Budgettaire gevolgen van beleid
21 Land- en tuinbouw | ||||
|---|---|---|---|---|
Art. | Omschrijving | Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties 2e suppletoire begroting (2) | Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) |
Verplichtingen | 1.461.701 | ‒ 27.314 | 1.434.387 | |
Uitgaven | 2.010.369 | ‒ 37.499 | 1.972.870 | |
Subsidies (regelingen) | 1.756.862 | ‒ 40.159 | 1.716.703 | |
Sociaal economische positie boeren | 78.293 | 22.809 | 101.102 | |
Duurzame veehouderij | 1.399.963 | ‒ 42.269 | 1.357.694 | |
Glastuinbouw en weerbare planten en teeltsystemen | 83.129 | ‒ 7.987 | 75.142 | |
Mestbeleid | 182.431 | ‒ 13.255 | 169.176 | |
Diergezondheid en dierenwelzijn | 3.809 | 1.769 | 5.578 | |
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking | 1.019 | ‒ 694 | 325 | |
Integraal voedselbeleid | 7.218 | ‒ 32 | 7.186 | |
Doelsturing | 1.000 | ‒ 500 | 500 | |
Leningen | 41.918 | ‒ 423 | 41.495 | |
Lening Investeringsfonds Duurzame Landbouw | 40.000 | 0 | 40.000 | |
Overige leningen | 1.918 | ‒ 423 | 1.495 | |
Garanties | 1.805 | 0 | 1.805 | |
Verliesdeclaraties borgstellingsfaciliteit | 1.805 | 0 | 1.805 | |
Opdrachten | 26.126 | ‒ 6.541 | 19.585 | |
Sociaal economische positie boeren | 4.489 | ‒ 1.676 | 2.813 | |
Duurzame veehouderij | 4.470 | ‒ 4.370 | 100 | |
Mestbeleid | 93 | ‒ 37 | 56 | |
Diergezondheid en dierenwelzijn | 9.111 | 247 | 9.358 | |
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking | 6.362 | ‒ 569 | 5.793 | |
Integraal voedselbeleid | 1.601 | ‒ 136 | 1.465 | |
Bijdrage aan ZBO's / RWT's | 12.571 | 4.748 | 17.319 | |
College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden | 1.909 | 2.643 | 4.552 | |
Centrale Commissie Dierproeven | 0 | 0 | 0 | |
Medebewind/voormalige productschappen | 187 | 0 | 187 | |
Raad voor de Plantenrassen | 1.544 | ‒ 599 | 945 | |
Keuringsdiensten | 8.931 | 2.704 | 11.635 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 140.002 | 0 | 140.002 | |
Specifieke uitkeringen | 140.002 | 0 | 140.002 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 11.320 | ‒ 112 | 11.208 | |
FAO en overige contributies | 11.320 | ‒ 112 | 11.208 | |
Storting/onttrekking begrotingsreserve | 7127 | 4988 | 12115 | |
Storting begrotingsreserve landbouw | 0 | 4.988 | 4.988 | |
Storting begrotingsreserve apurement | 3.500 | 0 | 3.500 | |
Storting begrotingsreserve borgstelling | 3.627 | 0 | 3.627 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 12.638 | 0 | 12.638 | |
Diergezondheidsfonds | 12.638 | 0 | 12.638 | |
Ontvangsten | 64.939 | 14.808 | 79.747 | |
Ontvangsten | 64.939 | 14.808 | 79.747 | |
Sociaal economische positie boeren | 245 | ‒ 4 | 241 | |
ZBO's / RWT's | 2.300 | 350 | 2.650 | |
Agroketens | 2.298 | 7.782 | 10.080 | |
Agrarische innovatie en overig | 0 | 17.371 | 17.371 | |
Mestbeleid | 12.209 | ‒ 4.509 | 7.700 | |
Garanties | 1.800 | 0 | 1.800 | |
Weerbare planten en teeltsystemen | 0 | 4 | 4 | |
Diergezondheid en dierenwelzijn | 11.600 | ‒ 85 | 11.515 | |
Voedselzekerheid en internationale agrarische samenwerking | 13.231 | ‒ 6.101 | 7.130 | |
Onttrekkingen begrotingsreserves | 21.256 | 0 | 21.256 | |
Toelichting
Subsidies
Sociaal economische positie boeren
Het subsidiebudget voor Sociaal economische positie boeren wordt verhoogd met € 22,8 mln. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft uitspraak gedaan in rechtszaken aangespannen door nertsenhouders over de vergoeding n.a.v. het vervroegd verbod op de pelsdierhouderij voor het sluiten van deze bedrijven wegens Covid-19. Het vervroegde verbod is ingegaan op 8 januari 2021. Het financieel nadeel van de pelsdierhouders is in 2021 en 2022 financieel gecompenseerd. Een aantal pelsdierhouders heeft bezwaar en beroep aangetekend tegen de hoogte van deze compensatie. Het CBb heeft onder andere bepaald dat de overheid de hoogte van deze vergoedingen niet had mogen verlagen voor het normaal maatschappelijke risico en geen korting voor leegstand in de beleidsregel had mogen opnemen. In 2025 verwacht LVVN € 25,0 mln. euro te betalen, in 2026 volgen nog verdere betalingen.
Duurzame veehouderij
Het subsidiebudget voor Duurzame veehouderij wordt verlaagd met € 42,3 mln. Dit heeft twee voornaamste oorzaken. De eerste oorzaak betreft de subsidieregeling brongerichte aanpak emissies (€ 20,0 mln.). Er zijn minder inschrijvingen dan verwacht op de subsidieregeling brongerichte aanpak emissies en er is besloten dat het budget over meerdere jaren wordt uitbetaald. De tweede oorzaak betreft de Verplaatsingsregeling (€ 13,5 mln.). Eerder werd aangenomen dat er sneller na een haalbaarheidsonderzoek gestart zou worden met de verplaatsing. In de praktijk blijkt dat een veehouder meer tijd nodig heeft om de keuze voor bedrijfsverplaatsing te nemen.
Vrijwilling beëindiging, verplaatsing en extensivering
Subsidieregeling | 2024 | 2025 |
|---|---|---|
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) | 136.413 | 283.425 |
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) | 319.700 | 1.030.064 |
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties kleinere sectoren (Lbv ks) | ‒ | 29.292 |
Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp) | ‒ | 6.000 |
Tijdelijke extensiveringsregeling melkveehouderij (in voorbereiding) | ‒ | ‒ |
Vrijwillige beëindigingsregeling (in voorbereiding) | ‒ | ‒ |
Totaal | 456.113 | 1.348.781 |
Bovenstaande tabel geeft een verdiepend inzicht in een aantal subsidieregelingen waarvoor geldt dat het kasritme minder eenvoudig te ramen is, te weten de Lbv-regelingen, de verplaatsingsregeling. Deze regelingen zijn onderdeel van de stikstofaanpak.
Voor de Lbv-regelingen geldt dat de realisatie in 2025 om wisselende redenen kan afwijken van de prognose. Bij de Lbv en Lbv-plus geldt dat er een piek aan aanvraagmomenten voor het tweede betaalmoment is rond de jaarwisseling. Het uiterste moment waarop deelnemers aan de regeling moet voldoen aan deze voorwaarden ligt vast, maar het staat deelnemers vrij om betaling eerder aan te vragen of voor hun tweede deelbetaling zich terug te trekken uit de regeling. Voor de Lbv-kleinere sectoren geldt juist dat ultimo 2025 veel uiterste data verstrijken waarop veehouders moeten aangeven of zij (definitief) deelnemen aan de regeling en vervolgens de eerste voorschotbetaling ontvangen. Dit maakt dat de raming voor 2025 onzeker is, er is een serieus risico van doorschuiven van betalingen naar 2026 met bijbehorende onderuitputting als gevolg van deze vertraging in 2025.
Het budget wordt nu niet neerwaarts bijgesteld zodat deelnemers die een aanvraag voor het tweede voorschot indienen die ook uitbetaald kunnen krijgen, rekening houdend met noodzakelijke beoordeling en doorlooptijd door RVO.
Mestbeleid
Het subsidiebudget voor Mestbeleid wordt verlaagd met € 13,3 mln. Dit heeft meerdere redenen. Omdat in 2025 veel capaciteit in werd gezet voor het 8e Actieplan Nitraatrichtlijn (8e AP), konden niet alle geplande uitgaven voor het 7e AP in 2025 worden gerealiseerd (€ 7,0 mln.). Verder wordt een deel van openstelling 2025 van de Regeling hoogwaardige mestverwerking pas in 2026 en 2027 uitbetaald (€ 2,2 mln.). Tenslotte zijn uitvoeringskosten van de NVWA en RVO voor het versterken van het toezicht op de mestregelgeving door de Taskforce Mestmarkt geschoven naar artikel 24 van de LVVN-begroting (€ 3,4 mln.).
Ontvangsten
Agrarische innovatie en overig
De ontvangsten op artikel 21 vallen € 17,4 mln. hoger uit dan geraamd. Dit betreft terugontvangsten subsidievoorschotten van ondernemers die deelnamen aan de Lbv of Lbv-plus regelingen maar zichzelf toch uitschreven en het verleende bedrag terug hebben gestort.