Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2. OVERZICHT BELANGRIJKSTE (BELEIDSMATIGE) SUPPLETOIRE MUTATIES 2018 (NAJAARSNOTA)

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2018 (Najaarsnota) Bedragen x € 1.000
 

Artikel

 

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting

 

15.261.447

     

Stand eerste suppletoire begroting

 

15.249.761

     

De inrichting van de uitvoering van de tegemoetkoming Q-koorts patiënten vraagt meer tijd, omdat de verwerking van medische gegevens met grote zorgvuldigheid moet worden gedaan. De voor 2018 gereserveerde middelen (€ 4,8 mln.) zijn daarom doorgeschoven naar 2019. Voorts vraagt de afwikkeling van de claim narcolepsie – Mexicaanse griepvaccin meer tijd dan voorzien omdat, in goed overleg met de belanghebbenden, een zorgvuldig proces wordt doorlopen waarbij onder meer onafhankelijke deskundigen dienen te worden geraadpleegd. De hiervoor in 2018 gereserveerde middelen (€ 5,0 mln.) zijn eveneens doorgeschoven naar 2019.

1

– 9.800

Vanwege vertraging bij de voorbereidingen om GGZ-instellingen in staat te stellen hun patiëntgegevens te ontsluiten wordt het hiervoor bestemde budget in 2018 met € 14,3 miljoen verlaagd. De middelen worden voor een groot deel doorgeschoven naar 2019.

2

– 14.300

De uitgaven aan voorlichting over het actief donorregister zijn lager dan geraamd omdat er enige tijd sprake is geweest van een mogelijk referendum over de wet. Na het niet doorgaan van het referendum zijn de verdere voorbereidingen ter hand genomen. Het budget is met € 4,4 miljoen naar beneden bijgesteld.

2

– 4.400

In 2018 is zeer beperkt gebruik gemaakt van de subsidieregeling waarmee medisch specialisten in de periode 2017–2019 worden gefaciliteerd bij de overstap naar loondienst. De resterende middelen worden doorgeschoven naar 2019 (€ 5,2 miljoen).

2

– 5.170

Voor de inzet van de expertise van de specialist ouderengeneeskunde in de eerstelijn (kernteams ouderen in de wijk) en in de verbinding naar de spoedzorg wordt een bedrag van € 6 miljoen structureel via een ijklijn overgeboekt naar het Wlz-budget van de zorgkantoren.

3

– 6.000

Voor 2018 is € 10 miljoen gereserveerd voor levensbegeleiding uit de envelop «waardig ouder worden» (€ 50 miljoen). Het programma gaat later van start en de middelen worden via een kasschuif overgeheveld naar latere jaren.

3

– 10.000

De uitgaven aan de versteviging van respijtzorg en dagopvang starten later dan verwacht omdat het opstellen van plannen langer heeft geduurd dan voorzien. De middelen worden doorgeschoven naar latere jaren ten behoeve van de pilot logeerzorg en de implementatie van de adviezen van de ambassadeur respijtzorg.

3

– 6.500

Het programma Waardigheid en trots op locatie heeft als doel de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren. Het betreft een meevaller die voor 6,5 mln bestaat uit voorziene uitgaven in het kader van het stimuleringsprogramma. De uitgaven waren voor 2018 voorzien maar vallen in 2019. Het restantbedrag valt vrij middels herzieningen van subsidies in het kader van Waardigheid en Trots. Bij tussentijdse monitoring is gebleken dat een deel van de toegekende middelen niet benodigd is vanwege minder en goedkopere trajecten.

3

– 12.750

De uitgaven aan cliëntondersteuning starten grotendeels later dan verwacht. Voordat bepaald kan worden welke extra middelen gemeenten en zorgkantoren krijgen en waarvoor, wordt eerst onderzoek gedaan naar de behoefte en het aanbod van cliëntondersteuning. Wanneer een stevig fundament is neergezet en meer inzicht is kunnen middelen doelmatig en doeltreffend worden ingezet binnen zowel het sociaal domein als de Wlz. Voorts is € 2,7 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds ten behoeve van cliëntondersteuning.

3

– 13.748

De uitgaven voor crisiszorg ouderen starten later dan verwacht. Door het doorschuiven van de middelen naar 2021 wordt het beschikbare budget in dit jaar gelijk getrokken met het beschikbare budget in de jaren daarvoor en kunnen voorgenomen uitgaven doorlopen.

3

– 3.900

De uitgavenraming voor de BIKK is op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) naar boven bijgesteld (€ 11,7 miljoen).

3

11.700

Het programma Huiselijk Geweld is later gestart dan gepland. Hierdoor wordt € 4,5 miljoen dit jaar niet besteed.

5

– 4.500

De uitgaven voor de subsidieregeling bijzondere transitiekosten Jeugdwet vallen naar verwachting € 6 miljoen lager uit dan verwacht. Alle subsidieaanvragen voor deze regeling voor 2018 zijn inmiddels ingediend en worden momenteel beoordeeld

5

– 6.000

Als gevolg van een sterkere daling van het aantal personen dat gebruik maakt van de diverse regelingen voor voormalig verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen wordt het budget met € 7,9 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit bedrag is een resultante van de geraamde uitgaven voor in totaal 6 wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen.

7

– 7.900

De uitgavenraming zorgtoeslag is op basis van de actuele raming van het Centraal Planbureau naar beneden bijgesteld (€ 402,6 miljoen).

8

– 402.600

Op grond van een actualisatie van de raming van het tempo waarin de Belastingdienst de aanvragen afhandelt, is het budget voor de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) met € 8,5 miljoen naar boven bijgesteld.

8

8.500

Aan RIVM worden aanvullende middelen ter beschikking gesteld ten behoeve van de verbetering en vernieuwing van de informatievoorziening (€ 7,8 miljoen).

9

7.800

In verband met de komst van de EMA naar Nederland wordt momenteel gewerkt aan het realiseren van huisvesting voor deze organisatie. Hiervoor wordt aanvullend budget gereserveerd.

10

6.800

Overig

 

– 49.002

     

Stand tweede suppletoire begroting 2018

 

14.727.991

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2018 (Najaarsnota) Bedragen x € 1.000
 

Artikel

 

Stand oorspronkelijk vastgestelde begroting

 

99.585

     

Stand eerste suppletoire begroting

 

116.084

     

De hogere ontvangsten worden veroorzaakt door niet geraamde ontvangsten in verband met de afrekening van in 2017 betaalde voorschotten aan het RIVM voor het Nationaal Programma Grieppreventie, het Rijksvaccinatieprogramma de invoering van de HPV-vaccinatie en de Nationale Hielprik Screening (€ 6,7 mln.) én op basis van de Subsidieregeling Publieke Gezondheid (€ 8,7 mln.). Verder is geld ontvangen in verband met de liquidatie van de Stichting Garantiefonds voor Hemofiliepatiënten. De middelen die destijds in het fonds zijn gestort worden, vermeerderd met de ontvangen rente, hiermee geretourneerd (€ 2,9 mln.). In totaal worden de ontvangsten met € 18,4 miljoen verhoogd.

1

18.356

De ontvangstenraming wordt met € 8,0 miljoen bijgesteld, dit houdt voornamelijk verband met de terugontvangen van het CIZ. Voornaamste oorzaak zijn de lagere gerealiseerde operationele kosten 2016 en 2017.

3

8.000

De ontvangstenraming wordt ten opzichte van de eerste suppletoire begroting verhoogd met € 15,0 miljoen. Dit betreft onder meer ontvangsten van agentschappen en raden voor betalingen aan SSO’s (€ 9,2 miljoen) en het kernministerie (€ 3,0 miljoen). Daarnaast vallen de ontvangsten van IGJ hoger uit (€ 1,7 miljoen) en is bij het SCP sprake van ontvangsten voor externe projecten en hogere ontvangsten van departementen (€ 0,9 miljoen).

10

15.000

Overig

 

2.792

     

Stand tweede suppletoire begroting 2018

 

160.232

Licence