Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.2 Dienst van de Huurcommissie (DHC)

Tabel 18 Baten-lastenagentschap DHC Suppletoire begroting 2020 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

Baten

   

Omzet moederdepartement

6.570

‒ 594

5.976

Omzet overige departementen

0

0

0

Omzet derden

5.864

90

5.954

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

12.434

‒ 504

11.930

    

Lasten

   

Apparaatskosten

11.253

452

11.705

Personele kosten

7.606

750

8.356

waarvan eigen personeel

5.152

‒ 74

5.078

waarvan inhuur externen

1.964

657

2.621

waarvan overige personele kosten

490

167

657

Materiële kosten

3.647

‒ 298

3.349

waarvan apparaat ICT

1.195

‒ 68

1.127

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

2.452

‒ 230

2.222

Rentelasten

0

0

0

Afschrijvingskosten

75

‒ 58

17

Materieel

75

‒ 58

17

waarvan apparaat ICT

74

‒ 74

0

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

0

17

17

Immaterieel

0

0

0

Overige lasten

1.106

1.065

2.171

waarvan dotaties voorzieningen

1.106

1.065

2.171

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

    

Totaal lasten

12.434

1.459

13.893

    

Saldo van baten en lasten

0

‒ 1.963

‒ 1.963

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement

De totale bijdrage van het moederdepartement aan de Dienst van de Huurcommissie (DHC) bedraagt € 8,0 mln. Dit is inclusief de kosten voor aanpassingen in de bedrijfsvoering (totaal € 2 mln.). De bijdrage in de bedrijfsvoering van € 2 mln. wordt als een directe vermogensstorting op het eigen vermogen geboekt en niet als omzet gerekend.

Lasten

Apparaatskosten

De toename van inhuur externen wordt deels verklaard doordat in het begin van 2020 het aandeel externe medewerkers hoger was dan begroot. Gedurende het jaar is de verwachting dat een deel van de externe inhuur verambtelijkt zal kunnen worden. Een ander deel van de hoge externe inhuur wordt verklaard doordat er extra capaciteit is ingehuurd om de werkvoorraad terug te dringen.

De stijging van de overige personeelskosten wordt veroorzaakt door een andere opzet van de kosten. In de ontwerpbegroting 2020 waren de reis- en verblijfskosten van het personeel meegenomen in de overige materiële kosten en in de eerste suppletoire begroting 2020 worden deze kosten meegenomen in de overige personeelskosten.

Materiële kosten

De afname van de overige materiële kosten wordt grotendeels veroorzaakt door een wijziging in de opzet van de kosten. De reis- en verblijfskosten voor de medewerkers werden in de ontwerpbegroting 2020 in de overige materiële kosten meegerekend en in de eerste suppletoire begroting zijn deze kosten meegenomen in de overige personele kosten.

Overige lasten

Onder de overige lasten vallen de bijzondere lasten die verband houden met de doorontwikkeling van de organisatie van de Dienst van de Huurcommissie. Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn er kosten bijgekomen voor onderzoek naar en aanbesteding van een nieuw zaaksysteem en kosten voor het nieuwe programma ‘Eenvoudig naar gezag 2020’. Dit programma heeft als doel de werkzaamheden van de Huurcommissie te verbeteren en te versnellen. Daarnaast zijn er extra kosten opgenomen voor een nieuwe website en een internetkassa.

Saldo van baten en lasten

Naar verwachting bedraagt het exploitatieresultaat € 2 mln. negatief. Daar staat een extra eenmalige bijdrage van het moederdepartement tegenover. Deze komt direct ten gunste van het eigen vermogen op de balans.

Het surplus aan eigen vermogen per 31 december 2019 (€ 3,2 mln.) vloeit conform regeling agentschappen terug naar het moederdepartement.

Tabel 19 Suppletoire begroting 2020 (eerste suppletoire begroting), Kasstroomoverzicht Baten-lastenagentschap DHC (Bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2020

285

4.868

5.153

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

12.434

‒ 504

11.930

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 12.359

‒ 1.517

‒ 13.876

2.

Totaal operationele kasstroom

75

‒ 2.021

‒ 1.946

 

Totaal investeringen (-/-)

0

0

0

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringkasstroom

0

0

0

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 3.245

‒ 3.245

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

1.963

1.963

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

‒ 1.282

‒ 1.282

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2020 (=1+2+3)

360

1.565

1.925

Toelichting

De operationele uitgaven komen door de extra uitgaven genoemd in de lasten hoger uit dan oorspronkelijk begroot. De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft het surplus aan eigen vermogen per ultimo 2019. De eenmalige storting door het moederdepartement betreft de bijdrage voor de kosten, zoals hierboven genoemd.

Licence