Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Bijlage 2: Verdiepingshoofdstuk

Dit onderdeel bevat het verdiepingshoofdstuk van de SZW-begroting. In deze paragraaf wordt voor alle artikelen op de SZW-begroting de mutatie van uitgaven en ontvangsten tussen de ontwerpbegroting 2020 en de huidige ontwerpbegroting 2021 gedetailleerd toegelicht. Dit gebeurt zowel voor de begrotingsgefinancierde als voor de premiegefinancierde regelingen.

De opbouw van deze tabellen is gelijk aan elkaar. Bij de begrotingsgefinancierde en bij de premiegefinancierde regelingen worden, conform de RBV, de mutaties in de amendementen, de vier incidentele suppletoire begrotingen, de eerste suppletoire begroting (Voorjaarsnota) en de nieuwe mutaties (Miljoenennota) vermeld.

1 Arbeidsmarkt

Tabel 126 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 1 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

890.667

712.147

710.774

714.568

718.585

 

Mutatie amendement

500

0

0

0

0

 

Mutaties1e Incidentele suppletoire begroting

10.000.000

0

0

0

0

 

Mutaties 2e Incidentele suppletoire begroting

‒ 464.000

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 127.425

‒ 50.416

‒ 78.411

‒ 79.654

‒ 57.060

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

12.946.667

0

0

0

0

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

2.203.100

565.100

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

147

165

165

169

185

 

2. Overboekingen met andere departementen

‒ 60

50

202.547

202.101

202.551

 

3. Budgettair neutrale herschikkingen

1.936

861

1.434

1.434

1.434

 

4. Kasschuiven

‒ 3.324.190

2.969.175

353.015

1.000

1.000

 

5. Bijstelling LKV

0

0

0

0

‒ 20.834

 

6. Bijstelling NOW 1.0

‒ 762.625

‒ 9.000

‒ 625

0

0

 

7. Bijstelling NOW 2.0

‒ 5.821.201

‒ 1.221.733

‒ 143.733

0

0

 

8. Bijstelling compensatie loonkosten CN

1.000

0

0

0

0

 

9. Bijsteliing TOFA

‒ 167.000

0

0

0

0

 

10. Maatwerkregel DI en eerder uittreden

0

250.000

250.000

250.000

250.000

 

11. Werkgeverssubsidie leercultuur

0

41.500

0

0

0

 

12. NL leert door

0

72.000

18.000

0

0

 

13. NOW 3.0

0

2.545.300

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

15.377.516

5.875.149

1.313.166

1.089.618

1.095.861

875.988

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er zijn 4 overboekingen met andere departementen. De grootste mutatie is de structurele overboeking van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van € 202,5 miljoen in 2021 voor de subsidieregeling Stimulans ArbeidsmarktPositie (STAP). Het structurele niveau van de overboeking is € 218,0 miljoen.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden onder andere middelen voor de NOW 1.0 en 2.0 doorgeschoven van 2020 naar latere jaren. Vanwege het afrekenproces zal een deel van de gelden in latere jaren worden uitgekeerd.

  • Het schrappen van de 3-jaarsbepaling van het LKV Banenafspraak is uitgesteld. Een deel van deze middelen wordt gereserveerd voor de effectievere invulling van de Wtl.

  • Middelen van de NOW 1.0 komen niet tot besteding omdat het beroep op de regeling minder is dan verwacht.

  • Middelen van de NOW 2.0 komen niet tot besteding omdat het beroep op de regeling minder is dan verwacht.

  • De raming van de compensatie loonkosten Caribisch Nederland is opwaarts bijgesteld. Op basis van de uitvoeringsgegevens zijn de middelen verhoogd met € 1,0 miljoen.

  • De raming van de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten is neerwaarts bijgesteld. Op basis van de realisatiecijfers blijkt dat het beroep op de regeling lager is dan aanvankelijk werd geraamd.

  • In het pensioenakkoord van 5 juni 2020 is afgesproken een tijdelijke subsidieregeling Maatwerkregeling DI en eerder uittreden in te voeren. Voor deze regeling is voor 4 jaar € 1 miljard aan middelen beschikbaar.

  • Aan de al bestaande stimuleringsregeling voor scholing en ontwikkeling van werknemers in MKB bedrijven, wordt in 2021 € 41,5 miljoen extra beschikbaar gesteld. De uitbreiding is een gevolg van de door de coronacrisis ontstane extra behoefte aan scholing en begeleiding.

  • Voor NL leert door is er in 2021 € 72,0 miljoen aan middelen beschikbaar voor ontwikkeladvies en online scholing. In 2022 is er € 18,0 miljoen beschikbaar voor voor online scholing.

  • De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) wordt per 1 oktober met drie keer drie maanden verlengd. Deze derde tranche kent een aflopende tegemoetkoming van de loonsom en biedt ruimte de loonsom te laten dalen zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. De eerste drie maanden wordt 80% uitgekeerd waarna iedere 3 maanden het uitkeringspercentage met 10 procent-punt afneemt. Dit betreffen de subsidie-uitgaven aan het tweede (jan-maart 2021) en derde deel (apr-jun 2021) van de regeling.

Tabel 127 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 1 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 9.846

975

1.110

1.180

1.180

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Bijstelling boeteontvangsten

‒ 4.500

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

9.654

24.975

25.110

25.180

25.180

25.180

  • De boeteontvangsten worden met € 4,5 miljoen naar beneden bijgesteld. Op grond van de ontvangen boetes in de eerste 4 maanden is de verwachting dat in 2020 € 9,7 miljoen aan boeteontvangsten gerealiseerd wordt.

Tabel 128 Uitgaven premiegefinancierd artikel 1 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

817.128

448.560

228.215

228.215

228.215

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 64.000

‒ 12.000

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

35.543

11.010

5.297

5.297

5.297

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

788.671

447.570

233.512

233.512

233.512

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

35.543

33.313

25.129

28.785

28.785

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

2. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 35.543

‒ 11.010

‒ 5.297

‒ 5.297

‒ 5.297

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

22.303

19.832

23.488

23.488

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

788.671

469.873

253.344

257.000

257.000

257.000

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Zie bij mutatienummer 1.

2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Tabel 129 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 2
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

7.002.798

7.166.953

7.319.576

7.482.932

7.658.158

 

Mutaties1e Incidentele suppletoire begroting

3.800.000

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 218.011

‒ 259.272

‒ 237.232

‒ 222.848

‒ 183.478

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

1.500.000

0

0

0

0

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

253.000

368.000

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

136.569

139.383

143.237

147.210

151.904

 

2. Macromutaties

161.925

655.125

971.032

736.740

455.446

 

3. Overboekingen met andere departementen

160

410

356

356

356

 

4. Budgettair neutrale herschikkingen

1.850

6.274

2.216

250

0

 

5. Kasschuiven

‒ 2.966

‒ 304

3.305

‒ 98

63

 

6. Ramingsbijstelling

193.115

72.028

14.363

11.257

12.125

 

7. Bijstelling Tozo 1.0

‒ 1.296.000

0

0

0

0

 

8. Overboeking van premie naar begroting

2.090

0

0

0

0

 

9. Bijstelling Tozo 2.0

‒ 700.000

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

10.834.530

8.148.597

8.216.853

8.155.799

8.094.574

8.053.926

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is toegevoegd om de uitkeringslasten op het loon- en prijspeil 2020 te brengen.

  • De raming van het macrobudget participatiewetuitkeringen is aangepast op basis van de laatste ontwikkelingen in de werkloosheid. Als gevolg van de coronacrisis verwacht het CPB een forse oploop van de werkloze beroepsbevolking. Hierdoor stijgen de uitgaven aan bijstandsuitkeringen.

  • Er zijn 4 overboekingen met andere departementen. De grootste mutatie is de overboeking van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van € 0,4 miljoen structureel voor terugontvangen middelen integrale aanpak Caribisch Nederland.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden onder andere middelen van de subsidie Alle kinderen doen mee doorgeschoven van 2020 en 2021 naar 2022. Vanwege het afrekenproces zal een deel van de gelden in 2022 worden uitgekeerd.

  • De mutatie betreft een samenstelling van doorwerkingen van uitvoeringsgegevens op het terrein van onder andere Macrobudget Participatiewetuitkeringen, Bijstand Zelfstandigen, Toeslagenwet en Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen.

  • De raming van de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) 1.0 is neerwaarts bijgesteld. Op basis van de realisatiecijfers blijkt dat het beroep op de regeling lager is dan aanvankelijk werd geraamd.

  • Er is budgettair neutrale herschikking tussen premie- en begrotingsgefinancierde budgetten.

  • De raming van de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) 2.0 is neerwaarts bijgesteld. Op basis van de realisatiecijfers blijkt dat het beroep op de regeling lager is dan aanvankelijk werd geraamd.

Tabel 130 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 2 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

26.020

13.658

15.500

17.700

18.938

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Afrekening 2019

5.960

0

0

0

0

 

2. Terugbetaling kapitaalverstrekkingen TOZO

0

0

0

101.500

162.900

 

3. Bzb bijstelling

‒ 11.522

‒ 9.243

‒ 2.641

1.625

588

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

20.458

4.415

12.859

120.825

182.426

185.293

  • De ontvangsten komen voort uit de afrekening TW over 2019 met UWV.

  • Bij Tozo-1 en Tozo-2 worden leningen voor bedrijfskapitaal verstrekt. Vanaf 2023 moeten deze leningen worden terugbetaald.

  • De raming van de terugontvangsten Bijstand zelfstandigen is bijgesteld naar aanleiding van de uitvoeringsinformatie.

3 Arbeidsongeschiktheid

Tabel 131 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 3 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.878

10.885

10.892

4.900

908

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 190

‒ 172

‒ 156

‒ 142

‒ 127

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

8

9

9

9

9

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

3.696

10.722

10.745

4.767

790

802

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

Tabel 132 Uitgaven premiegefinancierd artikel 3 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

10.295.307

10.261.951

10.394.431

10.603.611

10.732.891

 

Mutaties Voorjaarsnota

1.149

58.727

65.589

73.582

138.840

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

269.154

271.264

274.890

280.770

286.126

 

2. Ramingsbijstelling

‒ 8.667

8.123

26.008

20.679

12.629

 

3. Motie Oomen

0

‒ 1.755

‒ 1.772

‒ 1.804

‒ 1.826

 

4. Nabetalingen 2019

1.260

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

10.558.203

10.598.310

10.759.146

10.976.838

11.168.660

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

248.933

503.305

771.641

1.051.860

1.335.596

 

Mutaties Voorjaarsnota

20.221

68.207

76.630

60.177

37.372

 
       

Nieuwe mutaties:

      

5. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 152.217

‒ 290.453

‒ 379.432

‒ 432.975

 

6. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 269.154

‒ 271.264

‒ 274.890

‒ 280.770

‒ 286.126

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

148.031

282.928

451.835

653.867

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

10.558.203

10.746.341

11.042.074

11.428.673

11.822.527

12.211.760

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Op basis van de uitvoeringsinformatie van UWV zijn de geraamde uitgaven aan de arbeidsongeschiktheidsregelingen bijgesteld. De IVA-uitgaven zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Dit komt door een daling van de instroom. De WGA-uitgaven zijn meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit komt door een hogere instroom. De WAO-uitgaven zijn meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit is voor ongeveer de helft het gevolg van een hoger aantal uitkeringen en voor de andere helft van een hogere gemiddelde uitkering.

  • Vanaf 2021 wordt er budget overgeheveld voor de uitvoering van de motie Oomen.

  • De bevoorschotting voor de tegemoetkoming arbeidsongeschikten voor de IVA, WAO en WAZ in 2019 is te laag geweest. In 2020 is het verschil afgerekend.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie bij mutatienummer 1.

4 Jonggehandicapten

Tabel 133 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 4 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.386.123

3.403.698

3.402.116

3.418.270

3.434.877

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 26.841

2.468

3.380

2.977

5.264

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

82.815

83.968

84.159

84.622

85.176

 

2. Ramingsbijstelling Wajong

‒ 8.375

‒ 5.606

‒ 6.544

‒ 6.273

‒ 5.981

 

3. Budgettair neutrale herschikkingen

0

‒ 2.000

0

0

0

 

4. Motie Oomen

0

1.757

1.757

1.757

1.757

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

3.433.722

3.484.285

3.484.868

3.501.353

3.521.093

3.568.671

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Op basis van de realisatiegegevens van UWV is de raming van de uitgaven van de uitkeringslasten Wajong naar beneden bijgesteld. Dit komt onder andere omdat de verwachte uitstroom uit de Wajong structureel hoger is dan eerder geraamd en door het bijstellen van de aannames die bij de invoering van de Wajong2015 zijn gedaan.

  • Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking binnen de SZW-begroting.

  • Voor de motie Oomen zijn vanaf 2021 middelen beschikbaar gesteld.

Tabel 134 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 4 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

22.272

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Afrekening 2019

68

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

22.340

0

0

0

0

0

  • De ontvangsten van € 0,1 miljoen zijn de te veel bevoorschotte middelen voor de uitkeringslasten Wajong in 2019, die UWV in 2020 terugbetaalt.

5 Werkloosheid

Tabel 135 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 5 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

116.911

111.282

117.188

128.440

142.535

 

Mutaties Voorjaarsnota

9.030

4.761

‒ 7.343

‒ 13.468

‒ 20.227

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

2.912

2.721

2.795

2.924

3.111

 

2. Ramingsbijstelling

2.446

5.291

8.437

9.328

9.102

 

3. Tijdelijke tegemoetkoming Westhaven

114

314

316

152

0

 

4. Afrekening 2019

1.909

0

0

0

0

 

5. Macromutaties

0

0

11.878

41.465

65.875

 

6. Scholingsbudget WW

0

18.000

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

133.322

142.369

133.271

168.841

200.396

212.586

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de IOW meerjarig opwaarts bijgesteld.

  • Binnen de SZW begroting is budget naar artikel 5 verplaatst voor de financiering van de tijdelijke regeling tegemoetkoming werknemers Westhaven.

  • Over 2019 is de bevoorschotting van de uitkeringslasten IOW te laag geweest. In 2020 wordt het restant nabetaald.

  • De raming van de IOW is aangepast op basis van de nieuwe raming van het CPB van de werkloosheid. Vanaf 2022 wordt een forse stijging van de uitkeringslasten verwacht als gevolg van toenemende werkloosheid door de coronacrisis.

  • In het kader van het Steun en herstelpakket is in 2021 € 18,0 miljoen extra aan middelen beschikbaar voor het scholingsbudget WW.

Tabel 136 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 5 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Terugontvangst scholingsbudget WW

1.285

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.285

0

0

0

0

0

  • De ontvangstenmutatie heeft betrekking op het van UWV terugontvangen voorschot 2019 van het scholingsbudget WW.

Tabel 137 Uitgaven premiegefinancierd artikel 5 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

3.724.276

3.904.578

4.079.882

4.276.373

4.475.627

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 188.492

‒ 350.122

‒ 373.737

‒ 347.658

‒ 272.744

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

111.988

112.589

117.429

124.531

133.280

 

2. Macro mutaties

881.497

2.782.085

2.953.505

2.156.227

1.332.243

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

4.529.269

6.449.130

6.777.079

6.209.473

5.668.406

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

103.249

212.199

328.644

459.487

616.004

 

Mutaties Voorjaarsnota

8.739

9.674

4.441

‒ 8.321

‒ 30.661

 
       

Nieuwe mutaties:

      

3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 17.937

‒ 16.931

‒ 36.040

‒ 74.553

 

4. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 111.988

‒ 112.589

‒ 117.429

‒ 124.531

‒ 133.280

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

91.347

198.725

290.595

377.510

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

4.529.269

6.540.477

6.975.804

6.500.068

6.045.916

5.784.000

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er is een tegenvaller op de WW-uitgaven van miljarden euro’s als gevolg van de coronacrisis. Het CPB verwacht dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De geraamde werkloosheid neemt dus fors toe. Het is aannemelijk dat het aantal mensen dat een WW-uitkering aanvraagt zal oplopen. Ook blijven deze mensen naar verwachting langer in de WW, omdat de kans op het vinden van een baan vermoedelijk daalt.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie bij mutatiemummer 1.

Tabel 138 Ontvangsten premiegefinanicerd artikel 5 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

253.000

253.000

253.000

253.000

253.000

 

Mutaties Voorjaarsnota

7.000

11.990

18.947

20.667

20.667

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

8.295

8.455

8.677

8.732

8.732

 

2. Ramingsbijstelling

‒ 8.296

31.704

31.704

31.704

31.704

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

259.999

305.149

312.328

314.103

314.103

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

7.068

13.823

20.491

27.319

35.009

 

Mutaties Voorjaarsnota

1.227

2.828

4.105

4.287

3.302

 
       

Nieuwe mutaties:

      

3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 3.922

‒ 6.812

‒ 8.234

‒ 8.708

 

4. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 8.295

‒ 8.455

‒ 8.677

‒ 8.732

‒ 8.732

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

4.274

9.107

14.640

20.871

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

259.999

309.423

321.435

328.743

334.974

341.993

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de ontvangsten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Overheidswerkgevers zijn eigenrisicodragers voor de WW. De WW-uitgaven worden door UWV verhaald op deze werkgevers. De raming van de ontvangsten uit verhaal is vanaf 2021 naar boven bijgesteld vanwege het effect dat de coronacrisis naar verwachting heeft op de arbeidsmarkt.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie bij mutatienummer 1.

6 Ziekte en zwangerschap

Tabel 139 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 6 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

11.981

8.268

8.298

8.279

8.312

 

Mutaties 2e Incidentele suppletoire begroting

13.000

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 1.380

4.179

2.739

945

306

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

‒ 13.000

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

164

165

166

168

169

 

2. Afrekening 2019

33

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

10.798

12.612

11.203

9.392

8.787

8.629

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Over 2019 is de bevoorschotting van de uitkeringslasten TAS aan de SVB te laag geweest. Het totale nabetaalde bedrag in 2020 over 2019 betreft € 246.000. Bij de Voorjaarsnota werd de nabetaling op basis van de voorlopige realisatie geschat op € 213.000. Op basis van de definitieve realisatie bleek een extra nabetaling nodig van € 33.000.

Tabel 140 Uitgaven premiegefinancierd artikel 6 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

2.945.765

3.078.196

3.120.044

3.160.766

3.202.689

 

Mutaties Voorjaarsnota

92.491

48.470

18.153

27.140

39.811

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

96.727

99.543

99.816

101.360

103.081

 

2. Ramingsbijstelling

35.217

105.794

120.937

113.255

92.046

 

3. Geboorteverlof niet verz werkn

0

0

2.100

5.000

5.000

 

4. Ouderschapsverlof

0

0

136.000

360.000

360.000

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

3.170.200

3.332.003

3.497.050

3.767.521

3.802.627

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

82.167

167.991

252.447

340.981

433.996

 

Mutaties Voorjaarsnota

14.560

28.229

31.041

26.750

19.359

 
       

Nieuwe mutaties:

      

5. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 50.013

‒ 80.412

‒ 85.040

‒ 90.816

 

6. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2019

‒ 96.727

‒ 99.543

‒ 99.815

‒ 101.360

‒ 103.081

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

46.664

103.261

181.331

259.458

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

3.170.200

3.378.667

3.600.311

3.948.852

4.062.085

4.171.969

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • De ZW kent meerjarig een tegenvaller. Door de sterke toename van het aantal WW-gerechtigden (vanwege de effecten door de uitbraak van het coronavirus op de conjunctuur) stijgt de instroom van zieke werklozen flink. Ook zijn er meer uitkeringen wegens ziekte bij zwangerschap. Hier staat tegenover dat de instroom van flexwerkers naar verwachting juist daalt doordat er minder mensen met een uitzendcontract of tijdelijk dienstverband aan het werk zijn.

  • De EU-richtlijn werk/prive regelt dat ook niet-verzekerde werknemers recht hebben op geboorteverlof. Dit was nog niet geregeld en wordt met het wetsvoorstel Wet invoering betaald ouderschapsverlof (Wibo) alsnog gedaan.

  • Dit betreft de uitkeringslasten behorend bij 9 weken ouderschapsverlof voor beide ouders tegen 50% loon tot maximaal dagloon.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie bij mutatienummer 1.

7 Kinderopvang

Tabel 141 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 7 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

3.461.212

3.490.686

3.500.804

3.518.429

3.542.958

 

Mutaties 2e Incidentele suppletoire begroting

175.000

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

61.684

69.582

56.727

32.754

21.266

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

158.000

0

0

0

0

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

8.500

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

66.302

67.071

67.003

66.883

67.115

 

2. Ramingsbijstelling KOT

‒ 19.323

‒ 93.154

‒ 75.498

‒ 46.504

‒ 24.881

 

3. Kasschuif

‒ 2.000

2.000

0

0

0

 

4. Budgettair neutrale herschikkingen

‒ 130

3.500

0

0

0

 

5. Overboekingen met andere departementen

‒ 12.135

6.324

‒ 276

‒ 276

‒ 276

 

6. Overboeking van ministerie van LNV

1.000

3.000

4.000

0

0

 

7. Ouderschapsverlof

0

0

‒ 15.000

‒ 35.000

‒ 35.000

 

8. Aanpassing heffingsvrij vermogen

0

1.000

1.000

1.000

1.000

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

3.898.110

3.550.009

3.538.760

3.537.286

3.572.182

3.632.239

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Als gevolg van de verslechterde conjunctuur vanwege de coronacrisis is het gebruik van de kinderopvang (en daarmee ook de uitgaven kinderopvangtoeslag) in 2020 en 2021 naar beneden bijgesteld. In latere jaren trekt de conjunctuur naar verwachting weer aan, daardoor neemt de meevaller meerjarig af.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden middelen voor tegemoetkoming eigen bijdrage KO doorgeschoven van 2020 naar 2021. De afhandeling van beroep en bezwaar zal gedeeltelijk plaatsvinden in 2021.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting. De grootste betreft de overboeking van de bijdrage aan BES(t) 4 kids (€ 3,5 miljoen in 2021).

  • Er zijn 6 overboekingen met andere departementen. De grootste overboeking is naar het Gemeentefonds voor de decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen van € 8,3 miljoen in 2020. Gemeenten hebben middelen ontvangen om de eigen bijdrage van ouders met een gemeentelijk aanbod te vergoeden tijdens de periode van sluiting vanwege de kabinetsmaatregelen rondom corona. Daarnaast is er een overboeking door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (€ 6,6 miljoen in 2021) voor de bijdrage aan BES(t) 4 kids.

  • Er is een overboeking door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (totaal € 8,0 miljoen voor de periode 2020-2022) in het kader van de regio-envelop Caribisch Nederland voor de verbetering van de huisvesting kinderopvang in Caribisch Nederland (onderdeel van het programma BES(t) 4 kids).

  • Ouders krijgen vanaf 2022 recht op 9 weken betaald ouderschapsverlof. Dit leidt tot een iets lager gebruik van de formele kinderopvang, met name onder ouders van nuljarigen.

  • Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt verhoogd als onderdeel van het Belastingplan 2021. Hierdoor neemt het fictief rendement op vermogen af, wat leidt tot een lager toetsingsinkomen voor de toeslagen. Een lager toetsingsinkomen leidt tot hogere uitgaven kinderopvangtoeslag.

Tabel 142 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 7 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.597.613

1.598.250

1.606.230

1.609.720

1.612.614

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 61.987

‒ 72.083

‒ 74.709

‒ 77.096

‒ 79.369

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

‒ 500

‒ 1.900

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Ramingsbijstelling

‒ 2.827

1.099

‒ 215

‒ 1.182

‒ 213

 

2. Kasschuif

‒ 7.194

4.796

2.398

0

0

 

3. Verlaging invorderingsrente

‒ 2.200

0

0

0

0

 

4. Werkgeversbijdrage

363

16.114

22.766

38.471

52.590

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.523.268

1.546.276

1.556.470

1.569.913

1.585.622

1.601.069

  • De ontvangsten uit terugvorderingen Kinderopvangtoeslag zijn beperkt bijgesteld. Specifiek voor 2020 zijn de ontvangsten lager als gevolg van minder terugontvangsten in 2020 over toeslagjaar 2014.

  • Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen door de Belastingdienst (coronamaatregel) zijn er minder ontvangsten in 2020. In 2021 en 2022 wordt een inhaaleffect verwacht met hogere ontvangsten als gevolg.

  • De invorderingsrente is voor de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2021 verlaagd van 4% naar 0,01% (coronamaatregel). Hierdoor zijn er minder rente-ontvangsten in 2020 en 2021. Dit is deels verwerkt in de 4e incidentele suppletoire begroting.

  • De werkgeversbijdrage kinderopvang is een vast percentage van de totale loonsom. De loonsom is met name vanaf 2021 naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere ontvangsten werkgeversbijdrage in deze jaren.

8. Oudedagsvoorziening

Tabel 143 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 8 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

25.100

25.089

25.615

25.972

26.409

 

Mutaties Voorjaarsnota

217

774

1.467

2.217

3.091

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

315

315

328

339

355

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

25.632

26.178

27.410

28.528

29.855

31.419

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

Tabel 144 Uitgaven premiegefinancierd artikel 8 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

40.164.161

40.987.082

41.290.314

41.567.455

42.034.985

 

Mutaties Voorjaarsnota

5.274

35.417

33.723

30.531

25.733

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

1.221.458

1.247.368

1.256.529

1.264.859

1.278.931

 

2. Ramingsbijstelling

‒ 109.377

‒ 84.767

‒ 56.893

‒ 55.195

‒ 53.455

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

41.281.516

42.185.100

42.523.673

42.807.650

43.286.194

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

1.156.869

2.223.450

3.221.778

4.252.787

5.337.715

 

Mutaties Voorjaarsnota

64.589

258.909

299.690

236.959

86.955

 
       

Nieuwe mutaties:

      

3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 263.078

‒ 636.171

‒ 952.348

‒ 1.058.692

 

4. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 1.221.458

‒ 1.247.368

‒ 1.256.529

‒ 1.264.859

‒ 1.278.931

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

971.913

1.628.768

2.272.539

3.087.047

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

41.281.516

43.157.013

44.152.441

45.080.189

46.373.241

48.304.104

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • De raming voor de uitkeringslasten van de AOW en IOAOW zijn naar beneden bijgesteld. Oversterfte door corona leidt tot een neerwaartse bijstelling van het verwachte aantal AOW- en IOAOW-gerechtigden. Ook wordt de raming neerwaarts bijgesteld omdat het prijspeil 2020 voor de AOW lager uitkomt dan eerder geraamd.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie mutatie nummer 1.

9 Nabestaanden

Tabel 145 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 9 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.227

1.239

1.250

1.262

1.275

 

Mutaties Voorjaarsnota

89

115

137

156

178

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

16

16

17

17

17

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.332

1.370

1.404

1.435

1.470

1.486

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

Tabel 146 Uitgaven premiegefinancierd artikel 9 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

343.156

322.872

312.102

306.241

301.469

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 11.186

‒ 14.565

‒ 14.984

‒ 14.817

‒ 14.353

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

7.410

6.810

6.561

6.432

6.336

 

2. Ramingsbijstelling

‒ 178

‒ 159

‒ 180

‒ 185

‒ 184

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

339.202

314.958

303.499

297.671

293.268

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

7.133

11.880

16.076

19.813

23.459

 

Mutaties Voorjaarsnota

277

1.416

1.145

543

‒ 378

 
       

Nieuwe mutaties:

      

3. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 3.643

‒ 6.714

‒ 8.852

‒ 9.717

 

4. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 7.410

‒ 6.810

‒ 6.561

‒ 6.432

‒ 6.336

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

2.843

3.946

5.072

7.028

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

339.202

317.801

307.445

302.743

300.296

295.611

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • De raming van de uitkeringslasten Anw is licht naar beneden bijgesteld, omdat het prijspeil 2020 lager uitvalt dan geraamd.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie mutatie nummer 1.

10 Tegemoetkoming ouders

Tabel 147 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 10 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

6.550.142

6.325.358

6.290.450

6.270.571

6.270.619

 

Mutaties Voorjaarsnota

103.071

‒ 21.079

‒ 12.348

‒ 13.328

‒ 4.021

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

60.016

53.299

53.036

52.683

52.805

 

2. Kasschuif

‒ 13.000

13.000

0

0

0

 

3. Ramingsbijstelling WKB

‒ 105.306

‒ 743

‒ 20.227

‒ 57.544

‒ 92.335

 

4. Aanpassing heffingsvrij vermogen

0

2.000

2.000

2.000

2.000

 

5. WKB verhoging 3e kindbedrag

0

149.930

149.930

149.930

149.930

 

6. Kinderbijslagvoorz. BES verhoging

0

70

70

70

70

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

6.594.923

6.521.835

6.462.911

6.404.382

6.379.068

6.339.008

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Een deel van de uitgaven voor de herstelactie kindgebonden budget schuift van 2020 naar 2021. Het betreft hersteluitgaven voor huishoudens die in het buitenland verblijven. Deze worden met extra zorg uitgevoerd, waardoor uitbetaling in 2021 plaatsvindt.

  • Op basis van de realisaties over het jaar 2019 zijn de uitgaven WKB neerwaarts bijgesteld. Daar staat tegenover dat de Coronacrisis in 2020 leidt tot een slechtere inkomenspositie van huishoudens en daarmee meer uitgaven aan de WKB. Deze impact is naar verwachting pas zichtbaar in de WKB-uitgaven in 2021, met een tegenvaller tot gevolg. In de jaren daarna herstelt de economie en wordt de WKB-meevaller gestaag groter.

  • Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt verhoogd als onderdeel van het Belastingplan 2021. Hierdoor neemt het fictief rendement op vermogen af, wat leidt tot een lager toetsingsinkomen voor de toeslagen. Een lager toetsingsinkomen leidt tot hogere uitgaven aan WKB.

  • Vanaf 2021 wordt € 149,93 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor de verhoging van het kindbedrag vanaf het 3e kind in de WKB.

  • In navolging van de intensivering in de WKB wordt de kinderbijslagvoorziening BES naar rato geïntensiveerd. Hiervoor wordt vanaf 2021 € 0,07 miljoen structureel beschikbaar gesteld.

Tabel 148 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 10 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

222.204

242.548

269.875

280.322

255.581

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 19.882

‒ 39.664

‒ 58.881

‒ 66.887

‒ 43.606

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

‒ 500

‒ 2.100

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Ramingsbijstelling WKB

‒ 1.057

‒ 2.643

‒ 2.964

‒ 2.973

‒ 3.928

 

2. Verlaging invorderingsrente

‒ 2.000

0

0

0

0

 

3. Kasschuif

‒ 5.309

3.539

1.770

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

193.456

201.680

209.800

210.462

208.047

206.154

  • De ramingsbijstelling van de ontvangsten volgt (vertraagd) het patroon van de ramingsbijstelling van de uitgaven. Indien aan de voorkant minder wordt uitgekeerd, volgen minder terugontvangsten na definitieve toekenning en vice versa.

  • De Belastingdienst heeft de invorderingsrente voor de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2021 verlaagd van 4% naar 0,01% (coronamaatregel). Hierdoor zijn er minder rente-ontvangsten in 2020 en 2021. Dit is deels verwerkt in de 4e incidentele suppletoire begroting.

  • Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen door de Belastingdienst (coronamaatregel) zijn er minder ontvangsten in 2020. In 2021 en 2022 wordt een inhaaleffect verwacht met hogere ontvangsten als gevolg.

11 Uitvoering

Tabel 149 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 11 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

499.637

503.407

496.506

491.628

497.376

 

Mutaties Voorjaarsnota

18.902

13.920

‒ 1.511

‒ 2.131

‒ 625

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

15.000

0

0

0

0

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

7.000

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

15.289

15.405

15.192

15.044

15.218

 

2. Ramingsbijstelling

0

6.389

2.095

2.683

3.030

 

3. Kasschuiven

‒ 131.200

101.000

30.200

0

0

 

4. Overboeking met ander departement

‒ 1.200

‒ 300

‒ 300

‒ 300

‒ 300

 

5. Afrekeningen 2019

15.578

0

0

0

0

 

6. Budgettair neutrale herschikkingen

278.823

5.837

291

209

132

 

7. Overboeking van premie naar begroting

‒ 101.000

0

0

0

0

 

8. Intensivering uitvoering BKWI en SVB

0

0

30.000

30.000

30.200

 

9. Bijstelling uitvoeringskosten TOFA

‒ 10.700

‒ 800

‒ 100

0

0

 

10. Werkgeversdienstverlening

0

11.000

0

0

0

 

11. Diversen

850

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

606.979

655.858

572.373

537.133

545.031

541.486

  • Ontvangen loon- en prijsbijstelling ten behoeve van de begrotingsgefinancierde uitvoeringsbudgetten van de ZBO’s.

  • De uitvoeringskosten voor UWV zijn bijgesteld naar aanleiding van wijzigingen in de ramingen van onder andere de Wajong en IOW. Het uitvoeringsbudget stijgt hierdoor licht vanaf 2021.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden middelen van diverse bedrijfsvoeringskosten van het UWV doorgeschoven van 2020 naar 2021 en verder.

  • Vanwege het groter aantal adviesaanvragen dan voorgaande jaren bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ten behoeve van dubbele AKW is er naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2020 € 1,2 miljoen en vanaf 2021 € 0,3 miljoen structureel overgeboekt. Dit als compensatie voor de extra uitvoeringskosten die het CIZ realiseert als gevolg van het groter aantal adviesaanvragen.

  • Dit betreft de afrekening over 2019 van de begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten van UWV en de SVB. Bij de afrekening jaarverslag IB is er een deel van de rijksbijdrage SZW teruggevloeit naar SZW. Dit geld wordt in 2020 opnieuw beschikbaar gesteld.

  • Er is sprake van budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Er zijn budgettair neutrale herschikkingen tussen premie- en begrotingsgefinancierde budgetten. Onderdeel van de herschikking is € 105,0 miljoen voor coronagerelateerde problematiek bij het UWV in 2020.

  • Het kabinet heeft besloten om vanaf 2022 € 100,0 miljoen beschikbaar te stellen voor de uitvoering. Voor de SVB wordt € 27,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de jaren 2022 t/m 2024 en vanaf 2025 € 22,2 miljoen structureel. Voor BKWI wordt € 3,0 miljoen structureel beschikbaar gesteld vanaf 2022.

  • De raming van de uitvoeringskosten van de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten is neerwaarts bijgesteld.

  • Dit betreft een impuls voor werkgeversdienstverlening in 2021 bij het UWV in het kader van het Steun- en herstelpakket. Er wordt € 11,0 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld.

  • Voor de uitvoering van fase 2 van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet door het BKWI wordt voor 2020 € 0,9 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld.

Tabel 150 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 11 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Afrekening 2019

173

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

173

0

0

0

0

0

  • De ontvangsten zijn de afrekening IB over 2019, zie ook bij nummer 5 van de uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 11.

Tabel 151 Uitgaven premiegefinancierd artikel 11 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020 reëel

1.634.363

1.622.319

1.651.866

1.664.366

1.684.610

 

Mutaties Voorjaarsnota

23.425

48.599

31.246

41.962

58.344

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

52.417

51.412

51.764

52.386

53.511

 

2. Diverse kasschuiven

400

4.300

‒ 5.600

300

300

 

3. Overboekingen met departementen

‒ 3.850

‒ 910

‒ 910

‒ 910

‒ 910

 

4. Overboeking van premie naar begroting

99.200

0

0

0

0

 

5. Macro mutaties

0

200.084

142.649

96.545

56.675

 

6. Ramingsbijstelling

‒ 1.000

8.269

19.140

13.873

13.759

 

7. Intensivering uitvoering UWV

0

0

68.400

68.400

68.400

 

8. Uitvoeringskosten ouderschapsverlof

0

0

16.400

9.800

9.800

 

9. Diversen

0

0

1.310

1.310

1.310

 

Stand ontwerpbegroting 2021 reëel

1.804.955

1.934.073

1.976.265

1.948.032

1.945.799

 
       

Stand ontwerpbegroting 2020 nominaal

42.368

86.564

129.418

173.405

226.020

 

Mutaties Voorjaarsnota

10.049

21.742

25.999

27.429

21.269

 
       

Nieuwe mutaties:

      

10. Bijstellingen grondslag en indexatiepercentages

0

‒ 10.765

‒ 22.564

‒ 28.370

‒ 31.919

 

11. Overheveling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 52.417

‒ 51.412

‒ 51.764

‒ 52.386

‒ 53.511

 

Stand ontwerpbegroting 2021 nominaal

0

46.129

81.089

120.078

161.859

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.804.955

1.980.202

2.057.354

2.068.110

2.107.658

2.151.099

  • De loon- en prijsbijstelling ten behoeve van de premiegefinancierde uitvoeringsbudgetten van de ZBO’s.

  • Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden middelen van diverse uitvoeringskosten van UWV doorgeschoven van 2020 naar 2021 en verder. Om beter aan te sluiten bij het kasritme worden de uitvoeringskosten voor het ouderschapsverlof die in 2022 staan overgeboekt naar 2020 en 2021.

  • Er zijn 3 overboekingen met andere departementen. De grootste overboeking (-/- 2,5 miljoen in 2020) betreft een overboeking naar het ministerie van Financiën voor de kosten van de beslagvrije voet.

  • Er zijn budgettair neutrale herschikkingen tussen premie- en begrotingsgefinancierde budgetten. Onderdeel van de herschikking is € 105,0 miljoen voor coronagerelateerde problematiek bij het UWV in 2020.

  • De uitvoeringskosten van UWV zijn aangepast naar aanleiding van ramingsbijstellingen van onder andere de WW en ZW. Hierdoor stijgt het uitvoeringsbudget voor UWV vanaf 2021.

  • De raming is bijgesteld op basis van de volumeontwikkelingen van de verschillende regelingen die worden uitgevoerd door het UWV. Verder is door uitstel van de businesscase verwijtbare werkloosheid de raming hiervan aangepast.

  • Het kabinet heeft € 100,0 miljoen beschikbaar gesteld voor problematiek in de uitvoering. Voor UWV is tussen 2022-2024 € 68,4 miljoen beschikbaar per jaar en vanaf 2025 structureel € 73,4 miljoen per jaar.

  • Voor de uitvoering van het wetsvoorstel Wet invoering betaald ouderschapsverlof (Wibo) door UWV wordt budget beschikbaar gesteld.

  • Er is voor het UWV budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de regeling Aziatische horeca.

  • Nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitkeringen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexcijfers.

  • Zie mutatie nummer 1.

12 Rijksbijdragen

Tabel 152 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 12 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

16.901.655

17.573.177

17.760.067

17.915.035

18.272.569

 

Mutaties Voorjaarsnota

3.272.785

2.591.260

2.653.345

2.745.016

2.839.269

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Macromutaties

‒ 16.200

2.591.587

2.977.439

3.039.070

3.059.985

 

2. Afrekening 2019

1.260

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

20.159.500

22.756.024

23.390.851

23.699.121

24.171.823

25.132.338

  • De ramingen van de rijksbijdragen zijn op basis van uitvoeringsgegevens en van macro-economische gegevens van het CPB bijgesteld.

  • In 2019 is de bevoorschotting voor de uitkeringslasten tegemoetkoming arbeidsongeschikten voor de WAZ, IVA en WAO te laag geweest. In 2020 is er € 1,3 miljoen nabetaald aan het UWV.

Tabel 153 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 12 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

0

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Afrekening 2019

82

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

82

0

0

0

0

0

  • Het betreft de afrekening van het UWV over het jaar 2019 voor de uitkeringslasten tegemoetkoming arbeidsongeschiktheid vooor de WGA. Het bedrag is in 2020 terugontvangen.

13 Integratie en maatschappelijke samenhang

Tabel 154 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 13 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

252.368

227.454

217.855

214.380

213.923

 

Mutatie Amendement

500

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 37.598

6.959

32.677

22.880

12.221

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

1.781

1.687

1.675

1.655

1.653

 

2. Budgettair neutrale herschikkingen

‒ 140

1.247

0

‒ 383

‒ 383

 

3. Overboekingen met andere departementen

‒ 290

‒ 150

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

216.621

237.197

252.207

238.532

227.414

220.503

  • De loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om de uitkeringslasten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Er zijn 3 overboekingen naar andere departementen. De grootste overboeking is € 0,2 miljoen in 2020 en 2021 naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor de aanpak van discriminatie en racisme in de sport.

Tabel 155 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 13 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

 

Mutaties Voorjaarsnota

0

0

0

0

0

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Ramingsbijstellingen leningen

800

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

1.800

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

  • Op basis van de uitvoeringsinformatie van DUO is de raming van de te ontvangen aflossingen van de leningen in 2020 naar boven bijgesteld.

96 Apparaat

Tabel 156 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 96 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

372.070

380.474

391.077

388.641

390.721

 

Mutaties Voorjaarsnota

27.036

‒ 796

‒ 2.590

‒ 4.190

‒ 4.090

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

11.709

11.898

12.192

12.104

12.199

 

2. Overboekingen met andere departementen

3.816

‒ 639

‒ 682

‒ 682

‒ 682

 

3. Budgettair neutrale herschikkingen

15.351

5.540

1.812

1.812

1.601

 

4. Kasschuif

‒ 12.000

8.000

4.000

0

0

 

5. Dienstverlening

‒ 556

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

417.426

404.477

405.809

397.685

399.749

398.178

  • De ontvangen loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om het budget op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er zijn twaalf overboekingen met andere departementen. De grootste mutatie betreft een overboeking van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van € 0,7 miljoen in 2020 als bijdrage aan het gezamenlijke leer- en ontwikkelplein.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Er is een kasschuif op personeel doorgevoerd om beter aan te sluiten bij het kasritme van de uitgaven. De uitvoeringskosten voor de NOW 1.0 en 2.0 worden meerjarig verdeeld.

  • De raming van de uitgaven van de uitvoeringsdirectie Rijksschoonmaakorganisatie is aangepast aan nieuwe inzichten van dienstverlening. Daarnaast worden er minder reiskosten gemaakt.

Tabel 157 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 96 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

51.666

66.530

67.782

66.004

64.853

 

Mutaties Voorjaarsnota

6.661

‒ 7.769

‒ 7.769

‒ 7.769

‒ 7.769

 
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Dienstverlening

‒ 556

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

57.771

58.761

60.013

58.235

57.084

57.084

  • De raming van de ontvangsten van de uitvoeringsdirectie Rijksschoonmaakorganisatie is aangepast vanwege de terug gelopen vraag naar additioneel en incidenteel meerwerk in de afgelopen periode.

98 Algemeen

Tabel 158 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 98 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

32.758

31.885

32.722

32.642

33.547

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 2.684

‒ 5.083

‒ 4.173

‒ 4.336

‒ 224

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

200

700

700

   
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Loon- en prijsbijstelling 2020

247

184

178

181

181

 

2. Overboekingen met andere departementen

‒ 52

‒ 839

‒ 1.941

‒ 2.284

‒ 2.352

 

3. Budgettair neutrale herschikkingen

‒ 1.241

‒ 146

308

651

719

 

4. Overboeking van begroting naar premie

‒ 290

0

0

0

0

 

5. Uitvoeringskosten loonkosten subsidie CN

0

650

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

28.938

27.351

27.794

26.854

31.871

27.491

  • De ontvangen loon- en prijsbijstelling 2020 is overgeheveld om het budget op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er zijn drie overboekingen met andere departementen verwerkt. De grootste mutatie betreft een overboeking naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van € 0,2 miljoen voor programmaverbetering kwaliteit poortwachtersproces.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Dit betreft een overboeking naar UWV-uitvoeringskosten (artikel 11, hoofdstuk 40) in verband met een onderzoek naar risico op misbruik in de Ziektewet.

  • Voor de uitvoering van de loonkostensubsidie voor Caribisch Nederland zijn voor 2021 € 0,7 miljoen aan middelen beschikbaar gesteld.

Tabel 159 Ontvangsten begrotingsgefinancierd artikel 98 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

854

975

1.110

1.180

1.180

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 854

‒ 975

‒ 1.110

‒ 1.180

‒ 1.180

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

0

0

0

0

0

0

99 Nog onverdeeld

Tabel 160 Uitgaven begrotingsgefinancierd artikel 99 (x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand ontwerpbegroting 2020

188.573

165.908

134.381

140.839

123.722

 

Mutaties Amendement

‒ 3.000

0

0

0

0

 

Mutaties 2e Incidentele suppletoire begroting

451.000

0

0

0

0

 

Mutaties Voorjaarsnota

‒ 81.355

‒ 43.209

‒ 20.870

‒ 26.720

‒ 26.739

 

Mutaties 3e Incidentele suppletoire begroting

124.333

0

0

0

0

 

Mutaties 4e Incidentele suppletoire begroting

82.500

317.500

13.000

   
       

Nieuwe mutaties:

      

1. Verdeling loon- en prijsbijstelling 2020

‒ 29.617

‒ 29.565

‒ 29.445

‒ 29.058

‒ 29.230

 

2. Budgettair neutrale herschikkingen

‒ 296.563

‒ 21.427

‒ 4.777

‒ 2.525

‒ 2.103

 

3. Diverse reserveringen/uitdelingen

‒ 279.000

209.533

‒ 20.000

‒ 20.000

834

 

4. Kasschuiven

‒ 53.667

41.201

7.917

‒ 497

4.976

 

5. Overboekingen met andere departementen

‒ 25.498

0

0

0

0

 
       

Stand ontwerpbegroting 2021

77.706

639.941

80.206

62.039

71.460

70.508

  • Toedeling van de loon- en prijsbijstelling 2020 naar de begrotingsartikelen om de budgetten op prijspeil 2020 te brengen.

  • Er is sprake van diverse budgettair neutrale herschikkingen binnen de SZW-begroting.

  • Van de gereserveerde uitvoeringskosten van de NOW 1.0 en 2.0 wordt in 2020 € 290,0 miljoen overgeboekt naar artikelen binnen de SZW-begroting (onder punt 2) en blijkt € 260,0 miljoen aan middelen niet nodig. Deze worden dan ook afgeboekt. Verder is het schrappen van de 3-jaarsbepaling van het LKV Banenafspraak uitgesteld. Een deel van deze middelen wordt gereserveerd voor een effectievere invulling van de Wtl. Ook zijn in 2021 middelen aan de begroting toegevoegd voor de uitvoering van het steun- en herstelapkket i.v.m. de coronacrisis.

  • Dit betreffen verschillende kasschuiven, onder meer voor veranderopgave inburgering zodat het kasritme weer aansluit bij de benodigde middelen.

  • Er zijn vier overboekingen met andere departementen. De grootste mutatie betreft een overboeking naar het Gemeentefonds van € 23,0 miljoen voor noodopvang kinderen waarvan de ouders een cruciaal beroep hebben.

Licence