Base description which applies to whole site

Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

In deze bijlage wordt het overzicht van thema’s en onderzoeken van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA), zoals in hoofdstuk 2.4 opgenomen, nader toegelicht. De verschillende onderzoeken zijn ingedeeld per onderwerp onder een (sub)thema. De thema’s uit de beleidsagenda vormen daarbij de kapstok, met daarnaast thema's aangedragen door de beleidsdirecties. De inzichtbehoefte verschilt per thema en onderwerp. Het vervullen van de inzichtbehoefte kan zowel door middel van ex-ante, ex-durante als ex-post evaluaties of onderzoeken. Voorbeelden daarvan zijn het vooraf toetsen of beleidsvoornemens de beoogde effecten gaan opleveren (ex-ante), het monitoren aan de hand van indicatoren (ex-durante) en een voor- en nameting (ex-post). De verschillende typen evaluaties zijn er op gericht om het inzicht te vergroten in de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid en leveren zo input voor het verbeteren van beleid.

Bij een aantal subthema’s zijn de onderwerpen samengevoegd en wordt er op subthemaniveau gerapporteerd. Bij andere subthema’s worden de onderwerpen systematisch toegelicht. Het streven is om in de SEA van 2023 op subthemaniveau te rapporteren .

Thema 1: Een financieel gezond Nederland

Aanpak belasting ontwijking

De afgelopen jaren is nationaal en internationaal de aandacht toegenomen voor belastingontwijking door multinationals en extreem rijke particulieren. Nederland heeft een open en exportgerichte economie wat een belangrijk uitgangspunt vormt voor ons belastingstelsel. De ruimte voor nationaal beleid neemt daarbij steeds verder af. De Europese Unie is één markt en belastingstelsels in Europa zijn zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Dit is nog niet voldoende om belastingontwijking, belastingconcurrentie en het verschuiven van activiteiten tussen landen aan te kunnen pakken. Nader onderzoek kan het inzicht in welke bedrijven wel of juist geen vennootschapsbelasting betalen vergroten en meer licht werpen op de effectiviteit van de huidige aanpak van belastingontwijking. Dat laatste staat centraal in deze subcategorie: meer inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de aanpak van belastingontwijking. Er wordt daarbij nog nader gekeken naar de coherentie en de voortschrijdende inzichtbehoefte.

Betere beleidsvoorbereiding fiscaliteit

Dit subthema betreft onder andere onderzoek naar nut en noodzaak van impact assessments van meer fundamentelere stelselwijzigingen. Dat onderzoek kan ook plaatsvinden in de vorm van een pilot. Daarnaast staan hier onderzoek naar efficiënte crisismaatregelen en onderzoek naar het terugdringen van fiscale regelingen in de planning. Tot slot valt ook de (rijksbrede) herziening van het integraal afwegingskader binnen deze categorie. Onderzoeken genoemd onder het betreffende subthema zorgen voor meer aandacht voor doelmatig en doeltreffend beleid gedurende de beleidsvoorbereiding. Daarbij gaat het ook nadrukkelijk om het doenvermogen van burgers en bedrijven en uitvoerbaarheid.

Evaluatie fiscale regelingen

Het evalueren van fiscale regelingen draagt bij aan het maken van goede beleidsmatige afwegingen. In deze evaluaties staan de doeltreffendheid en doelmatigheid samen met het toetsingskader fiscale regelingen centraal. Fiscale regelingen zijn faciliteiten in de belastingwetgeving die de grondslag voor belastingheffing versmallen of de opbrengst anderszins inperken, zoals verlaagde tarieven. Het overgrote deel van de fiscale regelingen volgt uit een beleidsdoel van een ander departement en laten zich grotendeels niet toewijzen aan (sub)thema’s van het ministerie van Financiën. Om die reden zijn de fiscale regelingen hier als een aparte categorie opgenomen.

Veel fiscale regelingen vervullen dezelfde functie als een subsidie. Er zijn verschillende oneigenlijke prikkels om beleid in de vorm van fiscale regelingen te gieten. Zo zijn vrijwel alle fiscale regelingen niet gebudgetteerd, waardoor het budgettair beslag ongelimiteerd kan groeien. Naast budgettaire onbeheersbaarheid zorgen fiscale regelingen voor complexiteit van het belastingstelsel, slechte uitvoerbaarheid door de Belastingdienst, weet de ene burger of ondernemer er – al dan niet met hulp van een adviseur – er beter zijn weg in te vinden dan de ander en kan het leiden tot onbedoelde verschillen in belastingdruk.

In de Evaluatiedoorlichting fiscale regelingen wordt geadviseerd het bestaande Toetsingskader fiscale regelingen in de evaluaties beter te doorlopen en zo de keuze van het beleidsinstrument (subsidie dan wel fiscale regeling) beter te beargumenteren en daarnaast een strategische evaluatieprogrammering te hanteren. De Algemene Rekenkamer beveelt aan om fiscale regelingen alleen toe te passen als deze onlosmakelijk verbonden zijn met de heffingsstructuur van de belastingwetgeving of als een fiscale regeling aantoonbaar de meest effectieve en doelmatige manier is om bepaalde beleidsdoelen te bereiken.

Versterking kaders financieel Beheer, controle en verantwoording

Werkwijze CW3.1 kader

Ongeveer 1 jaar na de startdatum 1 oktober 2021 (Q3 2022) zal de nieuwe werkwijze met het kader omtrent artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW3.1-kader) in brieven aan de Tweede Kamer worden geëvalueerd. Als bouwsteen voor deze evaluatie wordt de naleving gemonitord. De evaluatie zal zich ruwweg richten op de volgende 2 vragen, tezamen de inzichtbehoefte: (1) In hoeverre heeft deze werkwijze bijgedragen aan de naleving van CW3.1 in de onderzochte periode? (2) In hoeverre heeft de werkwijze bijgedragen aan de vindbaarheid voor en het gebruik van de 3.1-onderbouwing door de Tweede Kamer?

De evaluatiebevindingen zullen worden gedeeld met de Kamer, inclusief beoogd vervolg in termen van beleid/regelgeving.

Strategische Evaluatie Agenda: procesevaluatie

De evaluatie zal zich voornamelijk richten op het beste proces voor het opstellen van de SEA. Wat zijn de succesfactoren voor een goede SEA? Hoeveel capaciteit of middelen en welke soort capaciteit of middelen zijn daarvoor nodig? En hoe worden die dan ingezet en benut?

Deze evaluatie betreft een interne tussentijdse evaluatie met alle betrokken stakeholders, waaronder in ieder geval de departementen, de Algemene Rekenkamer en Tweede Kamer. Verdere monitoring en evaluatie van de SEA’s in de komende jaren (2021 en verder) is voorzien met het oog op de doorontwikkeling van deze nieuwe werkwijze.

Kabinetsreactie IBO Agentschappen

Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) agentschappen is 19 mei jl. procedureel aangeboden aan de Tweede Kamer. In deze kabinetsreactie wordt inhoudelijk ingegaan op de beleidsvarianten en de richting die het kabinet wenst op te gaan. Hierbij wordt de samenhang met de Brede Evaluatie naar Organisatie (BZK en FIN) geborgd.

Evaluatie Comptabiliteitswet 2016

Op 1 januari 2018 is de Comptabiliteitswet 2016 in werking getreden. Artikel 10.1 van de Comptabiliteitswet 2016 bepaalt dat de minister van Financiën binnen vijf jaren na de inwerkingtreding een verslag van de praktijkeffecten van deze wet naar de Tweede en Eerste Kamer stuurt. Gelet hierop zal de Comptabiliteitswet 2016 in 2022 worden geëvalueerd. Daarbij zullen de betrokken stakeholders, waaronder de ministeries, de Algemene Rekenkamer en de Staten-Generaal, worden geraadpleegd. Daarnaast zal de opzet van de evaluatie voor aanvang met de Tweede Kamer worden gedeeld. De evaluatie beoogt inzicht te geven 1) in hoeverre de doelstellingen van de Comptabiliteitswet 2016 zijn bereikt en 2) in hoeverre de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2016 hebben bijgedragen aan de rechtmatige en doelmatige besteding van financiële middelen van de rijksbegroting. Het verslag van de evaluatie wordt naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd.

Regeling vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking

Deze regeling is in 2016 geëvalueerd. In 2021 is de volgende evaluatie gestart en deze wordt afgerond in 2022. Hierbij staan twee vragen centraal:

  • 1. Sluit de inhoud van het subsidiekader nog aan op de praktijk?

  • 2. Heeft het subsidiekader geleid tot vermindering van administratieve lasten bij de aanvraag van subsidies?

Evaluatie regeling auditcommissies

Deze regeling is van kracht sinds 1 januari 2018 en zal 7 jaar na inwerkingtreding geëvalueerd worden (2025). Vraag hierbij zal zijn of de regeling heeft geleid tot audit committees met impact op de audit- en bedrijfsvoeringsaangelegenheden van het Rijk en in welke mate de adviezen van de leden van het audit committee door de ambtelijke leiding van het betrokken ministerie ter harte zijn genomen.

Thema 2: Een sterke en duurzame economie in internationale context

Versterking van de economie

Beleidsdoorlichting Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

In 2022 zal een beleidsdoorlichting plaatsvinden van artikel 5 van begroting IX, exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen. De laatste beleidsdoorlichting van artikel 5 heeft plaatsgevonden in 2016 en besloeg de periode 2008-2015. De beleidsdoorlichting 2022 zal betrekking hebben op de periode 2016-2021. De beleidsdoorlichting gaat over het volledige begrotingsartikel 5 en betreft het gehele instrumentarium (inclusief de uitvoering). De centrale vraagstelling van deze beleidsdoorlichting luidt: «Biedt de EKV-faciliteit op een doelmatige en doeltreffende wijze mogelijkheden voor verzekering van exportgerelateerde betalingsrisico’s? De faciliteit is doeltreffend als verzekering van exporttransacties daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De faciliteit is doelmatig wanneer dit tegen zo laag mogelijke kosten en zonder onnodige verstoringen gebeurt.

Beleidsevaluatie anti-omkoping

Na invoering anti-omkopingsbeleid op basis van OESO richtlijnen is afgesproken na 2 jaar te evalueren en nieuw beleid te formuleren.

Evaluaties aandeelhouderschap staatsdeelnemingen

Zoals vastgelegd in de Nota Deelnemingenbeleid 2013 heeft Financieringen het voornemen om elke staatsdeelneming eens in de zeven jaar te evalueren. De hoofdvraag van die evaluatie is of het aandeelhouderschap als aanvullend borgingsinstrument voor het publiek belang, naast wet- en regelgeving en toezicht, nog steeds toegevoegde waarde heeft en daarmee wenselijk is.

Evaluatie Wet Toezicht Trustkantoren

De Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt 2018) is op 1 januari 2019 in werking getreden. De Wtt 2018 is primair gericht op de bevordering van de integriteit van het Nederlandse financiële stelsel. De minister heeft toegezegd binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag te sturen over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Onderzoek ontwikkelingen in de markt voor uitvoering premieregelingen

Onderzoek naar de ontwikkelingen in de markt voor uitvoering van premieregelingen door premiepensioeninstellingen, zoals toegezegd in de aanbiedingsbrief van de Evaluatie Premiepensioeninstellingen103. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd en opgeleverd in 2022.

Beleidsdoorlichting artikel 12 

De algemene doelstelling van het artikel luidt: «Optimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd». De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen: rente, leningen, en mutaties in rekening-courant en deposito’s. In deze beleidsdoorlichting wordt alleen het schatkistbankieren geëvalueerd. In de evaluatie worden de kalenderjaren 2019 tot 2025 doorgelicht.

Beleidsdoorlichting artikel 11

De algemene doelstelling van artikel 11 luidt: «Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke rentekosten onder acceptabel risico voor de begroting». De voorgenomen beleidsdoorlichting richt zich op zowel het financieringsbeleid als het renterisicokader in de periode van 2020 tot 2026. Hierin worden ook de tussentijds interne evaluaties meegenomen die het Agentschap tweejaarlijks uitvoert.

Beleidscyclus beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering

De beleidscyclus is een doorlopende evaluatie van het anti-witwas en –terrorismefinancieringsbeleid. Daaronder vallen onder meer de National Risk Assessments (elke twee jaar door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC)) en andere onderzoeken naar specifieke risico’s, evenals, beleidsmonitoren en internationale evaluaties, zoals de FATF evaluatie in 2022, waarin de activiteiten en het beleid in kaart worden gebracht en de resultaten worden beschreven. De FATF voert landenevaluaties uit, door middel van peer reviews. De huidige, vierde evaluatieronde beoordeelt of nationale regimes tegen witwassen en financieren van terrorisme niet alleen technisch voldoen aan de FATF-aanbevelingen, maar ook effectief zijn.

Evaluatie garantieregeling WAKO (kernongevallen)

De evaluatie garantieregeling WAKO is niet conform begroting 2020 afgerond, maar wordt verwacht in 2022 aan de Tweede Kamer toegezonden te worden. Dit komt door de vertraagde inwerkingtreding van aanpassingswetgeving WAKO. Er is weinig informatie voorhanden, aangezien er nog nooit een beroep op de garantie is gedaan. De garantie is met name bediscussieerd op de momenten dat ernstige kernongevallen in het buitenland plaatsvonden (Tsjernobyl, Fukushima). Op dat moment worden risico’s en impact immers weer zichtbaar. Deze inzichten zullen meegenomen worden in de evaluatie.

Evaluatie FEC

Het Financieel Expertise Centrum (FEC) is een samenwerkingsverband tussen publieke autoriteiten met een toezicht-, controle-, opsporings- of vervolgingstaak104 in de financiële sector. De samenwerking is gericht op het gezamenlijk doel, te weten het versterken van de integriteit van de financiële sector. Op grond van het Convenant FEC 2014 wordt de samenwerking van het FEC elke drie jaar geëvalueerd.

Evaluatie UBO register

Eén jaar na vulling van het Ultimate Beneficial Owners (UBO) register zullen de gevolgen op het terrein van privacy worden gemonitord. Daarbij is van belang dat de eerste 18 maanden na 10 januari 2021 gebruikt worden voor de vulling van het register en derhalve ook nog geen sprake is van een volledig gevuld register. De Eerste Kamer en Tweede Kamer zullen over de uitkomsten van de monitoring worden geïnformeerd.

ZBO-evaluatie AFM en DNB

Artikel 39 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (ZBO) schrijft voor dat elke vijf jaar een beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van het zbo wordt opgesteld. In 2021 worden de evaluaties van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) uitgevoerd. De evaluaties zien op de periode 2016-2020. De verslagen van de evaluaties worden eind 2021 opgeleverd en toegezonden aan beide kamers der Staten-Generaal.

Evaluatie implementatiewet herziene richtlijn betaaldiensten

Evaluatie naar de implementatie van herziene richtlijn betaaldiensten (Payment Services Directive 2 (PSD2)) in Nederland. De resultaten van deze evaluatie worden begin 2022 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Evaluatie afwikkelingsproces rentederivaten

Evaluatie ter uitvoering van de motie Leijten en Van der Linde over het hersteltraject voor mkb-rentederivaten, waarmee wordt verzocht het afwikkelingsproces grondig te evalueren en lessen te trekken voor eventuele toekomstige compensatie van zorgplichtschendingen. De minister van Financiën heeft ABDTOPConsult gevraagd de evaluatie uit te voeren, die in het najaar van 2021 zal plaatsvinden (Kamerbrief eindrapportage rentederivaten, 1 juni 2021).

Evaluatie doeltreffendheid en effecten art. 4:24a Wft

Artikel 4:24a stelt dat een financiële dienstverlener op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht neemt en in geval van advies handelt in diens belang. In 2016 is een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk uitgevoerd. Aangezien er destijds niet formeel gehandhaafd is op grond van dit artikel, er vooralsnog geen bestuursrechtelijke rechtspraak tot stand was gekomen en hier eerst meer zicht op moest komen, heeft de minister van Financiën uiterlijk 1 januari 2022 een nieuwe evaluatie toegezegd naar de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.

Vergroening belastingstelstel

De schade aan klimaat en milieu door vervuiling en opwarmen van de aarde worden op dit moment onvoldoende beprijsd. Consumenten en bedrijven houden daardoor rekening te houden met de maatschappelijke kosten van uitstoot van CO2, stikstof en fijnstof. Dit geldt tevens voor de maatschappelijke kosten rond mobiliteit zoals filevorming. Belastingen kunnen zorgen voor andere keuzes en bijdragen aan het ‘de vervuiler betaalt’-principe. Ook groeit de aandacht voor een internationale aanpak van klimaatproblemen en het belasten van milieuvervuilende activiteiten van bedrijven. De komende jaren zullen verschillende onderdelen van het klimaatakkoord worden geëvalueerd. Bezien wordt of gestelde doelen op een doeltreffende en doelmatige wijze zijn bereikt. Daarnaast wordt op deelterreinen verdiepende onderzoek gedaan naar effectieve vergroening van het belastingstelsel.

Overig Belastingstelsel

Dit subthema bestaat uit verschillende onderzoeken op fiscaal terrein die voorzien in een kennisbehoefte of evaluatie van een onderdeel van de uitgebreide belastingwetgeving en zich niet laten scharen onder de andere thema’s.

Thema 3: Belastingdienst op orde: betrouwbaar, benaderbaar en behulpzaam

Evaluatie Inningsproces 2023

Het inningsproces is een cruciaal proces binnen de Belastingdienst waarvan de stabiliteit geborgd moet blijven. Om de continuïteit, stabiliteit en uitvoerbaarheid van Inning en Betalingsverkeer te borgen, wordt voortdurend gewerkt aan de verbetering van dit proces. In toenemende mate is hierbij aandacht voor de individuele omstandigheden van burgers en bedrijven. De evaluatie betreft de doeltreffendheid, doelmatigheid en passendheid van het inningsproces. Ex ante wordt in beeld gebracht wat de ideeën voor verbetering zijn en in hoeverre die aansluiten bij knelpunten en oorzaken hiervan. Ex durante wordt gemonitord of de verbeteringen en de daarmee beoogde resultaten worden gerealiseerd. Deze evaluatie was aanvankelijk gepland voor 2022. Aangezien het invorderingsproces in 2020 en 2021 grotendeels stil heeft gelegen en de herstart gecombineerd met de terugbetaling van coronaschulden in 2021 en 2022 veel capaciteit zal vragen, is ervoor gekozen de evaluatie met een jaar op te schuiven.

Evaluatie verbeteringen dienstverlening 2023-2024

De Belastingdienst werkt aan het verbeteren van de dienstverlening. Het in 2020 opgeleverde onderzoek naar een fundamentele transformatie van de dienstverlening, heeft bouwstenen opgeleverd voor het verbeteren van de dienstverlening in 2021 en volgende jaren. Momenteel worden de plannen uitgewerkt om de dienstverlening van de Belastingdienst te verbeteren, waarbij de visie en ambitie op dienstverlening uitgangspunt is. De evaluatie richt zich op dit plan, de uitvoering ervan en op de vraag in hoeverre de doorgevoerde veranderingen bijdragen aan doeltreffende en doelmatige dienstverlening.

Evaluatie toezicht Belastingdienst 2024

In de SEA 2021 is aangekondigd dat de scope, aanpak en invulling van de Beleidsdoorlichting Toezicht, opsporing en massale processen nog nader zou worden vastgesteld. De laatste beleidsdoorlichting Toezicht, opsporing en massale processen betrof de periode 2010-2016. De nieuwe beleidsdoorlichting zal op deze periode aansluiten en zich richten op doeltreffendheid en doelmatigheid van (de ontwikkelingen in) het (massale) toezicht in het fiscale domein (de traditionele ‘blauwe’ Belastingdienst) in de periode 2017-2023. Die te onderzoeken periode is langer dan gebruikelijk. Dit betekent dat de oorspronkelijke oplevering die was voorzien in 2022 opschuift naar 2024, zoals ook wordt aangekondigd in de eerste voortgangsrapportage Jaarplan Belastingdienst 2021. Deze verlengde periode maakt het mogelijk om de lange termijnbeweging van de Belastingdienst, van toezicht achteraf naar betere borging van de kwaliteit van de aangifte vooraf, te kunnen volgen. Ook kunnen de nieuwe indicatoren die vanaf 2021 in gebruik zijn worden gevolgd en kunnen de resultaten van lopende activiteiten en pilots in de evaluatie worden meegenomen.

Eindevaluatie programma Managementinformatie en Risicomanagement (MI/RM) 2023

Het programma Managementinformatie en Risicomanagement stelt de Belastingdienst in staat om processen gerichter uit te voeren en te sturen aan de hand van heldere, samenhangende managementinformatie. En het stelt de Belastingdienst in staat om integraal oog te hebben voor risico’s die zich kunnen voordoen in een complexe organisatie als de Belastingdienst. Zoals aangekondigd in het bestedingsplan MI/RM en in de CW3.1 bijlage bij de tweede voortgangsrapportage 2020 zal de eindevaluatie van het programma MI/RM worden uitgevoerd door een externe partij. Hierin wordt geëvalueerd in hoeverre de doelen van het programma MI/RM zijn bereikt en of managementinformatie en risicomanagement onderdeel van de reguliere perfomance and control-cyclus uitmaken.

Evaluatie Internationale uitwisseling van fiscale informatie Grote Ondernemingen 2024

De Belastingdienst laat in 2024 een evaluatie uitvoeren naar de internationale uitwisseling van fiscale informatie met betrekking tot grote ondernemingen. Grote ondernemingen kennen vaak een internationaal speelveld. Dit internationale speelveld leidt voor zowel ondernemingen als belastingdiensten tot onzekerheid. Vaak is niet alle relevante informatie voorhanden en/of is de aan een bepaald land toegerekende winst die in de aangifte is opgenomen, inzet van een internationale discussie tussen de onderneming en belastingautoriteiten en tussen belastingautoriteiten onderling. Er is steeds meer samenwerking tussen belastingdiensten op het gebied van toezicht. Deze samenwerking leidt onder meer tot meer uitwisseling van informatie. De evaluatie richt zich op de effecten van de uitwisseling van deze informatie op de compliance en de transparantie van ondernemingen. Dit geldt zowel voor inkomende als uitgaande informatie als voor de manier waarop het werk is georganiseerd.

Effectgericht Sturen (Douane)

Vanaf 2019 hebben de opdrachtgevende beleidsdepartementen en de Douane de beweging ingezet om de bestaande kwantitatieve sturing (op aantallen controles per douanetaak) aan te vullen met sturing op de door de opdrachtgever(s) beoogde outcome (doeltreffendheid) van de douane-inzet. Deze ontwikkeling is in lijn met de conclusies en adviezen van de Beleidsdoorlichting Douane 2012-2018, die in 2020 door het Kabinet aan de Tweede Kamer is aangeboden.

De Douane vraagt, in afstemming met haar opdrachtgevers, in 2022 extern advies over het concretiseren en operationaliseren van de doeltreffendheid van beleid in relatie tot de sturingsdriehoek van Eigenaar, Opdrachtgevers en Douane. Doel is om meer kennis te verzamelen op het gebied van effectgerichte sturing om daarmee de doorontwikkeling ervan te bespoedigen. De voortgang van de sturing op outcome zal worden gemonitord (ex-durante) en de resultaten zullen in 2025 door een extern bureau worden geanalyseerd en aan de Kamer gerapporteerd.

Meer aandacht voor de belastingplichtige

Er zal onder andere onderzoek gedaan worden naar de complexiteit van het belastingstelsel vanuit particulieren en ondernemers. Zie ook de toelichting onder thema 4, subthema: Meer aandacht voor de belastingplichtige.

Thema 4: Toeslagen: herstellen en opbouwen

Meer aandacht voor de belastingplichtige

Het belasting en toeslagenstelsel is complex. Burgers en ondernemers zijn niet altijd volledig rationeel of wilskrachtig. Daaraan toegevoegd dat het belastingstelsel complex is, kan ertoe leiden dat ze niet of verkeerd gebruikmaken van fiscale regelingen, aftrekposten en/of toeslagen. Hierbij spelen zowel persoonskenmerken en situationele factoren zoals armoede, stress en life events zoals baanverlies en echtscheidingen een rol. Inzichten en onderzoeksmethoden uit de gedragswetenschappen kunnen helpen om ons belasting- en toeslagenstelsel beter hierop te laten aansluiten. Dit raakt nadrukkelijk ook aan de uitvoering van beleid. Er zal onder andere onderzoek gedaan worden naar de complexiteit van het belastingstelsel vanuit particulieren en ondernemers bezien alsmede het niet-gebruik van toeslagen. In 2022 vindt een evaluatie plaats van de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) en een evaluatie van de dienstverlening toeslagen.

Evaluaties Coronamaatregelen

De overheid heeft inmiddels meer dan 200 financiële steunmaatregelen getroffen om werkenden en bedrijven door de coronacrisis te helpen. Eind 2020 verstuurden de ministers van Financiën (FIN), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een Kamerbrief met daarin een eerste uitwerking van de evaluatieplanning.105 Het gaat daarbij vooralsnog om een planning van de evaluaties van individuele steunmaatregelen, zoals de NOW, TOZO en TVL/TOGS. Ook bevat de brief een overzicht van de monitoringsactiviteiten. De ministeries werken de evaluatie-aanpak momenteel verder uit met behulp van enkele onafhankelijke deskundigen vanuit de wetenschap en de planbureaus. Hiernaast werkt het Centraal Plan Bureau (CPB) in 2021 aan een eerste analyse van macro-economische effecten.

Vooralsnog richt dit evaluatietraject zich op de kern van de steunmaatregelen: de budgettair meest omvangrijke maatregelen op het terrein van SZW, EZK en FIN die zich primair richten op baanbehoud en het steunen van ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis. Hieronder wordt ingegaan op de maatregelen betrekking hebbende op het ministerie van Financiën.

Herverzekering Leverancierskredieten

De garantie «herverzekering leverancierskredieten» betreft een garantie van de Staat als maatregel in de Coronacrisis om te voorkomen dat de kortlopende kredietverlening die door kredietverzekeraars wordt mogelijk gemaakt, stil zou vallen. Gezien de verwachtte faillissementsgolf uitgebleven is en de verzekeraars genoeg vertrouwen in de markt hebben, is besloten om per 1 juli 2021 de herverzekering te beëindigen en de garantie te laten vervallen. Deze regeling wordt in 2022 geëvalueerd, waarin de kosten en baten van de regeling worden onderzocht.

Alternatieve invulling beleidsdoorlichting Internationale financiële betrekkingen

De centrale onderzoeksvraag is in hoeverre de crisisresponsmaatregelen door de Internationale Financiële Instellingen en de Europese Unie (EU) in de periode 2020-2024/2025 doelmatig en doeltreffend waren voor het borgen van publieke belangen, en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden voor de aanpak van vervolgcrises. Dit wordt onderzocht door middel van een syntheseonderzoek, op basis van analyses en evaluaties van garantieregelingen zoals de SURE, de Garantie aan DNB inzake IMF, de Garantie EIB - pan-Europees garantiefonds en het Europees herstelinstrument (NGEU).

Fiscale steunmaatregelen coronacrisis

De steunmaatregelen vanwege de coronacrisis betreffen een interdepartementaal evaluatiethema. In deze onderzoeks- en evaluatiekalender zijn deze geclusterd als Fiscale Steunmaatregelen Coronacrisis. Daaronder valt o.a. de evaluatie Uitstel betaling belastingen De tijdelijke maatregelen hebben als doel om (1) werkgelegenheid te behouden en (2) ondernemers en zelfstandigen in getroffen sectoren te ondersteunen door op het peil houden van liquiditeit. De fiscale maatregelen zijn snel te nemen maatregelen om in liquiditeit te voorzien. Bekeken wordt in hoeverre de maatregelen aan dit doel hebben bijgedragen en in hoeverre deze effectief en efficiënt zijn geweest.

103

Kamerstukken II 2013–2014, 32 043, nr. 215

104

Artikel 7, tweede lid, Convenant FEC 2014, nr. 2351.

105

Kamerstukken II 2020-2021, 35 420, nr. 227

Licence