Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.6 Overzicht indicatoren en kengetallen

Artikel 21 Land- en tuinbouw

Indicator reductie antibioticagebruik
 

2018

2019

Meest recente jaar

Bron

Mate van afname van antibioticagebruik in de dierhouderij

63,8

69,6

2019

SDa

De bovenstaande indicator betreft de reductie van het antibioticagebruik in de dierhouderij ten opzichte van 2009. De raming 2021 is afhankelijk van de uitwerking van de vorig jaar afgesproken sectorspecifieke reductiedoelstellingen (zie ook Kamerstuk 29 683, nr. 247). Het streven is om antibioticumgebruik verder te reduceren door middel van sectorspecifieke reductiedoelstellingen en een reductie van hooggebruikende bedrijven per 2024. De gerealiseerde reductie in 2019 was 69,6%.

Productie van dierlijke mest uitgedrukt in kg stikstof
 

Plafond1

2016

2017

2018

2019

Bron

Landelijk2

504,4 miljoen kg

504,3

512

503,5

489,7

CBS3

Melkvee

281,8 miljoen kg

294,9

303,5

289,9

279,7

CBS

Varkens

99,1 miljoen kg

96,9

97,4

96,8

93,7

CBS

Pluimvee

60,3 miljoen kg

62,2

58,9

56,7

56

CBS

1

Sinds 2006 is de mestproductie door de veehouderij in Nederland gemaximeerd, uitgedrukt in 172,9 miljoen kilogram fosfaat en 504,4 miljoen kilogram stikstof. Dit nationale plafond inclusief doorvertaling naar de sectorale plafonds voor de varkens-, pluimvee- en melkveehouderij is sinds 01-01-2020 vastgelegd in de Meststoffenwet.

2

Binnen het landelijk plafond vallen naast melkvee, varkens en pluimvee ook alle dieren uit de categorie ‘overige’, welke zelf geen gedefinieerd plafond heeft, behalve dat het totaal onder het landelijk plafond moet blijven, Kamerstukken 33 037, nr. 370.

3

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/27/stikstof-en-fosfaatuitscheiding-dierlijke-mest-opnieuw-afgenomen

Productie van dierlijke mest uitgedrukt in kg fosfaat
 

Plafond

2016

2017

2018

2019

Bron

Landelijk

172,9 miljoen kg

175,2

169

162

155,5

CBS

Melkvee

84,9 miljoen kg

89,5

86,6

78,7

75,5

CBS

Varkens

39,7 miljoen kg

39,2

37,5

37,7

36,8

CBS

Pluimvee

27,4 miljoen kg

28,9

27,5

25,9

25,1

CBS

Indicator effecten mestbeleid - Gemiddelde nitraatconcentratie per liter in uitspoelend water onder landbouwbedrijven 1

Bodemsoort

20162

Streefwaarde 2020

Bron

Löss

54

gemiddeld <of=50 mg Nitraat/l uitspoeling uit wortelzone onder landbouwgrond

RIVM, Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid

Zand

46

gemiddeld <of=50 mg Nitraat/l uitspoeling uit wortelzone onder landbouwgrond

RIVM, Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid

Klei

19

gemiddeld <of=50 mg Nitraat/l uitspoeling uit wortelzone onder landbouwgrond

RIVM, Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid

Veen

6,3

gemiddeld <of=50 mg Nitraat/l uitspoeling uit wortelzone onder landbouwgrond

RIVM, Landelijk Meetnet Effecten Mestbeleid

1

Op grond van de Nitraatrichtlijn dient de nitraatuitspoeling onder landbouwbedrijven het niveau van 50 mg nitraat/l niet te overstijgen.

2

In november 2020 verschijnt de vierjaarlijkse rapportage aan de EU over de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in relatie tot de landbouwpraktijk in Nederland. Dan worden de data over de jaren 2017-2019 bekend.

Het mestbeleid is de implementatie van de EU-Nitraatrichtlijn, gericht op het terugdringen van uitspoeling van nutriënten uit de landbouw tot tenminste het niveau van 50mg Nitraat/l, om verontreiniging van grond- en oppervlaktewater te verminderen en te voorkomen. Elke lidstaat dient per vier jaar een Actieprogramma te ontwikkelen dat moet leiden tot een nutriëntenuitspoeling op het genoemde niveau. Het huidige, zesde, Actieprogramma Nitraatrichtlijn loopt tot 2022. Het mestbeleid draagt bij aan het bereiken van de doelen van de Kaderrichtlijn van chemisch schoon en ecologisch gezond water.

Kengetal voedselverspilling
 

2015

2016

2017

2018

Meest recente jaar

Bron

Voedselverspilling (kiloton)

min: 1.771 max: 2.552

min: 1.781 max: 2.466

min: 1.814 max: 2.509

min: 1.649 max: 2.568

2018

Monitor voedselverspilling update 2009 ‒ 2018, WFBR, 2020

Er is sprake van voedselverspilling als voedsel dat voor menselijke consumptie bedoeld is, hier niet voor wordt gebruikt. De Monitor voedselverspilling geeft de omvang van voedselresten in Nederland weer, gebaseerd op openbare cijfers over afvalverwerking, veevoerproductie, consumentenafval, primaire producties en hernieuwbare energie. De totale hoeveelheid reststromen wordt uitgesplitst naar de bestemmingen voedselbank, veevoer, vergisten, composteren, verbranden en storten/lozen. De bestemmingen veevoer tot en met storten/lozen worden beschouwd als voedselverspilling.

Indicatoren voedselverspilling
 

2015

2016

2017

2018

Meest recente jaar

Streefwaarde

Bron

Afgeleide voedselverspilling in kiloton(absoluut)

2.162

2.124

2.162

2.109

2.018

1081 (2030)

Monitor voedselverspilling update 2009 ‒ 2018, WFBR, 2020

Afgeleide voedselverspilling in %(relatief)

100

98

100

98

2018

50

Monitor voedselverspilling update 2009 ‒ 2018, WFBR, 2020

Nederland heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van het Duurzame Ontwikkelingsdoel 12.3 van de Verenigde Naties (SDG 12.3). SDG 12.3 stelt dat in 2030 t.o.v. 2015 de hoeveelheid voedselverspilling gehalveerd dient te zijn. In de Monitor voedselverspilling wordt de omvang van de voedselverspilling in Nederland niet als een absoluut getal weergegeven, maar aangeduid met een bandbreedte. De omvang van de voedselverspilling bedraagt tenminste de ondergrens van de bandbreedte (minimum) en ten hoogste de bovengrens van de bandbreedte (maximum). Hoewel het niet correct is om te stellen dat het ‘midden’ van de bandbreedte de hoeveelheid voedselverspilling aangeeft, is deze afgeleide voedselverspilling wel een indicatie van de ontwikkeling.

Vertrouwen consument in veiligheid voedsel
 

2015

2016

2017

2018

2019

Meest recente jaar

Streefwaarde

Bron

Mate van vertrouwen consumenten in voedsel

3.2

Geen meting

Geen meting

3.2

3.2

2019

 

NVWA Consumenten-monitor

De NVWA meet op een schaal van 1–5 het vertrouwen van de consument in de veiligheid van voedsel. Deze meting vindt om de 2 jaar plaats. De NVWA heeft in 2017 geen onderzoek uitgevoerd naar de mate van vertrouwen van consumenten in voedsel. Dat onderzoek is in 2018 uitgevoerd. In 2020 vindt geen meting plaats. Voor het jaar 2021 wordt een nieuwe meetmethodiek opgesteld voor het bepalen van dit kengetal. Daarbij zal rekening gehouden worden met het feit dat de trend over de jaren heen gevolgd moet blijven kunnen worden.

Energie efficiency index Voedings- en genotmiddelenindustrie
 

2017

2018

2019

Streefwaarde 2020

Bron

Energie efficiency index Voedings- en genotmiddelenindustrie

79,80%

78,30%

77,20%

70%

RVO.nl

Het MJA3-convenant voor VGI sectoren loopt in 2020 af.

C02 emissie glastuinbouw
 

2013

2017

2018

2019

Meest recente jaar

Streefwaarde 20201

Bron

Totale CO2 emissie glastuinbouw

7,5 Mton

5,7 Mton

5,7 Mton

NNB

2019

4,6 Mton2

Energiemonitor glastuinbouw WEcR

1

Voor de begroting 2021 zal het niet mogelijk zijn een streefwaarde voor 2030 aan te geven. De streefwaarde is namelijk het CO2-doel voor 2030, dat nog niet is overeengekomen met de partijen. Dit is onderdeel van het nieuwe convenant. Het opstellen van het nieuwe convenant 2021-2030 is als gevolg van corona, ODE en CO2-leveringsproblematiek vertraagd. Volgens de huidige planning is dit eind 2020 gereed.

2

Onderzoek naar de ontwikkeling van de CO2-emissie in 2020 loopt. Wanneer deze als gevolg van areaal en/of WKK ontwikkeling buiten de afgesproken bandbreedte valt dan gaan de convenantspartijen, conform de afspraken uit het convenant, in overleg over aanpassing.

HACCP
 

2013

2019

2020

Meest recente jaar

Streefwaarde

Bron

Aantal gecontroleerde bedrijven

88,7%

91,1%

Nog niet bekend

2019

95% (2025)

NVWA

Het betreft het percentage van het totale aantal gecontroleerde bedrijven met een wettelijk verplicht Hazard Analysis and Critical Control Points (HACCP)-systeem uit het eerste deel van de vleesketen (slachthuizen, uitsnijderijen en koel- en vrieshuizen) dat aan alle controle-items voor HACCP voldoet.

Soja import Nederland (x1000 ton) 1

Oogst-seizoenen

Kalenderjaren

Canada & VS

Zuid Amerika2

Overig

2017/2018

2017

2.010

5.136

284

2018/2019

2018

3.081

4.071

302

2019/2020

2019

1.997

4.985

270

1

Sojabonen en sojaschroot/sojameel omgerekend naar sojaboonequivalenten.

2

De landen waarvandaan geïmporteerd wordt: Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay.

Wereldproductie soja - Soja import Nederland van buiten de EU (x1000 ton)1

Oogst-seizoenen

Kalenderjaren

Canada & VS

Zuid & midden Amerika

Overig (+EU28)

2017/2018

2017

127.782

173.140

42.453

2018/2019

2018

127.932

189.745

43.180

2019/2020

2019

102.838

191.071

42.968

1

Sojabonen en sojaschroot/sojameel omgerekend naar sojaboonequivalenten.

Het grootste deel van de geïmporteerde soja gaat door naar het Europese achterland. Ongeveer 11% van het volume aan geïmporteerde soja wordt via diervoer in melk, eieren, vlees in Nederland geconsumeerd. Dit wordt ruimschoots afgedekt door ingekochte duurzaamheidscertificaten Round Table Responsible Soy, RTRS (15% van de import) en certificaten als Proterra (nog eens 3%). Soja gebruikt in de zuivel, ook voor export, is volledig afgedekt door duurzaamheidscertificaten. Soja in Nederland verwerkt in veevoer, vlees en eieren voor de export voldoet aan legaliteitstandaarden die dus deels ook duurzaamheid en ontbossingsvrije productie garanderen. Voor een uitgebreide analyse zie de European Soy Monitor:https://www.idhsustainabletrade.com/uploaded/2020/05/IDH-European-Soy-Monitor-v2.pdf

Export van Agrarische producten uit Nederland

Land

2014

2015

2016

2017

2018

2019 (raming)

Bron:

Duitsland

20.820

20.711

21.836

22.905

22.688

23.566

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

België

8.652

8.581

9.119

10.099

10.254

10.775

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Verenigd Koninkrijk

8.067

8.269

8.321

8.576

8.591

8.696

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Frankrijk

7.122

6.714

7.001

7.747

7.665

7.736

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Italië

3.479

3.183

3.320

3.378

3.427

3.569

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Overige landen

33.561

33.926

35.202

37.357

37.771

40.199

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Totaal landen

81.702

81.384

84.800

90.062

90.396

94.541

Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS

Duurzaam voedsel - consumentenbestedingen aan voor consumenten herkenbaar duurzamer geproduceerd voedsel
 

2015

2016

2017

2018

Bron

Totale consumentenbestedingen aan duurzaam voedsel (x€1.000.000.0000)

3

3,8

4,5

4,9

Monitor duurzaam voedsel, Wageningen University & Research

Marktaandeel van bestedingen aan duurzaam voedsel in de totale bestedingen aan voedsel

8%

10%

11%

11%

Monitor duurzaam voedsel, Wageningen University & Research

Bestedingen van consumenten aan duurzaam voedsel ten opzichte van het voorgaande jaar

12%

26%

19%

7%

Monitor duurzaam voedsel, Wageningen University & Research

De bovenstaande cijfers uit de Monitor Duurzaam Voedsel geven een overzicht van de consumentenbestedingen aan duurzaam voedsel (NB: de cijfers over 2019 zijn nog niet beschikbaar). Duurzaam voedsel wordt in deze monitor gedefinieerd als voedsel waarbij tijdens de productie en verwerking meer rekening is gehouden met milieu, dierenwelzijn en/of sociale aspecten dan wettelijk verplicht is. Het gaat om de in Nederland geconsumeerde producten in de belangrijkste afzetkanalen voor duurzaam voedsel: supermarkten, foodservice en speciaalzaken voor duurzame voeding in Nederland. De gegevens zijn gebaseerd op de omzet van producten die zijn voorzien van een duurzaamheidskeurmerk met onafhankelijke controle. De voedingsmiddelen kunnen daarmee door consumenten op één of meer aspecten als duurzaam worden herkend.

Tot nu toe was het mogelijk 70% van de uitgaven in supermarkten mee te nemen. Vanaf 2019 vindt er een aanpassing van de methodiek plaats, waardoor 100% van de uitgaven in supermarkten meegenomen kan worden.

Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

De mate van duurzame bevissing, van de door Nederlandse vissers gericht beviste bestanden.

Duurzame visserij

Omschrijving

Basis- of Referentiewaarde en jaar

Huidige waarde en jaar

Streefwaarde en jaar

Het percentage duurzaam bevist, van de door Nederlandse vissers gericht beviste bestanden.

Basiswaarde 2018 per vlootsegment: Pelagisch: 1,03 Grootschalige boomkor: 1,02

De laatst bekende waarde is 2018.

1 (of lager)

Voor de levensvatbaarheid van de sector is het bestaan van duurzame instandhouding van visbestanden de belangrijkste voorwaarde. Het EU instrument voor instandhouding van visbestanden is de quotering. De indicator «duurzaam bevist» geeft bij een score van 1 of lager aan dat de Nederlandse vissers geen negatieve invloed hebben op de duurzaamheid van de gericht beviste bestanden. De mate van duurzame bevissing wordt aan de hand van de Sustainable Harvest Indicator (SHI) geanalyseerd. Deze indicator wordt ieder jaar in het vlootverslag door Wageningen Marine Research (WMR) berekend en betreft een gemiddelde.

In overleg met het wetenschappelijke orgaan van de Commissie, de Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries (STECF), is in 2020 besloten de rekenmethodiek voor de SHI indicator te herzien. Door deze herziening blijkt dat zowel de pelagische als de grootschalige boomkor visserij in 2018 net boven de waarde 1 uitkomen. De waarde van de pelagische visserij fluctueert sinds het beginjaar van de indicator (2008) rond 1. De waarde van 2018 net boven 1 duidt daarom niet op structurele niet-duurzame bevissing. De waarde van de indicator voor de grootschalige boomkor visserij is sinds het beginjaar boven 1, maar neemt elk jaar af en komt steeds dichter bij de 1 te liggen. De streefwaarde blijft voor ieder jaar 1 (of lager).

Condities VHR-doelbereik

In 2018 waren de condities voor het doelbereik van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) 53%2. In 2030 wordt verwacht dat met het ingezette beleid er een VHR-doelbereik van 70% wordt gehaald.

Bron: PBL Tussenrapportage Natuurverkenning 2050 en brief van 10 juli 2020 gezamenlijk programma natuur (Kamerbrief 2020Z13840).

Deze indicator is nieuw in de begroting. Om de effecten van beleid te kunnen voorspellen gebruikt het Planbureau van de Leefomgeving het VHR-doelbereik, waarin modelmatig berekend wordt welk effect de stikstofdepositie, grondwaterstand en ruimtelijke condities (omvang en inrichting Natuurnetwerk) hebben op de staat van instandhouding.

Het getal van 53% betekent dat met de huidige condities er voor 53% van de soorten een duurzame instandhouding kan worden bereikt. Het PBL wordt gevraagd de gerealiseerde prestaties (o.a. uitbreiding en inrichting areaal, verlaging stikstofdepositie en verhoging grondwaterstand) jaarlijks te verwerken in deze indicator. Deze indicator werd ook gebruikt in de eerste evaluatie Natuurpact (Kamerstuk 33 576, nr. 118).

Fauna in natuurgebieden op land en in agrarisch gebied

De diersoorten in natuurgebieden op land zijn sinds 1990 afgenomen. De laatste tien jaar is de trend stabiel. Veel diersoorten van het agrarisch leefgebied nemen af. Vooral broedvogels en dagvlinders gaan achteruit, terwijl de meeste soorten zoogdieren zich staande houden of toenemen.

De figuren geven de trend weer van de ontwikkelingen van soorten in respectievelijk natuurgebieden op land en in het agrarisch gebied.

Bron: soortenorganisatie en CBS; www.clo.nl/indicatoren/nl1581

Bron: soortenorganisatie en CBS; www.clo.nl/indicatoren/nl1581

Artikel 23 Kennis en innovatie

Indicatoren

Indicator

Referentie-waarde

Peildatum

Raming 2021

Streefwaarde

Planning

Bron

1.    Verhouding duurzame / totale investeringen

25%

2017

25%

30%

2025

WEcR

2.    Klanttevredenheid uitgevoerd onderzoek WR1

8,7

2019

8,5

8

2021

WR

3.    Kennisbenutting uitgevoerd onderzoek WR door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

93%

2019

90%

>80%

2021

WR

4.    Percentage innoverende agrarische bedrijven2

8%

2017

10%

10%

2025

WEcR

5.    Aandeel technologische landbouw goederen in de totale landbouwexport

9,50%

2019

10%

12%

2021

WEcR en CBS

6.    Aantal afgegeven bedrijfsadviezen aan boeren en tuinders gericht op kringlooplandbouw door bedrijfsadviseurs

0

2020

6100

14460

2023

RVO

  • Deze indicator drukt het bedrag aan duurzame investeringen uit ten opzichte van het bedrag van de totale investeringen in de landbouw.

  • In 2015 zijn alle TO2-instituten (waaronder Wageningen Research (WR)) overgegaan op een nieuwe, uniforme methode voor het meten van klanttevredenheid en kennisbenutting. De scores in bovenstaande tabel tonen de gerealiseerde waarden van klanttevredenheid en kennisbenutting voor het onderzoek dat WR uitvoert.

  • Zie 2.

  • Dit geeft het percentage van de bedrijven weer dat product- of procesinnovaties heeft doorgevoerd. Het gaat hierbij zowel om bedrijven die als eerste bedrijf iets nieuws hebben doorgevoerd als om innovatieve volgers (vroege volgers).

  • Deze indicator geeft het technologisch aandeel (kennis en innovatie omgezet in goederen/diensten in de vorm van oa. Kassen- en machinebouw) van de aan de landbouw gerelateerde goederen weer in de totale landbouwexport van alle goederen. Bron: CBS tot en met oktober 2019, raming november - december 2019 door WUR en CBS.

  • Deze indicator toont het aantal afgegeven bedrijfsadviezen door gecertificeerde onafhankelijke bedrijfsadviseurs aan boeren en tuinders over kringlooplandbouw en duurzaam en klimaatbestendig ondernemen met tot doel om hiermee praktische kennis en innovatie sneller op het boerenerf te laten landen en de omslag naar toekomstbestendig ondernemen te versnellen.

Artikel 24 Uitvoering en toezicht

Kengetal NVWA

In 2019 besteedde de NVWA procentueel gezien het grootste deel van haar capaciteit aan het publieke belang Voedselveiligheid. Op basis van de planning voor 2019 (Jaarplan 2019, exclusief meerwerk, inclusief lab) was de inzet voor Voedselveiligheid 52%. Een groei ten opzichte van het jaar daarvoor (51%). Als gevolg van uitplaatsing van het Lab Voeder- en voedselveiligheid per medio 2019 is dit percentage in 2019 gedaald naar 49%. Daarnaast zijn in de loop van het jaarplan 2019 aanvullende middelen beschikbaar gekomen voor meerwerk binnen het publiek belang Natuur & milieu (domein Meststoffen) en voor Controle van Subsidieregelingen. De inzet voor het publiek belang Dierenwelzijn is door de inzet van de regeerakkoordmiddelen gegroeid van 6% in 2018 naar 8% in 2019.

Procentuele urenverdeling NVWA per publiek belang. Planning jaarplan 2019 (excl. meerwerk, incl lab)

Procentuele urenverdeling NVWA per publiek belang. Planning 2019 (incl. meerwerk, excl. lab)

Kengetal RVO

Kengetal RVO
 

2016

2017

2018

2019

Klanttevredenheid over uitvoering LNV opdrachten door RVO

6,7

7

6,9

7,2

2

Door PBL afgerond tot 55% (Tussenrapportage Natuurverkenning 2050).

Licence