Base description which applies to whole site

2.1 Beleidsprioriteiten

LNV Beleidsagenda 2023

Op het terrein van het Ministerie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit komt een aantal grote maatschappelijke kwesties bij elkaar. Aan de ene kant is het noodzakelijk dat we de natuur herstellen en beschermen. Aan de andere kant willen we ruimte bieden voor economische ontwikkeling, zeker ook van de landbouw, visserij en tuinbouw. Daarvoor is een nieuwe balans nodig. Het kabinet-Rutte IV heeft als een belangrijk speerpunt om de grote en urgente maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied rondom natuur, water en klimaat op te lossen. Het kabinet wil dit doen met een integrale, zowel gebiedsoverstijgende als gebiedsgerichte aanpak voor stikstof, water, klimaat en natuur. Hiermee moeten nationaal en internationaal dwingende doelen gerealiseerd worden. Deze aanpak zal onvermijdelijk leiden tot ingrijpende aanpassingen in het landelijk gebied en de agrarische sector. Dit kan alleen een succes worden als we tegelijkertijd zorgen voor nieuw perspectief. Voor boeren, tuinders en vissers, die in en rondom die natuur hun brood verdienen en behoefte hebben aan duidelijkheid en consistent beleid voordat ze noodzakelijke investeringen kunnen doen. Maar het perspectief is ook nodig voor gezinnen die naarstig op zoek zijn naar een huis, voor ondernemers die hun bedrijf duurzaam willen uitbreiden, en voor iedereen die gebruikmaakt van weg of spoor.

Voor de integrale gebiedsgerichte aanpak wordt het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) een belangrijke drager. Het Rijk legt in het NPLG de structurerende, richtinggevende keuzes en (regionale) doelen vast, zodat landelijke doelen onontkoombaar gehaald zullen worden. Het kabinet hecht eraan dat alle sectoren een evenredige bijdrage leveren om de doelen te halen. Zo ligt er in de sectoren industrie, bouw en mobiliteit een grote verduurzamingsopgave. Hier werken Rijk en regio hard aan, onder andere via maatregelen en middelen vanuit nationaal klimaatbeleid of Europese regelgeving, waarmee ook de stikstofuitstoot sterk gereduceerd wordt.

De inzet is om de maatregelen zo vorm te geven dat ze een duurzame, innovatieve en concurrentiekrachtige landbouw in Nederland mogelijk maken, waarin boeren een goed verdienvermogen hebben. Want de landbouw is niet alleen onmisbaar doordat zij voedsel produceert, maar ook doordat zij mogelijkheden biedt om de biodiversiteit te versterken, koolstof vast te leggen, water vast te houden, de landschappelijke kwaliteit, de culturele identiteit en ons erfgoed recht te doen, en een gezonde leefomgeving voor mens en dier te bieden. Het is van groot belang dat agrariërs de gelegenheid krijgen om de benodigde transities zelf mede vorm te geven. Naar aanleiding van een breed gesteunde motie-Klaver ontvangt de Kamer later dit najaar een brief waarin concreter wordt ingegaan op de toekomst van de landbouw, de wijze waarop LNV agrarische ondernemers wil ondersteunen en ook welke rol ketenpartijen daarin spelen.

Het nieuwe beleid krijgt vorm in een continent waar een oorlog gaande is, in een wereld waar de tegenstellingen tussen machtsblokken toenemen, op een planeet waar de effecten van klimaatverandering zich steeds sterker manifesteren. Niet alleen in Nederland is er daarom behoefte aan een toekomstbestendig voedselsysteem en beschikbaarheid van voldoende en betaalbaar voedsel. De urgentie daarvan is het meest aan de orde in minder ontwikkelde landen. In Nederland is de voedselzekerheid niet in het geding. Nederland blijft, binnen gegeven ecologische grenzen, een belangrijke voedselproducent en zal met zijn hoogwaardige kennis en kunde ook elders bijdragen aan verbetering van het voedselsysteem.

2. Integrale aanpak stikstof, water, klimaat en natuur 

In 2023 staat de stap naar de uitvoering van de integrale gebiedsgerichte aanpak centraal. Het kabinet werkt samen met provincies en andere betrokken partijen aan de uitvoering van een integrale aanpak die zich richt op stikstof, en de (Europese) normen en opgaven voor de waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit. Met de integrale aanpak stuurt het kabinet op het onontkoombaar realiseren van de doelstellingen. De integrale gebiedsgerichte aanpak zal leiden tot grote aanpassingen in het landelijk gebied. Doel is de natuur te herstellen, de water- en bodemkwaliteit te verbeteren, de uitstoot van broeikasgassen te verlagen en de vergunningverlening weer op gang te brengen voor maatschappelijke opgaven als woningbouw, mobiliteit, bedrijvigheid, landbouw en de energietransitie. De aanpak bestaat zowel uit landelijke als uit gebiedsgerichte maatregelen. Het NPLG is het beleidskader. Daarin worden richtinggevende, structurerende keuzes en (regionale) doelen op het vlak van stikstof en natuur, klimaat en water vastgelegd als basis voor de integrale gebiedsprogramma’s van provincies. Provincies stellen met alle lokale belanghebbenden integrale gebiedsprogramma’s op, die uiterlijk 1 juli 2023 klaar zijn. Ze doen dat aan de hand van de kenmerken van het gebied, waarbij in het bijzonder bodem en water sturende factoren zijn. Medio 2023 zal het kabinet het ontwerp-NPLG vaststellen, inclusief de definitieve (regionale) doelen en structurerende keuzes. Parallel worden de sectorale stikstofdoelen uitgewerkt voor de andere sectoren zoals mobiliteit en industrie: begin 2023 richtinggevend en vervolgens medio 2023 definitief.

Voor de uitvoering van goedgekeurde gebiedsplannen kunnen provincies vanaf 2024 financiële middelen toegekend krijgen uit het Transitiefonds. In aanvulling op bestaande middelen gaat het hierbij om 24,3 miljard euro tot en met 2035 voor de aanpak van stikstof, water en klimaat in het landelijk gebied. Voor het Transitiefonds wordt een Instellingswet ingediend, opdat het fonds per 1 januari 2024 operationeel is.

Op verzoek van de minister voor Natuur en Stikstof hebben de provincies in het voorjaar van 2022 voorstellen ingediend om de integrale gebiedsgerichte aanpak versneld van start te laten gaan. De versnellingsvoorstellen moeten vooruitlopend op de gebiedsprogramma’s in de jaren 2022 en 2023 bijdragen aan de doelen in de integrale gebiedsgerichte aanpak: natuur (inclusief stikstof), water en klimaat. De voorstellen voorzien in de aankoop van onder andere bedrijven, de afwaardering van gronden, innovatie, kennisontwikkeling, het vergroten van maatschappelijke betrokkenheid en het uitvoeren van KRW-, natuur- en stikstofmaatregelen. Op het budget Specifieke uitkering wordt in 2023 in totaal €275 mln. vanuit het Transitiefonds vrijgemaakt voor de Provinciale Uitvraag die voortbouwt op het eerdere traject van 2022.

Met de oprichting in 2022 van de regieorganisatie transitie landelijk gebied (RTLG) stelt het kabinet het Rijk, provincies en andere overheden in staat om te komen tot een succesvolle en slagvaardige uitvoering van de transitie van het landelijk gebied volgens de in het NPLG opgenomen doelen. De regieorganisatie ondersteunt en adviseert de provincies bij de transitiesprocessen. Namens de Minister voor Natuur en Stikstof is RTLG belast met vrijgeven van middelen op basis van een gezamenlijk afgesproken toetsingskader en met het monitoren en zo nodig bijsturen van de integrale gebiedsprogramma’s op doelbereik.

De implementatie van het bronmaatregelenpakket zoals besloten binnen de structurele aanpak stikstof ten tijde van het vorige kabinet Rutte -III wordt onder het huidige kabinet doorgezet. Bij de implementatie is inmiddels wel geconstateerd dat er zowel sprake is van vertraging als van tegenvallende prognoses. Bovendien zijn aanvullende maatregelen nodig om de doelstellingen uit huidige Coalitieakkoord voor 2030 en verder te halen. Daarom wordt doorlopend gekeken naar opties voor intensivering en uitbreiding van het bronmaatregelenpakket zodat enerzijds bijsturing kan plaatsvinden binnen het huidige maatregelenpakket indien nodig en anderzijds de ambities van het kabinet Rutte-IV kunnen worden behaald. In 2023 zal in ieder geval gekeken worden naar:

  • Het vormgeven van de maatregelen die onderdeel zijn van de klimaatopgave, maar ook stikstofreductie realiseren;

  • Maatregelen die het huidige pakket vervlechten met de maatregelen die voortkomen uit de gebiedsplannen.

Deze maatregelen worden zo veel mogelijk integraal opgepakt. Verder wordt gewerkt aan continue voortgangsbewaking van de implementatie van de bronmaatregelen en geacteerd op signalen die daar uit voortkomen.

Om meer zekerheid en duidelijkheid te bieden aan initiatiefnemers en het bevoegd gezag, werkt LNV samen met vertegenwoordigers van bevoegde instanties aan het aanscherpen en verduidelijken van het beleid en aan het instrumentarium van toestemmingverlening. De beleidslijn die in de Hoofdlijnenbrief (Kamerstukken 33576, nr. 265) en in de concrete uitwerking daarvan in de Kamerbrief over de toestemmingsverlening zijn daarbij het uitgangspunt. Het kabinet blijft breed zoeken naar mogelijkheden om zo snel als mogelijk de PAS-melders te legaliseren.

Het kabinet stelt voor 2023 € 250 mln. beschikbaar voor de legalisatieopgave van de PAS-melders. Met deze middelen worden de provincies in staat gesteld om de benodigde maatregelen te treffen om de problematiek van de PAS-melders versneld op te lossen. De middelen kunnen door provincies worden ingezet voor maatregelen om een reductie van stikstofdepositie te bewerkstelligen waarmee stikstofruimte wordt gegenereerd om PAS-melders te legaliseren door het verlenen van toereikende natuurvergunningen en/of additionele maatregelen. Met deze middelen is het zodoende voor de provincies mogelijk om het noodzakelijke maatwerk te bieden.

Om natuur effectief en efficiënt te herstellen is een robuuste kennisbasis van groot belang. Omdat ieder natuurgebied anders is, verschilt ook de opgave per gebied. Via natuurdoelanalyses wordt inzichtelijk gemaakt wat de toestand is van een stikstofgevoelig Natura2000-gebied en of er noodzaak is voor aanvullende bronmaatregelen en/of aanvullende natuurherstelmaatregelen. Deze informatie wordt opgenomen in de integrale gebiedsprogramma’s. De natuurdoelanalyses worden uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 afgerond.

In de tweede helft van 2022 wordt de Ecologische Autoriteit formeel ingesteld en wordt deze ook operationeel. Deze autoriteit is onafhankelijk en zal zorgdragen voor de wetenschappelijke toetsing van de natuurdoelanalyses en de gebiedsprogramma’s. Daarmee zal de Ecologische Autoriteit in 2023 een grote hoeveelheid werkzaamheden moeten gaan verrichten. De Ecologische Autoriteit richt zich vooralsnog vooral op stikstofgevoelige natuur. In 2023 zal verkend worden of de toetsing kan worden verbreed naar ook advisering op brede ecologische vraagstukken.

3. Natuur beschermen, het verlies van biodiversiteit herstellen en bewegen naar een natuurinclusieve samenleving

LNV werkt in 2023 samen met veel andere partijen verder aan het beschermen en versterken van de natuur. Dit gebeurt door de versnelling van de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland door de provincies (Kamerstukken 33576, nr. 253), door de realisatie van het Programma Natuur, de gezamenlijke Bossenstrategie van Rijk en provincies (Kamerstukken 33576, nr. 202) en de aanpak Grote Wateren. Met deze inzet werkt het kabinet aan het bereiken van de doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De rol van LNV hierbij is die van stelselverantwoordelijke voor het natuurbeleid. Het vervult die rol met de inzet van Staatsbosbeheer, het stelsel van monitoring van natuur via het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) en het stellen van doelen voor beschermde gebieden.

LNV draagt verder verantwoordelijkheid voor het nakomen van verplichtingen in EU-verband (zoals de EU-Biodiversiteitstrategie) en op wereldwijd niveau (VN-Biodiversiteitsverdrag CBD). Daarbij beoogt het kabinet een sterkere vertaling van de Europese en internationale afspraken waaraan we ons hebben gecommitteerd naar de uitvoering van het nationale natuurbeleid. Als onderdeel van die EU-Biodiversiteitstrategie is in 2022 het voorstel voor een EU-verordening natuurherstel verschenen. Dit voorstel moet bijdragen aan doorlopend, langdurig en bestendig herstel van diverse en veerkrachtige natuur in de Unie, zowel op land als zee door herstel van ecosystemen, habitattypen en soorten. Het voorstel bevat verschillende bindende natuurdoelen en verplichtingen voor een breed scala aan ecosystemen. Het gaat onder andere om een verdere concretisering van habitattypen en soorten die reeds beschermd worden op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en om een nieuw vereiste dat habitattypen en herstelde leefgebieden van soorten ook buiten Natura2000-gebieden niet mogen verslechteren. Het BNC-fiche over de verordening is toegezegd aan de Kamer voor 9 september 2022. In 2023 (en mogelijk ook 2024) zal op EU niveau onderhandeld worden tussen Commissie, lidstaten en Europees parlement over dit voorstel. Ook andere onderdelen van de EU-Biodiversiteitsstrategie, zoals het voorstel met betrekking gebiedsbescherming, zullen aan de orde komen in de Milieuraad. Op VN-niveau zal in 2023, via een nationale biodiversiteitstrategie en actieplan, worden gewerkt aan de eind 2022 overeen te komen afspraken over een wereldwijd raamwerk voor biodiversiteit, in het kader van het VN-Biodiversiteitsverdrag (CBD).

Het programma Natuur richt zich op herstel en versterking van natuurgebieden die gevoelig zijn voor stikstof. Voor dit programma is 2023 het laatste jaar van de eerste fase (2021-2023). Het jaar 2023 staat daarom in het teken van enerzijds de uitvoering van maatregelen, anderzijds het voorbereiden van de tweede fase (2024-2030). De Natuurdoelanalyses en de bouwstenen van de actualisatie doelensystematiek vormen de basis voor het stellen van prioriteiten. Dit gebeurt in nauwe samenhang met andere maatschappelijke opgaven uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied.

Naast de hierboven genoemde gebiedsbescherming werkt LNV in 2023 samen met provincies, IenW/Rijkswaterstaat en andere partijen aan de bescherming van soorten binnen en buiten Natura2000-gebieden op grond van de soorten die de Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt. Het Rijk ontwikkelt kaders om ervoor te zorgen dat er bij het realiseren van de energietransitie en woningbouw rekening wordt gehouden met de aanwezige soorten. Waar kennis over de staat van instandhouding van soorten en effectieve mitigerende maatregelen ontbreekt, wordt die aangevuld. In 2023 zal voorts met provincies en betrokken partijen worden gewerkt aan een duurzame benutting van de natuur, waarbij ook jacht en faunabeheer meer gebiedsgericht worden ingezet. Jacht, faunabeheer en schadebestrijding zijn dan mogelijk in gebieden waar het goed gaat met de soort. In EU-verband zet Nederland in op het verminderen van de bijvangst van bruinvissen bij de staand wantvisserij.

Via de Agenda Natuurinclusief, onderdeel van het programma Natuur, werken we aan herstel van de natuur buiten de Natura 2000-gebieden in acht domeinen: bouw, energie, financiële sector, infrastructuur, natuurinclusieve landbouw, onderwijs, water, vrijetijdseconomie. In 2023 staat er een stevige organisatie en zal voor alle domeinen duidelijk zijn welke uitvoeringsstappen zij al hebben gezet, welke stappen ze nog zullen zetten, en wat zij daarvoor nodig hebben. Ook zal in 2023 onderzocht worden op welke domeinen de agenda verbreed kan worden. Naar verwachting stuurt LNV in het najaar van 2023 een Agenda Natuurinclusief 2.0 naar de Tweede Kamer.

Het realiseren van een natuurinclusieve samenleving vindt niet alleen plaats in landelijk gebied, maar ook in stedelijk gebied. Samen met BZK, IenW en VWS werkt LNV aan natuurherstel in en om de stad via een integrale programmatische aanpak Groen in en om de stad en het programma Groene en Gezonde Leefomgeving, waarbij de diverse opgaven, zoals klimaatadaptatie, gezondheid, woningbouw en isolatieopgave in samenhang worden aangepakt en verbindingen worden gelegd met programma’s op die onderwerpen.

Ook voor de grote wateren en de Noordzee zet LNV in op het versterken van natuur in aangewezen natuurgebieden (Natura2000 en Kaderrichtlijn Mariene Strategie) en het verbeteren van biodiversiteit door natuurinclusief ontwikkelen daarbuiten. Voor de Noordzee ligt het accent ook in 2023 op het implementeren van het Noordzeeakkoord en de EU-Biodiversiteitstrategie. De ambitie voor Wind op zee krijgt onder andere gestalte in de Partiële Herziening van Programma Noordzee 2022-2027. Uitgangspunt is dat uitbreiding van Wind op zee alleen mogelijk is als dat past binnen de ecologische draagkracht. Natuurinclusief bouwen en het versterken van het ecosysteem van de Noordzee is essentieel. Hieraan geeft LNV met EZK, IenW en andere partijen invulling via het programma Natuurversterking Noordzee.

Voor de grote wateren ligt het accent op voortzetting van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Voorbeelden van PAGW-projecten zijn de aanleg van eilanden zoals de Marker Wadden en de planuitwerking voor de zandsuppletie van de Galgenplaat in de Oosterschelde. Naast de PAGW wordt ingezet op het implementeren van het natuurwinstplan en het aanscherpen van ambities ten behoeve van de te actualiseren Natura 2000-beheerplannen (tussen 2023 en 2025 met Rijkswaterstaat als trekker). Een van de prioriteiten is de verdere uitwerking en implementatie van de trajecten en acties uit het Beleidskader Natuur Waddenzee. Over de hoofdlijnen hiervan zal de Tweede Kamer binnenkort worden geïnformeerd.

Nationale Parken zijn de parels van de Nederlandse natuur en kunnen een belangrijke rol spelen in het natuurbeleid. Het Rijk is systeemverantwoordelijk voor de Nationale Parken. Het huidige programma nationale parken loopt eind 2022 af. Gezien de rol die de organisaties van de nationale parken kunnen spelen bij het verbinden van natuur met andere functies in de omgeving en de mogelijke rol bij de invulling van de grote ruimtelijke opgaves, werkt LNV samen met de provincies, de parken en de partners aan een nieuw beleidsprogramma, gebaseerd op de evaluatie van het programma nationale parken in 2022. Daarbij neemt LNV mee dat nationale parken een goede rol kunnen vervullen in de gebiedsgerichte uitwerkingen van het nationaal programma landelijk gebied. In 2023 werkt LNV de organisatie en financiering samen met de provincies en de nationale parken verder uit tot nieuwe afspraken. Intussen is voor 2023 geld op de LNV-begroting beschikbaar voor o.a. educatie, kwaliteitsverbetering van parken (de Tijdelijke Regeling Ondersteuning Nationale Parken), ondersteuning van het stelsel door het Nationale Parken Bureau, monitoring, evaluatie, onderzoek en toetsing.

De natuur in Caribisch Nederland staat onder grote druk. Zo gaat bijvoorbeeld het unieke koraal snel achteruit. Om het behoud en de ontwikkeling van natuur zeker te stellen is een Natuur en milieubeleidsplan 2020-2030 (NMBP) opgesteld. De uitvoering van het NMBP en de eilandelijke uitvoeringsagenda’s wordt in de komende periode met prioriteit aangepakt. In het bijzonder gaat in het NMBP de aandacht uit naar erosiebestrijding, verbetering van de waterkwaliteit, afval, herbebossing, ruimtelijke planvorming, handhaving, landbouw en toerisme. Er is ook aandacht voor de versterking van de uitvoeringscapaciteit van de eilanden. Met de andere landen van het Koninkrijk (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) wordt onderzocht of verdere samenwerking op het terrein van LNV mogelijk is.

LNV werkt in 2023 verder aan de implementatie van de Omgevingswet door het Digitaal Stelsel Omgevingswet verder te optimaliseren en te vullen met actuele informatie zoals de Aanwijzingsbesluiten N2000 en Toegangsbeperkende besluiten die via dit stelsel getoond worden.

4. Klimaatopgave landbouw en landgebruik

In 2022 is het reductiedoel in de Klimaatwet aangescherpt: in Nederland moet de broeikasgasuitstoot in 2030 ten minste 55% lager zijn dan de uitstoot in 1990. De beleidsinzet richt zich op een reductie van 60%. Voor de landbouw en het landgebruik zijn nieuwe emissiedoelen bepaald (Kamerstukken 32813, nr. 974). Met het ontwerpbeleidsprogramma klimaat (Kamerstukken 32813, nr. 1049) heeft het kabinet het pakket met maatregelen voor de komende jaren gepresenteerd. De uitvoeringsagenda bij het beleidsprogramma is voor LNV met ingang van 2023 de leidraad voor de uitvoering. LNV zal actief sturen op het te behalen resultaat en een passende instrumentenmix inzetten. De beleidsaanpak verschuift daarmee van stimulerend en faciliterend naar meer sturend en dwingend.

Eind 2022 publiceert de Europese Commissie het voorstel voor de verordening voor de certificering van koolstofverwijdering. In 2023 zal LNV uitwerken wat dit voorstel betekent voor het Nederlandse beleid voor koolstoflandbouw, in het bijzonder de certificering van koolstofvastlegging. De onderhandelingen in Europa over het ‘Fit for 55’-pakket zijn of worden afgerond in 2023. Dan is duidelijk welke regels de Europese Commissie stelt en wat hiervan de consequenties zijn voor de landbouw en het landgebruik in Nederland. Nederland moet eind 2023 het Integrale Nationale Energie- en Klimaatplan (INEK) indienen bij de Europese Commissie. LNV geeft in dit plan aan hoe Nederland invulling geeft aan het Europees klimaatbeleid voor de landbouw en het landgebruik. Dit betreft onder meer de wijze waarop Nederland gaat bijdragen aan de Europese ambitie om in 2035 op EU-niveau klimaatneutraal te zijn voor landbouw en landgebruik.

Landelijk gebied

De klimaatmaatregelen die betrekking hebben op het landelijk gebied zijn onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). In 2022 is de vervlechting van de klimaataanpak in het NPLG voorbereid. In 2023 zal hier concreet invulling aan worden gegeven.

Verduurzaming Glastuinbouw

Daarnaast ligt er een opgave voor de glastuinbouw om minder broeikasgas uit te stoten. In de Kamerbrief 32627-39 van 22 april 2022 is een pakket maatregelen beschreven waarmee door middel van stimuleren en beprijzen klimaatneutrale glastuinbouw in 2040 wordt gefaciliteerd. Gedurende 2023 zal er specifiek aandacht zijn voor onder meer het individuele sectorsysteem, dat de tuinder stimuleert om energiezuinig te produceren én tegelijk de beweging naar een klimaatneutrale productie borgt. Dit krijgt uitwerking in een wetsvoorstel. Verder ontwikkelt EZK een subsidie-instrument, toegesneden op warmtenetten voor de gebouwde omgeving. Bedrijven uit bijvoorbeeld de industrie of de glastuinbouw die in de buurt van zulke warmtenetten gevestigd zijn, kunnen als ankerklant gebruikmaken van deze warmtenetten en zo de business case ervan verbeteren. LNV zal onderzoeken wat voor sec tuinbouwwarmteprojecten het best werkbaar is: inpassing in deze regeling of twee naast elkaar staande regelingen. Voorstellen hiervoor zullen worden uitgewerkt. Ook faciliteert LNV CO2-levering aan de glastuinbouw door middel van maatwerksubsidie voor een CO2-vloeistofmaker en verkent LNV de mogelijkheden om de glastuinbouw ook onder de energiebesparingsplicht te laten vallen.

5. Een toekomstbestendige landbouwsector

Toekomst landbouw

De agrarische sector staat voor stevige verduurzamingsopgaven. De richting is duidelijk: het coalitieakkoord bevestigt dat de agrarische sector een omslag moet maken naar kringlooplandbouw. Met kringlooplandbouw wordt het gebruik van schaarse grondstoffen en milieubelastende hulpmiddelen vermeden en wordt gezorgd voor een sterke natuur, waarvan onze voedselvoorziening afhankelijk is. Daarnaast gaat het bij kringlooplandbouw om respect voor dieren. Boeren hoeven deze omslag niet alleen te maken: de hele keten én de overheid, maar ook de consument hebben daarbij een onmisbare en belangrijke rol te vervullen. Een krachtige sector, die economisch sterk genoeg is om de transitie te maken, is een randvoorwaarde bij het behalen van de natuur- en milieudoelen. Als agrarische ondernemers in staat worden gesteld om emissies te verminderen en bij te dragen aan natuur en landschap, zijn zij onderdeel van de oplossing.

Het toekomstperspectief verschilt per agrarische onderneming en is afhankelijk van zowel persoonlijke ambities van de ondernemer als de (gebiedsspecifieke) omstandigheden van de onderneming. Naar aanleiding van een breed aangenomen motie van de Kamer (Kamerstuk 33 576, nr. 29) zal begin september 2022 een brief aan de Kamer aangeboden worden waarin wordt ingegaan op de noodzaak van verduurzaming, de toekomst van de landbouw per sector en wat er voor nodig is om dit toekomstbeeld te bereiken. De concrete uitwerking hiervan zal plaatsvinden in de gebiedsprocessen. Het bereiken van dit toekomstbeeld vraagt om verantwoordelijkheid van ketenpartijen om bij te dragen aan een duurzaam inkomen voor de boer en kaders en financiële en bedrijfsgerichte ondersteuning vanuit de overheid om kringlooplandbouw toe te kunnen passen.

Met de agrarische ondernemersagenda blijft LNV boeren steunen in hun verdienvermogen. Dat doet het ministerie door het stimuleren van (nieuw) ondernemerschap, het belonen van publieke diensten, het versterken van de marktmacht van agrariërs en het bevorderen van een gelijker speelveld. Binnen deze randvoorwaarden die de overheid bepaalt, is de agrarische ondernemer zelf verantwoordelijk voor zijn verdienmodel. LNV bewaakt de positie van de ondernemer op de markt. Dat gebeurt door monitoring van de landbouwmarkten en overleg met ketenpartners voor meer transparantie in de kostenverdeling in de keten. Dat laatste gebeurt mede via onderzoek van de ACM dat de margeverdeling voor specifieke producten inzichtelijk maakt.

Voor de transitie in de landbouw is het nodig dat alle schakels in de keten hun verantwoordelijkheid nemen en bijdragen. Het coalitieakkoord spreekt over ‘een niet-vrijblijvende bijdrage’ en kondigt aan dat ketenpartijen zullen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid in de transitie naar een duurzamer voedselsysteem. Zij kunnen immers het verdienmodel verbeteren voor boeren die willen verduurzamen. LNV maakt daarom met banken, toeleveranciers, de verwerkende industrie en de retail afspraken over het versterken van de positie van de boer in de keten. Mocht in februari 2023 blijken dat acties in de praktijk onvoldoende opleveren, dat de positie van de boer niet verbetert en de duurzaamheidinspanningen van de ketenpartijen achterblijven, dan volgt er bindend juridisch instrumentarium, inclusief wettelijke verplichtingen.

Verduurzaming veehouderij

Voor de verduurzaming van de veehouderij blijven bestaande instrumenten in 2023 beschikbaar. Voor technische innovatie stelt LNV onderdelen van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) open. Veehouders kunnen hiermee innovatieve technieken en/of managementmaatregelen ontwikkelen en deze vervolgens breder toepassen. Dit moet resulteren in een vermindering van de uitstoot van ammoniak, methaan, geur en fijnstof, wat ook de biodiversiteit ten goede komt. Daarbij is er ook aandacht voor verbetering van dierenwelzijn en brandveiligheid.

Ook blijft het meerjarige onderzoeks- en innovatieprogramma Integraal Aanpakken Methaan en Ammoniak in de veehouderij bijdragen aan het ontwikkelen van praktische maatregelen om de emissie van methaan en ammoniak te verlagen. LNV werkt naar een nieuw systeem op basis van gemeten emissies om belemmeringen bij innovaties weg te nemen. Dit op grond van het advies van de Taskforce Versnelling Innovatieproces Stalsystemen uit 2021 en het nog uit te brengen advies van de kwartiermaker. LNV blijft de dierlijke sectoren ondersteunen in de uitvoering van integrale plannen voor verduurzaming. Als extra stimulans tot verduurzaming, zet LNV, samen met andere partijen, in op het vergroten van de vraag naar duurzame dierlijke producten, samen met andere partijen (Marktprogramma verduurzaming).

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv)

Ook voor de ondersteuning van ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen is in 2023 instrumentarium beschikbaar. Eén van de instrumenten is de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) (Kamerstukken 33567, nr. 265). Met de Lbv kunnen melkvee-, varkens- en pluimveehouders hun bedrijf of een locatie van hun bedrijf vrijwillig en met subsidie beëindigen. Het doel van de regeling is om stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige en overbelaste Natura 2000-gebieden te verminderen. Naar verwachting is in 2023 duidelijk welke melkvee-, varkens- en pluimveehouders deelnemen aan de Lbv.

Dierenwelzijn

Onderdeel van het creëren van een langjarig perspectief voor de landbouw is het streven naar een ‘dierwaardige veehouderij’, waarbij de gedragsbehoeften van het dier leidend zijn. Daartoe wordt een convenant afgesloten met diersectoren, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties. Alle schakels in de keten worden bij het convenant betrokken. Bij de uitwerking zal er aandacht zijn voor de leefomgeving van dieren, de bedrijfsvoering en het marktperspectief voor producten die voldoen aan hoge standaarden voor dierenwelzijn. Het convenant moet eind 2023 zijn afgesloten. In wetgeving worden elementen van dierwaardigheid nader verankerd.

Ook op Europees niveau geeft LNV invulling aan de beschreven ambitie. In het kader van de herziening van de EU-regelgeving op het gebied van dierenwelzijn zet LNV zich in voor een verbreding en aanscherping van deze regelgeving. De inzet van LNV is dat langeafstandstransporten van slachtdieren en jonge ‘ongespeende’ dieren, zoals kalveren, niet meer toegestaan zijn en dat er aan langeafstandstransporten van levende dieren over zee en land naar derde landen een einde komt (Kamerstukken 28286, nr. 1255).

Om de fysieke en mentale gezondheid van gezelschapsdieren te verbeteren, richt het beleid zich op de rol en verantwoordelijkheid van de dierhouder en de behoeften van het dier. Dieren moeten niet lijden onder ernstige afwijkingen of ziekten alleen omdat mensen een dier met een bepaald uiterlijk willen hebben. LNV zet fors in op beleid rond het fokken van en handel in dieren, met de focus op hond en kat. Zo verkent LNV een verbod op tentoonstellingen van dieren met ernstige gebreken, werkt het aan het terugdringen van bijtincidenten en aan een huis- en hobbydierenlijst die de behoeften van het dier en de veiligheid van mensen, gelet op zoönotische risico’s, meeweegt. Met het oog op verantwoord houderschap richt het beleid zich in de komende jaren op het gedrag van de houder om daarmee het dierenwelzijn beter te borgen..

Diergezondheid

De coronapandemie laat zien hoe ingrijpend de gevolgen van zoönosen kunnen zijn. Het kabinet wil daarom de kans op een volgende pandemie verkleinen. De komende periode staat in het teken van de uitvoering van het actieplan versterken zoönosenbeleid (Kamerbrief 6 juli 2022). Diverse onderdelen van het actieplan worden op dit moment reeds uitgevoerd; de uitvoering van het plan loopt door tot en met 2026. Het doel van het actieplan van VWS en LNV is om de risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. Het actieplan strekt zich uit over de volle breedte van One Health (leefomgeving, veterinair en humaan), nationaal en internationaal, en richt zich op preventie, detectie en respons.

De vele uitbraken van vogelgriep, in de periode vanaf oktober 2021 tot in de zomer van 2022, nopen LNV en de pluimveesectoren tot het zoeken naar een langetermijnstrategie om de voortdurende dreiging van het vogelgriepvirus het hoofd te kunnen bieden (Kamerstukken 28807, nr. 246). Binnen deze strategie wordt gewerkt aan verschillende acties: inzet van vaccinatie, vergroten van bioveiligheid op bedrijven en maatregelen op het gebied van de ruimtelijke ordening.

Het streven naar vermindering van het antibioticagebruik op veehouderijbedrijven wordt voortgezet. Daarbij is het van het grootste belang dat ‘kritische antibiotica’ toepasbaar blijven. Zij kunnen een laatste redmiddel zijn bij zorg aan mensen. Internationaal draagt LNV het Nederlandse beleid uit om antibioticagebruik te verminderen.

Mest

Bij de transitie naar een duurzame landbouw via het sluiten van kringlopen speelt mest een cruciale rol. Hervorming van het mestbeleid draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater (Kamerstukken 33037, nr. 374 en 33037, nr. 395) en helpt de stikstof- en klimaatdoelstellingen te halen. Uitgangspunten van het toekomstig mestbeleid zijn een volledig grondgebonden melk- en rundveehouderij in 2032, afvoer en verwerking van alle mest van niet-grondgebonden bedrijven en een gebiedsgerichte aanpak in gebieden waar doelen voor waterkwaliteit niet gehaald worden. Parallel aan de hervorming van het mestbeleid implementeert LNV het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn 2022-2025 en het addendum. Om het gebruik van kunstmest te reduceren zet LNV Europees in op een landenspecifieke oplossing voor het gebruik van hoogwaardige producten uit dierlijke mest. Met een digitale realtime verantwoording van het transport van mest versterken LNV, NVWA en RVO de handhaving.

Europees en internationaal kader

Het kabinet zoekt steeds naar optimale Europese en internationale condities voor de transitie van de landbouw. Dat doet het in de eerste plaats via het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbouwbeleid (GLB), dat per 1 januari 2023 in werking treedt. Het toekomstig GLB kenmerkt zich door meer doelgerichte betalingen in plaats van inkomensondersteuning. Kenmerk van het nieuwe GLB is een sterkere focus op agrariërs die zich inspannen om de omslag te maken naar een duurzame bedrijfsvoering. Ook krijgt het GLB meer gebiedsgericht vorm om zo agrariërs die bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, biodiversiteit en versterking van de kwaliteit van het landschap te ondersteunen.

Voor behoud van het verdienvermogen van de landbouwondernemer blijft het van groot belang om de afzetmarkten voor Nederlandse producten optimaal toegankelijk te houden, zowel binnen de EU als daarbuiten. LNV maakt afspraken met overheden van derde landen over het wegnemen van veterinaire en fytosanitaire belemmeringen om zo markten te verkrijgen en te behouden voor Nederlandse agrofoodbedrijven. Nederland zet zich bij handelsakkoorden tussen de Europese Unie en derde landen in voor de belangen van de Nederlandse land- en tuinbouw en voor het bevorderen van een gelijk speelveld, met meer aandacht voor duurzaamheid en dierenwelzijn.

Dat Nederland op allerlei manieren met de rest van de wereld verbonden is, trad voor het voedselsysteem in 2022 weer helder aan het licht. Mondiale schokken op de voedselmarkten als gevolg van de oorlog in Oekraïne en blijvende effecten van aanhoudende droogte of wateroverlast als gevolg van klimaatverandering laten zien hoe nodig weerbare (voedsel)systemen zijn. De voedselzekerheid staat onder druk, bij steeds meer mensen in steeds meer gebieden. Onze landbouw blijft een bijdrage leveren aan de wereldvoedselzekerheid, op een zo duurzaam mogelijke manier. Juist met de kennis van duurzame productiemethoden kan Nederland een koploperspositie in de wereld innemen. In 2023 werkt LNV dit in de internationale agenda, die in 2022 tot stand is gekomen, verder uit. LNV zal ook, samen met BHOS en met het bedrijfsleven, bekijken hoe de voedselzekerheidssituatie in het Midden-Oosten en Noord- en Oost-Afrika versneld vanuit deze uitgangspunten verbeterd kan worden.

Goed integraal voedselbeleid is van groot belang voor een duurzaam voedselsysteem, waarin zo duurzaam mogelijk wordt geproduceerd en geconsumeerd en zo weinig mogelijk voedsel wordt verspild. Dit draagt bij aan de klimaatdoelen, het milieu en een goede gezondheid. Hiervoor is het nodig om scherpe keuzes te maken en heldere doelen te formuleren.

De transitie van het voedselsysteem vindt zowel binnen Nederland plaats als daarbuiten. Een systeemaanpak met aandacht klimaat, biodiversiteit, water, kennis, verdien- en innovatievermogen, handelsstromen en voedsel is hierbij noodzakelijk. Nederland draagt, met een sterke internationale positie in landbouw en voedsel, bij aan oplossingen voor de mondiale uitdagingen. LNV trekt hierin samen op met andere overheidsonderdelen, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en het maatschappelijk middenveld.

7. Toekomst visserij

De visserij heeft te maken met diverse ontwikkeling die haar toekomst raken. Er is een transitie nodig naar een kleinere, duurzamere en meer rendabele vloot. In 2023 bouwen we voor de visserijsector voort op de kottervisie. Met de innovatieagenda en via het Visserij Innovatie Netwerk, krijgen innovaties een impuls. En vanuit het Klimaatfonds zijn extra middelen beschikbaar gekomen voor de transitie in de visserij. Daarnaast is in 2022 een saneringsregeling opengesteld in het kader van de Brexit Adjustment Reserve. Doel hiervan is om de beschikbare vangstcapaciteit in overeenstemming te brengen met de nieuwe gereduceerde vangstmogelijkheden als gevolg van de handelsovereenkomst met het VK. Twee andere Brexit-regelingen (een liquiditeitsregeling en een stilligregeling) zullen mogelijk pas eind 2022 of begin 2023 tot uitvoering komen. In aanvulling op het in gang gezette beleid wordt gewerkt aan een visie op voedselwinning uit de Noordzee en grote wateren, die tot concrete uitwerking moet leiden voor de zomer van 2023 (Brief aan TK 1 juli 2022: Agenda visserij: borgen voedselwinning uit zee en grote wateren). Hierbij zal ook de uitkomst van de sociaaleconomische impactanalyse die begin 2023 wordt verwacht, worden meegenomen. Voorts wordt een start gemaakt met de herziening van het contingentenstelsel. Voor wat betreft de visserijvrije zones (VVZ) is de inzet erop gericht dat de hiervoor benodigde regelgeving per eind 2023 van kracht zal zijn.

8. Kennis en innovatie

Het succes van de Nederlandse land- en tuinbouw is mede te danken aan adequate kennisontwikkeling en -verspreiding. De land- en tuinbouwsector kan ook bij de transitie waarin deze zich bevindt, rekenen op steun van de overheid voor ontwikkeling van kennis die boeren, tuinders en vissers in staat stellen om zich aan te passen aan nieuwe omstandigheden.

De huidige en toekomstige werkenden in het groene domein zijn de belangrijkste dragers van de transities waarvoor we staan. LNV blijft daarom samen met de andere partners in Groenpact investeren in vernieuwing van onderwijs en scholing, aansluitend bij de maatschappelijke opgaven. Onderwijs gericht op groen ondernemerschap krijgt in 2023 bijzondere aandacht.

Innovatie op het Boerenerf

Het huidige programma Innovatie op het Boerenerf (IohB) brengt kennis zo dicht mogelijk bij de ondernemer. Het programma wordt onderdeel van het Nationaal Strategisch Plan, als implementatie van het nieuwe GLB voor de periode 2023-2027. Naast de bestaande instrumenten van het programma (Subsidiemodule agrarische bedrijfsadvisering en educatie (Sabe)) en het BedrijfsAdviseringsSysteem (BAS)-register voor onafhankelijke advisering) zal een nieuwe innovatieregeling European Innovation Partnership (EIP) van start gaan. De EIP-regeling biedt steun aan samenwerkende ondernemers bij het realiseren van vernieuwingen op het gebied van ketens, technieken of organisaties en bij het realiseren van vernieuwingen in gebieden. De provincies zullen nauw worden betrokken bij de uitwerking van de instrumenten die ook deels gebiedsgericht worden ingevuld.

Kennis en Innovatie voor de transitie

In Europees verband participeert LNV in het programma Horizon Europe. Voor LNV is het missiegebied ‘gezonde bodem en voedsel’ van belang. Deze missie krijgt vorm in het werkplan Horizon Europe 2023-2024. Verder gaan er vier EU-partnerschappen voor internationaal onderzoek van start op het gebied van agro-ecologie, duurzame voedselsystemen, dierenwelzijn- en gezondheid en digitale landbouw.

Missiegedreven kennis- en innovatiebeleid

Het huidige Kennis en InnovatieConvenant (KIC) is ondertekend door dertig partijen, waaronder zeven departementen. Het vormt de basis van het missiegedreven kennis- en innovatiebeleid en omvat de periode 2020-2023. LNV werkt binnen het KIC met een groot aantal partners, waaronder de topsectoren Agri&Food, Tuinbouw&Uitgangsmaterialen en Water&Maritiem aan de Kennis en Innovatie Agenda Landbouw Water en Voedsel (KIA LWV). In lijn met het coalitieakkoord wordt in 2023 een nieuw KIC opgesteld voor de periode na 2024.

Vanuit de KIA LWV wordt samengewerkt met de topsector Life Sciences & Health (LSH) aan een Roadmap Voeding, Gezondheid en Leefomgeving. Centraal daarbij staat de synergie tussen ziektepreventie en duurzaamheid, zowel via gezonde eetpatronen als via een gezonde leefomgeving. VWS en LNV werken samen op dit terrein. Om de energietransitie in de glastuinbouw te versnellen worden vanuit de KIA LWV momenteel start ook de samenwerking met de topsector Energie en de topsector Logistiek.

Nationaal Kennisprogramma Stikstof

Het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) heeft als doel de wetenschappelijke onderbouwing van het huidige en toekomstige stikstofbeleid te verbeteren. Dat gebeurt onder andere door het programma Meten op Bedrijfsniveau te starten. Dit programma koppelt lopende kennisprojecten en praktijkprojecten aan elkaar. Mogelijk kunnen hierdoor in de toekomst emissies op stalniveau worden berekend en is het mogelijk van middelvoorschriften naar doelvoorschriften te gaan.

Om de wetenschappelijke robuustheid van het meet- en rekensysteem verder te vergroten wordt in 2022 gestart met het consortium satellietwaarneming en ensemblemodellering. De ambitie is om in 2023 de eerste resultaten te kunnen verwerken van satellietwaarneming en eerste antwoorden te geven op de vraag in hoeverre satellietwaarneming een zinvolle bijdrage kan leveren aan een robuustere meet- en rekensystematiek.

Nationaal Groeifonds

De adviescommissie van het Nationaal Groeifonds doet voor de derde ronde (2022-2023) een aanvullende specifieke oproep om met voorstellen te komen op het gebied van duurzame voedselvoorziening. De commissie ziet uit naar voorstellen op het gebied van klimaatbestendige productie, grootschalige teelt van alternatieve eiwitten en regeneratieve landbouw- en voedselsystemen. LNV zal ook in 2023 bijdragen aan het ontwikkelen van voorstellen op deze terreinen.

9. NVWA en RVO

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

De doelmatigheid, doeltreffendheid en de impact van beleid en regelgeving is mede afhankelijk van uitvoering en toezicht. Met de in het coalitieakkoord beschikbaar gestelde middelen werkt de NVWA aan de balans tussen taken en middelen. Daarbij werkt zij aan het versterken van de basis van de organisatie en aan innovatie van toezicht. Het streven is de groei van het takenpakket van de NVWA zo veel mogelijk te beperken en te werken aan een samenhangend werkpakket met een heldere scope. Dat vraagt om prioritering als zich nieuwe uitvoerings- en toezichttaken voordoen.

Niet alleen de interne organisatie vraagt veel aandacht. Ook de omgeving vraagt dat de NVWA samen met het beleid, naast aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid, ook meer aandacht geeft aan maatschappelijke waarden. Bij de ontwikkeling van de NVWA zal hier nadrukkelijk aandacht aan besteed worden. De voortgaande ontwikkeling heeft ook betrekking op de herziening van het kostprijsmodel en de retributietarieven en daarnaast op de herziening van het stelsel van keuren en toezicht, in samenhang met de rol van de BV Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector. In afwachting van en in aansluiting op de rijksbrede ontwikkelingen over de rol en positie van de Rijksinspectie wordt het sturingsmodel binnen de driehoek eigenaar – opdrachtgever – opdrachtnemer nader bezien, zodat de NVWA voldoende ruimte krijgt voor de noodzakelijke ontwikkeling en innovatie van toezicht.

De NVWA gaat verder met een risicogerichte aanpak met zichtbaar maatschappelijk resultaat. Dat betekent dat bij het handelen het publieke belang en de publieke waarden van mens, dier en de natuur centraal staan en instrumenten volgend zijn.

De NVWA werkt blijvend aan de professionalisering en het vakmanschap in de organisatie. Dit leidt onder meer tot het versterken van de positie op sectorniveau, de samenwerking met stakeholders en de doorontwikkeling van het Algemeen Interventiebeleid, zodat dit past bij de tijdgeest en de verwachtingen van de samenleving. Ook blijft de NVWA zich op het vlak van digitalisering en de informatievoorziening verbeteren.

Retributies NVWA

De NVWA heeft behoefte aan een solide financiering om haar rol als toezichthouder goed te vervullen. Tot die solide financiering behoort een transparante verdeling van kosten tussen overheid en bedrijfsleven. Daarom zet de overheid vanaf 2023 in op stapsgewijze realisering van volledige kostendekkendheid van de tarieven, voor zover dat moet volgens de vigerende kaders. Tegelijkertijd zorgt de NVWA voor een transparanter kostenmodel waarbij de indeling van de tarieven beter aansluit bij de wensen van het bedrijfsleven. Zo wordt bijvoorbeeld per 1 januari 2023 meer onderscheid gemaakt naar bedrijfsgrootte.

De komende jaren bouwen we samen met het bedrijfsleven verder aan het verbeteren van het tariefgebouw. Dat betekent een ontkoppeling van tarieven voor producten die te maken hebben met slachttoezicht of levend vee en de tijd die de dierenarts daaraan op het bedrijf heeft besteed. Deze loskoppeling is cruciaal om de onafhankelijke positie van de NVWA te versterken en de uitvoering van goed toezicht nog beter te borgen. Bij de aanpassingen in het tarievensysteem hebben we oog voor de politieke en maatschappelijke wens om goed gedrag bij het bedrijfsleven te kunnen belonen. De aanpassingen in het tariefstelsel hebben een grote impact op de gehele keten en iedere stap moet zijn afgewogen ten opzichte van de mogelijke alternatieven en dat maakt dat we verwachten dat de aanpassingen pas in 2025 volledig zijn geïmplementeerd.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

Ook RVO is voor LNV een belangrijke partner in de uitvoering en het toezicht. Het takenpakket van RVO neemt mede als gevolg van de ontwikkelingen in de agrarische sector en natuur toe. De implementatie van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de ontwikkelingen rond de aanpak van stikstof brengen extra belasting van de RVO-organisatie met zich mee. Gelet op de beheersbaarheid van de organisatie en de schaarste op de arbeidsmarkt is het streven naar een beheerste groei van het takenpakket van RVO. De inzet is een samenhangend werkpakket waarbij de maatschappelijke opgaven van LNV centraal staan. Dit betekent dat er prioriteiten gesteld zullen worden wanneer zich nieuwe uitvoerings- en handhavingstaken voordoen.

Bestemming envelopmiddelen LNV

In het Coalitieakkoord en voor de Aanpak Stikstof zijn voor LNV intensiveringsmiddelen beschikbaar gekomen. De onderstaande tabel geeft een overzicht hiervan. Daarbij is inzichtelijk gemaakt waar de betreffende middelen voornamelijk zijn geland op de LNV-begroting. Toelichting op de besteding van deze investeringen is terug te vinden in de betreffende beleidsartikelen en in meer detail in de Kamerbrieven over de specifieke onderwerpen.

Overzicht intensiveringen enveloppes LNV begroting (bedragen in € mln.)

Herkomst middelen

Maatregel

Artikel/instrument

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Coalitieakkoord

Caribisch Nederland

 

7,8

11,4

15,8

0

0

0

Coalitieakkoord

NVWA

 

21

29,4

29,4

29,4

29,4

29,4

Coalitieakkoord

Uitvoeringskosten transitiefonds

 

6

8

8

8

8

8

Overzicht gereserveerde middelen op de aanvullende post (bedragen in € mln.)

Herkomst

Maatregel

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Klimaatakkoord

Veenweide

0

10,5

16,5

17

14,5

10

Stikstof

Reservering stikstof Cie Hordijk

0

41

60

7

0

0

Stikstof

Landelijke beëindigingsregeling veehouderij

0

0

0

31

197,5

0

Stikstof

Verlagen ruw eiwitgehalte veevoer

1

3

3,5

2,5

0

0

Stikstof

Stalmaatregelen

0

26,7

16,5

11,5

17,2

27,5

Stikstof

Handhaving (reservering 7e actieprogramma nitraat)

3,4

5,9

0

0

0

0

Stikstof

Bouw en reserve

0

70

50

55

60

75

Coalitieakkoord

Versterking NVWA

0

0

0

14

28

43

Coalitieakkoord

Transitiefonds

0

181,8

1.192

1.292

3.092

3.132

Licence