Budgettaire gevolgen van beleid
Omschrijving | Vastgestelde begroting (incl. suppletoire begrotingen, NvW) (1) | Mutaties 2e suppletoire begroting (2) | Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) |
|---|---|---|---|
Verplichtingen | 26.687 | ‒ 248 | 26.439 |
Uitgaven | 26.687 | ‒ 248 | 26.439 |
Opdrachten | 22 | 2 | 24 |
Overige kosten | 22 | 2 | 24 |
Rente | 6.716 | ‒ 250 | 6.466 |
Rente vaste schuld | 5.793 | ‒ 65 | 5.728 |
Rente vlottende schuld | 923 | ‒ 185 | 738 |
Voortijdige beëindiging schuld | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten lang | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten kort | 0 | 0 | 0 |
Voortijdige beëindiging derivaten | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 19.949 | 0 | 19.949 |
Aflossing vaste schuld | 19.949 | 0 | 19.949 |
Mutatie vlottende schuld | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten | 60.893 | ‒ 8.674 | 52.219 |
Rente | 30 | 0 | 30 |
Rente vlottende schuld | 30 | 0 | 30 |
Voortijdige beëindiging schuld | 0 | 0 | 0 |
Rente derivaten lang | 0 | 0 | 0 |
Voortijdige beëindiging derivaten | 0 | 0 | 0 |
Leningen | 60.863 | ‒ 8.674 | 52.189 |
Uitgifte vaste schuld | 40.000 | 0 | 40.000 |
Mutatie vlottende schuld | 20.863 | ‒ 8.674 | 12.189 |
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
Opdrachten
De overige kosten vallen in 2025 circa € 2 mln. hoger uit met name als gevolg van hogere ICT kosten in verband met de vernieuwing van het treasury management systeem.
Rente
Rente vaste schuld
De raming van de rentelasten vaste schuld valt naar verwachting € 65,0 mln. lager uit doordat de uitgifte van staatsobligaties op een later moment in het jaar heeft plaatsgevonden dan waarmee in de raming rekening was gehouden. Hierdoor wordt er minder rente toegerekend aan het lopende jaar.
Rente vlottende schuld
De raming van de rentelasten vlottende schuld valt naar verwachting € 185,0 mln. lager uit als gevolg van de realisaties op de geldmarkt.
Ontvangsten
Leningen
Mutatie vlottende schuld
De mutatie vlottende schuld is in 2025 lager als gevolg van een lagere financieringsbehoefte doordat de raming van het kastekort voor het lopende begrotingsjaar is afgenomen. Schommelingen in de financieringsbehoefte in een lopend begrotingsjaar worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt.