Base description which applies to whole site

2.3 Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 1 Defensiebreed Materieel (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.082.767

321.291

1.404.058

     
 

Uitgaven

1.136.253

‒ 116.583

1.019.670

     

1.11

Verwerving

953.837

‒ 434.855

518.982

 

Opdrachten

953.837

‒ 434.855

518.982

 

Verwerving: voorbereidingsfase

11.090

‒ 11.090

0

 

Verwerving: realisatie

942.747

‒ 423.765

518.982

1.12

Instandhouding

451.445

‒ 31.608

419.837

 

Opdrachten

451.445

‒ 31.608

419.837

 

Instandhouding Materieel

451.445

‒ 31.608

419.837

1.13

Kennis en Innovatie

78.609

2.242

80.851

 

Bekostiging

78.609

2.242

80.851

 

Bijdrage grote onderzoeksfaciliteiten

28.552

‒ 11.628

16.924

 

Technologieontwikkeling

38.277

11.059

49.336

 

Kennisgebruik

4.844

‒ 3.344

1.500

 

Kort Cyclische Innovatie

6.936

6.155

13.091

1.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 347.638

347.638

0

 

Fonds

‒ 347.638

347.638

0

 

Fonds

‒ 347.638

347.638

0

     
 

Ontvangsten

86.381

1.294

87.675

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 10,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Per saldo zijn de verplichten met € 321,3 miljoen naar boven bijgesteld. Dit betreft grotendeels een correctie op de verplichtingen voor het Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem (DBBS) van € 104,4 miljoen. Deze mutatie brengt de verplichtingen in lijn met de uitgavenmutaties.

Tevens heeft er een neerwaartse bijstelling van € 11,1 miljoen plaatsgevonden die het gevolg is van de overheveling van deze middelen van de voorbereidingsfase naar de realisatiefase en instandhouding op andere artikelen binnen het DMF. Dit heeft betrekking op het geleverd eigen materiaal aan Oekraïne, waarvan de vervangingswaarde generaal gecompenseerd is.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 116,6 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt hieronder toegelicht en wordt grotendeels verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten en de instandhoudingsuitgaven enerzijds en het terugbrengen van de overprogrammering anderzijds.

Verwerving: voorbereidingsfase

De neerwaartse bijstelling van € 11,1 miljoen is het gevolg van de overheveling van deze middelen naar de realisatiefase en instandhouding op andere artikelen binnen het DMF en heeft betrekking op het geleverd eigen materiaal aan Oekraïne, waarvan de vervangingswaarde generaal gecompenseerd is.

Verwerving: realisatie

Het budget voor Defensiebreed materieel is met € 423,8 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze verlaging komt voort uit vertragingen bij verschillende afzonderlijke investeringsprojecten. Dit wordt met name verklaard door een verlaging van het budget voor grote materieelprojecten (in totaal € 313,6 miljoen), waaronder bestellingen voor conventionele munitie-artikelen als onderdeel van het programma «aanvulling munitievoorraden» (€ 114,3 miljoen). In 2023 is compensatie ontvangen voor de schenkingen van munitie aan Oekraïne. Dit budget is toegevoegd aan de lopende projecten gericht op het vergroten van de voorraden voor hoofdtaak 1 van Defensie. Als gevolg van de wereldwijde vraagtoename naar munitie duurt aanvulling van de inzetvoorraden langer dan initieel voorzien, waardoor het budget deels doorschuift naar latere jaren.

Daarnaast is het budget voor het project Defensiebrede Vervanging Wielvoertuigen (DVOW) dit jaar verlaagd (€ 47,3 miljoen). Het project DVOW bestaat uit verschillende deelprojecten. Bij één daarvan worden minder voertuigen geleverd omdat een toeleverancier minder onderdelen kon leveren. Dit leidt tot vertraging binnen het productieproces. Ook treden bij andere deelprojecten min of meer kleine vertragingen op door bijvoorbeeld problemen bij testen en tekort aan productiepersoneel. De uitgaven voor deze projecten schuiven door naar 2024. Voorts wordt het DOSCO transportbudget (€ 49,4) doorgeschoven door vertraging van de levering van de bestelde voertuigen. De betaling en leveringen zullen in 2024 plaatsvinden.

Vanwege de arbeidsmarkt krapte en de vertragingen die zich voordoen op de defensiemarkten, is bij verscheidene afzonderlijke investeringsprojecten sprake van later dan geraamde realisaties. Ook voor deze projecten is het budget in 2023 neerwaarts bijgesteld (€ 92,4 miljoen). Deze budgetten komen in latere jaren alsnog tot realisatie.

Ten slotte is bij verscheidene kleine projecten sprake van een neerwaartse bijstelling van in totaal € 120,4 miljoen; dit is deels het gevolg van de budgetten die worden gereserveerd voor de exploitatie-uitgaven, die mee schuiven met de projecten.

Kennis en innovatie

Binnen de projecten onder kennis en innovatie vindt een aantal herschikkingen plaats, waardoor verschuivingen plaatsvinden binnen kennis en innovatie, maar ook binnen dit artikel.

Instandhouding

De instandhoudingsuitgaven voor Defensiebreed materieel worden met per saldo € 31,6 miljoen euro neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt grotendeels verklaard door de samenhang met de neerwaartse bijstelling in de raming van de investeringsprojecten - zie ook bovenstaand. De instandhoudingsuitgaven samenhangend met deze investeringsprojecten worden ook doorgeschoven naar latere begrotingsjaren.

Toelichting op de over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 2 Maritiem Materieel (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.058.292

1.306.116

2.364.408

     
 

Uitgaven

774.858

‒ 78.083

696.775

     

2.11

Verwerving

792.997

‒ 310.302

482.695

 

Opdrachten

792.997

‒ 310.302

482.695

 

Verwerving: realisatie

792.997

‒ 310.302

482.695

2.12

Instandhouding

195.918

18.162

214.080

 

Opdrachten

195.918

18.162

214.080

 

Instandhouding Materieel

195.918

18.162

214.080

2.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 214.057

214.057

0

 

Fonds

‒ 214.057

214.057

0

 

Fonds

‒ 214.057

214.057

0

     
 

Ontvangsten

34.984

0

34.984

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Het budget voor de verplichtingen voor Maritiem Materieel is per saldo met € 1,3 miljard verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels verklaard door de ASW-fregatten. Eerder dit jaar is de D-brief voor de ASW-fregatten aan de Kamer verzonden; de raming van de verplichtingen voor dit project is thans daarop aangepast.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 78,1 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt hieronder toegelicht en wordt grotendeels verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten, een beperkte opwaartse bijstelling van de instandhoudingsuitgaven en het terugbrengen van de overprogrammering.

Verwerving: realisatie

De raming voor de investeringsprojecten in de realisatiefase is met € 310,3 miljoen neerwaarts aangepast. Deze verlaging komt voort uit vertragingen bij verschillende afzonderlijke investeringsprojecten. Zo is het budget voor de verwerving extra SM-2 maritieme luchtdoelraketten voor de lange afstand (€ 149,9 miljoen) ingebracht in het defensiebrede project ‘aanvulling inzetvoorraad munitie’, realisatie van de daarvoor bestemde middelen vindt in latere jaren plaats.

De voortgang van het project Combat Support Ship (CSS) loopt op schema. Desondanks is sprake van een schuif van € 36,9 miljoen naar 2024, omdat de betalingen door de hoofdaannemer aan de onderaannemers later plaatsvinden dan geraamd. Dit betekent dat het betreffende investeringsbudget ook doorschuift.

Bij het project Vervanging MK46 Lightweight Torpedo heeft een herfasering plaatsgevonden van € 26,5 miljoen en bij het project Verbetering MK48 Torpedo een herfasering van € 20,6 miljoen. Dit zijn twee Foreign Military Sales (FMS)-cases waarbij Defensie afhankelijk is van de besluitvorming in de VS. Naar aanleiding van actuele informatie over leveringen schuiven de uitgaven door. Ten slotte vinden bij verschillende afzonderlijke projecten herfaseringen plaats (per saldo € 151,5 miljoen).

Daartegenover staat dat er budget is verschoven van 2024 naar 2023 met € 75,0 miljoen ten behoeve van de ASWF. Deze mutatie was noodzakelijk om voldoende ruimte te hebben voor de betalingen volgend uit het tekenen van de contracten in 2023.

Instandhouding

Bij instandhouding is het budget per saldo met € 18,2 miljoen opgehoogd. Dit wordt met name veroorzaakt door een herschikking binnen maritieme projecten. Het betreft diverse kleinere niet-DMP plichtige projecten.

Toelichting op de Over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 3 Land Materieel (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.273.371

‒ 447.560

1.825.811

     
 

Uitgaven

869.884

‒ 112.221

757.663

     

3.11

Verwerving

678.322

‒ 256.440

421.882

 

Opdrachten

678.322

‒ 256.440

421.882

 

Verwerving: realisatie

678.322

‒ 256.440

421.882

3.12

Instandhouding

348.779

‒ 12.998

335.781

 

Opdrachten

348.779

‒ 12.998

335.781

 

Instandhouding Materieel

348.779

‒ 12.998

335.781

3.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 157.217

157.217

0

 

Fonds

‒ 157.217

157.217

0

 

Fonds

‒ 157.217

157.217

0

     
 

Ontvangsten

2.500

0

2.500

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Per saldo worden de verplichtingen met € 447,6 miljoen naar beneden bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling hangt allereerst nauw samen met de neerwaartse aanpassingen van investeringen - zie hieronder de toelichting bij de investeringen in de realisatiefase. Daarnaast is sprake van een neerwaartse verplichtingenbijstelling van € 93,4 miljoen vanwege het doorschuiven van alle projecten in de voorbereidingsfase naar 2024.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 112,2 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt onderstaand toegelicht en wordt grotendeels verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten en van de instandhoudingsuitgaven.

Verwerving: Realisatie

De budgetten voor de investeringen die zich bevinden in de realisatiefase worden per saldo met € 256,4 miljoen verlaagd. Deze verlaging komt voort uit vertragingen bij verschillende afzonderlijke investeringsprojecten. Zo is het project aanvulling inzetvoorraad munitie vertraagd. Dit project betreft de levering van mortiermunitie en artilleriegranaten voor hoofdtaak 1 van Defensie. De orders voor artilleriegranaten en mortiermunitie als onderdeel van het programma «aanvulling munitievoorraden» worden deels in 2023 en deels in 2024 geleverd. Het budget is in lijn gebracht met de verwachte levering door een bedrag van € 23,7 miljoen door te schuiven naar 2024.

Daarnaast schuift € 18,6 miljoen voor project GPW Boxer door. Het separate contract voor levering van 3 Boxer pantserwielvoertuigen (€ 8,3 miljoen) in de ambulance variant is opgenomen in de grotere bestelling die als gevolg van Defensienota 2022 gedaan is. Hierdoor worden ook de Boxers in de ambulance uitvoering met de laatste technische ontwikkelingen geleverd. Naar verwachting wordt het contract in 2024 aangegaan en zal de betaling in 2025 plaatsvinden. De verificatie van de nachtzicht camera's van datzelfde project loopt nog, waardoor een betaling van € 9,2 miljoen in 2024 wordt gedaan.

Ook wordt € 17,9 miljoen voor het project Raketartillerie doorgeschoven. De eerste systemen voor raketartillerie worden conform gemelde planning nog in 2023 geleverd. Betaling voor deze levering vindt echter pas in 2024 plaats.

Voor het project Levensduurverlenging Zwaar Bergingsvoertuig wordt € 11,3 miljoen door geschoven naar 2024. Vanwege werkzaamheden in het kader van steunverlening aan Oekraïne heeft de leverancier minder capaciteit beschikbaar. Door het verhelpen van bij assemblage geconstateerde defecten en de lange levertijd voor verschillende onderdelen loopt dit project een jaar langer door.

Het project Verwerving Dieplaadwagons schuift € 10,8 miljoen door. Het actuele leveringsschema voorziet in een levering van 1/3e deel van de dieplaadwagons in 2023. Omdat het resterende deel pas in 2024 geleverd wordt zal de betaling ook pas in 2024 plaatsvinden.

Voorts is ook bij enkele projecten voor de KMar sprake van vertragingen (€ 35 miljoen). Het betreft met name het achterblijven van de realisatie op de projecten Future Borders (Programma Grenzen & Veiligheid); POIND; Nationale Samenwerking Ondermijnende Criminaliteit (NSOC); Bewaken en Beveiligen (B&B) en het Caribische gebied (CARIB). Het streven is om zoveel mogelijk plannen in 2023 en verder nog ter verwerving aan te bieden en te verplichten. De groei van de Defensieorganisatie vraagt veel capaciteit en dat leidt tot vertragingen. Naar verwachtingen vindt de realisatie van deze projecten plaats in 2024/2025. Voor het doorschuiven van alle projecten wordt ook de exploitatie reeks doorgeschoven.

Als laatste vinden vertragingen in de realisatie plaats bij verschillende kleinere investeringsprojecten. Samen met bovenstaande toelichting, wordt hiermee de verlaging van het investeringsbudget in de realisatiefase verklaard.

Instandhouding

Het budget voor de instandhouding van het materieel is per saldo met € 12,9 miljoen neerwaarts aangepast. De vervanging van fitnessapparatuur zal in 2024 plaatsvinden, waardoor € 20 miljoen naar 2024 doorschuift. Vervolgens wordt het instandhoudingsbudget opgehoogd met € 7 miljoen met als doel om gedoneerd materieel uit de eigen voorraad te kunnen vervangen met hiervoor toegekende generale compensatie.

Toelichting op de over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 4 Lucht Materieel (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

2.417.877

546.628

2.964.505

     
 

Uitgaven

1.471.363

‒ 39.660

1.431.703

     

4.11

Verwerving

1.486.218

‒ 389.284

1.096.934

 

Opdrachten

1.486.218

‒ 389.284

1.096.934

 

Verwerving: realisatie

1.486.218

‒ 389.284

1.096.934

4.12

Instandhouding

334.769

0

334.769

 

Opdrachten

334.769

0

334.769

 

Instandhouding Materieel

334.769

0

334.769

4.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 349.624

349.624

0

 

Fonds

‒ 349.624

349.624

0

 

Fonds

‒ 349.624

349.624

0

     
 

Ontvangsten

100

2.056

2.156

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 10,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Per saldo worden de verplichtingen met € 546,6 miljoen opwaarts bijgesteld. Deze opwaartse verplichtingenbijstelling wordt grotendeels verklaard door een opwaartse bijstelling van € 436,0 miljoen voor «deep strike capaciteit air» en enkele correcties op eerdere verplichtingenstanden, cumulatief € 227,4 miljoen. Daarnaast vinden enkele overige bijstellingen plaats, waaronder het doorschuiven van verplichtingen die dit jaar niet meer worden aangegaan.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 39,7 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt onderstaand toegelicht en wordt verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten en het terugbrengen van de overprogrammering anderzijds.

Verwerving: realisatie

Het budget voor verwerving realisatie is per saldo met € 389,3 miljoen verlaagd. Deze verlaging komt voort uit vertragingen bij verschillende afzonderlijke investeringsprojecten. Het betreft bijvoorbeeld de verwerving van verschillende soorten munitie, de uitbreiding van bestaande capaciteiten en zelfverdedigingscapaciteiten.

De projecten Chinook Vervanging en Modernisering en Apache Remanufacture zijn FMS-projecten. Binnen het FMS programma heeft Nederland een zogenaamde special billing arrangement (SBA). Dit betekent dat Nederland maandelijks aan de Amerikaanse overheid betaalt voor daadwerkelijk geleverde prestaties. Afhankelijk van de voortgang van de individuele projecten bedraagt de maandelijkse bill hogere of lagere bedragen zonder dat dit direct gevolgen heeft voor de geplande oplevering; in tijd of geld. Met de SBA wordt voorkomen dat Nederland periodiek voorschotbetalingen moet doen waarover mogelijk pas veel later wordt verantwoord. Voor het project Chinook Vervanging en Modernisering en Apache Remanufacture betreft het herfaseren van uitgaven van respectievelijk € 50 en € 70 miljoen.

De budgetten die met de vertraagde projecten samenhangen, worden doorgeschoven naar later jaren. Dit geldt ook voor de hieraan gerelateerde exploitatiebudgetten; ook deze budgetten schuiven door.

Toelichting op de over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 5 Infrastructuur en Vastgoed (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.407.016

‒ 297.403

1.109.613

     
 

Uitgaven

1.087.749

‒ 252.978

834.771

     

5.11

Verwerving

535.263

‒ 129.871

405.392

 

Opdrachten

535.263

‒ 129.871

405.392

 

Verwerving: realisatie

535.263

‒ 129.871

405.392

5.12

Instandhouding

598.240

‒ 168.861

429.379

 

Opdrachten

598.240

‒ 168.861

429.379

 

Instandhouding Infrastructuur

598.240

‒ 168.861

429.379

5.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 45.754

45.754

0

 

Fonds

‒ 45.754

45.754

0

 

Fonds

‒ 45.754

45.754

0

     
 

Ontvangsten

28.240

0

28.240

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 10,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Het verplichtingenbudget van Infrastructuur en Vastgoed is per saldo met € 297,4 miljoen naar beneden bijgesteld. Allereerst is sprake van een neerwaartse bijstelling van € 375,6 miljoen. Met de Miljoenennota zijn alle projecten in de voorbereidingsfase doorgeschoven naar latere jaren, waarbij het verplichtingenbudget ten onrechte niet meegenomen is. Met deze bijstelling wordt het verplichtingenbudget hier nu voor aangepast. Daarnaast is het verplichtingenbudget met € 103,6 miljoen verhoogd voor verschillende afzonderlijke projecten in de realisatiefase. Dit betreft voornamelijk het aangaan van een bouwcontract voor het Logistiek Centrum Soesterberg. Als laatste is het verplichtingenbudget verlaagd met € 25,4 miljoen voor verplichtingen die samenhangen met uitgaven voor instandhouding die doorgeschoven worden naar latere jaren. Zie hiervoor ook de onderstaande toelichting bij instandhouding.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 253,0 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt onderstaand toegelicht en wordt verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten en van de instandhoudingsuitgaven enerzijds en het terugbrengen van de overprogrammering anderzijds.

Verwerving: realisatie

Het budget voor de investeringen in de realisatiefase is per saldo met € 129,9 miljoen naar beneden bijgesteld. Deze verlaging komt voort uit vertragingen bij verschillende investeringsprojecten.

De realisatie van een aantal projecten is van 2023 verschoven naar latere jaren (€ 188,5 miljoen) en de hiermee samenhangende budgetten schuiven ook mee. Dit betreft onder andere de projecten Legering Defensiebreed (€ 60 miljoen), Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid voor met name het projectdeel brandveiligheid CARIB (€ 12 miljoen), Aanpassing Vastgoed als gevolg van gewijzigde regelgeving voor met name het programma Vastgoed Regelgeving (€ 44,7 miljoen) en voor het Programma Transitie Vastgoed is € 15 miljoen doorgeschoven als gevolg van het later dan gepland opstarten van het project. Ook schuift € 13,6 miljoen door voor het project Samenwerking AIVD MIVD (SAM). Omdat de kosten hoger uitvallen moet hierover aanvullende besluitvorming plaatsvinden. Dit zorgt voor vertraging in het proces, waardoor de uitgaven in 2024 zullen worden gedaan.

Daarnaast heeft een aantal herschikkingen plaatsgevonden waardoor het budget met € 54,5 miljoen verhoogd is. Dit betreft onder andere de projecten Legering Defensiebreed (€ 38 miljoen) waarvoor fase 1 en 2 van het project zijn samengevoegd middels deze mutatie. Daarnaast is € 20 miljoen gemuteerd voor het Programma Transitie Vastgoed als gevolg van de verdeling van het CVV-budget voor 2023. Dit zijn de programmakosten voor het programma concentreren, vernieuwen en verduurzamen, waarmee onder andere de coördinatie van het programma gefinancierd wordt.

Instandhouding

Het budget voor de instandhoudingsuitgaven is met € 168,9 miljoen neerwaarts aangepast. Het betreft met name het doorschuiven van CVV-budget naar latere jaren (€ 65 miljoen) en het doorschuiven van budget voor instandhouding van vastgoed (€ 78,4 miljoen). Het kasritme van de middelen die aan de begroting zijn toegevoegd past niet bij het absorptievermogen van onder andere het Rijksvastgoedbedrijf.

Toelichting op de Over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 6 IT (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

1.126.299

‒ 45.765

1.080.534

     
 

Uitgaven

902.235

‒ 15.152

887.083

     

6.11

Verwerving

697.637

‒ 252.950

444.687

 

Opdrachten

697.637

‒ 252.950

444.687

 

Verwerving: realisatie

697.637

‒ 252.950

444.687

6.12

Instandhouding

457.523

‒ 15.127

442.396

 

Opdrachten

457.523

‒ 15.127

442.396

 

Instandhouding IT

457.523

‒ 15.127

442.396

6.16

Over-/ onderprogrammering

‒ 252.925

252.925

0

 

Fonds

‒ 252.925

252.925

0

 

Fonds

‒ 252.925

252.925

0

     
 

Ontvangsten

16.769

0

16.769

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht. Voor 2023 is 100% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.

Toelichting op de verplichtingen

Per saldo worden de verplichten voor IT met € 45,8 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze bijstelling wordt allereerst verklaard door een neerwaartse aanpassingen van de verplichtingen die samenhangen met de projecten in de voorbereidingsfase. Deze projecten zijn doorgeschoven naar latere jaren, de verplichtingen die daaraan gerelateerd zijn, schuiven ook door (€ 218,0 miljoen).

Vervolgens worden in 2023 de verplichtingen verhoogd voor de instandhouding (€ 163,5 miljoen) en de verwerving van IT-middelen (€ 8,8 miljoen) in 2023. Dit is het gevolg van het steeds meer afsluiten van meerjarige contracten voor IT. Mede als gevolg van de extra middelen vanuit de motie Hermans is het nu mogelijk contracten voor meerdere jaren aan te gaan, hetgeen voor de bedrijfszekerheid beter en vaak goedkoper is. Het betekent dat de verplichtingen uit latere jaren reeds in 2023 worden aangegaan.

Toelichting op de uitgaven

Per saldo zijn de uitgaven met € 15,2 miljoen neerwaarts bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling wordt onderstaand toegelicht en wordt verklaard door een neerwaartse bijstelling van de investeringsbudgetten en van de instandhoudingsuitgaven enerzijds en het terugbrengen van de overprogrammering anderzijds.

Verwerving: realisatie

De neerwaartse bijstelling van € 253,0 miljoen komt voort uit vertragingen bij verschillende afzonderlijke investeringsprojecten.

Vanwege vertragingen bij een aantal IT-projecten, schuiven de uitgaven door naar latere jaren. Het gaat om meerdere afzonderlijke IT-projecten en investeringen. Het programma GrIT is neerwaarts bijgesteld (€ 63,9 miljoen). De realisatie van de blokken blijft achter op de oorspronkelijke planning. Bij Roger verloopt de aanbesteding voor nieuwe system integrators trager dan verwacht, waardoor de kasrealisatie hiervan doorschuift naar 2024 (€ 30,6 miljoen). Voor MOC Kustwacht wordt het contract voor de vastgoedcomponent later aangegaan waardoor de verplichting en de realisatie doorschuiven naar 2024 (€ 26,9 miljoen). Ten slotte is een veelvoud aan projecten neerwaarts bijgesteld (€ 131,5 miljoen) met een bijstelling van minder dan € 10 miljoen per project.

Instandhouding

Vanwege vertragingen op tal van instandhoudingsbudgetten, wordt het totaalbudget met per saldo € 15,1 miljoen euro neerwaarts bijgesteld. De instandhoudingsuitgaven schuiven door naar volgende begrotingsjaren. Daarmee wordt de raming van de instandhoudingsuitgaven bijgesteld voor de verwachte realisatie in dit begrotingsjaar.

Toelichting op de Over-/onderprogrammering

Met de actualisatie van de uitgaven voor de projecten op dit artikel zijn de uitgaven aangepast aan de verwachte realisaties van de projecten. Dit betekent dat de raming van de investeringen zodanig neerwaarts is aangepast, dat van overprogrammering geen sprake meer is. Zodoende is de overprogrammering in het geheel teruggebracht naar nul.

Artikel 7 Bijdrage andere begrotingshoofdstukken Rijk (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

0

0

0

     
 

Uitgaven

0

0

0

     
     
 

Ontvangsten

5.467.518

7.608

5.475.126

     

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 10,0 miljoen of meer toegelicht.

Toelichting op de uitgaven

Dit begrotingsartikel is technisch van aard. Op dit artikel worden de bijdragen verantwoord die vanuit de reguliere Defensiebegroting (Hoofdstuk X) overgeheveld worden naar het DMF.

Artikel 8 Overige Uitgaven en Ontvangsten (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

40.000

‒ 40.000

0

     
 

Uitgaven

40.000

‒ 40.000

0

     

8.18

Nader te wijzen uitgaven

40.000

‒ 40.000

0

 

Fonds

40.000

‒ 40.000

0

 

Fonds

40.000

‒ 40.000

0

     
 

Ontvangsten

0

0

0

     

Op dit artikel worden de overige uitgaven en ontvangsten opgenomen. Het betreft hoofdzakelijk uitgaven en/of ontvangsten die op een later moment worden toebedeeld aan de beleidsartikelen. Een voorbeeld hiervan is de loon- en prijsbijstelling, die moet worden verdeeld over de afzonderlijke artikelen.

Toelichting op de verplichtingen

De verplichtingen worden neerwaarts aangepast met € 40,0 miljoen. Het betreft verplichtingen die samenhangen met de reservering van overige uitgaven op dit artikel - zie ook de toelichting bij de uitgaven onderstaand.

Toelichting op de uitgaven

De uitgaven worden neerwaarts aangepast met € 40,0 miljoen. Het betreft een neerwaartse aanpassing van de overige uitgaven, waaronder een restant van de eindejaarsmarge. De verdeling naar afzonderlijke projecten vindt dit jaar niet meer plaats; de betreffende budgetten worden doorgeschoven naar volgend jaar en zullen te zijner tijd worden verdeeld.

Licence