Base description which applies to whole site

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 4 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2023 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x €1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2023

Uitgaven 2024

Uitgaven 2025

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Vastgestelde begroting 2023

 

9.286.890

8.048.615

7.755.881

7.809.467

7.866.417

Belangrijkste suppletoire mutaties

      

1) Regiodeals

1

‒ 142.000

334.600

192.000

  

2) Antidiscriminatie

1

909

3.809

4.009

3.909

3.909

3) Huurtoeslag

3

‒ 219.700

‒ 100.000

56.900

131.500

175.000

4) Herplaatsingsgarantie

3

20.000

    

5) Woningbouwimpuls

3

273.125

    

6) Volkshuisvestingsfonds

3

140.884

140.761

‒ 135.882

‒ 145.763

 

7) Huisvesting Oekrainers

3

33.000

    

8) Versnelling huisvesting

3

45.962

    

9) Stimuleringsregeling flexwoningen

3

11.708

    

10) Fysieke herplaatsingsgarantie

3

96.000

    

11) Startbouwimpuls

3

250.000

    

12) Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

4

‒ 35.500

‒ 15.000

‒ 15.000

25.000

20.000

13) Nationaal Isolatieprogramma

4

120.000

‒ 120.000

   

14) Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

4

‒ 42.500

‒ 38.400

28.500

33.700

18.700

15) Aardgasvrije huurwoningen

4

‒ 45.500

10.000

6.000

  

16) Toekomstbestendige leefomgeving

4

10.000

20.000

25.000

5.000

 

17) Omgevingswet

5

‒ 28.700

22.700

1.500

1.500

1.500

18) Werk aan uitvoering

6

11.570

28.100

19.100

18.500

18.700

19) RVB (bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

9

13.235

5.755

5.624

5.887

8.663

20) Doc-Direkt, OBF en RIS

11

88.976

    

21) Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

17.500

    

22) Kwijtschelden publieke schulden

12

 

160.000

   

23) Vennootschapsbelasting

12

22.162

    

24) Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

14

3.000

106.000

107.002

7.999

8.000

25) Eindejaarsmarge

Alle

84.785

    

26) Loon- en prijsbijstelling tranche 2023

Alle

200.273

155.223

143.100

139.071

128.050

27) Overige mutaties

Alle

96.681

24.095

‒ 9.227

33.551

1.060

       

Stand 1e suppletoire begroting 2023

 

10.312.760

8.786.258

8.184.507

8.069.321

8.249.999

Toelichting

1. Regiodeals

Voor de vierde tranche van de Regio Deals is in 2023 € 284,2 mln. beschikbaar op de begroting van BZK. De vierde tranche wordt in twee termijnen van 50% verstrekt in 2023 en 2024. Regio Deals worden via een specifieke uitkering verstrekt aan gemeenten en provincies. Hiervoor vindt een kasschuif plaats van € 142 mln. van 2023 naar 2024. Ook wordt er € 84 mln. overgeboekt vanaf de de aanvullende post van het ministerie van Financien voor de vijfde tranche van de Regio Deals.

2. Antidiscriminatie

Er worden structureel middelen ingezet voor het tegengaan van discriminatie en racisme in de maatschappij, zodat aan de beleidsprioriteiten voldaan kan worden en vanwege het publieke debat hierover dat actueel blijft en steeds prominenter wordt. Deze middelen zijn onder andere voor de financiering van sterke, zichtbare anti-discriminatievoorzieningen, ook in Caribisch Nederland, een publiekscampagne om de meldingsbereidheid te vergroten en de uitvoering van het nationale programma tegen discriminatie en racisme.

3. Huurtoeslag

Deze mutatie betreft voornamelijk de actualisatie van de raming voor de huurtoeslag. De huurtoeslagraming is mede bijgesteld op basis van de CEP (Centraal Economisch Plan) raming van het CPB over onder andere het aantal huurtoeslagontvangers. Vanaf 2023 wordt de raming structureel verlaagd doordat de met de woningcorporaties afgesproken huurverlaging voor huurders leidt tot een lagere huurtoeslag. Vanaf 2025 zijn onder andere de verhoging van het wettelijk minimumloon en de vereenvoudiging van de huurtoeslag in de raming zijn verwerkt. Deze maatregelen, die voortkomen uit het coalitieakkoord 2021-2025, leiden tot extra uitgaven huurtoeslag. Om deze aanpassingen van de huurtoeslag te bekostigen zijn de middelen die hiervoor op de aanvullende post van het minister van Financiën stonden gereserveerd overgeboekt naar de BZK begroting.

De structurele ruimte in de raming van de huurtoeslag wordt ingezet als onderdeel van de bijdrage vanuit BZK ten behoeve van Rijksbrede dekkingsopgave.

4. Herplaatsingsgarantie

Dit betreft een toevoeging van € 20 mln. voor de financiële herplaatsings garantie ten behoeve van flexwoningen. Zoals aangegeven in de 2e suppletoire begroting 2022 werden deze middelen doorgeschoven naar 2023.

5. Woningbouwimpuls

De middelen voor de woningbouwimpuls die in 2022 niet zijn uitgegeven, € 273,1 mln., worden in 2023 aan de begroting toegevoegd via de eindejaarsmarge.

6. Volkshuisvestingsfonds

Er vindt een kasschuif plaats naar 2023 en 2024 (beide jaren circa € 140,8 mln.) van 2025 (- € 135,8 mln.) en 2026 (- € 145,8 mln.) om de middelen voor het Volkshuisvestingsfonds in het juiste kasritme te zetten om zodoende een versnelling te kunnen bewerkstelligen.

7. Huisvesting Oekrainers

Op basis van een hoger bijgesteld aantal Oekraïense ontheemden wordt er nu voor 2023 additioneel € 33 mln. beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt net als bij de eerdere € 100 mln. voorlopig gedekt uit de Woningbouwimpulsmiddelen op de Aanvullende Post. Op basis van het aantal ontheemden dat langer in Nederland verblijft (peildatum 1 januari 2024), worden deze kosten generaal gecompenseerd.

8. Versnelling huisvesting

Vanwege verhoogde asielinstroom en langer verblijf van een deel van de ontheemden is direct extra huisvesting nodig en is versnelling van de woningbouw in 2023 noodzakelijk, hiervoor wordt in 2023 € 46,0 mln. beschikbaar gesteld.

9. Stimuleringsregeling flexwoningen

De middelen voor de versnellening van de huisvesting die in 2022 niet zijn uitgegeven, € 11,7 mln., worden in 2023 aan de begroting toegevoegd via de 100% eindejaarsmarge.

10. Fysieke herplaatsingsgarantie

De middelen (€ 96 mln.) voor de fysieke herplaatsingsgarantie ten behoeve van flexwoningen die in 2022 niet zijn uitgegeven worden in 2023 aan de begroting toegevoegd. Van deze middelen zijn circa € 8 mln. ingezet ten behoeve van distributielocatie. Zodoende is er nog circa € 88 mln. over voor de fysieke herplaatsingslocaties.

11. Startbouwimpuls

De startbouwimpuls zal worden vormgegeven als een specifieke uitkering aan gemeenten (SPUK) met als doel dat projecten die klaarstaan om te starten met bouwen maar door de economische tegenwind in de knel zijn gekomen toch tijdig kunnen starten. De maatregel is gericht op projecten met een onherroepbaar bestemmingsplan en waarvan is vastgesteld is dat eerdere mogelijke optimalisaties in het programma al hebben plaatsgevonden. Daarmee wordt geborgd dat alle betrokken partijen bijdragen aan het door laten gaan van het project. Er wordt hiervoor in 2023 €250 mln extra toegevoegd aan de BZK begroting uit de middelen op de Aanvullende Post voor de woningbouwimpuls.

12. Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen

De regeling SVOH geeft subsidie aan particuliere verhuurders gericht op verduurzaming en onderhoud. Met ingang van 1 april 2023 wordt de regeling gewijzigd en wordt de doelgroep verbreed naar de vrije sector. Het budget is op basis van de huidige verwachtingen in het juiste kasritme gezet en wordt van de jaren 2023 tot en met 2025 doorgeschoven naar de jaren 2026 t/m 2028.

13. Nationaal isolatieprogramma (subsidies en bijdrage aan medeoverheden)

Het Nationaal Isolatieprogramma/ woonisolatie huurbudget wordt naar voren gehaald vanuit 2024 (- € 50 mln.) naar 2023 (€ 50,0 mln.) en ingezet bij het opschalen van energiefixers en fixteams om huishoudens in energiearmoede te helpen met het verduurzamen van hun woningen. Daarmee kunnen voor de volgende winter zoveel mogelijk kwetsbare huishoudens worden ondersteund. Om kwetsbare huishoudens te ondersteunen, wordt het Nationaal Isolatie programma (woonisolatie huurbudget € 50 mln.) versneld en gemeenten worden ondersteund met het opschalen en ondersteunen van energiefixers om inwoners te helpen met het verduurzamen van hun woningen. Verder wordt de aanpak van natuurinclusief isoleren/soortenmanagement (€ 20 mln.) versneld. Deze versnellingen leiden tot een kasschuif van 2024 naar 2023 om het gehele bedrag in 2023 beschikbaar te krijgen.

14. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed

De subsidieregeling verduurzaming maatschappelijk vastgoed is in oktober 2022 van start gegaan. Om het budget in het juiste kasritme conform de regeling te zetten, is nu een kasschuif benodigd van 2023 en 2024 naar de jaren 2025 tot en met 2027.

15. Aardgasvrije huurwoningen

Het aanleggen van warmtenetten en woningen daarop aansluiten is in de praktijk complex. Daarnaast is de nieuwe Warmtewet vertraagd. Hierdoor worden in 2023 minder aanvragen verwacht dan eerder geraamd. Daarom is het te verlenen bedrag voor 2023 naar beneden bijgesteld (- € 45,5 mln.) en doorgeschoven naar de jaren 2024, 2025 en 2028 zodat het kasritme aangepast is aan de actuele verwachting.

16. Toekomstbestendige leefomgeving

Vanuit het Nationale Groeifonds wordt voor het programma Toekomstbestendige Leefomgeving € 60,0 mln. overgeboekt voor de jaren 2023 tot en met 2026. Deze middelen zullen worden ingezet met subsidies aan het consortium Gebouwen, consortium infrastructuur en aan Topconsortium voor kennis en innovatie (TKI) Bouw en Techniek.

17. Omgevingswet

Door het verplaatsen van de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet naar 1 januari 2024 zullen de werkzaamheden in 2023 voornamelijk gericht zijn op de afbouw en implementatie van de landelijke voorziening Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Door de bestuurlijk ingestelde stabilisatieperiode zullen werkzaamheden en de geraamde uitgaven op deze regeling (€ 15 mln.) voor het Kadaster gericht op afbouw van het DSO doorschuiven naar 2024.

Het interbestuurlijke programma Aan de Slag (instrument opdrachten) loopt tot 1,5 jaar na inwerkingtreding door. Naast de al beschikbare middelen worden daarom extra middelen doorgeschoven voor implementatieondersteuning tot 5 jaar na inwerkingtreding, mede op verzoek van de Eerste Kamer. Dit leidt tot een kasschuif van € 13,7 mln. naar 2024 en verder, waarbij de bedragen in het juiste kasritme zijn gezet.

18. Werk aan uitvoering

Voor het programma Werk aan Uitvoering wordt voor het verbeteren van gemeentelijke statuur van de uitvoering subsidie ter beschikking gesteld aan de VNG voor de jaren 2023 (€ 2 mln.) en 2024 (€ 6 mln.). Daarnaast worden voor het programma Werk aan Uitvoering (instrument opdrachten), namelijk voor de loketfunctie, NL design system, herinzet digitale apparaten en digitale overheid Caribisch Nederland, middelen ter beschikking gesteld voor de jaren 2023 (€ 9,6 mln.) tot en met 2028 (€ 18,3 mln.).

19. RVB (Bijdrage voor Hoge Colleges van Staat)

Er vinden diverse mutaties plaats omtrent de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat, waaronder aanvullende werkzaamheden in de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer, extra huisvestingscapaciteit voor de Tweede Kamer naast de gebouwdelen van het Binnenhof, het vergroten van de technische hoofdinfrastructuur, de inzet van het programmabureau en omgevingsmanagement, de beveiligings- en leegstandskosten van het Binnenhofcomplex en overlopende kosten voor het langer verblijf van het Ministerie van Algemene Zaken op het Binnenhof.

20. Doc-Direkt, Organisatie voor Bedrijsvoering en Financiën (OBF) en Rijks Inkoop Samenwerking (RIS)

Het gaat hier om diverse mutaties, voornamelijk de tariefgefinancierde dienstverlening. Met deze mutatie wordt de stand van de uitgaven- en ontvangstenbudgetten voor het tariefgefinancierde deel van Doc-Direkt, OBF en RIS op het juiste niveau gebracht.

21. Dienstverleningsovereenkomsten Shared Service Organisties (SSO's)

Dit betreft de dienstverleningsovereenkomsten van de SSO's en gaat in op de raming van de kosten van de dienstverlening van de baten-lastenagentschappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's).

22. Kwijtschelden publieke schulden

Gemeenten en Waterschappen kunnen hun uitgaven, die voortvloeien uit het kwijtschelden van gemeentelijke en waterschapslasten aan gedupeerden van de kindertoeslagenaffaire, declareren op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). In 2022 kon volgens de voorwaarden nog niet tot betaling worden overgegaan, waardoor het beschikbare budget van € 160 mln. niet tot uitputting is gekomen. Deze middelen zijn volgens afspraak in de 2e suppletoire begroting 2022 generaal afgeboekt en worden in deze suppletoire begroting weer opgeboekt. De verwachting is dat het beschikbare bedrag ad. € 70 mln. in 2023 toereikend zal zijn, waardoor € 160 mln. doorschuift naar 2024.

23. Vennootschapsbelasting

Dit betreft de opgelegde voorlopige aanslag 2023 en de actualisatie van de te betalen vennootschapsbelasting 2022 over de generale ontvangsten voor de veiling van locaties voor benzinestations langs Rijkswegen en bodemwinning.

24. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Dit betreft de incidentele bijdrage van diverse departementen aan het fonds ter financiering van beleid dat ziet op ondersteuning van kennis en bewustwording, erkenning en herdenken, en de doorwerking en verwerking van het slavernijverleden. Het fonds heeft een omvang van € 200 mln. waarvan € 100 mln. wordt besteed aan een subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven en € 100 mln. wordt besteed aan andere maatregelen op het gebied van bewustwording, herdenking, doorwerking en verwerking. De invulling van de middelen vindt plaats in samenspraak met onder andere nazaten en betrokken maatschappelijke en grass roots organisaties in Nederland en het Caribisch deel van het koninkrijk. Ook wordt met Suriname, met onder meer maatschappelijke en grass roots organisaties in Suriname, gesproken over hoe zij betrokken kunnen worden bij de invulling van het fonds. Daarnaast betreft dit ook de structurele bijdragen vanaf 2024 van diverse departementen ter ondersteuning van het op te richten Herdenkingscomité.

25. Eindejaarsmarge

Dit betreft de ontvangen eindejaarsmarge 2022.

26. Loon- en prijsbijstelling

De tranche 2023 van de loon- en prijsbijstelling en de extra tranche 2022 prijsbijstelling worden toegevoegd aan de BZK-begroting.

Tabel 5 Belangrijkste suppletoire ontvangsten mutaties 2023 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2023

Ontvangsten 2024

Ontvangsten 2025

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Vastgestelde begroting 2023

 

679.570

612.072

513.172

502.408

493.560

Belangrijkste suppletoire mutaties

      

1) Veiligheidsonderzoeken AIVD

2

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2) Afrekening voorschotten 2022 RVB

9

35.511

    

3) Doc-Direkt, OBF en RIS

11

88.976

    

4) Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

17.500

    

5) Surplussen eigen vermogen agentschappen

11 en 12

20.760

    

6) Overige mutaties

Alle

2.287

    
       

Stand 1e suppletoire begroting 2023

 

847.104

614.572

515.672

504.908

496.060

Toelichting

1. Veiligheidsonderzoeken AIVD

De AIVD gaat meer veiligheidsonderzoeken uitvoeren. Dit resulteert in meer opbrengsten van € 2,5 mln. structureel, omdat voor veiligheidsonderzoeken wordt betaald door de afnemer.

2. Afrekening voorschotten 2022 RVB

Van de bevoorschotting in 2022 aan het RVB vindt de definitieve afrekening plaats. Deze middelen (circa € 35,6 mln.) worden ingezet voor diverse problematiek binnen begrotingsartikel 9.

3. Doc-Direkt, Organisatie voor Bedrijsvoering en Financiën (OBF) en Rijks Inkoop Samenwerking (RIS)

Dit betreft tariefgefinancierde dienstverlening van Doc-Direkt, OBF en RIS. Met deze mutatie wordt de stand van de uitgaven- en ontvangstenbudgetten voor het tariefgefinancierde deel van deze organisaties op het juiste niveau gebracht.

4. Dienstverleningsovereenkomsten Shared Service Organisties (SSO's)

Dit betreft de dienstverleningsovereenkomsten van de SSO's, waarbij het gaat om de raming van de opbrengsten van de dienstverlening van de baten-lastenagent schappen die via het kerndepartement lopen voor de dienstverleningsovereenkomsten (DVA's).

5. Afroming surplus BLA's

De ontvangsten hebben betrekking op de afroming van de surplussen van het eigen vermogen van FMH (€ 4 mln.), P-Direkt (€ 2,8 mln.) en SSC-ICT (€ 11,5 mln.). Verder betreft het de afroming van het surplus eigen vermogen van het RVB (€ 2,4 mln). Onder andere het surplus van het RVB wordt ingezet om tegenvallers op beleidsartikel 9 op te lossen.

Licence