Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.1 Inkomstenbronnen van provincies

De uitgaven van provincies worden uit verschillende inkomstenbronnen bekostigd. In tabel 3 staat een overzicht van de verschillende inkomstenbronnen van de provincies voor de periode 2016-2021. De cijfers tot en met 2019 zijn op basis van de jaarrekeningen. De cijfers 2020 en 2021 zijn op basis van de oorspronkelijke begrotingen.

Tabel 3 Inkomsten provincies (bedragen x € 1 mln.)
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Inkomsten vanuit het Rijk

      

Provinciefonds

2.494

2.570

2.454

2.467

2.480

2.483

Specifieke uitkeringen1

39

106

42

50

65

60

       

Inkomsten uit eigen bronnen

      

Motorrijtuigenbelasting2

1.557

1.566

1.617

1.648

1.631

1.701

Heffingen en rechten2

30

30

30

30

29

32

Onttrekkingen reserves2

5.101

2.656

4.034

4.902

3.263

3.066

Overige middelen3

2.542

1.173

1.417

1.495

851

638

       

Totaal

11.763

8.101

9.594

10.592

8.319

7.980

1

Bron rekeningcijfers CBS. Bron begrotingscijfers BZK.

2

Bron CBS Statline

3

Bron CBS Statline met bewerking BZK

Inkomsten vanuit het Rijk

Een inkomstenbron voor de provincies is het provinciefonds. Het opgenomen bedrag betreft de verplichtingenbedragen van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen. Het provinciefonds is verantwoordelijk voor 31% van de totale inkomsten in 2021 van provincies.

Een tweede inkomstenbron wordt gevormd door de specifieke uitkeringen. Op de specifieke uitkeringen wordt in paragraaf 4.2 nader ingegaan.

Inkomsten uit eigen bronnen

Naast de uitkeringen van het Rijk hebben de provincies inkomsten uit de motorrijtuigenbelasting, dit betreft 21% van de totale inkomsten van provincies. Hierop wordt in paragraaf 4.3 dieper ingegaan. Daarnaast is sprake van onttrekkingen uit de reserves en van overige middelen.

Licence