Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Bijlage 1: Verdiepingshoofdstuk

Tabel 15 Uitgaven beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

126 449

122 852

122 885

122 048

121 822

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

5 183

470

‒ 30

245

400

 

Nieuwe mutaties

 

1 000

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

124 879

132 632

123 322

122 855

122 293

122 222

122 222

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 16 Uitgaven beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

284 188

281 797

281 746

280 758

285 875

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

‒ 1 150

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

‒ 20 675

2 204

1 237

1 090

1 058

 

Nieuwe mutaties

 

‒ 5

‒ 5

‒ 5

‒ 5

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

233 297

262 358

283 996

282 978

281 843

286 933

286 584

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 17 Ontvangsten beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

1 242

1 242

1 242

1 242

1 242

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

 

‒ 242

‒ 242

‒ 242

‒ 242

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

0

1 000

1 000

1 000

1 000

1 242

1 242

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 18 Uitgaven beleidsartikel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

10 053 535

9 888 614

9 893 324

10 252 718

10 537 596

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

177 137

‒ 18 052

‒ 135

7 958

11 555

 

Nieuwe mutaties

 

383 358

532 327

559 077

493 756

571 253

 

Stand ontwerpbegroting 2022

9 905 692

10 614 030

10 402 889

10 452 266

10 754 432

11 120 404

11 272 349

Afdrachten aan de Europese Unie

Negende- en tiende aanvullende begroting 2020

Bij de eerste suppletoire begroting 2021 is het budgettaire effect van de negende- en tiende aanvullende EU-begroting uit 2020 (Draft Amending Budget (DAB) 9 en DAB 10) en de nacalculatie verwerkt. De betalingen uit DAB 9 en DAB 10 zijn over de jaargrens heen geschoven waardoor het budgettaire kaseffect niet in 2020 maar in 2021 neerslaat. DAB 9 leidt tot een verhoging van de BNI-afdracht van EUR 36 miljoen als gevolg van de inzet van het Europees Solidariteitsfonds en een verhoging van de BTW-afdracht van EUR 4 miljoen als gevolg van de herberekening van de Britse korting. DAB 10 leidt tot een bijstelling van de BNI-afdracht met EUR 105 miljoen als gevolg van een versnelling van betalingen op de EU-begroting door de COVID-19-crisis. Ook is het resultaat van de nacalculatie over de periode 2016-2019 verwerkt. De nacalculatie betreft een jaarlijkse herverdeling van afdrachten tussen lidstaten op basis van realisaties van het BNI en de BTW en is dus niet het gevolg van extra EU-uitgaven. Dit leidt voor Nederland tot een nabetaling van EUR 45 miljoen in 2021.

Surplus

In de derde aanvullende Europese begroting (DAB 3) heeft de Europese Commissie het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de Europese begroting van het jaar 2020 (het surplus) in de Europese begroting voor het jaar 2021 verwerkt. De definitieve implementatie van de Europese begroting 2020 heeft tot een surplus geleid van EUR 1.769 miljoen. Het surplus is een resultaat van lager dan verwachte uitgaven (- EUR 121 miljoen) en hoger dan verwachte ontvangsten (+ EUR 1.647 miljoen) zoals inkomsten van invoerrechten, hogere dan verwachte boete-ontvangsten en ontvangen rente op late betalingen. Voor Nederland leidt het surplus tot EUR 101 miljoen lagere afdrachten in 2021.

Technische aanpassing

In het akkoord tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021-2027 is afgesproken jaarlijks een bedrag gelijk aan de opbrengsten uit mededingingsboetes van twee jaar geleden zowel in vastleggingen als betalingen toe te voegen aan de EU-begroting en de uitgavenplafonds, voor een totaalbedrag van EUR 11 miljard (prijzen 2018 over de gehele periode). Voor 2022-2026 geldt een minimum van EUR 1,5 miljard (prijzen 2018) en een maximum van EUR 2 miljard (prijzen 2018) per jaar. In 2020 lagen de boete-inkomsten van de Unie lager dan het minimumbedrag van EUR 1,5 miljard (prijzen 2018). Dit minimumbedrag omgerekend naar lopende prijzen bedraagt EUR 1,6 miljard en wordt daarom toegevoegd aan de MFK-plafonds en de Europese begroting voor 2022. De raming van de Nederlandse afdrachten neemt hierdoor in 2022 toe met circa EUR 0,1 miljard. Een dergelijke bijstelling van de afdrachtenraming zal tot en met 2027 jaarlijks plaatsvinden en is daarom structureel verwerkt in de begroting van Buitenlandse Zaken. De Tweede Kamer is hierover reeds per brief geïnformeerd.9 Met de structurele verwerking van de technische aanpassing van de MFK-plafonds acht het kabinet het verstandig om in lijn met de raming van de Europese Commissie tevens een conservatieve raming van de boete-inkomsten te behouden in de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU-begroting. Derhalve heeft het kabinet de geraamde boete-inkomsten, in tegenstelling tot eerder voornemen10, niet geschrapt bij 1e suppletoire begroting 2021.

In de door de Europese Commissie gepresenteerde technische aanpassing wordt verder cf. de MFK-verordening een resterend bedrag van EUR 48 miljoen voor speciale instrumenten uit 2020 overgeheveld naar 2021. Dit leidt tot een stijging van de verwachte Nederlandse BNI-afdracht van EUR 2,8 miljoen.

Flexibiliteitsinstrument

In de onderhandelingen tussen de Raad en het Europees Parlement (EP) over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021-202711 is afgesproken om het jaarlijks beschikbare budget voor het flexibiliteitsinstrument (een speciaal instrument voor onvoorziene omstandigheden buiten de MFK-plafonds) met circa EUR 144 miljoen per jaar te verhogen ten opzichte van de eerder bereikte conclusies van de Europese Raad van 21 juli 202012. Voor Nederland leidt dit tot een verhoging van de BNI-afdracht van circa EUR 9 miljoen in 2021 oplopend tot circa EUR 10 miljoen in 2027 (lopende prijzen).

Aanpassing kasritme Brexit Adjustment Reserve

Voor de Brexit Adjustment Reserve (BAR) is een totaalbudget van EUR 5,4 miljard beschikbaar in de periode 2021-2027. De BAR is een speciaal instrument buiten de plafonds van het Meerjarig Financieel Kader 2021-2027 (MFK) dat dient ter ondersteuning van de lidstaten, regio’s en sectoren die het hardst geraakt worden door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie. Ten tijde van het vaststellen van de Miljoenennota 2021 was er nog geen informatie beschikbaar over de verdeling van het totaalbudget over de periode 2021-2027 en daarom is destijds uitgegaan van een evenredige verdeling van het totaalbedrag van de BAR over de afzonderlijke jaren van het MFK. Inmiddels is er op 17 juni jl. een akkoord bereikt tussen de Raad en het Europees Parlement over de verdeling van de middelen.13 Dit leidt tot een wijziging van het kasritme t.o.v. het uitgangspunt in de Nederlandse begroting. Daarom wordt de raming van de Nederlandse afdrachten in 2021 verhoogd met EUR 54 miljoen, in 2022 en 2023 met EUR 30 miljoen en in 2025 met EUR 19 miljoen. De genoemde verhogingen in de raming worden volledig gecompenseerd door verlagingen van de raming in de jaren 2024, 2026 en 2027. Doordat er in het MFK gerekend wordt met een jaarlijkse deflator van 2%, ontstaat bij het naar voren halen van middelen een prijsverschil. In dit geval resulteert dit in een meevaller van EUR 9 miljoen over de totale MFK-periode.

Vierde aanvullende begroting – Lenteraming en overige inkomsten

In de vierde aanvullende Europese begroting (DAB 4) actualiseert de Commissie de Europese begroting op basis van de meest recente economische ramingen voor de lidstaten, de Lenteraming (Spring Forecast) en worden de overige inkomsten van de Europese Unie geactualiseerd.

Op basis van de Lenteraming van de Europese Commissie worden in het Advisory Committee on Own Resources (ACOR) de ramingen voor de invoerrechten, plastic-, BTW- en BNI-afdracht van de lidstaten geactualiseerd. De Nederlandse economie, uitgedrukt in BNI, doet het beter dan vorig jaar werd verwacht, ook in verhouding tot de economieën van andere lidstaten. Als gevolg hiervan is het Nederlandse aandeel in het totale BNI van de EU gestegen van 5,7% tot 5,9%. Dit heeft een stijging van de afdrachten als gevolg.

Als gevolg van DAB 4 stijgt de raming voor de Nederlandse BTW-afdracht met EUR 47 miljoen. De plasticraming daalt met EUR 7 miljoen. Om een zo realistisch mogelijke raming te presenteren heeft het kabinet ervoor gekozen om incidenteel af te wijken van de gebruikelijke ramingsmethodiek (aansluiten bij de Commissieraming) en de Nederlandse raming van de invoerrechten eenmalig te corrigeren ten opzichte van de Commissieraming voor het effect van de voorlopige betalingen in de zonnepanelenzaak die eind 2020 hebben plaatsgevonden. De Commissieraming van de Nederlandse invoerrechten zijn in 2021 en 2022 14namelijk hoger dan gebruikelijk, omdat de Commissie de raming voor deze jaren baseert op het aandeel van de lidstaat in de totale opbrengst van de invoerrechten in de EU in 2020. Het aandeel van Nederland van de invoerrechten in 2020 (18,4%) is hoger dan gebruikelijk (14,5% gemiddeld over de periode 2016-2020) onder andere als gevolg van de voorlopige betaling van EUR 824 miljoen die Nederland in 2020 gedaan heeft inzake het geschil met de Commissie over de invoer van zonnepanelen.15De invoerrechten die Nederland int worden één-op-één afgedragen aan de Commissie, minus de perceptiekostenvergoeding van 25% die Nederland krijgt voor de kosten van het innen van de invoerrechten. Nederland betaalt dus nooit meer invoerrechten dan dat het ophaalt. Naar verwachting zal deze verhoging van de raming van de invoerrechten door de Commissie in de realisatie dan ook niet volledig tot stand komen. De door Nederland gemaakte correctie op de Commissieraming in deze begroting vindt plaats door te rekenen met het gemiddelde aandeel van Nederland in de totale invoerrechten in de periode 2016-2020. Deze raming is met onzekerheid omgeven omdat het onbekend is of andere lidstaten, net zoals Nederland, eveneens incidentele betalingen hebben gedaan die eenzelfde vertekenend effect hebben op hun aandeel in de totale opbrengst van de invoerrechten in de EU en eventuele andere effecten. Hierdoor is het tevens onzeker wat het tweede orde effect van de correctie op de raming van de invoerrechten is op de (raming van de) BNI-afdracht; de sluitpost van de EU-begroting.

De Commissie actualiseert in DAB 4 ook de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk aan de Europese begroting 2021 en de overige ontvangsten op de Europese begroting 2021. De overige ontvangsten bestaan voornamelijk uit inkomsten door mededingingsboetes. De stijging van de ontvangsten heeft een neerwaarts effect op de verwachte Nederlandse BNI-afdracht, als sluitpost van de Europese begroting, van EUR 28 miljoen.

TEM afdracht lage waarde textiel

Tevens wordt een uitgave verwerkt van EUR 185,4 miljoen aan invoerrechten. Over deze afdracht wordt een perceptiekostenvergoeding van 20%16 ontvangen voor de inningskosten onder artikel 3.10, waardoor de netto verwerking EUR 148,3 miljoen bedraagt. Het betreft een afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over of Nederland in de periode 2012-2019 te weinig douanerechten (Traditionele Eigen Middelen, TEM) heeft geheven en afgedragen over zendingen lage waarde textiel en schoenen uit China.

Tabel 19 Ontvangsten beleidsartikel 3 Effectieve Europese samenwerking (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

817 219

833 558

850 224

867 223

884 564

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

 

2 992

35 358

36 066

36 786

37 522

 

Stand ontwerpbegroting 2022

787 047

820 211

868 916

886 290

904 009

922 086

940 523

TEM afdracht lage waarde textiel

De ontvangst betreft de perceptiekostenvergoeding van 20% voor de inningskosten van de afdracht onder voorbehoud aan de Europese Commissie vanwege een geschil met de Commissie over of Nederland in de periode 2012-2019 te weinig douanerechten heeft geheven en afgedragen over zendingen lage waarde textiel en schoenen uit China.

Tabel 20 Uitgaven beleidsartikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

53 810

52 760

52 760

53 285

53 179

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

18 650

‒ 956

‒ 1 256

‒ 356

1 044

 

Nieuwe mutaties

 

3 180

1 680

1 458

672

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

80 244

75 640

53 484

52 962

53 601

54 223

54 223

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 21 Ontvangsten beleidsartikel 4 Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

71 074

71 074

71 074

73 574

73 574

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

‒ 40 500

‒ 38 400

‒ 27 300

‒ 5 900

0

 

Nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

21 241

30 574

32 674

43 774

67 674

73 574

73 574

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 22 Uitgaven niet-beleidsartikel 5 Geheim (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

0

0

0

0

0

0

0

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 23 Ontvangsten niet-beleidsartikel 5 Geheim (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

0

0

0

0

0

 

Nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

0

0

0

0

0

0

0

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 24 Uitgaven niet-beleidsartikel 6 Nog onverdeeld (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

4 255

21 956

55 565

90 627

116 701

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

‒ 3 285

‒ 21 212

‒ 14 887

‒ 16 941

‒ 17 350

 

Nieuwe mutaties

 

10 778

2 124

‒ 155

2 631

2 206

 

Stand ontwerpbegroting 2022

0

11 748

2 868

40 523

76 317

101 557

122 401

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

Tabel 25 Uitgaven niet-beleidsartikel 7 Apparaat (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

871 129

863 851

860 652

860 636

856 136

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

1 150

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

80 754

28 579

‒ 6 327

14 720

20 485

 

Nieuwe mutaties

 

‒ 11 071

‒ 11 189

‒ 11 430

‒ 11 457

‒ 11 519

 

Stand ontwerpbegroting 2022

806 524

941 962

881 241

842 895

863 899

865 102

865 844

De mutatie bestaat grotendeels uit een structurele overheveling van ongeveer EUR 11 miljoen aan FMHaaglanden ten behoeve van de facilitaire dienstverlening op Rijkskantoor Rijnstraat 8. In het verleden werd dit jaarlijks gefactureerd.

Tabel 26 Ontvangsten niet-beleidsartikel 7 Apparaat (bedragen x € 1000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand ontwerpbegroting 2021

 

31 750

31 750

31 750

31 750

31 750

 

Mutatie Nota van wijziging 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie amendement 2021

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2021

 

42 430

31 430

530

530

530

 

Nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2022

54 434

74 180

63 180

32 280

32 280

32 280

32 280

Geen opmerkelijke nieuwe mutaties.

9

Kamerstukken II, 2020-2021, 21501-03, nr. 159

10

Kamerstukken II, 2020-2021, 21501-20, nr. 1624

11

Kamerstukken II, 2020-2021, 21501-20, nr. 1624

12

Kamerstukken II 2019-2020, 21501-20, nr. 1575

13

Kamerstukken II, 2020-2021, 21501-02, nr. 2377

14

De raming gaat over de jaren 2021 en 2022, voor de jaren daarna wordt de raming doorgetrokken met een standaard deflator van 2% per jaar.

15

Kamerstukken II, 2019-2020, 31934-38

16

Perceptiekostenvergoedingspercentage over de betreffende periode

Licence