Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Bijlage 4: Strategische Evaluatie Agenda

Tabel 24 Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda 2022

Thema

Subthema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel

Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

 

Beleidsdoorlichting

2021

Beleidsdoorlichting

BHOS art. 1

Nederlands klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden

Alle sub-thema’s

Periodieke rapportage

2023

Periodieke rapportage van het Nederlands klimaatbeleid tbv ontwikkelings­landen op basis van onderliggende studies

BHOS art. 2 plus deel EZK

Klimaat­adaptatie

Literatuurstudie en synthese van evaluaties naar effectiviteit van adaptatie in waterbeheer en voedselzekerheid

2022

Aanbevelingen voor toekomstige klimaatadaptatie activiteiten

Vooral BHOS art 2

Klimaat­diplomatie

Analyse van de effectiviteit van de Nederlandse klimaatdiplomatie, vooral de Klimaatcampagne en NDC partnership

2022

Aanbevelingen voor toekomstige diplomatieke inspanningen, op gebied van klimaat en daar buiten

BHOS art 2, plus deel EZK

Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden

Alle sub-thema’s van het thema Coherentie van Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden

Periodieke rapportage

2023

Periodieke rapportage van het beleid op basis van onderliggende studies

Doelstellingen van BHOS art 2. Beleid breder.

Interne coherentie NL en EU beleid

Literatuurstudie

2021

Literatuurstudie mogelijke incoherenties in (NL, EU) beleid voor de doelstellingen van BHOS art. 2

Breed NL beleid, effecten op BHOS art 2

Inventarisatie lange termijn strategieën

Literatuurstudie

2021

Deskstudie van strategieën in case studie landen

BHOS 2 + internationaal klimaatbeleid

Sociale vooruitgang

Alle sub-thema’s van het thema Sociale Vooruitgang

Periodieke rapportage Sociale vooruitgang

2023

Periodieke rapportage van het beleid op BHOS artikel 3 op basis van onderliggende studies

BHOS 3.1, 3.2, 3.3, 3.4

Alle sub-thema’s, met uitzondering van onderwijs

Ex durante onderzoek: opstellen baseline en mid-term review van het beleidskader versterking maatschappelijk middenveld

2023

Ex durante monitoring en evaluatie naar de resultaten van de strategische partnerschappen

BHOS 3.1, 3.2 en 3.3

Seksuele reproductieve gezondheid en rechten en HIV/AIDS

Evaluatie van de beleidsuitvoering SRGR 2013-2020

2022

Onderzoek naar de effectiviteit van de beleidsuitvoering SRGR

BHOS 3.1

SRGR strategische partnerschappen 2016-2020

2021

Onderzoek naar de resultaten die bereikt zijn via de strategische partnerschappen met maatschappelijke organisaties

BHOS 3.1 (en 3.3)

Effectenonderzoek: Fonds Product development Partnerships

2021

Onderzoek naar de resultaten van de partnerschappen en de efficiëntie van het PDP fonds

BHOS 3.1

Vrouwenrechten en gendergelijkheid

Effectenonderzoek Evaluatie subsidiekader FLOW

2021

Eindevaluatie van het FLOW programma

BHOS 3.2

Literatuurstudie met aanvullende interviews naar mainstreaming gender-beleid

2021

In hoeverre en met welke resultaten is Gender daadwerkelijk geïntegreerd in de BZ praktijk?

BHOS 3.2

Maatschappelijk middenveld

Synthese­onderzoek eindevaluaties partners

2021

Onderzoek naar de resultaten die bereikt zijn via het instrument «strategische partnerschappen met maatschappelijke organisaties» (wordt gecombineerd met studie naar Strat. Partnerschappen onderzoek S SRGR)

BHOS 3.3 (en 3.1)

Langere-termijn instrumentevaluatie Versterking Maatschappelijk Middenveld (S&T + Power of Voices)

2023

Onderzoek naar de lange termijn resultaten van een aantal SP die langere tijd via meerdere opeenvolgende subsidiekaders worden ondersteund.

BHOS 3.3

Onderwijs

Evaluatie Orange Knowledge programma en NICHE

2022

Ex post evaluatie naar resultaten van onderwijs­programma’s

BHOS 3.4

Vrede, veiligheid enduurzameontwikkeling

Alle sub-thema’s

Periodieke rapportage Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

2023

Periodieke rapportage van het beleid op BHOS artikel 4 op basis van onderliggende studies

BHOS 4.1, 4.2, 4.3

Humanitaire hulp

Effectenonderzoek – financieel instrumentarium en diplomatieke inzet

2021

Onderzoek naar de effectiviteit van humanitaire hulp, gericht op zowel het financiële instrumentarium als de diplomatieke inzet

BHOS 4.1

Migratie en ontwikkeling

Synthese decentraleevaluaties Opvang inde Regio

2021

Synthese van eindevaluaties van multi-donor programma’s die gefinancierd zijn in het kader van Opvang in de Regio

BHOS 4.2

Effectenonderzoek Opvang in de regio Syrië

2022

Effectenonderzoek naar de inzet op opvang in de regio Syrië

BHOS 4.2

Effectenonderzoek Strategische partnerschappen opvang in de regio ('Prospects')

2023

Eindevaluatie van het Prospects programma

BHOS 4.2

Veiligheid en rechtsorde

Syntheseonderzoek Addressing Root Causes ARC / grondoorzaken migratie

2022

Synthese eindevaluaties projecten in het ARC programma

BHOS 4.3

Effectenonderzoek Nederlandse inzet op stabiliteit in fragiele contexten

2022

Onderzoek naar de effectiviteit van de Nederlandse inzet op stabiliteit in fragiele contexten

BHOS 4.3

Nadere uitwerking

Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn directies zelf verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van regulier ex ante onderzoek, mid-term reviews en methodologisch minder complexe ex post evaluaties. Ex ante onderzoek betreft in de regel geen grote, aanbestede studies en rapporten voor het parlement, maar kleinere onderzoeksanalyses, waarmee directies flexibel, inspelend op de actualiteit en beschikbare kennis het beleid kunnen bijsturen. Dergelijke analyses kunnen slechts in beperkte mate jaren vooruit gepland worden. Directies laten ook regelmatig mid-term reviews en ex durante studies uitvoeren in de vorm van reguliere rapportages aan het parlement, zoals de Resultatenrapportage Ontwikkelingssamenwerking, de Staat van het Consulaire en de Voortgangsbrief Gemeenschappelijke Buitenland- en Veiligheidsstrategie.

In de regel is bij Buitenlandse Zaken (incl. Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ) de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie IOB verantwoordelijk voor het verrichten van de methodologisch complexere ex post evaluaties en omvangrijke synthesestudies, waaronder ook de beleidsdoorlichtingen en periodieke rapportages. Beleidsdirecties en IOB overleggen welke strategische vragen in aanvulling op de vaste set RPE-vragen relevant zijn. Het uitgangspunt van deze overleggen is maximaal eigenaarschap van de directies over het beleid en de uitvoering, en tegelijkertijd borging van de onafhankelijke werkwijze en inhoudelijke oordeelsvorming van IOB tijdens het onderzoekproces. Zowel tijdens de voorbereiding als de uitvoering van het evaluatieonderzoek is er op belangrijke momenten interactie met relevante betrokken partijen. Dit betreft de fasen van het opstellen van startnotities, het bepalen van de voorlopige centrale vraagstelling en de Terms of Reference en de tussentijdse conceptteksten van het onderzoek in de speciaal voor elke evaluatie samen te stellen referentiegroep. Deze laatste bestaat uit vertegenwoordigers van de betrokken (beleids-)directies en (veelal wetenschappelijke) externe, onafhankelijke deskundigen. De laatste jaren is het de praktijk om de referentiegroepen voor complexere evaluaties breed samen te stellen. Ook wordt steeds vaker een bredere groep stakeholders daarbuiten geconsulteerd en bij het evaluatieproces betrokken.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert verschillende manieren om in haar inzichtbehoeftes te voldoen. Naast de evaluaties door IOB en de directies zelf, wordt er nauw samengewerkt met externe kennisinstellingen om beleidsonderzoek uit laten voeren. Voor deze meerjarige onderzoeksprogramma’s wordt zowel direct samengewerkt met universiteiten en denktanks, zoals Clingendael en Wageningen University & Research, maar ook indirect, via NWO en zogenaamde kennisplatforms. Daarnaast voorziet het Ministerie in haar leerbehoefte door tevens advies in te winnen bij de adviesraden die aan het Ministerie gekoppeld zijn, te weten de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV). De Eerste en Twee Kamer wordt separaat ingelicht over de (meerjarige) werkprogramma’s van deze adviesraden.

Nu het Ministerie de transitie maakt richting de Strategische Evaluatie Agenda zal de link tussen het evaluatie en het beleidsonderzoek verder versterkt worden, te meer beide manieren bijdragen aan hetzelfde doel: een meer kennis-gedreven beleid. Bij de thema’s die voor toekomstige SEA’s geselecteerd worden zal dan ook gestreefd worden om evaluatieonderzoek systematischer te koppelen aan beleidsonderzoek dat uitgezet wordt via de kennispartners en adviesraden. De verwachting is dat dit zal leiden tot meer aandacht voor ex ante en ex durante evaluatieonderzoek. Dat is in deze SEA nog beperkt het geval omdat eerst de reeds geplande beleidsdoorlichtingen (periodieke rapportages) worden afgerond en opgeleverd.

Voor veel van de sub-thema’s die in de Stategische Evaluatie Agenda voor BHOS worden beschreven, zijn in de afgelopen jaren zogenaamde ‘Theories of Change’ opgesteld. Daarin wordt de beleidstheorie per thema beschreven. Deze Theories of Change zijn gepubliceerd op Rijksoverheid.nl.

Thema: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen

De beleidsdoorlichting voor het beleidsartikel dat momenteel samenvalt met dit thema wordt in 2021 afgerond. In de loop van 2022 zullen nieuwe inzichtbehoeften worden geformuleerd, op basis van de bevindingen van de beleidsdoorlichting. Deze worden uitgewerkt in de SEA en onderzoeksagenda en worden opgenomen in de begroting voor 2023. Dit leidt mogelijk tot een andere indeling in thema’s en sub-thema’s dan nu het geval is.

Of het thema Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen in dezelfde vorm in de SEA zal worden opgenomen na voltooiing van de beleidsdoorlichting hangt af van de verkregen inzichten en de daaruit voortkomende inzichtbehoefte. In elk geval zal er in 2022 een onderzoek starten door IOB met als titel ‘Beter meten is beter weten’. Dit is een literatuur- en deskonderzoek, met als doel het verkennen van methoden om effectiviteit van IMVO- en SDG-beleid beter te kunnen meten. Ook is er aandacht voor het toetsen van de beleidslogica en het identificeren van eventuele hiaten in de interventie-logica.

Thema: Nederlands klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden

Het Nederlands klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden bestaat voor een groot deel uit het ondersteunen van ontwikkelingslanden in (i) het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld door investeringen in hernieuwbare energie en het tegengaan van ontbossing (mitigatie); en (ii) het weerbaarder maken van kwetsbare landen en groepen tegen de effecten van klimaatverandering, zoals overstromingen en droogte, bijvoorbeeld door aanpassingen in voedselzekerheidsstrategieën en waterbeheer (adaptatie). Dit gebeurt zowel vanuit Nederlandse ambassades als vanuit Den Haag, via NGO’s, multilaterale ontwikkelingsbanken, VN organisaties, overheden, publiek-private partnerschappen en fondsen - deels beheerd door RVO en FMO, en kennisinstellingen. Daarnaast zet Nederland via diplomatie in op hogere klimaatambities van andere overheden en organisaties. De portfolio van klimaat-specifieke en klimaatrelevante activiteiten valt grotendeels onder artikel 2 van de BHOS begroting (voedselzekerheid, water en klimaat), voor een kleiner deel onder andere OS begrotingsartikelen en voor een klein deel zelfs bij andere ministeries.

Inzichtbehoefte

De Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie IOB heeft eerdere beleidsdoorlichtingen die vallen onder artikel 2 van de BHOS begroting uitgevoerd: waterbeheer (2017), voedselzekerheid (2017), hernieuwbare energie (2015), en drinkwater en sanitatie (2012). Hierin is klimaatadaptatie en klimaatmitigatie slechts summier aan bod gekomen. Het klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden is als geheel niet eerder geëvalueerd, en hier is wel behoefte aan. Er is geen behoefte om aparte evaluaties opnieuw langs de sub-thema’s voedselzekerheid, water en klimaat te organiseren.

Looptijd periodieke rapportage

Het Nederlandse klimaatbeleid zal vanaf begin 2016 worden bekeken, dus vanaf de aanname van het Parijs Akkoord en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals of SDG’s). De evaluatie van het Nederlandse klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden loopt van 2020 tot 2023. In 2023 wordt het eindrapport gepubliceerd. Voor deze eerste evaluatie van het klimaatbeleid komt dat neer op een looptijd van 7 jaar (2016-2023). In 2021 en 2022 worden verschillende deelstudies gedaan en gepubliceerd, welke gaandeweg zullen worden uitgewerkt en ingepland. Er wordt voortgebouwd op de IOB studie over ‘klimaatfinanciering’ die in 2021 is gepubliceerd1.

Toelichting onderzoeksagenda klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden

Klimaatadaptatie (Deelstudie, 2022). Nederland zet veel in op de combinatie klimaatadaptatie en waterbeheer, en klimaatadaptatie en voedselzekerheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen projecten waarin klimaatactie een primair doel is, en projecten waarin klimaatactie een secondair doel is. Vragen die spelen zijn: Hoe goed is klimaat ingebouwd in de water- en voedselzekerheidsprojecten? Wat weten we van de effectiviteit, van door Nederland ondersteunde activiteiten en van vergelijkbare activiteiten die door anderen zijn onderzocht? Een synthese studie van evaluaties en een systematic review van onderzoek kunnen aanbevelingen opleveren over welke activiteiten het meest effectief (of het meest veelbelovend) zijn in klimaatadaptatie.

Klimaatdiplomatie (Deelstudie, 2022). Nederland zet niet alleen in via financiering van projecten en programma’s, maar zet ook in op diplomatie, door staf in Den Haag en op ambassades, staf gedetacheerd bij andere organisaties, en via specifieke diplomatie activiteiten zoals het NDC-Partnership en de klimaatcampagne. De klimaatcampagne liep heel 2020, en is nu verlengd tot en met 2022. Vragen die opkomen zijn: hoe effectief is Nederland in de klimaatdiplomatie, en wat is een optimale combinatie van financiering van activiteiten en diplomatie?

Nederlands klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden (Periodieke Rapportage, 2023)

Dit eindrapport (Periodieke Rapportage / Beleidsdoorlichting) trekt conclusies over de Nederlandse ondersteuning aan klimaatmitigatie en -adaptatie in ontwikkelingslanden. Het bouwt voort op de deelstudies ‘Klimaatadaptatie’ en ‘Klimaatdiplomatie’ en op de IOB studie ‘Klimaatfinanciering’ uit 2021. Daarnaast zal de Periodieke Rapportage ingaan op de beleidscoherentie ten behoeve van klimaatactie in ontwikkelingslanden, en daarvoor gebruik maken van de onderzoeksresultaten van het thema ‘Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden’.

De bovengenoemde deelstudies zijn besproken met de betrokken beleidsdirectie. Het is mogelijk dat er tussen 2021 en 2023 andere onderwerpen geagendeerd worden, die kunnen bijdragen aan de evaluatie van het klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden. Dit zal in de aanloop naar de periodieke rapportage uitgewerkt worden via overleg tussen de betrokken beleidsdirectie en IOB.

Thema: Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden

Nederland streeft naar een coherent beleid om via synergie de effecten te vergroten, en te voorkomen dat incoherenties leiden tot een uitruil van doelstellingen en verminderde effectiviteit. Beleidscoherentie is ook onderdeel van het Parijs Akkoord. We onderscheiden vier vormen van coherentie:

  • Interne coherentie: in hoeverre zijn de verschillende Nederlandse beleidsonderdelen coherent met elkaar? Dit beperkt zich niet tot beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, maar bekijkt juist ook ander Nederlands en EU beleid.

  • Externe coherentie: in hoeverre sluiten Nederlands beleid en uitvoering aan op die van andere actoren (overheden en andere donoren) in ontwikkelingslanden?

  • Coherentie in de tijd. Hoe passen de vaak korte termijn projecten (3-6 jaar) in een gedeelde visie en strategie voor de komende decennia voor de onderwerpen water, klimaat en voedselzekerheid binnen de ontwikkelingsagenda? Bijvoorbeeld: passen de huidige landbouwondersteuningsactiviteiten in een internationaal gedeelde visie op waar het qua landbouw, voeding, waterbeheer, en verwachte klimaatverandering naar toe moet?

  • Coherentie tussen lokale effecten en effecten elders. Zoals dat we willen voorkomen dat het werken aan één doel negatieve effecten heeft op een ander doel, willen we ook voorkomen dat het werken op één plaats negatieve effecten heeft elders.

Inzichtbehoefte

In de periode 2019 ‒ 2021 zijn discussies gevoerd tussen IOB en de betrokken beleidsdirectie over de behoefte aan inzichten en bijbehorende evaluatievragen voor de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 2. Daarbij werd duidelijk dat er behoefte is aan een evaluatie van de samenhang van de thema’s voedselzekerheid, water en klimaat. Hieronder valt ook de vraag hoe projecten passen in een breed gedeelde, met kennis ondersteunde, lange termijn strategie op deze thema’s. Ten slotte is er behoefte aan inzicht in de effecten van (in)coherentie van overig Nederlands beleid: leidt dit tot synergie, en een bijdrage aan transformatieve verandering op landenniveau, of tot een uitruil, en een versnippering die weinig effecten opleveren op landenniveau?

In de discussie van het IOB evaluatierapport over klimaatfinanciering (referentiegroep en beleidsdirectie) werd duidelijk dat ander Nederlands beleid, buiten de voedselzekerheid en water ontwikkelingsdoelen, en buiten OS beleid, onbedoelde negatieve effecten kan hebben op de Nederlandse klimaatdoelstellingen, mondiaal en in ontwikkelingslanden. Deze coherentie is onderdeel van het Parijs Akkoord.

Een afbakening van deze evaluatie zal verder worden uitgewerkt in een ToR die door IOB zal worden opgesteld. Dit gebeurt in overleg met de referentiegroep en de Tweede Kamer (via de ‘motie Harbers-brief’). Vooralsnog zien we de volgende afbakening:

  • Het Nederlands beleid, inclusief een deel van het EU beleid, wordt eerst breed bekeken. Aan de hand van eerdere studies kan er een selectie worden gemaakt van welk NL beleid eventueel onbedoelde positieve of negatieve effecten hebben gehad en kan hebben in ontwikkelingslanden.

  • Bij het bekijken van de effecten van dit bredere Nederlandse beleid beperken we ons tot effecten op gebied van voedselzekerheid, water en klimaat (inclusief toegang tot energie, tegengaan ontbossing, beheer van natuurlijke hulpbronnen) in ontwikkelingslanden.

  • Deze effecten worden bekeken in een beperkt aantal case studie landen, onder andere in Bangladesh, Mali en mogelijk een derde niet-OS land in Zuid Amerika of Azië. Hier zal worden gekeken naar de resultaten van coherenties en incoherenties: is er synergie of uitruil? Wat is de bijdrage aan transformatieve verandering?

Looptijd periodieke rapportage

De evaluatie van beleidscoherentie loopt van 2021 (Pilot is in 2020 gestart), tot 2023, wanneer het eindrapport zal worden gepubliceerd. De periode van uitgaven die deze evaluatie bekijkt loopt van 2016 tot 2022.

Toelichting onderzoeksagenda Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedsel­zekerheid, water en klimaat in ontwikkelings­landen

IOB zal in overleg met de beleidsdirectie de studie naar beleidscoherentie verder uitwerken in een aantal deelstudies en bijbehorende planning. De volgende onderzoeken zijn vooralsnog voorzien:

Inventarisatie relevant Nederlands en EU beleid (Deelstudie, 2021)

Omdat beleidsincoherentie kan leiden tot onbedoelde (negatieve) effecten, is het vooraf nog niet duidelijke welk Nederlands en EU beleid we moeten meenemen in een evaluatie van coherentie. Een literatuurstudie van eerdere Nederlandse en Europese rapporten over beleidsincoherenties, en de eerder gevonden positieve of negatieve effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden in ontwikkelingslanden, helpt bij de afbakening.

Inventarisatie lange termijn strategieën voor voedselzekerheid, water en klimaat (Deelstudie, 2021)

Om te beoordelen of het Nederlandse beleid en de vaak korte termijn Nederlandse activiteiten passen in een langere termijn visie of strategie, moet eerst een inventarisatie gemaakt worden van wat er al is aan lange termijn strategieën, op de thema’s voedselzekerheid, water en klimaat, relevant voor ontwikkelingslanden. Ook moet de kwaliteit van deze strategieën bekeken worden: in hoeverre zijn deze breed overeengekomen, ondersteund met kennis en wetenschap, en goed vertaald in relevante strategieën op landenniveau.

Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden (Periodieke rapportage, 2023)

Dit eindrapport (periodieke rapportage) maakt gebruik van de bovengenoemde deelstudies, en bouwt voor op een pilotstudie naar beleidscoherentie in Bangladesh uit 2021. Daarnaast zal IOB in ieder geval op afstand, en waar en wanneer mogelijk met eigen veldbezoeken, onderzoek doen in een aantal case studie landen in 2022. De definitieve keuze van landen moet nog worden gemaakt; de intentie is om in elk geval naar Bangladesh en Mali te kijken, en daarnaast mogelijk een land in Zuid Amerika/Azië met een belangrijke handelsrelatie met Nederland. In deze landen zal allereerst gekeken worden naar interne coherentie, externe coherentie, en coherentie met lange termijn strategieën, en naar de processen en oorzaken die leiden tot coherentie. Daarna zal ook gekeken worden naar de effecten van coherentie op landen-niveau: de bijdrage aan transformatieve verandering op de thema’s voedselzekerheid, water en klimaat. Hierin zullen ook de resultaten van beleidscoherentie en incoherentie, in de vorm van synergie en uitruil, bekeken worden.

Thema: Sociale vooruitgang

Het Nederlandse beleid onder het thema Sociale vooruitgang beoogt menselijke ontplooiing en het bevorderen van sociale gelijkheid en inclusieve ontwikkeling. Er zijn vier sub-thema’s: seksuele reproductieve gezondheid en rechten en HIV/AIDS; Vrouwenrechten en gendergelijkheid; maatschappelijk middenveld en onderwijs.

Sub-thema Seksuele reproductieve gezondheid en rechten en HIV/AIDS

Het bijdragen aan seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) voor iedereen en een halt toeroepen aan de verspreiding van HIV/AIDS;

Sub-thema Vrouwenrechten en gendergelijkheid

Het bevorderen van vrouwenrechten en gendergelijkheid.

Sub-thema Maatschappelijk middenveld

Versterking van het maatschappelijk middenveld en bevordering en bescherming van de politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties.

Sub-thema Onderwijs

Versterken van het onderwijs en daarmee bijdragen aan het vergroten van kansen en perspectieven voor jongeren.

Toelichting onderzoeksagenda sociale vooruitgang

Gezien de overgangsfase naar de SEA, geldt voor dit thema:

  • De reeds geplande periodieke rapportage zal gehandhaafd blijven. Oplevering hiervan is voorzien voor 2023. De in de tabel genoemde onderzoeken vormen de basis voor deze periodieke rapportage, en de inzichtbehoefte is weergegeven in de onderstaande onderzoeksvragen. In deze rapportage zal ook nader worden gekeken naar de coherentie en samenhang van het beleid tussen de verschillende sub-thema’s. De inzichtbehoefte zal verder worden uitgewerkt in de Terms of Reference voor de periodieke rapportage.

  • Nieuwe inzichtbehoeften worden geformuleerd op basis van de bevindingen van de periodieke rapportage en genoemde kennisvragen. Deze worden uitgewerkt in een daaropvolgende SEA en onderzoeksagenda (na 2023).

Onderzoeksvragen periodieke rapportage 2023

De specifieke onderzoeksvragen voor de periodieke rapportage van het beleidsthema Sociale Vooruitgang (dat samenvalt met begrotingsartikel artikel 3) zijn deels afhankelijk van de uitkomsten van lopende deelonderzoeken. In de loop van 2022 zal een ToR worden opgesteld voor deze studie.

De evaluatie naar beleidsuitvoering van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten en HIV/Aids over de periode 2013-2021 is in uitvoering. De centrale vragen in deze evaluatie zijn de volgende:

  • In hoeverre heeft Nederland bijgedragen aan verbeterde Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten in ontwikkelingslanden?

  • In hoeverre heeft Nederland bijgedragen aan het tegengaan van de verspreiding van HIV/Aids in ontwikkelingslanden?

  • Welke lessen kunnen daaruit worden geformuleerd voor toekomstige beleidsontwikkeling?

Met betrekking tot de sub thema’s SRGR en HIV/AIDS en Maatschappelijk Middenveld is er een synthesestudie voorzien. Deze synthesestudie van de eindevaluaties van de partnerschappen SRGR (2016 ‒ 2020) en de partnerschappen het programma Samenspraak en Tegenspraak (2016 ‒ 2020) zal in de loop van 2021 een ToR worden opgesteld. De geplande onderzoeksvragen in deze synthesestudie zullen zich richten op evaluatiekwaliteit, het functioneren van de partnerschappen en de behaalde resultaten.

De studie naar mainstreaming van het gender-beleid wordt in 2021 afgerond. Deze studie richt zich op de volgende twee hoofdvragen:

  • Hoe en in hoeverre is sinds 2015 gender geïntegreerd in het Nederlandse buitenland- en ontwikkelingsbeleid en wat weten we van de bereikte resultaten?

  • Welke acties beveelt IOB aan om gender mainstreaming binnen het ministerie verder te versterken?

De geplande evaluatie voor maatschappelijk middenveld zal zich zowel richten op Samenspraak en Tegenspraak (2016 ‒ 2020) als op het eerste gedeelte van Power of Voices (2021 ‒ 2025). Door het huidige en het vorige programma gezamenlijk te evalueren kunnen zowel onderzoeksvragen met betrekking tot implementatie als onderzoeksvragen over effectiviteit en duurzaamheid van behaalde resultaten worden gesteld. In de loop van 2022 zal voor deze studie een ToR worden opgesteld.

Onderzoeksvragen PDP evaluatie

Deze studie richt zich op de volgende vragen:

  • In hoeverre hebben de individuele partnerschappen bij gedragen aan een versnelling van de ontwikkeling van medische technologieën en producten voor de meest kwetsbare bevolking in ontwikkelingslanden?

  • In hoeverre heeft het PDP fonds efficiënt en effectief bijgedragen aan het versnellen van de ontwikkeling van medische technologieën en producten voor de meest kwetsbare bevolking in ontwikkelingslanden?

  • Welke lessen kunnen daaruit worden geformuleerd voor toekomstige beleidsontwikkeling?

Onderzoeksvragen ex durante onderzoek - baseline en mid-term review van het beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld

De onderzoeksvragen van de baseline richten zich op het meten van de huidige situatie op het gebied van mensenrechten, gender, capaciteit van het maatschappelijk middenveld en de ruimte van het maatschappelijk middenveld.

De Mid Term Review zal zich richten op de volgende hoofdvragen:

  • In hoeverre hebben de partnerschappen bijgedragen aan versterkte capaciteit voor het maatschappelijk middenveld?

  • In hoeverre heeft het versterkte maatschappelijk middenveld kunnen bijdragen aan verbeteringen op het gebied van mensenrechten, gender, ruimte voor het maatschappelijk middenveld en relevante thematische onderwerpen?

  • Welke lessen kunnen daaruit worden geformuleerd voor toekomstige beleidsontwikkeling?

Onderzoeksvragen evaluatie Orange Knowledge Programma (2017 ‒ 2021) & NICHE

  • Wat is de impact van het Orange Knowledge Programme en de nog lopende institutionele samenwerkingsprojecten van voorloper NICHE op landenniveau?

  • In hoeverre hebben de programma’s OKP en NICHE bijgedragen aan versterken van post-secondair onderwijs, trainingscapaciteit en individuele ontwikkeling van mid-career professionals in ontwikkelingslanden?

  • Welke lessen kunnen daaruit worden getrokken voor de formulering van een nieuw programma gericht op beroeps- en hoger onderwijs / onderzoek?

Thema: Vrede veiligheid en duurzame ontwikkeling

Het Nederlandse beleid onder het thema vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling, kent drie sub-thema’s: migratie en ontwikkeling, humanitaire hulp, en veiligheid en rechtsorde. Het beleid zet in op het bieden van perspectief aan mensen in veelal fragiele landen waar geweld, uitsluiting en rechteloosheid domineren, het vergroten van hun, veiligheid en het behoud van de waardigheid van mensen in nood. De aanpak bestaat uit de identificatie van de grondoorzaken van instabiliteit en conflict en basisvoorwaarden voor een menswaardig bestaan, het vergroten van lokale weerbaarheid en daardoor het vinden van duurzame oplossingen voor instabiliteit en humanitaire crisissituaties. De belangen van burgers, de mensgerichte benadering, staan hierbij centraal evenals aandacht voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen.

Sub-thema Migratie en Ontwikkeling

Nederland zet in op het verbeteren van perspectief en duurzame leefomstandigheden voor vluchtelingen en gastgemeenschappen door bij te dragen aan betere bescherming, onderwijs en andere voorzieningen, en kansen op werk. Zo krijgen vluchtelingen en ontheemden dichtbij huis adequate bescherming, hulp en kansen om een nieuw (tijdelijk) bestaan op te bouwen. In lijn met SDG 10.7 zet Nederland zich daarnaast in voor veilig, ordelijk en regulier verlopende migratie. Prioriteiten hierbij zijn de bescherming van mensenrechten, het voorkomen van irreguliere migratie, het tegen gaan van mensensmokkel en –handel, het vergroten van bewustzijn van potentiële migranten van de risico’s van irreguliere migratie en het faciliteren van vrijwillige terugkeer en duurzame herintegratie.2

Sub-thema Humanitaire Hulp

Het kerndoel van ons humanitaire beleid is het redden van levens, het verlichten van lijden en het beschermen en herstellen van de waardigheid van door crisis getroffen mensen.3

Concreet betekent dit dat het beleid zich concentreert op humanitaire diplomatie en noodhulp, met specifieke aandacht voor:

  • Het opkomen voor de belangen van mensen in nood;

  • Bescherming en empowerment van vrouwen en meisjes;

  • Geestelijke gezondheid en psychosociale steun in crisissituaties;

  • Versterking van de positie en capaciteit van lokale hulpverleners;

  • Innovatie gericht op het effectiever en efficiënter maken van noodhulp;

  • Hervorming van het systeem voor internationale humanitaire hulpverlening.

Sub-thema Veiligheid & Rechtsorde

Stabiliteit en veiligheid zijn voorwaarden voor duurzame vrede en ontwikkeling. In het V&R beleid is ervoor gekozen om het concept van «legitieme stabiliteit» centraal te stellen. V&R activiteiten zijn gericht op het vergroten van fysieke veiligheid voor mensen, het versterken van de rechtsorde met een duidelijke focus op de behoeften van de betrokken populaties zelf, vredesprocessen en legitiem politiek bestuur. De duiding van inclusief en legitiem bestuur vanuit het perspectief van de bevolking staat hierbij centraal.4 

Toelichting onderzoeksagenda vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling

Gezien de overgangsfase naar de SEA, geldt voor dit thema:

  • De reeds geplande periodieke rapportage zal gehandhaafd blijven. Oplevering hiervan is voorzien voor 2023. Genoemde onderzoeken vormen de basis voor deze periodieke rapportage (zie tabel), en de inzichtbehoefte is weergegeven in de onderstaande onderzoeksvragen. In deze rapportage zal ook nader worden gekeken naar de coherentie en samenhang van het beleid tussen de verschillende sub-thema’s. De inzichtbehoefte zal verder worden uitgewerkt in de Terms of Reference voor de periodieke rapportage.

  • De Theories of Change voor elk van de drie sub-themas worden herzien en kennisvragen worden geïdentificeerd op basis van de aan het beleid ten grondslag liggende assumpties;

  • Nieuwe inzichtbehoeften worden geformuleerd, op basis van de bevindingen van de periodieke rapportage en genoemde kennisvragen. Deze worden uitgewerkt in een daaropvolgende SEA en onderzoeksagenda.

Onderzoeksvragen periodieke rapportage 2023

Deze vragen worden onderzocht in de lopende evaluatie humanitaire hulp:

  • Hoe effectief zijn door Nederland gesteunde humanitaire partners in het behalen van de doelstellingen van het Nederlandse humanitaire beleid?

  • Welke relatie onderhoudt Nederland met de verschillende partners en in welke mate faciliteert of belemmert deze relatie de effectiviteit van de humanitaire hulpverlening.

  • In welke mate dragen Nederlandse diplomatieke inspanningen bij aan de effectiviteit van de humanitaire actoren?

Deze vragen worden onderzocht in de lopende en geplande studies in het kader van Migratie en ontwikkeling:

  • In welke mate draagt Nederland bij aan het vergroten van perspectieven voor Syrische vluchtelingen en kwetsbare groepen in gastgemeenschappen in Libanon, Jordanië en Irak, en wat was de bijdrage aan het verminderen van push factoren voor verdere migratie?

  • Wat draagt de EU bij aan de bescherming en rechtspositie van vluchtelingen en ontheemden in de Hoorn van Afrika, de Syrië regio inclusief Turkije, en Irak, en wat kan er beter?

  • Hoe effectief is het Nederlands beleid op het gebied van migratiesamenwerking inclusief het tegengaan van irreguliere migratie en mensensmokkel?

Deze vragen worden onderzocht in de lopende evaluatie in het kader van Veiligheid en rechtsorde:

  • In welke mate draagt Nederland bij aan stabiliteit, veiligheid en rechtsorde in fragiele landen en regio’s, en wat kan er beter?

Overig onderzoek

Voor de thema’s Nederlands klimaatbeleid ten behoeve van ontwikkelingslanden en Coherentie van het Nederlands beleid en effecten op voedselzekerheid, water en klimaat in ontwikkelingslanden wordt een interne synthese voorzien van projectevaluaties die relevant zijn voor inzicht in beleidscoherentie. Deze synthese zal de beleidsdirectie zelf gebruiken om van te leren, en zal ook een input geven voor de SEA en de voorziene IOB rapporten. Dit onderzoek zal in 2022-2023 plaatsvinden.

Licence