

 

Schuif van zorg in natura naar pgb

– 81,0

Op verzoek van de zorgkantoren zijn eind 2015 middelen verschoven van de contracteerruimte (zorg in natura) naar het pgb kader. Deze schuif is structureel.

   

Volledig pakket thuis

– 26,8

Uitstel overheveling MPT naar Wlz

 

De Wlz-uitgaven 2016 zijn neerwaarts bijgesteld omdat de overheveling van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo naar de Wlz ten behoeve van het modulair pakket thuis (MPT) met een jaar is uitgesteld.

 

Stand ontwerpbegroting

 

2016

Persoonsgebonden budgetten

1.346,5

Totaal

1.346,5

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Beleidsmatig

Schuif van zorg in natura naar pgb

Op verzoek van de zorgkantoren zijn eind 2015 middelen verschoven van de contracteerruimte (zorg in natura) naar het pgb-kader.

Kapitaallasten (nacalculatie) (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Kapitaallasten (nacalculatie)

801,8

2,6

804,5

Totaal

801,8

2,6

804,5

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

13,6

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Beleidsmatig

Toedelen invoering NHC jeugd

– 11,0

Deze mutatie betreft het de toedeling aan de sector kapitaallasten van de eerder beschikbaar gestelde middelen aan gemeenten voor de invoering van de NHC in het jeugddomein.

Beheerskosten (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Beheerskosten

140,7

6,9

147,6

Totaal

140,7

6,9

147,6

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

1,7

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Beleidsmatig

Waardigheid en Trots

5,0

Een deel van de middelen voor Waardigheid en Trots wordt ingezet om de zorgkantoren een omslag te laten maken naar inkopen op basis van kwaliteit. Dit vraagt onder meer om een actiever relatiebeheer met zorgaanbieders.

   

Overige

0,2

Overig buiten contracteerruimte (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Overig buiten contracteerruimte1

636,2

29,1

665,3

Totaal

636,2

29,1

665,3

1

Bij de Wlz zijn onder de post overige buiten contracteerruimte opgenomen de sectoren; bovenbudgettaire vergoedingen, tandheelkunde Wlz, instellingen voor medisch-specialistische zorg Wlz, overig curatieve zorg Wlz, ADL, extramurale behandeling, zorginfrastructuur, eerstelijnsverblijf, orthocommunicatieve behandeling, innovatie en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

6,7

Dit betreft de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

Mee- en tegenvallers

Actualisering

22,4

Dit is het saldo van diverse overschrijdingen (eerstelijnsverblijf, tandheelkundige zorg Wlz, bovenbudgettaire vergoedingen) en onderschrijdingen (ziekenhuiszorg Wlz).

Nominaal en onverdeeld (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Nominaal en onverdeeld

518,7

– 501,1

17,6

Totaal

518,7

– 501,091

17,6

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Nominaal

Loon- en prijsbijstelling

– 359,5

Dit betreft de uitdeling aan de verschillende sectoren van de tranche 2016 van de vergoeding voor loon- en prijsontwikkeling.

   

Nominale ontwikkeling

 

De raming van de loon- en prijsbijstelling is aangepast op basis van de macro-economische inzichten in het Centraal Economisch Plan (CEP 2016) van het Centraal Planbureau (CPB).

– 17,7

   

Grondslagverlegging en overig

25,8

De grondslag van het loon- prijsmodel is zoals ieder jaar na Prinsjesdag een jaar opgeschoven, van begroting 2015 naar 2016. Voorts zijn enkele technische wijzigingen verwerkt.

Mee- en tegenvallers

Zorg in natura

17,0

Dit betreft extra Wlz-uitgaven in 2016 vanwege het niet extramuraliseren van het zorgprofiel VG3.

 

Beleidsmatig

Waardigheid en Trots

– 115,0

En deel van de beschikbare middelen voor het plan Waardigheid en Trots wordt ingezet binnen de Contracteerruimte Wlz ten behoeve van dagbesteding en opleidingen (€ 110 miljoen). Daarnaast is € 5 miljoen bestemd voor een omslag naar inkopen op basis van kwaliteit door zorgkantoren (beheerskosten).

   

Waardigheid en Trots

– 17,5

In totaal is een bedrag van € 185 miljoen in 2016 oplopend tot € 210 miljoen structureel vanaf 2020 beschikbaar gesteld voor Waardigheid en Trots. In de begroting 2016 is dit gehele bedrag gereserveerd binnen het Budgettair Kader Zorg omdat de nadere verdeling tussen het Budgettair Kader Zorg en de begroting nog niet was gemaakt. Vanaf 2016 is structureel € 17,5 miljoen overgeboekt naar de begroting voor uitgaven in het kader van Waardigheid en Trots door middel van opdrachten en subsidies.

   

Uitvoeringskosten/compensatie gemeenten pgb

– 31,0

VWS levert, zoals aangekondigd in de decembercirculaire van het gemeentefonds, in 2016 eenmalig een bijdrage van € 12,5 miljoen in de uitvoeringskosten van de gemeenten voor de pgb trekkingsrechten. Vorig jaar is in het kader van meerkosten reeds € 20 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd en in 2016 ontvangen gemeenten aanvullend eenmalig nog een bedrag van € 11,5 miljoen. Tot slot ontvangen gemeenten in het kader van het «1-meibesluit» (geen budgetwijzigingen mogelijk tot 1 mei 2016) eenmalig een bedrag van € 7 miljoen. De € 31 miljoen voor de financiering van de SVB is vanuit het Budgettair Kader Zorg naar de begroting van VWS overgeboekt.

 

Toedelen invoering NHC jeugd

11,0

Deze mutatie betreft de overboeking naar de sector kapitaallasten van de eerder beschikbaar gestelde middelen aan gemeenten voor de invoering van de NHC in het jeugddomein.

   

Nominaal en onverdeeld

– 14,2

Een deel van de gereserveerde ruimte op de sector nominaal en onvoorzien wordt ingezet ter dekking van problematiek binnen de Wlz.

Wlz-ontvangsten (bedragen x € 1 miljoen)
 

Stand ontwerpbegroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand

1e suppletoire begroting

 

2016

2016

2016

Eigen betalingen Wlz

1.848,0

– 21,9

1.826,1

Totaal

1.848,0

– 21,9

1.826,1

Toelichting uitgaven-mutaties 1e suppletoire begroting

Mee- en tegenvallers

Ramingsbijstelling eigen bijdragen

– 21,9

Het lagere aantal cliënten in de intramurale ouderenzorg dan eerder geraamd, leidt tot minder opbrengsten van de eigen bijdrage in de Wlz.

Licence