Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.1 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Voorafgaande opmerking in verband met de coronacrisis

De coronacrisis zorgt voor veel veranderingen in het opdrachtenpakket van RVO. Dit heeft effect op zowel de baten als de lasten van de organisatie. Op het moment van het opstellen van deze suppletoire begroting is nog veel onduidelijk en niet afgestemd met de verschillende opdrachtgevers. Vandaar dat RVO deze opmerking opneemt. Hiermee wil RVO aangeven dat opdrachten nog kunnen toenemen door extra werk. De realisatie op opdrachten kan echter ook lager uitvallen door effecten van de crisis. Deze onzekerheden aan de baten kant van de begroting hebben ook gevolgen voor de lasten.

Tabel 21 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap RVO. nl Suppletoire begroting 2020 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

Baten

   

Omzet moederdepartement

251.718

129.038

380.756

Omzet overige departementen

346.865

71.841

418.706

Omzet derden

31.100

3.856

34.956

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

629.683

204.735

834.418

    

Lasten

   

Apparaatskosten

619.604

201.487

821.091

Personele kosten

357.811

65.339

423.150

waarvan eigen personeel

288.088

33.669

321.757

waarvan inhuur externen

48.160

31.659

79.819

waarvan overige personele kosten

21.563

11

21.574

Materiële kosten

261.793

136.148

397.941

waarvan apparaat ICT

0

0

0

waarvan bijdrage aan SSO's

149.193

28.509

177.702

waarvan overige materiële kosten

112.600

107.640

220.240

Rentelasten

22

‒ 22

0

Afschrijvingskosten

9.357

3.042

12.399

Materieel

613

199

812

waarvan apparaat ICT

0

0

0

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

613

199

812

Immaterieel

8.744

2.843

11.587

Overige lasten

700

228

928

Dotaties voorzieningen

700

228

928

Bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

629.683

204.735

834.418

    

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De totale mutatie in de omzet vanuit het moederdepartement bedraagt € 129,0 mln. Deze mutatie is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • De omzet vanuit het DG Bedrijfsleven & Innovatie (B&I) stijgt met € 48,7 mln. Ten eerste is er een bijdrage van € 30,0 mln voor de uitvoering van het noodpakket voor de coronacrisis. Dit betreft de oprichting van het Noodloket (€ 25,0 mln) en de uitbreiding van de Borgstelling MKB-kredieten en de Garantieregeling Ondernemersfinanciering (€ 5,0 mln). De overige mutaties van € 18,7 mln betreffen extra bijdragen voor het Programma Verduurzaming Industrie (€ 3,8 mln), de MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (€ 1,5 mln) en de Transitie Agenda Circulaire economie voor de Maakindustrie (€ 1,5 mln) en overige programma’s (€ 11,9 mln).

  • De omzet DG Klimaat en Energie (K&E) neemt toe met € 21,1 mln. Dit betreft een aanpassing aan de definitieve opdracht van 2020. De toename in de opdracht heeft voornamelijk betrekking op regelingen als gevolg van het Klimaatakkoord, de Stimulering Duurzame Energieproductie en het Expertise Centrum Warmte.

  • De opdracht aan de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) van het DG Groningen Bovengronds is toegenomen met € 57,6 mln. TCMG is eind 2019 begonnen met het inzetten van schade-opnemers samen met de schade-expertisebureaus. Het continueren van de inzet van schade-opnemers is de voornaamste oorzaak van de stijging in de opdracht.

  • De omzet voor de Directie Chief Economist neemt toe met € 1,6 mln. Dit betreft een aanpassing aan de definitieve opdracht 2020.

Omzet overige departementen

De totale mutatie in de omzet van overige departementen bedraagt € 71,8 mln. Deze mutatie is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

  • De omzet vanuit het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stijgt met € 43,7 mln, mede door de bijstelling aan de definitieve opdracht 2020 (€ 15,0 mln) en een doorschuif van werkzaamheden uit 2019 naar 2020 (€ 9,0 mln). Ook is er voor € 11,8 mln aan meerwerkopdrachten verstrekt voor onder andere de voorbereiding voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2021 ‒ 2027 (€ 9,9 mln). Daarnaast wordt er gedurende de rest van het jaar ten minste voor € 6,0 mln aan meerwerk verwacht, waaronder voor de implementatie van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (€ 4,2 mln).

  • De omzet van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt met € 5,8 mln verhoogd. Dit betreft diverse programma’s bij Internationale Samenwerking (€ 2,4 mln) en Handelsbevordering (€ 0,7 mln). Daarnaast is een bedrag van € 2,7 mln voor de uitvoering van het programma Geodata for Agriculture and Water (G4AW) geraamd.

  • De opdracht vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stijgt met € 17,8 mln. Dit betreft meerwerkopdrachten voor de Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (€ 3,1 mln), eIDAS (€ 2,4 mln), de Regionale Energiestrategie (€ 2,0 mln), Renovatieversnellers (€ 1,4 mln) en verschillende andere opdrachten (€ 8,9 mln).

  • De omzet van de andere departementen stijgt met € 4,6 mln door bijstelling van de definitieve opdrachten. De grootste mutaties vinden plaats bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (€ 2,9 mln) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (€ 1,4 mln).

Omzet derden

De totale mutatie in omzet derden bedraagt € 3,9 mln. Dit betreft vooral de omzet vanuit de provincies die stijgt met € 3,7 mln door aanpassing naar de definitieve Prestatieovereenkomsten 2020.

Bijzondere baten

Zoals ook het geval ten tijde van de ontwerpbegroting 2020 verwacht RVO geen ontvangsten in het kader van bijzondere baten.

Toelichting op de lasten

De baten en lasten stijgen beide met € 204,7 mln. De toename van het opdrachtvolume zoals hierboven toegelicht leidt tot hogere uitvoeringskosten. Dit vertaalt zich in een stijging van de personele lasten (€ 65,3 mln), waarbij zowel hogere kosten voor ambtelijk personeel (€ 33,7 mln) als hogere kosten voor externe inhuur (€ 31,7 mln) zijn geraamd. De materiële kosten nemen toe met (€ 136,1 mln). De materiële kosten zijn onder te verdelen in directe en indirecte kosten, waarbij de directe materiële kosten verband houden met de uitvoering van opdrachten. De toename van het opdrachtenpakket leidt daardoor tot een stijging van € 107,6 mln aan overige materiële kosten. Dit geldt in mindere mate voor de toename in de bijdrage aan Shared Service Organisaties (€ 28,5 mln).

Tabel 22 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Stand 1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2020

133.610

‒ 24.525

109.085

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

629.683

204.735

834.418

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 620.327

‒ 201.692

‒ 822.019

2.

Totaal operationele kasstroom

9.357

3.042

12.399

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 11.000

‒ 18.200

‒ 29.200

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringkasstroom

‒ 11.000

‒ 18.200

‒ 29.200

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 10.242

1.476

‒ 8.766

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

11.000

18.200

29.200

4.

Totaal financieringskasstroom

758

19.676

20.434

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2020 (=1+2+3+4)

132.725

‒ 20.007

112.718

Toelichting op het kasstroomoverzicht

In het kasstroomoverzicht is zichtbaar dat het grotere opdrachtpakket zorgt voor hogere operationele ontvangsten en uitgaven. Ook de investeringen zijn toegenomen, wat voornamelijk het gevolg is van een beleidswijziging die in de zomer van 2019 is doorgevoerd. De wijziging schrijft voor dat ontwikkeling van software binnen het opdrachtenpakket als een investering wordt gepresenteerd en niet meer als omzet.

Licence