A Mobiliteitsfonds
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 10.737,9 miljoen

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over productartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 miljoen). Totaal € 337,9 miljoen

Figuur 3 Gemiddelde jaarlijkse uitgaven (+) en ontvangsten (-) per productartikel in de periode 2026–2040 (bedragen x € 1 miljoen). Gemiddelde Uitgaven: € 10.016 miljoen en Gemiddelde Ontvangsten: ‒ € 336 miljoen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat V.P.G.Karremans
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Voor u ligt de Ontwerpbegroting 2027 van het Mobiliteitsfonds (A).
Structuur
De opzet en structuur van de begroting voor het Mobiliteitsfonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën. De begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd.
– Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2027 opgenomen in het Voorstel van Wet. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld;
– In hoofdstuk 2 'Uitvoeringsagenda Mobiliteit' is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 begint;
– Paragraaf 2.2 «Begroting op Hoofdlijnen» verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan in één oogopslag de inhoud van dit wetsvoorstel worden gezien;
– In de artikelgewijze toelichting (hoofdstuk 3) bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT-tabellen met de realisatieprojecten, reserveringen, vernieuwingsprogramma's alsmede de verkenningen en planuitwerkingprogramma’s opgenomen waarin de begrotingsmutaties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT-tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is: 1) van een wijziging (anders dan door de verwerking van loon- en prijsbijstelling ) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen; 2) van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project. De stand vorig betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2026. Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden, kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2027. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht;
– In de verdiepingsbijlage (paragraaf 4.1) is door middel van een meerjarige mutatietabel (voor gehele looptijd van het fonds) op artikelniveau, net zoals bij de eerste sup, de aansluiting gemaakt tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand in de Ontwerpbegroting 2027. De grootste mutaties worden tevens in de verdiepingsbijlage toegelicht (bijlage 1);
– De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting, zoals de instandhoudingsbijlage, of betreffen overzichtsconstructies.
Normering
Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op de rijksbegrotingsvoorschriften de onderstaande punten in deze begroting verwerkt:
– Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Mobiliteitsfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is hiermee als volgt:
Omvang begrotingsartikel (stand Ontwerpbegroting in € miljoen) | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
≥ 50 en < 200 | 2 | 4 |
≥ 200 < 1000 | 5 | 5 |
≥ 1000 | 5 | 5 |
– Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2040.
– Voor Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding) is voor Rijkswaterstaat en ProRail een aparte bijlage 3 opgenomen.
Kasschuiven
In het Wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek van 12 oktober 2016 (ook laatst bij het Wetgevingsoverleg Ontwerpbegroting 2026 op 15 januari 2026) is uitgebreid met de Kamer gesproken over kasschuiven op de begrotingsfondsen. In het kader van de informatievoorziening wordt hieronder aangegeven waarom deze kasschuiven worden doorgevoerd op de begrotingsfondsen en op welke plek de doorgevoerde kasschuiven in de begroting 2027 worden toegelicht.
Op de begrotingen van het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds vinden jaarlijks kasschuiven plaats. Middels kasschuiven blijft het beschikbare kasbudget per jaar en per modaliteit aansluiten op de geactualiseerde programmering. Kasschuiven zijn altijd budgetneutraal, hetgeen betekent dat de hoeveelheid middelen die meerjarig beschikbaar is niet wijzigt als gevolg van de kasschuif. In de verdiepingsbijlage van het Mobiliteitsfonds zijn de significante kasschuiven in de begroting 2027 over de gehele looptijd van de begroting inzichtelijk gemaakt en toegelicht. Indien sprake is van politiek relevante (generale) kasschuiven dan worden deze tevens opgenomen en toegelicht in de begroting op hoofdlijnen.
Overzichten geschatte budgetflexibiliteit
Gezien het specifieke karakter en samenhang van de begrote uitgaven op het Mobiliteitsfonds wordt de budgetflexibiliteit op de volgende manier berekend. Als juridisch verplichte uitgaven worden beschouwd: realisatieprojecten en programma’s, DBFM-contracten, apparaatsuitgaven en Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing (Instandhouding). De projecten en programma’s die in de planuitwerkings- en verkenningsfase zitten, worden gezien als bestuurlijk gebonden. (Risico)reserveringen zijn beleidsmatig gereserveerd. De generieke investeringsruimte wordt aangemerkt als vrij te besteden/niet juridisch verplicht.
Groeiparagraaf
Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk
Sinds de Begroting 2026 zijn de voedingsartikelen op de begrotingsfondsen (artikel 19 Mobiliteitsfonds, artikel 5 Deltafonds) en op de beleidsbegroting HXII (artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen) afgeschaft. Hierdoor worden de begrotingsfondsen direct gefinancierd vanuit de schatkist en worden interdepartementale overhevelingen rechtstreeks aan de betreffende artikelen op de fondsen toegevoegd. In afstemming met het ministerie van Financiën is daarom ook besloten de voedingsartikelen en hun realisaties niet langer op te nemen in de Begroting 2027.
Bijlage DBFM-conversies
De bijlage DBFM-conversies wordt niet langer meer opgenomen in de Begroting 2027. Voor een toelichting op de DBFM-conversies en de DBFM-projecten wordt verwezen naar Bijlage 3: Instandhouding.
Beleidsdoorlichting Wegen en Verkeersveiligheid
In de «Beleidsdoorlichting artikel 14 (HXII) Wegen en Verkeersveiligheid 2016 – 2022» is de volgende aanbeveling opgenomen: «Gegeven de grote omvang van de bedragen bevelen we aan in de toekomst de verantwoording van de uitgaven op de onderdelen Aanleg en Onderhoud en Vernieuwing een niveau dieper uit te splitsen.» Hieraan is als volgt invulling gegeven:
– Aanleg en Vernieuwing. In aansluiting op de budgettaire tabel bevat artikel 12 Hoofdwegennet verdiepende projectoverzichten behorende bij 12.03.01 (Aanleg), 12.03.02 (Planning en Studies) en 12.03.03 (Optimalisering gebruik)). In deze overzichten zijn alle onderliggende projecten gepresenteerd en toegelicht in aansluiting op de budgetten, zoals opgenomen in de budgettaire tabel. Voor wat betreft Vernieuwing zijn in het overzicht behorende bij 12.02.04 (Vernieuwing) de projecten intelligente wegkantsystemen en brandwerendheid tunnels, als onderdeel van het programma Vernieuwing, apart weergegeven.
– Onderhoud. Het basiskwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het onderhoud van de Rijkswaterstaat-netwerken. Onderhoud van de netwerken op het basiskwaliteitsniveau is erop gericht om de prestaties van de netwerken op peil te houden met hiertoe beschikbaar gestelde middelen. In figuur 5 zoals opgenomen in artikel 12 is een verdieping van de onderhoudskosten van het hoofdwegennet opgenomen. Verder biedt de bijlage Instandhouding een overkoepelend beeld in de werkwijze voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing inclusief de hiervoor geraamde budgetten en afgesproken prestaties.
Taakstelling Kabinet Jetten - Slagvaardige Overheid
In het coalitieakkoord van Kabinet Jetten I is een apparaatstaakstelling gepresenteerd. Deze is bij de 1e suppletoire begroting 2026 technisch in de begrotingen van IenW verwerkt. Met deze begroting is hier nu een inhoudelijke invulling aan gegeven. Zie onderdeel 2.5 Slagvaardige overheid voor de nadere toelichting hierover.
Verdiepingsbijlage
In de Ontwerpbegroting 2026 was aangegeven dat op het Mobiliteitsfonds de verdiepingsbijlage voor het laatst werd gepresenteerd (conform de Rijksbegrotingsvoorschriften). Tijdens het Wetgevingsoverleg Begrotingsonderzoek (WGO) over de IenW begrotingen 2026 heeft de vorige minister toegezegd om dit voorjaar 2026 met de minister van Financiën in overleg te treden over de terugkeer van de verdiepingsbijlage. Conform de Toezegging bij Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat | Tweede Kamer der Staten-Generaal is met het ministerie van Financiën afgesproken om de verdiepingsbijlage op artikelniveau te presenteren voor de fondsen. Deze toezegging is al opgepakt bij de eerste suppletoire begroting 2026 en wordt ook toegepast bij de Ontwerpbegroting 2027.
Financiële risico's en onzekerheden
In verschillende onderdelen van de begroting van het Mobiliteitsfonds wordt stil gestaan bij financiële risico's en onzekerheden.
– In onderdeel 2.3 wordt het risico op een voordelig saldo en nadelig saldo en daarop genomen beheersmaatregelen in de vorm van het instrument overprogrammering toegelicht.
– In onderdeel 2.4 wordt de flexnorm in beeld gebracht. Dit geeft aan in welke mate de begroting van het Mobiliteitsfonds planflexibel is om tekorten en financiële risico's op te vangen.
– In onderdeel 3.1 bij artikelonderdeel 11.04 wordt budgettair weergegeven wat de resterende investeringsruimte en de totale risicoreserveringen zijn op het Mobiliteitsfonds. Hiermee wordt ook duidelijk hoeveel ruimte, tot en met einde looptijd van het Mobiliteitsfonds, beschikbaar is voor tegenvallers en risico's.
– In de onderdelen 3.2 tot en met 3.7 wordt de stand van zaken op de instandhoudings-, aanleg- en planuitwerkingsprojecten en -programma's toegelicht. Hier wordt ook stil gestaan bij mogelijke financiële risico's en onzekerheden.
– In bijlage 3 wordt bij instandhouding van alle IenW-netwerken stil gestaan en toegelicht wat de mogelijke financiële risico's en onzekerheden zijn voor ProRail en Rijkswaterstaat.
2. Uitvoeringsagenda Mobiliteit
2.1 Mijlpalen en Resultaten
Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt, welke projecten in 2027 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2027 start.
Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
In 2027 gaat IenW onder meer de volgende activiteiten in het kader van exploitatie, onderhoud en vernieuwing uitvoeren.
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Hoofdwegen | ‒ | Verkeersmanagement waaronder inzet weginspecteurs bij incidenten, het op alle bemeten wegvakken inwinnen van betrouwbare route- en reisinformatie. Deze informatie tijdig aan de NDW te leveren, het realiseren van benuttingsmaatregelen en connecting mobility. |
‒ | Beheer en onderhoud waaronder verhardingsonderhoud, onderhoud aan kunstwerken en onderhoud aan Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) systemen. | |
‒ | Uitvoering van het programma vervangingen en renovaties waaronder het programma Stalen Bruggen. | |
Spoorwegen | ‒ | Regulier beheer en onderhoud, waaronder het inspecteren en schouwen van de infrastructuur, functieherstel bij verstoringen, het saneren van geluidsschermen en het onderhouden en schoonmaken van stations. |
‒ | Groot onderhoud, waaronder het slijpen van spoorstaven en het seizoenbestendig houden van de sporen. | |
‒ | Het vervangen van spoorstaven, dwarsliggers en wissels en de vervanging van andere systemen, zoals energie, transfer en treinbeveiliging en treinbeheersing. | |
Hoofdvaarwegen | ‒ | Verkeersmanagement waaronder activiteiten in het kader van verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering. |
‒ | Uitvoering van vernieuwingsprojecten op de vaarwegen (sluizen en bruggen) | |
‒ | Onderhoud om o.a. de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven en maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te kunnen laten functioneren. |
Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen en naar het MIRT Projectenoverzicht 2027.
Ontwikkeling
Hieronder zijn de mijlpalen voor 2027 per modaliteit opgenomen.
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Openstelling | ‒ | n.v.t. |
Start aanleg | ‒ | n.v.t. |
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Indienststelling | ‒ | Diverse deelprojecten bij de landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak, ERTMS en Meerjarenprogramma geluidsanering Spoor) |
‒ | Spoorcapaciteit 2030: diverse deelprojecten | |
‒ | Maaslijn | |
‒ | TEV-maatregelen MerwedeLingelijn | |
‒ | Beschermingsmaatregelen GSMR interferentie | |
‒ | Multimodale knoop Schiphol: Stijg en daalpunten trein-bus | |
‒ | Traject Oost: Maarsbergen | |
‒ | PHS Tilburg 4e perronspoor | |
‒ | Sporendriehoek Noord Nederland: Hoogeveen snelheidsverhoging | |
‒ | Maastricht Lanaken | |
‒ | ATO (Automatic Train Operation) | |
‒ | Klimaatbestendige & Circulaire Infraprojecten | |
‒ | Beter benutten last mile spoor (Fase 2) | |
Start aanleg | ‒ | Diverse deelprojecten bij de landelijke programma’s (o.a. Fietsparkeren, Toegankelijkheid Stations, Kleine Functiewijzigingen, Overwegenaanpak, ERTMS en Meerjarenprogramma geluidsanering Spoor) |
‒ | Spoorcapaciteit 2030 diverse deelprojecten | |
‒ | Meppel: Spoor en perroncapaciteit (gefaseerde uitvoering, diverse deelprojecten) |
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Openstelling | ‒ | n.v.t. |
Start aanleg | ‒ | n.v.t. |
2.2 Begroting op Hoofdlijnen
De belangrijkste mutaties op hoofdlijnen t.o.v. de vastgestelde begroting 2026 worden hieronder uitgesplitst en toegelicht. De mutaties uit de 1e Suppletoire Begroting 2026 zijn reeds toegelicht in de Memorie van Toelichting op de 1e Suppletoire Begroting 2026. Zie hiervoor kamerstukken II 2025-2026. 36 915 A, nr. 2.
Kaderrelevante mutaties Mobiliteitsfonds | Artikel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2039 | 2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand ontwerpbegroting 2026 | 10.468.556 | 10.851.889 | 10.682.793 | 10.869.572 | 10.872.770 | 9.782.684 | 75.668.775 | |||
Mutaties 1e suppletoire begroting 2026 (Incl. ISB, Amendementen en NvW's) | 401.934 | ‒ 58.267 | ‒ 320.784 | ‒ 147.680 | 123.070 | 88.283 | 1.209.663 | |||
1 | Bijdragen Derden | ‒ 59.968 | 471 | 1.910 | ‒ 11.500 | 1.956 | ‒ 2.079 | |||
2 | DBFM-conversie | ‒ 17.577 | ‒ 718.122 | ‒ 321.262 | 4.774 | 16.049 | 17.976 | 628.042 | ||
3 | Overboekingen andere begrotingshoofdstukken | ‒ 134.527 | 121.749 | 85.483 | ‒ 35.315 | ‒ 26.434 | ‒ 24.798 | ‒ 73.256 | ||
- Beleidsbegroting IenW (XII) | ‒ 79.734 | 119.422 | 86.991 | ‒ 37.622 | ‒ 29.851 | ‒ 32.540 | ‒ 69.866 | |||
- Deltafonds | ‒ 800 | |||||||||
- Overige Ministeries | ‒ 53.993 | 2.327 | ‒ 1.508 | 2.307 | 3.417 | 7.742 | ‒ 3.390 | |||
4 | Actualisering Ontvangsten | 3.174 | 8.206 | ‒ 7.043 | ‒ 181 | 592 | ‒ 4.139 | ‒ 609 | ||
5 | Kaderaanpassing Voorjaarsbesluitvorming | 300.000 | 250.000 | ‒ 275.000 | ‒ 275.000 | |||||
6 | Loon- en prijsbijstelling | 274.505 | 285.539 | 207.370 | 209.254 | 208.739 | 177.076 | 1.280.221 | ||
- Loonbijstelling | 31.282 | 30.906 | 29.887 | 29.925 | 28.916 | 28.504 | 222.035 | |||
- Prijsbijstelling | 243.223 | 254.633 | 177.483 | 179.329 | 179.823 | 148.572 | 1.058.186 | |||
7 | Saldo 2025 uitgaven | 36.327 | ||||||||
8 | Taakstellingen Voorjaarsbesluitvorming | ‒ 6.110 | ‒ 12.242 | ‒ 39.712 | ‒ 77.832 | ‒ 77.832 | ‒ 622.656 | |||
Stand 1e suppletoire begroting 2026 | 10.870.490 | 10.793.622 | 10.362.009 | 10.721.892 | 10.995.840 | 9.870.967 | 76.878.438 | |||
Belangrijkste mutaties Mobiliteitsfonds Ontwerpbegroting 2027 | ||||||||||
1 | Loonbijstelling 2026 | 2.372 | 2.352 | 2.349 | 2.331 | 2.325 | 2.315 | 18.094 | 2.254 | |
2 | Bijdragen derden | 6.116 | 20.704 | 19.318 | 23.365 | 35.601 | 48.646 | 1.320.195 | 163.700 | |
- Wegen | 12 | 7.410 | 15.277 | 17.598 | 22.033 | 34.124 | 47.196 | 1.318.211 | 163.700 | |
- Spoorwegen | 13 | 528 | ||||||||
- Vaarwegen | 15 | 2.763 | 4.100 | |||||||
- Megaprojecten | 17 | ‒ 4.585 | 1.327 | 1.720 | 1.332 | 1.477 | 1.450 | 1.984 | ||
3 | Extrapolatie | 8.967.037 | ||||||||
- Bijdrage aan MF | 8.666.569 | |||||||||
- Ontvangsten derden | 300.468 | |||||||||
4 | Actualisering Ontvangsten | 1.136 | ‒ 1.136 | |||||||
5 | Kaderaanpassingen Mobiliteitsfonds Miljoenennota 2027 | 300.513 | ‒ 100.405 | ‒ 15.922 | ‒ 122.761 | ‒ 46.624 | ‒ 14.801 | ‒ | ||
- Spoorwegen | 185.405 | ‒ 185.405 | ||||||||
- Vernieuwing Hoofdwegen | 54.573 | 1.078 | ‒ 5.761 | ‒ 35.089 | ‒ 14.801 | |||||
- Woningbouwmiddelen | 85.000 | ‒ 85.000 | ||||||||
- Zuidasdok | 60.535 | ‒ 17.000 | ‒ 32.000 | ‒ 11.535 | ||||||
6 | Overboekingen beleidsbegroting IenW (XII) | ‒ 8.141 | ‒ 6.896 | ‒ 24.567 | 92.456 | ‒ 49.814 | ‒ 29.410 | ‒ 235.648 | ‒ 29.533 | |
- Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod | ‒ 30.000 | ‒ 30.000 | ‒ 20.000 | |||||||
- PBNI | ‒ 4.620 | ‒ 4.835 | ‒ 5.309 | ‒ 4.564 | ‒ 5.433 | ‒ 43.464 | ‒ 5.433 | |||
- Herverdeling Taakstellingen | ‒ 336 | ‒ 810 | ‒ 9.159 | ‒ 20.489 | ‒ 20.489 | ‒ 163.912 | ‒ 20.489 | |||
- Decentraal Spoor | ‒ 30.797 | |||||||||
- Terugbetaling Vrachtwagenheffing | 27.483 | 151.946 | ||||||||
- European Maritime Single Window Environment (EMSWE) | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 16.000 | ‒ 2.000 | ||||
- Overboeking SAF-incentive | 20.000 | |||||||||
- Overige overboekingen XII | 2.656 | ‒ 1.940 | ‒ 14.405 | ‒ 13.022 | ‒ 2.761 | ‒ 1.488 | ‒ 12.272 | ‒ 1.611 | ||
7 | Overboeking ministeries | ‒ 16.503 | 63 | 14.822 | 21.050 | 49.708 | 76.099 | 528.263 | 72.813 | |
- BTW-afdracht Regeling Impuls | ‒ 12.269 | |||||||||
- Klimaatfonds: Elektrificatie Spoor | 700 | 700 | 2.700 | 8.700 | 4.700 | 2.000 | ||||
- Wind Op Zee 3e tranche | 12.759 | 12.770 | 48.668 | 77.339 | 540.943 | 72.813 | ||||
- Overige overboekingen ministeries | ‒ 4.934 | ‒ 637 | ‒ 637 | ‒ 420 | ‒ 3.660 | ‒ 3.240 | ‒ 12.680 | |||
8 | Overboekingen Deltafonds | 1.169 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 14.720 | 1.840 | |
9 | Taakstellingen Kabinet | ‒ 10.001 | ‒ 10.145 | ‒ 10.211 | ‒ 347.174 | ‒ 51.055 | ||||
- Extra Tranches Efficiencytaakstelling | ‒ 10.211 | ‒ 347.174 | ‒ 51.055 | |||||||
- Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid | ‒ 10.001 | ‒ 10.145 | ||||||||
10 | Intensiveringen Kabinet | 100.000 | 300.000 | 500.000 | 500.000 | 3.400.000 | 300.000 | |||
- Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave | 100.000 | 200.000 | 200.000 | 1.000.000 | ||||||
- Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur | 100.000 | 200.000 | 300.000 | 300.000 | 2.400.000 | 300.000 | ||||
11 | Opvragen Middelen Aanvullende Post (AP) | 386 | 25.470 | 759.230 | 762.510 | 13.930 | 973.881 | 35.520 | 4.700 | |
- Beheer en onderhoud (AP) | 944.821 | |||||||||
- Partiële Herziening Noordzee (AP) | 386 | 2.320 | 2.380 | 2.510 | 3.930 | 4.060 | 35.520 | 4.700 | ||
- Prioritaire infrastructuurprojecten (AP) | 750.000 | 750.000 | ||||||||
- Stikstof (AP) | 23.150 | 6.850 | 10.000 | 10.000 | 25.000 | |||||
Stand ontwerpbegroting 2027 | 11.156.402 | 10.737.886 | 11.207.942 | 11.792.538 | 11.502.806 | 11.419.326 | 81.612.408 | 9.431.756 | ||
Toelichting
Kaderrelevante mutaties MF: Dit zijn mutaties die het (meerjarige) kader op het MF veranderen ten opzichte van de vorige begrotingswet (eerste suppletoire begroting).
1. Additionele Loonbijstelling Tranche 2026: Naar aanleiding van de CAO-onderhandeling is er nog een extra tranche aan loonbijstelling (0,3% procentpunt) ontvangen vanuit het ministerie van Financiën.
2. Bijdragen Derden: Dit betreft de wijziging van diverse bijdragen van derden aan het Mobiliteitsfonds. In de artikelgewijze toelichting en verdiepingsbijlage worden deze bijdragen per modaliteit nader toegelicht.
3. Extrapolatie 2040: Bij de Ontwerpbegroting 2027 wordt de looptijd van het Mobiliteitsfonds beleidsarm met een jaar verlengd tot en met 2040. Het niveau van extrapolatie is in principe gelijk aan het jaar 2039 in de begroting 2026 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken. Met de verlenging tot en met 2040 komt in totaal – inclusief structurele ontvangsten van derden – een ruimte van circa € 9 miljard beschikbaar op het Mobiliteitsfonds. Deze ruimte wordt met voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die benodigd zijn voor de instandhouding van het huidige areaal en het opvangen van risico's en tegenvallers in de uitvoering.
4. Actualisering Ontvangsten: In deze begroting zijn de programma-ramingen aan zowel de uitgaven- als de ontvangstenkant geactualiseerd. De actualisering van de ontvangsten valt binnen de periode 2026-2031.
5. Kaderaanpassingen Mobiliteitsfonds Miljoenennota 2027: Om de beschikbare budgettten in een realistischere ritme te zetten ten aanzien van de programmering, hebben er generale kaderaanpassingen plaatsgevonden in deze begroting. Onderstaand zijn deze kaderaanpassingen toegelicht.
• Openbaar vervoer en spoor: Dit betreffen de generale kasschuiven vanuit 2027 naar 2026 toe. OVS kan in 2026 versnellen op het aanlegprogramma personenvervoer, verkenning en planuitwerking personenvervoer, ERTMS en PHS. Er wordt € 185,4 miljoen verschoven uit 2027 naar 2026.
• Vernieuwing Hoofdwegen: Om te voorkomen dat er vertraging optreedt bij de betaling van verschillende vernieuwingstunnels (de Noordtunnel en Drechttunnel. In 2026 vindt een kaderaanpassing plaats van € 54,6 miljoen uit latere jaren naar 2026 toe.
• Woningbouwmiddelen: om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw, vindt er een kaderaanpassing plaats van € 85,0 miljoen uit 2029 naar 2027.
• Zuidasdok: omdat het zwaartepunt van de werkzaamheden van de aannemer in 2026 zit, is er meer budget nodig dan oorspronkelijk geraamd was in dit jaar. Er schuift dus € 60,5 miljoen vanuit latere jaren naar 2026 toe.
10. Overboekingen HXII: Voor de uitvoering van diverse projecten en programma's op het MF is tot en met 2040 in totaal € 311,6 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds vanuit de beleidsbegroting Hoofdstuk XII. De grootste overboekingen betreffen:
• Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod: dit betreft een overboeking voor de regeling Nadeelcompensatie Vuurwerkverbod. De Tweede Kamer heeft met het amendement van het lid Michon-Derkzen opgeroepen tot het dekken van deze regeling binnen de begrotingen van IenW. Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijk deel binnen het Mobiliteitsfonds ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail op artikel 13.02 Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing Spoorwegen.
• Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI): conform Amendement Stoffer vindt vanaf 2027 een jaarlijkse overboeking plaats naar HXII. Hiervoor wordt een beroep gedaan op de reservering op het MF. Dit betreft zowel opdrachten als personele uitgaven en inhuur.
• De specifieke uitkering Decentraal Spoor (€ 30,8 miljoen in 2026).
• Terugbetaling Vrachtwagenheffing: dit betreft de resterende kosten voor de Vrachtwagenheffing. Hiermee is de minregel opgeheven.
• Herverdeling taakstelling: In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.Voor het aandeel van RWS en ProRail hebben overboekingen plaats moeten vinden naar HXII van per saldo oplopend tot € 20,5 miljoen structureel.
• Implementatie van European Maritime Single Window environment (HXII) (€ 26 miljoen).
• Overboeking SAF-incentive: Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Er wordt hiervoor op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) in de jaren 2027-2029. Dit betreft de bijdrage van HXII aan deze reservering.
18. Overboekingen ministeries: Dit betreft de overboekingen van en naar andere begrotingshoofdstukken voor de periode 2026 tot en met 2040. In totaal gaat het om € 730,5 miljoen. De grootste overboeking komt vanuit EZK. In de periode 2028 tot en met 2040 is vanuit het ministerie van EZK, circa € 765,3 miljoen overgeboekt voor Wind Op Zee. Daarnaast vindt er een overboeking plaats vanuit het Klimaatfonds voor Elektrificatie spoor. Vanuit het Klimaatfonds is een aanvullende bijdrage toegekend aan de verduurzaming (elektrificatie) van de regionale spoorlijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal.
19. Overboekingen Deltafonds: Dit betreft een overboeking vanuit het Deltafonds voor Cybersecurity.
20. Taakstellingen Kabinet:
• Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd. Het gaat om een bedrag van € 10,2 miljoen in 2031 oplopend tot een structureel bedrag van € 51,1 miljoen voor de jaren 2035 en verder. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 van het MF.
• Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met in totaal € 20,1 miljoen voor de jaren 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 van het MF.
23. Intensiveringen Kabinet: Tijdens de augustusbesluitorming heeft het kabinet besloten om extra te investeren in de infrastructuur. De volgende middelen worden toegevoegd aan het MF:
• Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgeboekt naar het MF.
• Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.
26. Opvragen Middelen Aanvullende Post (AP):
• Beheer en Onderhoud infrastructuur: Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen).
• Partiële Herziening Noordzee: er wordt € 55,8 miljoen overgeboekt naar het MF vanuit de Aanvullende Post van het ministerie van Financiën, om de scheepvaartveiligheid te kunnen waarborgen.
• Prioritaire infrastructuurprojecten: In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).
• Stikstof: voor de regeling Schoon Emissieloos Bouwen en voor paarse Milieuzones met gemeentelijke compensatieregeling wordt in totaal € 75 miljoen overgeboekt.
Mutatie onder kader Mobiliteitsfonds | Artikel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032-2039 | 2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | Kaderruilen Mobiliteitsfonds | |||||||||
12 | 32.000 | ‒ 32.000 | ||||||||
13 | ||||||||||
15 | ‒ 32.000 | 32.000 | ||||||||
17 | ||||||||||
2 | Tegenvallers Mobiliteitsfonds | 11 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 18.800 | ||
- HSL en Suïcidepreventie spoor | 13 | 8.800 | ||||||||
- Wilhelminakanaal Sluis II | 15 | 10.000 |
Toelichting
Mutaties onder kader MF: Dit zijn mutaties die het (meerjarige) kader op het MF niet veranderen ten opzichte van de vorige begrotingswet (eerste suppletoire begroting).
1. Kaderruilen Mobiliteitsfonds: In de beantwoording rondom de schriftelijke Kamervragen van de 1e suppletoire begroting Mobiliteitsfonds 2025 is door IenW benoemd dat, indien van toepassing, de kaderruilen ook in de begrotingsstukken zouden worden toegelicht. Een kaderruil is een overboeking van kasbudget tussen twee artikelen die in een later jaar tegenovergesteld wordt geboekt. In principe kan het kasoverschot op een artikel het kastekort oplossen op een ander artikel, maar moet daarmee over de hele fondsperiode budgetneutraal zijn. Er vindt een kaderruil plaats tussen artikelen 12 en 15 tussen de jaren 2026 en 2032. Daarnaast heeft er een kaderruil plaatsgevonden tussen artikel 12 en artikel 15. Deze kaderruil bevindt zich tussen de jaren 2032 en 2034, waardoor deze in tabel 7 op 0 sluit. In de artikelsgewijze toelichtingen wordt hier nader op ingegaan.
2. Dekking tegenvallers: De vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds wordt beschikbaar gehouden voor het dekken van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte en zijn in de desbetreffende jaren (zoals aangegeven in tabel 7) overgeboekt. Het betreft de volgende posten:
• Voorbereiding van inbeheername HSL door ProRail (€ 6,0 miljoen).
• Voortzetting suïcidepreventie spoor (€ 2,8 miljoen).
• Tegenvaller op huidige projectbudget Wilhelminakanaal Sluis II (€ 10,0 miljoen).
2.3 Overprogrammering
Het Mobiliteitsfonds is een productbegroting en wijkt af van een reguliere beleidsbegroting. De tijdshorizon voor het maken van plannen en ramen van uitgaven is t+13 jaar (inclusief het extrapolatiejaar). Op het Mobiliteitsfonds worden dus voor een groot deel investeringsuitgaven gedaan om uiteindelijk een project te realiseren. De programmering van projecten wordt doorlopend geactualiseerd op basis van de meest actuele ramingen en informatie. De kasramingen van de projecten in de begroting worden op de reguliere begrotingsmomenten aangepast.
Het MF kent een 100% eindejaarsmarge. Het instrument overprogrammering wordt als instrument ingezet om te voorkomen dat programmavertragingen direct tot een voordelig saldo leiden en zorgt voor extra druk op de begrotingsrealisatie. Overprogrammering betekent dat in de eerste begrotingsjaren meer projecten worden geprogrammeerd dan er in die jaren formeel aan budget beschikbaar is. Hiermee wordt geanticipeerd op een voorspelbare mate van vertraging, die zich op portfolio-niveau altijd voordoet.
Overprogrammering kan alleen worden ingezet voor beheersing van reguliere ramingsonzekerheden. Onzekerheden van exogene aard, bijvoorbeeld juridische ontwikkelingen, krapte op de arbeidsmarkt, of schokken in de economie, kunnen hiermee niet (volledig) opgevangen worden. De hoogte van de overprogrammering wisselt van jaar op jaar binnen een bepaalde marge en hangt af van bijvoorbeeld het risicobeeld van de onderliggende programmering. Over de maximale hoogte hebben het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Financiën afspraken gemaakt.
Artikel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2026-2031 | 2032-2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
12 Hoofdwegennet | ‒ 378 | ‒ 211 | ‒ 580 | ‒ 371 | ‒ 343 | ‒ 627 | ‒ 2.510 | 2.510 |
- Vernieuwing | ‒ 30 | ‒ 110 | ‒ 127 | ‒ 135 | ‒ 194 | ‒ 77 | ‒ 673 | 673 |
- Aanleg | ‒ 201 | ‒ 75 | ‒ 219 | 3 | 150 | ‒ 53 | ‒ 394 | 394 |
- Planning en studies | ‒ 148 | ‒ 27 | ‒ 234 | ‒ 239 | ‒ 299 | ‒ 497 | ‒ 1.443 | 1.443 |
13 Spoorwegen | ‒ 199 | ‒ 272 | ‒ 359 | ‒ 322 | ‒ 388 | ‒ 582 | ‒ 2.122 | 2.122 |
- Aanleg | ‒ 158 | ‒ 241 | ‒ 306 | ‒ 295 | ‒ 262 | ‒ 339 | ‒ 1.601 | 1.601 |
- Planning en studies | ‒ 41 | ‒ 31 | ‒ 53 | ‒ 27 | ‒ 126 | ‒ 243 | ‒ 521 | 521 |
15 Hoofvaarwegennet | ‒ 86 | ‒ 142 | ‒ 213 | ‒ 70 | ‒ 40 | ‒ 214 | ‒ 765 | 765 |
- Vernieuwing | ‒ 78 | ‒ 79 | ‒ 53 | ‒ 29 | ‒ 85 | ‒ 36 | ‒ 360 | 360 |
- Aanleg | ‒ 7 | ‒ 45 | ‒ 10 | ‒ 4 | 5 | ‒ 53 | ‒ 113 | 113 |
- Planning en studies | ‒ 1 | ‒ 18 | ‒ 150 | ‒ 36 | 40 | ‒ 126 | ‒ 291 | 291 |
17 Megaprojecten | ‒ 140 | ‒ 667 | ‒ 582 | ‒ 657 | ‒ 388 | ‒ 434 | ‒ 2.866 | 2.866 |
- Aanleg | ‒ 138 | ‒ 668 | ‒ 576 | ‒ 658 | ‒ 346 | ‒ 357 | ‒ 2.743 | 2.743 |
- Planning en studies | ‒ 1 | 1 | ‒ 6 | 2 | ‒ 42 | ‒ 76 | ‒ 123 | 123 |
Totale overprogrammering | ‒ 803 | ‒ 1.292 | ‒ 1.733 | ‒ 1.420 | ‒ 1.159 | ‒ 1.857 | ‒ 8.263 | 8.263 |
Toelichting
– In de Voorjaarsnota 2025 is, in het kader van een pilot, de overprogrammering verhoogd om te bezien of dit leidt tot betere uitputtingscijfers en daarmee tot een realistischer begroting. Bij deze pilot is geen sprake geweest van het remmen in productie, oftewel verschuiven van programmering.
– In 2025 was sprake van een nadelig saldo op het Mobiliteitsfonds, doordat de realisatie hoger was dan het beschikbare kasbudget. De Kamer is bij het Financieel Jaarverslag 2025 hierover geinformeerd.
– Door het inhouden van de prijsbijstelling, eerdere kasschuiven naar latere jaren (onder meer bij de Ontwerpbegroting 2025 en de Voorjaarsnota 2025), tegenvallers in de uitvoering en het nadelige saldo over 2025, waren de kasbudgetten niet langer in de juiste verhouding met de programmering. Om nieuwe overuitputting in 2026 te voorkomen en het begrotingsritme te stabiliseren, is bij de Voorjaarsnota 2026 circa € 300 miljoen aan kasbudget naar 2026 en circa € 250 miljoen aan kasbudget naar 2027 geschoven. Daarnaast is binnen het Mobiliteitsfonds een deel van de programmering uit deze jaren doorgeschoven naar latere jaren. Hierdoor sluiten budget en programmering beter op elkaar aan en wordt de overprogrammering stapsgewijs teruggebracht tot een beheersbaar niveau.
De kasschuif voor 2026 en 2027 is uitgevoerd door middelen uit 2028 en 2029. Er wordt geen beroep gedaan op middelen uit de periode 2032 en verder, waardoor het kaskader ook op de lange termijn stabiel blijft. Deze aanpak is in lijn met het coalitieakkoord en biedt meerjarige stabiliteit voor de uitvoeringsorganisaties van het Mobiliteitsfonds: Rijkswaterstaat en ProRail.
– Bij Ontwerpbegroting 2027 is de programmering geactualiseerd op basis van de laatste uitvoeringsinformatie van de diensten. Hiermee zijn de laatste programma-actualisaties gedaan. In totaal schuift er € 577,8 miljoen uit de periode 2026-2032 weg naar 2033 en later. Het gaat met name om de programma-actualisatie op de Wind op Zee middelen (139 miljoen) en op de generieke investeringsruimte (€ 195 miljoen). Daarnaast gaat het om de aflossing van de minregel Vrachtwagenheffing (€ 100 miljoen) die in 2032 en 2033 afgelost moet worden.
– Verder hebben er diverse kaderaanpassingen op het Mobiliteitsfonds plaatsgevonden om de beschikbare budgettten in een realistischere ritme te zetten ten aanzien van de programmering. Dit gaat om kaderaanpassingen op de woningbouw-budgetten, Vernieuwing Hoofdwegennet en Zuidasdok. Daarnaast was er een versnelling mogelijk op het aanlegprogramma personenvervoer, verkenning en planuitwerking personenvervoer, ERTMS en PHS op het Spoor-domein. Er is € 185,4 miljoen verschoven uit 2027 naar 2026. Alle kaderaanpassingen zijn toegelicht in de begroting op hoofdlijnen en de verdiepingsbijlage.
– Bovengenoemde actualiseringen leiden tot een resterende overprogrammering van € 803 miljoen in 2026 en € 1.292 miljoen in 2027. Dit betekent dat mogelijke programma-vertragingen van € 803 miljoen in de laatste maanden van 2026 niet leiden tot aanpassing van het uitgavenkader op het MF.
Figuur 4 Investeringsprogramma en budget (bedragen x € 1.000)

In de bovenstaande grafiek wordt het investeringsprogramma over 15 jaar weergegeven, onderverdeeld naar de MIRT-categorieën. De categorieën: aanleg, geïntegreerde contractvormen (DBFM-contracten), planning en studies vallen onder de budgetten voor ontwikkeling. De categorie vernieuwing valt onder de budgetten voor exploitaite, onderhoud en vernieuwing. Deze categorieën vormen tezamen het investeringsprogramma binnen het Mobiliteitsfonds. De onderliggende projecten komen middels het kas-verplichtingenstelsel tot betaling. Het instrument overprogrammering wordt toegepast op het investeringsprogramma, omdat er sprake kan zijn van kasversnellingen en kasvertragingen als gevolg van geactualiseerde projectramingen. Op het onderhoudsprogramma (exploitatie en onderhoud) vindt geen overprogrammering plaats, eventuele kasversnellingen en –vertragingen hierop worden opgevangen binnen de begroting van de uitvoeringsorganisaties.
De zwarte lijn geeft het totale beschikbare budget weer in het investeringsprogramma en geldt als het vastgestelde uitgavenplafond. De grafiek laat zien dat het investeringsprogramma in de eerste jaren hoger ligt dan het beschikbare budget. Waarbij er dus sprake is van overprogrammering. Vanaf 2033 is sprake van de omgekeerde situatie en ligt het beschikbare budget hoger dan het investeringsprogramma; er is sprake van onderprogrammering. De totale programmering en het budget over de looptijd van het fonds zijn hiermee aan elkaar gelijk, zodat het investeringsprogramma volledig budgettair gedekt is.
2.4 Flexnorm
In de begroting 2018 is de flexnorm geïntroduceerd, waarmee het inzicht in de meerjarige hardheid van de bestuurlijke afspraken is aangescherpt. De flexnorm is een percentage dat aangeeft welk aandeel van de aanlegbudgetten (inclusief investeringsruimte) naar mening van het kabinet flexibel is om bij nieuwe planvorming te betrekken. Het betreft de ruimte binnen de begroting waar nog geen definitieve oplossing is bepaald en gekozen kan worden voor een alternatieve aanwending of oplossing. Overigens geldt ook dat waar wél bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, maar er nog geen juridische verplichtingen zijn aangegaan, de budgetten nog altijd onverminderd door de Tweede Kamer te amenderen zijn.
In onderstaande tabel is weergegeven welke budgetten in de begroting 2027 conform hierboven geschetste flexnorm budgetflexibel zijn. Voor nadere duiding over de generieke investeringsruimte wordt verwezen naar de toelichting in artikel 11.
Artikel onderdeel | Omschrijving | Budgetten t/m 2040 (x € 1 miljoen) |
|---|---|---|
11.01 | Verkenningen | 8.364 |
11.03 | Reserveringen | 8.239 |
11.04 | Generieke investeringsruimte | 2.725 |
Totaal | ||
Als percentage van de budgetten (inclusief investeringsruimte) | 12,2% | |
2.5 Slagvaardige Overheid
in miljoenen euro's | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord | 0 | 0 | ‒ 10 | ‒ 21 | ‒ 80 | ‒ 163 | ‒ 163 |
Efficiencytaakstelling | 0 | 0 | ‒ 10 | ‒ 21 | ‒ 34 | ‒ 46 | ‒ 46 |
Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 46 | ‒ 117 | ‒ 117 |
* Dit betreft de taakstelling voor heel IenW die verdeeld is over de 3 hoofdstukken: XII, Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Toelichting
Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot € 163 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
Hierbij worden de kaders gehanteerd zoals opgenomen in de Kamerbrief Actieagenda Slagvaardige Overheid op de vier actielijnen:
1. Fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving;
2. Realiseren van uitstekende (digitale) dienstverlening;
3. Vernieuwing en productiviteitsverhoging van de Rijksdienst;
4. Doorbreken van de Haagse Muren.
De vermindering van het aantal ambtenaren en de externe inhuur wordt hierbij betrokken conform het regeerakkoord.
De taakstelling zal op hoofdlijnen worden ingevuld met productiviteitsverbetering, vermindering van regels, het vereenvoudigen van processen, inzet van mogelijkheden van automatisering, AI en prioritering van taken.
IenW zal net als vorig jaar zijn bijdrage leveren aan het ambitieuze doel van het kabinet om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, en zich inspannen om de concrete reductiedoelstellingen die het voor 1 oktober 2026 van de Taskforce Slagvaardige Overheid krijgt, te realiseren. In alle werkvelden van IenW wordt gekeken waar onnodig ingewikkelde regels voor zowel het bedrijfsleven als mensen en professionals vereenvoudigd of geschrapt kunnen worden, waarbij het conform kabinetsbeleid niet de bedoeling is dat de vermindering van regeldruk ten koste gaat van wezenlijke beleidsdoelen, zoals de bescherming van mens en milieu. Hierbij worden ook uitvoeringsorganisaties en andere stakeholders, zoals het bedrijfsleven, betrokken.
Tot eind 2030 wordt geleidelijk gewerkt aan de reductie van de omvang van het apparaat over de gehele organisatie voor zowel inzet van externe inhuur als eigen personeel en overhead. Afgezien van nieuwe taken wordt voor de huidige inzet gestuurd op verlaging van het aantal fte en deze afbouw wordt periodiek gemonitord.
3. Productartikelen
3.1 Artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte
Met het artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte wordt invulling gegeven aan een meer flexibele planning van infrastructuur zoals toegezegd in de kabinetsreactie op IBO Flexibiliteit in infrastructurele planning (Kamerstukken II 2016-2017, 34 550 A, nr. 5).
Het artikel bevat alle (plan)flexibele budgetten die gereserveerd zijn voor het verbeteren van de bereikbaarheid en gerelateerd aan de beleidsdoel stellingen zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII, Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De planflexibele budgetten zijn de budgetten die naar mening van het kabinet flexibel zijn om bij (nieuwe) planvorming te betrekken. Het gaat om de (beschikbare) investeringsruimte, reserveringen die worden aangehouden en om budgetten voor projecten in de verkenningsfase. Over deze budgetten zijn nog geen (definitieve) bestuurlijke afspraken gemaakt en ze zijn niet-juridisch verplicht. Door deze budgetten te plaatsen op één artikel zijn alle flexibele budgetten overzichtelijk gepresenteerd. Na besluitvorming, zoals een voorkeursbeslissing, wordt budget overgeheveld naar het desbetreffende productartikel. Het gaat om algemene reserveringen, de investeringsruimte, verkenningen naar bereikbaarheidsopgaven en reserveringen voor korte termijn mobiliteitsmaatregelen. De budgetten op artikel 11 zijn de basis voor het berekenen van de flexnorm in de uitvoeringsagenda mobiliteit.
In dit artikel staan ook de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan deze verkenningen is dat ze – indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking, maar dat een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. Dit is vastgelegd in de MIRT- werkwijze. In deze werkwijze staat het opgavengericht werken voorop. Samen met bestuurlijke partners wordt steeds bezien welke maatregel op welk schaalniveau, op de korte en op de lange termijn het meest bijdraagt aan de opgave bereikbaarheid. Zo ontstaat een mix van maatregelen die samen met andere partners over een langere periode worden uitgevoerd.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 0 | 35.948 | 207.926 | 1.492.045 | 1.689.546 | 2.600.527 | 784.721 |
Uitgaven | 0 | 13.913 | 146.368 | 540.293 | 878.349 | 1.524.215 | 1.765.734 |
11.01 Verkenningen | 0 | 6.499 | 26.740 | 205.602 | 373.739 | 670.579 | 899.237 |
11.03 Reserveringen | 0 | 7.314 | 74.228 | 220.639 | 425.789 | 752.138 | 866.497 |
11.03.01 Gebiedsrogramma's | 0 | 4 | 0 | 1.968 | 1.968 | 122.466 | 132.000 |
11.03.02 Overige reserveringen | 0 | 4.057 | 24.919 | 62.549 | 64.136 | 119.879 | 218.216 |
11.03.03 Reserveringen Coalitieakkoord | 0 | 3.253 | 49.309 | 156.122 | 359.685 | 509.793 | 516.281 |
11.04 Generieke investeringsruimte | 0 | 100 | 45.400 | 114.052 | 78.821 | 101.498 | 0 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
11.09 Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Geschatte Budgetflexibiliteit
De budgetten zijn in 2027 niet juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De verkenningen zijn bestuurlijk gebonden, de reserveringen en de risicoreserveringen binnen de generieke investeringsruimte zijn in 2027 beleidsmatig gereserveerd.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | |
Bestuurlijk gebonden | 18% |
Beleidsmatig gereserveerd | 82% |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
11.01 Verkenningen
Motivering
In dit artikel staan de brede verkenningen nieuwe stijl. Kenmerkend aan de verkenningen nieuwe stijl is dat ze - indien mogelijk - modaliteitsneutraal zijn, een niet-infrastructurele oplossing wordt meegenomen en dat ze niet automatisch doorgaan naar de planuitwerking maar een expliciete afweging (tussen verkenningen) plaatsvindt. De verkenningen op dit artikel dragen bij aan de bereikbaarheidsdoelstellingen uit de Hoofdlijnennotitie Mobiliteitsvisie 2050 en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).
Verkenningen (11.01) | Projectbudget | Planning | Toelichting | |
|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | Voorkeursbeslissing | |
Projecten Noord Nederland | ||||
Verkenning Groningen Suiker | 100 | 98 | ||
Vaarverbinding Ameland | 251 | 247 | 2027 | |
Nedersaksenlijn | 2039 | 2001 | ||
N33 Noord (Appingedam - Eemshaven) | 257 | 253 | 2028 | |
Projecten Noordwest-Nederland | ||||
OV en Wonen in en rond Utrecht | 1506 | 1478 | nvt | |
OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer | 1282 | 1258 | nvt | |
Verkenning Oude Lijn | 1584 | 1555 | nvt | |
A27 Zeewolde-Eemnes | 204 | 200 | ntb | |
Projecten Zuidwest-Nederland | ||||
Verkenning MerwedeLingelijn | 58 | 57 | nvt | |
Verkenning Rail Gent Terneuzen | 115 | 113 | nvt | |
Verkenning BRT Leiden-Zoetermeer | 38 | 37 | nvt | |
A15 Papendrecht -Gorinchem | 0 | 0 | ntb | |
Projecten Zuid-Nederland | ||||
A2/N2 (incl. Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting) | 425 | 417 | 2027 | |
Den Bosch Centraal | 253 | 249 | ntv | |
Programma SmartwayZ.NL: A58 Breda-Tilburg | 0 | 0 | ntb | |
Projecten Oost-Nederland | ||||
Verkenning RegioExpress | 91 | 89 | ntv | |
Verkenning Eurregiorail | 32 | 33 | ntv | |
N35 Wijthmen-Nijverdal | 115 | 113 | 2026 | |
Verkenning Veluwelijn | 101 | 99 | ntv | |
Totaal verkenningsprogramma | ||||
Begroting (MF 11.01) | 8.451 | 8.297 | ||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
De verhoging van de projectbudgetten worden veroorzaakt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling tranche 2026.
11.03 Reserveringen
Motivering
Op dit artikelonderdeel zijn middelen gereserveerd voor beleidsprioriteiten of voorziene omstandigheden waarbij nog geen sprake is van een formele verkenning of gedragen uitwerking. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke toekomstige opgaven. Dit zijn bijvoorbeeld de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s. In deze gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s wordt de bereikbaarheidsopgave in deze gebieden adaptief en integraal opgepakt. Daarbij wordt samengewerkt met de verschillende decentrale overheden. Wanneer duidelijk is hoe en wanneer de opgaven worden aangepakt, bijvoorbeeld met een verkenning of ander soortige (korte termijn) maatregelen worden de gereserveerde middelen overgeboekt naar het betreffende productartikel of artikelonderdeel op artikel 11.
Reserveringen (11.03) | Projectbudget | Voorkeursbeslissing | Toelichting | ||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | huidig | vorig | |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||
Gebiedsprogramma regio Amsterdam | 8 | 8 | nvt | nvt | |
Projecten Zuid-Nederland | |||||
Brainport Eindhoven | 718 | 753 | nvt | nvt | 1 |
Projecten Noord-Nederland | |||||
Reserveringen | |||||
Exploitatie en Onderhoud Caribisch Nederland | 73 | 69 | nvt | nvt | |
Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer | 7 | 7 | nvt | nvt | |
ERTMS | 1122 | 1101 | nvt | nvt | 2 |
Programma Hoogfrequent Spoor | 136 | 133 | nvt | nvt | |
Pakket Zeeland | 62 | 62 | nvt | nvt | |
Elektrificatie Friese Waddenveren | 51 | 50 | nvt | nvt | |
Schoon Emissieloos Bouwen (rijksdiensten) | 1 | 1 | nvt | nvt | |
Robuuste Hoofdvaarwegen | 166 | 163 | nvt | nvt | |
Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI) | 121 | 174 | nvt | nvt | 3 |
Stikstof | 11 | 11 | nvt | nvt | |
Verduurzaming Gebouwen | 1 | 1 | nvt | nvt | |
Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur | 52 | 51 | nvt | nvt | |
Lelylijn | 4 | 4 | |||
Ontsluiting Woningbouw | 113 | 111 | nvt | nvt | |
Reservering Ontsluiting Woningbouw Regeerakkoord | 0 | 0 | nvt | nvt | |
Reservering Instandhouding | 374 | 472 | nvt | nvt | 4 |
Reservering Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds | 45 | 0 | nvt | nvt | 5 |
Reservering incidentele middelen Infrastructuur | 1500 | 0 | nvt | nvt | 6 |
Reservering investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur | 3600 | 0 | nvt | nvt | 7 |
Reservering Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) | 20 | 0 | nvt | nvt | 8 |
Totaal reserveringen | 8.185 | 3.171 | |||
Begroting (MF 11.03) | 8.185 | 3.171 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Brainport Eindhoven: Van de € 87 miljoen Rijksbijdrage die naar aanleiding van het convenant Beethoven bij het BO MIRT 2024 toegekend is aan het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4), heeft € 43 miljoen betrekking op de aanleg van de tunnelmond in het ondergronds busstation (MMK) en € 44 miljoen op de stedelijke inpassing van HOV4. De € 44 miljoen is overgeboekt naar MF 14.03 waarmee het budget voor HOV4 uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 zijn samengevoegd. Verder is met de regio en spoorpartijen afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven. Betreffende planuitwerking wordt met budget van de MMK (Brainport Eindhoven) gefinancierd en om die reden is € 1,5 miljoen overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven (MF 13). Daarnaast wordt, om zicht te kunnen houden op gezamenlijke uitwerking van de spoorknoop Eindhoven en de multimodale knoop Eindhoven, aan ProRail in het kader van de verkenning voor de spoorknoop een beschikking afgegeven voor de beperkte onderzoeksopdracht voor nieuwe zijperrons op Eindhoven CS. Deze kosten ter hoogte van € 2,7 miljoen worden eveneens gefinancierd vanuit het budget van de MMK (Brainport Eindhoven) en ook overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven (MF 13).
2. Reservering landelijk uitrol ERTMS: Dit betreft de toevoeging van € 20,9 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.
3. Reservering PBNI: De reservering PBNI is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Door extrapolatie 2040 is dit budget met € 16,7 miljoen toegenomen. Er is daarnaast € 73,7 miljoen overgeboekt naar de beleidsbegroting Hoofdstuk XII voor uitvoering in 2027 t/m 2040 van het actieplan Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI), conform Amendement Stoffer.
4. Reservering Instandhouding: De reservering instandhouding is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040 en structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026. Om de kosten voor Exploitatie en Onderhoud te dekken van DBFM-contracten die na afloop weer in beheer bij RWS komen te liggen, is vanaf 2040 jaarlijks een structureel bedrag onttrokken. Voor het jaar 2040 gaat dit om € 107 miljoen.
5. Reservering Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds: Door Schiphol wordt een kortlopend fonds opgezet om luchtvaartmaatschappijen te stimuleren duurzame luchtvaartbrandstoffen (SAF) bovenop het EU-mandaat bij te mengen. IenW levert hiervoor een bijdrage aan het fonds, mits de Europese Commissie hiermee akkoord gaat. Er wordt hiervoor op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) in de jaren 2027-2029.
6. Reservering Incidentele Middelen Infrastructuur: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgboekt naar het MF.
7. Reservering Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.
8. Reservering Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI): Dit betreft de aangemaakte reservering voor het nieuw agentschap genaamd Nationale Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). In totaal wordt er bij IenW betreft in totaal € 25 miljoen hiervoor gereserveerd, waarvan € 20 miljoen op MF. De middelen worden overgeboekt uit de generieke investeringsruimte (art. 11.04) naar de beleidsreservering op het MF (art. 11.03).
11.04 Generieke investeringsruimte
Motivering
Op dit artikelonderdeel is de generieke investeringsruimte tot en met 2040 begroot. Dit betreft de investeringsruimte waarvoor nog geen bestemming is aangegeven, en ook niet specifiek is toebedeeld aan een beleidsreservering, (gebieds)programma, verkenning of een modaliteit.
De generieke investeringsruimte is onder meer beschikbaar voor het kunnen opvangen van (toekomstige) risico’s en nieuwe beleidswensen onder andere op basis van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), toekomstbeelden en Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA). De vrije investeringsruimte wordt jaarlijks gevoed door de verlenging van het fonds. Na de bestuurlijke overleggen MIRT informeert het kabinet de Tweede Kamer over de voorstellen om de voor het huidige kabinet beschikbare investeringsruimte in te zetten.
Het beschikbare budget op artikelonderdeel 11.04 bedroeg in de Ontwerpbegroting 2026, € 3,6 miljard; waarvan € 3,6 miljard gereserveerd voor risicoreserveringen, € 414 miljoen aan vrije investeringsruimte en € 400 miljoen op de minregel Vrachtwagenheffing.
Door de aanpassingen die zijn doorgevoerd bij de 1e suppletoire begroting 2026 en de ontwerpbegroting 2027 is de omvang van de investeringsruimte, € 2,7 miljard tot en met 2040. De investeringsruimte is grotendeels gereserveerd voor risicoreserveringen en risico's (€ 1,9 miljard). De minregel van de vrachtwagenheffing is opgeheven. Er resteert nog een vrije investeringsruimte van € 849,4 miljoen. In de praktijk is deze gereserveerd voor risico's en tegenvallers bij projecten en tegenvallers in het lopende jaar.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vrije investeringsruimte | 0 | 0 | 27.483 | 38.946 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Risicoreserveringen | 100 | 45.400 | 86.569 | 39.875 | 101.498 | 0 | 217.075 | 184.709 |
Totaal | 100 | 45.400 | 114.052 | 78.821 | 101.498 | 0 | 217.075 | 184.709 |
2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Vrije investeringsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 64.256 | 718.698 | 849.383 |
Risicoreserveringen | 208.858 | 67.883 | 52.203 | 49.700 | 111.515 | 183.008 | 527.208 | 1.875.601 |
Totaal | 208.858 | 67.883 | 52.203 | 49.700 | 111.515 | 247.264 | 1.245.906 | 2.724.984 |
Producten
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
– Loon- en Prijsbijstelling tranche 2026: Het kabinet heeft bij de Ontwerpbegroting 2026 besloten dat een deel van de prijsbijstelling tranche 2026 vanaf 2028 wordt ingehouden ter dekking van Rijksbrede problematiek. De toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is met de Voorjaarsnota 2026 overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds. Met deze Ontwerpbegroting is de loon- en prijsbijstelling tranche 2026 verdeeld over de verschillende artikelen op het Mobiliteitsfonds.
– Dekking tegenvallers: Bij de Voorjaarsbesluitvorming 2026 is afgesproken om de vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds naar 2040 achter de hand te houden voor het dekken dekking van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte gedekt. Het betreft de volgende posten:
• Voorbereiding van inbeheername HSL door ProRail (€ 6,0 miljoen).
• Voortzetting suïcidepreventie spoor (€ 2,8 miljoen).
• Tekort op het projectbudget op de Wilhelminakanaal Sluis II (€ 10,0 miljoen).
• Implementatie van European Maritime Single Window environment (HXII) (€ 26 miljoen).
– Er zijn daarnaast reserveringen getroffen voor de NADI en SAF. Zie de toelichting bij artikelonderdeel 11.03.
3.2 Artikel 12 Hoofdwegennet
Op dit artikel worden de producten op het gebied van het hoofdwegennet verantwoord. Dit betreft de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/PPS, en netwerkgebonden kosten. Deze producten zijn gerelateerd aan de beleidsdoelen en -instrumenten zoals beschreven in beleidsartikel 14 Wegen en Verkeersveiligheid op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 6.290.707 | 7.372.406 | 4.757.885 | 4.145.727 | 4.272.126 | 2.926.707 | 2.907.690 |
Uitgaven | 4.038.276 | 5.101.334 | 4.657.548 | 4.700.358 | 4.869.765 | 4.176.641 | 4.022.861 |
12.01 Exploitatie | 9.939 | 32.947 | 21.176 | 21.534 | 13.527 | 8.766 | 8.115 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 9.939 | 32.947 | 21.176 | 21.534 | 13.527 | 8.766 | 8.115 |
12.02 Onderhoud en vernieuwing | 1.419.841 | 1.968.944 | 1.849.201 | 1.760.897 | 1.921.966 | 1.747.592 | 2.119.424 |
12.02.01 Onderhoud | 1.132.227 | 1.490.092 | 1.260.579 | 1.218.159 | 1.204.554 | 1.145.628 | 1.339.310 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 1.132.227 | 1.490.092 | 1.260.579 | 1.218.159 | 1.204.554 | 1.145.628 | 1.339.310 |
12.02.04 Vernieuwing | 287.614 | 478.852 | 588.622 | 542.738 | 717.412 | 601.964 | 780.114 |
12.03 Ontwikkeling | 787.646 | 912.038 | 860.170 | 365.224 | 563.004 | 548.181 | 190.360 |
12.03.01 Aanleg | 425.856 | 313.563 | 294.930 | 50.463 | 265.403 | 408.828 | 80.000 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 3.200 | 3.692 | 1.529 | 306 | 306 | 9 | 0 |
12.03.02 Planning en studies | 342.010 | 221.912 | 191.287 | 95.473 | 257.595 | 126.461 | 21.167 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 12.051 | 0 | 4.248 | 7.799 | 10.909 | 8.624 | 7.605 |
12.03.03 Optimalisering gebruik | 19.780 | 376.563 | 373.953 | 219.288 | 40.006 | 12.892 | 89.193 |
12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS | 959.213 | 1.379.009 | 1.146.193 | 1.800.431 | 1.649.044 | 1.165.183 | 1.034.424 |
12.06 Netwerkgebonden kosten HWN | 861.637 | 808.396 | 780.808 | 752.272 | 722.224 | 706.919 | 670.538 |
12.06.01 Apparaatskosten RWS | 720.490 | 734.015 | 709.194 | 690.143 | 668.520 | 653.215 | 643.378 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 720.490 | 734.015 | 709.194 | 690.143 | 668.520 | 653.215 | 643.378 |
12.06.02 Overige netwerkgebonden kosten | 141.147 | 74.381 | 71.614 | 62.129 | 53.704 | 53.704 | 27.160 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 141.147 | 74.381 | 71.614 | 62.129 | 53.704 | 53.704 | 27.160 |
Ontvangsten | 151.496 | 183.020 | 100.713 | 91.288 | 87.948 | 102.119 | 157.021 |
12.09 Ontvangsten | 151.496 | 183.020 | 100.713 | 91.288 | 87.948 | 102.119 | 157.021 |
12.09.01 Ontvangsten | 0 | 45.219 | 24.682 | 28.715 | 23.696 | 32.700 | 45.700 |
12.09.02 Tolheffing | 0 | 137.801 | 76.031 | 62.573 | 64.252 | 69.419 | 111.321 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 96% |
Bestuurlijk gebonden | 4% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
Toelichting
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
12.01 Exploitatie
Motivering
Met exploitatie streeft IenW naar een veilig en optimaal gebruik van de beschikbare weginfrastructuur en het bereiken van een voorspelbare en betrouwbare reistijd van deur tot deur op de meest duurzame manier en met oog voor de leefomgeving. Daarmee worden de verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in Nederland bevorderd.
Producten
De uitgaven voor de exploitatie hebben betrekking op het verzamelen en verspreiden van verkeersdata en op besturingssoftware voor informatiepanelen en andere apparatuur. Samen met de weginspecteurs van Rijkswaterstaat (RWS) resulteert dit in:
– Verkeersbegeleiding bij grote drukte, inclusief grootschalige evenementen en crisissituaties zoals bij een weeralarm;
– Hulpverlening, bevorderen doorstroming en informatievoorziening bij pech en ongevallen (incidentmanagement);
– Maatregelen ter bevordering van gedisciplineerd en sociaal weggedrag, bijvoorbeeld ter voorkoming van het negeren van rode kruizen en vlucht- strookparkeren;
– Voorlichting over rijkswegen, zoals voorlichting over de gevolgen van wegwerkzaamheden.
De meeste van deze maatregelen worden ingezet vanuit zes regionale verkeerscentrales en een landelijke verkeerscentrale. Hierbij wordt het rijkswegennet in samenhang met het regionale wegennet beschouwd door toepassing van gebiedsgericht verkeersmanagement waarbij wordt ingezet op regionale samenwerking.
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten (12.06).
Meetbare gegevens
Areaalomschrijving | Eenheid | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
|---|---|---|---|---|
Verkeerssignalering | km op rijbaan | 3.036 | 3.047 | 3.047 |
Verkeerscentrales | aantal | 6 | 6 | 6 |
Spitsstroken | km | 244 | 244 | 241 |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
Er wordt geen wijziging in de lengte verkeerssignalering voorzien voor 2027.
In 2027 zal de lengte spitsstroken afnemen vanwege de opheffing van één van de spitsstroken op de A10 Zuid in het project Zuidasdok.
Realisatie 2024 | Realisatie 2025 | Streefwaarde 2026 | Streefwaarde 2027 | |
|---|---|---|---|---|
Levering verkeersgegevens: op alle bemeten wegvakken wordt betrouwbare reis en routeinformatie ingewonnen en tijdig geleverd aan de serviceproviders | ||||
1. beschikbaarheid data voor derden: % van de RWS-meetlocaties dat goed functioneert | 91% | 92% | 90% | 90% |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
De indicator beschikbaarheid data voor derden geeft aan in welke mate RWS intensiteit- en snelheidsgegevens van de meetlocaties beschikbaar heeft. Het percentage wordt berekend ten opzichte van het totaal.
12.02 Onderhoud en vernieuwing
Motivering
Door middel van onderhoud en vernieuwing worden het hoofdwegennet en de directe omgeving op orde gehouden, zodat het vervullen van de primaire functie gewaarborgd is: het faciliteren van veilig, vlot en comfortabel vervoer van personen en goederen met aandacht voor de kwaliteit van het milieu. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen regulier onderhoud enerzijds en vernieuwingen anderzijds.
Producten
Het regulier onderhoud van hoofdwegen omvat maatregelen aan verhar dingen, kunstwerken (zoals bruggen, tunnels en viaducten), verkeersvoor- zieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor verkeersmanagement (zoals signalering en verkeerscentrales).
In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van IenW vallen.
Maatregelen
In de Voorjaarsbesluitvorming van 2026 is besloten om voor de resterende periode van de samenwerkingsafspraak instandhouding (t/m 2030) het budget te verhogen met € 34 miljoen per jaar, ter financiering van een aantal teruggedraaide besparingen op het Basiskwaliteitsniveau (zie ook kamerbrief 17 juni 2024, Verhogen productievermogen Rijkswaterstaat netwerken, Kamerstuk 29385 nr. 139). Het gaat hier om verlichting, faunarasters langs de weg tegen groot wild en bermbeheer.
Ook is er budget beschikbaar gesteld ter financiering van een aantal exogene tegenvallers, waaronder extra budget voor herberekeningen van viaducten met tand-nokproblematiek zodat nagegaan kan worden of objecten aan de veiligheidseisen voldoen.
In het coalitieakkoord wordt er voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullend budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren, moeten er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de Kamerbrief Prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).
Daarnaast vindt voor Rijkswaterstaat in 2026, in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024–2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een midterm review plaats waarin de financiële reeksen voor instandhouding worden herijkt. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken gemaakt moeten worden.
12.02.01 Onderhoud
IenW zet in op veiligheid, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het hoofdwegennet over de hele levenscyclus van de infrastructuur. Die omhelst wegen, bruggen, viaducten, tunnels, aquaducten, matrixborden, verkeerscentrales en verkeersvoorzieningen. Onderhoud betreft zowel het preventief als het correctief onderhoud.
Bij een prioritering van de instandhoudingswerkzaamheden zullen de constructieve veiligheid en naleving van de wet- en regelgeving in acht worden genomen.
De uitgaven voor het onderhoud bestaan hoofdzakelijk uit:
– Uitgaven voor onderhoud van verhardingen waaronder het herstel van vorstschade en het zoveel mogelijk voorkomen daarvan;
– Uitgaven voor onderhoud van kunstwerken;
– Uitgaven voor onderhoud aan (Dynamisch Verkeersmanagement) DVM- systemen zoals matrixborden, informatiepanelen en verkeerscentrales;
– Klein variabel en vast onderhoud aan verkeersvoorzieningen, zoals onderhoud aan bermen, geleiderail, bewegwijzering, geluidsschermen en verlichting;
– Uitgaven voor geluidsmaatregelen (landschap en milieu) als gevolg van naleving van geluidsproductieplafonds voor zover geen onderdeel van een aanlegproject.
Meetbare gegevens
In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten. De percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.
Figuur 5 Onderverdeling van de Onderhoudskosten Hoofdwegennet (HWN)

Bron: Rijkswaterstaat 2026
Eenheid | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 | ||
|---|---|---|---|---|---|
Rijbaanlengte | Hoofdrijbaan | km | 5.878 | 5.878 | 5.871 |
Rijbaanlengte | Verbindingswegen en op- en afritten | km | 1.632 | 1.645 | 1.646 |
Areaal asfalt | Hoofdrijbaan | km2 | 77,9 | 77,9 | 77,9 |
Areaal asfalt | Verbindingswegen en op- en afritten | km2 | 14,9 | 14,9 | 15,0 |
Groen areaal | km2 | 189 | 189 | 189 |
Toelichting
Voor 2027 wordt er een afname van de lengte hoofdrijbaan voorzien als gevolg van de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede naar de provincie.
In de lengte verbindingswegen en op-en afritten wordt in 2027 een toename voorzien als gevolg van de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder.
Het areaal asfalt van de hoofdrijbaan zal iets wijzigen door de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede en door deelopenstellingen van verbredingen op de A9 ter hoogte van de knooppunten Badhoevedorp en Holendrecht. Dit blijft echter binnen de afronding. Ook de toename van het areaal asfalt van de verbindingswegen zal iets wijzigen door de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder. Ook dit blijft binnen de afronding.
Areaal | Eenheid | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Omvang 2027 | Budget (x € 1.000) 2027 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Wegen | Oppervlakte wegdek(Exclusiefverzorgingsbanen) | km2 | 92,8 | 92,9 | 92,8 | 1.260.579 |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
In deze tabel wordt het totale areaal exclusief verzorgingsbanen weergegeven.
In 2027 is er netto een kleine afname als gevolg van de overdracht van de N18 Varsseveld - Enschede, de nieuwe aansluiting Groote Haar binnen het project A27 Houten - Hooipolder en de verbreding van de A9 ter hoogte van Amstelveen in het project A9 Badhoevedorp - Holendrecht.
Realisatie 2024 | Realisatie 2025 | Streefwaarde 2026 | Streefwaarde 2027 | |
|---|---|---|---|---|
Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1): | 7% | 9% | 10% | 10% |
Technische Beschikbaarheid: deel van lengte en tijd (%) dat de weg veilig beschikbaar is, zonder dat rij- of vluchtstroken zijn afgesloten als gevolg van aanleg of geplande onderhoudswerkzaamheden | 99% | 98% | 90% | 90% |
Veiligheid (2): | ||||
a. voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) | 99,4% | 99,7% | 99,7% | 99,7% |
b. voldoen aan norm gladheidbestrijding (binnen 2 uur preventief strooien). | 99% | 100% | 95% | 95% |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
1. Files door Werk in Uitvoering, als gevolg van aanleg en gepland onderhoud (1): Deze indicator betreft de verhouding 'Files door aanleg, beheer en onderhoud’ ten opzichte van ‘Alle files’. Hierbij worden alleen files meegeteld die een snelheid hebben lager dan 50 km/uur en een lengte van minstens 2 km. De overige vertragingen, namelijk die met een snelheid tussen 50 en 100 km/uur en/of over korte lengte, worden niet benoemd als files, maar als congestie.
2. Veiligheid (2): de indicator kent twee aspecten, namelijk:
a) Het voldoen aan de veiligheidsnormen: dit wordt gemonitord aan de hand van de schadekenmerken stroefheid en spoorvorming.b) Het tijdig bestrijden van wintergladheid: dit wordt gemonitord aan de hand van de situaties waarin tijdig preventief dient te worden gestrooid.
12.02.04 Vernieuwing
Op dit artikelonderdeel staan de beschikbare budgetten voor vernieuwing van het hoofdwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdwegennet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Jaarlijks wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar t/m 2040, maar wordt de invulling van het programma op een later moment concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 3 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt.
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Vernieuwingsprojecten | 9.621 | 9.055 | 1.861 | 465 | 666 | 629 | 741 | 748 | 857 | 3.810 | diverse | diverse | |
Intelligente Wegkantsystemen | 292 | 288 | 66 | 38 | 30 | 40 | 84 | 34 | 0 | 0 | n.v.t. | n.v.t. | |
Brandwerendheid tunnels | 153 | 153 | 53 | 5 | 2 | 0 | 27 | 14 | 0 | 52 | n.v.t. | n.v.t. | |
Totaal programma Vernieuwing | 10.066 | 9.496 | 1.979 | 508 | 698 | 669 | 853 | 796 | 857 | 3.862 | 1 | ||
Budget Vernieuwing (MF 12.02.04) | 479 | 585 | 543 | 721 | 602 | 637 | 4.520 | ||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 30 | ‒ 110 | ‒ 127 | ‒ 135 | ‒ 194 | ‒ 77 | 673 | ||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Het budget voor het programma Vernieuwing is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Verder is dit budget structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026 (€ 149,5 miljoen). In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossiers verambtelijkt. Het budget wordt verlaagd doordat het bijbehorende budget wordt overgeheveld naar de apparaatskosten van RWS (€ 8,5 miljoen). Daarnaast zijn in het coalitieakkoord middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Voor het hoofdwegennet betekent dit dat het vernieuwingsbudget in 2031 is verhoogd met € 157,5 miljoen.
12.03 Ontwikkeling
Motivering
Om een betrouwbaar netwerk te realiseren en de verwachte verkeersgroei te faciliteren, worden infrastructuurprojecten voorbereid en uitgevoerd. Zo wordt bereikt dat de noodzakelijke wegcapaciteit beschikbaar is en komt. Daarbij wordt rekening gehouden met de kaders van veiligheid en leefbaarheid.
Maatregelen
Voorzieningen Verzorgingsplaatsen
Het wetsvoorstel ‘Voorzieningen Verzorgingsplaatsen’ is in behandeling bij de Tweede Kamer (kamerbrief 2026Z14949). Met deze wet wordt de uitgifte van vergunningen voor laden en shops op verzorgingsplaatsen via veilingen vormgegeven. De ontvangsten uit de veilingen vallen conform begrotingsregels niet onder het uitgavenkader.
Tegelijkertijd investeert het kabinet de komende jaren € 3,1 miljard in de modernisering van verzorgingsplaatsen en de realisatie van toekomstbestendige netaansluitingen, zodat de infrastructuur kan voldoen aan de veranderende en groeiende vraag van de weggebruiker. De kosten voor deze investeringen worden gefinancierd door hiervoor een gedeelte van de veilingopbrengsten in te zetten. Hiervoor is gekozen omdat de investeringen per saldo zorgen voor een hogere netto generale baat dan in het scenario dat niet wordt geïnvesteerd. De hogere baat houdt in dat de investeringen zich meer dan terugverdienen, dus dat de opbrengsten na aftrek van de investeringskosten hoger zijn dan de opbrengst zou zijn zonder investeringen. De netto baat wordt hoger doordat de investeringen in de verzorgingsplaatsen ervoor zorgen dat de kwaliteit van de verzorgingsplaatsen verbetert wat resulteert in hogere biedingen door marktpartijen dan in het scenario dat er geen investeringen plaatsvinden.
Vooruitlopend op de inwerkingtreding van deze wet vindt de technische uitwerking plaats in deze begroting. De inrichting en voorbereiding van de veilingen moeten namelijk tijdig worden opgestart.
Het deel van de verwachte opbrengsten dat wordt ingezet voor de investeringen is opgenomen in de raming van het MF aan de ontvangstenkant en deze zijn gelijk aan de geraamde uitgaven. Periodiek wordt de realisatie en de planning geëvalueerd. Het gaat tot en met 2050 om een investering van € 3,1 miljard. Het programma Modernisering Verzorgingsplaatsen loopt door tot 2050.
Verkeersveiligheid Hoofdwegennet
Verkeersveiligheid is één van de prioriteiten van het ministerie van IenW. De ontwikkeling van het aantal verkeersslachtoffers laat zien dat inzet nodig blijft, zowel op landelijke schaal als specifiek op rijkswegen. De drukte op het wegennet neemt verder toe, terwijl de beschikbare middelen beperkt zijn. Hoewel risico’s in het verkeer nooit volledig uit te sluiten zijn, kunnen de risico’s met gerichte maatregelen worden teruggebracht. Met de Strategische Agenda Verkeersveiligheid Rijkswegen (SAVeR) zet het ministerie van IenW een volgende stap in het structureel verbeteren van de verkeersveiligheid op de rijkswegen.
Met de SAVeR legt het kabinet het fundament voor een structurele verbetering van de verkeersveiligheid op rijkswegen. Dit fundament helpt ons om de komende jaren scherpe en slimme keuzes te maken en de inzet te richten daar waar het veiligheidsrendement het grootst is. In 2026 wordt het verbeterpotentieel van maatregelen op de grootste risico’s en risicolocaties nader uitgewerkt, op basis waarvan een maatregelpakket met kostenindicatie in beeld kan worden gebracht zoals is verzocht met de motie Bikkers c.s. (Kamerstuk 29 398, nr. 1211). De Kamer wordt voor de zomer van 2027 over de uitkomsten van deze vervolgstap geïnformeerd (Kamerstuk 29 398, nr. 1222). De lopende inzet op verkeersveiligheid op rijkswegen op basis van eerder beschikbaar gestelde impulsbudgetten wordt daarbij onverminderd voortgezet, zoals het programma verkeersveiligheid Rijks-N-wegen.
12.03.01 Aanleg
Motivering
Op dit artikel staan de beschikbare budgetten die noodzakelijk zijn voor de (realisatie)activiteiten bij het hoofdwegennet. Voorbeelden zijn uitgaven die worden gedaan voor de uitvoering (bouwfase) van MIRT-projecten.
Mijpalen Aanlegprojecten
Via de reguliere MIRT-brieven wordt de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang van lopende projecten. Daarbij geeft het MIRT Overzicht 2027 een toelichting bij deze begroting over de MIRT-projecten en -programma’s.
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Openstelling | ‒ | n.v.t. |
Start aanleg | ‒ | n.v.t. |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Producten
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Kleine projecten / Afronding projecten | 6.102 | 6.100 | 6.017 | 17 | 16 | 11 | 7 | 12 | 21 | 1 | |||
Programma aansluitingen | 130 | 129 | 128 | 2 | |||||||||
Quick Wins Wegen | 12 | 12 | 12 | 0 | |||||||||
Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen | 40 | 40 | ‒ | 7 | 4 | 1 | 5 | 7 | 13 | 4 | |||
Projecten Noordwest-Nederland | |||||||||||||
A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (Zuidas) | 887 | 870 | 245 | 112 | 73 | 68 | 69 | 83 | 68 | 168 | 2035-2037 | 2035-2037 | 1 |
A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere | 1.192 | 1.189 | 1.078 | 36 | 59 | 19 | 2027 | 2027 | |||||
A1 Bunschoten-Knooppunt Hoevelaken | 2015 | 2015 | |||||||||||
A2 Holendrecht - Oudenrijn | 1.209 | 1.209 | 1.209 | 2012 | 2012 | ||||||||
A9 Badhoevedorp | 289 | 289 | 288 | 1 | 2029 | 2029 | |||||||
N50 Ens - Emmeloord | 2016 | 2016 | |||||||||||
Zuidasdok | 2035-2037 | 2035-2037 | |||||||||||
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
A4-A44 Rijnlandroute | 543 | 543 | 513 | 30 | regio | regio | |||||||
A4 Burgerveen - Leiden | 541 | 541 | 541 | 2015 | 2015 | ||||||||
A4 Delft - Schiedam | 642 | 642 | 642 | 0 | 2015 | 2015 | |||||||
A4 Vlietland / N14 | 40 | 40 | 27 | 13 | 2020 | 2020 | |||||||
N57/59 EuroRAP (verkeersveiligheid) | 23 | 22 | 9 | 14 | |||||||||
N61 Hoek-Schoondijke | 111 | 111 | 111 | 2015 | 2015 | ||||||||
Projecten Zuid-Nederland | |||||||||||||
A2 Passage Maastricht | 686 | 686 | 680 | 0 | 6 | 2016 | 2016 | ||||||
A4 Dinteloord-Bergen op Zoom | 260 | 260 | 259 | 0 | 1 | 2014 | 2014 | ||||||
A76 Aansluiting Nuth | 59 | 59 | 59 | regio | regio | ||||||||
A2 Het Vonderen-Kerensheide | 614 | 606 | 159 | 135 | 84 | 71 | 71 | 95 | 2025-2029 | 2025-2029 | |||
KTM I Randweg Eindhoven | 1 | 8 | 15 | 11 | |||||||||
Projecten Oost-Nederland | |||||||||||||
A12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15) | 184 | 184 | 184 | 1 | 2023 ‒ 2032 | 2023 ‒ 2032 | |||||||
A1 Apeldoorn - Azelo: fase 1 en fase 2a | 463 | 463 | 460 | 3 | 2023-2025 | 2023-2025 | |||||||
A1 Apeldoorn Zuid - Beekbergen | 29 | 29 | 29 | 2017 | 2017 | ||||||||
A50 Ewijk - Valburg | 269 | 269 | 269 | 2017 | 2017 | ||||||||
N35 Wijthmen - Nijverdal | 25 | 25 | 4 | 15 | 6 | ‒ | 2018 | 2018 | |||||
Projecten Noord-Nederland | |||||||||||||
A7 Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2 | 970 | 969 | 910 | 60 | ‒ | ‒ | ‒ | 2024 | 2025 | ||||
N31 Leeuwarden (De Haak) | 222 | 222 | 221 | ‒ | 2014 | 2014 | |||||||
Overige maatregelen | |||||||||||||
Fileaanpak | 70 | 70 | 64 | 4 | 2 | ‒ | ‒ | ||||||
Meer kwaliteit leefomgeving | 152 | 152 | 152 | ||||||||||
Meer veilig | 169 | 169 | 169 | ‒ | |||||||||
Afrondingen | |||||||||||||
Totaal aanlegprogramma | 15.932 | 15.900 | 14.439 | 428 | 258 | 212 | 152 | 197 | 108 | 173 | |||
Totaal uitvoeringsprogramma | |||||||||||||
Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies | 1.167 | 1.237 | |||||||||||
Programma Aanleg | |||||||||||||
Budget Aanleg (MF 12.03.01) | |||||||||||||
Overprogrammering (-) | |||||||||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. A10 Knooppunt Nieuwe Meer: vanuit exploitatie en onderhoud is € 4,3 miljoen overgeheveld naar het project A10 Knooppunt Nieuwe Meer, omdat het project onder het aanlegproject worden uitgevoerd.
12.03.02 Planning en studies
Motivering
Op dit artikel staan de beschikbare budgetten die noodzakelijk zijn voor de planning en (studie)activiteiten bij het hoofdwegennet. Voorbeelden zijn de gereserveerde realisatiebudgetten voor de projecten in de planning- en studiefase (planuitwerking).
Producten
Projectbudget | Planning | Toelichting | |||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | Tracébesluit | Openstelling | |
Aanleg uitgaven op MF 12.03.01 mbt Planning en studies -projecten | ‒ 1.167 | ‒ 1.237 | nvt | nvt | |
Projecten Nationaal | |||||
Modernisering Verzorgingsplaatsen | 1603 | 0 | nvt | ntb | 1 |
Geluidsaneringprogramma – weg | 587 | 580 | nvt | nvt | |
Kosten voorbereiding tol | 121 | 118 | nvt | nvt | |
Exploitatie tol | 577 | 565 | nvt | nvt | |
Reservering voor LCC | 417 | 425 | nvt | nvt | |
Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata | 141 | 136 | nvt | ||
Snelfietsroutes | 43 | 43 | nvt | nvt | |
Voorbereiding vrachtwagenheffing | 376 | 376 | nvt | nvt | |
Investeringsimpuls Verkeersveiligheid | 410 | 427 | nvt | nvt | |
Maatregelen Fietsveiligheid | 7 | 7 | nvt | nvt | |
Verkeersveiligheid Rijks-N-wegen | 277 | 271 | nvt | nvt | |
Autonoom rijden | 34 | 34 | nvt | nvt | |
Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen | 151 | 149 | nvt | nvt | |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||
A1/A28 Knooppunt Hoevelaken | 175 | 175 | ntb | ntb | |
A12/A27 Ring Utrecht | 1.231 | 1.811 | nvt | nvt | 2 |
A7/A8 Amsterdam-Hoorn | 25 | 24 | ntb | ntb | |
A6 Almere Oostvaarders-Lelystad | 157 | 154 | ntb | ntb | |
Rijksbijdrage aan de Noordelijke Randweg Utrecht | 0 | 0 | Regio | Regio | |
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||
A20 Nieuwerkerk a/d IJssel – Gouda | 220 | 216 | 2028 | ntb | |
A4 Burgerveen – N14 | 2 | 2 | ntb | ntb | |
A4 Haaglanden – N14 | 36 | 36 | ntb | ntb | |
Westerscheldetunnel | 154 | 151 | nvt | nvt | |
A16 Van Brienenoordcorridor | 0 | 0 | ntb | ntb | |
Projecten Zuid-Nederland | |||||
A2 Deil-'s-Hertogenbosch/Vught | 0 | 0 | ntb | ntb | |
A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken | 6 | 6 | ntb | ntb | |
N65 Vught – Haaren | 173 | 172 | Regio | Regio | |
Programma SmartwayZ.NL: A67 Leenderheide-Geldrop | 59 | 58 | ntb | ntb | |
Programma SmartwayZ.NL: InnovA58 | 594 | 584 | ntb | ntb | 3 |
Programma SmartwayZ.NL: ITS en Smart Mobility | 6 | 6 | nvt | nvt | |
Projecten Oost-Nederland | |||||
A1/A35 Knooppunt Azelo-Buuren | 0 | 0 | ntb | ntb | |
A1/A30 Barneveld | 12 | 12 | ntb | ntb | |
A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven | 0 | 0 | ntb | ntb | |
N35 Nijverdal – Wierden | 115 | 129 | ntb | ntb | |
N35 Knooppunt Raalte | 27 | 26 | Regio | Regio | |
N50 Kampen – Kampen Zuid | 17 | 17 | ntb | ntb | |
A28 Amersfoort-Hoogeveen | 35 | 34 | 2026 | 2028 | |
Projecten Noord-Nederland | |||||
Toegangsweg Groningen Airport Eelde | 13 | 13 | Regio | Regio | |
N33 Zuidbroek-Appingedam | 203 | 202 | ntb | ntb | |
N33 Appingedam-Eemshaven | 2 | 2 | ntb | ntb | |
Overige projecten en reserveringen | 269 | 305 | |||
Projecten in voorbereiding | |||||
Projecten Nationaal | |||||
Studiebudget Verkenningen / MIRT onderzoeken | |||||
Strategisch plan Verkeersveiligheid | |||||
Verzorgingsplaatsen van de toekomst | |||||
Stopcontact op Land | |||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Modernisering Verzorgingsplaatsen: De modernisering van verzorgingsplaatsen en de realisatie van toekomstbestendige netaansluitingen, zodat de infrastructuur kan voldoen aan de veranderende en groeiende vraag van de weggebruiker. Dit is besloten in het wetsvoorstel Voorzieningen Verzorgingsplaatsen, welke in behandeling is bij de Tweede Kamer (Kamerstuk 31 305, nr. 542). Het projectbudget is € 1,603 miljard.
2. A12/A27 Ring Utrecht: De meerkosten voor de Merwedebruggen binnen het project A27 Houten-Hooipolder wordt vooralsnog gedekt vanuit het projectbudget Ring Utrecht waarvan de Raad van State het Tracébesluit heeft vernietigd. De definitieve dekking is onderdeel van het herprioriteringproces van het Mobiliteits- en Deltafonds waar het kabinet nu aan werkt (Kamerstuk 36 800 A, nr. 61).
3. InnovA58: De verhoging van het budget komt door de ontvangen loon- en prijsbijstelling 2026.
De overige budgettaire aanpassingen zijn toevoegingen ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.
12.03.03 Optimalisering gebruik
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur op de weg bevorderen. Voorbeelden zijn intelligent verkeersmanagement, informatie over werk in uitvoering en beperkte infrastructurele aanpassing van weginfrastructuur.
Producten
Optimalisering gebruik (12.03.03) | Projectbudget | Openstelling | Toelichting | ||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | huidig | vorig | |
Digitale Infrastructuur voor Toekomstbestendige Mobiliteit | 32 | 32 | nvt | nvt | |
Schoon Emissieloos Bouwen | 166 | 187 | nvt | nvt | 1 |
Slim, Veilig, Doelmatig en Duurzaam Gebruik van Mobiliteitsinfrastructuur | 168 | 166 | nvt | nvt | |
Ringen draaiende houden WoMo | 86 | 84 | nvt | nvt | |
Reservering kleine maatregelen | 285 | 280 | nvt | ||
Noordwest-Nederland | |||||
Maatregelenpakket regio Amersfoort | 51 | 50 | Regio | Regio | |
Zuidwest-Nederland | |||||
A4/N211 Harnaschknoop | 36 | 35 | Regio | Regio | |
Maatregelenpaket A15 Papendrecht-Gorinchem | 16 | 16 | Regio | Regio | |
Maatregelenpakket A4 Haaglanden-N14 | 16 | 16 | Regio | Regio | |
Zuid-Nederland | |||||
Reservering VDL | 5 | 5 | nvt | nvt | |
Ringen draaiende houden WoMo | 21 | 21 | nvt | nvt | |
Quickwins A2 Deil-Vught | 14 | 14 | nvt | nvt | |
Maatregelenpakket A2 Deil-Vught | 55 | 54 | Regio | Regio | |
Maatregelenpakket A58 Stedelijke regio Breda-Tilburg | 23 | 23 | Regio | Regio | |
Multimodaal Metropoolregio Eindhoven (KTM Eindhoven II) | 78 | 76 | Regio | ||
Maatregelenpakket A67 Leenderheide-Geldrop | 21 | 21 | Regio | Regio | |
Projecten Noord-Nederland | |||||
afronding | 0 | ‒ 1 | |||
Totaal Optimalisering gebruik | 1.074 | 1.079 | |||
Begroting (MF 12.03.03) | 1.074 | 1.079 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Schoon Emissieloos Bouwen: Dit betreft een overboeking van € 20 miljoen naar HXII, waar een deel van de regeling via RVO wordt uitgekeerd. Daarnaast vindt er een verhoging van het projectbudget plaatst door de toekenning van de prijsbijstelling.
12.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS
Motivering
Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, onderhoud en financiering) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheid. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na openstelling van het project; tijdens de bouw dient de DBFM- opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financierders op de opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zeker stellen. In de bouwfase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding) als sprake is van de uitbreiding van een bestaande weg die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor het wegverkeer. Bij openstelling van de weg wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.
De verplichting aan de DBFM-opdrachtnemer vervalt aan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze wegvakken terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten geraamd worden op het reguliere onderhoudsartikel (artikelonderdeel 12.02 Onderhoud en Vernieuwing).
Producten
De projecten A9 Badhoevedorp-Holendrecht en A27 Houten - Hooipolder en verkeren in de realisatiefase.
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Eind contract | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Projecten Noordwest-Nederland | ||||||||||||||
A10 Tweede Coentunnel | 2.302 | 2.288 | 1.575 | 67 | 60 | 65 | 60 | 59 | 59 | 357 | 2013 | 2013 | 2037 | |
A12 Lunetten - Veenendaal | 738 | 734 | 527 | 32 | 27 | 26 | 25 | 28 | 25 | 49 | 2012 | 2033 | 2033 | |
A1/A6/A9 SA Badhoevedorp-Holendrecht | 1.587 | 1.565 | 253 | 124 | 134 | 175 | 83 | 82 | 81 | 656 | 2028 | 2027 | 2040 | |
A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A1/A6) | 1.970 | 1.828 | 997 | 66 | 64 | 63 | 61 | 68 | 59 | 593 | 2019 | 2019 | 2042 | |
A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A6 Almere) | 413 | 408 | 169 | 18 | 18 | 18 | 17 | 22 | 17 | 134 | 2019 | 2019 | 2040 | |
A1/A6/A9 Schiphol - Amsterdam - Almere (deeltraject A9 Gaasperdammerweg) | 1.241 | 1.230 | 647 | 51 | 49 | 48 | 48 | 47 | 47 | 304 | 2020 | 2020 | 2038 | |
A27/A1 Utrecht-Eemnes-Bunschoten | 388 | 348 | 132 | 17 | 15 | 15 | 15 | 15 | 17 | 161 | 2019 | 2019 | 2043 | |
Aflossing tunnels | 967 | 966 | 907 | 30 | 1 | 29 | ||||||||
Projecten Zuidwest-Nederland | ||||||||||||||
A15 Maasvlakte - Vaanplein | 2.479 | 2.468 | 1.855 | 101 | 83 | 62 | 60 | 60 | 57 | 200 | 2015 | 2015 | 2035 | |
A16 Rotterdam | 2.029 | 1.890 | 809 | 94 | 66 | 138 | 63 | 64 | 63 | 732 | 2025 | 2025 | 2043 | |
A24 Blankenburgverbinding | 2.164 | 1.987 | 734 | 93 | 81 | 82 | 130 | 82 | 75 | 887 | 2024 | 2024 | 2043 | |
Projecten Zuid-Nederland | ||||||||||||||
A27 Houten-Hooipolder | 5.117 | 2.909 | 485 | 347 | 386 | 887 | 1.085 | 602 | 415 | 1.800 | 2041 | 2029-2031 | 1 | |
Projecten Oost-Nederland | ||||||||||||||
A12-A15 Ressen - Oudenbroeken (ViA15) | 3.408 | 3.344 | 274 | 44 | 99 | 111 | 119 | 114 | 83 | 2.564 | 2032 | 2029-2031 | 2034 | |
A12 Ede - Grijsoord | 175 | 174 | 106 | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | 9 | 10 | 2016 | 2016 | 2032 | |
N18 Varsseveld – Enschede | 338 | 335 | 169 | 13 | 11 | 13 | 11 | 11 | 11 | 98 | 2018 | 2018 | 2043 | |
Projecten Noord-Nederland | ||||||||||||||
N33 Assen - Zuidbroek | 376 | 373 | 219 | 18 | 17 | 19 | 17 | 17 | 17 | 52 | 2014 | 2014 | 2034 | |
Afrondingen | ||||||||||||||
Totaal | 25.692 | 22.846 | 9.858 | 1.058 | 1.062 | 1.695 | 1.745 | 1.221 | 976 | |||||
Budget (MF 12.04) | 25.692 | 22.846 | 9858 | 1058 | 1062 | 1695 | 1745 | 1221 | 976 | |||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. A27 Houten-Hooipolder: Het projectbudget is gestegen met € 2.098 miljoen door de overhevelingen vanuit de reservering op aanleg (12.03.01) (€ 1.471 miljoen) en het projectbudget Ring Utrecht (€ 570 miljoen) om doorgang van het project (o.a. vernieuwing Hagesteinsebrug en Merwedebrug) mogelijk te maken. Daarnaast is het projectbudget gestegen door de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 74 miljoen). Daarnaast is er een verlaging van het projectbudget als gevolg van de Verambtelijking Wet DBA. In het kader van Wet DBA zijn er een aantal individuele dossiers van inhuur verambtelijkt. Het bijbehorende budget wordt hiermee vanuit het project overgeheveld naar de interne kosten (€ 16,7 miljoen). In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).
De overige budgettaire aanpassingen zijn toevoegingen ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.
12.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdwegennet
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.
12.09 Ontvangsten
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijkswegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.
Het project Tijdelijke Tolheffing betreft de invoering en exploitatie van tolheffing op de A24/Blankenburgverbinding en de ViA15. De A24 is op 7 december 2024 in gebruik genomen. Op dat moment is ook de tolheffing gestart. De ViA15 is momenteel in aanleg en wordt naar verwachting eind 2031 opengesteld voor verkeer.
Het doel van de tolheffing is om een financieringsbehoefte voor de aanleg van de A24 en de ViA15 te dekken. Zonder de tolheffing zou er onvoldoende financiële dekking voor de aanleg van deze verbindingen zijn in het Mobiliteitsfonds en hadden deze verbindingen niet gerealiseerd kunnen worden.
Deze financieringsbehoefte komt tot uiting in een tolopgave van € 416 miljoen voor de A24 en van € 376 miljoen voor de ViA15 (bedragen in prijzen 2026 en in contante waarde). De tolopbrengsten moeten deze tolopgave en de uitvoeringskosten voor tolheffing dekken. Deze uitvoeringskosten bestaan uit de invoeringskosten van tolheffing en de cumulatieve kosten voor exploitatie tijdens de periode waarin tol geheven wordt. Als de tolopgave, inclusief de uitvoeringskosten van tolheffing, is voldaan, zal de tolheffing worden beëindigd.
Hierna volgen de verwachte ontvangsten van tolheffing. Voor een gedetailleerd overzicht van uitgaven en ontvangsten wordt verwezen naar 'Bijlage 4 Tol'.
Producten
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdragen van derden | 45 | 25 | 29 | 24 | 33 | 46 |
Geraamde inkomsten tol | 138 | 76 | 63 | 64 | 69 | 111 |
Totaal Ontvangsten (MF 12.09) | 183 | 101 | 91 | 88 | 102 | 157 |
Bijdragen van derden
Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten in de investeringen van Rijkswegenprojecten.
Totaal geraamde inkomsten tol
De ontvangsten uit tolheffing zijn het totaal van de ontvangsten uit de tolgelden, plus de ontvangsten uit betalingsherinneringen en uit bestuurlijke boetes.
Voor de A24 en de ViA15 afzonderlijk worden de volgende ontvangsten geraamd:
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | 138 | 76 | 63 | 64 | 65 | 65 |
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | 1 | 5 | 46 |
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
Er hebben geen significante wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.
3.3 Artikel 13 Spoorwegen
Op dit artikel worden de producten op het gebied van Spoorwegen verantwoord. Het productartikel Spoorwegen is gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 2.935.927 | 3.762.759 | 3.664.201 | 3.343.628 | 2.739.451 | 2.706.837 | 2.329.503 |
Uitgaven | 3.211.911 | 3.243.167 | 3.502.029 | 3.254.318 | 3.118.969 | 2.797.431 | 2.819.285 |
13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing | 2.561.513 | 2.660.404 | 2.979.938 | 2.805.431 | 2.635.838 | 2.339.260 | 2.477.740 |
13.03 Ontwikkeling | 422.166 | 332.506 | 257.718 | 229.600 | 364.025 | 353.775 | 335.545 |
13.03.01 Aanleg personenvervoer | 341.192 | 228.651 | 127.299 | 75.965 | 159.952 | 171.351 | 148.306 |
13.03.02 Aanleg goederenvervoer | 18.756 | 26.193 | 55.325 | 64.363 | 44.133 | 23.208 | 8.513 |
13.03.03 Optimalisering gebruik | 789 | 2.221 | 2.220 | ||||
13.03.04 Planning en studies personenvervoer | 54.579 | 57.204 | 58.315 | 54.405 | 92.067 | 57.910 | 85.369 |
13.03.05 Planning en studies goederenvervoer | 6.850 | 18.237 | 14.559 | 34.367 | 67.373 | 101.306 | 93.357 |
13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS | 228.232 | 250.257 | 264.373 | 219.286 | 119.106 | 104.396 | 6.000 |
13.07 Rente en aflossing | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Ontvangsten | 210.899 | 325.482 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 |
13.09 Ontvangsten | 210.899 | 325.482 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 |
Budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 98% |
Bestuurlijk gebonden | 2% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
13.02 Exploitatie, onderhoud en vernieuwing
Motivering
Op grond van richtlijn 91/440/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 juli 1991 kan een beheerder voor de spoorweginfrastructuur worden aangewezen en kunnen lidstaten financiële middelen verstrekken aan de beheerder om te voldoen aan zijn taken. De Minister van IenW heeft op 14 december 2014 aan ProRail een concessie verleend voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur in de periode 2015 tot en met 2024. In 2024 is de beheerconcessie beleidsneutraal verlengd tot 1 januari 2029. De Tweede Kamer is hierover geinformeerd (Kamerstukken 2024, 29984, nr. 1205). In de beheerconcessie staan de afspraken tussen de overheid en ProRail over het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI). Deze afspraken gaan onder meer over de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur en de daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook over de kwaliteit van de informatievoorziening. Jaarlijks wordt aan ProRail subsidie verstrekt voor de instandhouding van de hoofdspoorweginfrastructuur, overeenkomstig het bepaalde in de Wet Mobiliteitsfonds.
De beheerconcessie bevat instrumenten als prestatie-indicatoren, programma’s en maatregelen, audits en reviews, verplichtingen om informatie aan IenW te verstrekken en/of besluiten voor te leggen en verplichtingen met betrekking tot samenwerking en transparantie. De ruggengraat van de concessie is de jaarcyclus waarmee in het beheerplan jaarlijks afspraken worden gemaakt tussen de Minister van IenW en ProRail over de te bereiken prestaties en de te nemen maatregelen. De Minister van IenW geeft jaarlijks in de beleidsprioriteitenbrief aan welke prestaties het komende jaar van ProRail worden verwacht. ProRail stelt op basis van de beleidsprioriteitenbrief een (addendum op het) twee-jarig(e) beheerplan op en consulteert belanghebbenden over de hoofdlijnen van het (addendum op het) ontwerp-beheerplan. Vervolgens legt ProRail het beheerplan ter instemming voor aan de Minister van IenW.
Nadat de Minister van IenW heeft ingestemd met het beheerplan, wordt dit toegezonden aan de Tweede Kamer. Na afloop van het jaar legt ProRail op grond van de concessie verantwoording af in de jaarrapportage en op grond van de Wet Mobiliteitsfonds in het jaarverslag en de jaarrekening. Zodra deze documenten zijn vastgesteld worden ook deze aan de Tweede Kamer toegezonden.
Producten
De exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsactiviteiten van het spoor zijn gericht op het realiseren van de in het beheerplan opgenomen prestaties per prestatiegebied zoals opgenomen in de beheerconcessie. Onderdeel hiervan zijn de activiteiten van ProRail die samenhangen met verkeersleiding en capaciteitsmanagement. In het beheerplan zelf wordt jaarlijks een uitgebreide beschrijving opgenomen van de belangrijkste activiteiten die voor dat jaar zijn gepland. ProRail ontvangt voor de uit te voeren activiteiten een subsidie van het Rijk. Bij de vaststelling van de subsidie voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing wordt rekening gehouden met de inkomsten van de gebruiksvergoeding die ProRail ontvangt van de vervoerders en eventuele bijdragen van andere partijen voor onderhoudsactiviteiten. Nadere informatie over areaal, prestaties en budgetten is opgenomen in bijlage 3 Instandhouding.
Maatregelen
Met het basiskwaliteitsniveau (BKN) Spoor zijn de budgetbehoefte en de beschikbare middelen langjarig tot en met 2037 met elkaar in evenwicht gebracht. Inmiddels is de dekking beleidsneutraal verlengd t/m 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit geleid tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2).
Vanuit de Aanvullend Post worden middelen toegevoegd aan het BKN Spoor. De ProRail subsidieaanvraag EOV voor instandhouding van het spoor bevat posten (€ 177 miljoen) voor gematerialiseerde risico’s, tegenvallers in de scope en tegenvallers als gevolg van wet- en regelgeving. Het gaat om verschillende posten die IenW beoordeelt in het kader van de subsidieaanvraag en waar bij aankomende voorjaarsbesluitvorming over moet worden besloten. Verder worden de benodigde middelen (€ 45 miljoen) toegevoegd om de bluswaterinstallatie Kijfhoek functioneel te krijgen, waarbij zowel de bestaande, oude blusleidingen als de recent aangebrachte uitbreiding van het blussysteem op elkaar worden aangesloten en hiermee één systeem vormen. Hiermee wordt ProRail compliant aan de vigerende aanwijsbeschikking van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (het bevoegd gezag).
13.03 Ontwikkeling Spoor
IenW is verantwoordelijk voor de uitbreiding van de hoofdspoorweginfrastructuur. Deze wordt in belangrijke mate gefinancierd met middelen uit de Rijksbegroting. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven begroot die noodzakelijk zijn voor:
– door ProRail uit te voeren planningen en studies;
– door IenW uit te voeren planningen en studies;
– voorbereiding van de uitvoering van nieuwbouwprojecten Spoor;
– uitvoering van deze projecten.
13.03.01 Aanlegprogramma personenvervoer spoor
Maatregelen
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Maatregelenpakket HSL Zuid & Inbeheername | 431 | 347 | 178 | 36 | 17 | 11 | 10 | 30 | 105 | 43 | divers | divers | 1 |
Benutten Betrouwbaarheid & Capaciteit | |||||||||||||
Geluidsanering Spoorwegen (MJPG) | 640 | 631 | 171 | 31 | 80 | 60 | 72 | 71 | 73 | 80 | divers | divers | |
Programma Behandelen en Opstellen | 194 | 192 | 71 | 24 | 6 | 16 | 42 | 17 | 10 | 8 | divers | divers | |
Uitvoeringsprogramma geluid emplacementen (UPGE) | 27 | 27 | 16 | 0 | 0 | 0 | 4 | 4 | 2 | 0 | 2011/ 2018- 2028 | 2011/ 2018- 2027 | |
Verbeteraanpak stations | 10 | 10 | 4 | 3 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Spoorcapaciteit 2030 | 865 | 851 | 126 | 45 | 54 | 76 | 104 | 145 | 171 | 143 | divers | divers | 2 |
Innovatieprogramma Spoortrillingen | 23 | 23 | 19 | 3 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Regionale knelpunten | 17 | 17 | 16 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Stations en stationsaanpassingen | |||||||||||||
Kleine stations | 14 | 13 | 0 | 0 | 0 | 5 | 5 | 4 | 0 | 0 | divers | divers | |
Toegankelijkheid stations | 530 | 528 | 421 | 10 | 10 | 22 | 27 | 25 | 15 | 0 | divers | divers | |
Overige projecten/lijndelen etc. | |||||||||||||
Programma ATB-Vv | 84 | 82 | 10 | 4 | 5 | 5 | 19 | 25 | 13 | 2 | divers | divers | |
Fietsparkeren bij stations | 459 | 455 | 274 | 18 | 32 | 30 | 30 | 23 | 21 | 31 | divers | divers | |
Kleine projecten Personenvervoer | 200 | 227 | 18 | 46 | 37 | 34 | 30 | 27 | 8 | divers | divers | 3 | |
Nazorg gereedgekomen lijnen/halten | 24 | 27 | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 | 3 | 8 | divers | divers | 4 | |
Programma Overwegen | 947 | 942 | 695 | 52 | 36 | 55 | 40 | 40 | 26 | 2 | divers | divers | |
Programma aanpak suïcidepreventie | 22 | 22 | 12 | 5 | 4 | 2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2027 | 2026 | |
Programma kleine functiewijzigingen | 402 | 401 | 321 | 9 | 8 | 8 | 9 | 10 | 10 | 28 | divers | divers | |
Maaslijn | 233 | 230 | 50 | 44 | 50 | 39 | 47 | 4 | 0 | 0 | divers | divers | |
Schoon en Emissieloos Bouwen | 103 | 101 | 2 | 4 | 16 | 20 | 23 | 22 | 9 | 7 | divers | divers | |
Vervanging Donna/TTS | 88 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 88 | 0 | divers | divers | 5 |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||||||||||
Stations en Stationsaanpassingen | |||||||||||||
Paspoort- en beveiligingsfaciliteiten op A'dam CS | 22 | 22 | 16 | 0 | 6 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
Programma Wind in de Zeilen | 11 | 10 | 4 | 4 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Stations en Stationsaanpassingen | |||||||||||||
Emplacement Den Haag centraal | 122 | 121 | 91 | 20 | 6 | 5 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2023-2026 | 2023-2025 | |
Projecten Oost Nederland | |||||||||||||
Traject Oost | 224 | 224 | 211 | 9 | 4 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Regionale lijnen | 17 | 17 | 17 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Projecten Noord Nederland | |||||||||||||
Sporendriehoek Noord-Nederland | 147 | 147 | 133 | 11 | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | |
Totaal uitvoeringsprogramma | 5.856 | 5.668 | 2.857 | 355 | 389 | 397 | 472 | 452 | 573 | 361 | |||
Planning- en studieuitgaven binnen aanlegprogramma | ‒ 296 | ‒ 224 | ‒ 102 | ‒ 21 | ‒ 24 | ‒ 18 | ‒ 19 | ‒ 19 | ‒ 86 | ‒ 8 | |||
Afrekening voorschotten | 329 | 329 | 297 | 32 | |||||||||
Programma Aanleg | 5.888 | 5.773 | 3.051 | 366 | 365 | 379 | 453 | 434 | 487 | 353 | |||
Aanleg uitgaven binnen planning en studies | 89 | 84 | 62 | 20 | 4 | 2 | 1 | 0 | 0 | 0 | |||
Aanleg uitgaven binnen MF11 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 158 | ‒ 241 | ‒ 306 | ‒ 295 | ‒ 262 | ‒ 339 | 1.601 | ||||||
Budget Aanleg (MF 13.03.01) | 5.978 | 5.858 | 3.113 | 229 | 127 | 75 | 159 | 171 | 148 | 1.954 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Maatregelenpakket HSL & Inbeheername: Dit betreft een deel (€ 75 miljoen) van de delta op de kosten voor inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail tot en met 2031, de kosten voor het PPS-contract Infraspeed tot en met 2031, en de beheer- en onderhoudskosten vanaf inbeheername in 2031. Het gaat dus om de benodigde middelen minus de middelen die hiervoor al zijn gereserveerd.
2. Spoorcapaciteit 2030: Dit betreft de toevoeging van € 13,8 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.
3. Kleine projecten personenvervoer: de realisatie 2025 (€ 5,319 miljoen) wordt niet meer meegenomen in de tabel OB 2027. De binnen deze post geraamde uitgave voor de specifieke uitkering aan de provincies Utrecht, Limburg, Overijssel en Drenthe ter hoogte van € 23,8 miljoen is overgeboekt naar de beleidsbegroting (HXII, artikel 16) en wordt daar verantwoord. Daarnaast is vanuit het projectbudget Veiligheid op Stations € 4,1 miljoen overgeboekt naar HXII ten behoeve van sociale veiligheid.
4. Nazorg gereedgekomen lijnen/halten: de realisatie 2025 (€ 3,495 miljoen) wordt niet meer meegenomen in de tabel OB 2027. De inschatting was dat er geen nazorgwerkzaamheden waren met betrekking tot het project Amsterdam Cuypershal. Bij nader inzien blijkt alsnog € 0,122 miljoen benodigd. Om die reden is dit bedrag overgeboekt vanuit het project PHS Amsterdam van waaruit de resterende scope wordt uitgevoerd.
5. Vervanging Donna/TTS: Donna is een essentieel ICT-systeem bij de verdeling van capaciteit op het spoor. Het is een verouderd systeem en moet vervangen worden en bovendien aangepast om aan geldende wet- en regelgeving te voldoen (scheiding vervoerders en PR). Het opgenomen bedrag (€ 88 miljoen) betreft het tekort op de hiervoor benodigde middelen.
13.03.02 Aanlegprogramma goederenvervoer spoor
Maatregelen
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Optimalisering Goederencorridor Rotterdam-Genua | 172 | 172 | 162 | 0 | 1 | 1 | 1 | 6 | ‒ | ‒ | divers | divers | |
Programma Emplacementen op orde | 233 | 233 | 194 | 0 | 5 | 5 | 9 | 12 | 8 | ‒ | divers | divers | |
Kleine projecten Goederenvervoer | 36 | 36 | 7 | 9 | 18 | 1 | 1 | ‒ | ‒ | divers | divers | ||
Projecten Zuidwest-Nederland | divers | divers | |||||||||||
Calandbrug | 278 | 276 | 140 | 1 | 3 | 6 | 12 | 35 | 35 | 46 | divers | divers | |
Spooraansluiting 2e Maasvlakte achterlandverbinding | 361 | 356 | 77 | 26 | 43 | 45 | 29 | 20 | 50 | 72 | divers | divers | |
Projecten Oost Nederland | |||||||||||||
Uitv.progr Goederenroute Elst-Deventer-Twente (NaNov) | 146 | 146 | 120 | 2 | 2 | 4 | 15 | 3 | 0 | 0 | divers | divers | |
Overige projecten | |||||||||||||
Nazorg gereedgekomen projecten | 3 | 2 | 1 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers | 1 | |
Totaal uitvoeringsprogramma | 1.229 | 1.220 | 694 | 37 | 63 | 79 | 67 | 78 | 94 | 117 | |||
Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma | ‒ 489 | ‒ 485 | ‒ 174 | ‒ 12 | ‒ 9 | ‒ 14 | ‒ 23 | ‒ 55 | ‒ 85 | ‒ 117 | |||
Afrekening voorschotten | 42 | 42 | 42 | 1 | 0 | ||||||||
Programma Aanleg | 782 | 777 | 562 | 26 | 54 | 64 | 44 | 23 | 9 | 0 | |||
Aanleguitgaven binnen planning en studies | 2 | 2 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||
Budget Aanleg (MF 13.03.02) | 784 | 778 | 562 | 26 | 55 | 64 | 44 | 23 | 9 | 0 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Nazorg gereedgekomen projecten (0,5 miljoen): naar aanleiding van de afrekening H2-2026 is het projectbudget verhoogd met € 0,5 miljoen.
13.03.03 Optimalisering gebruik
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van infrastructuur bevorderen. Dit zijn maatregelen die door ProRail worden uitgevoerd.
Budget | Planning | ||
|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | |
Modal shift OVS | 11 | 11 | nvt |
Totaal Optimalisering gebruik | 11 | 11 | |
Begroting (MF 13.03.03) | 11 | 11 | |
13.03.04 Planning en studies personenvervoer
Budget | Planning | Toelichting | |||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | PB of TB | Indienststelling | |
Projecten Nationaal | |||||
Beter Benutten Decentraal Spoor (fase 2) | 11 | 11 | divers | ||
Grensoverschrijdend Spoorvervoer | 211 | 146 | divers | 1 | |
Kleine projecten Personenvervoer | 77 | 79 | divers | ||
Reizigerfonds | 3 | 3 | divers | ||
Projecten Zuid-Nederland | |||||
Spoorknoop Eindhoven | 159 | 212 | 2033 | 2 | |
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||
Stadionpark Rotterdam | 143 | 140 | divers | ||
Projecten Oost-Nederland | |||||
Verduurzaming Dieselspoorlijnen | 119 | 98 | divers | ||
Quick scan decentraal spoor Gelderland | 12 | 12 | divers | ||
OV knooppunt Nijmegen Centrumzijde | 63 | 62 | 2033 | ||
Projecten Noordwest-Nederland | |||||
Multimodale knoop Schiphol | 148 | 146 | divers | ||
Amsterdam Zuid 3e perron | 437 | 429 | |||
Projecten Noord Nederland | |||||
Meppel: Spoor- en perroncapaciteit | 183 | 179 | divers | ||
Lelylijn | 5 | 5 | |||
HRMK Spoorbrug | 83 | 82 | |||
Overige projecten en reserveringen | |||||
Studie en innovatiebudget | 46 | 48 | divers | ||
Totaal planning en studies personenvervoer | 1.701 | 1.652 | |||
Afrekening voorschotten | 39 | 39 | |||
Aanleguitgaven binnen planning en studies | ‒ 89 | ‒ 78 | |||
Programma planning en studies | 1.651 | 1.612 | |||
Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma | 296 | 224 | |||
Planning en studieuitgaven op MF 11 | 60 | 53 | |||
Begroting (MF 13.03.04) | 2.007 | 1.889 | |||
Legenda
PB = Projectbesluit
TB = Tracébesluit
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Grensoverschrijdend Spoorvervoer: In 2024 is een subsidiebeschikking afgegeven binnen het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer voor de verkenning Enschede-Gronau elektrificatie en doorkoppeling. Deze middelen zijn abusievelijk ten laste gebracht van de binnen dit budget geraamde kosten voor de Berlijntrein, maar hadden ten laste moeten worden gebracht van het verkenningenbudget Eurregiorail. Om die reden is alsnog € 1,8 miljoen overgeboekt naar het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer en toegevoegd aan de geraamde kosten voor de Berlijntrein. Daarnaast zijn de binnen het voormalige programma Toekomstvast Spoor Zuid NL (hernoemd naar Spoorknoop Eindhoven) geraamde kosten voor de aanpassingen op het emplacement Venlo ter hoogte van € 60,4 miljoen toegevoegd aan de binnen het programma Grensoverschrijdend Spoorvervoer geraamde kosten voor de vervanging van de spanningssluis Venlo, aangezien het om dezelfde infrastructuur gaat. Dit levert in de ontwerpfase en in de realisatiefase voordelen op, omdat er daardoor geen afstemming tussen 2 projecten nodig is waardoor er zijn geen desinvesteringen zijn.
2. Brainport Eindhoven: Met de regio en spoorpartijen is afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven. Betreffende planuitwerking wordt met budget van de MMK (Brainport Eindhoven) gefinancierd en om die reden is € 1,5 miljoen overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven. Daarnaast wordt, om zicht te kunnen houden op gezamenlijke uitwerking van de spoorknoop Eindhoven en de multimodale knoop Eindhoven, aan ProRail in het kader van de verkenning voor de spoorknoop een beschikking afgegeven voor de beperkte onderzoeksopdracht voor nieuwe zijperrons op Eindhoven CS. Deze kosten van € 2,7 miljoen worden eveneens gefinancierd vanuit het budget van de MMK (Brainport Eindhoven) en ook overgeboekt naar Spoorknoop Eindhoven.
13.03.05 Planning en studies goederenvervoer
Budget | Planning | Toelichting | |||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | PB of TB | Indienststelling | |
Projecten Nationaal | |||||
Kleine projecten Goederenvervoer | 1 | 2 | Diversen | 1 | |
Overige projecten en reserveringen | |||||
Programma 740 treinen | 132 | 129 | Diversen | ||
Totaal programma planning en studies goederenvervoer | 133 | 132 | |||
Afrekening voorschotten | 4 | 4 | |||
Planning en studieuitgaven binnen het aanlegprogramma | 489 | 485 | |||
Programma Aanleg | 626 | 621 | |||
Aanleguitgaven binnen planning en studies | ‒ 2 | ‒ 2 | |||
Begroting (MF 13.03.05) | 625 | 619 | |||
Legenda
PB = Projectbesluit
TB = Tracébesluit
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Kleine projecten Goederenvervoer: de realisatie in 2025 (€ 0,876 miljoen) wordt conform de vigerende werkwijze niet meer meegenomen in de tabel OB 2027.
13.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS
Motivering
De Staat betaalt volgens de contractuele overeenkomst met Infraspeed voor de beschikbaarheid van de HSL-Zuid infrastructuur, zoals deze door het consortium Infraspeed is ontworpen, gebouwd (enkel de bovenbouw) en wordt onderhouden (onder- en bovenbouw) tot en met 2031. Het contractbeheer, inclusief het verrichten van betalingen, wordt uitgevoerd door ProRail, met uitzondering van de rente- en belastingaanpassingen. ProRail ontvangt hiervoor een bijdrage van IenW.
Projectbudget | Kasbudget | Toelichting | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | start | einde | |
Beschikbaarheidsvergoeding | 3.916 | 3.775 | 3.054 | 240 | 243 | 198 | 98 | 83 | 0 | 0 | |||
ERTMS-upgrade | 150 | 10 | 22 | 22 | 22 | 22 | 6 | 48 | 1 | ||||
Rente- en belastingaanpassingen | 3 | 3 | 3 | ||||||||||
Begroting (MF 13.04) | 4.069 | 3.778 | 3.057 | 250 | 264 | 219 | 119 | 104 | 6 | 48 | 0 | 0 | |
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Er is € 150 miljoen overgeboekt vanuit Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing naar 13.04 ten behoeve van de ERTMS upgrade van de HSL (Infraspeed). De middelen zijn bij de eerste suppletoire begroting 2026 vrijgemaakt.
13.09 Ontvangsten
Motivering
Dit artikelonderdeel bevat de verantwoording van de bijdragen van derde partijen rechtstreeks aan IenW voor spooruitgaven. ProRail int de gebruiksvergoeding van vervoerders en het grootste deel van de onderhoudsbijdragen van derde partijen, deze zijn daarom gesaldeerd met de uitgaven opgenomen in de begroting onder artikelonderdeel 13.02.
Producten
Omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Concessievergoedingen | 24 | 33 | 36 | |||
HSL-heffing | 280 | 150 | 153 | 126 | 124 | 124 |
Terugbetaling voorschotten | 44 | |||||
Bijdragen van derden | 1 | 6 | 6 | |||
Totaal Ontvangsten (MF 13.09) | 325 | 150 | 153 | 150 | 163 | 166 |
3.4 Artikel 14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's
Op dit artikel worden de producten op het gebied van regionale/lokale infrastructuur, de impulsen inzake de Regionale Mobiliteitsfondsen en de bereikbaarheidsprogramma's voor ontsluiting van de woningbouw op korte termijn en mobiliteitspakketten toegelicht. De producten van dit artikel zijn gerelateerd aan de beleidsdoelstellingen en beleidsinstrumenten zoals beschreven in de begroting Hoofdstuk XII bij beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 95.557 | 1.763.031 | 196.021 | 218.945 | 212.623 | 255.178 | 226.409 |
Uitgaven | 486.830 | 398.803 | 401.342 | 500.821 | 498.259 | 609.991 | 665.711 |
14.01 Regionale infrastructuur | 0 | 23.910 | 115.778 | 176.481 | 195.282 | 230.946 | 220.752 |
14.01.02 Planning en studies prg reg/lok | 0 | 3 | 111.800 | 151.005 | 169.805 | 195.000 | 218.299 |
14.01.03 Aanleg reg/lok | 0 | 23.907 | 3.978 | 25.476 | 25.477 | 35.946 | 2.453 |
14.03 Bereikbaarheidsprogramma's | 486.830 | 374.893 | 285.564 | 324.340 | 302.977 | 379.045 | 444.959 |
14.03.01 Concrete bereikbaarheidsprojecten | 0 | 5 | |||||
14.03.02 Regionaal Mobiliteitsprojecten | 0 | 1 | |||||
14.03.03 Ruimtelijke economisch programma | 0 | 1 | |||||
14.03.04 Woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur | 142.385 | 175.131 | 185.156 | 196.558 | |||
14.03.05 Mobiliteitspakketten | 344.445 | 199.755 | 100.408 | 127.782 | 41.364 | 69.988 | 82.025 |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
14.09 Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | ||
|---|---|---|
Juridisch verplicht | 72% | |
Bestuurlijk gebonden | 28% | |
Beleidsmatig gereserveerd | ||
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
14.01 Regionale infrastructuur
Motivering
Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de aanlegprojecten, waarvoor een aparte projectsubsidie wordt of is verleend. Om in aanmerking te komen voor een aparte projectsubsidie moeten de kosten van de meest kosteneffectieve oplossing hoger zijn dan € 225 miljoen indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden, waarin de Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag is gelegen, of € 112,5 miljoen, indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. Het project moet passen binnen de beleidsdoelstellingen voor regionale bereikbaarheid, zoals verwoord in de begroting Hoofdstuk XII beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor, de Lange Termijn Spooragenda (LTSa) en het Toekomstbeeld OV.
Producten
Algemeen
Regionale lokale projecten worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de decentrale overheid. IenW levert een bijdrage aan de aanlegkosten van die projecten. Dit betekent ook dat de uitvoeringsperiode van een project niet gelijk hoeft te lopen met de periode waarin de rijksbijdrage beschikbaar komt in het MIRT.
Planning en studies
Voor regionale/lokale infrastructuurprojecten wordt geen apart planning- en studieprogramma opgenomen in het MIRT. In de begroting zijn dan ook geen middelen voor dit product opgenomen. De planningen en studies worden onder verantwoordelijkheid van de decentrale overheid uitgevoerd en pas na toetsing en besluitvorming door IenW al dan niet opgenomen in het planning- en studieprogramma.
Budget | Planning | ||||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | PB of TB | Indienststelling | |
Overige projecten en reserveringen | |||||
Rotterdam HOV | 715 | 702 | 1 | ||
De Vlietlijn | 359 | 352 | |||
Randstadrail/Metronet Rotterdam | 270 | 265 | |||
Projecten in voorbereiding | 20 | 20 | |||
Overige projecten in voorbereiding | 49 | 55 | 2 | ||
Totaal planning en studies | 1.413 | 1.394 | |||
Planuitwerkingskosten op MF 11 | 28 | 28 | |||
Begroting (MF 14.01.02) | 1.442 | 1.422 | |||
Legenda
PB = Projectbesluit
TB = Tracébesluit
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Rotterdam HOV: Dit betreft de toevoeging van € 13,3 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.
2. Overige projecten in voorbereiding: De exploitatiebijdrage ter hoogte van € 7 miljoen voor twee stoptreindiensten in Limburg is overgeboekt vanuit MF 14.01.02 naar de beleidsbegroting (HXII, artikel 16) en wordt daar verantwoord.
14.01.03 Aanlegprogramma Regionaal/lokaal
Hieronder vallen de uitgaven (subsidies) voor de realisatie van grote regionale/lokale infrastructuurprojecten die door regionale overheden worden aangelegd.
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
HOV-NET Zuid-Holland Noord (vh Rijn-Gouwelijn) | 188 | 185 | 70 | 24 | 4 | 25 | 25 | 36 | 2 | 0 | divers | divers | |
Begroting (MF 14.01.03) | 188 | 185 | 70 | 24 | 4 | 25 | 25 | 36 | 2 | 0 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
Er hebben geen wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.
14.03 Bereikbaarheidsprogramma's
Motivering
Binnen dit artikel zijn de budgetten opgenomen voor de bereikbaarheidsprogramma’s. In het verleden werd op artikel 14.03 het Regionaal Mobiliteitsfonds (RMf) RSP voor Noord-Nederland begroot en verantwoord. Sinds de Ontwerpbegroting 2024 worden binnen dit artikel de budgetten voor bovenplanse infrastructuur en de mobiliteitspakketten begroot en verantwoord. Deze budgetten hebben tot doel nieuwe woningbouwlocaties te ontsluiten en bereikbaar te maken.
Producten
14.03.04 Programma Woningbouw door bovenplanse infrastructuur
Hieronder vallen de middelen die tot doel hebben om gemeenten in staat te stellen bovenplanse infrastructurele voorzieningen te realiseren, zodat op locaties in heel Nederland op korte termijn woningbouw kan plaatsvinden. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO Leefomgeving van 2022 (kamerstuk 35925-A-76) en BO MIRT van 2022 (kamerstuk 36200-A-9).
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | Toelichting | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Woningbouw op korte termijn | 1.406 | 1.403 | 1.247 | 159 | ||||||||||
Woningbouw op korte termijn 2.0 | 1.241 | 1.218 | 16 | 71 | 101 | 178 | 301 | 353 | 222 | 1 | ||||
HOV4 Eindhoven | 193 | 147 | 1 | 34 | 34 | 81 | 0 | 10 | 34 | 2 | ||||
Westflank Groningen | 93 | 91 | 0 | 11 | 34 | 40 | 8 | |||||||
HOV Lijn Almere Pampus | 60 | 0 | 0 | 28 | 28 | 4 | 3 | |||||||
Begroting (MF 14.03.04) | 2.993 | 2.859 | 1.247 | 176 | 144 | 197 | 303 | 309 | 363 | 256 | ||||
Belangrijkste budgettaire aanpassingen
1. Woningbouw op korte termijn 2.0: Dit betreft de toevoeging van de loon-en prijsbijstelling tranche 2026.
2. HOV4 Eindhoven: Betreft samenvoeging budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 voor € 44 miljoen. Daarnaast is het projectbudget verhoogd door de toekenning van de prijsbijstelling.
3. HOV Lijn Almere Pampus: Dit betreft een overboeking vanuit de reservering Lijn Pampus naar de beleidsartikel 14 voor € 59,9 miljoen conform BO Mirt Afspraak 2022. Daarnaast wordt de verhoging van het project budget veroorzaakt door de toekenning van de prijsbijstelling.
14.03.05 Programma Woningbouw en Mobiliteit: Mobiliteitspakketten en Grootschalige woningbouw
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | Toelichting | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | ||
Mobiliteitspakketten | 1.032 | 1.025 | 648 | 196 | 84 | 104 | ||||||||
Grootschalige woningbouwgebieden | 288 | 283 | 4 | 16 | 23 | 41 | 70 | 82 | 52 | |||||
Begroting (MF 14.03.05) | 1.320 | 1.308 | 648 | 200 | 100 | 128 | 41 | 70 | 82 | 52 | ||||
Belangrijkste budgettaire aanpassingen
Mutaties zitten onder de staffel.
3.5 Artikel 15 Hoofdvaarwegennet
Op dit artikel worden de producten op het gebied van rijksvaarwegen verantwoord. Dit betreffen de onderdelen exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling, geïntegreerde contractvormen/Publiek Private Samenwerking (PPS), netwerkgebonden kosten en de investeringsruimte. De doelstellingen van het onder liggende beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII en vinden hun oorsprong in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het artikel Hoofdvaarwegennet op het Mobiliteitsfonds is gerelateerd aan beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens op de begroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 1.253.546 | 1.998.044 | 1.888.745 | 2.674.499 | 1.536.481 | 1.573.866 | 1.561.481 |
Uitgaven | 1.436.677 | 1.619.776 | 1.671.651 | 1.462.064 | 1.662.288 | 1.732.894 | 1.687.444 |
15.01 Exploitatie | 8.902 | 26.681 | 28.990 | 24.717 | 22.987 | 22.883 | 26.182 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 8.902 | 26.681 | 28.990 | 24.717 | 22.987 | 22.883 | 26.182 |
15.02 Onderhoud en vernieuwing | 763.644 | 979.902 | 979.912 | 841.436 | 827.291 | 796.567 | 1.014.945 |
15.02.01 Onderhoud | 558.879 | 709.696 | 548.633 | 540.997 | 534.542 | 529.764 | 657.208 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 558.194 | 709.198 | 548.214 | 540.696 | 534.361 | 529.702 | 657.146 |
15.02.04 Vernieuwing | 204.765 | 270.206 | 431.279 | 300.439 | 292.749 | 266.803 | 357.737 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
15.03 Ontwikkeling | 154.334 | 118.881 | 177.164 | 116.805 | 336.162 | 450.047 | 194.645 |
15.03.01 Aanleg | 145.786 | 98.206 | 113.313 | 106.706 | 198.224 | 197.664 | 96.467 |
15.03.02 Planning en studies | 4.588 | 14.534 | 56.415 | 3.327 | 135.618 | 251.575 | 98.178 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 2.257 | 1.694 | 1.874 | 1.874 | 1.874 | 1.874 | 1.874 |
15.03.03 Optimalisering gebruik | 3.960 | 6.141 | 7.436 | 6.772 | 2.320 | 808 | 0 |
15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS | 65.740 | 64.703 | 55.952 | 58.186 | 65.705 | 54.274 | 52.825 |
15.06 Netwerkgebonden kosten HVWN | 444.057 | 429.609 | 429.634 | 420.920 | 410.144 | 409.124 | 398.847 |
15.06.01 Apparaatskosten RWS | 409.347 | 413.314 | 412.229 | 403.813 | 393.992 | 392.733 | 385.002 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 409.347 | 413.314 | 412.229 | 403.813 | 393.992 | 392.733 | 385.002 |
15.06.02 Overige netwerkgebonden kosten | 34.710 | 16.295 | 17.405 | 17.107 | 16.152 | 16.391 | 13.845 |
- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS | 34.710 | 16.295 | 17.405 | 17.107 | 16.152 | 16.391 | 13.845 |
Ontvangsten | 43.982 | 20.320 | 15.683 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 |
15.09 Ontvangsten | 43.982 | 20.320 | 15.683 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 |
Budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 97% |
Bestuurlijk gebonden | 3% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
15.01 Exploitatie
Motivering
De activiteiten binnen exploitatie worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.
Producten
Bij exploitatie gaat het voornamelijk om de volgende activiteiten
– Verkeersbegeleiding, bediening van objecten en vaarwegmarkering;
– Monitoring en informatieverstrekking;
– Vergunningverlening en handhaving;
– Crisisbeheersing en preventie.
In het goederenvervoer over water is een groei voorzien (Integrale Mobiliteitsanalyse [2021] en Integrale Mobiliteitsanalyse [2023]), die deels met exploitatie wordt gefaciliteerd, rekening houdend met autonome ontwikkelingen. Daarnaast is de inzet om de betrouwbaarheid en reistijd te verbeteren. Beleidsdoelstellingen op het gebied van exploitatie zijn:
– Het zoveel mogelijk beperken van de gemiddelde structurele wachttijd bij sluizen in de hoofdvaarwegen;
– Het afstemmen van de bediening van bruggen en sluizen op de vraag vanuit de markt.
In de Kamerbrief Toekomst Binnenvaart die op 30 november 20221 aan de Tweede Kamer is aangeboden, zijn de belangrijkste veranderingen, uitdagingen en kansen geschetst voor de binnenvaart. Voor wat betreft de infrastructuur geldt dat we willen toewerken naar toekomstbestendige vaarwegen: klimaatadaptief en betrouwbaar. In de Kamerbrief modal shift aanpak van 15 november 20222 is de verwachte groei van het goederenvervoer en het groeipotentieel van de vaarwegen gepresenteerd. Om dit groeipotentieel te benutten en/of een reverse modal shift te voorkomen, wordt ernaar toegewerkt om alle huidige vaarwegen optimaal te onderhouden.
Zoals beschreven in de Kamerbrief Basiskwaliteitsniveau RWS-netwerken van 17 maart 2023 (Kamerstuk 29 385, nr. 119)3 wordt ingezet op het instandhouden van het areaal en voorspelbaarheid bij een groeiend gebruik. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om ook de kostenontwikkeling in de hand te houden. Door technologische ontwikkelingen als smart shipping en verdergaande digitalisering kan een deel van de systemen en voorzieningen ten behoeve van de informatieverstrekking en verkeersbegeleiding naar de toekomst toe waarschijnlijk efficiënter worden ingericht. Aanpassingen zullen afgestemd worden op de snelheid van de technologische ontwikkeling en de implementatie ervan bij de gebruikers. Ook wordt in het kader van droogte gekeken naar het ontwikkelen van klimaatadaptieve schepen met minder diepgang of andere vervoersconcepten, waardoor investeringen aan de infrastructuur mogelijk minder groot zullen zijn. Zo wordt bekeken welke vaarwegtrajecten, gegeven de geschetste toekomstige ontwikkelingen ook in aanmerking kunnen komen voor een aanpassing van bedienvensters. Om de vaarwegen toekomstbestendig en betaalbaar te houden, wordt onderzocht waar beperkingen in de bediening en begeleiding mogelijk zijn om de doelen voor de binnenvaart structureel te kunnen behouden. Daartoe wordt onderzoek in gang gezet naar a) opwaardering/afwaardering van vaarwegen; b) de functie en een bijpassend onderhoudsregime oevers; c) het langetermijn verkeersmanagement; d) betaald gebruik van overnachtingsplaatsen voor de recreatievaart; en e) de veiligheidsperspectieven bij een invoering van een verplicht vaarbewijs voor de recreatievaart.
Naast het gastheerschap op de vaarwegen, is ook toezicht van belang. Dit wordt door ILT, politie en RWS uitgevoerd om de veiligheid voor de gebruikers te borgen. Dit toezicht heeft ook een preventieve werking. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Binnenvaartwet is meer nadruk komen te liggen op bestuursrechtelijke handhaving door IenW (in plaats van strafrechtelijke handhaving door de politie). In geval van calamiteiten, zoals schade en verontreinigingen, wordt hierover bericht en adequaat opgetreden. Hiervoor is een calamiteitenorganisatie operationeel.
De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden bekostigd uit het budget voor netwerkgebonden kosten.
Meetbare gegevens
Areaalomschrijving | Eenheid | Realisatie 2025 | Prognose 2026 | Prognose 2027 |
|---|---|---|---|---|
Begeleide vaarweg | km | 848 | 848 | 848 |
Bediende objecten | stuks | 233 | 233 | 222 |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
Alleen de vaarwegen die vanuit vaste verkeersposten worden begeleid, zijn in het hier opgenomen areaal meegeteld. De vaarwegen in beheer bij RWS die met patrouillevaartuigen worden bestreken zijn derhalve niet meegerekend. In 2027 zijn geen wijzigingen voorzien in de begeleide vaarweg.
In 2027 neemt het aantal bediende objecten af met 11 stuks door de voorgenomen overdrachten van enerzijds het Merwedekanaal in Utrecht en anderzijds de Slochtersluis langs het kanaal Lemmer-Delfzijl.
15.02 Onderhoud en Vernieuwing
Motivering
Onderhoud en vernieuwing worden uitgevoerd om een vlot, betrouwbaar en veilig scheepvaartverkeer op het hoofdvaarwegennet te realiseren. Er zijn met RWS voor exploitatie, onderhoud en vernieuwing prestatieafspraken gemaakt en er zijn indicatoren opgesteld om aan te sluiten op de beleidsdoelen.
Producten
Het regulier onderhoud en vernieuwing van rijksvaarwegen omvat maatregelen aan bodems, oevers, kunstwerken zoals sluizen en bruggen, verkeersvoorzieningen, landschap en milieu en voorzieningen voor exploitatie, zoals verkeerscentrales.
In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting wordt uitgebreid ingegaan op de werking van de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van IenW vallen.
Maatregelen
In 2026 vindt voor Rijkswaterstaat in het kader van de meerjarenafspraak instandhouding 2024 ‒ 2030 tussen IenW en Rijkswaterstaat, een 'midtermreview'plaats waarin de financiële meerjarenreeksen voor instandhouding worden herijkt. Dit betreft de werkelijke budgetbehoefte en het maakbare deel ervan voor de instandhouding van de RWS-netwerken. In opdracht van IenW worden deze herijkte reeksen door een externe partij gevalideerd en met de Kamer gedeeld. De herijkte reeksen zijn van belang voor het verkrijgen van een gedeeld beeld over de benodigde middelen voor de komende jaren. Op basis van de resultaten wordt bezien of aanpassingen in het budget, basiskwaliteitsniveau en/of prestaties wenselijk zijn of dat er andere afspraken moeten worden gemaakt.
Daarnaast wordt er in het coalitieakkoord voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van woningbouw aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen beschikbaar. Met dit aanvullende buget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken. Ondanks deze middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet volledig uitvoerbaar en betaalbaar. Om maximaal te kunnen presteren moet er geprioriteerd worden over de volle breedte van de opgaven, het MIRT en de fondsen. Hoewel de instandhouding voorop staat, is ook binnen de instandhoudingsopgave een prioritering nodig. Om die reden heeft IenW aan een afweegproces op fondsniveau gewerkt zoals vermeld in de kamerbrief prioritering Mobiliteitsfonds en Deltafonds.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).
15.02.01 Onderhoud
Een voorwaarde voor het optimaal gebruiken van het vaarwegennet is de bedrijfszekerheid van de infrastructuur van de vaarwegen.
De activiteiten zijn erop gericht, om de scheepvaart (beroeps- en recreatie vaart) zo goed mogelijk te faciliteren. Het betreft maatregelen om de breedte en diepte van de vaarweg te handhaven. Daarnaast betreft het maatregelen om de kunstwerken (sluizen en bruggen) en verkeersvoorzieningen te laten functioneren. Om verkeersoverlast tot een minimum te beperken, worden zowel de werkzaamheden binnen onderhoud als werkzaamheden die voortkomen uit het ontwikkelingprogramma goed afgestemd. Binnen onderhoud vallen zowel het preventief als het correctief onderhoud.
Kustwacht
De Kustwacht Nederland is een organisatie met eigen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De directeur Kustwacht maakt jaarlijks een Activiteitenplan en Begroting (APB) en legt dit voor aan de raad voor de kustwacht. De ministerraad stelt het APB vervolgens vast. De directeur Kustwacht beschikt over een informatiecentrum, schepen, surveillance vliegtuigen en helikopters.
De Minister van IenW is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor totstandkoming van geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De Minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht. De overzichtsconstructie Kustwacht is als bijlage 2 'Overzichtsconstructie Kustwacht' aan deze begroting toegevoegd.
Overdracht Brokx-Nat
De nog over te dragen vaarwegen in het kader van Brokx-Nat zijn in beeld gebracht in een eindbalans, op basis waarvan de Tweede Kamer in 2002 is geïnformeerd (Kamerstukken II 2002–2003, 28 600 XII, nr. 17). Op dit artikel wordt o.a. de betaling aan provincies en gemeenten voor het onderhoud aan kanalen in Drenthe en wegen en paden Texel verantwoord.
Meetbare gegevens
In onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de onderhoudskosten. De percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde over de periode 2023-2027.
Figuur 6 Onderverdeling van de onderhoudskosten hoofdvaarwegennet (HVWN)

Bron: Rijkswaterstaat 2026
Eenheid | Omvang 2025 | Omvang 2026 | Omvang 2027 | Budget (x € 1.000) 2027 | |
|---|---|---|---|---|---|
Vaarwegen | km | 7.271 | 7.271 | 7.264 | 548.214 |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
Het totale areaal is een optelling hoofdtransportassen, hoofdvaarwegen en overige vaarwegen van in totaal afgerond 3.406 kilometer en van zeecorridors en zeetoegangsgeulen van in totaal afgerond 3.858 kilometer. Tezamen is dit afgerond 7.264 kilometer.
In 2027 wordt er een afname van 6,4 km overige vaarweg voorzien door de overdracht van het Merwedekanaal in Utrecht.
Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het basiskwaliteitsniveau worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. Daarom wordt in afwachting daarvan in onderstaande tabel nog uitgegaan van de prestatieafspraken vanuit de Beheer en Onderhoud (BenO) overeenkomst 2022-2023.
Indicator | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 | Streefwaarde 2026 | Streefwaarde 2027 |
|---|---|---|---|---|
Geplande stremmingen (gehele areaal) | 0,7% | 1,1% | 0,8% | 0,8% |
- Hoofdtransportas | 0,7% | 1,7% | 0,8% | 0,8% |
- Hoofdvaarweg | 0,6% | 0,4% | 0,8% | 0,8% |
- Overige Vaarweg | 0,8% | 1,8% | 0,8% | 0,8% |
Ongeplande stremmingen (gehele areaal) | 1,2% | 0,7% | 0,2% | 0,2% |
- Hoofdtransportas | 0,3% | 0,2% | 0,2% | 0,2% |
- Hoofdvaarweg | 1,1% | 0,4% | 0,2% | 0,2% |
- Overige Vaarweg | 1,6% | 1,2% | 0,2% | 0,2% |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Toelichting
De geplande en ongeplande stremmingen geven een beeld van de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de sluizen en beweegbare bruggen op de vaarwegen. De percentages zijn berekend door de gestremde uren voor het maatgevend schip af te zetten tegen de totale bedientijd van deze objecten. De streefwaarden betreffen de afgesproken maximale waarden. Door uitgesteld onderhoud, ouderdom en intensiever gebruik (o.a. door grotere schepen en zwaarder verkeer) neemt de kans op ongeplande uitval van objecten toe. Dit zien we met name terug in de ongeplande stremmingen, die de streefwaarde 3,5 keer overschrijden, hoofdzakelijk op de overige vaarwegen. Om de groeiende instandhoudingsopgave en de ongeplande stremmingen het hoofd te bieden wordt er meer gepland onderhoud uitgevoerd. Hierdoor wordt de streefwaarde voor geplande stremmingen overschreden voor de Hoofdtransportas en de Overige vaarweg, en voor het gehele areaal.
In bijlage 3 'Instandhouding' van deze begroting zijn nog een aantal indicatoren met betrekking tot beschikbaarheid/betrouwbaarheid en veiligheid opgenomen. De indicator Passeertijd sluizen is opgenomen bij beleidsartikel 18 Scheepvaart en havens in de begroting Hoofdstuk XII.
15.02.04 Vernieuwing
Op dit artikel staan de beschikbare budgetten voor vernieuwing (voorheen: vervanging en renovatie) van het hoofdvaarwegennet. Sinds medio vorige eeuw is in hoog tempo een groot deel van de infrastructuur aangelegd. Het is van belang dat de veiligheid en de beschikbaarheid van het hoofdvaarwegennet in stand wordt gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Op basis van onderzoek wordt een analyse gemaakt voor welke kunstwerken wanneer vervanging of renovatie aan de orde is. RWS bekijkt via inspecties waar maatregelen nodig zijn. Voor een zichtperiode van ongeveer 7 jaar is dit vooruit te plannen in concrete projecten. Voor de periode daarna zijn budgetten beschikbaar, maar wordt de invulling van het programma in latere jaren concreet. De werkwijze staat verder toegelicht in bijlage 3 'Instandhouding'. In het MIRT-projectenoverzicht worden onderliggende projecten inzichtelijk gemaakt.
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Programma Vernieuwing | 5.293 | 4.816 | 1.108 | 348 | 510 | 353 | 322 | 351 | 394 | 1.906 | Diverse | Diverse | 1 |
Totaal programma Vernieuwing | 5.293 | 4.816 | 1.108 | 348 | 510 | 353 | 322 | 351 | 394 | 1.906 | |||
Budget Vernieuwing (MF 15.02.04) | 270 | 431 | 300 | 293 | 267 | 358 | 2.266 | ||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 78 | ‒ 79 | ‒ 53 | ‒ 29 | ‒ 85 | ‒ 36 | 360 | ||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Het budget voor het programma Vernieuwing is beleidsarm met 1 jaar verlengd tot en met 2040. Verder is dit budget structureel opgehoogd met de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2026 (€ 76,4 miljoen). In het kader van de wet DBA worden een aantal individuele dossiers verambtelijkt. Het budget wordt verlaagd doordat het bijbehorende budget wordt overgeheveld naar de apparaatskosten van RWS (€ 7,1 miljoen). Daarnaast zijn in het coalitieakkoord middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen). Voor het hoofdvaarwegennet betekent dit dat het vernieuwingsbudget in 2031 is verhoogd met € 94,3 miljoen.
15.03 Ontwikkeling
Motivering
Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn voor de realisatie- en studie activiteiten bij het hoofdvaarwegennet.
Een beweging naar instandhouding en tussen MIRT-projecten
In 2023 is besloten om 17 MIRT-projecten te pauzeren vanwege de opeenstapeling van financiële, stikstof- en personele problematiek, en om de middelen hiervoor in te zetten voor tegenvallers bij lopende projecten en voor intensivering op instandhouding. De laatste stand van zaken van de gepauzeerde projecten is toegelicht in de Kamerbrief van 13 juni 2025 over het MIRT (Kamerstuk 36 600-A, nr. 63). In bijlage 6 hiervan wordt voor onder meer de drie betrokken vaarwegprojecten ingegaan op de actuele stand van zaken. Voor de projecten Volkeraksluizen en Kreekraksluizen is er geen restbudget beschikbaar. Rijk en regio hebben in het BO MIRT 2024 besloten om de wachttijden bij de sluizencomplexen te monitoren en te bekijken of de wachttijd de wettelijke limiet niet overschrijdt. Ook voor Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) is er geen restbudget beschikbaar. Voor dit project is onderzocht of het uitdiepen van de VIJM kan worden opgepakt door de grond te gebruiken bij andere projecten. Dit bleek helaas niet mogelijk.
Wind op zee
Door het kabinet zijn middelen vrijgemaakt voor de uitbreiding van Wind op Zee. Deze middelen hebben onder andere betrekking op de scheepvaartveiligheid op de Noordzee en zullen in 2026 en daarna worden omgezet in concrete maatregelen. Dit betreft een doorlopend proces.
15.03.01 Aanleg
Producten
In 2026 zijn er geen geplande mijlpalen op aanleg in het hoofdvaarwegennetwerk.
Mijlpaal | Project | |
|---|---|---|
Openstelling | ‒ | n.v.t. |
Start aanleg | ‒ | n.v.t. |
Bron: Rijkswaterstaat 2026
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Nationaal | |||||||||||||
Beter Benutten | 16 | 16 | 16 | 0 | Geen | Geen | |||||||
Impuls Dynamisch Verkeermanagement | 100 | 100 | 100 | 0 | 2018 | 2018 | |||||||
Walradarsystemen | 35 | 35 | 32 | 2 | 1 | 0 | divers | divers | |||||
Regeling Kademuren | 11 | 11 | 2 | 2 | 3 | 2 | 2 | 1 | 1 | 0 | nvt | nvt | |
Reservering ERTVS | 687 | 631 | 0 | 10 | 28 | 4 | 1 | 1 | 7 | 636 | 1 | ||
Projecten Noordwest-Nederland | |||||||||||||
De Zaan (Wilhelminasluis) | 14 | 14 | 10 | 3 | 2020 | 2020 | |||||||
Lichteren buitenhaven Ijmuiden | 84 | 83 | 46 | 0 | 2 | 11 | 25 | n.t.b. | n.t.b. | ||||
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||||||||||
Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Beneden-Lek | 13 | 13 | 13 | 0 | 0 | 0 | 0 | 2022 | 2022 | ||||
Capaciteitsuitbreiding overnachtingsplaatsen Merwede | 7 | 7 | 7 | 0 | 0 | 2021 | 2021 | ||||||
Nieuwe Sluis Terneuzen | 1.303 | 1.302 | 1.236 | 42 | 15 | 0 | 9 | 0 | 0 | 0 | 2025 | 2025 | |
Project Mainport Rotterdam | 1.148 | 1.147 | 1.106 | 1 | 0 | 2 | 1 | 1 | 1 | 39 | 2033 | 2033 | |
Projecten Zuid-Nederland | |||||||||||||
Maasroute modernisering fase 2 | 866 | 865 | 830 | 7 | 29 | 0 | 0 | 2027 | 2027 | ||||
Zuid-Willemsvaart: aanleg Maximakanaal en opwaarderen tot Veghel | 429 | 429 | 427 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | 2015 | 2015 | |||
Sluis II Wilhelminakanaal | 173 | 97 | 6 | 12 | 33 | 64 | 46 | 2 | 0 | 10 | n.t.b. | n.t.b. | |
Projecten Oost-Nederland | |||||||||||||
Toekomstvisie Waal | 155 | 154 | 148 | 1 | 3 | 3 | 0 | 0 | 2024 | 2024 | |||
Verruiming Twentekanalen fase 2 | 235 | 235 | 231 | 0 | 0 | 1 | 2 | 0 | 2023 | 2023 | |||
Vaarweg Meppel-Ramspol (keersluis Zwartsluis) | 59 | 59 | 59 | 1 | 0 | 2017 | 2017 | ||||||
Projecten Noord-Nederland | |||||||||||||
Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 1: verbreding tot klasse Va | 282 | 282 | 282 | 0 | 0 | 2017 | 2017 | ||||||
Verruiming vaarweg Eemshaven-Noordzee | 39 | 39 | 37 | 0 | 0 | 2 | 2018 | 2018 | |||||
Sluiscomplex Kornwerderzand | 522 | 513 | 0 | 0 | 5 | 5 | 105 | 160 | 139 | 108 | n.t.b. | n.t.b. | |
Overige Projecten | |||||||||||||
Kleine projecten / afronding projecten | 206 | 205 | 190 | 2 | 2 | 4 | 3 | 4 | divers | divers | |||
Afrondingen | 2 | ‒ 1 | divers | divers | |||||||||
Totaal uitvoeringsprogramma | 6.385 | 6.237 | 4.778 | 84 | 121 | 94 | 193 | 172 | 149 | 793 | |||
Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies | 145 | 87 | 30 | 20 | 33 | 27 | 27 | 7 | 1 | 0 | |||
Programma Aanleg | 6.530 | 6.324 | 4.808 | 104 | 154 | 121 | 220 | 179 | 150 | 793 | |||
Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg | ‒ 79 | ‒ 77 | 0 | ‒ 2 | ‒ 12 | ‒ 25 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 38 | ||||
Budget Aanleg (MF 15.03.01) | 6.451 | 6.247 | 4.808 | 104 | 152 | 109 | 195 | 178 | 149 | 755 | |||
Overprogrammering (-) | ‒ 7 | ‒ 45 | ‒ 10 | ‒ 4 | 5 | ‒ 53 | 113 | ||||||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Reservering ERTVS: dit wordt veroorzaakt door de toegevoegde prijsbijstelling.
2. Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2: vanuit de reservering bij DGLM is € 52,5 miljoen overgeboekt naar de realisatiefase. Het gaat hier om de projecten Gerrit Krolbrug en 3 Friese bruggen en Kootstertille. Daarnaast is het projectbudget van de Gerrit Krolbrug met € 4,1 mln gestegen door aanvullende ontvangsten vanuit de gemeente Groningen. Het overige deel bestaat uit ruim €1 mln prijsbijstelling.
3. Sluis II Wilhelminakanaal: De gunning van sluis II bij het Wilhelminakanaal is voorzien in het najaar. Uit gesprekken met de aannemer is gebleken dat het huidige budget ontoereikend is. Daarom wordt er nog eens € 10 miljoen extra uit de extrapolatie gehaald en aan het budget toegevoegd. Daarnaast is er bij de vorige begroting per abuis een verkeerde stand opgenomen, dit wordt bij deze gecorrigeerd.
4. Sluiscomplex KWZ: dit wordt veroorzaakt door de toegevoegde prijsbijstelling.
15.03.02 Planning en studies
Budget | Planning | Toelichting | |||
|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | huidig | vorig | |
Aanleg uitgaven op MF 15.03.01 mbt planning en studies | ‒ 145 | ‒ 87 | nvt | nvt | 1 |
Uitgaven mbt planning en studies op MF 15.03.02 mbt het programma aanleg | 79 | 77 | nvt | nvt | |
Projecten Nationaal | |||||
Bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen | 37 | 32 | nvt | nvt | 2 |
Reservering voor LCC | 515 | 471 | nvt | nvt | 3 |
Reservering voor scheepvaartveiligheid maatregelen agv Wind op Zee | 1222 | 412 | nvt | nvt | 4 |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||
Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen Amsterdam-Lemmer | 7 | 7 | ntb | 2025 ‒ 2027 | |
Vaarweg IJsselmeer-Meppel | 0 | 0 | ntb | ntb | |
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||
Capaciteit Volkeraksluizen | 0 | 0 | ntb | ntb | |
Projecten Oost-Nederland | |||||
Bovenloop IJssel (IJsselkop tot Zutphen) | 43 | 42 | ntb | ntb | |
Capaciteitsuitbreiding ligplaatsen IJssel | 34 | 33 | ntb | ntb | |
Projecten Noord-Nederland | |||||
Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2 | 541 | 527 | 2024 ‒ 2029 | 2024 ‒ 2028 | 5 |
Overige projecten en reserveringen | 533 | 497 | 6 | ||
Projecten in voorbereiding | |||||
Projecten Zuidwest-Nederland | |||||
Kreekraksluizen | ntb | ntb | |||
Projecten Oost-Nederland | |||||
Verkenning IJssel fase 2 | |||||
Overige projecten in voorbereiding | |||||
Gesignaleerde risico's | |||||
Afrondingen | 0 | 0 | |||
Totaal programma planning en studies | 2.866 | 2.011 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Het verschil wordt veroorzaakt doordat € 45,9 miljoen is overgeboekt van de planstudiefase naar de realisatiefase voor de Gerrit Krolbrug, doordat het projectbudget Gerrit Krolbrug met € 4,1 miljoen is gestegen door aanvullende ontvangsten van de gemeente Groningen en met € 0,2 miljoen is gestegen door een overboeking uit het budget voor externe kosten planuitwerkingen en doordat € 6,6 miljoen is overgeboekt van de planstudiefase naar de realisatiefase voor een Partieel Uitvoeringsbesluit contractvoorbereidingsfase 3 Friese Bruggen en Kootstertille.
2. Bijdrage aan agentschap RWS: door de extrapolatie naar 2040 is de bijdrage aan agentschap t.b.v. externe kosten planuitwerkingen met € 4,8 miljoen toegenomen.
3. Reservering Life Cycle Costs (LCC): door de extrapolatie naar 2040 is de reservering voor LCC met € 34,2 miljoen toegenomen.
4. Reservering voor scheepvaartveiligheid (SVV) maatregelen Wind op Zee (WOZ): Naar het ministerie van Defensie is € 19,2 miljoen overgeboekt voor het project Verkeersbeeld op Zee (VOZ) deel 2 2030 tot en met 2035. Vanuit Klimaat en Groene Groei is in de periode 2028 t/m 2040 € 765,3 miljoen overgeboekt voor de resterende (3e) tranche ter dekking van de structurele kosten aanvullende routekaart WOZ.
Daarnaast ontvangt IenW nu alvast in totaal € 55,9 miljoen van de aanvullende post bij Financiën voor de voorbereidende werkzaamheden van de Partiële Herziening. Besluitvorming over de routekaart van deze PH vindt plaats in het najaar van 2026. Deze middelen zijn bedoeld om alvast uit te kunnen werken welke scheepvaartveiligheidsmaatregelen er genomen moeten worden om de ambitie van 40GW wind op zee te realiseren.
5. Vaarweg Lemmer-Delfzijl fase 2: het projectbudget voor de Gerrit Krolbrug is met € 4,1 miljoen gestegen door aanvullende ontvangsten van de gemeente Groningen en met € 0,2 miljoen door een overboeking uit het budget voor externe kosten planuitwerkingen.
6. Overige projecten en reserveringen: Door de extrapolatie naar 2040 zijn de overige projecten en reserveringen met € 23,8 miljoen toegenomen. Van de reservering robuuste HVWN op artikel 11 is € 100 miljoen overgeboekt naar artikel 15 voor een nieuwe reservering Ruimte voor de Rivier 2.0 bevaarbaarheid. Er is voor het project Sluis II Wilhelminakanaal € 64,2 miljoen overgeboekt naar realisatie en voor het project walstroom rijksligplaatsen is € 34,7 miljoen overgeboekt naar realisatie.
15.03.03 Optimalisering verbruik
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden uitgaven gedaan die de optimalisering van het gebruik van Infrastructuur op de vaarwegen bevorderen. Dit zijn maatregelen die door IenW worden uitgevoerd. Een voorbeeld is de optimalisatie van logistieke routes om modal shift te bevorderen.
Optimalisering hoofdvaarwegennet 15.03.03 (bedragen x € 1 miljoen) | |||
|---|---|---|---|
Budget | Planning | ||
Projectomschrijving | huidig | vorig | |
Modal shift van weg naar water | 23 | 23 | nvt |
Totaal Optimalisering gebruik | 23 | 23 | nvt |
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
Er hebben geen wijzigingen in het projectbudget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.
15.04 Geïntegreerde contractvormen/PPS
Motivering
Bij infrastructuurprojecten boven het drempelbedrag van € 60 miljoen wordt middels een Publiek Private Comparator (PPC) getoetst of een DBFM-contract meerwaarde op kan leveren. Infrastructuurprojecten die via een DBFM (Design, Build, Finance en Maintain) contract worden aanbesteed, hebben als kenmerk dat sprake is van de overdracht van de integrale onderdelen van een bouwproject (ontwerp, bouw, financiering en onderhoud) aan een private opdrachtnemer. In plaats van een product wordt een dienst uitgevraagd, te weten de beschikbaarheid van de infrastructuur. De betaling voor deze dienst vindt plaats aan de hand van de overeengekomen prestatie die wordt afgezet tegen de daadwerkelijk geleverde prestatie, de beschikbaarheidsvergoeding. De beschikbaarheidsvergoeding wordt pas uitgekeerd na oplevering van het project; tijdens de bouw dient de DBFM-Opdrachtnemer daarom zelf de financiering te regelen. Omdat het project gefinancierd is door banken en/of institutionele beleggers, is sprake van een sterke druk vanuit de financiers op de private opdrachtnemer om de afgesproken prestatie ook te leveren: op tijd en binnen de geraamde kosten. Een lager prestatieniveau leidt tot lagere betalingen, die op hun beurt de terugbetaling van de financiering moeten zekerstellen. In de bouw fase is doorgaans wel sprake van een gedeeltelijke betaling (de partiële beschikbaarheidsvergoeding), als sprake is van de uitbreiding van een bestaande sluis die ook tijdens de verbouwing beschikbaar moet blijven voor de scheepvaart. Bij openstelling van de sluis wordt overgegaan naar een volledige beschikbaarheidsvergoeding. Het afronden van een aanbesteding resulteert in een meerjarige verplichting, van zowel aanleg als ook beheer en onderhoud op het desbetreffende project. Op dit begrotingsartikel bestaat daarmee geen enkele budgetflexibiliteit. Slechts bij onderpresteren van de opdrachtnemer kunnen boetes en kortingen worden aangebracht.
De verplichting aan de DBFM-Opdrachtnemer vervaltaan het einde van de looptijd van het contract waarna het beheer en onderhoud van deze vaarwegdelen en/of objecten terugkomen bij RWS en de bijbehorende budgetten gaan vallen onder het reguliere onderhoudsartikel (artikel onderdeel 15.02 Onderhoud en Vernieuwing).
Producten
De projecten Zeetoegang IJmond, Sluis Limmel, 3e Kolk Beatrixsluis en sluis Eefde zijn opengesteld. Er is sprake van een volledige beschikbaarheidsvergoeding. De looptijd van deze contracten varieert; in onderstaand projectenoverzicht is zichtbaar wanneer de contracten eindigen.
Projectoverzicht behorende bij 15.04: Geïntegreerde contractvormen/PPS Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen) | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | Eind contract | ||||||||||
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Projecten Noordwest-Nederland | |||||||||||||
Lekkanaal: 3e kolk Beatrixsluis en verbreding kanaalzijde/uitbreiding ligplaatsen | 453 | 448 | 162 | 16 | 16 | 16 | 15 | 15 | 15 | 199 | 2019 | 2019 | |
Zeetoegang IJmond | 1.313 | 1.301 | 695 | 40 | 31 | 34 | 42 | 30 | 29 | 412 | 2021 | 2021 | 1 |
Projecten Oost-Nederland | |||||||||||||
Capaciteitsuitbreiding sluis Eefde | 179 | 178 | 72 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 6 | 71 | 2021 | 2021 | |
Projecten Zuid-Nederland | |||||||||||||
Keersluis Limmel | 98 | 97 | 39 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 3 | 42 | 2018 | 2018 | |
afrondingen | |||||||||||||
Totaal | 2.043 | 2.023 | 968 | 65 | 56 | 58 | 66 | 54 | 53 | 723 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. De verhoging van de budgetten wordt veroorzaakt door de toegekende loon- en prijsbijstelling.
15.06 Netwerkgebonden kosten Hoofdvaarwegennet
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden de aan het netwerk te relateren apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) van RWS en de overige netwerkgebonden kosten geraamd. De overige netwerkgebonden kosten komen ten goede aan exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en DBFM, en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinformatie, onderhouden van ICT-systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en anderzijds kostenbesparing.
Rijksrederij
De Rijksbrede Civiele Rijksrederij is een organisatie die nautische diensten levert aan andere overheden zoals het Ministerie van EZ, Financiën (Douane), IenW, LVVN en JenV en de Kustwacht. De Rijksrederij valt onder de verantwoordelijkheid van RWS. De kerntaken van de Rijksrederij zijn:
– Het ter beschikking stellen van vaartuigen voor een bepaalde tijdsduur (al dan niet met nautische bemanning) met een door de opdrachtgever gespecificeerd dienstverleningsniveau;
– Het leveren van kennisintensief advies aan overheidsinstellingen bij beheer, ontwerp en aanbesteding van vaartuigen;
– Het leveren van kennisintensief adviesop het gebiedvan eisen aan bemanningen, veiligheidsmanagement en scheepsuitrustingen.
15.09 Ontvangsten
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden aan de producten op het gebied van Rijksvaarwegen, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.
Producten
Bijdragen van derden
Dit betreffen de bijdragen van decentrale overheden en andere derden aan projecten.
Ontvangsten 15.09 Hoofdvaarwegennet (bedragen x € 1 miljoen) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
Bijdragen van derden | 20 | 16 | 8 | 10 | 11 | 0 |
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
Er hebben geen wijzigingen in het ontvangsten budget plaatsgevonden ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2026.
3.6 Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer
Megaprojecten zijn door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten (grootprojectstatus). De aanwijzing van grote projecten gebeurt op basis van artikel 2 van de Regeling Grote Projecten. De grootprojectstatus behelst dat de Regeling Grote Projecten van toepassing is, die voorschrijft dat de Minister ten minste halfjaarlijks de Tweede Kamer informeert over de voortgang en verantwoording aflegt via een Voortgangsrapportage.
Onder dit artikel vallen de megaprojecten Verkeer en Vervoer:
– Programma ERTMS;
– Zuidasdok;
– Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.
Het projectartikel is gerelateerd aan de beleidsartikelen 14 Wegen en Verkeersveiligheid, 16 Openbaar Vervoer en Spoor en 18 Scheepvaart en havens op de beleidsbegroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 1.972.923 | 533.297 | 1.483.313 | 320.348 | 192.622 | 291.866 | 91.085 |
Uitgaven | 674.903 | 777.602 | 358.098 | 749.446 | 764.908 | 661.634 | 458.291 |
17.07 ERTMS | 175.446 | 172.377 | 57.169 | 77.756 | 124.582 | 132.015 | 56.928 |
17.07.01 Aanleg ERTMS | 175.446 | 172.375 | 57.169 | 77.756 | 124.582 | 132.015 | 56.928 |
17.07.02 Planning en studies ERTMS | 0 | 2 | 0 | ||||
17.08 Zuidasdok | 232.632 | 389.547 | 248.656 | 514.831 | 516.112 | 327.462 | 300.620 |
17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer | 266.825 | 215.678 | 52.273 | 156.859 | 124.214 | 202.157 | 100.743 |
17.10.01 Aanleg PHS | 262.105 | 211.059 | 46.105 | 150.632 | 101.659 | 158.469 | 44.918 |
17.10.02 Planning en studies PHS | 4.720 | 4.619 | 6.168 | 6.227 | 22.555 | 43.688 | 55.825 |
Ontvangsten | 95.698 | 102.943 | 71.176 | 92.248 | 71.454 | 79.236 | 77.773 |
17.09 Ontvangsten | 95.698 | 102.943 | 71.176 | 92.248 | 71.454 | 79.236 | 77.773 |
Budgetflexibiliteit
Met uitzondering van planning en studies, zijn de budgetten in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De budgetten voor planning en studies zijn bestuurlijk gebonden.
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 98% |
Bestuurlijk gebonden | 2% |
Beleidsmatig gereserveerd | |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden |
17.07 European Rail Traffic Management System (ERTMS)
Motivering
De Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV 2040 (Kamerstukken II 202/21, 23645, nr. 746) zet erop in lange termijn keuzes voor het OV met bijdragen aan wonen, werken en recreëren in een duurzaam en welvarend Nederland te realiseren. Het digitaliseren van het treinbeveiligingssysteem is een van de bouwstenen om de doelen van Toekomstbeeld OV te bereiken. Het vervangen van het analoge huidige systeem, dat stamt uit de jaren ’50-60, door de digitale Europese standaard wordt vormgegeven binnen het groot project ERTMS. Deze vervanging sluit aan bij het algemene uitgangspunt om prioriteit te geven aan de instandhouding van het bestaande netwerk. Met deze beslissing wordt ook invulling gegeven aan Europese afspraken over de aanleg van ERTMS op de belangrijkste nationale en internationale verbindingen (TEN-T kernnetwerk). Daarnaast biedt ERTMS meer mogelijkheden dan de huidige treinbeveiliging, zoals meer veiligheid, de mogelijkheid om meer treinen te laten rijden, en op termijn automatisch rijden.
Producten
Op 17 mei 2019 heeft het Kabinet de programmabeslissing ERTMS (Kamerstukken II 2018/19, 33652, n2. 65) genomen en besloten het huidige treinbeveiligingssysteem landelijk te vervangen door ERTMS. Tot en met 2030 worden door ProRail en vervoerders tientallen werkprocessen aangepast om treinen te kunnen laten rijden, circa 1.300 treinen en locomotieven omgebouwd of opgewaardeerd naar ERTMS en tenminste 15.000 gebruikers opgeleid. Ook zal het systeem en de operatie worden beproefd en uiteindelijk 345 km spoor op zeven baanvakken van ERTMS voorzien. Het kabinet heeft in 2019 tevens besloten structureel middelen te reserveren voor de uitrol van ERTMS in de rest van Nederland in de periode 2030-2050. Hiervoor zijn middelen gereserveerd op artikelonderdeel 11.03.
Zoals aangekondigd is gewerkt aan een herijking van de planning en kostenraming (Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 33 652, nr. 88). In de herijking zijn ook de effecten van gebeurtenissen als de coronapandemie, de arbeidsmarktkrapte en bewegingen op de leveranciersmarkt (zoals overnames) op het programma meegenomen. Uit de herijking blijkt dat een hoger bedrag en langere tijd nodig zijn om de treinbeveiliging en gerelateerde systemen klaar te maken voor de toekomst. Een commissie van experts op het gebied van de implementatie van ERTMS of vergelijkbare systemen in andere landen heeft een second opinion uitgevoerd die dit beeld ondersteunt. De second opinion is de basis van de nieuwe Tranche-aanpak. Deze aanpak zorgt voor een gefaseerde implementatie met ruimte voor leren en bijsturen. Tijdens de twee proefbaanvakken worden waardevolle lessen opgedaan voor techniek, operatie en samenwerking die bij de rest van de uitrol gebruikt worden. Naast de geleerde lessen wordt er voor nieuwe tranches ook gekeken naar de mogelijkheid om nieuwe innovaties zoals FRMCS en ATO te implementeren. De budgettaire gevolgen van de nieuwe Tranche-aanpak zijn voor de eerste tranche verwerkt in de begroting. De kamer is geïnformeerd over de opgave voor het vervolg bij de 24e voortgangsrapportage (Kamerstukken II 2025/2026, 33562, nr. 111).
Het programma ERTMS is door de Kamer aangewezen als Groot Project. De Kamer wordt daarom twee keer per jaar door middel van een voortgangsrapportage geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage van de staatssecretaris van IenW betreft de 24e voortgangsrapportage.
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig |
ERTMS | divers | divers | ||||||||||
Aanleg | 3466 | 3459 | 853 | 246 | 350 | 380 | 471 | 386 | 315 | 465 | ||
Planning en studies | 90 | 90 | 90 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | divers | divers |
Programma | 3.556 | 3.549 | 943 | 246 | 350 | 380 | 471 | 386 | 315 | 465 | ||
Afrekening voorschotten | 47 | 47 | 36 | 11 | ||||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 85 | ‒ 293 | ‒ 302 | ‒ 346 | ‒ 254 | ‒ 258 | 1.538 | |||||
Begroting (MF 17.07) | 3.603 | 3.596 | 979 | 172 | 57 | 78 | 125 | 132 | 57 | 2.003 | ||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
Wegens het niet halen van de deadline voor de seriële ombouw wordt een deel van de toegezegde CEF-subsidie voor het realiseren van een prototype en seriële ombouw in het goederenvervoer niet meer uitgekeerd. Omdat in het budget al rekening was gehouden met de ontvangst van deze subsidie worden zowel de uitgaven als de ontvangsten met € 6,245 miljoen afgeboekt.
Daarnaast is € 25,410 miljoen overgeboekt naar het EOV-programma (MF 13.02), omdat de kosten van instandhouding van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking, een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken Groningen - Leeuwarden en Groningen - Bad Nieuweschans grens plaatsvindt binnen dit programma.
17.08 Zuidasdok
Motivering
De ruimtelijke ontwikkelingen in de corridor Haarlemmermeer-Almere en op de Zuidas versterken de toename van reizigers en verkeer. Door opening van de Noord-Zuidlijn, Hanzelijn en OV-SAAL neemt het aantal reizigers op station Amsterdam-Zuid toe. De vergroting van de stations capaciteit en kwalitatieve opwaardering van station Amsterdam Zuid is nodig om de groeiende reizigersstromen te accommoderen en te voldoen aan de NSP-kwaliteitsnorm. Om ruimte te bSieden aan de uitbreiding van de ov-terminal en de wegcapaciteit te vergroten, wordt de A10 ondergronds gebracht en verbreed. Een investering in de ruimtelijke kwaliteit van de Zuidas draagt verder bij aan de versterking van een internationale toplocatie. In de MIRT-brief van 13 januari 2026 is de Kamer geïnformeerd over een nieuw verwacht tekort op het project van € 1.150 ‒ 1300 miljoen (Kamerstuk 36800-A nr. 11). In een bestuurlijk overleg van 5 november 2025 hebben Rijk en regio de scope van Zuidasdok zoals opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok nogmaals bevestigd.
Producten
– Programmaorganisatie en voorbereiding (inclusief A10 Knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, artikel 12.03.01 op het Mobiliteitsfonds);
– Uitbreiding van de ov-terminal (regionaal ov en ketenmobiliteit);
– Tunnel en uitbreiding van de wegcapaciteit A10-zuid;
– Inrichting van de openbare ruimte en generieke uitgaven.
Projectbudget | Kasbudget | Openstelling | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig |
Zuidasdok | ||||||||||||
Generieke en ruimtelijke inrichting | 66 | 66 | 66 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Projectorganisatie en voorbereiding | 641 | 635 | 338 | 52 | 27 | 36 | 32 | 29 | 25 | 102 | ||
Tunnel en A10 | 2.065 | 1.603 | 243 | 150 | 121 | 388 | 443 | 255 | 257 | 208 | ||
OVT incl. keerspoor | 1.206 | 1.193 | 530 | 187 | 101 | 90 | 41 | 44 | 19 | 194 | ||
Afrondingen | ||||||||||||
Programma | 3.978 | 3.497 | 1.177 | 390 | 249 | 515 | 516 | 327 | 301 | 504 | 2032-2036 | 2032-2036 |
Begroting (MF 17.08) | 3.978 | 3.497 | 1.177 | 390 | 249 | 515 | 516 | 327 | 301 | 504 | ||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. Tunnel en A10: In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritarie Infrastuctuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt vanuit de Algemene Post. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok en A27 Houten Hooipolder. De overige € 100 miljoen staat op de reservering op artikel 11.
De overige budgettaire aanpassingen zijn mutaties ten aanzien van loon- en prijsbijstelling 2026.
Overzicht van de bijdragen
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de financiering van het programma. Deze middelen kunnen tijdens de realisatieperiode integraal aan alle productuitgaven worden besteed. Tussentijds en achteraf zal inzichtelijk worden gemaakt waaraan de middelen zijn besteed (verantwoording).
Projectomschrijving | Totaal | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdragen Rijk | 2.919 | 705 | 240 | 178 | 440 | 477 | 259 | 224 | 396 |
Bijdrage gemeente Amsterdam | 446 | 172 | 42 | 39 | 45 | 39 | 43 | 43 | 23 |
Bijdrage Vervoersregio Amsterdam | 363 | 141 | 31 | 31 | 37 | 32 | 35 | 35 | 21 |
Bijdrage Provincie Noord Holland | 87 | 87 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
EU-ontvangsten | 3 | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage derden | 124 | 33 | 16 | 1 | 10 | 0 | 2 | 0 | 62 |
Totaal programma | 3.942 | 1.141 | 329 | 249 | 532 | 548 | 339 | 302 | 502 |
Begroting (MF 17.08) | 3.942 | 1.141 | 329 | 249 | 532 | 548 | 339 | 302 | 502 |
17.10 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
Motivering
Vanaf 2018 heeft het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer de status van groot project. Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven van PHS verantwoord. De basisrapportage, die voortvloeit uit de status van groot project, is in april 2019 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2018-2019, 32 404, nr. 92). Sindsdien zijn er halfjaarrapportages naar de Kamer gestuurd, de laatste betreft de tweede helft van 2025 (VGR 2025-2, Kamerstuk 32404-130). Er wordt volgens de prognoses steeds meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer. Ook het spoorgoederenvervoer neemt toe. Dat vraagt om een aanpak om meer capaciteit te bieden en een hoogwaardig spoorvervoer mogelijk te maken. Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) heeft tot doel op de drukste trajecten in het land te komen tot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomstvaste routering van het goederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute. Er gaan meer treinen rijden in de drukste delen van het land en er komt extra ruimte voor goederenvervoer op het spoor naast maatregelen om het gebruik van de Betuweroute nog extra te stimuleren. Het gaat om de volgende corridors en frequenties:
– Alkmaar-Amsterdam (6 intercity’s en 6 sprinters);
– Amsterdam-Utrecht-Eindhoven (6 intercity’s op de corridor en 6 sprinters tussen Utrecht en Geldermalsen);
– Schiphol-Utrecht-Arnhem/Nijmegen (6 intercity’s op de corridor en 4 sprinters tussen Breukelen en Driebergen-Zeist);
– Den Haag-Rotterdam-Breda (8 intercity’s en 6 sprinters tussen Den Haag en Rotterdam en 4 intercity’s tussen Rotterdam en Breda);
– Breda-Eindhoven (4 intercity’s en 4 sprinters Breda-Tilburg);
– Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) Schiphol-Amsterdam Zuid-Almere-Lelystad (4 intercity’s en 4 sneltreinen tussen Flevoland, via Amsterdam Zuid, en Schiphol, 4 intercity’s tussen Schiphol, via Amsterdam Zuid, en Hilversum, 6 sprinters tussen Almere en Amsterdam Centraal, 4 sprinters tussen Hilversum/Gooi en Amsterdam Centraal);
– Goederenroutering Zuid-Nederland.
Het PHS-programma en de diverse projecten die hier onderdeel van uit maken moeten de gewenste treinaantallen mogelijk maken in combinatie met een zo goed mogelijke dienstregeling (goede verdeling van de treinen over het uur, goede aansluitingen, combinatie met goederenvervoer e.d.). Daarbij is een belangrijk aandachtspunt dat de PHS-corridors onderdeel vormen van een samenhangend spoorwegnet en treindienstregeling, waarbij er vele afhankelijkheden bestaan en er in de loop der tijd rekening moet worden gehouden met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uiteindelijke dienstregeling wordt conform de vervoerconcessie van IenW aan NS opgesteld door NS. NS stelt deze vast op basis van de daadwerkelijk beschikbare infrastructuur, de daadwerkelijk marktvraag per traject, overleg met betrokken overheden en consumentenorganisaties. De scope, planning en financiële stand van zaken (peildatum eind 2018) zijn opgenomen in de basisrapportage PHS; deze dient als referentie voor de opeenvolgende voortgangsrapportages over PHS die elk halfjaar verschijnen. PHS is volledig opgenomen in de nieuwe HRN concessie 2025-2033 en zal stap voor stap worden ingevoerd.
Producten
Op 4 juni 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 404, nr. 1) heeft het kabinet een voorkeursbeslissing genomen over PHS. Sinds begin 2011 loopt de planuitwerking. PHS is een samenhangend en langlopend programma en wordt stap voor stap gerealiseerd. Gefaseerd zullen de treinfrequenties worden verhoogd, als de benodigde infrastructuur dat mogelijk maakt. Het programma bevindt zich nu grotendeels in de realisatiefase: inmiddels is een belangrijk deel van de projecten uitgevoerd of in uitvoering en worden onderdelen vastgelegd in subsidiebeschikkingen. In het MIRT-overzicht is per onderdeel in realisatie een MIRT-blad opgenomen en is de voortgang van de diverse PHS-onderdelen aangegeven. Elk halfjaar wordt in de opeenvolgende voortgangsrapportages PHS de inhoudelijke en financiële voortgang van PHS en de diverse corridors aangegeven. In de laatste VGR 2025-2 is aangegeven dat het PHS-programma in volop in uitvoering is en meer dan 95% van het budget verplicht is.
Projectbudget | Kasbudget | Indienststelling | Toelichting | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Projectomschrijving | huidig | vorig | t/m 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | later | huidig | vorig | |
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer | |||||||||||||
In dienst gestelde projecten | |||||||||||||
OV-SAAL korte termijn | 630 | 630 | 630 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
OV-SAAL middellange termijn | 98 | 98 | 98 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
PHS: Doorstroomstation Utrecht | 253 | 253 | 253 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
PHS: Spooromgeving Geldermalsen | 149 | 149 | 149 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
PHS: Rijswijk - Rotterdam | 351 | 351 | 351 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
PHS: Ede | 76 | 76 | 76 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | gereed | ||
Lopende projecten | |||||||||||||
PHS: Meteren - Boxtel | 875 | 825 | 197 | 71 | 159 | 145 | 169 | 70 | 46 | 19 | 2031 | 2031 | 1 |
PHS: Amsterdam | 1174 | 1160 | 388 | 88 | 127 | 141 | 141 | 117 | 70 | 103 | 2030 ‒ 2032 | 2030 ‒ 2032 | 2 |
PHS: Alkmaar-Amsterdam | 308 | 303 | 22 | 14 | 31 | 68 | 64 | 36 | 17 | 56 | 2030 ‒ 2032 | 2029 ‒ 2030 | |
PHS maatregelen TEV | 149 | 147 | 54 | 18 | 24 | 23 | 13 | 9 | 4 | 3 | divers | divers | |
PHS: Nijmegen West-Entree | 216 | 213 | 52 | 40 | 45 | 29 | 14 | 6 | 6 | 24 | 2028 | 2028 | |
PHS: Overige maatregelen (projecten < € 50 miljoen) | 260 | 258 | 144 | 34 | 36 | 17 | 14 | 12 | 1 | 2 | divers | divers | |
Planning en studies | |||||||||||||
Diverse corridors | 632 | 663 | divers | divers | 3 | ||||||||
Programma | 5.170 | 5.124 | 2.413 | 264 | 421 | 424 | 414 | 251 | 145 | 207 | |||
Afrekening voorschotten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||||||
Overprogrammering (-) | ‒ 134 | ‒ 295 | ‒ 279 | ‒ 311 | ‒ 134 | ‒ 176 | 1.329 | ||||||
Begroting (MF 17.10.10) | 5.170 | 5.124 | 2.413 | 131 | 126 | 144 | 103 | 117 | ‒ 31 | 1.536 | |||
Belangrijkste (budgettaire) aanpassingen
1. PHS Meteren – Boxtel: het projectbudget is met 37,8 mln verhoogd vanuit het resterende budget op planning en studies, dit om opgetreden markt- en prijseffecten op te vangen en de post onvoorzien aan te vullen tot een niveau dat past bij de fase van het project.
2. PHS Amsterdam: Dit betreft de toevoeging van € 14,7 miljoen aan loon-en prijsbijstelling tranche 2026.
3. Diverse corridors: zie toelichting 1.
17.09 Ontvangsten
Motivering
Op dit artikelonderdeel worden de bijdragen van derden voor de realisatie van de Megaprojecten verkeer en vervoer, die rechtstreeks aan IenW worden betaald, verantwoord.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Bijdragen van derden ERTMS | 12 | |||||
Bijdragen van derden Zuidasdok | 89 | 71 | 92 | 71 | 79 | 78 |
Bijdragen van derden PHS | 1 | |||||
Totaal Ontvangsten | 103 | 71 | 92 | 71 | 79 | 78 |
Totaal Ontvangsten (MF 17.09) | 103 | 71 | 92 | 71 | 79 | 78 |
3.7 Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten
Dit artikel bevat een aantal uiteenlopende onderwerpen.
Het projectartikel is gerelateerd aan het beleidsartikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s (Externe veiligheid) van de begroting Hoofdstuk XII.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Verplichtingen | 42 | 2.045 | 900 | 450 | 0 | ||
Uitgaven | 93 | 1.807 | 850 | 642 | 0 | ||
18.06 Externe veiligheid | 93 | 1.807 | 850 | 642 | 0 | ||
18.08 Netwerkoverstijgende kosten | |||||||
18.08.03 Afroming Eigen Vermogen Rijkswaterstaat | |||||||
Ontvangsten | 0 | ‒ 163.908 | |||||
18.09 Ontvangsten | 0 | 4 | |||||
18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen | 0 | ‒ 163.912 |
Budgetflexibiliteit
De budgetten voor externe veiligheid zijn in 2027 juridisch verplicht op de peildatum 1 januari 2027. De middelen afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat zijn beleidsmatig gereserveerd.
2026 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 100% |
Bestuurlijk gebonden | 0% |
Beleidsmatig gereserveerd | 0% |
Niet-juridisch verplicht / vrij te besteden | 0% |
18.06 Externe Veiligheid
Motivering
Het budget is bestemd voor het oplossen van externe veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS) (Kamerstukken II 2005–2006, 30 373, nr. 2). De opgenomen kasreeks heeft betrekking op het RWS-programma aankopen en saneren van kwetsbare objecten in het kader van basisnet.
18.08 Netwerkgebonden kosten
Motivering
Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar.
18.09 Ontvangsten
Motivering
Dit betreft de afdracht van het surplus aan eigen vermogen van Rijkswaterstaat. Het eigen vermogen van een baten-lastenagentschap is via de Regeling agentschappen gebonden aan een maximumomvang van 5 procent van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximale omvang van het eigen vermogen is door Rijkswaterstaat in 2023 overschreden. Conform de Regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen afgedragen aan de eigenaar (IenW). Voor het surplus eigen vermogen van Rijkswaterstaat geldt dat – in lijn met het zwaartepunt van de herkomst – deze middelen zijn toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Deze middelen zijn in afwachting van nadere bestemming toegevoegd aan artikelonderdeel 18.08 Netwerkgebonden kosten.
4. Bijlagen
Bijlage 1: Verdiepingsbijlage
11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 283.151 | 674.362 | 613.681 | 1.020.085 | 1.771.557 | 1.438.709 | 1.276.413 | 1.137.048 | 1.413.781 | 1.220.138 | 1.176.199 | 1.466.501 | 1.023.188 | 1.841.131 | 2.387.902 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 55.018 | ‒ 268.771 | ‒ 7.201 | ‒ 312.862 | ‒ 513.521 | 90.672 | 152.674 | ‒ 92.018 | 61.032 | 122.413 | 93.277 | ‒ 420.385 | ‒ 30.738 | ‒ 854.763 | 62.312 | |
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 338.169 | 405.591 | 606.480 | 707.223 | 1.258.036 | 1.529.381 | 1.429.087 | 1.045.030 | 1.474.813 | 1.342.551 | 1.269.476 | 1.046.116 | 992.450 | 986.368 | 2.450.214 | |
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten | 100.000 | 50.000 | 50.000 | |||||||||||||
Bijdragen Derden | 2.490 | 2.490 | ||||||||||||||
EZK: Transpect MARIN & Deltares | ‒ 300 | ‒ 300 | ||||||||||||||
HXII: PBNI | ‒ 73.658 | ‒ 4.620 | ‒ 4.835 | ‒ 5.309 | ‒ 4.564 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | ‒ 5.433 | |
HXII: Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds | 20.000 | 20.000 | ||||||||||||||
HXII: Tegenvaller Implementatie van European Maritime Single Window environment | ‒ 26.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ||
HXII: Terugbetaling Vrachtwagenheffing | 179.429 | 27.483 | 151.946 | |||||||||||||
Kabinetsbesluitvorming 2026: Incidentele middelen Infrastructuur | 1.500.000 | 100.000 | 200.000 | 200.000 | 200.000 | 200.000 | 300.000 | 300.000 | ||||||||
Kabinetsbesluitvorming 2026: Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur | 3.600.000 | 100.000 | 200.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | 300.000 | ||
Kasschuif Generaal Woningbouw | 0 | 43.687 | ‒ 43.687 | |||||||||||||
Kasschuiven 2026 Verkenningen, Reserveringen en Investeringsruimte | 0 | ‒ 164.400 | ‒ 63.033 | ‒ 3.921 | ‒ 79.628 | ‒ 17.967 | ‒ 36.275 | 24.627 | 171.687 | 121.383 | 10.925 | ‒ 25.728 | ‒ 37.919 | ‒ 26.216 | 115.536 | 10.929 |
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | ‒ 2.496.326 | ‒ 178.281 | ‒ 203.855 | ‒ 191.300 | ‒ 194.866 | ‒ 184.787 | ‒ 188.115 | ‒ 172.499 | ‒ 202.556 | ‒ 189.567 | ‒ 136.525 | ‒ 126.685 | ‒ 115.800 | ‒ 128.617 | ‒ 153.014 | ‒ 129.859 |
Overboeking Herbeplantingsplicht | ‒ 11.000 | ‒ 11.000 | ||||||||||||||
Overboeking HOV4 | ‒ 44.000 | ‒ 10.000 | ‒ 12.000 | ‒ 8.000 | ‒ 14.000 | |||||||||||
Overboeking Lijn Pampus | ‒ 59.948 | ‒ 27.753 | ‒ 27.753 | ‒ 4.442 | ||||||||||||
Overboeking Ruimte voor de Rivier | ‒ 100.000 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | ‒ 20.000 | ||||||||||
Overboeking Spoorknop | ‒ 4.503 | ‒ 4.503 | ||||||||||||||
Overboeking Tegenvallers Ontwerpbegroting 2027 | ‒ 18.800 | ‒ 18.800 | ||||||||||||||
Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten | ‒ 107.022 | ‒ 107.022 | ||||||||||||||
Overige overboekingen | ‒ 10.497 | ‒ 3.765 | ‒ 3.649 | ‒ 2.861 | ‒ 888 | ‒ 1.824 | ||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 324.256 | ‒ 259.223 | ‒ 66.187 | 171.126 | 266.179 | 236.353 | 312.695 | 433.698 | 490.383 | 466.967 | 140.154 | 138.848 | 137.734 | 255.089 | 47.815 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 artikel 11 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 13.913 | 146.368 | 540.293 | 878.349 | 1.524.215 | 1.765.734 | 1.741.782 | 1.478.728 | 1.965.196 | 1.809.518 | 1.409.630 | 1.184.964 | 1.130.184 | 1.241.457 | 2.498.029 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 283.151 | 674.362 | 613.681 | 1.020.085 | 1.771.557 | 1.438.709 | 1.276.413 | 1.137.048 | 1.413.781 | 1.220.138 | 1.176.199 | 1.466.501 | 1.023.188 | 1.841.131 | 2.387.902 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 338.169 | 405.591 | 606.480 | 707.223 | 1.258.036 | 1.529.381 | 1.429.087 | 1.045.030 | 1.474.813 | 1.342.551 | 1.269.476 | 1.046.116 | 992.450 | 986.368 | 2.450.214 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte | 13.913 | 146.368 | 540.293 | 878.349 | 1.524.215 | 1.765.734 | 1.741.782 | 1.478.728 | 1.965.196 | 1.809.518 | 1.409.630 | 1.184.964 | 1.130.184 | 1.241.457 | 2.498.029 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten | 0 | 0 | ||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ||||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten | 0 | 0 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 11.09 Ontvangsten | 0 | 0 |
Toelichting
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten
In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).
Bijdragen Derden
Het betreft diverse kleine bijdragen van derden
EZK: Transpect MARIN & Deltares
Er wordt in totaal € 0,3 miljoen overgeboekt naar EZK.
HXII: Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI)
Voor het actieplan PBNI wordt budget overgeboekt naar de beleidsbegroting HXII. Het gaat om een structurele overboeking, waarvan in totaal € 73,7 miljoen tot en met 2040.
HXII: Sustainable Aviation Fuel (SAF) Fonds
Er is op het MF € 45 miljoen als (beleids)reservering gereserveerd (art. 11.03) voor een bijdrage aan het SAF-incentive fonds. In 2026 is hiervoor vanuit HXII € 20 miljoen overgeboekt.
HXII: Tegenvaller Implementatie van European Maritime Single Window environment
De tegenvaller op HXII wordt gedekt vanuit de investeringsruimte van het Mobiliteitsfonds
HXII:Terugbetaling Vrachtwagenheffing
Dit betreft de resterende kosten voor de Vrachtwagenheffing. Hiermee is de minregel opgeheven. Er wordt € 179,4 miljoen overgeboekt naar het Mobiliteitsfonds.
Kabinetsbesluitvorming 2026: Incidentele middelen Infrastructuur
Incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave: Het kabinet heeft incidenteel circa € 1,5 miljard vrijgemaakt voor de herprioriteringsopgave op het MF. De middelen worden ingezet om de instandhoudingsopgave aan te pakken. Deze budgetten worden in de jaren 2029 tot en met 2035 overgboekt naar het MF.
Kabinetsbesluitvorming 2026: Investeringen Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur
Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en € 300 miljoen structureel vanaf 2030.
Kasschuiven Verkenningen, Reserveringen en Investeringsruimte
Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven doorgevoerd om de programmering bij de Verkenningen en (Risico)Reserveringen te actualiseren naar het meest realistische ritme.
Kasschuif Generaal Woningbouw
Er heeft een generale kasschuif naar 2027 plaatsgevonden om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw
Loon- en Prijsbijstelling 2026
Dit betreft het overboeken van de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 vanuit de generieke investeringsruimte 11.04, naar de beleidsartikelen van het Mobiliteitsfonds.
Overboeking Lijn Pampus
Voor een nieuwe regeling wordt conform de BO MIRT afspraak in totaal € 59,9 miljoen overgeboekt naar artikel 14.
Overboeking HOV4
Het budget van het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4) wordt overgeboekt naar artikel 14, zodat de budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 worden samengevoegd.
Overboekingen Herbeplantingsplicht
Dit betreft een overboeking naar artikel 12 voor de wettelijke herbeplantplicht die Rijkswaters heeft voor bomen die gekapt worden op het areaal, zowel bij instandhouding als bij MIRT-projecten. Hiervoor wordt € 11,0 miljoen overgeboekt in 2028.
Overboeking Ruimte voor de Rivier
Er wordt in totaal € 100,0 miljoen overgeboekt vanuit de reservering naar beleidsartikel 15.
Overboeking Spoorknop
Voor een opdracht voor planuitwerking en een verkenning wordt budget overgeboekt naar artikel 13
Overboeking Tegenvallers Ontwerpbegroting 2027
De vrije investeringsruimte op het Mobiliteitsfonds die ontstaan is na de extrapolatie van het fonds wordt beschikbaar gehouden voor het dekken van tegenvallers en risico’s in het lopende jaar. Met de Ontwerpbegroting 2027 zijn een aantal tegenvallers opgetreden. Deze tegenvallers zijn gedekt uit de generieke investeringsruimte
Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten
Het budget wordt vanaf 2040 overgeboekt naar Exploitatie en Onderhoud op artikel 12. Na het aflopen van DBFM-contracten komt de opgave weer bij Rijkswaterstaat te liggen.
Overige overboekingen
Er vinden diverse overboekingen plaats naar andere artikelen.
12 Hoofdwegennet | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet | 4.441.264 | 4.671.362 | 4.646.650 | 4.373.178 | 3.954.851 | 3.715.186 | 3.590.295 | 3.382.298 | 3.481.160 | 3.752.738 | 3.615.898 | 3.443.744 | 3.571.201 | 3.135.406 | 2.748.672 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 302.435 | ‒ 213.592 | ‒ 559.304 | ‒ 142.226 | 101.357 | ‒ 246.185 | 145.092 | 265.451 | 237.764 | 133.817 | 265.200 | ‒ 137.371 | 123.540 | ‒ 43.800 | 110.016 | |
Stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet | 4.743.699 | 4.457.770 | 4.087.346 | 4.230.952 | 4.056.208 | 3.469.001 | 3.735.387 | 3.647.749 | 3.718.924 | 3.886.555 | 3.881.098 | 3.306.373 | 3.694.741 | 3.091.606 | 2.858.688 | |
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdwegennet | 378.873 | 378.873 | ||||||||||||||
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten | 1.000.000 | 500.000 | 500.000 | |||||||||||||
Aanvullende Post (AP): Stikstofmiddelen | 75.000 | 23.150 | 6.850 | 10.000 | 10.000 | 25.000 | ||||||||||
Bijdragen derden | 6.558 | 6.558 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
BZK: Bijdrage College van Rijksadviseurs | ‒ 651 | ‒ 217 | ‒ 217 | ‒ 217 | ||||||||||||
Correctie Ruimte voor de Rivier 2.0 Sedimentatiesuppleties | ‒ 394 | ‒ 182 | ‒ 212 | |||||||||||||
Deltafonds: Bijdrage Cybersecurity | 26.929 | 1.169 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 | 1.840 |
EZ: Overboeking TNO | ‒ 1.609 | ‒ 1.609 | ||||||||||||||
FIN: BTW-afdracht Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur | ‒ 1.427 | ‒ 1.427 | ||||||||||||||
FIN: BTW-afdracht Strategisch Plan Verkeersveiligheid | ‒ 12.269 | ‒ 12.269 | ||||||||||||||
Herschikking Aangescherpte Maatregelen SPV | ‒ 5.750 | ‒ 1.291 | ‒ 1.460 | ‒ 1.672 | ‒ 1.327 | |||||||||||
Herverdeling Efficiencytaakstelling RWS | 138.412 | 1.469 | 2.766 | 6.412 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | 11.615 | |
HXII: Bestedingsplan Natte laadinfrastructuur | 5.328 | 3.180 | 2.148 | |||||||||||||
HXII: Bijdragen RWS | ‒ 24.529 | ‒ 1.965 | ‒ 1.621 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 | ‒ 1.611 |
HXII: Electronic Freight Transport Information Gate | 1.047 | 1.047 | ||||||||||||||
HXII: overige overboekingen | ‒ 185 | ‒ 185 | ||||||||||||||
HXII: SPUK Schoon en Emmissieloos bouwen | ‒ 20.000 | ‒ 10.000 | ‒ 10.000 | |||||||||||||
JenV Automated Driving Systems | ‒ 1.890 | ‒ 210 | ‒ 420 | ‒ 420 | ‒ 420 | ‒ 420 | ||||||||||
Kaderruil 2026 Hoofdwegennet | 0 | 32.000 | 56.000 | ‒ 88.000 | ||||||||||||
Kasschuiven Generaal | 0 | 54.573 | 1.078 | ‒ 5.761 | ‒ 35.089 | ‒ 14.801 | ||||||||||
Kasschuiven Hoofdwegennet | 0 | 189.302 | 76.946 | 8.992 | 39.742 | 19.967 | 40.076 | 29.224 | ‒ 198.339 | ‒ 119.383 | ‒ 8.925 | 27.728 | 39.919 | 0 | ‒ 110.320 | ‒ 34.929 |
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 996.356 | 87.219 | 82.986 | 83.124 | 86.088 | 82.758 | 73.578 | 82.958 | 65.811 | 62.782 | 57.383 | 45.151 | 43.367 | 43.429 | 52.040 | 47.682 |
OCW: Bijdrage New Horizon Europe | 8 | 8 | ||||||||||||||
Overboeking Herbeplantingsplicht | 11.000 | 11.000 | ||||||||||||||
Overboeking Terugvloeien DBFM in E&O budgetten | 107.022 | 107.022 | ||||||||||||||
Overige overboekingen | 1.943 | 643 | 700 | 600 | ||||||||||||
Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I (Efficiency en Slagvaardige Overheid) | ‒ 269.135 | 0 | ‒ 6.330 | ‒ 6.405 | 0 | ‒ 6.410 | ‒ 12.820 | ‒ 19.230 | ‒ 25.640 | ‒ 32.050 | ‒ 32.050 | ‒ 32.050 | ‒ 32.050 | ‒ 32.050 | ‒ 32.050 | |
Veilingopbrengsten Verzorgingsplaatsen van de Toekomst | 1.603.400 | 14.300 | 16.800 | 20.600 | 32.700 | 45.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 357.635 | 199.778 | 613.012 | 638.813 | 120.433 | 553.860 | 330.906 | 23.786 | 5.303 | 191.952 | 216.373 | 226.780 | 186.923 | 85.214 | 263.269 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet | 5.101.334 | 4.657.548 | 4.700.358 | 4.869.765 | 4.176.641 | 4.022.861 | 4.066.293 | 3.671.535 | 3.724.227 | 4.078.507 | 4.097.471 | 3.533.153 | 3.881.664 | 3.176.820 | 3.121.957 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet | 4.441.264 | 4.671.362 | 4.646.650 | 4.373.178 | 3.954.851 | 3.715.186 | 3.590.295 | 3.382.298 | 3.481.160 | 3.752.738 | 3.615.898 | 3.443.744 | 3.571.201 | 3.135.406 | 2.748.672 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet | 4.743.699 | 4.457.770 | 4.087.346 | 4.230.952 | 4.056.208 | 3.469.001 | 3.735.387 | 3.647.749 | 3.718.924 | 3.886.555 | 3.881.098 | 3.306.373 | 3.694.741 | 3.091.606 | 2.858.688 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet | 5.101.334 | 4.657.548 | 4.700.358 | 4.869.765 | 4.176.641 | 4.022.861 | 4.066.293 | 3.671.535 | 3.724.227 | 4.078.507 | 4.097.471 | 3.533.153 | 3.881.664 | 3.176.820 | 3.121.957 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten | 93.024 | 84.334 | 72.758 | 77.102 | 67.995 | 109.825 | 157.229 | 114.519 | 103.487 | 105.247 | 107.007 | 108.768 | 110.530 | 286.904 | 57.534 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 82.586 | ‒ 34 | 2.068 | ‒ 11.187 | 0 | 0 | 0 | ‒ 2.079 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | ||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten | 175.610 | 84.300 | 74.826 | 65.915 | 67.995 | 109.825 | 157.229 | 112.440 | 103.487 | 105.247 | 107.007 | 108.768 | 110.530 | 286.904 | 57.534 | |
Bijdragen derden | 6.369 | 6.369 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijdrage: Veilingontvangsten Verzorgingsplaats van de Toekomst | 1.603.400 | 14.300 | 16.800 | 20.600 | 32.700 | 45.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | 163.700 | |
Kasschuiven Hoofdwegennet | 0 | 1.136 | ‒ 1.136 | |||||||||||||
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 15.780 | 1.041 | 977 | 798 | 1.433 | 1.424 | 1.496 | 1.847 | 1.549 | 1.439 | 757 | 758 | 773 | 773 | 715 | 0 |
Mutaties Miljoenennota 2027 | 7.410 | 16.413 | 16.462 | 22.033 | 34.124 | 47.196 | 165.547 | 165.249 | 165.139 | 164.457 | 164.458 | 164.473 | 164.473 | 164.415 | 163.700 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 12.09 Ontvangsten | 183.020 | 100.713 | 91.288 | 87.948 | 102.119 | 157.021 | 322.776 | 277.689 | 268.626 | 269.704 | 271.465 | 273.241 | 275.003 | 451.319 | 221.234 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdwegennet | 93.024 | 84.334 | 72.758 | 77.102 | 67.995 | 109.825 | 157.229 | 114.519 | 103.487 | 105.247 | 107.007 | 108.768 | 110.530 | 286.904 | 57.534 | |
Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdwegennet | 175.610 | 84.300 | 74.826 | 65.915 | 67.995 | 109.825 | 157.229 | 112.440 | 103.487 | 105.247 | 107.007 | 108.768 | 110.530 | 286.904 | 57.534 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdwegennet | 183.020 | 100.713 | 91.288 | 87.948 | 102.119 | 157.021 | 322.776 | 277.689 | 268.626 | 269.704 | 271.465 | 273.241 | 275.003 | 451.319 | 221.234 |
Toelichting
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet
In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten
In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).
Aanvullende Post (AP): Stikstof-middelen
Dit betreft het opvragen van de Algemene Post middelen uit de AP van het kabinet Jetten I. Vanuit het Ministerie van LVVN en het Ministerie van Financiën wordt voor de Regeling Schoon Emmissieloos Bouwen € 50,0 miljoen voor extra stikstofmaatregelen mobiliteit en industrie overgeboekt. Daarnaast wordt € 25,0 miljoen overgeboekt door beide ministeries naar IenW voor extra stiktof maatrgelen rondom "Paarse Milieuzones".
Bijdragen derden
Dit betreft voornamelijk de bijdragen van derden voor verschillende projecten hoofdwegennet en Zuidasdok.
BZK: Bijdrage College van Rijksadviseurs
Dit betreft de bijdrage vanuit RWS aan het College van Rijksadviseurs. De Rijksadviseurs worden door EZK, IenW, LVVN, OCW en VRO gezamenlijk betaald.
Correctie Ruimte voor de Rivier 2.0 Sedimentatiesuppleties
Dit betreft de correctieboeking van het Hoofdwegennet naar het Hoofdvaarwegennet ten behoeve van de beheersuppleties Rijn-Boven Waak.
Deltafonds: Bijdrage Cybersecurity
Met het Deltafonds zijn afspraken gemaakt rondom Cybersecurity op de netwerken van RWS. Vanuit het Deltafonds wordt budget overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds zodat het budget op één budgetplaats staat.
EZ: Overboeking TNO
Dit betreft de bijdrage 2026 van RWS aan de Rijksbijdrage TNO ten behoeve van het onderzoeksprogramma Vervanging en Renovatie.
FIN: BTW-afdracht Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur
Dit betreft de afdracht aan het BTW-compensatiefonds in het kader van programma Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur.
FIN: BTW-Afdracht Strategisch Plan Verkeersveiligheid
Dit betreft de afdracht aan het BTW-compensatiefonds in het kader van de Regeling Impuls Strategisch plan Verkeersveiligheid (SPV).
Herschikking Aangescherpte Maatregelen SPV
Dit betreft een herschikking van de restmiddelen SPUK Bermmaatregelen N-wegen wat ingezet wordt voor de aangescherpte aanpak verkeersveiligheid, onderdeel van de strategische plan verkeersveiligheid (SPV), met als doel om de stijgende trendin het aantal verkeersslachtoffers te keren.
Herverdeling Taakstelling Jetten I
In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.Voor het aandeel van RWS en ProRail hebben overboekingen plaats moeten vinden naar HXII van per saldo oplopend tot € 20,5 miljoen structureel.
HXII: Bestedingsplan Natte Laadinfrastructuur
Er wordt opdracht gegeven aan RWS voor het uitvoeren van het bestedingsplan Natte Laadinfrastructuur. Dit bestedingsplan is gericht op laadinfrastructuur voor de inzet van (bijna) emissieloos varend materieel in bouwprojecten.
HXII: Bijdragen RWS
Dit betreft de overhevelingen naar Rijkswaterstaat. Op 12.06 Netwerkgebonden Kosten is er 24,2mln overgemaakt naar Rijkswaterstaat ten behoeve van een overheveling aan het Ministerie van Financiën voor de wijziging van het regiotarief van het Rijksvastgoedbedrijf. Daarnaast zijn er kleine overboekingen gemaakt aan Rijkswaterstaat.
HXII: Electronic Freight Transport Information Gate
Dit betreft de opdracht voor het realiseren en beheren van 'electronic Freight Transport Information (eFTI) Regulation', Gate voor Nederland. Specifiek is dit de van de opdracht, zoals vereist in EU Verordening 2020-1056.
HXII: SPUK Schoon Emmissieloos Bouwen
Het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) bevat meerdere instrumenten om de bouwsector te ondersteunen met onderandere het reduceren van de stikstofuitstoot. Daarmee draagt SEB bij aan de doorgang van bouwprojecten. Voor één van deze instrumenten, de Specifieke Uitkering (SPUK) SEB voor medeoverheden, staan de beschikbare middelen op het mobiliteitsfonds (MF). Om dit instrument zo effectief mogelijk te blijven inzetten, moet een deel van de middelen voor dit instrument naar HXII worden overgeboekt voor 2027. Door deze overboeking kan de regeling naast infrastructurele projecten ook projecten op het gebied van o.a. woningbouw en waterbouw ondersteunen.
HXII: overige overboekingen
Dit betreft diverse kleine overboekingen naar HXII.
JenV Automated Driving Systems
Voor het Automated Driving Systems (ADS) programma van IenW wordt € 1,89 miljoen overgeboekt naar JenV in het kader van de samenwerking binnen de Nationale ADS-Taskforce met JenV, het OM en de politie.
Kaderruilen 2026 Hoofdwegennet
Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.
Kasschuiven Generaal
Dit betreft een verschuiving naar voren voor meerdere vernieuwingsprojecten bij RWS, het gaat dan met name over de versnelling op de de Noordtunnel en Drechttunnel. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).
Kasschuiven Hoofdwegennet
Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven doorgevoerd om de programmering op het Hoofdwegennet te actualiseren naar het meest realistische ritme.
Loon- en Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2026.
OCW: Bijdrage New Horizon Europe
Dit betreft een bijdrage van OCW voor de inzet van RWS in het kaderprogramma New Horizon Europe.
Overboekingen Herbeplantingsplicht
Dit betreft een overboeking vanuit artikel 11 voor de wettelijke herbeplantplicht die Rijkswaters heeft voor bomen die gekapt worden op het areaal, zowel bij instandhouding als bij MIRT-projecten. Hiervoor wordt € 11,0 miljoen overgeboekt in 2028.
Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I
Het kabinet heeft tijdens de augustusbesluitvorming besloten om de taakstellingen van Jetten I te verhogen. Het gaat om de volgende taakstellingen:
– Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd met € 72,3 miljoen voor de jaren 2031-2035. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF
– Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met € 30 miljoen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF.
Terugvloeien DBFM in E&O budgetten
Het budget wordt vanaf 2040 overgeboekt naar Exploitatie en Onderhoud op artikel 12, vanuit artikel 11. Na het aflopen van DBFM-contracten komt de opgave weer bij Rijkswaterstaat te liggen.
Veilingopbrengsten Verzorgingsplaatsen van de Toekomst
Dit betreft een kadercorrectie als gevolg van de veilingopbrengsten verzorgingsplaatsen. Om de meerdere voorbereidende kosten te kunnen dekken worden in overeenstemming met het Ministerie van Financiën de benodigde middelen voor 2026 t/m 2050 geboekt vanuit de veilingsopbrengsten.
13 Spoorwegen | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen | 3.175.694 | 3.034.507 | 2.949.327 | 2.918.182 | 2.805.365 | 2.536.244 | 2.640.937 | 2.655.445 | 2.486.730 | 2.432.195 | 2.360.118 | 2.522.532 | 2.733.899 | 2.510.307 | 2.212.610 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ‒ 20.156 | 433.704 | 248.837 | 164.029 | ‒ 22.377 | ‒ 136.514 | ‒ 78.024 | 239.129 | ‒ 12.935 | ‒ 135.587 | ‒ 127.525 | 133.364 | 86.215 | 425.083 | 0 | |
Stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen | 3.155.538 | 3.468.211 | 3.198.164 | 3.082.211 | 2.782.988 | 2.399.730 | 2.562.913 | 2.894.574 | 2.473.795 | 2.296.608 | 2.232.593 | 2.655.896 | 2.820.114 | 2.935.390 | 2.212.610 | |
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Donna/TTS | 88.000 | 88.000 | ||||||||||||||
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Inbeheername HSL | 75.000 | 75.000 | ||||||||||||||
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Spoor | 222.000 | 222.000 | ||||||||||||||
Afrekening voorschotten ProRail 2025 | 528 | 528 | ||||||||||||||
CA: Efficiencytaakstelling ProRail | ‒ 143.581 | ‒ 2.613 | ‒ 5.196 | ‒ 8.348 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | ‒ 11.584 | |
CA: Vernieuwing Rijksdienst ProRail | ‒ 312.413 | ‒ 10.925 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | ‒ 27.408 | |||
HXII: compensatie Vuurwerkverbod | ‒ 80.000 | ‒ 30.000 | ‒ 30.000 | ‒ 20.000 | ||||||||||||
HXII: Decentraal Spoor | ‒ 23.797 | ‒ 23.797 | ||||||||||||||
Kasschuiven Generaal 2026 | 0 | 55.880 | ‒ 55.880 | |||||||||||||
Kasschuiven Ontwikkeling 2026 | 0 | 502 | ‒ 2.265 | 1.763 | 28.216 | ‒ 28.216 | ||||||||||
Klimaat- en energiefonds: Overboeking elektrificatie treinverkeer | 19.500 | 700 | 700 | 2.700 | 8.700 | 4.700 | 2.000 | |||||||||
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 961.854 | 53.690 | 85.717 | 71.377 | 73.470 | 64.232 | 69.723 | 58.771 | 64.031 | 76.552 | 58.359 | 50.408 | 52.867 | 59.835 | 68.081 | 54.741 |
Overboeking Faseovergang MerwedeLingelijn | 4.912 | 1.763 | 2.261 | 888 | ||||||||||||
Overboeking inbeheername Prorail HSL Zuid | 6.000 | 6.000 | ||||||||||||||
Overboeking maatregelen suïcidepreventie | 2.800 | 2.800 | ||||||||||||||
Overboeking Spoorknoop Eindhoven | 4.503 | 4.503 | ||||||||||||||
Overboeking van ERTMS naar EOV | 25.410 | 7.260 | 16.940 | 1.210 | ||||||||||||
Overboekingen naar Ontwikkeling 2025 | 3.707 | 575 | 1.186 | 122 | 1.824 | |||||||||||
Overboekingen vanuit Ontwikkeling 2025 | ‒ 4.549 | ‒ 449 | ‒ 2.050 | ‒ 2.050 | ||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 87.629 | 33.818 | 56.154 | 36.758 | 14.443 | 419.555 | 19.779 | 25.039 | 37.560 | 19.367 | 11.416 | 13.875 | 49.059 | 873 | 24.549 | |
Stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen | 3.243.167 | 3.502.029 | 3.254.318 | 3.118.969 | 2.797.431 | 2.819.285 | 2.582.692 | 2.919.613 | 2.511.355 | 2.315.975 | 2.244.009 | 2.669.771 | 2.869.173 | 2.936.263 | 2.237.159 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen | 3.175.694 | 3.034.507 | 2.949.327 | 2.918.182 | 2.805.365 | 2.536.244 | 2.640.937 | 2.655.445 | 2.486.730 | 2.432.195 | 2.360.118 | 2.522.532 | 2.733.899 | 2.510.307 | 2.212.610 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen | 3.155.538 | 3.468.211 | 3.198.164 | 3.082.211 | 2.782.988 | 2.399.730 | 2.562.913 | 2.894.574 | 2.473.795 | 2.296.608 | 2.232.593 | 2.655.896 | 2.820.114 | 2.935.390 | 2.212.610 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen | 3.243.167 | 3.502.029 | 3.254.318 | 3.118.969 | 2.797.431 | 2.819.285 | 2.582.692 | 2.919.613 | 2.511.355 | 2.315.975 | 2.244.009 | 2.669.771 | 2.869.173 | 2.936.263 | 2.237.159 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten | 300.998 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 23.956 | |||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten | 324.954 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 | |
Afrekening voorschotten ProRail 2025 | 528 | 528 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 528 | |||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 13.09 Ontvangsten | 325.482 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Spoorwegen | 300.998 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 | |
Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Spoorwegen | 324.954 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Spoorwegen | 325.482 | 150.284 | 153.284 | 149.586 | 163.284 | 166.284 | 168.284 | 170.284 | 166.484 | 183.784 | 167.484 | 167.484 | 167.484 | 242.784 | 242.784 |
Toelichting
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Donna/TTS
Donna is een essentieel ICT-systeem bij de verdeling van capaciteit op het spoor. Het is een verouderd systeem en moet vervangen worden en bovendien aangepast om aan geldende wet- en regelgeving te voldoen (scheiding vervoerders en ProRail). Het opgenomen bedrag (€ 88 miljoen) betreft het tekort op de hiervoor benodigde middelen.
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Inbeheername HSL
Dit betreft een deel (€ 75 miljoen) van de delta op de kosten voor inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail tot en met 2031, de kosten voor het PPS-contract Infraspeed tot en met 2031, en de beheer- en onderhoudskosten vanaf inbeheername in 2031. Het gaat dus om de benodigde middelen minus de middelen die hiervoor al zijn gereserveerd.
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud Spoor
De ProRail subsidieaanvraag EOV voor instandhouding van het spoor bevat posten voor gematerialiseerde risico’s, tegenvallers in de scope en tegenvallers als gevolg van wet- en regelgeving. Het gaat om verschillende posten die IenW beoordeelt in het kader van de subsidieaanvraag en waar bij aankomende voorjaarsbesluitvorming over moet worden besloten. Verder worden de benodigde middelen toegevoegd om de bluswaterinstallatie Kijfhoek functioneel te krijgen, waarbij zowel de bestaande, oude blusleidingen als de recent aangebrachte uitbreiding van het blussysteem op elkaar worden aangesloten en hiermee één systeem vormen. Hiermee wordt ProRail compliant aan de vigerende aanwijsbeschikking van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (het bevoegd gezag).
Afrekening voorschotten ProRail 2025
Het betreft hier de terugbetaling van de te hoge bevoorschotting aan ProRail van het 2e halfjaar van 2025. Dit wordt in 2026 als ontvangst verantwoord. Om het uitgavenbudget in stand te houden zijn tegelijkertijd de uitgaven verhoogd.
CA: Efficiencytaakstelling ProRail
Dit betreft een deel van de efficiency taakstelling uit het coaltieakkoord van Jetten I. Hiermee wordt het budget op MF artikel 13.02 met € 143,6 miljoen verlaagd en vanaf 2040 is de taakstelling structureel met een bedrag van € 11,6 miljoen. Deze taakstelling is onderdeel van het streven naar een productievere Rijksoverheid. Het kabinet wil toewerken naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
CA: Vernieuwing Rijksdienst ProRail
Dit betreft een deel van de taakstelling vernieuwing Rijksdienst uit het coaltieakkoord van Jetten I. Hiermee wordt het budget op MF artikel 13.02 met € 312,4 miljoen verlaagd en vanaf 2040 is de taakstelling structureel met een bedrag van € 27,4 miljoen. Deze taakstelling is onderdeel van het streven naar een productievere Rijksoverheid. Het kabinet wil toewerken naar een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.
HXII: compensatie Vuurwerkverbod
Dit betreft een overboeking van MF artikel 13 naar HXII artikel 22 ten behoeve van de nadeelcompensatie aan vuurwerkondernemers. Met de invoering van de Wet veilige jaarwisseling en het daaruit voortvloeiende algemene consumentenverbod op vuurwerk kunnen vuurwerkondernemers inkomsten mislopen. Daarom wordt een nadeelcompensatieregeling ingesteld voor zowel de detailhandel als importeurs van vuurwerk. De Tweede Kamer heeft met het amendement van het lid Michon-Derkzen opgeroepen tot het dekken van deze regeling binnen de begrotingen van IenW. Om uitvoering te geven aan het breed aangenomen amendement en de nadrukkelijke wens daarin om de dekking te vinden binnen de IenW-begroting, wordt de dekking voor een belangrijk deel binnen het Mobiliteitsfonds ingeboekt bij de KCI strategie van ProRail en een beperkt deel uit resterende middelen van de Aanvullende Post van Klimaatakkoord Rutte III.
HXII: Decentraal Spoor
Dit betreft een overboeking naar HXII van € 23,8 miljoen ten behoeve van de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. In totaal zal in 2027 een bedrag van € 30,8 miljoen aan provincies worden beschikt via een SPUK. Naast deze overboeking wordt € 7 miljoen van deze SPUK gedekt vanuit MF artikel 14. De middelen zijn bestemd voor de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen).
Kasschuiven Generaal 2026
Er wordt op dit artikel circa € 55,9 miljoen aan kasbudget uit 2027 naar 2026 gehaald om de hogere realisatie op de realisatie- en planuitwerkingsprojecten bij spoorwegen in 2026 op te kunnen vangen. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).
Kasschuiven Ontwikkeling 2026
Als gevolg van een actualisatie van het programma binnen de modaliteit, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.
Klimaat- en energiefonds: Overboeking elektrificatie treinverkeer
Dit betreft een aanvullende bijdrage van € 19,5 miljoen vanuit het Klimaat- en energiefonds die wordt toegekend aan de verduurzaming (elektrificatie) van de regionale spoorlijn Zutphen-Hengelo-Oldenzaal. Hiermee wordt het Rijksdeel van de resterende financieringsbehoefte gedekt. De provincies Gelderland en Overijssel onderzoeken de mogelijkheden voor het dekken van het regionale deel van de financieringsbehoefte.
Loon- en Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2026.
Overboeking Faseovergang MerwedeLingelijn
Dit betreft een overboeking van het verkenningsbudget op MF artikel 11 naar MF artikel 13, in verband met een aanvullende subsidieaanvraag voor de MerwedeLingelijn. Uit aanvullend onderzoek naar overbruggingsmaatregelen is gebleken dat een substantieel grotere inzet en werkintensivering nodig is dan bij aanvang van de verkenningsfase werd voorzien. Door deze ontwikkeling is de huidige afgegeven subsidie niet toereikend om de verkenningsfase af te ronden.
Overboeking inbeheername Prorail HSL Zuid
Dit betreft een overboeking van € 6 miljoen vanuit de vrije investeringsruimte op MF artikel 11, ten behoeve van de voorbereidende werkzaamheden voor de inbeheername van de HSL-Zuid door ProRail.
Overboeking maatregelen suïcidepreventie
Dit betreft een overboeking van € 2,8 miljoen vanuit de vrije investeringsruimte op MF artikel 11, ten behoeve van de continuering van de maatregelen voor suïcidepreventie.
Overboeking Spoorknoop Eindhoven
Dit betreft een overboeking van € 4,5 miljoen vanuit de middelen van de multimodale knoop Eindhoven, ten behoeve van Spoorknoop Eindhoven. Met de regio en spoorpartijen is afgesproken dat IenW aan ProRail opdracht geeft voor de planuitwerking van de spoorse scope van Brainport Eindhoven.
Overboeking van ERTMS naar EOV
Er wordt vanuit ERTMS € 25,4 miljoen overgeboekt naar EOV op MF artikel 13.02 omdat de instandhoudingskosten van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking: een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken «Groningen - Leeuwarden» en «Groningen - Bad Nieuweschans grens» binnen het instandhoudingsprogramma vallen.
Overboekingen naar Ontwikkeling 2025
Dit betreffen verschillend kleinere overboeking naar MF artikel 13.03 (Ontwikkeling) die tezamen € 2,7 miljoen betreffen.
Overboekingen vanuit Ontwikkeling 2025
Dit betreffen verschillend kleinere overboeking vanuit MF artikel 13.03 (Ontwikkeling) die tezamen € 4,5 miljoen betreffen.
14 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 426.854 | 199.659 | 231.014 | 175.726 | 197.102 | 219.031 | 217.593 | 148.820 | 70.000 | 60.000 | 76.780 | |||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 13.908 | 128.004 | 234.698 | 311.524 | 405.151 | 426.728 | 121.338 | 21.337 | 113.280 | 55.815 | ‒ 45.154 | |||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 440.762 | 327.663 | 465.712 | 487.250 | 602.253 | 645.759 | 338.931 | 170.157 | 183.280 | 115.815 | 31.626 | |||||
HXII: Decentraal Spoor | ‒ 7.000 | ‒ 7.000 | ||||||||||||||
Kasschuiven 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (Woningbouw) | 0 | ‒ 41.815 | 41.815 | |||||||||||||
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 72.238 | 6.856 | 4.111 | 7.356 | 6.567 | 7.738 | 9.952 | 8.345 | 1.657 | 6.024 | 301 | 13.331 | ||||
Overboeking HOV4 | 44.000 | 10.000 | 12.000 | 8.000 | 14.000 | |||||||||||
Overboeking Lijn Pampus | 59.948 | 27.753 | 27.753 | 4.442 | ||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 41.959 | 73.679 | 35.109 | 11.009 | 7.738 | 19.952 | 20.345 | 9.657 | 20.024 | 301 | 13.331 | |||||
Stand ontwerpbegroting 2027 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 398.803 | 401.342 | 500.821 | 498.259 | 609.991 | 665.711 | 359.276 | 179.814 | 203.304 | 116.116 | 44.957 | |||||
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 426.854 | 199.659 | 231.014 | 175.726 | 197.102 | 219.031 | 217.593 | 148.820 | 70.000 | 60.000 | 76.780 | |||||
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 440.762 | 327.663 | 465.712 | 487.250 | 602.253 | 645.759 | 338.931 | 170.157 | 183.280 | 115.815 | 31.626 | |||||
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's | 398.803 | 401.342 | 500.821 | 498.259 | 609.991 | 665.711 | 359.276 | 179.814 | 203.304 | 116.116 | 44.957 |
Toelichting
HXII: Decentraal Spoor
Dit betreft een overboeking naar HXII van € 7 miljoen ten behoeve van de exploitatie bijdragen decentraal spoor in 2026. In totaal zal in 2027 een bedrag van € 30,8 miljoen aan provincies worden beschikt via een SPUK. Naast deze overboeking wordt € 23,8 miljoen van deze SPUK gedekt vanuit MF artikel 13. De middelen zijn bestemd voor de provincies Overijssel (€ 14,2 miljoen), Drenthe (€ 2,8 miljoen), Limburg (€ 7,4 miljoen) en Utrecht (€ 6,4 miljoen).
Kasschuiven Regionale infrastructuur en bereikbaarheidsprogramma's (inclusief woningbouw generaal)
Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk. Daarnaast heeft er een generale kasschuif naar 2027 plaatsgevonden om aan juridische en bestuurlijke verplichtingen te kunnen voldoen voor de ontsluiting van woningbouw
Loon- en Prijsbijstelling 2026
Dit betreft de verwerking van de loon- en prijsbijstelling 2025.
Overboeking HOV4
Het budget van het project Hoogwaardig Openbaarvervoer Lijn 4 (HOV4) wordt overgeboekt vanuit artikel 11, zodat de budgetten uit de Brainportdeal van 2022 en de Beethovendeal van 2024 worden samengevoegd.
Overboeking Lijn Pampus
Voor een nieuwe regeling wordt conform de BO MIRT afspraak in totaal € 59,9 miljoen overgeboekt vanuit artikel 11.
15 Hoofdvaarwegennet | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet | 1.547.487 | 1.559.839 | 1.579.244 | 1.596.726 | 1.563.052 | 1.453.166 | 1.666.929 | 1.705.953 | 1.501.634 | 1.558.430 | 1.640.758 | 1.563.322 | 1.510.749 | 1.493.428 | 1.474.491 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 57.233 | 85.287 | ‒ 149.595 | 26.761 | 68.615 | ‒ 70.888 | ‒ 59.951 | ‒ 39.951 | ‒ 49.748 | ‒ 21.919 | ‒ 21.919 | 48.081 | ‒ 21.401 | 76.573 | ‒ 28.966 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet | 1.604.720 | 1.645.126 | 1.429.649 | 1.623.487 | 1.631.667 | 1.382.278 | 1.606.978 | 1.666.002 | 1.451.886 | 1.536.511 | 1.618.839 | 1.611.403 | 1.489.348 | 1.570.001 | 1.445.525 | |
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet | 180.948 | 180.948 | ||||||||||||||
Aanvullende Post (AP): Wind op Zee | 55.806 | 386 | 2.320 | 2.380 | 2.510 | 3.930 | 4.060 | 4.200 | 4.200 | 4.340 | 4.340 | 4.340 | 4.700 | 4.700 | 4.700 | 4.700 |
Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet | 4.373 | 2.763 | 4.100 | |||||||||||||
EZK: overboeking wind op zee 3 e tranche | 765.292 | 12.759 | 12.770 | 48.668 | 77.339 | 65.650 | 65.091 | 70.833 | 64.938 | 69.377 | 72.805 | 64.963 | 67.286 | 72.813 | ||
EZK: bijbdrage TNO VenR | ‒ 1.287 | ‒ 1.287 | ||||||||||||||
DEF: overboeking VoZ deel 2 2030 t/m 2035 | ‒ 19.160 | ‒ 3.240 | ‒ 3.240 | ‒ 3.240 | ‒ 3.240 | ‒ 3.240 | ‒ 2.960 | |||||||||
Herverdeling Efficiency taakstelling | 81.898 | 0 | 808 | 1.620 | 3.702 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 | 6.888 |
HXII: overige overboekingen | ‒ 145 | ‒ 145 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kaderruil 2026 Hoofdwegennet | 0 | ‒ 32.000 | ‒ 56.000 | 88.000 | ||||||||||||
Kasschuiven 2026 Hoofdvaarwegennet | 0 | 16.411 | ‒ 11.014 | ‒ 6.207 | ‒ 3.190 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 27.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | ‒ 2.000 | 23.000 | 24.000 |
Loon- en prijsbijstelling 2026 | 397.570 | 27.684 | 29.225 | 24.818 | 26.488 | 26.804 | 24.849 | 23.390 | 33.773 | 22.194 | 22.945 | 20.807 | 22.593 | 28.380 | 33.930 | 29.690 |
Overboekingen departementen onderzoek kustwacht | 270 | 108 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige overboekingen | 6.211 | 954 | 874 | 716 | 261 | 177 | 123 | 123 | 123 | 123 | 123 | 82 | 42 | 0 | 0 | 0 |
Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I (Efficiency en Slagvaardige Overheid) | ‒ 159.451 | ‒ 3.671 | ‒ 3.740 | ‒ 3.801 | ‒ 7.602 | ‒ 11.403 | ‒ 15.204 | ‒ 19.005 | ‒ 19.005 | ‒ 19.005 | ‒ 19.005 | ‒ 19.005 | ‒ 19.005 | |||
Ruimte voor de Rivier | 100.394 | 182 | 212 | 0 | 0 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 20.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Wilhelminakanaal Sluis II | 10.000 | 10.000 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 15.056 | 26.525 | 32.415 | 38.801 | 101.227 | 305.166 | 51.409 | 88.432 | 191.934 | 75.269 | 80.489 | 86.023 | 83.926 | 116.799 | 129.086 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet | 1.619.776 | 1.671.651 | 1.462.064 | 1.662.288 | 1.732.894 | 1.687.444 | 1.658.387 | 1.754.434 | 1.643.820 | 1.611.780 | 1.699.328 | 1.697.426 | 1.573.274 | 1.686.800 | 1.574.611 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet | 1.547.487 | 1.559.839 | 1.579.244 | 1.596.726 | 1.563.052 | 1.453.166 | 1.666.929 | 1.705.953 | 1.501.634 | 1.558.430 | 1.640.758 | 1.563.322 | 1.510.749 | 1.493.428 | 1.474.491 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet | 1.604.720 | 1.645.126 | 1.429.649 | 1.623.487 | 1.631.667 | 1.382.278 | 1.606.978 | 1.666.002 | 1.451.886 | 1.536.511 | 1.618.839 | 1.611.403 | 1.489.348 | 1.570.001 | 1.445.525 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet | 1.619.776 | 1.671.651 | 1.462.064 | 1.662.288 | 1.732.894 | 1.687.444 | 1.658.387 | 1.754.434 | 1.643.820 | 1.611.780 | 1.699.328 | 1.697.426 | 1.573.274 | 1.686.800 | 1.574.611 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten | 3.752 | 2.737 | 15.491 | 9.275 | 9.950 | 544 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 13.805 | 8.846 | ‒ 7.028 | 675 | 667 | ‒ 394 | ||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten | 17.557 | 11.583 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Bijdragen derden Hoofdvaarwegennet | 6.863 | 2.763 | 4.100 | |||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 2.763 | 4.100 | ||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 15.09 Ontvangsten | 20.320 | 15.683 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Hoofdvaarwegennet | 3.752 | 2.737 | 15.491 | 9.275 | 9.950 | 544 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Hoofdvaarwegennet | 17.557 | 11.583 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | |
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Hoofdvaarwegennet | 20.320 | 15.683 | 8.463 | 9.950 | 10.617 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 | 150 |
Toelichting
Aanvullende Post (AP): CA 8. Beheer en Onderhoud RWS Hoofdvaarwegennet
In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor beheer en onderhoud van infrastructuur. Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Voor het MF betreft dit € 945 miljoen. Hiervan gaat € 560 miljoen naar RWS en € 385 miljoen naar ProRail. Het deel van RWS is bestemd voor het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 308 miljoen) en Vernieuwing (€ 252 miljoen) en is verdeeld over het Hoofdwegennet (€ 379 miljoen) en Hoofdvaarwegennet (€ 181 miljoen).
Aanvullende Post (AP): Wind op Zee
Het kabinet heeft de ambitie opgenomen om voor 2040 40 GW wind op zee te realiseren. Besluitvorming over de routekaart vindt plaats in het najaar van 2026. Voor de voorbereidende werkzaamheden wordt er nu alvast in totaal € 54,7 miljoen overgeboekt van de aanvullende post bij Financiën. Deze middelen zijn bedoeld om alvast uit te kunnen werken welke scheepvaartveiligheidsmaatregelen er genomen moeten worden.
Bijdragen derden
DIt betreffen diverse ontvangsten, waaronder een bijdrage van de regio van € 4,1 miljoen voor de Gerrit Krolbrug.
Defensie : overboeking VoZ deel 2 2030 t/m 2035
Voor de uitvoering van het deelproject Verkeersbeeld op Zee wordt het 2e deel (€ 19,2 miljoen) overgeboekt aan Defensie voor de periode 2030 t/m 2035
EZK: overboeking wind op zee 3e tranche
Voor Wind op Zee boekt EZK het budget (€ 765,3 miljoen) over voor de resterende (3e) tranche dekking ten behoeve van de structurele kosten voor de huidige routekaart inclusief doordewind 2 (23,7GW). Deze middelen zijn bestemt voor het garanderen van de scheepvaartveiligheid bij de uitrol van wind op zee.
EZK: bijdrage TNO VenR
TNO voert namens de Rijksoverheid een onderzoek uit naar vervanging en renovatie. Met deze overboeking boekt RWS zijn aandeel hiervoor over aan TNO.
Herverdeling Taakstelling Jetten I
In het coalitieakkoord zijn twee taakstellingen op het apparaat van de rijksoverheid opgenomen: een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor een slagvaardige overheid. IenW heeft deze taakstellingen conform de Rijksbrede grondslag verwerkt in de Voorjaarsnota 2026. In deze begroting worden de taakstellingen herverdeeld over de organisatieonderdelen van IenW, om tot een evenwichtige en solidaire invulling te komen.
HXII: overige overboekingen
Ter afronding van de voorjaarsbesluitvorming wordt er nog € 145K overgeboekt naar HXII voor het kustwacht onderzoek en Zeevaart.
Kaderruilen 2026
Er zijn kaderruilen doorgevoerd om de overprogrammering in een beheersbaar ritme te krijgen en om de programmering en budgetten te verdelen tussen de modaliteiten om ontstane negatieve kaderstanden op artikelonderdelen op te lossen. Over alle jaren is dit per saldo budgettair neutraal voor de modaliteiten.
Kasschuiven Hoofdvaarwegennet
Er zijn op dit artikel budgetneutrale kasschuiven ingediend om de programmering sluitend te krijgen.
Loon- en prijsbijstelling 2026
Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2026 die vanuit de begroting Hoofdstuk XII zijn overgeheveld naar de generieke investeringsruimte 11.04 van het Mobiliteitsfonds. Vanuit de generieke investeringsruimte zijn de artikelonderdelen verhoogd met loon- en prijsbijstelling.
Overboekingen departementen onderzoek kustwacht
Door de departementen die betrokken zijn bij de kustwacht wordt € 270K bijgedragen aan het onderzoek naar de kustwacht.
Overige mutaties
Dit betreft onder andere een overboeking voor het maritiem informatievoorziening servicepunt op zee (MIVSP) en Walraven.
Rijksbrede Taakstellingen Kabinet Jetten I
Het kabinet heeft tijdens de augustusbesluitvorming besloten om de taakstellingen van Jetten I te verhogen. Het gaat om de volgende taakstellingen:
– Extra Tranches Efficiencytaakstelling: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte efficiencytaakstelling van het kabinet Jetten I, is verhoogd met € 72,3 miljoen voor de jaren 2031-2035. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF
– Versnelling Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid: De in het coalitieakkoord benoemde en in de VJN 26 ingeboekte taakstelling op Vernieuwing Rijksdienst / Slagvaardige Overheid van het kabinet Jetten I, wordt versneld met € 30 miljoen voor de jaren 2027, 2028 en 2029. Deze worden ingeboekt op artikel 12 en artikel 15 op het MF.
Ruimte voor de Rivier
Met voorjaarsnota 2026 is dit budget per abuis op artikel 12 Hoofdwegennet terechtgekomen terecht gekomen. Met deze boeking wordt dit op de juiste plaats gezet. Daarnaast wordt er in totaal € 100 miljoen Van de reservering op artikel 11 overgeboekt naar het beleidsartikel.
Wilhelminakanaal Sluis II
De gunning van sluis II bij het Wilhelminakanaal is voorzien in het najaar. Uit gesprekken met de aannemer is gebleken dat het huidige budget ontoereikend is. Daarom wordt er nog eens € 10 miljoen extra uit de extrapolatie gehaald en aan het budget toegevoegd.
17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 591.006 | 720.610 | 670.735 | 798.175 | 591.343 | 434.448 | 555.924 | 707.446 | 608.766 | 535.620 | 486.989 | 272.341 | 388.287 | 70.404 | ||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ‒ 5.211 | ‒ 232.199 | ‒ 96.719 | ‒ 207.406 | 73.345 | 10.370 | ‒ 43.437 | ‒ 198.357 | ‒ 196.533 | 7.647 | ‒ 6.902 | 531.048 | 0 | 348.211 | ||
Stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 585.795 | 488.411 | 574.016 | 590.769 | 664.688 | 444.818 | 512.487 | 509.089 | 412.233 | 543.267 | 480.087 | 803.389 | 388.287 | 418.615 | ||
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten | 400.000 | 200.000 | 200.000 | |||||||||||||
Afrekening EU subsidies ERTMS | ‒ 6.245 | ‒ 6.245 | ||||||||||||||
Kasschuiven Generaal 2026 | 0 | 190.060 | ‒ 129.525 | ‒ 17.000 | ‒ 32.000 | ‒ 11.535 | ||||||||||
Kasschuiven Megaprojecten, Verkeer en Vervoer | 0 | ‒ 1.801 | ‒ 51.851 | 53.652 | ||||||||||||
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 129.430 | 7.905 | 6.472 | 9.492 | 7.349 | 8.481 | 15.274 | 4.025 | 42.214 | 25.736 | 550 | 0 | 0 | 0 | 1.932 | |
Overboeking van ERTMS naar EOV | ‒ 25.410 | ‒ 7.260 | ‒ 16.940 | ‒ 1.210 | ||||||||||||
Overboeking van Exploitatie en Onderhoud naar ZuidasDok | 87 | 87 | ||||||||||||||
Overboeking van PHS Amsterdam naar Nazorg | ‒ 122 | ‒ 122 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | 191.807 | ‒ 130.313 | 175.430 | 174.139 | ‒ 3.054 | 13.473 | ‒ 47.826 | 95.866 | 25.736 | 550 | 0 | 0 | 0 | 1.932 | ||
Stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 777.602 | 358.098 | 749.446 | 764.908 | 661.634 | 458.291 | 464.661 | 604.955 | 437.969 | 543.817 | 480.087 | 803.389 | 388.287 | 420.547 | ||
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 591.006 | 720.610 | 670.735 | 798.175 | 591.343 | 434.448 | 555.924 | 707.446 | 608.766 | 535.620 | 486.989 | 272.341 | 388.287 | 70.404 | ||
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 585.795 | 488.411 | 574.016 | 590.769 | 664.688 | 444.818 | 512.487 | 509.089 | 412.233 | 543.267 | 480.087 | 803.389 | 388.287 | 418.615 | ||
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 777.602 | 358.098 | 749.446 | 764.908 | 661.634 | 458.291 | 464.661 | 604.955 | 437.969 | 543.817 | 480.087 | 803.389 | 388.287 | 420.547 | ||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten | 84.434 | 69.984 | 90.701 | 71.291 | 75.878 | 80.068 | 45.381 | 57.941 | 1.745 | |||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 23.094 | ‒ 135 | ‒ 173 | ‒ 1.169 | 1.881 | ‒ 3.745 | ‒ 1.586 | 1.341 | ‒ 364 | |||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten | 107.528 | 69.849 | 90.528 | 70.122 | 77.759 | 76.323 | 43.795 | 59.282 | 1.381 | |||||||
Afrekening EU subsidies ERTMS | ‒ 6.245 | ‒ 6.245 | ||||||||||||||
Loon- en Prijsbijstelling 2026 | 10.950 | 1.660 | 1.327 | 1.720 | 1.332 | 1.477 | 1.450 | 832 | 1.126 | 26 | ||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ‒ 4.585 | 1.327 | 1.720 | 1.332 | 1.477 | 1.450 | 832 | 1.126 | 26 | |||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 17.09 Ontvangsten | 102.943 | 71.176 | 92.248 | 71.454 | 79.236 | 77.773 | 44.627 | 60.408 | 1.407 | |||||||
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 84.434 | 69.984 | 90.701 | 71.291 | 75.878 | 80.068 | 45.381 | 57.941 | 1.745 | |||||||
Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 107.528 | 69.849 | 90.528 | 70.122 | 77.759 | 76.323 | 43.795 | 59.282 | 1.381 | |||||||
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Megaprojecten Verkeer en Vervoer | 102.943 | 71.176 | 92.248 | 71.454 | 79.236 | 77.773 | 44.627 | 60.408 | 1.407 | |||||||
Toelichting
Aanvullende Post (AP): CA 9. Prioritaire Infrastructuurprojecten
In het coalitieakkoord zijn middelen gereserveerd voor Prioritaire Infrastructuurprojecten en lopende projecten. Er wordt met deze begroting in totaal € 1,5 miljard voor de jaren 2028 en 2029 overgeboekt. De middelen worden ingezet voor twee projecten: Zuidasdok (36800-A-11) en A27 Houten Hooipolder (36800-A-61).
Afrekening EU subsidies ERTMS
Het betreft hier een afboeking van de geraamde EU ontvangsten voor ERTMS. Dit wordt in 2026 als een negatieve ontvangst verantwoord. Om het uitgavenbudget in stand te houden zijn tegelijkertijd de uitgaven verlaagd.
Kasschuiven Generaal 2026
Er wordt op dit artikel € 190,1 miljoen aan kasbudget uit 2027 t/m 2030 naar 2026 gehaald om de hogere realisatie op ERTMS, Zuidasdok en PHS in 2026 op te kunnen vangen. Deze kasschuif wordt via het rijksbrede uitgavenplafond opgevangen (generale kasschuif).
Kasschuiven Megaprojecten, Verkeer en Vervoer
Om binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren noodzakelijk.
Loon- en Pijsbijstelling 2026
Dit betreft de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2026.
Overboeking van ERTMS naar EOV
Er wordt vanuit ERTMS € 25,4 miljoen overgeboekt naar EOV op MF artikel 13.02 omdat de instandhoudingskosten van het bestaande treinbeveiligingssysteem VPI (Vital Processor Interlocking: een elektronisch rijwegbeveiligingssysteem dat wissels en seinen aanstuurt zodat treinen veilig gebruikmaken van het spoor) op de baanvakken «Groningen - Leeuwarden» en «Groningen - Bad Nieuweschans grens» binnen het instandhoudingsprogramma vallen.
Overboeking van Exploitatie en Onderhoud naar ZuidasDok
Er wordt € 0,09 miljoen vanuit het Exploitatie en Onderhoudsbudget op MF artikel 12 overgeboekt naar MF artikel 17 ten behoeve van programmakosten binnen Zuidasdok, voor de projecten Knooppunt Nieuwe Meer en Schinkelbrug.
Overboeking van PHS Amsterdam naar Nazorg
Er wordt € 0,1 miljoen overgeboekt van MF artikel 17.10 (PHS) naar MF artikel 13, ten behoeve van de nazorgwerkzaamheden van het project Amsterdam Cuypershal.
18 Overige uitgaven en ontvangsten | Totaal mutatie | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid | 1.000 | 850 | 642 | |||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 807 | |||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid | 1.807 | 850 | 642 | |||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.06 Externe veiligheid | 1.807 | 850 | 642 | |||||||||||||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten | 0 | 0 | 0 | |||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ||||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten | 0 | 0 | 0 | |||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.08 Netwerkoverstijgende kosten | 0 | 0 | 0 | |||||||||||||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ||||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.11 Investeringsruimte | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ||||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.12 Nader toe te wijzen BenO en Vervanging | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet | 0 | 0 | ||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ||||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet | 0 | 0 | ||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet | 0 | 0 | ||||||||||||||
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2026 Overige uitgaven en ontvangsten | 1.000 | 850 | 642 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal Uitgaven stand eerste suppletoire wet 2026 Overige uitgaven en ontvangsten | 1.807 | 850 | 642 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal Uitgaven stand ontwerpbegroting 2027 Overige uitgaven en ontvangsten | 1.807 | 850 | 642 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten | ||||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | 4 | |||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten | 4 | |||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.09 Ontvangsten | 4 | |||||||||||||||
Ontwerpbegroting 2026 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen | ||||||||||||||||
Mutaties Voorjaarsnota 2026 | ‒ 163.912 | |||||||||||||||
Stand eerste suppletoire wet 2026 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen | ‒ 163.912 | |||||||||||||||
Mutaties Miljoenennota 2027 | ||||||||||||||||
Stand ontwerpbegroting 2027 artikelonderdeel 18.10 Saldo van de afgesloten rekeningen | ‒ 163.912 | |||||||||||||||
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2026 Overige uitgaven en ontvangsten | ||||||||||||||||
Totaal Ontvangsten stand eerste suppletoire wet 2026 Overige uitgaven en ontvangsten | ‒ 163.908 | |||||||||||||||
Totaal Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2027 Overige uitgaven en ontvangsten | ‒ 163.908 |
Toelichting
Kasschuiven Externe Veiligheid
Er zijn op dit artikelonderdeel budgetneutrale kasschuiven ingediend om de programmering voor Externe Veiligheid te actualiseren naar het meest realistische ritme.
Bijlage 2: Overzichtsconstructie Kustwacht
De minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is als coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden verantwoordelijk voor het proces van totstandkoming geïntegreerd beleid voor de Noordzee en het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht. De minister van Defensie is beheerder van de Kustwacht, wat betekent dat deze medeverantwoordelijk is voor het opstellen van het Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht alsmede voor de uitvoering daarvan met inzet van eigen en toegewezen mensen en middelen. Alle bij de Kustwacht betrokken ministeries behouden hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden. Het integrale beleid en het daarvan afgeleide Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht waarover de Ministerraad beslist, worden zodanig concreet dat elke minister zich daarover in het parlement kan verantwoorden en vormen in feite een integraal contract tussen de verschillende departementen en de Kustwacht.
De overzichtsconstructie is gebaseerd op het «Gecombineerd Jaarplan voor de uitvoeringtaken door de Kustwacht» en wordt door IenW gepubliceerd in de rol van coördinerend ministerie. In de overzichtsconstructie wordt een onderscheid gemaakt in de uitgaven van de Kustwacht zelf (exploitatie personeel, exploitatie materieel en investering) en de uitgaven die de deelnemende departementen ten behoeve van de Kustwacht verrichten (kosten).
Defensie / CZSK / Kustwacht Nederland (uitgaven)
– Exploitatie personeel: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht voor salarissen en overige personele uitgaven van alle Kustwacht medewerkers in dienst bij Defensie / CZSK.
– Exploitatie materieel: Betreft het uitgavenbudget in beheer van de Kustwacht. Defensie is beheerder van het Kustwachtcentrum (KWC). Het Kustwachtcentrum is het informatiecentrum van de Noordzee, waar het actuele beeld van (scheeps-)activiteiten, (veiligheids-)incidenten en verontreinigingen op de Noordzee beschikbaar is.
– Investering: Betreft onder andere de investeringen voor het Maritiem Operatie Centrum (MOC).
Uitgaven bij departementen (kosten):
Justitie en Veiligheid
– De inzet van de Politie (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, medewerkershandhavingsdesk, medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt en Analisten.
– De inzet van Politie helikopters (materieel) op planning of afroep voor luchtwaarneming en spoedeisende zoekvluchten. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van de Nationale Politie.
Financiën
– De inzet van de Douane (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk, medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt en Analisten.
Defensie
– De inzet van de Koninklijke Marine (personeel) bestaande uit; medewerker Maritiem Informatie Knooppunt, beheerskosten van Defensie en inzet (materieel) Mijnenbestrijdingsvaartuigen.
– De inzet van de Koninklijke Marechaussee (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.
– De inzet van de Defensie Commando Materieel en IT (materieel) bestaande uit; exploitatiebudget voor ICT-middelen van de Kustwacht.
Infrastructuur en Waterstaat
– De inzet van ILT (personeel) bestaande uit; liaisons en handhavers.
– De inzet van Rijkswaterstaat (personeel) bestaande uit; liaisons, Aerial officers en Ananlisten.
– De inzet van Rijkswaterstaat (materieel) bestaande uit; in standhouden vaarwegmarkering, ERTV en betonningsvaartuigen, C2000/P2000 t.b.v. KNRM, BroNs/Pre-SAR. De bedragen zijn afkomstig uit de begroting van Rijkswaterstaat.
– Bijdrage voor Scheepvaartveiligheid Windenergie op Zee (materieel) om de veiligheid te waarborgen in en om de windenergieparken op de Noordzee.
Klimaat en Groene Groei
– De inzet van Staatstoezicht op de Mijnen (personeel) bestaande uit; Liaison, inspecteurs en Analisten.
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
– De inzet van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (personeel) bestaande uit; liaison, boarding officers, Aerial officers, medewerkers handhavingsdesk en medewerkers Maritiem Informatie Knooppunt.
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
– Inzet van Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (personeel) bestaande uit: analisten
– Bijdrage aan materiele uitgaven bij de Kustwacht, budget wordt overgeboekt naar Defensie/CZSK/KWNL in 2026
Departement | Begroting | Activiteit | Doel | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||||
DEFENSIE / KUSTWACHT (Uitgaven): | ||||||||||
Defensie / Kustwacht NL | X | Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie personeel) | Centrale coördinatie Kustwachttaken | 13.509 | 15.836 | 15.843 | 15.837 | 15.844 | 15.835 | 15.835 |
Defensie / Kustwacht NL | X | Uitvoering Kustwachttaken (exploitatie materieel) | Centrale coördinatie Kustwachttaken | 74.744 | 70.426 | 70.424 | 70.425 | 70.423 | 70.314 | 70.315 |
Defensie / Kustwacht NL | X | Uitvoering Kustwachttaken (investering) | Investeringen, o.a. t.b.v het MOC (COMMIT/JIVC en DLP) | 47.269 | 31.068 | 10.156 | 12.223 | 12.223 | 12.223 | 13.908 |
Subtotaal eigen uitgaven Kustwacht | 135.522 | 117.330 | 96.423 | 98.485 | 98.490 | 98.372 | 100.058 | |||
UITGAVEN BIJ DEELNEMENDE DEPARTEMENTEN (Kosten): | ||||||||||
Politie | VI | Inzet Politie personeel & helikopter, | Algemene handhaving / wetgeving scheepvaartverkeer / bemanningcontrole | 2.410 | 3.075 | 3.587 | 4.082 | 4.082 | 4.082 | 4.082 |
Financiën | IX | Inzet Douane personeel | Fraudecontrole | 1.555 | 1.857 | 2.043 | 2.322 | 2.322 | 2.322 | 2.322 |
Defensie | X | Inzet KM personeel, beheerskosten, KMar personeel, ICT uitgaven bij COMMIT/JIVC en CZSK-vaartuigen | Uitvoering grensbewaking / beheerskosten Defensie / mijnenbestrijding | 7.910 | 13.778 | 11.317 | 11.317 | 11.317 | 11.317 | 11.317 |
Infrastructuur en Waterstaat | XII | Inzet ILT personeel, RWS personeel, RWS materieel, ERTV/betonningsvaartuigen en Windenergie op Zee. | Bijdragen aan veilig vaarwater, handhaving via luchtsurveillance | 7.458 | 27.687 | 27.688 | 27.174 | 27.324 | 7.320 | 7.320 |
Klimaat en Groene Groei | XIII | Inzet SodM-personeel | Staatstoezicht op de Mijnen | 181 | 193 | 193 | 193 | 193 | 193 | 193 |
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur | XIV | Inzet NVWA-personeel | Visserijcontrole | 704 | 807 | 807 | 807 | 807 | 807 | 807 |
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | VIII | Inzet IO&E-personeel en materieel budget. | Beschermen cultureel erfgoed op de bodem van de Noordzee | 229 | 229 | 229 | 229 | 229 | 229 | |
Subtotaal uitgaven bij deelnemende departementen | 20.218 | 47.626 | 45.864 | 46.124 | 46.274 | 26.270 | 26.270 | |||
Totale uitgaven ten behoeve van de Kustwacht Nederland | 155.740 | 164.956 | 142.287 | 144.609 | 144.764 | 124.642 | 126.328 | |||
Bijlage 3: Instandhouding
Onze infrastructuurnetwerken behoren tot de ruggengraat van onze samenleving. Ze beschermen ons tegen het water, zorgen ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en dragen bij aan de economische ontwikkeling van ons land. Dat goederen en diensten kunnen worden vervoerd en dat Nederland in verbinding staat met de rest van de wereld. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat werken dagelijks aan de ontwikkeling en de instandhouding hiervan.
De realiteit is dat onze infrastructuur veroudert. Veel bruggen, tunnels, sluizen en viaducten zijn gebouwd in de jaren 50 en 60, naderen het einde van de levensduur of hebben deze al overschreden. Bovendien worden onze wegen en vaarwegen intensiever belast met steeds meer en zwaarder verkeer. Instandhouding is onmisbaar om onze netwerken veilig en beschikbaar te houden. Het coalitieakkoord en de recente beleidsbrieven onderstrepen nadrukkelijk het belang van instandhouding. In deze bijlage wordt voor zowel Rijkswaterstaat (RWS) als ProRail ingegaan op de werkwijze voor instandhouding en welke prestatieafspraken en beschikbare middelen tot en met 2040 hieraan gekoppeld zijn.
Instandhouding van de netwerken
Een goede instandhouding van de netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. Om dit zo te houden, borgen het kerndepartement en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus. De netwerken worden, naast het intensieve gebruik, gekenmerkt door inpassing in een sterk verstedelijkte delta. Daardoor omvatten de netwerken diverse uiteenlopende voorzieningen als beweegbare bruggen, tunnels, op- en afritten, geluidschermen, sluizen en stormvloedkeringen. Deze elementen zorgen voor netwerken met een hoog serviceniveau, maar ook voor een grote instandhoudingsopgave. Figuren 7 t/m 10 illustreren de omvang van de vier netwerken.
Figuur 7 Netwerken RWS: Hoofdwegennet

Figuur 8 Netwerken RWS: Hoofdvaarwegennet

Figuur 9 Netwerken RWS: Hoofdwatersysteem

Figuur 10 Netwerk ProRail: Hoofdspoorweginfrastructuur

Scope van instandhouding
Bij instandhouding gaat het om het behouden van de huidige functie van de infrastructuur. De begrippen die hierbij in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds worden gehanteerd zijn: exploitatie, onderhoud en vernieuwing van de infrastructuur:
– Tot het domein van de exploitatie behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding, capaciteitsmanagement, incidentmanagement, verkeersmanagement en watermanagement;
– Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren;
– Vernieuwing is gericht op het beginnen van een nieuwe levenscyclus van een object of het verlengen van de levensduur van het bestaande object. Bij vernieuwing gaat het expliciet om een-op-een vernieuwing. Het betreft dus niet activiteiten die gericht zijn op toevoeging van functies, aanleg van nieuwe infrastructuur of uitbreiding van bestaande infrastructuur (ontwikkeling).
1. Netwerken Rijkswaterstaat
Werkwijze instandhouding
Exploitatie en onderhoud
Rijkswaterstaat benadert de exploitatie- en onderhoudsopgaven door rekening te houden met de volledige levenscyclus van de infrastructuur. Als eenmaal wordt besloten tot de ontwikkeling van infrastructuur, is op basis van ervaring al bekend wat voor instandhoudingswerkzaamheden aan de diverse objecten gemiddeld per jaar nodig zijn. Dit is vastgelegd in de instandhoudingsregimes. De instandhoudingsregimes, die de jaarlijkse onderhoudsbehoefte per object vastleggen, vormen de basis voor de programmering van werkzaamheden.
Middels een jaarlijkse programmeringscyclus werkt RWS de instandhoudingsopgave uit in een programmering en planning van werkzaamheden voor de komende jaren. Dit betreft een voortrollende programmering. Elk jaar wordt de programmering geactualiseerd en een jaar verder uitgewerkt op basis van de meest actuele inzichten en ontwikkelingen in de instandhoudingsopgave. Zo kan het voorkomen dat een bepaald schadebeeld of een ongeplande gebeurtenis vraagt om tussentijds ingrijpen, zoals het plaatsen van ondersteuningsconstructies als gevolg van tand-nok problematiek bij bruggen en viaducten4 of het uitvoeren van herstelwerkzaamheden als gevolg van scheepsaanvaringen met bruggen. Tussentijdse maatregelen die niet in de totale programmering kunnen worden ingepast, krijgen dan prioriteit boven reeds geprogrammeerde maatregelen. Het onderhoud dat als gevolg daarvan wordt uitgesteld, dient vervolgens opnieuw een plek te krijgen in de instandhoudingsprogrammering.
Afstemming van de programmering met de medeoverheden en ProRail om hinder te beperken en meekoppelkansen te identificeren, is een integraal onderdeel van de programmeringscyclus. Op basis van het Life Cycle Costing (LCC) principe streeft Rijkswaterstaat naar de laagst mogelijke kosten over de gehele levenscyclus van de infrastructuur, met zo min mogelijk verstoringen en hinder voor de gebruikers. Dit doet RWS onder andere door FIT testen uit te voeren. Een FIT test laat zien of het object inclusief de industriële automatisering werkt. In 2024 zijn 155 testen uitgevoerd. De doelstelling is dit niveau vast te houden.
Vernieuwing
De objecten en onderdelen zoals sluizen, bruggen en tunnels, hebben een beperkte levensduur en dienen aan het eind hiervan te worden vernieuwd. Door grootschalige aanleg, met name vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw, en het intensievere gebruik is er sprake van een flinke vernieuwingsopgave.
Om de veiligheid en beschikbaarheid van de netwerken op lange termijn te borgen, worden objecten en onderdelen vernieuwd. Deze vernieuwingsopgave wordt voor alle netwerken en onderdelen in kaart gebracht. Allereerst wordt op basis van het ontwerp ingeschat wanneer vernieuwing aan de orde zal zijn. Daarnaast worden de objecten onderworpen aan inspecties en berekeningen. Dit leidt tot het inzicht in, en een prognose van, een termijn van vijf tot vijftien jaar waarin vernieuwing nodig is. Zo worden, steeds vooruitkijkend, objecten en onderdelen geïdentificeerd waarvoor een planfase wordt gestart. In de planfase wordt de uiteindelijke opgave vastgesteld en daarna volgt een definitief besluit over de aanpak van het betreffende object. Dit kabinet heeft als doel gesteld om tot 2030 tenminste 5 tunnels en 17 bruggen aan te pakken. Dit wordt meegenomen in het Programma Vernieuwing. Het Programma Vernieuwing kent een technische aanleiding, namelijk het einde van de technische levensduur van onderdelen en objecten. Een-op-een vernieuwing is binnen vernieuwing het uitgangspunt, waarbij er geen aanvullende wensen of functionaliteiten worden toegevoegd. Omdat het echter gaat om relatief grote ingrepen in het netwerk, wordt waar nodig en mogelijk ook gekeken naar verstandige aanvullende investeringen in het kader van beleidsdoelstellingen als bereikbaarheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie. Het primaire doel blijft echter het borgen van de beschikbaarheid en veiligheid van de Rijksnetwerken.
Basiskwaliteitsniveau en prestaties
Basiskwaliteitsniveau
Met ingang van 2024 werkt RWS op basis van meerjarige instandhoudingsopdracht met een basiskwaliteitsniveau (BKN) als uitgangspunt. In het BKN is voor de netwerken van RWS uitgewerkt waar een weg, vaarweg of waterwerk in de basis aan moet voldoen om de gebruikers en belanghebbenden goed te kunnen blijven bedienen. Een robuust mobiliteitssysteem met basale voorzieningen passend bij de functie van de verschillende netwerken. Het doel van het BKN is om in het hele land een toekomstvast fundament te bieden dat zekerheid geeft aan gebruikers en marktpartijen die betrokken zijn bij aanleg en instandhouding.
Het verouderende areaal en de groeiende instandhoudingsachterstanden vergroten echter de kans op storingen en beperkingen op de netwerken. Hierdoor komt de betrouwbaarheid van de netwerken onder druk te staan, zoals ook blijkt uit de Staat van de Infrastructuur 2024.5
Prestaties
Bij de instandhouding van de RWS-netwerken staan de prestaties die de netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van instandhoudingswerkzaamheden centraal. Het zijn de prestaties – de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en (water)veiligheid van de infrastructuur – die de gebruikers ervaren. Over de te leveren prestaties en de bijhorende budgetten maakt het kerndepartement van IenW afspraken met RWS. Deze afspraken vormen de basis van de instandhoudingswerkzaamheden die door RWS jaarlijks wordt uitgevoerd. De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren.
Voor de netwerken in beheer van RWS moeten de afspraken over het BKN worden vertaald naar nieuwe indicatoren en streefwaarden. De overige prestatieafspraken worden nog verder in lijn gebracht met het BKN. Tot die tijd zijn de huidige prestatieafspraken uit tabel 77 van toepassing. Toelichting op de indicatoren en de gerealiseerde prestaties zijn te vinden in de Instandhoudingsbijlage bij het Jaarverslag.
Indicator | Streefwaarde1 | Realisatie 2022 | Realisatie 2023 | Realisatie 2024 | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegennet | |||||
Beschikbaarheid | |||||
Technische beschikbaarheid van de weg | 90% | 98% | 99% | 99% | 98% |
Files door Werk in Uitvoering als gevolg van aanleg en gepland onderhoud | 10% | 3% | 4% | 7% | 9% |
Levering verkeersgegevens | |||||
Beschikbaarheid data voor derden | 90% | 93% | 91% | 91% | 92% |
Veiligheid | |||||
Voldoen aan norm voor verhardingen | 99,7% | 99,7% | 99,6% | 99,4% | 99,7% |
Voldoen aan norm voor gladheidbestrijding | 95% | 99% | 99% | 99% | 100% |
Hoofdvaarwegennet | |||||
Beschikbaarheid / Betrouwbaarheid | |||||
Stremmingen gepland onderhoud | 0,8% | 0,9% | 0,6% | 0,7% | 1,1% |
Stremmingen ongepland onderhoud | 0,2% | 2,4% | 1,2% | 1,2% | 0,7% |
Tijdig melden ongeplande stremmingen | 97% | 98% | 97% | 98% | 97% |
Vaargeul op orde (% oppervlakte op orde) | |||||
– Toegangsgeulen | 99% | 100% | 100% | 100% | 100% |
– Hoofdtransportassen | 90% | 93% | 93% | 96% | 96% |
– Hoofdvaarwegen | 85% | 82% | 84% | 83% | 88% |
– Overige vaarwegen | 85% | 83% | 95% | 96% | 97% |
Veiligheid | |||||
Vaarwegmarkering op orde | 95% | 89% | 94% | 96% | 97% |
Hoofdwatersysteem | |||||
Waterveiligheid | |||||
Handhaving kustlijn | 90% | 91% | 93% | 94% | 94% |
Beschikbaarheid stormvloedkeringen | 100% | 83% | 100% | 83% | 67% |
Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden | 100% | 75% | 100% | 100% | 100% |
Betrouwbaarheid informatievoorziening | 95% | 100% | 99% | 96% | 97% |
Voldoen aan de Vegetatielegger uiterwaardengebied2 | 95% | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 93% |
Bron: RWS |
Vergroten productievermogen
De groeiende omvang van de instandhoudingsopgave vraagt om een verhoging van het productievermogen bij Rijkswaterstaat. Met de Kamerbrief van 17 juni 2024, is de Kamer geïnformeerd over de aanpak van IenW om het productievermogen van RWS op het gebied van instandhouding te vergroten.6 Zo heeft bij RWS een verschuiving van financiële middelen en personele capaciteit naar instandhouding plaatsgevonden, is het reeds genoemde BKN voor alle infrastructurele netwerken vastgesteld én er wordt er meerjarig gestuurd op de opgave middels een meerjarenafspraak instandhouding tot en met 2030. Dit kabinet heeft de ambitie uitgesproken dit jaar een door de infrasector gedragen plan voor productiviteitsverhoging te starten.
Het meerjarenplan instandhouding zet de aanpak voor productieverhoging verder uiteen.7 Daarbij roept het plan op tot een productieverhoging in de gehele keten. In de kern komt de aanpak neer op een omslag van projectmatig naar programmatisch werken. De aanpak houdt daarbij rekening met de hoeveelheid beschikbare arbeidskrachten en de capaciteit in de markt. Dit sluit aan op de adviezen uit het rapport ‘Instandhouding voorop!’ van de adviesgroep Ontwikkeling en Instandhouding van Infrastructuur in beheer bij IenW. Het werk wordt integraal geprogrammeerd, er wordt langjarig en efficiënt samengewerkt met de markt, er gaat meer capaciteit naar het primaire productieproces en er wordt geïnvesteerd in vakmanschap en innovatie. De schaal- en efficiëntievoordelen die door deze aanpak ontstaan, maken het mogelijk om meer werk te verzetten. Rijkswaterstaat communiceert de meerjarige programmering met de regionale partners en de inkoopplanning met de markt om de maakbaarheid te vergroten.
Maar er is meer nodig. Via de Staat van de Infrastructuur 2024 is de Kamer geïnformeerd over het feit dat de maakbaarheid bij Rijkswaterstaat inmiddels groter is dan het beschikbare financiële kader.8 Het programmeren van nieuwe vernieuwingsprojecten is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering van andere noodzakelijk vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke vernieuwing kan daardoor (nog) niet worden uitgevoerd. Als we niets doen is de verwachting dat het aantal kunstwerken dat voorbij de verwachtte levensduur is, in 2030 is verdubbeld. Dat dit ongewenst is, is evident. Het uitstellen van onderhoud en vernieuwing heeft tot gevolg dat de infrastructuur verder veroudert. Niet alleen leidt dit tot grotere instandhoudingsachterstanden, het zorgt er ook voor dat de kans op storingen en beperkingen op de netwerken verder toeneemt. Er moet op deze wijze de komende jaren steeds meer worden geïnvesteerd in correctief en levensduurverlengend onderhoud, in plaats van planmatig en preventief onderhoud. Dit leidt tot meer kosten en zet daarmee de beschikbare financiële middelen en capaciteit steeds verder onder druk. Deze situatie moet niet te lang aanhouden. Daarom stellen we ons als doel om de negatieve trend van meer en/of langer durende beperkingen als gevolg van achterstanden in het onderhoud deze kabinetsperiode te doorbreken. Dit doen we door onverminderd door te gaan met de voornoemde aanpak op instandhouding middels het meerjarenplan instandhouding.
Budgettair beeld netwerken RWS
In de periode tot en met 2040 zijn de volgende budgetten op de fondsen beschikbaar voor instandhouding van de RWS-netwerken. In de tabellen 78 en 79 zijn de budgetten (exclusief inzet deel balanspost Saldo op Ontvangen Bijdragen exploitatie en onderhoud en ontvangsten) per netwerk weergegeven. Tabel 80 geeft de gereserveerde budgetten voor instandhouding weer (exclusief de nieuwe middelen uit het coalitieakkoord die vanaf 2032 nog op de Aanvullende Post bij het ministerie van Financiën staan).
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegen | |||||||||||||||||
MF 12.01 | Exploitatie | 32.947 | 21.176 | 21.534 | 13.527 | 8.766 | 8.115 | 8.058 | 8.262 | 8.034 | 7.913 | 7.660 | 7.536 | 7.409 | 7.862 | 7.756 | 176.555 |
MF 12.02.01 | Onderhoud | 1.490.092 | 1.260.579 | 1.218.159 | 1.204.554 | 1.145.628 | 1.339.310 | 1.112.881 | 1.145.860 | 1.145.418 | 1.145.539 | 1.144.466 | 1.132.143 | 1.148.866 | 1.148.413 | 1.249.036 | 18.030.944 |
MF 12.06.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 74.381 | 71.614 | 62.129 | 53.704 | 53.704 | 27.160 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 25.977 | 576.485 |
Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdwegen | 1.597.420 | 1.353.369 | 1.301.822 | 1.271.785 | 1.208.098 | 1.374.585 | 1.146.916 | 1.180.099 | 1.179.429 | 1.179.429 | 1.178.103 | 1.165.656 | 1.182.252 | 1.182.252 | 1.282.769 | 18.783.984 | |
Hoofdvaarwegen | |||||||||||||||||
MF 15.01 | Exploitatie | 26.681 | 28.990 | 24.717 | 22.987 | 22.883 | 26.182 | 25.938 | 25.737 | 23.671 | 23.607 | 23.607 | 23.607 | 23.611 | 23.611 | 23.388 | 369.217 |
MF 15.02.011 | Onderhoud | 709.198 | 548.214 | 540.696 | 534.361 | 529.702 | 657.146 | 571.595 | 572.425 | 574.490 | 574.554 | 573.324 | 575.289 | 567.015 | 567.015 | 562.011 | 8.657.034 |
MF 15.06.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 16.295 | 17.405 | 17.107 | 16.152 | 16.391 | 13.845 | 13.015 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 13.193 | 215.753 |
Totaal budget Exploitatie en Onderhoud Hoofdvaarwegen | 752.174 | 594.608 | 582.520 | 573.499 | 568.975 | 697.173 | 610.548 | 611.355 | 611.354 | 611.354 | 610.124 | 612.089 | 603.819 | 603.819 | 598.592 | 9.242.003 | |
Hoofdwatersysteem | |||||||||||||||||
DF 3.01.01 | Watermanagement | 15.153 | 18.051 | 17.818 | 17.578 | 17.929 | 20.606 | 21.114 | 20.813 | 19.380 | 19.402 | 18.661 | 18.661 | 18.779 | 18.779 | 18.779 | 281.503 |
DF 3.02.01 | Onderhoud Waterveiligheid | 325.000 | 372.663 | 284.028 | 286.440 | 282.062 | 339.150 | 297.123 | 297.289 | 315.776 | 318.457 | 306.211 | 307.282 | 309.165 | 309.165 | 298.461 | 4.648.272 |
DF 3.02.02 | Onderhoud Zoetwatervoorziening | 106.355 | 109.511 | 108.524 | 105.896 | 106.448 | 147.781 | 134.301 | 135.329 | 125.576 | 125.102 | 137.622 | 137.622 | 135.620 | 135.608 | 135.608 | 1.886.903 |
DF 5.02.01 | Overige netwerkgebonden kosten | 28.738 | 28.156 | 28.157 | 28.156 | 27.750 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 19.095 | 331.907 |
Totaal budget Watermanagement en Onderhoud Hoofdwatersysteem | 475.246 | 528.381 | 438.527 | 438.070 | 434.189 | 526.632 | 471.633 | 472.526 | 479.827 | 482.056 | 481.589 | 482.660 | 482.659 | 482.647 | 471.943 | 7.148.585 | |
Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Watermanagement netwerken RWS | 2.824.840 | 2.476.358 | 2.322.869 | 2.283.354 | 2.211.262 | 2.598.390 | 2.229.097 | 2.263.980 | 2.270.610 | 2.272.839 | 2.269.816 | 2.260.405 | 2.268.730 | 2.268.718 | 2.353.304 | 35.174.572 | |
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegen | |||||||||||||||||
MF 12.02.04 | Vernieuwing | 478.852 | 588.622 | 542.738 | 717.412 | 601.964 | 780.114 | 814.405 | 533.176 | 533.777 | 321.263 | 420.958 | 397.781 | 319.432 | 598.340 | 595.616 | 8.244.450 |
Hoofdvaarwegen | |||||||||||||||||
MF 15.02.04 | Vernieuwing | 270.206 | 431.279 | 300.439 | 292.749 | 266.803 | 357.737 | 272.004 | 221.837 | 219.583 | 220.725 | 220.262 | 217.420 | 250.853 | 322.183 | 320.716 | 4.184.796 |
Hoofdwatersysteem | |||||||||||||||||
DF 3.02.03 | Vernieuwing | 43.793 | 90.668 | 114.806 | 121.773 | 60.789 | 232.469 | 232.172 | 204.622 | 222.505 | 228.108 | 229.788 | 234.038 | 234.038 | 183.406 | 183.406 | 2.616.381 |
Totaal budget Vernieuwing netwerken RWS | 792.851 | 1.110.569 | 957.983 | 1.131.934 | 929.556 | 1.370.320 | 1.318.581 | 959.635 | 975.865 | 770.096 | 871.008 | 849.239 | 804.323 | 1.103.929 | 1.099.738 | 15.045.627 | |
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Mobiliteitsfonds | |||||||||||||||||
MF 12.03.02 | Reservering areaalgroei hoofdwegen | 6.879 | 9.377 | 26.804 | 26.905 | 26.905 | 26.967 | 32.397 | 37.773 | 38.826 | 42.473 | 43.695 | 48.724 | 48.659 | 47.264 | 46.225 | 509.873 |
MF 15.03.02 | Reservering areaalgroei hoofdvaarwegen | 0 | 0 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.000 | 40.339 | 34.831 | 515.170 |
MF 11.03.031 | Reservering instandhouding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 374.169 | 374.169 |
Totaal reserveringen Mobiliteitsfonds | 6.879 | 9.377 | 66.804 | 66.905 | 66.905 | 66.967 | 72.397 | 77.773 | 78.826 | 82.473 | 83.695 | 88.724 | 88.659 | 87.603 | 455.225 | 1.399.212 | |
Deltafonds | |||||||||||||||||
DF 1.02.01 | Reservering areaalgroei hoofdwatersysteem | 2.299 | 1.770 | 1.809 | 1.809 | 1.809 | 1.811 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 27.471 |
DF 5.04.01 | Reservering instandhouding | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Totaal reserveringen Deltafonds | 2.299 | 1.770 | 1.809 | 1.809 | 1.809 | 1.811 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 1.796 | 27.471 | |
Totaal reserveringen | 9.178 | 11.147 | 68.613 | 68.714 | 68.714 | 68.778 | 74.193 | 79.569 | 80.622 | 84.269 | 85.491 | 90.520 | 90.455 | 89.399 | 457.021 | 1.426.683 | |
Scherpe keuzes
In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.
Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.
2. Netwerk ProRail
Basiskwaliteitsniveau en prestaties
Basiskwaliteitsniveau
In het najaar van 2024 is het basiskwaliteitsniveau spoor (BKN spoor) definitief vastgesteld en de dekkingsopgave bij de Ontwerpbegroting 2025 ingevuld (Kamerstuk 29984, nr. 1213). Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds in balans zijn. ProRail is in 2025 met de voorbereiding van de implementatie van het BKN spoor gestart. Het basiskwaliteitsniveau is een stabiel, langjarig en robuust instandhoudingsniveau van de Nederlandse spoorinfrastructuur vanaf 2026, dat haalbaar en maakbaar is en waarbij een constructief veilig en betrouwbaar spoornetwerk onverminderd wordt geborgd. Het BKN spoor biedt langjarige duidelijkheid over de basiskwaliteit in het hele land en creëert daarmee voorspelbaarheid richting ProRail, aannemers, vervoerders en reizigers.
De aansturing van ProRail vindt door het ministerie van IenW plaats door een gecombineerde prestatiesturing op basis van de beheerconcessie en een financiële sturing via de subsidieverlening voor de instandhouding van het spoor. Dat betekent dat de minister van IenW op basis van de beheerconcessie afspraken met ProRail heeft gemaakt over kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en de bijbehorende bodem- en streefwaardes. De Tweede Kamer wordt (half)jaarlijks in een separate brief over de (half)jaarverantwoording van ProRail en de gerealiseerde prestaties geïnformeerd. Als er een aanleiding is, kan er gedeeltelijk worden overgegaan op inputsturing door middel van (verbeter-)programma’s onder de concessie. Hieronder wordt ingegaan op de door ProRail geleverde prestaties, de areaalgegevens, de gerealiseerde budgetten instandhouding en op het uitgesteld en achterstallig onderhoud.
Binnen het BKN spoor is veiligheid de belangrijkste randvoorwaarde voor spoorvervoer. Het is daarom van belang dat de geldende eisen en protocollen worden nageleefd en onveilige situaties direct worden hersteld. Indien geconstateerd wordt dat de veiligheid voor de gebruikers, eigen medewerkers en opdrachtnemers in het geding is, worden er direct maatregelen genomen om het gebruik van de infrastructuur weer binnen de geldende kaders te laten plaatsvinden. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn (tijdelijke) snelheidsverlagingen ter plaatse, (tijdelijke) gebruiksbeperkingen of fysieke infrastructuurondersteunende maatregelen.
Prestaties
De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatieindicatoren. Over de indicatoren met daarbij horende (streef)waarden worden prestatieafspraken gemaakt tussen IenW en ProRail, en hiervoor worden budgetten beschikbaar gesteld. De actuele prestatieafspraken met ProRail zijn terug te vinden in het (addendum op) het beheerplan van ProRail. De actuele prestaties zijn real-time in te zien op prestaties.prorail.nl. In 2025 heeft ProRail de prestaties gerealiseerd zoals opgenomen in Tabel 81.
KPI | Bodemwaarde1 | Streefwaarde | Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
Klantoordeel reizigersvervoerders | 6 | 7 | 7 |
Klantoordeel goederenvervoerders | 6 | 7 | 6 |
Reizigerspunctualiteit HRN (3 min.) (met NS)2 | 84,4% | ‒ | 85,5% |
Reizigerspunctualiteit HRN (10 min.) (met NS) | 94,5% | ‒ | 95,3% |
Betrouwbaarheid regionale series (3 min) | 90,7% | 93,7% | 90,5% |
Impactvolle verstoringen | 520 | 450 | 586 |
Bron: ProRail Jaarverslag 2025 |
Budgettair beeld netwerk ProRail
Het BKN spoor is het absolute minimum waarbij de instandhoudingsbehoefte en de beschikbare middelen op het Mobiliteitsfonds langjarig tot en met 2037 in balans zijn. Inmiddels is het BKN spoor beleidsneutraal verlengd tot en met 2040. Sinds de vaststelling van het BKN hebben zich exogene ontwikkelingen voorgedaan in wet- en regelgeving en zijn bepaalde risico's gematerialiseerd waar eerder geen rekening mee kon worden gehouden. Bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 heeft dit tot besluitvorming over aanvullende budgettaire kaders geleid. Dit is toegelicht in de voorjaarsnota 2026 (Kamerstuk 36 915 XII, nr. 2). In tabel 82 is het budget op het Mobiliteitsfonds voor instandhouding van het netwerk van ProRail t/m 2040 weergegeven.
Artikelonderdeel | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | 2035 | 2036 | 2037 | 2038 | 2039 | 2040 | 2026-2040 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdspoorweginfrastructuur | |||||||||||||||||
MF 13.02 | Exploitatie | 400.918 | 443.863 | 438.329 | 385.813 | 279.347 | 217.399 | 216.676 | 209.271 | 223.707 | 226.555 | 201.932 | 197.324 | 221.709 | 211.205 | 172.277 | 4.046.325 |
MF 13.02 | Onderhoud | 998.657 | 969.832 | 945.557 | 927.929 | 870.225 | 999.975 | 807.150 | 787.261 | 802.841 | 794.640 | 821.577 | 817.891 | 825.575 | 836.772 | 792.963 | 12.998.847 |
MF 13.02 | Vernieuwing | 1.002.384 | 1.227.231 | 1.213.362 | 1.163.798 | 1.071.266 | 1.224.476 | 1.137.671 | 1.091.045 | 1.084.478 | 884.946 | 996.232 | 1.102.800 | 1.344.956 | 1.355.763 | 1.224.161 | 17.124.570 |
MF 13.02 | Overige netwerkgebonden kosten | 736.030 | 824.254 | 702.202 | 660.726 | 608.512 | 526.097 | 524.173 | 541.698 | 542.455 | 534.588 | 507.286 | 525.920 | 539.005 | 549.373 | 526.336 | 8.848.654 |
MF 13.02 | Gebruiksheffing vervoerders | ‒ 477.585 | ‒ 485.241 | ‒ 494.019 | ‒ 502.428 | ‒ 490.091 | ‒ 490.207 | ‒ 489.321 | ‒ 489.353 | ‒ 489.353 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 488.939 | ‒ 7.341.230 |
Totaal budget Exploitatie, Onderhoud en Vernieuwing netwerk ProRail | 2.660.404 | 2.979.938 | 2.805.431 | 2.635.838 | 2.339.260 | 2.477.740 | 2.196.349 | 2.139.922 | 2.164.129 | 1.951.790 | 2.038.088 | 2.154.997 | 2.442.306 | 2.464.176 | 2.226.799 | 35.677.167 |
Scherpe keuzes
In het coalitieakkoord wordt voor het beheer en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties aanvullend € 1,1 miljard per jaar beschikbaar gesteld voor de jaren 2031 t/m 2035. Vanaf 2036 is structureel aanvullend € 500 miljoen per jaar beschikbaar. Met dit aanvullende budget is het mogelijk om een aantal urgente knelpunten binnen de instandhoudingsopgave op te pakken.
Ondanks deze beschikbaar gestelde middelen, is de totale instandhoudingsopgave binnen de looptijd van de fondsen niet betaalbaar en niet uitvoerbaar. Scherpe keuzes zijn dus nodig. Het ministerie van IenW heeft in 2026 een afweegkader op fondsniveau aan de Tweede Kamer aangeboden. Hoewel de instandhouding van de basisinfrastructuur daarbij voorop staat, moet er ook binnen de instandhoudingsopgave worden geprioriteerd. De motie van de leden De Hoop en Wiersma (kamerstuk 2025-2026, 36 915 XII, nr. 12) wordt beantwoord in de kamerbrief over het afweegkader en/of de staat van de infra.
Vooruitlopend op de herprioritering op de fondsen heeft het kabinet besloten om een totaalbedrag van € 1,1 miljard in 2031 vanuit de Aanvullende Post over te boeken naar het MF en DF. De overheveling is nodig zodat IenW genoeg ruimte heeft om begin 2027, vooruitlopend op Voorjaarsnota 2027, voor verschillende urgente instandhoudingsprojecten verplichtingen aan te gaan. Eventuele benodigde kasschuiven worden betrokken bij Voorjaarsnota 2027. Van de € 1,1 miljard gaat € 715 miljoen naar RWS ten behoeve van het basiskwaliteitsniveau RWS (€ 363 miljoen) en Vernieuwing (€ 352 miljoen). Het andere deel van € 385 miljoen gaat naar ProRail ten behoeve van de vervanging ICT-systeem Donna (€ 88 miljoen), de brandblusvoorziening op Kijfhoek (€ 45 miljoen), de inbeheername van de HSL (€ 75 miljoen) en het basiskwaliteitsniveau Spoor (€ 177 miljoen). De verdeling van voornoemde nieuwe middelen uit het coalitieakkoord in de periode 2032-2035 loopt mee in het afweegkader en wordt bij de Voorjaarsnota 2027 verwerkt. Na afronding van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Exploitatie, onderhoud en vernieuwing van infrastructuur wordt een besluit genomen over de overheveling van de middelen vanaf 2036.
3. DBFM
Een deel van de instandhouding van de netwerken gebeurt via DBFM-contracten (Design-Build-Finance-Maintain). Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een Rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg, sluis, dijk of spoorweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het ontwikkelingsbudget, (ii) het beschikbare exploitatie en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.
Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM-contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten ontwikkel- en exploitatie en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd. De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit ontwikkeling en exploitatie en onderhoud (incl. areaalgroei) worden overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zogenaamde financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infrastructuur binnen het DBFM-contract zijn dezelfde als die aan RWS worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere exploitatie en onderhoud van RWS. De mutaties tussen het exploitatie-, onderhoud- en vernieuwingsartikel (voor wegen artikelonderdeel 12.02, vaarwegen artikelonderdeel 15.02, voor het hoofdwatersysteem artikel 3.02) en het DBFM artikel (voor wegen artikelonderdeel 12.04, vaarwegen artikelonderdeel 15.04, voor het hoofdwatersysteem artikel 4.02) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract wordt het exploitatie- en onderhoudsdeel weer aan de reguliere exploitatie- en onderhoudsbudgetten van RWS toegevoegd. In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten DBFM-contracten zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten is het genoemde exploitatie- en onderhoudsbudget (per jaar) ingezet. Dit komt na afloop van het DBFM-contract weer beschikbaar tegen het dan geldende prijspeil.
In tabel 83 is een overzicht van de DBFM projecten weergegeven.
Project | Areaalinformatie | Einde DBFM-contract | Uitgenomen BenO-budget/jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|
Hoofdwegennet | Baanlengte1 | Grote kunstwerken | Wegconfiguratie in M-fase | ||
A12 Lunetten–Veenendaal | 65 km | 2x4, 2x3 | 2033 | 5,9 mln. | |
A10 Tweede Coentunnel | 39 km | 1ste en 2de Coentunnel | 2x3+2x2, 2x4 | 2037 | 12,0 mln. |
N33 Assen–Zuidbroek | 105 km | 2x2 | 2034 | 2,8 mln. | |
A15 Maasvlakte–Vaanplein | 129 km | nieuwe Botlekbrug, Thomassentunnel, Botlektunnel | 2x3+2x2, 2x3, 2x2 | 2035 | 31,7 mln. |
A1/A6 Diemen–Almere Havendreef (SAA) | 72 km | Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug | 2x5+2, 2x4+2 | 2042 | 11,9 mln. |
A12 Veenendaal–Ede–Grijsoord | 50 km | 2x3 | 2032 | 2,2 mln. | |
A9 Holendrecht–Diemen (Gaasperdammerweg, SAA) | 41 km | Gaasperdammer-tunnel | 2x5+1 | 2038 | 14,2 mln. |
N18 Varsseveld Enschede | 70 km | 2x2+2x1 | 2043 | 1,8 mln. | |
A27/A1 Utrecht Noord - knpt. Eemnes - Bunschoten | 53 km | 2x3+2x4 | 2043 | 3,9 mln. | |
A6 Almere (SAA) | 39 km | 2x5 | 2039 | 3,3 mln. | |
A24 Blankenburgverbinding | 35 km | Maasdeltatunnel, Hollandtunnel | 2x3 | 2044 | 10,1 mln. |
A16 Rotterdam | 37 km | Rottemerentunnel | 2x2+2x3 | 2044 | 7,2 mln. |
A9 Badhoevedorp – Holendrecht (Amstelveen) | 52 km | Verbrede Schipholbrug, tunnelbakken verdiepte ligging | 2x4+1 | 2040 | 2,6 mln. |
A15/A12 Ressen - Oudbroeken (ViA15) | 87 km | Brug over het Pannerdensch kanaal | 2x3 + 2x2 | 2051 | 9,6 mln. |
Hoofdvaarwegennet | Vaarweglengte | Grote kunstwerken | |||
Keersluis Limmel | Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis | 2048 | 0,4 mln. | ||
Beatrixsluis 3e Kolk | 4 km | Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal | 2046 | 2,8 mln. | |
Zeetoegang IJmond | Nieuwe zeesluis en sluiseilanden | 2045 | 2,5 mln. | ||
Sluis Eefde | Nieuwe schutsluis inclusief onderhoud voorhavens (bestaande schutsluis tot 2021) | 2047 | 1,0 mln. | ||
Hoofdwatersysteem | Grote kunstwerken | ||||
Afsluitdijk | Afsluitdijk, spuicomplexen en keringen Den Oever en Kornwerderzand | 2047 | 9,3 mln. | ||
Hoofdspoorweginfrastructuur | Spoorweglengte | Grote kunstwerken | |||
HSL | 85 km | Tunnel Groene Hart, Doorgaand Spoorviaduct Bleiswijk, Tunnel Rotterdam Noord, Tunnel Oude Maas, Tunnel Dordtse Kil, Brug Hollands Diep | 2031 | N.v.t. | |
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023-2024, Kamerstuk 29 385, nr. 139
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, Kamerstuk 29 385, nr. 143
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, Kamerstuk 36 800 A, nr. 9
Bijlage 4: Tol
Scope
Vanwege budgettaire uitdagingen in het Mobiliteitsfonds is er in het verleden besloten dat er op de A24/Blankenburgverbinding en op de ViA15 tol wordt geheven. Zonder tolheffing was er onvoldoende financiële dekking voor de aanleg van deze verbindingen. Met de tolheffing wordt een opgave gedekt van € 416 miljoen voor de A24/Blankenburgverbinding en € 376 miljoen voor de ViA15 (bedragen in prijspeil 2026 en in contante waarde). De tol is tijdelijk en wordt beëindigd als deze opgaves, plus de invoerings- en exploitatiekosten van tolheffing, zijn voldaan.
Op 7 december 2024 is de A24/Blankenburgverbinding geopend. De ViA15 is momenteel in aanleg en wordt naar verwachting eind 2031 opengesteld voor verkeer.
De tolheffing op de A24 en de ViA15 vindt plaats op een basis van een free flowtolsysteem. De weggebruiker hoeft tijdens de rit niet bij een tolplein te stoppen om te betalen. In plaats daarvan worden voertuigen geregistreerd via automatische nummerplaatherkenning en vindt betaling separaat plaats. De houder (de kentekenhouder van het voertuig) moet voor deze betaling zelf actie ondernemen. Hiervoor zijn twee opties:
– De eerste optie is om een dienstverleningsovereenkomst te sluiten met een private dienstaanbieder, waarmee tolbetalingen automatisch plaatsvinden. Dat biedt gebruiksgemak voor de weggebruiker.
– De tweede optie is een betaling via de website www.e-tol.nl. Indien de betaling via deze website niet binnen 72 uur na passage plaatsvindt, ontvangt de houder van het voertuig een betalingsherinnering. Met ingang van 7 december 2025 zijn hier voor de gebruiker van de A24 administratiekosten van € 9 aan verbonden. Als de herinnering niet tijdig voldaan is ontvangt de houder een bestuurlijke boete, eventueel gevolgd door aanmaningen hierop.
De Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15 bevat het wettelijk kader om op beide verbindingen tol te heffen.
Tijdelijke tolheffing wordt door het ministerie van IenW samen met de uitvoeringsorganisaties RDW, CJIB, RWS en ILT onder de naam e-TOL uitgevoerd. De RDW is de centrale uitvoeringsorganisatie en stuurt de andere betrokken uitvoeringsorganisaties aan.
Specificatie uitgaven en ontvangsten
Onderstaande tabellen laten de verwachte totale uitgaven en ontvangsten voor de tolheffing op de A24 en de ViA15 zien tot en met 2034. De uitgaven betreffen de uitgaven voor exploitatie van het tolsysteem op beide verbindingen. Onderdeel van de uitgaven voor de ViA15 zijn ook de uitgaven voor invoering van het tolsysteem. De ontvangsten uit tolheffing zijn het totaal van de ontvangsten uit de tolgelden, plus de ontvangsten uit betalingsherinneringen en uit bestuurlijke boetes.
Deze ramingen volgen uit de basecase TTH. Dit is een rekenmodel dat de kosten en opbrengsten van tijdelijke tolheffing raamt en dat in eigendom is van de bij tijdelijke tolheffing betrokken organisaties (DGMo, RDW, CJIB, RWS en ILT) en waarvan het beheer bij DGMo ligt.
De ramingen van de ontvangsten uit tolheffing zijn gegeven de prille periode van tolheffing nog volledig gebaseerd op veronderstellingen over het verwachte gebruik en betaalgedrag van de weggebruiker voorafgaand aan de start van de tolheffing op de A24. Dit maakt dat het nu nog te vroeg is om conclusies te trekken over de verwachte termijn van tolheffing.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Uitgaven tolheffing | 34.500 | 29.249 | 27.442 | 27.447 | 27.697 | 27.788 | 21.738 | 25.046 | 25.045 |
Bruto ontvangsten | 137.768 | 75.975 | 62.517 | 63.566 | 64.641 | 64.852 | 64.899 | 65.198 | 65.408 |
N.B. De verwachte ontvangsten van € 137,8 miljoen in 2026 betreft verwachte ontvangsten voor 2026 inclusief het bij Voorjaarsnota 2026 doorgeschoven bedrag van € 49,7 miljoen van niet-gerealiseerde ontvangsten in 2025.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Uitgaven tolheffing | 1.237 | 2.056 | 2.056 | 25.366 | 24.996 | 27.566 | 21.656 | 29.226 | 28.199 |
Bruto ontvangsten | 33 | 56 | 56 | 686 | 4.778 | 46.469 | 58.023 | 44.389 | 39.518 |
N.B. De ViA15 opent naar verwachting eind 2031. De ontvangstenraming gaat nog uit van openstelling eind 2030. Bij indexatie van uitgaven en ontvangsten van prijspeil 2025 naar 2026 zijn per abuis tolontvangsten op de ViA15 in de periode 2026-2029 verondersteld. Dit wordt gecorrigeerd bij de Voorjaarsnota.
Bij Najaarsnota 2026 worden de uitgaven en ontvangsten van 2026 integraal bezien op basis van de actuele cijfers van het gebruik en het betaalgedrag van de A24. Bij de Voorjaarsnota 2027 worden uitgaven en ontvangsten meerjarig bezien.
Opbouw verwachte ontvangsten tijdelijke tolheffing
Onderstaande tabellen laten in meer detail de opbouw van de verwachte ontvangsten voor de tolheffing op de A24 en de ViA15 tot en met 2034 zien, inclusief de indicatoren hierbij:
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal passages (#) | 18.055 | 18.362 | 18.674 | 18.991 | 19.314 | 19.386 | 19.457 | 19.528 | 19.599 |
Ontvangsten uit tijdige tolbetalingen (€) | 33.671 | 35.711 | 37.866 | 38.502 | 39.153 | 39.269 | 39.287 | 39.457 | 39.573 |
Aantal verzonden betalingsherinneringen (#) | 2.760 | 2.014 | 1.237 | 1.258 | 1.279 | 1.284 | 1.289 | 1.294 | 1.299 |
Ontvangsten uit betalingsherinneringen (€) | 21.156 | 15.463 | 9.546 | 9.706 | 9.871 | 9.907 | 9.918 | 9.968 | 10.004 |
Aantal verzonden bestuurlijke boetes (#) | 675 | 492 | 302 | 307 | 313 | 314 | 315 | 316 | 317 |
Ontvangsten uit bestuurlijke boetes (€) | 33.203 | 24.800 | 15.104 | 15.358 | 15.617 | 15.676 | 15.694 | 15.774 | 15.832 |
Totaal bruto-ontvangsten (€) | 137.768 | 75.975 | 62.517 | 63.566 | 64.641 | 64.852 | 64.899 | 65.198 | 65.408 |
N.B. Aantal verzonden boetes exclusief aanmaningen; opbrengsten uit bestuurlijke boetes inclusief aanmaningen.
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | 2032 | 2033 | 2034 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Aantal passages (#) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 2.258 | 10.308 | 11.352 | 10.437 | 10.828 |
Ontvangsten uit tijdige tolbetalingen (€) | 4.170 | 24.545 | 23.636 | 23.414 | 25.213 | ||||
Aantal verzonden betalingsherinneringen (#) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 481 | 1.992 | 1.708 | 1.035 | 706 |
Ontvangsten uit betalingsherinneringen (€) | 608 | 2.270 | 13.248 | 8.124 | 5.586 | ||||
Aantal verzonden bestuurlijke boetes (#) | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | 118 | 487 | 417 | 253 | 172 |
Ontvangsten uit bestuurlijke boetes (€) | ‒ | 19.654 | 21.139 | 12.851 | 8.719 | ||||
Totaal bruto-ontvangsten (€) | 33 | 56 | 56 | 686 | 4.778 | 46.469 | 58.023 | 44.389 | 39.518 |
N.B. Aantal verzonden boetes exclusief aanmaningen; opbrengsten uit bestuurlijke boetes inclusief aanmaningen.
Bijlage 5: Lijst van afkortingen
Afkorting | |
|---|---|
AOV | Achterstallig Onderhoud Vaarwegen |
AMvB | Algemene Maatregel van Bestuur |
APB | Activiteitenplan en Begroting |
ATB-Vv | Automatische Treinbeïnvloeding – Verbeterde versie |
BBV | Blankenburgverbinding |
BCF | Btw-compensatiefonds |
BenO | Beheer en onderhoud |
BKN | Basiskwaliteitsniveau |
BNG | Betalen naar gebruik |
BO MIRT | Bestuurlijk overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport |
BRG | Bestaand Rotterdams Gebied |
BroNs | Brandweer op Noordzee |
BZK | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
CA | Coalitieakkoord |
CID | Central Innovation District |
CJIB | Centraal Justitieel Incassobureau |
CZSK | Commando Zeestrijdkrachten |
DBFM | Design, Build, Finance and Maintain |
DF | Deltafonds |
DLP | Defensie Lifecycle Plan |
DMO | Defensiematerieelorganisatie |
DUMO | Duurzame Mobiliteit |
DVM | Dynamisch Verkeersmanagement |
EOV | Exploitatie, onderhoud en vernieuwing |
EPK | Externe productiekosten |
ERTMS | European Rail Traffic Management System |
ETV | Emergency Towing Vessels |
EU | Europese Unie |
EZ | Ministerie van Economische Zaken |
FES | Fonds Economische Structuurversterking |
FIN | Ministerie van Financiën |
GF | Gemeentefonds |
GIV-PPS | Geïntegreerde contractvorm - Publick Private Samenwerking |
HBR | Havenbedrijf Rotterdam |
HLA | Hoofdlijnenakkoord |
HOV | Hoogwaardig openbaar vervoer |
HRN | Hoofdrailnet |
HSL | Hogesnelheidslijn |
HVWN | Hoofdvaarwegennet |
HWN | Hoofdwegennet |
HXII | beleidsbegroting XII Ministerie van Infrastructuur en waterstaat |
IBO | Interdepartementaal Beleidsonderzoek |
IenW | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat |
ILT | Inspectie Leefomgeving en Transport |
IMA | Integrale Mobiliteitsanalyse |
IRM | Integraal Riviermanagement |
JIVC | Joint Informatievoorziening Commando |
KGG | Ministerie van Klimaat en Groene Groei |
KM | Koninklijke Marine |
KNRM | Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij |
KPI | Kernprestatie indicatoren |
KWC | Kustwachtcentrum |
LCC | Life Cycle Costs |
LVVN | Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur |
LTSa | Lange Termijn Spooragenda |
LVO | Landelijk Verbeterprogramma Overwegen |
MF | Mobiliteitsfonds |
MIRT | Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport |
MJPG | Meerjarenprogramma Geluidsanering |
MOC | Maritiem Operatie Centrum |
NaNov | Na Noord-Oostelijke Verbinding |
NDW | Nationaal Dataportaal Wegverkeergegevens |
NoMo | Nota Mobiliteit |
NOVEX | Nationale Omgevingsvisie Extra |
NOVI | Nationale Omgevingsvisie |
NS | Nederlandse Spoorwegen |
NSL | Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit |
NSP | Nieuwe Sleutelprojecten |
NST | Nieuwe Sluis Terneuzen |
NUTW | Nog uit te voeren werk |
NVGS | Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen |
NVWA | Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit |
OCW | Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap |
OV | Openbaar Vervoer |
OV SAAL | Openbaar Vervoer Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad |
OVS | Openbaar Vervoer en Spoor |
OVT | Openbaar Vervoer Terminal |
PB | Projectbesluit |
PEGA | Parlementaire Enquêtecommissie aardgaswinning Groningen |