Base description which applies to whole site

5.1 Agentschap DUO

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten, examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij de burger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel van DUO is de Shared Service Organisatie Noord (SSO-Noord), waarbinnen het Inkoop Uitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, die dienstverlening verricht voor het concern OCW, haar dienstonderdelen en andere overheidsorganen.

Tabel 26 Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap DUO (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

Baten

   

- Omzet

537.703

61.466

599.169

waarvan omzet moederdepartement

431.478

36.868

468.346

waarvan omzet overige departementen

99.538

21.745

121.283

waarvan omzet derden

6.687

2.853

9.540

Rentebaten

1.000

400

1.400

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

538.703

61.866

600.569

    

Lasten

   

Apparaatskosten

488.318

40.829

529.147

- Personele kosten

357.886

20.867

378.753

waarvan eigen personeel

265.074

12.820

277.894

waarvan inhuur externen

80.704

1.313

82.017

waarvan overige personele kosten

12.107

6.735

18.842

- Materiële kosten

130.432

19.962

150.394

waarvan apparaat ICT

39.631

19.373

59.004

waarvan bijdrage aan SSO's

29.052

165

29.217

waarvan overige materiële kosten

61.749

424

62.173

Rentelasten

2.831

0

2.831

Afschrijvingskosten

45.354

6.779

52.133

- Materieel

13.000

3.964

16.964

waarvan apparaat ICT

12.500

3.964

16.464

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

500

0

500

- Immaterieel

32.354

2.815

35.169

Overige lasten

2.100

‒ 600

1.500

waarvan dotaties voorzieningen

2.100

‒ 600

1.500

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

Totaal lasten

538.603

47.008

585.611

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

100

14.858

14.958

Agentschapsdeel Vpb-lasten

100

0

100

Saldo van baten en lasten

0

14.858

14.858

Toelichting

De baten in de 2e suppletoire begroting stijgen met € 61,9 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. De lasten in de 2e suppletoire begroting stijgen met € 47,0 miljoen. Voor 2025 wordt een positief resultaat verwacht van € 14,9 miljoen.

In de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er bezuinigd moet worden op het apparaat van de Rijksoverheid. Voor DUO betreft dit een oplopende reeks naar € 10,8 miljoen in 2030. Daarnaast geldt dat een structurele additionele taakstelling is opgelegd van € 3,8 miljoen per 2025 via het inhouden van de loon- en prijsbijstelling voor externe inhuur.

Baten

Omzet moederdepartementDe omzet moederdepartement is € 36,9 miljoen hoger dan in de 1e suppletoire begroting. In de basisdienstverlening is sprake van een hogere omzet van € 8,1 miljoen, de omzet uit hoofde van overige opdrachten stijgt met € 23,9 miljoen en de omzet uit hoofde van SSO-Noord stijgt met € 4,9 miljoen. De stijging in de basisdienstverlening aan OCW hangt samen met additionele werkzaamheden ten behoeve van examens (€ 9,0 miljoen) en additionele overige taken (€ 5,1 miljoen). Daarnaast is er sprake van een daling van de overige werkzaamheden in het basiscontract (- € 3,0 miljoen) en lagere omzet uit Werken aan Uitvoering (- € 3,0 miljoen). De stijging in de overige opdrachten voor OCW hangt samen met de werkplekdienstverlening (€  15,8 miljoen), het uitvoeren van additionele beleidsopdrachten (€ 4,8 miljoen) en overige opdrachten (€ 3,3 miljoen). Ten slotte is sprake van additionele omzet door het SSO-Noord (€ 4,9 miljoen) ten behoeve van OCW en dienstonderdelen van OCW, te weten: de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, het Nationaal Archief en de Onderwijsinspectie.

De additionele omzet wordt voor € 32,0 miljoen gedekt door middelen die reeds beschikbaar zijn vanuit de begroting van het moederdepartement. Daarnaast wordt de additionele dienstverlening van € 4,9 miljoen door het SSO-Noord direct in rekening gebracht bij de dienstonderdelen van OCW.

Omzet overige departementen en derden

De omzet overige departementen en derden stijgt met € 24,6 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting waarvan € 23,6 miljoen betrekking heeft op dienstverlening door het SSO-Noord en € 1,0 miljoen op DUO. Deze stijging is het gevolg van een toename van de verwachte omzet uit hoofde van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 10,8 miljoen), Veiligheid en Justitie (€ 8,9 miljoen), Economische Zaken (€ 3,9 miljoen), Infrastructuur en Waterstaat (€ 1,5 miljoen) en Financiën (€ 0,3 miljoen). Daarnaast is sprake van een daling van de omzet voor de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (- € 0,8 miljoen), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (- € 2,7 miljoen) en overige opdrachtgevers (- € 0,2 miljoen). Voorts is de verwachte omzet uit hoofde van derden toegenomen met € 2,9 miljoen.

Rentebaten

De rentebaten stijgen met € 0,4 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Dit betreft een inschatting van de rentebaten uit hoofde van het positieve saldo op de rekening courant met het ministerie van Financiën.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht, in onderstaande tabel, inzicht gegeven in de nieuwe categorisering van de baten.

Tabel 27
 

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

waarvan omzet moederdepartement

waarvan omzet overige departementen

waarvan omzet derden

Totaal

Baten

       

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

48.866

31.726

80.592

5.161

65.893

9.540

80.594

Examendiensten

3.410

2.766

6.176

0

0

6.176

6.176

ICT-Diensten

42.050

24.951

67.001

1.532

63.266

1.889

66.687

Inkoopdiensten

971

3.521

4.492

3.340

1.467

0

4.807

Overige dienstverlening

2.435

489

2.924

289

1.160

1.475

2.924

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

488.837

29.742

518.577

463.185

55.390

0

518.575

Hoofdproduct Bekostiging

71.556

6.380

77.936

77.936

0

0

77.936

Hoofdproduct Studiefinanciering

181.667

18.538

200.205

200.205

0

0

200.205

Hoofdproduct Examendiensten

81.846

4.816

86.663

86.663

0

0

86.663

Hoofdproduct Onderwijsregisters

63.366

2.865

66.231

66.231

0

0

66.231

Hoofdproduct Informatiediensten

18.639

‒ 4.205

14.434

14.434

0

0

14.434

Inburgering

40.574

550

41.124

0

41.124

0

41.124

ICT-Diensten

14.404

3.313

17.717

17.717

0

0

17.717

Diverse registers

12.130

‒ 2.669

9.459

0

9.457

0

9.457

Overige dienstverlening

4.655

154

4.809

0

4.809

0

4.809

Rentebaten

1.000

400

1.400

1.400

0

0

1.400

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

538.703

61.868

600.569

469.746

121.283

9.540

600.569

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor de levering van diensten bedragen € 80,6 miljoen. Het gaat hier om dienstverlening op het gebied van Examen-, ICT- en Inkoopdiensten aangeboden door SSO-Noord en overige dienstverlening waaronder vergoedingen voor detacheringen.

Baten als tegenprestatie voor de levering van input

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor het leveren input bedragen € 518,6 miljoen. Deze baten vloeien voort uit het uitvoeren van de vijf hoofdproducten en werkplekdienstverlening in opdracht van OCW. Tevens zijn hier de baten opgenomen in verband met het uitvoeren van de inburgeringstaken in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Voorts zijn baten opgenomen in verband met het voeren van diverse registers en overige dienstverlening, met name het Landelijk Register Kinderopvang. 

Lasten

ApparaatskostenDe totale apparaatskosten stijgen met € 40,8 miljoen. De personele kosten stijgen met € 20,8 miljoen en de materiële kosten met € 20,0 miljoen ten opzichte van de 1e suppletoire begroting. Deze stijgingen hangen samen met de bovengenoemde uitbreidingen van de basisdienstverlening aan zowel het moederdepartement als aan overige ministeries.

Rentelasten

De rentelasten zijn geschat op basis van de werkelijke rentepercentages van de afgesloten leningen. De rentelasten zijn gelijk gebleven ten opzichte van de 1e suppletoire begroting.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten stijgen met € 6,8 miljoen. Dit is primair het gevolg van gestegen afschrijvingen van zowel materiële als immateriële vaste activa gerelateerd aan het ICT-domein.

Overige lasten

Ten slotte dalen de verwachte dotaties aan de voorzieningen met € 0,6 miljoen. De daling is het gevolg van het bijstellen van de parameters die ten grondslag liggen aan de voorzieningen op basis van de laatste ontwikkelingen.

Kasstroomoverzicht

Tabel 28 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd (3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

20.231

 

20.231

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

538.703

61.866

600.569

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 493.349

‒ 40.829

‒ 534.178

2.

Totaal operationele kasstroom

45.354

21.037

66.391

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 106.500

‒ 106.500

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 106.500

‒ 106.500

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 39.712

‒ 39.712

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

106.500

106.500

4.

Totaal financieringskasstroom

66.788

66.788

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

25.873

21.037

46.910

Toelichting

Het kasstroomoverzicht is aangepast op basis van de nu voorziene additionele ontvangsten en uitgaven. De verwachte investeringen in de materiële en immateriële vaste activa zijn ongewijzigd ten opzichte van de eerste suppletoire begroting. Het beroep op de leenfaciliteit is derhalve gelijk gebleven.

Licence