Base description which applies to whole site

5.1 Agentschap Rijkswaterstaat

Tabel 23 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap Rijkswaterstaat Tweede Suppletoire begroting 2022 (Bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3) Mutaties 2e suppletoire begroting

(4) = (1) + (2) + (3) Totaal geraamd

Baten

    

- Omzet

3.381.355

218.613

‒ 248.864

3.351.104

waarvan omzet moederdepartement

2.949.658

204.708

378.312

3.532.678

waarvan omzet overige departementen

76.581

8.496

5.998

91.075

waarvan omzet derden

198.412

5.409

‒ 3.792

200.029

waarvan omzet nog uit te voeren werkzaamheden

156.704

0

‒ 629.382

‒ 472.678

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

189

189

Bijzondere baten

3.000

‒ 1.500

0

1.500

Totaal baten

3.384.355

217.113

‒ 248.675

3.352.793

     

Lasten

    

Apparaatskosten

1.283.292

24.925

56.539

1.364.756

- Personele kosten

1.025.540

11.664

30.107

1.067.311

waarvan eigen personeel

940.862

11.289

41.160

993.311

waarvan inhuur externen

84.678

375

‒ 11.053

74.000

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

- Materiële kosten

257.752

13.261

26.432

297.445

waarvan apparaat ICT

35.645

3.056

‒ 270

38.431

waarvan bijdrage aan SSO's

68.171

‒ 65

‒ 505

67.601

waarvan overige materiële kosten

153.936

10.271

27.206

191.413

Externe Productkosten

2.071.619

192.831

‒ 315.372

1.949.078

Rentelasten

846

‒ 149

115

812

Afschrijvingskosten

19.692

‒ 743

‒ 485

18.464

- Materieel

18.499

78

‒ 1.393

17.184

waarvan apparaat ICT

5.252

‒ 108

‒ 164

4.980

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

13.247

186

‒ 1.229

12.204

- Immaterieel

1.193

‒ 821

908

1.280

Overige lasten

3.800

0

8.761

12.561

waarvan dotaties voorzieningen

3.800

0

7.866

11.666

waarvan bijzondere lasten

0

0

895

895

Totaal lasten

3.379.249

216.864

‒ 250.442

3.345.671

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

5.106

249

1.767

7.122

Agentschapsdeel Vpb-lasten

130

0

0

130

Saldo van baten en lasten

4.976

249

1.767

6.992

Dotatie aan reserve Rijksrederij1

4.976

249

‒ 5.225

0

Te verdelen resultaat1

0

0

6.992

6.992

1

Deze regel is abusievelijk weggevallen in de begroting 2022

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De hogere omzet moederdepartement ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 378,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Afrekening van de SLA 2018-2021 (€ 173,1 miljoen);

  • Uitkering van de loon- en prijsbijstelling 2022 (€ 138,0 miljoen);

  • Bijdrage van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aan het programma Windenergie op zee (€ 13,9 miljoen). RWS werkt samen met EZK aan het realiseren van de doelstelling in de Routekaart windenergie op zee 2030.

  • Bijdrage van het ministerie van EZK voor het Maritiem Informatievoorziening Servicepunt (MIVSP). In opdracht van EZK verzamelt RWS data over water, wind, neerslag en fauna bij diverse windparken op zee (€ 12,3 miljoen);

  • Binnen de overeenkomst Beheer en Onderhoud 2022-2023 is een extra opdracht op het Hoofdwatersysteem afgesproken. Deze opdracht betreft groot onderhoud IJmuiden en Schellingwoude, klimaatadaptatie, bestuurlijke afspraken Wadden, toezegging Chinese riviercommissie, zeer zorgwekkende stoffen en thermische energie (€ 9,9 miljoen).

  • Apparaatsmiddelen voor de verdere versterking van de Cyber Security van RWS (€ 6,8 miljoen);

  • Apparaatsmiddelen voor de extra capaciteit die RWS levert in het kader van beleidsondersteuning en advisering (BOA). Dit betreft alle advieswerkzaamheden die RWS uitvoert in opdracht van IenW (€ 5,4 miljoen);

  • Programma- en apparaatsmiddelen voor de uitvoering van het programma Monitoring Onderzoek Natuurversterking Soortenbeschermingsplannen (MONS). Het programma heeft als doel de centrale vraag te beantwoorden of en hoe het veranderende gebruik van de Noordzee past binnen de ecologisch draagkracht van de Noordzee (€ 5,0 miljoen);

  • Het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 5,0 miljoen.

Omzet overige departementen

De hogere omzet overige departementen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 6,0 miljoen wordt met name veroorzaakt doordat de Rijksrederij de hogere brandstofkosten als gevolg van de gestegen brandstofprijzen aan de opdrachtgevers doorbelast.

Omzet nog uit te voeren werkzaamheden

RWS is een agentschap met een baten-lasten administratie. Bij de instelling van het agentschap is met het ministerie van Financiën afgesproken dat RWS geen resultaat (verlies of winst) mag behalen op de kosten die worden gemaakt voor activiteiten die door de markt worden verricht. De middelen die aan het einde van een boekjaar over zijn of tekort worden gekomen, worden op de balans van RWS verantwoord onder de benaming Nog Uit Te voeren Werkzaamheden (NUTW). Via deze balanspost kunnen middelen eerder of later worden aangewend dan oorspronkelijk voorzien. Deze werkwijze is analoog aan de werkwijze die wordt gevolgd op het Deltafonds en het Mobiliteitsfonds. Daar wordt immers een saldo dat in enig jaar ontstaat meegenomen naar of verrekend met het volgende begrotingsjaar. Tijdens de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden kan immers blijken dat deze op een later of eerder moment gerealiseerd zullen worden dan bij het opstellen van de programmering en begroting was voorzien. De omvang van deze balanspost wordt aan het eind van ieder jaar bepaald door de kosten in dat jaar van de omzet af te trekken. De balanspost NUTW heeft niet alleen betrekking op de SLA (beheer en onderhoud), maar ook op andere werkzaamheden die via de agentschapsbegroting worden bekostigd.

De balanspost NUTW zal dit jaar naar verwachting toenemen met € 472,7 miljoen van € 372,3 miljoen ultimo 2021 naar € 845 miljoen ultimo 2022. Dit komt doordat RWS de beschikbare middelen voor onder andere Beheer en Onderhoud (BenO) dit jaar niet volledig in dit jaar kan uitgeven. De lagere realisatie wordt met name veroorzaakt op dit domein met als redenen:

  • Middels verschillende kasschuiven is het budget voor de jaren 2022-2023 opgehoogd. Het bijstellen van de programmering heeft echter veel inspanning gekost van de RWS organisatie, waardoor de uitvoering langzamer op gang kwam dan verwacht.

  • Het beschikbare bedrag voor BenO is dit jaar nog verhoogd met € 269 miljoen vanuit de Coalitie Akkoord middelen en de prijsbijstelling (IBOI). Dit bedrag kan in 2022 niet meer worden omgezet in opdrachten die tot uitvoering en betaling komen.

  • Onderbezetting bij een deel van de onderhoudsteams vanwege de krapte op de arbeidsmarkt.

  • Marktonzekerheid door de situatie in Oekraïne.

De balanspost zorgt er voor dat de middelen die dit jaar niet kunnen worden ingezet, beschikbaar blijven voor beheer en onderhoud in 2023 en latere jaren voor het uitvoeren van de SLA afspraken.

Vrijval voorzieningen

Dit betreft de verwachte vrijval uit de Reorganisatievoorziening, onderdeel loonkosten Van-Werk-Naar-Werk kandidaten.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van de ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken.

De hogere kosten eigen personeel ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 41,2 miljoen zijn met name het gevolg van de nieuwe CAO Rijk 2022-2024. Met ingang van 1 juli 2022 zijn de salarisbedragen in de CAO Rijk 2022-2024 met eerst 2,5% plus daarna een bedrag van € 75,- verhoogd en ontvangen alle medewerkers die op 1 december 2022 in dienst zijn in december 2022 een eenmalige bruto uitkering van € 450,- naar rato van de volledige arbeidsduur. Daarnaast wordt deze toename met name veroorzaakt door de toegenomen capaciteit van RWS als gevolg van Cyber Security (51 FTE), beleidsondersteuning en advisering (BOA) (38 FTE), project tijdelijke tolheffing (7 FTE), programma Monitoring Onderzoek Natuurversterking Soortenbeschermingsplannen (MONS) (7 FTE) en wegbeheerderstaken vrachtwagenheffing (6 FTE).

In 2021 is de inhuur op apparaat (kerntaken) flink afgebouwd van € 93,5 miljoen in 2020 naar € 79,8 miljoen in 2021. Deze afbouw zet zich in 2022 naar verwachting verder door.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfsvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.

De hogere overige materiele kosten ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 27,2 miljoen zijn met name het gevolg van prijsstijgingen, waaronder de hogere brandstofkosten bij de Rijksrederij. Daarnaast wordt deze toename met name veroorzaakt door de toegenomen capaciteit van RWS, de verbetertrajecten voor de interne RWS organisatie en zijn een aantal verwachte investeringen door activeringsregels direct in de exploitatiekosten opgenomen.

Externe productkosten

Bij begroting 2022 was de verwachting dat RWS € 2 miljard aan werkzaamheden uit zou voeren. Bij Voorjaarsnota 2022 is dit bedrag opgehoogd en toegelicht met € 192,8 miljoen. Het beschikbare budget komt in 2022 naar verwachting niet geheel tot uitputting ondermeer vanwege krapte op de arbeidsmarkt en marktonzekerheid (beperkte levering van materialen door de Oekraïne crisis).

Rentelasten

De verwachte rentelasten zijn toegenomen als gevolg van de gestegen rentes om inflatie te bestrijden.

Overige lasten

Dotaties voorzieningen

Het verschil ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 7,9 miljoen wordt veroorzaakt door de verwachte dotatie aan de reorganisatievoorziening (€ 0,6 miljoen) en de verhoging van de verwachte dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen (€ 7,3 miljoen). De verwachte dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen stijgt van € 3,8 miljoen naar € 11,1 miljoen op basis van het vastgesteld groot onderhoudsprogramma 2023. Deze stijging hangt samen met het vlootvervangingsprogramma en de groot onderhoudsuitgaven die worden gevraagd om de bestaande vloot langer varende te houden. De dotatie van € 11,1 miljoen wordt voor € 9,2 miljoen gedekt uit het afschrijvingsverschil (verschil tussen afschrijvingskosten en rentekosten op basis van historische kostprijs en de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van vervangingswaarde), reeds opgenomen in het tarief van de Rijksrederij, en € 1,9 miljoen ten laste van het resultaat van de Rijksrederij.

Bijzondere lasten

Dit betreft een naheffing op de loonbelasting voor het privégebruik van RWS voertuigen tot en met 2020.

Dotatie aan reserve Rijksrederij

Het verschil tussen de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van historische kostprijs en afschrijvingskosten en rentekosten op basis van vervangingswaarde bedroeg bij de 1e suppletoire begroting 2022 € 9,0 miljoen. Van dit bedrag zou € 5,2 miljoen aan de reserve Rijksrederij en € 3,8 miljoen aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen worden gedoteerd. Het verwachte afschrijvingsverschil bedraagt nu € 9,2 miljoen en dit bedrag wordt op basis van het vastgesteld groot onderhoudsprogramma 2023 volledig aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen gedoteerd. Naar verwachting vindt er dit jaar dus geen dotatie aan de reserve Rijksrederij plaats.

Tabel 24 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3) Mutaties 2e suppletoire begroting

(4) = (1) + (2) + (3) Totaal geraamd

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

394.798

340.944

0

735.742

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

3.227.651

217.113

380.518

3.825.282

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 3.355.887

‒ 217.607

257.823

‒ 3.315.671

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 128.236

‒ 494

638.341

509.611

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 50.473

8.692

11.435

‒ 30.346

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 50.473

8.692

11.435

‒ 30.346

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 4.306

0

‒ 4.306

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

8.500

0

11.112

19.612

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 16.773

1.173

474

‒ 15.126

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

47.950

‒ 8.258

‒ 10.862

28.830

4.

Totaal financieringskasstroom

39.677

‒ 11.391

724

29.010

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

255.766

337.751

650.500

1.244.017

Toelichting

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 380,5 miljoen worden met name veroorzaakt door de hogere ontvangsten van het moederdepartement. Voor meer toelichting wordt verwezen naar de post Omzet moederdepartement in het exploitatieoverzicht.

De lagere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 257,8 miljoen worden met name veroorzaakt doordat niet al het extra verkregen budget gedurende het jaar leidt tot het realiseren van maatregelen. Het op de markt zetten van deze werkzaamheden volgens vigerende wet- en regelgeving vraagt de nodige tijd. Voor meer toelichting wordt verwezen naar de post Omzet nog uit te voeren werkzaamheden in het exploitatieoverzicht.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.

De lagere investeringen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 11,4 miljoen worden met name veroorzaakt door verschuivingen binnen het programma natte en droge steunpunten naar latere jaren als gevolg van capaciteitsgebrek, materiaal schaarste en moeizame inkooptrajecten. Ook zijn een aantal verwachte investeringen door activeringsregels direct in de exploitatiekosten opgenomen.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van RWS.

De hogere eenmalige storting door het moederdepartement ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 11,1 miljoen is het gevolg van de ontvangen middelen voor de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK), Wet Open Overheid (WOO) en Werken aan Uitvoering (WaU). Idealiter worden bedrijfsvoeringskosten volgens de reguliere route bekostigd, namelijk door verwerking in de tarieven. Aangezien dit voor 2022 niet meer mogelijk is, worden de middelen in 2022 opgenomen als directe vermogensmutatie in het kasstroomoverzicht en niet als omzet moederdepartement in het exploitatieoverzicht.

Het lagere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2022 ad. € 10,9 miljoen is het gevolg van de hierboven genoemde lagere investeringen.

Licence