Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.7 Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Inleiding

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is de vastgoedorganisatie van en voor de Rijksoverheid en is verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van de grootste en meest diverse vastgoedportefeuille van Nederland. Maar het RVB doet meer. Zo zet het RVB het rijksvastgoed steeds vaker in voor maatschappelijke opgaven. Denk onder andere aan de inzet van rijksgronden voor de energietransitie en woningbouw en de aanwending van vastgoed voor opvang van vluchtelingen. Deze inzet wordt in de komende jaren verder geïntensiveerd.

In het Coalitieakkoord is specifieke aandacht besteed aan de uitvoering van een aantal van deze cruciale maatschappelijk opgaven. Zo is aangekondigd dat het Rijk met zijn vastgoed en grondpositie bij gaat dragen aan het terugdringen van de woningnood door extra betaalbare huur- en koopwoningen te realiseren. Hiervoor is het Rijksvastgoedbedrijf de aangewezen partij, vanwege zijn bestaande taken op het gebied van privaatrechtelijk beheer van het rijksvastgoed en zijn ervaring met het ontwikkelen van woningbouwlocaties. Het RVB en haar opdrachtgevers werken momenteel nog aan het scherp krijgen van de precieze opgaven uit het Coalitieakkoord. Gezamenlijk zal worden bekeken hoe we deze opgaven in de komende jaren daadwerkelijk kunnen gaan oppakken en uitvoeren. Om die reden zijn de opgaven nog niet volledig in de begroting verwerkt.

Het RVB is een baten-lastenagentschap. Zijn vastgoedportefeuille bestaat onder andere uit gevangenissen, rechtbanken, kazernes, vliegvelden, defensieterreinen, ministeries, havens, belastingkantoren, monumenten, musea en paleizen. Het gaat in totaal om 11,7 miljoen vierkante meters aan gebouwen en circa 83.000 hectare aan grond. De activiteiten die met deze portefeuille samenhangen zijn omvangrijk. Het RVB spant zich in om een aantrekkelijke werkgever te zijn, maar behoud en uitbreiding van de capaciteit is in het licht van de huidige, zeer gespannen arbeidsmarkt complex. Deze spanning is met name terug te zien bij het vervullen van technische vacatures, maar ook bij meer specialistische profielen, zoals op het terrein van ICT.

De door het RVB uitgerolde vastgoedportefeuillestrategie draagt bij aan een toekomstbestendige vastgoedportefeuille die is bestand tegen snelle en soms onvoorspelbare schommelingen in de vraag naar vastgoed. Door een strategische samenstelling en opbouw van onze vastgoedportefeuille is het RVB voorbereid op toekomstige ontwikkelingen. De portefeuille draagt daarmee op een effectieve en efficiënte manier bij aan financieel en maatschappelijk rendement voor het Rijk.

Het RVB verzorgt onder andere:

  • de Rijkshuisvesting via kantoren en specialties;

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het Ministerie van Algemene Zaken (AZ), de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhouding van monumenten in beheer van het RVB;

  • het onderhoud aan en beheer van Defensiegebouwen en terreinen;

  • projectontwikkeling en nieuwbouw voor Defensie;

  • de doelmatige verkoop van overtollig Rijksvastgoed en/of geeft dit waar mogelijk in gebruik bij derden;

  • uitgifte in pacht van gronden en de inzet van gronden en vastgoed voor stikstofproblematiek, maatschappelijke doelen en duurzaamheid;

  • de vertegenwoordiging namens het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten waarbij meervoudige Rijksdoelstellingen aanwezig zijn;

  • de bijdrage aan urgente opgaven in het ruimtelijk domein.

Het RVB werkt vraaggestuurd. Deze vraag vloeit met name voort uit de masterplannen voor de kantoorhuisvesting, de huisvestingsbehoeften vanuit de specialties, de wensen voor dienstverlening vanuit Defensie, de behoefte aan te verkopen/ontwikkelen projecten/gebieden en de vraag vanuit beleidsdepartementen voor de inzet van Rijksvastgoed voor strategische beleidsopgaven.

Externe ontwikkelingen in de kantorenportefeuille volgend uit de Rijksdienst 2022 kunnen, mede als gevolg van de ontwikkeling van het hybride werken, de vraag voor het RVB nog behoorlijk beïnvloeden. Dit geldt ook voor actuele beleidsmatige keuzes over bijdragen die het RVB kan leveren door Rijksvastgoed in te zetten voor strategische opgaven. Zoals op het gebied van duurzaamheid, de bevordering van woningbouw en de inzet van vastgoed voor de (tijdelijke) huisvesting van kansarmen. Ten slotte zullen ook de ontwikkelingen rond de Defensieportefeuille, zoals het revitaliseringsprogramma en het IBO Vastgoed Defensie gevolgen hebben voor de omvang van de dienstverlening door het RVB en de wijze waarop deze wordt uitgevoerd.

De begrotingsposten van het RVB betreffen slechts een deel van de dienstverlening. De staat van baten en lasten geeft daarom onvoldoende inzicht in de productie van het RVB. Dit komt omdat op grond van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving diverse posten niet tot omzet mogen worden gerekend. Omdat deze niet in de verantwoording mogen worden opgenomen, worden de posten ook niet begroot. Aan het eind van de paragraaf ‘Overzicht doelmatigheidsindicatoren’ is een tabel opgenomen die een vollediger inzicht geeft in de totale productie van het RVB.8

Tabel 58 Begroting van baten-lastenagentschap RVB voor het jaar 2023 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Baten

       

- Omzet

1.267.062

1.309.532

1.366.843

1.401.242

1.440.307

1.479.627

1.521.397

waarvan omzet moederdepartement

191.186

127.971

169.300

170.466

172.137

193.541

186.419

waarvan omzet overige departementen

946.218

1.047.460

1.109.236

1.144.521

1.178.560

1.223.377

1.251.732

waarvan omzet derden

129.658

134.101

88.307

86.256

89.610

62.709

83.246

Rentebaten

387

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

768

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

65.393

73.045

103.295

106.866

106.199

106.006

104.937

        

Totaal baten

1.333.610

1.382.577

1.470.138

1.508.108

1.546.506

1.585.633

1.626.334

        

Lasten

       

Apparaatskosten

311.127

320.641

377.733

379.088

378.612

380.899

381.028

- Personele kosten

248.155

242.954

292.491

294.612

292.519

290.485

289.989

waarvan eigen personeel

210.541

209.015

248.115

250.235

248.142

246.109

245.613

waarvan inhuur externen

36.702

33.939

44.377

44.377

44.377

44.377

44.377

waarvan overige personele kosten

912

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

62.972

77.687

85.241

84.476

86.093

90.414

91.039

waarvan apparaat ICT

30.007

21.425

24.054

23.333

23.951

28.380

27.865

waarvan bijdrage aan SSO's

0

31.664

36.410

36.410

36.952

36.952

37.532

waarvan overige materiële kosten

32.965

24.598

24.777

24.733

25.190

25.082

25.641

Rentelasten

81.716

90.987

90.584

92.512

94.975

98.181

108.763

Afschrijvingskosten

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

- Materieel

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

waarvan apparaat ICT

0

0

     

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

354.214

406.088

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

- Immaterieel

0

0

     

waarvan dotaties voorzieningen

5.764

0

     

Overige lasten

572.866

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

waarvan bijzondere lasten

567.102

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

        

Totaal lasten

1.319.923

1.382.577

1.470.138

1.508.108

1.546.506

1.585.633

1.626.334

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

13.687

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

13.687

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De Minister voor VRO betaalt de kosten voor een aantal taken aan het RVB. Het gaat met name om de kosten van

  • het leveren van ondersteuning aan BZK en de uitvoering van het rijksbeleid gerelateerd aan de Rijkshuisvesting;

  • het apparaat om de uitvoering van het beheer van materiële activa mogelijk te maken;

  • huisvesting voor de Hoge Colleges van Staat, het Ministerie van AZ, de staatspaleizen en het Ministerie van BZK.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen omvat opbrengsten voor geleverde producten en diensten aan departementen. Het gaat daarbij met name om ontvangen gebruiksvergoedingen voor kantoren en specialties. Op basis van de overeengekomen huurprijsmethodiek brengt het RVB een gebruiksvergoeding in rekening. In de ramingen van de gebruiksvergoeding is onder meer rekening gehouden met oplevering van projecten vanuit de geactualiseerde masterplannen, het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten.

Voor wat betreft de dienstverlening aan het Ministerie van Defensie is alleen de vergoeding vanuit Defensie voor de apparaatsinzet van het RVB opgenomen, omdat de programmagelden niet tot de omzet mogen worden gerekend.

In komende jaren is sprake van een stijgende lijn die samenhangt met uitbreidingen in de vastgoedportefeuille en een toename van de tarieven als gevolg van vervangingsinvesteringen.

Omzet derden

Deze omzet betreft de baten uit verhuur aan musea en internationale organisaties, de baten vanuit de verkoop van onroerend goed en de inkomsten vanuit de exploitatie van een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages. Ook wordt rekening gehouden met afnemerszaken die extern worden gefactureerd en omzet gerelateerd aan gebiedsontwikkeling. De daling ten opzichte van 2021 wordt verklaard door incidentele extra opbrengsten die zich hebben voorgedaan in 2021. Ten opzichte van 2022 worden er minder baten uit projectrealisatie ten behoeve van internationale organisaties verwacht.

Rentebaten

Dit betreft de baten voorzien vanuit de rekening courantverhouding met het Ministerie van Financiën.

Bijzondere baten

Dit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd. De verwachte stijging van de baten komt voor rekening van de producten Verkoop en Projectrealisatie.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Dit betreft de kosten van het eigen apparaat, met name van salaris- en opleidingskosten van eigen personeel en inzet van externe inhuur. Voor de komende jaren is rekening gehouden met extra inzet van personeel om tegemoet te komen aan de extra vraag naar capaciteit, vooral bij de uitvoering van projecten. Daarnaast is rekening gehouden met de afspraken die in de nieuwe CAO Rijk 2022 gemaakt zijn.

Materiële kosten

Deze kosten betreffen met name de kosten voor de eigen huisvesting en van het eigen ICT-gebruik. De bijdrage aan de SSO’s omvat zowel ICT kosten als kosten voor de eigen huisvesting van het RVB. In de begroting is rekening gehouden met hogere uitgaven als gevolg van het insourcen van I-functie onderdelen, uitvoering van het programma DIT (onderhouds managementsysteem) en extra investeringen in het kader van de nieuwe I-strategie.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit investeringen en zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het Ministerie van Financiën voor Rijkshuisvesting (masterplannen kantoren en huisvestingsbehoefte voor specialties) en Kader Overname Rijksvastgoed (KORV)- en ontwikkelprojecten. Daarnaast is rente opgenomen op DBFMO-contracten. De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende Design Build Finance Maintain Operate (DBFMO)-contracten.

Afschrijvingskosten

Dit betreft met name de afschrijvingen op geactiveerde waarden van objecten, voortvloeiend uit investeringen vanuit masterplannen kantoren en huisvestingsbehoeften voor specialties. De afschrijvingstermijnen zijn afhankelijk van de categorieën: grond/terreinen 0 jaar, erfpacht 5-100 jaar, gebouwen 15-60 jaar, vervoermiddelen 4-6 jaar en inventaris 3-15 jaar. Ook hier nemen de kosten toe als gevolg van nieuwe opleveringen en vervangingsinvesteringen voor Rijkshuisvesting.

Overige lasten

De bijzondere lasten hebben vooral betrekking op de primaire processen van het RVB. In de volgende tabel is een specificatie opgenomen.

Tabel 59 Specificatie overige lasten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Markthuren

149.686

156.159

156.614

150.106

144.326

141.651

141.651

DBFMO-lasten

82.474

113.269

121.831

124.383

126.935

129.487

151.129

Onderhoud rijkshuisvesting

107.531

116.000

117.500

117.500

117.500

117.500

117.500

Belastingen en heffingen

25.002

25.701

26.837

26.837

26.837

26.837

26.837

Energielasten

21.887

30.992

53.000

59.000

59.000

59.000

59.000

Ontwikkeling en verkoop OG

20.675

22.623

5.000

6.000

13.000

13.000

13.000

Onderhoud DVO's

21.581

24.000

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

Servicekosten inhuurpanden

27.449

20.614

23.467

24.888

24.888

24.888

24.888

Facilitaire kosten leegstand

7.654

14.397

10.907

10.907

10.102

10.102

10.102

Direct verrekenen

45.571

20.129

15.138

15.015

15.003

15.003

15.000

Overige bijzondere lasten

57.592

20.978

17.176

17.176

17.176

17.176

17.176

        

Totaal overige lasten

567.102

564.862

570.470

574.812

577.767

577.644

599.282

Toelichting Overige lasten

Markthuren

Deze post betreft de huren die het RVB aan de markt betaalt. Het beleid is erop gericht departementen en diensten zo veel mogelijk in eigendomsobjecten te huisvesten. Hierdoor nemen de vierkante meters huurhuisvesting en de kosten voor deze vorm van huisvesting af.

DBFMO-lasten

Dit betreft de lasten van lopende en nieuwe DBFMO-contracten met marktpartijen. In principe wordt het investeringsdeel (Design - Build - Finance) van deze lasten omgerekend naar rente en afschrijving en aldaar opgenomen. De verwachte toename in latere jaren heeft betrekking op een tweetal nieuwe contracten (RIVM en Croeselaan 16, Utrecht).

Onderhoud

Deze post betreft de kosten voor onderhoud en instandhouding van gebouwen en terreinen voor de Rijkshuisvestingsportefeuille. Voor een belangrijk deel van de activiteiten zijn op basis van aanbestedingen meerjarige contracten met de markt afgesloten.

Belastingen en heffingen

Deze post betreft met name de onroerende zaakbelasting en de waterschapslasten over de eigen voorraad onroerend goed die het RVB inzet voor Rijkshuisvesting.

Energielasten

Dit betreft de energielasten in de kantorenportefeuille bij de Rijkshuisvesting. Deze kosten worden bij de departementen in rekening gebracht via het regiotarief. Op grond van de huidige prijsontwikkelingen op de energiemarkt is rekening gehouden met fors hogere kosten voor energie.

Ontwikkeling en verkoop onroerend goed

Dit betreft de kosten van ingekocht onroerend goed binnen het Kader Overname Rijksvastgoed (KORV) en de restant boekwaarde van verkochte eigen gebouwen en terreinen (niet KORV).

Onderhoud dienstverleningsovereenkomst (DVO)

Dit betreft de onderhoudskosten die buiten het normale tarief vallen en voortvloeien uit dienstverleningsovereenkomsten. Vanwege het relatief hoge volume wordt deze post, samen met de hieronder genoemde posten vanaf 2023 separaat weergegeven.

Servicekosten inhuurpanden

Dit betreffen de servicekosten voor de aangehuurde panden.

Facilitaire kosten leegstand

Deze kosten hebben betrekking op de facilitaire kosten voor panden die niet in gebruik zijn.

Direct verrekenen

Deze post heeft betrekking op kleine investeringen die direct worden gefactureerd aan de klant.

Overige bijzondere lasten

De overige lasten hebben met name betrekking op projectkosten regiotarief, asbestkosten en de kosten herstel onderhoud.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik is, of zal worden gemaakt van deze middelen.

Tabel 60 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RVB over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
  

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

210.801

321.970

303.182

363.162

415.513

457.927

498.007

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

2.428.266

2.231.351

2.343.253

2.285.798

2.320.913

2.345.119

2.376.996

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 1.932.422

‒ 1.898.309

‒ 1.911.902

‒ 1.824.102

‒ 1.825.761

‒ 1.816.209

‒ 1.839.735

2.

Totaal operationele kasstroom

495.844

333.042

431.351

461.696

495.152

528.910

537.261

 

-/- totaal investeringen

‒ 639.441

‒ 739.000

‒ 772.000

‒ 630.000

‒ 619.000

‒ 486.000

‒ 486.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

33.299

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 606.142

‒ 739.000

‒ 772.000

‒ 630.000

‒ 619.000

‒ 486.000

‒ 486.000

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 28.945

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 286.954

‒ 351.830

‒ 371.372

‒ 409.345

‒ 452.738

‒ 488.829

‒ 542.434

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

627.911

739.000

772.000

630.000

619.000

486.000

486.000

4.

Totaal financieringskasstroom

312.012

387.170

400.628

220.655

166.262

‒ 2.829

‒ 56.434

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

412.515

303.182

363.162

415.513

457.927

498.007

492.834

Toelichting op het Kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstromen zijn aanzienlijk hoger dan de inkomsten en uitgaven in de baten-lastenbegroting. Deze kasstromen zijn namelijk inclusief de dienstverlening aan Defensie, de kasstromen vanuit de kas-verplichtingenbegroting en de werkzaamheden buiten begrotings-verband, welke op basis van de verslaggevingsregels niet tot de omzet worden gerekend.

Investeringskasstroom

De investeringen in Rijkshuisvesting en het daaruit voortvloeiende beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op lopende en voorgenomen huisvestings- en instandhoudingsprojecten in het betreffende jaar. In het voorjaar wordt de leenfaciliteit voor dat jaar geactualiseerd. Het RVB investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. De stijging ten opzichte van voorgaande jaren komt voornamelijk door de toenemende productie, zoals ook te zien is in de productietabel. In de opgave voor de leenfaciliteit is rekening gehouden met lopend werk, verwachte aankopen en de investeringen in pachtboerderijen.

Financieringskasstroom

De afdrachten aan het moederdepartement betreffen, conform de Regeling Agentschappen, het surplus op het eigen vermogen. Daarnaast gaat het om de aflossing op lopende en toekomstige leningen in het kader van de Rijkshuisvesting, de overname van vastgoed van andere rijksdiensten en aflossingen op leningen voor ontwikkelprojecten.

Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom. De investeringen van publiek-private samenwerkingen en investeringen door het RVB in projecten die buiten de baten- en lasten vallen, zijn daarbij niet opgenomen.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren 

Tabel 61 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RVB
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Omschrijving Generiek Deel

       

Fte-totaal (excl. Externe inhuur)

2.271

2.335

2.444

2.434

2.406

2.396

2.396

Apparaat-omzetindicator

24,6%

25,9%

29,9%

29,3%

28,4%

27,7%

26,9%

Saldo baten en lasten

13.687

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten (%)

1,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omzet per product (bedragen x € 1.000)

       

Ingebruikgeving

1.002.654

973.816

1.039.551

1.074.065

1.106.467

1.145.275

1.187.878

Waarvan extern

21.442

18.552

14.662

14.653

14.686

14.699

14.712

In stand houden vastgoed

71.074

191.755

186.422

186.422

186.422

186.422

186.422

Waarvan andere eigenaar

45.453

49.924

49.430

49.430

49.430

49.430

49.430

Projectrealisatie

129.927

66.273

74.667

74.544

74.532

74.532

74.529

Waarvan andere eigenaar

50.669

46.144

59.529

59.529

59.529

59.529

59.529

Verkoop

19.000

40.325

13.275

13.277

18.699

19.227

19.754

Expertise en advies

44.407

37.362

52.928

52.935

54.187

54.172

52.816

        

Omschrijving specifiek deel

       

Rijkshuisvestingsvoorraad x 1.000m² BVO1

5.680

5.495

5.163

5.131

5.169

5.235

5.264

Waarvan verhuurd

4.957

4.872

4.705

4.712

4.760

4.863

4.960

Waarvan leeg frictie

41

79

99

116

101

101

101

Waarvan leeg renovatie

367

239

232

200

195

158

86

Waarvan leeg afstoot

315

180

118

95

103

103

107

Waarvan derden

NNB

20

10

10

10

10

10

Waarvan eigendom

4.671

4.485

4.302

4.294

4.377

4.455

4.468

Waarvan huur

1.009

1.011

861

838

792

780

797

        

Indicator technische kwaliteit rijkshuisvesting

2,23

2,1-2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

2,1 ‒ 2,8

        

Voorraad beheerde Defensieobjecten

       

Gebouwen x 1.000 m² BVO1

6.046

5.886

5.729

5.680

5.666

5.576

5.576

Terreinen x 1.000 m²

342.396

339.292

337.970

337.547

337.462

333.717

333.717

        

Doelmatigheid verkoop vastgoed

‒ 4.586

> 0

> 0

> 0

> 0

> 0

> 0

        

Bezetting ambtelijke fte's ultimo

2.217

2.335

2.444

2.434

2.406

2.396

2.396

Projecten binnen budget gerealiseerd

80%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Projecten tijdig gerealiseerd

69%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Productiviteit

1.052

1.025

1.025

1.025

1.025

1.025

1.025

        

Prijsontwikkeling kantoren

       

Regiotarief

       

Gemiddeld kostprijstarief

270

278

332

    

Waarvan normatieve tarief- componenten per m2 eigendom*

       

Apparaatskosten: ontwikkeling volgt CPI**

20,62

21,12

22,95

    

Onderhoud kantoren aangepast aan prijsontwikkelingen markt

21,62

22,35

26,82

    

Energielasten aangepast aan prijsontwikkeling markt

18,26

18,70

33,65

    

Heffingen aangepast aan prijsontwikkeling markt

5,36

5,49

6,49

    

Uurtarieven**

127

123

134

    

* Bij huurpanden gelden andere opslagen en inflatie wordt afgetopt

       

** Rekening gehouden met nieuwe Cao Rijk 2022 ‒ 2024; voorlopig CPI juni nog aanpassen naar CPI aug

       
1

Bruto vloeroppervlak (BVO)

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

Generiek Deel

Omzet per product

Met de producten raakt het RVB de gehele keten van de huisvesting, vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw), het beheer, ontwikkeling en de afstoot. Het RVB werkt vraaggestuurd. De groei van de omzet voor ingebruikgeving heeft zowel te maken met de eerder ingezette toename in de vraag naar huisvesting vanuit de departementen als met het feit dat de voorraad met nieuwe huisvesting verjongt. Daarmee is sprake van hogere afschrijvingslasten, die worden doorberekend in de tarieven. De omzet voor projectrealisatie heeft met name betrekking op het realiseren van projecten in kantoren, (bijzondere) specialties en vastgoed en infrastructuur in eigendom van het ministerie van Defensie. De omzet voor expertise en advies neemt licht toe, onder andere als gevolg van de toename in expertise en adviesdiensten aan opdrachtgevers voor actuele maatschapelijke opgaven.

Saldo baten en lasten

Het saldo van baten en lasten geeft een meerjarig, sluitend resultaatbeeld.

Specifiek Deel

Rijkshuisvestingsvoorraad in 1.000 m2 BVO

De huisvestingsvoorraad neemt de komende jaren af door verkoop van eerder overtollig gesteld vastgoed. Het overtollig vastgoed is een gevolg van enerzijds het kabinetsbeleid en anderzijds adequate sturing door het RVB. Bij de gepresenteerde afname is rekening gehouden met de gevolgen voor de departementen van kabinetsbesluiten over de masterplannen huisvesting. Daarnaast is rekening gehouden met de verwachte overdracht van de objecten van de voormalige KLPD aan de Nationale Politie.

Indicator technische kwaliteit (ITK) Rijkshuisvesting

Dit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Deze conditie wordt medebepaald door de staat van het onderhoud en (vervangings)investeringen. Op grond van voorraadoverwegingen (o.a. is een pand wel/niet strategisch, blijft het wel/niet in de voorraad) worden economische afwegingen gemaakt over het uitvoeren van onderhoud en investeringen. Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad wordt dan een lagere ITK-score geaccepteerd.

Doelmatigheid verkoop vastgoed

Doelstelling is objecten te verkopen tegen tenminste de voorgecalculeerde bedragen die in een businesscase waren opgenomen.

Projecten binnen budget gerealiseerd

Met een norm van 85% is het doel om het overgrote deel van de projecten binnen het afgesproken budget uit te voeren. De ervaring leert dat het prognosticeren van de kosten van vastgoedprojecten niet eenvoudig is, onder meer omdat de uitkomsten van aanbestedingen zich lastig laten voorspellen. Daarnaast kunnen tijdens de uitvoering van de projecten tegenvallers aan het licht komen.

Projecten tijdig gerealiseerd

De norm voor het percentage projecten tijdig gerealiseerd is sinds 2016 getegen van 80% tot 85%. Deze norm houdt concreet in dat minder dan 15% van de projecten later wordt opgeleverd dan met de opdrachtgever is afgesproken. Een deel van de projecten kan vertragen doordat tijdens de uitvoering knelpunten aan het licht komen waar vooraf geen rekening mee is gehouden.

Productiviteit

De productiviteit geeft inzicht in de sturing op directe uren. Hoe meer directe uren worden ingezet, ofwel hoe minder indirecte/overige, hoe beter wordt gepresteerd.

Voorraad beheerde Defensieobjecten in 1.000 m2 BVO

De Defensieobjecten worden door het RVB onderhouden (instandhouding). Defensie voorziet de komende jaren een kleine krimp in haar portefeuille. Het voorgenomen Strategisch Vastgoedplan Defensie kan daarmee de komende jaren nog effect hebben op de nu opgenomen meerjarige reeks.

Regiotarief

Voor de kantoorhuisvesting worden jaarlijks drie regiotarieven vastgesteld: voor Den Haag, voor de rest van de Randstad en voor overig Nederland. Het cijfer voor 2023 geeft een indicatie van het gemiddelde tarief per vierkante meter voor komend jaar. Omdat de tarieven tot op heden worden geënt op basis van een vijfjaars-gemiddelde en nu nog onvoldoende inschatting kan worden gemaakt van onder meer de ontwikkelingen na 2027 en de prijsstijgingen als gevolg van inflatie, wordt alleen een verwacht tarief voor 2023 gepresenteerd. Het definitieve tarief wordt ultimo 2022 vastgesteld.

Normatieve tariefcomponenten

Naast de werkelijke gebouwgebonden investeringskosten van rente en afschrijving, bevat het regiotarief ook een viertal normatieve tariefcomponenten per m2. Dit zijn de apparaatskosten, onderhoud, energielasten en heffingen. De hier gepresenteerde cijfers over 2023 bevatten de verwachte kosten per vierkante meter.

Uurtarieven

Voor alle producten uit de Producten Diensten Catalogus waarvoor het RVB de dienstverlening levert, geldt een uurtarief. Het gemiddelde uurtarief van het RVB is in 2022 vastgesteld op € 123,-. De afspraken die zijn gemaakt in de nieuwe CAO Rijk 2022-2024 zijn, net als de prijsontwikkeling van de overige materiële kosten, verwerkt in de kosten voor 2023. De verwachting is dat de tarieven conform de CPI zullen stijgen in 2023. Op basis van de CPI juni stijgen de tarieven naar € 134,-. Deze zullen uiteindelijk nog worden aangepast naar de CPI augustus. Ook voor het uurtarief geldt namelijk dat deze nog definitief moet worden vastgesteld ultimo 2022.

Productie RVB

De verwachte stijging in de opgave voor ingebruikgeving ten opzichte van 2022 heeft betrekking op rente en afschrijvingen van DBFMO die is meegenomen in de begroting. In de opgave voor projectrealisatie is rekening gehouden met lopend werk, verwachte aankopen en de investeringen in pachtboerderijen.

Tabel 62 Productie RVB (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2021

Vastgestelde begroting 2022

2023

2024

2025

2026

2027

Ingebruikgeving

660.222

440.135

752.219

752.083

746.187

735.491

755.134

Onderhoud

404.169

477.092

438.423

404.423

400.423

395.423

392.423

Project realisatie

941.032

1.155.710

1.243.458

1.067.981

1.059.645

926.291

921.947

Verkoop

161.000

97.623

74.178

56.883

62.305

62.832

63.359

Expertise en Advies

174.021

128.751

145.329

140.115

139.130

139.388

137.360

        

Totaal productie

2.340.444

2.299.311

2.653.608

2.421.484

2.407.690

2.259.424

2.270.223

8

Licence