Base description which applies to whole site

4.2 Apparaat Kerndepartement

Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid, artikel 95 (Tweede suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3)=(1+2)

Verplichtingen

459.633

‒ 4.299

455.334

    

Uitgaven

459.633

‒ 4.299

455.334

    

Personele uitgaven

391.416

2.653

394.069

Eigen Personeel

369.104

‒ 7.061

362.043

Externe inhuur

17.693

10.714

28.407

Overige personele uitgaven

4.619

‒ 1.000

3.619

    

Materiële uitgaven

68.217

‒ 8.999

59.218

ICT

9.755

3.824

13.579

Bijdrage aan SSO's

23.493

1.803

25.296

Overig Materieel

34.969

‒ 14.626

20.343

    

Begrotingsreserve Schatkistbankieren

0

2.047

2.047

    

Ontvangsten

539

2.047

2.586

In de kolom «Mutaties Tweede Suppletoire Begroting 2025" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand Suppletoire Begroting September 2025» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

Toelichting per instrument

Personele uitgavenHet budget wordt per saldo met € 2,7 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • een meevaller (€ 6,0 miljoen). Deze (incidentele) meevaller wordt vooral veroorzaakt door een combinatie van een groot aantal kleine meevallers. Het is soms lastig om personeel te vinden waardoor vacatures lang openstaan. Maar ook door onzekerheden en/of afhankelijkheden bij in- en externe besluitvormingsprocessen duurt het soms langer dan gepland voordat projecten of programma’s volledig op stoom komen, waardoor er budget overblijft;

  • herijking van de instrumenten (€ 9,0 miljoen). We sturen in de begroting niet op de financiële instrumenten omdat we vooraf niet kunnen bepalen waar de kosten gaan vallen. Zo kunnen werkzaamheden/projecten bijvoorbeeld uitgevoerd gaan worden door middel van inbesteding (valt onder materieel) of externe inhuur (valt onder personeel). Bij de Najaarsnota wordt gekeken wat de verwachte realisatie wordt voor het uitvoeringsjaar en op basis hiervan worden de instrumenten herijkt. Op basis van de verwachte realisatie op de instrumenten voor 2025 blijkt een verschuiving nodig van het materiële naar het personele budget;

  • overboekingen tussen departementen (€ 1,9 miljoen) waaronder de bijdrage voor het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding van BZK.

Materiële uitgaven

Het budget wordt per saldo met € 9,0 miljoen verlaagd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • herijking van de instrumenten (€ 9,0 miljoen). OCW stuurt in de begroting niet op de financiële instrumenten omdat vooraf niet bepaald kan worden waar de kosten gaan vallen. Zo kunnen werkzaamheden/projecten bijvoorbeeld uitgevoerd gaan worden door middel van inbesteding (valt onder materieel) of externe inhuur (valt onder personeel). Bij de Najaarsnota wordt gekeken wat de verwachte realisatie wordt voor het uitvoeringsjaar en op basis hiervan worden de instrumenten herijkt. Op basis van de verwachte realisatie op de instrumenten voor 2025 blijkt een verschuiving nodig van het materiële naar het personele budget.

Begrotingsreserve schatkistbankieren

Het budget voor Begrotingsreserve schatkistbankieren wordt met € 2,0 miljoen verhoogd. Het ministerie van OCW staat garant voor onderwijsinstellingen die bij de Staat lenen (schatkistbankieren). Voor het risico dat het ministerie hierdoor loopt, ontvangt het ministerie van OCW een vergoeding (risicopremie). Deze premie wordt (via een desaldering) toegevoegd aan de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Ontvangsten

Het budget wordt met € 2,0 miljoen verhoogd. Zie hiervoor de toelichting bij de Begrotingsreserve schatkistbankieren.

Licence