Budgettaire gevolgen van beleid
Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties 2e suppletoire begroting (2) | Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 432.952 | 78.148 | 511.100 |
Uitgaven | 547.316 | 89.812 | 637.128 | |
1.1 | Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief MVO | 32.200 | ‒ 7.137 | 25.063 |
Subsidies (regelingen) | 13.728 | ‒ 4.231 | 9.497 | |
MVO en beleidsondersteuning (ODA) | 9.805 | ‒ 3.074 | 6.731 | |
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) | 3.923 | ‒ 1.157 | 2.766 | |
Opdrachten | 2.231 | 0 | 2.231 | |
MVO en beleidsondersteuning (non-ODA) | 2.231 | 0 | 2.231 | |
Bijdrage aan agentschappen | 2.716 | 750 | 3.466 | |
Rijksdienst voor ondernemend Nederland | 2.716 | 750 | 3.466 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 13.525 | ‒ 3.656 | 9.869 | |
MVO en beleidsondersteuning (ODA) | 6.930 | ‒ 3.430 | 3.500 | |
Contributies internationaal ondernemen (non-ODA) | 6.595 | ‒ 226 | 6.369 | |
1.2 | Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie | 108.329 | 7.449 | 115.778 |
Subsidies (regelingen) | 30.781 | ‒ 7.982 | 22.799 | |
Programma's internationaal ondernemen | 10.000 | ‒ 600 | 9.400 | |
Versterking concurrentiepositie Nederland | 6.502 | ‒ 4.102 | 2.400 | |
Invest Internationaal | 9.780 | ‒ 4.780 | 5.000 | |
Dutch Trade and Investment Fund | 4.499 | 1.500 | 5.999 | |
Garanties | 4.500 | ‒ 3.500 | 1.000 | |
Dutch Trade and Investment Fund | 4.500 | ‒ 3.500 | 1.000 | |
Opdrachten | 22.255 | 10.518 | 32.773 | |
Programma's internationaal ondernemen | 10.566 | 14.557 | 25.123 | |
Dutch Trade and Investment Fund | 1.186 | ‒ 536 | 650 | |
Wereldtentoonstelling | 10.503 | ‒ 3.503 | 7.000 | |
Bijdrage aan agentschappen | 50.793 | 8.413 | 59.206 | |
Rijksdienst voor ondernemend Nederland | 50.793 | 8.413 | 59.206 | |
1.3 | Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden | 406.787 | 89.500 | 496.287 |
Subsidies (regelingen) | 150.784 | 83.441 | 234.225 | |
Marktontwikkeling en markttoegang | 37.780 | 2.648 | 40.428 | |
Economic governance and institutions | 19.903 | 25.047 | 44.950 | |
Financiële sector ontwikkeling | 20.609 | 29.150 | 49.759 | |
Infrastructuurontwikkeling | 27.065 | 0 | 27.065 | |
Duurzame productie en handel | 35.504 | 28.620 | 64.124 | |
(Jeugd)werkgelegenheid | 1.000 | 900 | 1.900 | |
Nexus onderwijs en werk | 2.603 | ‒ 2.035 | 568 | |
Lokale private sector ontwikkeling | 6.320 | ‒ 889 | 5.431 | |
Leningen | 36.200 | ‒ 15.200 | 21.000 | |
Infrastructuurontwikkeling | 6.200 | ‒ 6.200 | 0 | |
Financiële sector ontwikkeling | 30.000 | ‒ 9.000 | 21.000 | |
Garanties | 10.000 | 0 | 10.000 | |
Financiële sector ontwikkeling | 10.000 | 0 | 10.000 | |
Opdrachten | 69.800 | 6.050 | 75.850 | |
Marktontwikkeling en markttoegang | 12.000 | 0 | 12.000 | |
Economic governance and institutions | 17.000 | 0 | 17.000 | |
Financiële sector ontwikkeling | 1.000 | 3.600 | 4.600 | |
Infrastructuurontwikkeling | 9.750 | 4.350 | 14.100 | |
(Jeugd)werkgelegenheid | 30.050 | ‒ 1.900 | 28.150 | |
Bijdrage aan agentschappen | 29.086 | 15.000 | 44.086 | |
Rijksdienst voor ondernemend Nederland | 29.086 | 15.000 | 44.086 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 110.917 | 209 | 111.126 | |
International Labour Organisation | 5.800 | ‒ 151 | 5.649 | |
Lokale private sector ontwikkeling | 33.040 | ‒ 4.816 | 28.224 | |
Marktontwikkeling en markttoegang | 8.109 | ‒ 3.419 | 4.690 | |
Partnershipprogramma ILO | 4.600 | 0 | 4.600 | |
Economic governance and institutions | 6.000 | ‒ 2.700 | 3.300 | |
Financiële sector ontwikkeling | 16.000 | ‒ 12.750 | 3.250 | |
Infrastructuurontwikkeling | 31.909 | 24.850 | 56.759 | |
Nexus onderwijs en werk | 3.459 | ‒ 1.805 | 1.654 | |
Duurzame productie en handel | 2.000 | 1.000 | 3.000 | |
Nog te verdelen | 0 | 0 | 0 | |
Nog te verdelen | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 14.000 | 14.000 | 28.000 | |
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget op artikel 1 stijgt per saldo met EUR 78 miljoen. De oorzaak hiervan is voornamelijk dat de gerealiseerde uitgaven van Invest International en RVO in hetzelfde boekjaar verwerkt dienen te worden in de BHO-begroting, waardoor een verrekening heeft plaatsgevonden in 2025.
Uitgaven
De uitgaven voor 2025 op artikel 1 Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen zijn voor 100% juridisch verplicht.
Artikelonderdeel 1.1 Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief IMVO
De kasuitgaven op artikel 1.1 worden neerwaarts bijgesteld met per saldo EUR 7,1 miljoen. Dat komt onder andere doordat de uitgaven voor de ODA-budgetten in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen lager uitvallen. Dat gaat onder andere om de uitgaven aan een programma van de International Labour Organization (ILO) en de uitgaven voor de sectorale samenwerking en de IMVO-convenanten.
Artikelonderdeel 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie
De kasuitgaven op artikel 1.2 stijgen per saldo met EUR 7,4 miljoen. Dat wordt met name verklaard door een stijging van de uitgaven voor de uitvoeringskosten RVO. De stijging van het opdrachtenbudget voor de Programma's internationaal ondernemen wordt veroorzaakt door een verschuiving vanuit het instrument subsidies Programma’s internationaal ondernemen. Daarnaast vallen de uitgaven voor de Wereldtentoonstelling op artikelonderdeel 1.2 lager uit dan begroot.
Artikelonderdeel 1.3 Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden
Het budget voor handel en economie voor ontwikkeling als belangrijke prioriteit binnen de beleidsbrief Ontwikkelingshulp stijgt op artikel 1.3 met EUR 89,5 miljoen. De oorzaak hiervan is onder andere een stijging van de uitgaven voor het infrastructuurprogramma dat door Invest International wordt uitgevoerd. Daarnaast zijn de uitgaven voor de programma’s ten behoeve van duurzame productie en handel en de uitvoeringskosten voor RVO gestegen.
In 2025 heeft daarnaast een verrekening plaatsgevonden omdat de gerealiseerde uitgaven van Invest International en RVO in hetzelfde boekjaar verwerkt dienen te worden in de BHO-begroting, wat heeft geleid tot extra uitgaven bij diverse programma's.
De gestegen uitgaven op artikel 1.3 worden gecompenseerd binnen de begroting. Dit wordt gedekt met middelen uit artikelonderdelen 5.2 Overig armoedebeleid en verdeelartikel 5.4, waar ruimte ontstond vanwege lagere wisselkoersfluctuaties dan verwacht en vanwege een aangepaste raming voor de asieluitgaven.
Ontvangsten
De ontvangsten van artikel 1 stijgen door een onttrekking aan de FOM begrotingsreserve ter dekking van de uitgaven voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) in artikel 1.2 Versterkte Nederlandse Handels- en Investeringspositie, conform afspraken bij oprichting van het DTIF.