Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

In dit onderdeel wordt een overzicht op hoofdlijnen gegeven van de belangrijkste mutaties die zijn opgetreden tussen de begroting 2020 en de huidige begroting voor 2021. Het merendeel van de mutaties is eerder al toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2020.

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

artikel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Stand ontwerpbegroting 2020

 

10 351 409

10 879 387

11 169 383

11 493 035

11 811 899

 
        

Belangrijkste mutaties

       

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

2.4

‒ 20 565

‒ 1 181

‒ 2 226

‒ 3 194

‒ 3 195

 

Afdrachten aan de Europese Unie

3.1

‒ 287 285

465 745

88 307

‒ 148 575

‒ 78 606

 

Europees ontwikkelingsfonds

3.2

‒ 9 553

‒ 47 774

‒ 95 593

‒ 138 584

‒ 138 897

 

Europese Vredesfaciliteit

3.5

 

32 100

32 100

32 100

32 100

 

Consulaire dienstverlening Nederlanders in het buitenland

4.1

14 035

1 000

1 000

1 000

1 000

 

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

4.2

8 457

4 208

4 208

4 208

4 208

 

Uitdragen Nederlandse waarden en belangen

4.4

12 902

‒ 750

‒ 1 700

‒ 1 700

‒ 1 700

 

Apparaat

7.1

103 931

71 677

64 754

59 754

62 254

 

Overige mutaties

 

10 167

‒ 11 046

‒ 28 403

‒ 31 112

‒ 28 991

 
        

Stand ontwerpbegroting 2021

 

10 183 498

11 393 366

11 231 830

11 266 932

11 660 072

11 971 309

        

Toelichting

Beleidsartikel 2.4:

Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband neemt structureel af. De afname is het gevolg van een aantal mutaties zoals verschuiving van middelen naar beleidsartikel 4.4 ter financiering van COVID-19 maatregelen, de overheveling van budget voor de inzet van beveiliging hoog-risicoposten naar Defensie en het overhevelen van budget voor investeringen in veiligheid voor hoog-risicoposten naar het apparaatsartikel (artikel 7).

Beleidsartikel 3.1:

Het op 21 juli bereikte politieke akkoord over het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK, 2021-2027) inclusief herstelmaatregelen wordt met deze ontwerpbegroting budgettair verwerkt. De Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie over de periode van het volgende MFK nemen gemiddeld niet meer toe dan bij ontwerpbegroting 2020 was voorzien. Hierin was reeds rekening gehouden met economische groei en inflatie. De afdrachten komen in 2021 echter hoger uit dan voorzien in de Rijksbegroting 2020. Dit komt onder andere door «frontloading’’ van betalingen i.v.m. urgente EU-uitgaven in reactie op de COVID-19 crisis. In de daarop volgende jaren zijn de afdrachten juist lager dan voorzien. De afnemende trend in de EU-afdrachten t.o.v. de raming in de Rijksbegroting 2020 is het effect van een aantal onderliggende aanpassingen: Nederland heeft een grotere korting op de EU-afdrachten dan vorig jaar, de introductie van een nieuwe grondslag voor afdrachten op basis van niet gerecycled plastic leidt per saldo tot lagere EU-afdrachten en het Verenigd Koninkrijk betaalt uit hoofde van het Terugtrekkingsakkoord nog gedeeltelijk mee aan de EU-begroting. Ook als gevolg van de Voorjaarsraming nemen de EU-afdrachten per saldo af.

Voor 2020 heeft voor de afdrachten aan de Europese Unie een correctie in de afrekening van het surplus plaatsgevonden. Bij ontwerpbegroting 2020 was de verwachting dat het surplus voor de Europese begroting over 2018 in de Nederlandse afdrachten voor 2020 zou meelopen. Het surplus is echter reeds in 2019 ontvangen en bij Najaarsnota 2019 verwerkt. Voor 2020 heeft de correctie plaatsgevonden. Ook is de vertragingsrente verwerkt die hoort bij de hoofdsom die reeds in 2019 aan de Europese Commissie is betaald en is door de verwerking van het surplus over 2019 en op basis van nacalculatie de raming van de Europese afdrachten (BNI) van 2020 naar beneden bijgesteld.

Beleidsartikel 3.2:

De raming voor het Europees Ontwikkelingsfonds is verlaagd. Dit is gebaseerd op de totale omvang van het budget van het EOF, de vastgestelde verdeelsleutel voor de bijdrage per lidstaat en de nog niet bestede middelen uit eerder jaren.

Als onderdeel van het akkoord over het MFK 2021-2027 worden nieuwe programma's voor het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) onder het MFK gebracht, waarmee op termijn de aparte bijdrage aan het EOF zal komen te vervallen. De aflopende bijdragen die in 2021 en de jaren daarna nog wel aan het EOF gedaan worden betreffen betalingen op reeds aangegane verplichtingen vanuit het 10e en 11e EOF die naar verwachting in die jaren tot betaling gaan komen.

Beleidsartikel 3.5:

Voor de Europese Vredesfaciliteit (EVF) is een artikelonderdeel toegevoegd en daarmee het budget verhoogd. De EVF is een nieuw instrument voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van EU-missies en operaties, EU-bijdragen aan vredesoperaties en militaire capaciteitsopbouw in derde landen. Het huidige Athena-mechanisme voor financiering van gemeenschappelijke kosten van missies en operaties en de African Peace Facility voor EU-steun aan vredesmissies in Afrika gaan op in de nieuwe faciliteit.

Beleidsartikel 4.1:

Het budget voor consulaire dienstverlening neemt meerjarig toe. De belangrijkste reden hiervoor is dat de in 2019 niet bestede middelen voor het loket buitenland en uitgaven voor consulaire ICT systemen in 2020 worden uitgegeven. Een deel van de middelen wordt overgeheveld vanuit het apparaatsartikel. Daarnaast wordt meerjarig extra budget opgenomen voor ICT. Dit ook in lijn met de digitale ambities die binnen het consulaire domein zijn uitgesproken. Deze middelen worden via de extra ontvangsten gefinancierd. Ten slotte is het budget toegenomen vanwege de financiering van de extra inzet voor bijzondere bijstand buitenland om hiermee Nederlanders, die als gevolg van COVID-19 vastzaten in het buitenland, te repatriëren.

Beleidsartikel 4.2:

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen vanaf 1 februari 2020. Dit betekent dat de totale consulaire opbrengsten vanaf 2020 toenemen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa op te vangen. Als gevolg hiervan nemen de uitgaven voor consulaire informatiesystemen structureel toe.

Beleidsartikel 4.4:

In de zomer van 2020 is besloten om vanuit generale middelen een pakket van EUR 150 miljoen beschikbaar te stellen om, langs de lijnen van het AIV advies 'Nederland en de wereldwijde aanpak van COVID-19', in te zetten voor een effectieve, gepaste Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen de impact van het coronavirus. Hiervan wordt een bedrag van EUR 8 miljoen aanvullend op de BZ-begroting opgenomen en EUR 3 miljoen op de Defensie-begroting. Deze middelen zijn bedoeld voor bijdragen aan medische interventies in internationaal (met name EU- en NAVO) verband. De resterende middelen (EUR 139 miljoen) zijn opgenomen op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Eerder werd, zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting, een bedrag van EUR 5 miljoen vrijgemaakt voor COVID-19 gerelateerde activiteiten en een bedrag van EUR 3 miljoen voor de aardbeving in Albanië. Het merendeel van de COVID-19 uitgaven staat binnen artikel 4.4 opgenomen.

Niet-beleidsartikel 7.1: 

Zoals toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2020 nemen de uitgaven voor apparaat meerjarige toe. De stijging heeft betrekking op personele en materiele uitgaven en wordt onder meer veroorzaakt door de budgettaire verwerking van twee ingediende amendementen en als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling op diverse onderdelen zoals personeel in Nederland en op de posten, ICT en bedrijfsvoeringsuitgaven. Ook wordt vanuit de extra consulaire opbrengsten personeel ingezet om de autonome groei van de visumafgifte te financieren en wordt de kostendekkendheid van het visumproces verbeterd. Ook worden extra uitgaven verricht voor andere ministeries, waarvan de medewerkers op ambassades werkzaam zijn. Dit wordt verrekend met de extra ontvangsten. De materiële uitgaven stijgen als gevolg van de investeringen in vastgoed die in 2020 en 2021 verricht zullen worden. Om daarnaast het postennet in zijn huidige vorm te kunnen behouden is het vanwege verhoogde veiligheidsrisico’s noodzakelijk om op korte termijn de beveiliging van een aantal hoog-risico posten te versterken. Dit vergt incidentele uitgaven, waarvan BZ het merendeel dekt binnen de eigen begroting. Het Ministerie van Defensie draagt bij aan de uitgaven (EUR 15 miljoen in 2020) en een deel van deze uitgaven wordt binnen de rijksbegroting gefinancierd (EUR 13 miljoen voor 2020 en 2021).

Overige mutaties:

Dit betreft het totaal van een aantal kleinere mutaties op verschillende artikelonderdelen welke in de eerste suppletoire begroting al is toegelicht. In omvang de grootste is een bijstelling van het budget voor «nog onverdeeld» (artikel 6.1). De reeks binnen dit artikel is met name bedoeld om jaarlijks de loon- en prijsbijstelling te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken. De mutatie betreft het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van Bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2019, het verwerken van de loon- en prijsbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen zoals binnen de HGIS is overeengekomen.

COVID-19

De mutaties, die verband houden met de wijzigingen op de BZ-begroting die zijn ontstaan als gevolg van de maatregelen die Buitenlandse Zaken heeft genomen in het kader van de COVID-19 pandemie, worden als onderdeel van de beleidsprioriteiten (laatste bladzijde; onderdeel 2.1) toegelicht.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

artikel

2020

2021

2022

2023

2024

2025

        

Stand ontwerpbegroting 2020

 

786 890

781 733

793 682

793 682

824 788

 
        

Belangrijkste mutaties

       

Diverse ontvangsten EU

3.10

‒ 57 060

113 552

117 942

118 139

120 501

 

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

4.20

9 375

23 000

23 000

23 000

23 000

 

Diverse ontvangsten

7.10

12 800

5 300

5 300

5 300

5 300

 

Overige mutaties

 

‒ 1 800

‒ 2 300

‒ 2 300

14 169

200

 
        

Stand ontwerpbegroting 2021

 

750 205

921 285

937 624

954 290

973 789

991 130

        

Toelichting

Beleidsartikel 3.10:

Onderdeel van het akkoord over het volgende MFK is een verhoging van de vergoeding voor het innen van de invoerrechten, de perceptiekostenvergoeding, van 20% naar 25%. Dit zorgt voor een opwaartse trend van de EU-ontvangsten t.o.v. de eerdere raming in de Rijksbegroting 2020. De mutatie voor 2020 betreft de uitbetaling van de nacalculatie over de Europese afdrachten voor 2019 en verder terug.

Beleidsartikel 4.20:

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de kosten voor de behandeling van visa beter kunnen dekken heeft de Europese Unie besloten om het tarief voor een visum te verhogen van EUR 60,- naar EUR 80,- vanaf 1 februari 2020. Op basis van de huidige ramingen betekent dit dat de totale consulaire opbrengsten zullen stijgen. Dit bedrag wordt binnen de BZ-begroting ingezet om het consulaire proces meer kostendekkend te maken en ook de meerkosten die ontstaan als gevolg van autonome groei van het aantal te verstrekken visa, op te vangen. Hier staat tegenover dat als gevolg van de COVID-19 pandemie en de wereldwijde reisrestricties het daarom de verwachting is dat voor het jaar 2020 het aantal af te geven visa zal dalen. Vooralsnog wordt daarom de oorspronkelijke verwachte stijging verlaagd.

Niet-beleidsartikel 7.10:

Vanwege de hogere doorbelasting van kosten aan andere departementen nemen de apparaatsontvangsten toe, zoals toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2020. Daarnaast is er ook verkoop van vastgoed in het buitenland voorzien. Een deel van deze extra ontvangsten kunnen in hetzelfde jaar opnieuw worden ingezet om investeringen te doen binnen de kaders van de huisvestingsstrategie.

Licence