Base description which applies to whole site

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties IXB

In onderstaande tabellen worden de belangrijkste suppletoire uitgaven- (tabel 2) en ontvangstenmutaties (tabel 3) weergegeven.

Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2020 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2020

Vastgestelde begroting 2020

 

9.355.361

Stand 1e suppletoire begroting 2020

 

11.304.268

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1) Toeslagen (compensatie gedupeerden en uitvoeringskosten)

1, 10

‒ 202.000

2) Bijdrage aan gemeenten t.b.v. toeslagengedupeerden

1, 6

11.000

3) Belasting- en invorderingsrente

1

30.000

4) Bijdrage aan sso's

1

‒ 17.456

5) Inhuur externen

1

‒ 59.256

6) Eigen personeel

1, 9

‒ 24.551

7) Kasschuif Wereldbank

4

115.465

8) EIB pan - Europees garantiefonds (EGF)

4

‒ 260.276

9) Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

5

‒ 1.250.000

10) Schade-uitkering Export Krediet Verzekeringen (EKV)

5

65.900

11) Aanpassing btw-compensatiefonds

6

176.677

12) Onvoorzien

10

‒ 19.024

13) Overige kasschuiven

div

‒ 45.466

14) Overige mutaties

 

67.238

Stand 2e suppletoire begroting 2020

 

9.892.519

Toelichting

  • Toeslagen (compensatie gedupeerden en uitvoeringskosten)

    De grote complexiteit van de toeslagendossiers en daarbij het maken van wet- en regelgeving en het inrichten van de herstelorganisatie maakt het noodzakelijk om het ritme van de betalingen aan te passen. Daarom wordt € 202 mln. van de middelen voor Toeslagen doorgeschoven naar volgend jaar. Naar verwachting wordt dit jaar, op basis van de meest recente inzichten, ca. € 18 mln. besteed. In dit bedrag is rekening gehouden met de extra tegemoetkoming van € 750 in 2020 aan ouders die zich voor 1 november 2020 bij de Belastingdienst hebben gemeld als gedupeerde, evenals een noodvoorziening acute en schrijnende gevallen. Een deel van deze hersteluitgaven betreft nabetalingen kinderopvangtoeslag in verband met het proportioneel vaststellen van de kinderopvangtoeslag en het matigen van terugvorderingen tot vijf jaar terug. Deze uitgaven worden op de begroting van het ministerie van SZW verantwoord. Ter dekking daarvan zijn middelen overgeboekt naar het ministerie van SZW (€ 1 mln.). De derde voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag1 gaat in op de stand van zaken en de planning van de herstelorganisatie. 

  • Bijdrage aan gemeenten t.b.v. toeslagengedupeerden

    De Belastingdienst heeft een akkoord met de VNG gesloten om de betrokken gemeenten voor € 11 mln. in 2020 te compenseren voor de kosten die gepaard gaan met de hulp die gemeenten bieden aan toeslagengedupeerden. Hiervan wordt € 0,2 mln. in het btw-compensatiefonds gestort. De derde voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag2 gaat nader in op de samenwerking met gemeenten in relatie tot de herstelorganisatie.

  • Belasting- en invorderingsrente

    Op basis van de meest recente realisatiecijfers vallen de uitgaven voor de belasting- en invorderingsrente dit jaar naar verwachting hoger uit dan geraamd.

  • Bijdrage aan sso's

    De geraamde overheadkosten zoals huisvesting, facilitair, ICT en de werkplek vallen lager uit, vanwege onderbezetting en vertraging in de werving (- € 17 mln.). Dit komt onder andere door de coronacrisis, waardoor de extra middelen die in de eerste suppletoire begroting zijn toegekend, niet geheel tot besteding komen.

  • Inhuur externen

    Mede als gevolg van de coronacrisis vallen de uitgaven van de Belastingdienst aan externe inhuur lager uit (ca. ‒ € 59 mln.). De coronacrisis heeft impact gehad op de uitvoering en dienstverlening van de Belastingdienst. Ondanks de coronacrisis gaan dienstverlening en processen zoveel mogelijk door, maar is ook besloten om bepaalde activiteiten tijdelijk te stoppen of te verminderen. Dit om bedrijven te ontzien (bijvoorbeeld met de uitstelregeling betaling belastingschulden en het pauzeren van invorderingsprocessen), maar ook omdat voor bepaalde taken fysiek contact nodig is. Door contactbeperkende maatregelen kan de Belastingdienst bijvoorbeeld minder makkelijk op bezoek (zoals een bedrijfsbezoek en een boekenonderzoek) bij ondernemers. De in de eerste suppletoire begroting aan de Belastingdienst toegekende extra budgetten worden daarom niet geheel benut. In de 1e voortgangsrapportage van de Belastingdienst3 wordt ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis op de Belastingdienst.

  • Eigen personeel

    Met de aanvullende middelen die bij de eerste suppletoire begroting beschikbaar zijn gesteld voor 'de Belastingdienst op orde', is de formatie van de Belastingdienst, Toeslagen en Douane uitgebreid. De uitgaven voor eigen personeel van de Belastingdienst en Douane vallen lager uit als gevolg van onderbezetting en door de gevolgen van de coronacrisis (- € 25 mln.), zoals hierboven onder «Externe inhuur» ook is toegelicht. Zo zijn er minder loonkosten, minder reis- en verblijfskosten, worden congressen niet georganiseerd en worden opleidingen anders aangeboden of uitgesteld.

  • Kasschuif Wereldbank

    Een deel (+ € 115,5 mln.) van de voor 2021 geraamde bijdrage aan de Wereldbank (voor de onderdelen IDA, IBRD en IFC) wordt in 2020 betaald om beter aan te sluiten op het kasritme van de Staat. Deze bijstelling is budgetneutraal en leidt meerjarig niet tot hogere uitgaven aan de Wereldbank.

  • EIB pan-Europees garantiefonds (EGF)

    De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een pan-Europees garantiefonds (EGF) opgericht om de negatieve economische gevolgen van de coronacrisis op te vangen. Het fonds is een onderdeel van het pakket aan maatregelen dat op 9 april 2020 door de Eurogroep (in inclusieve samenstelling) werd afgesproken. Zoals aangekondigd in de vijfde incidentele suppletoire begroting4 bestond er ten tijde van de oprichting van dit fonds nog veel onduidelijkheid over het betaalschema. Inmiddels zijn voor 2020 niet langer verliezen voorzien voor het EGF en daarmee voor Nederland. Het totale Nederlandse aandeel in de verwachte verliezen (ca. € 260 mln.) wordt derhalve afgeboekt in 2020 en met de eerste suppletoire begroting 2021 voor dat jaar in de begroting opgenomen.

  • Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

    De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades zich nog niet gematerialiseerd. De raming wordt derhalve naar beneden bijgesteld met € 1,25 mld. Een deel van de schades wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021.

  • Schade-uitkering Export Krediet Verzekeringen (EKV)

    In 2020 valt de schade-uitkering naar verwachting € 65,9 mln. hoger uit. Op 30 april 2020 heeft het kabinet besloten om het bedrijf IHC te ondersteunen om de continuïteit van het bedrijf te borgen. Zo blijft de internationale concurrentiepositie in de maritieme maakindustrie gehandhaafd en wordt het verlies van banen geminimaliseerd. Een deel van het reddingsplan betreft het uitbetalen van een schade-uitkering van € 167 mln. waarvan in 2020 naar verwachting € 86,9 mln. zal worden uitgekeerd. De schaderaming op de overige EKV-dossiers is daarnaast met ca. € 20 mln. naar beneden bijgesteld.

  • Aanpassing btw-compensatiefonds

    Deze mutatie betreft een bijstelling van het btw-compensatiefonds (BCF). Als gevolg van overhevelingen van budget van ministeries naar decentrale overheden, wordt een bedrag zonder btw in het gemeente- of provinciefonds gestort. Het geraamde btw-deel wordt in het BCF gestort. Gemeentes en provincies kunnen de betaalde btw daarna weer terugvragen bij BCF (+ € 176,7 mln.). Tegenover deze extra uitgaven staan gelijke ontvangsten.

  • Onvoorzien

    Deze middelen op artikel 10 worden naar verwachting dit jaar niet benut.

  • Overige kasschuiven

    Middels enkele kasschuiven worden middelen in 2020 in het gewenste ritme naar 2021 en verder geschoven. Zo wordt € 15 mln. van 2020 naar 2021 geschoven om de uitvoeringskosten voor de implementatie van de EU-richtlijn en EU–verordening voor btw op e-commerce te financieren. Daarnaast worden de resterende middelen voor Beheerst vernieuwen Belastingdienst in het gewenste ritme geplaatst. Tot slot wordt € 3,5 mln. aan opstartkosten voor Invest Internationaal vanwege vertraging in het wetgevingstraject verschoven van 2020 naar 2021.

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2020 (Tweede suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2020

Vastgestelde begroting 2020

 

162.297.988

Stand 1e suppletoire begroting 2020

 

161.047.703

Belangrijkste suppletoire mutaties

  

1) Belastingontvangsten

1

‒ 18.190.339

2) Belasting- en invorderingsrente

1

49.623

3) Boetes en schikkingen

1

49.223

4) Dividenden staatsdeelnemingen

3

‒ 527.500

5) Vrijval begrotingsreserve garantie TenneT

3

48.000

6) Opbrengst verkoop vermogenstitels

3

39.110

7) Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

5

‒ 290.000

8) Schaderestituties EKV

5

‒ 140.000

9) Ontvangsten btw-compensatiefonds

6

176.677

10) Overige mutaties

 

57.073

Stand 2e suppletoire begroting 2020

 

142.319.570

Toelichting

  • Belastingontvangsten

    Zie voor toelichting van deze mutatie de Najaarsnota 2020.

  • Belasting- en invorderingsrente

    Als gevolg van de coronamaatregelen zijn dit voorjaar lagere ontvangsten aan belasting- en invorderingsrente geraamd, die geleid hebben tot neerwaartse bijstellingen in incidentele suppletoire begrotingen. Op basis van de meest recente realisatiecijfers vallen de ontvangsten in 2020 naar verwachting minder tegen dan tot nu toe geraamd.

  • Boetes en schikkingen

    Als gevolg van de coronamaatregelen zijn dit voorjaar lagere ontvangsten aan boetes en schikkingen geraamd, die geleid hebben tot neerwaartse bijstellingen in incidentele suppletoire begrotingen. Op basis van de meest recente realisatiecijfers vallen de ontvangsten in 2020 naar verwachting minder tegen dan tot nu toe geraamd.

  • Dividenden staatsdeelnemingen

    De coronacrisis heeft impact op de staatsdeelnemingen. Dit heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling op de door de Staat te ontvangen dividenden.

  • Vrijval begrotingsreserve garantie TenneT

    In 2010 heeft de Staat een garantie van € 300 mln. voor 10 jaar afgegeven aan TenneT. Als vergoeding voor deze garantie heeft TenneT in totaal € 48 mln. aan premies betaald. De Staat heeft deze premies in een begrotingsreserve gestort ter dekking van eventuele schade. De garantie is in 2020 komen te vervallen zonder dat er een claim heeft plaatsgevonden. Het opgebouwde bedrag van € 48 mln. uit de reserve valt daarom nu vrij.

  • Opbrengst verkoop vermogenstitels

    De Staat heeft zijn resterende belang in de Saudi British Bank (SABB) en RFS Holdings afgewikkeld. De opbrengst van de verkoop betreft € 31,3 mln. Verder is vermogenswinstbelasting betaalt als gevolg van de fusie tussen Alawwal Bank en SABB. De belastingplicht van de consortiumpartners (waarvan de Staat één van de partners is) loopt via de vennootschap NWM (het huidige consortiumvehikel). Bij deze vennootschap is reeds een voorziening getroffen voor deze vermogenswinstbelasting, die vrijvalt. Hierdoor heeft het betalen van deze belasting per saldo geen effect. Het aandeel van de Staat hierin betreft € 7,8 mln. en wordt in deze tweede suppletoire begroting als desaldering verwerkt bij zowel de uitgaven als ontvangsten.

  • Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

    De herverzekering leverancierskredieten betreft een coronamaatregel waarbij de Staat voorkomt dat de kortlopende kredietverlening in de private verzekeringssector stilvalt. Tot op heden hebben de geraamde schades zich nog niet gematerialiseerd. Een gevolg hiervan is dat de restituties ook achterblijven op de initiële raming. De raming wordt derhalve naar beneden bijgesteld met € 290 mln. Een deel van de restituties wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021.

  • Schaderestituties EKV

    Vanuit een oude schadezaak in Argentinië stond een recuperatie van ca. € 140 mln. begroot voor 2020. Argentinië verkeert in grote betalingsproblemen en is met vele partijen in onderhandeling over de uitstaande schuld. Daarmee zal Nederland deze recuperatie niet meer in 2020 ontvangen. De uiterste betaaldatum voor Argentinië om de recuperatie te voldoen ligt in 2021, daarom wordt de verwachte betaling in eerste instantie naar 2021 doorgeschoven. In 2021 zal meer duidelijk worden over het nakomen van de betalingsverplichting door Argentinië.

  • Ontvangsten btw-compensatiefonds

    Dit betreft de jaarlijkse bijstelling van de raming van het btw-compensatiefonds. Zie hiervoor toelichting bij tabel 2 belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2020.

Licence