Base description which applies to whole site

III Algemene Zaken

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 112,7

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 9,6

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister-President, Minister van Algemene ZakenR.A.A.Jetten

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Algemene Zaken (AZ), het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda

  • Beleidsartikel

  • Begroting agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

  • Kabinet van de Koning (KvdK)

  • Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

  • Bijlagen

Voor wat betreft het verstrekken van beleidsinformatie wordt opgemerkt dat de begroting van AZ, gelet op de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, beperkt aanknopingspunten biedt tot het verstrekken van beleidsinformatie. Dit neemt niet weg, dat in de AZ-begroting ieder jaar zo goed en zo concreet als mogelijk inzicht wordt gegeven in de activiteiten. Waar mogelijk en zinvol zijn deze gevat in output-indicatoren. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften, exclusief het voorschrift voor een centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven maken – met instemming van de Minister van Financiën – onderdeel uit van de programma-artikelen.

2. Beleidsagenda

2.1 Ministerie van Algemene Zaken

In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Algemene Zaken (AZ) voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s is van belang om weloverwogen keuzes te kunnen maken. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van het kabinet zijn opgenomen onder 2.3 in tabel 1 en 2. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstukken II 2025/26, 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken. De hoofddoelen en risico’s zijn nader uitgewerkt bij beleidsartikel 1 van het ministerie van AZ, met daarbij ook nadere toelichting op de voornemens op dat specifieke beleidsterrein.

2.2 Beleidsprioriteiten

Voor het ministerie van Algemene Zaken (AZ) en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal. Het coalitieakkoord is hierbij leidend.

Meer in het bijzonder zijn voor AZ, gezien de portefeuille van de Minister-President in algemene zin, de volgende onderwerpen relevant.

Veiligheid

Veiligheid en een weerbare samenleving zijn topprioriteiten die in de komende periode van het grootste belang zullen blijven. Het dreigingsniveau terrorisme blijft op het één na hoogste niveau, hetgeen betekent dat er een reële kans is dat er een aanslag plaatsvindt in Nederland. Dat vereist niet alleen doortastend handelen bij zich aandienende dreigingen, ook wordt in veiligheid en weerbaarheid geïnvesteerd. Naast terroristische dreiging en dreigingen van statelijke actoren is de zware, georganiseerde misdaad een acute, ondermijnende dreiging die grote impact heeft op de samenleving. Daarnaast nemen digitale dreigingen toe: van cyberaanvallen al dan niet vanuit statelijke actoren tot online radicalisering van jongeren. Ook dreigingen op het gebied van kennisveiligheid en economische veiligheid vragen om grotere weerbaarheid van ons land. Het gaat hier om een samenspel van nationale en internationale ontwikkelingen dat, ook vanwege technologische ontwikkelingen, in complexiteit toeneemt en waarvan de impact rechtstreeks en ingrijpend is.

Internationale conflicten zijn direct verweven met de situatie in Nederland en de nationale veiligheid. De internationale verhoudingen veranderen in hoog tempo. Aan de Europese buitengrens woedt de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. De oorlog in het Midden-Oosten heeft wereldwijd grote gevolgen, die op diverse manieren in Nederland voelbaar is. Bovendien hebben we in Nederland op dagelijkse basis te maken met hybride dreigingen. De onvoorspelbaarheid van geopolitieke ontwikkelingen met een direct gevolg voor de Nederlandse en Europese veiligheid is daardoor snel toegenomen.

Het is noodzakelijk dat Nederland is voorbereid op de toename aan hybride, militaire en terroristische dreigingen. De weerbaarheid van Nederland moet daarom op verschillende gebieden versterkt worden. Daarom investeert Nederland fors in de krijgsmacht en de veiligheidsketen en werkt Nederland voor strategische producten of systemen aan het afbouwen van eenzijdige afhankelijkheden. Ook de weerbaarheid van de samenleving en individuele burgers wordt versterkt door een combinatie van nationale- en lokale activiteiten.

AZ draagt verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het werk van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Een belangrijk onderdeel van de coördinatie is de voorbereiding en actueel houden van de geïntegreerde aanwijzing voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V), waarin de onderzoeksprioriteiten voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten worden vastgesteld. In 2026 vindt de vierjaarlijkse grote herziening van de GA I&V plaats, waarbij ook de methodiek wordt geactualiseerd.

In lijn met het coalitieakkoord wordt gewerkt aan een dreigingsgerichte en techniek neutrale wet voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om – in het licht van het brede en zorgwekkende dreigingsbeeld – wendbaar en effectief op te kunnen treden als de dreiging hierom vraagt. Hierbij horen ook nieuwe waarborgen. De aanbieding van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer is voorzien voor de eerste helft van 2027.

AZ heeft als coördinator ook een rol als aanjager van overleggen over veiligheidsrelevante ontwikkelingen, zowel nationaal als internationaal. De geopolitieke verhoudingen zijn aan grote veranderingen onderhevig, waarbij van een nieuwe balans vooralsnog geen sprake is. Tegen die achtergrond is het functioneren van de in 2022 opgerichte Nationale Veiligheidsraad (NVR) steeds centraler geworden in het bepalen van de koers die Nederland in dit krachtenveld aanhoudt. Dat gebeurt in aanvulling op de Raad Veiligheid en Inlichtingen (RVI) en de Raad Defensie en Internationale, Nationale en Economische Veiligheid (RDINEV). De meerwaarde van de NVR is gelegen in strategische en verdiepende multidisciplinaire analyses, die inmiddels meermaals en over diverse thema’s plaatsgevonden hebben.

Buitenland

Internationale samenwerking is voor Nederland essentieel voor de veiligheids- en economische belangen. Daarvoor zijn een stabiele wereldorde, goed functionerende multilaterale instellingen, de rechtsstaat, mensenrechten en verduurzaming belangrijke randvoorwaarden. Tegen de achtergrond van de geopolitieke ontwikkelingen zet Nederland in op een proactieve inzet in de VN, de NAVO, de EU en in andere multi- en bilaterale samenwerkingsverbanden. Gelijkgestemde landen zullen zich meer moeten verenigen voor het versterken van democratische krachten, het beschermen van de open wereldeconomie en het bevorderen van de internationale rechtsorde.

De Russische agressieoorlog in Oekraïne is de grootste directe veiligheidsdreiging voor Europa en daarmee Nederland. We gaan door met de militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne. Oekraïne vecht ook voor onze veiligheid en vrijheid. Na een eventueel bestand blijft steun nodig, zodat Oekraïne toekomstige agressie kan afschrikken en weerstaan. Nederland speelt een centrale rol bij het streven naar gerechtigheid voor Oekraïne.

De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. Nederland neemt verantwoordelijkheid binnen de NAVO door een betrouwbaar bondgenoot te zijn en politiek en militair actief bij te dragen aan de kracht van het bondgenootschap. Tegelijkertijd zijn onze toekomst en welvaart onlosmakelijk verbonden met een sterk Europa. Daarom zet Nederland in op een sterk Europa binnen de NAVO. Dit gebeurt in de overtuiging dat dit belangrijk is voor de Europese veiligheid, maar daarbij ook essentieel is voor een krachtig en toekomstbestendige NAVO. 

Bij veel van de vraagstukken waar Nederland de komende periode voor staat, speelt de EU blijvend een essentiële rol. Denk aan een sterke Europese economie, strenger migratiebeleid, en interne veiligheid en defensie. Daarom moet Europa verder investeren in de eigen veiligheid, waarmee het Europese domein binnen de NAVO ook verder wordt versterkt. Samenwerking om de Europese defensie-industrie te versterken om risicovolle afhankelijkheden af te bouwen is essentieel. Ook dient de Europese economische kracht te worden versterkt door middel van investeringen in innovatie, AI en technologie ten behoeve van het Europese concurrentievermogen.

Voor al deze uitdagingen geldt dat een handelingsbekwame Unie van groot belang is. Sterke lidstaten zijn de basis van een sterke Unie. Voor een versterking van de economie, de handel en werkgelegenheid is het voltooien van de interne markt en de kapitaalmarktunie essentieel. Verduurzaming en digitalisering moeten gepaard gaan met het wegnemen van obstakels en versimpeling van wetgeving waar dat mogelijk is. Daarnaast is van belang dat overheidsfinanciën gezond zijn en schulden houdbaar blijven. Voor Nederland staat als een paal boven water dat goed bestuur en de democratische rechtsstaat stevig verankerd dienen te zijn in de lidstaten en de instellingen, en dat lidstaten de gemaakte afspraken nakomen.

Tegen deze achtergrond zal Nederland zich ervoor blijven inzetten dat in Europees verband voortgang wordt geboekt op de eigen prioriteiten. Het gaat daarbij om het realiseren van de EU als krachtige geopolitieke actor, als hoeder van de rechtsstaat, en als sterke economische en concurrerende speler op het wereldtoneel. Binnen deze agenda zijn een slagvaardige migratieaanpak, een toekomstgerichte agenda voor veiligheid, een sterke en duurzame economie, een effectief klimaatbeleid, digitalisering, defensie-industriebeleid en een EU die de eigen belangen en waarden verdedigt in de wereld belangrijke thema’s. Tegen die achtergrond dient wat Nederland betreft de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie gestoeld te zijn op scherpe keuzes, prioritering en modernisering, voor een toekomstbestendig en waardengedreven begroting. Daarbij zal Nederland, als export-georiënteerd land, de samenwerking blijven zoeken met derde landen, zoals de VS en het VK. Nederland zal eveneens aandacht blijven vragen voor betere regelgeving, een efficiënte begroting en het functioneren van de EU, zowel wat betreft de instellingen als de lidstaten, zodat concrete resultaten kunnen worden geboekt.

2.3 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 1 Belangrijkste uitgavenmutaties bij AZ t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

102.594

100.797

98.741

96.855

96.855

96.855

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting 2026

 

2.887

2.670

2.119

‒ 389

‒ 3.860

‒ 3.915

Mutaties coalitieakkoord

       

1) Efficiencytaakstelling coalitieakkoord

1

0

‒ 191

‒ 379

‒ 919

‒ 1.445

‒ 1.445

2) Maatregel vernieuwing rijksdienst coalitieakkoord

1

0

0

0

‒ 1.955

‒ 4.899

‒ 4.899

Belangrijkste suppletoire mutaties

       

3) Loon-en prijsbijstelling 2026

1

1.586

1.561

1.190

1.142

1.141

1.084

4) Loon-en prijsbijstelling toedeling naar KvdK

1

‒ 31

‒ 31

‒ 27

‒ 27

‒ 27

‒ 26

5) Loon-en prijsbijstelling toedeling naar CTIVD

1

‒ 40

‒ 40

‒ 36

‒ 30

‒ 30

‒ 29

6) Oprichting Bureau Bestuursraad Rijk (BBR)

1

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

7) Eindejaarsmarge (EJM) 2025

1

1.006

0

0

0

0

0

8) Uitdeling EJM 2025 naar KvdK

1

‒ 33

0

0

0

0

0

9) Aanwending EJM 2025 voor CTIVD

1

‒ 900

0

0

0

0

0

10) Overige overboekingen met andere begrotingen

1

‒ 101

‒ 29

‒ 29

0

0

0

Begroting 2027

 

55

106

‒ 538

‒ 460

591

‒ 701

1) Loonbijstelling CAO rijk 2026

1

193

190

188

184

184

184

2) Loonbijstelling CAO rijk 2026 uitdeling naar KvdK

1

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

‒ 9

3) Loonbijstelling CAO rijk 2026 uitdeling naar CTIVD

1

‒ 12

‒ 12

‒ 12

‒ 10

‒ 10

‒ 10

4) Aandeel AZ in RA-envelopppe Nationale Veiligheid

1

0

0

275

363

462

550

5) Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid

1

0

0

‒ 942

‒ 951

0

0

6) Aanvullende taakstelling Rijk

1

0

0

0

0

0

‒ 961

7) Overige overboekingen met andere begrotingen

1

‒ 117

‒ 63

‒ 38

‒ 37

‒ 36

‒ 455

Stand ontwerpbegroting 2027

 

105.536

103.573

100.322

96.006

93.586

92.239

Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026

  • 1. Dit is de verwerking van de efficiencytaakstelling zoals afgesproken in het coalitieakkoord.

  • 2. Dit is de verwerking van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord.

  • 3. De loon-en prijsbijstelling 2026.

  • 4. De doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling naar het KvdK.

  • 5. De doorverdeling van de loon-en prijsbijstelling naar de CTIVD.

  • 6. In 2026 en verder dragen de departementen € 1,4 miljoen bij voor de financiering oprichten Bureau Bestuursraad Rijk (BBR).

  • 7. De eindejaarsmarge 2025.

  • 8. De uitdeling van de eindejaarsmarge 2025 naar KvdK.

  • 9. De aanwending van de eindejaarsmarge 2025 voor de extra exploitatiekosten nieuwe huisvesting CTIVD in 2027.

  • 10. Dit is het saldo van diverse overboekingen van de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ).

Toelichting mutaties begroting 2027

  • 1. De loonbijstelling van het CAO rijk van 2026.

  • 2. De doorverdeling van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar het KvdK.

  • 3. De doorverdeling van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar de CTIVD.

  • 4. Het aandeel van AZ in de RA-enveloppe Nationale Veiligheid ten behoeve van de CTIVD en TIB.

  • 5. In het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Dit betekent voor AZ een ombuiging voor de jaren 2028 (€ 0,9 miljoen) en 2029 (€ 0,9 miljoen).

  • 6. Het kabinet heeft besloten tot een aanvullende taakstelling Rijk voor de jaren 2031 tot en met 2035.

  • 7. Dit is het saldo van diverse overboekingen van de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken (AZ).

Tabel 2 Belangrijkste ontvangstenmutaties bij AZ t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

6.334

5.794

5.894

5.994

5.994

5.994

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting 2026

 

22

22

22

‒ 136

‒ 356

‒ 356

Mutaties coalitieakkoord

       

1) Efficiencytaakstelling coalitieakkoord

1

0

0

0

‒ 34

‒ 68

‒ 68

2) Maatregel vernieuwing rijksdienst coalitieakkoord

1

0

0

0

‒ 124

‒ 310

‒ 310

Belangrijkste suppletoire mutaties

       

3) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling RVD/CKH 2026

1

11

11

11

11

11

11

4) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting prijsbijstelling RVD/CKH 2026

1

11

11

11

11

11

11

Begroting 2027

 

239

239

182

180

239

179

1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting uitbreiding formatie CKH

1

234

234

234

234

234

234

2) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling CAO rijk 2026 CKH

1

5

5

5

5

5

5

3) Versnellen taakstelling vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid

1

0

0

‒ 57

‒ 59

0

0

4) Aanvullende taakstelling Rijk

1

0

0

0

0

0

‒ 60

Stand ontwerpbegroting 2027

 

6.595

6.055

6.098

6.038

5.877

5.817

Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026

  • 1. Dit is de verwerking van de efficiencytaakstelling zoals afgesproken in het coalitieakkoord.

  • 2. Dit is de verwerking van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord

  • 3. Dit betreffen technische ontvangstenmutaties als gevolg van de doorbelasting van de loonbijstelling 2026.

  • 4. Dit betreffen technische ontvangstenmutaties als gevolg van de doorbelasting van de prijsbijstelling 2026.

Toelichting mutaties begroting 2027

  • 1. De doorbelasting van de uitbreiding van de formatie van CKH als onderdeel van de Rijksvoorlichtingsdienst. Het bedrag is bij de eerste suppletoire begroting doorverdeeld binnen het budget Rijksvoorlichtingsdienst Communicatie Algemeen Regeringsbeleid naar Communicatie Koninklijk Huis.

  • 2. De ontvangsten als gevolg van de doorbelasting van de loonbijstelling CAO rijk 2026 naar CKH.

  • 3. In het coalitieakkoord is afgesproken dat een taakstelling wordt doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt versneld ingevoerd. Dit betekent dat de ontvangsten voor de jaren 2028 en 2029 lager uitvallen.

  • 4. Kabinet heeft besloten tot een aanvullende taakstelling Rijk voor de jaren 2031 tot en met 2035.

Kabinet van de Koning (IIIB)

Tabel 3 Belangrijkste uitgavenmutaties bij KvdK t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

3.416

3.416

3.416

3.416

3.416

3.416

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting 2026

 

64

31

27

27

27

26

1) Loonbijstelling KvdK 2026

1

18

18

18

18

18

18

2) Prijsbijstelling KvdK 2026

1

13

13

9

9

9

8

3) Eindejaarsmarge KvdK 2025

1

33

0

0

0

0

0

Begroting 2027

 

9

9

9

9

9

9

1) Loonbijstelling CAO rijk 2026 KvdK

1

9

9

9

9

9

9

Stand ontwerpbegroting 2027

 

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026

  • 1. De tranche 2026 van de loonbijstelling, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.

  • 2. De tranche 2026 van de prijsbijstelling, inclusief die voor KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De prijsbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.

  • 3. Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025.

Toelichting mutaties begroting 2027

  • 1. De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor het KvdK is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van het KvdK.

Tabel 4 Belangrijkste ontvangstenmutaties bij KvdK t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

Stand begroting 2026 (inclusief NvW)

 

3.416

3.416

3.416

3.416

3.416

3.416

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting 2026

 

64

31

27

27

27

26

1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling KvdK 2026

1

18

18

18

18

18

18

2) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting prijsbijstelling KvdK 2026

1

13

13

9

9

9

8

3) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting eindejaarsmarge KvdK 2025

1

33

0

0

0

0

0

Begroting 2027

 

9

9

9

9

9

9

1) Ontvangsten a.g.v. doorbelasting loonbijstelling CAO rijk 2026 KvdK

1

9

9

9

9

9

9

Stand ontwerpbegroting 2027

 

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026Dit betreft technische mutaties die in het kader van de doorbelasting naar de begroting van de Koning (I) tot ontvangsten leiden op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.

Toelichting mutaties begroting 2027

De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het Kabinet van de Koning (KvdK) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. Deze loonbijstelling heeft in het kader van de doorbelasting naar de begroting van de Koning (I) tot ontvangsten geleid op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

Tabel 5 Belangrijkste uitgaven mutaties bij CTIVD t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

Vastgestelde begroting 2026

 

4.701

4.682

4.671

3.729

3.729

3.729

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting 2025

 

40

940

36

30

30

29

1) Loonbijstelling CTIVD 2026

1

27

27

27

21

21

21

2) Prijsbijstelling CTIVD 2026

1

13

13

9

9

9

8

3) Aanwending EJM 2025 voor 2027

1

0

900

0

0

0

0

Begroting 2027

 

12

12

12

10

10

10

1) Loonbijstelling CAO rijk 2026 CTIVD

1

12

12

12

10

10

10

Stand ontwerpbegroting 2027

 

4.753

5.634

4.719

3.769

3.769

3.768

Toelichting mutaties eerste suppletoire begroting 2026

  • 1. De tranche 2026 van de loonbijstelling, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.

  • 2. De tranche 2026 van de prijsbijstelling, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De prijsbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.

  • 3. De aanwending van de eindejaarsmarge 2025 van AZ voor de extra exploitatiekosten nieuwe huisvesting CTIVD in 2027.

Toelichting mutaties begroting 2027

  • 1. De tranche van de loonbijstelling van het CAO rijk 2026, inclusief die voor het KvdK en de CTIVD, is toegevoegd aan de begrotingsstaat van AZ. De loonbijstelling voor de CTIVD is vanuit de begroting van AZ doorverdeeld naar de begrotingsstaat van de CTIVD.

2.4 Openbaarheidsparagraaf

Het ministerie van Algemene Zaken (AZ) zet in 2027 zelfstandig de ingezette verbeterslag op het gebied van informatiehuishouding voort, na afronding van het Rijksbrede programma Open Overheid in 2026. De verantwoordingsplicht voor de geoormerkte BZK-IHH-POK-gelden blijft bestaan. In 2027 worden de beloofde rijksbrede voorzieningen uit het afgeronde Programma Open Overheid verwacht, die de archivering van chat- en e-mailberichten verder verbeteren. Daarnaast onderzoekt AZ of er geautomatiseerde oplossingen mogelijk zijn voor e-mailarchivering en blijft het betrokken bij rijksbrede ontwikkelingen. Het lopende bewustwordingsprogramma voor medewerkers over informatiehuishouding, privacy en informatiebeveiliging wordt in 2027 met geactualiseerde thema’s voortgezet. Ook richt AZ zich in 2027 op de implementatie van de Archiefwet 2026. Het reeds ingezette traject voor een herziene selectielijst zal worden omgezet naar een traject voor een selectiebesluit.

2.5 Planning Strategische Evaluatieagenda

Tabel 6 Planning Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel

Communicatie: campagnes

Evaluatie onderzoek

2027

Jaarevaluatie campagnes 2026

1

Agentschapsdoorlichting Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

Doorlichtingsonderzoek

2027

Periodieke evaluatie agentschap

1

Voor een verdere onderbouwing van de strategische evaluatieagenda zie «Bijlage 1: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda».

2.6 Slagvaardige Overheid

Tabel 7 Overzicht Slagvaardige Overheid

in miljoenen euro's

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

       

Efficiencytaakstelling

‒ 0,4

‒ 0,9

‒ 1,4

‒ 2,3

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

‒ 0,9

‒ 2,7

‒ 4,6

‒ 4,6

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Algemene Zaken gaat dit om een bedrag dat structureel oploopt tot € 6,9 miljoen. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Het ministerie van Algemene Zaken (AZ) heeft de apparaatstaakstellingen in het kader van de vernieuwing Rijksdienst doorverdeeld binnen de begroting van AZ conform de grondslag van het ministerie van Financiën. Vanwege het beleidsarme karakter van de begroting van het ministerie van Algemene Zaken betreft de invulling van de taakstelling vanzelfsprekend apparaatskosten. De taak en opdracht van AZ zorgen ervoor dat AZ in mindere mate direct kan bijdragen aan het verminderen of vereenvoudigen van het aantal regels of het verbeteren van beleid.

De interne verwerking van de efficiencytaakstelling naar de diensten binnen het artikelonderdeel apparaatskosten wordt onderzocht en verwerkt in 2027. Voor wat betreft de taakstelling in het kader van de vernieuwing rijksdienst zal een eerste analyse worden uitgevoerd in 2027. Voor het concreet aanwijzen van de te nemen maatregelen wordt gewacht op de actieagenda van de Taskforce Slagvaardige Overheid. Daarmee zal een bijdrage worden geleverd aan het efficiënter en effectiever werken van de overheid. Dienst Publiek en Communicatie maakt in 2027 de keuzes voor de invulling van het toebedeelde bedrag.

3. Beleidsartikel

3.1 Ministerie van Algemene Zaken

A. Algemene doelstelling

AZ coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (artikel 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor 'het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid'. Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Daarnaast is de Minister-President verantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke positie van de WRR als adviesorgaan voor de langetermijnontwikkelingen en vraagstukken die de samenleving beïnvloeden. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tevens heeft de Minister-President de beheersmatige verantwoordelijkheid voor het onafhankelijk toezicht en toetsing op de veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) bestaande uit de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Artikel 42 van de Grondwet houdt onder meer in dat alle ministers ministerieel verantwoordelijk zijn voor de Koning. Deze ministeriële verantwoordelijkheid heeft betrekking op de onderscheiden terreinen van beleid en wetgeving waarvoor de ministers verantwoordelijk zijn op basis van hun taken en bevoegdheden. De minister-president draagt ministeriële verantwoordelijkheid voor algemene zaken die de Koning betreffen.

C. Beleidswijzigingen

Niet van toepassing.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

114.826

105.536

103.573

100.322

96.006

93.586

92.239

        

Uitgaven

111.435

105.536

103.573

100.322

96.006

93.586

92.239

        

1.1 Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD)

1.559

4.489

4.416

4.249

4.065

3.944

3.902

        

1.2 Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR)

407

631

621

605

582

566

560

        

1.3 Apparaatsuitgaven

72.352

64.228

63.768

61.567

58.620

57.188

56.213

        

1.4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

2.072

2.391

2.131

2.129

2.129

2.129

2.128

        

Bijdrage aan agentschap

       

1.5 Dienst Publiek en Communicatie

35.045

33.797

32.637

31.772

30.610

29.759

29.436

        

Ontvangsten

10.483

6.595

6.055

6.098

6.038

5.877

5.817

Budgetflexibiliteit

Het grootste deel van de uitgaven bij AZ zijn apparaatsuitgaven. In verband met het beleidsarme karakter van AZ vindt er geen verdere uitsplitsing plaats naar geschatte budgetflexibiliteit.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

In 2027 worden de in 2026 structurele toegevoegde middelen van € 1,4 miljoen voor de financiering van het Bureau Bestuursraad Rijk (BBR) aangewend. Het BBR ondersteunt de secretarissen-generaal (SG’s) bij hun rijksbrede samenwerking als een bestuursraad rijk, waar zij gezamenlijk sturing geven aan departementsoverstijgende opgaven.

In het coalitieakkoord zijn afspraken gemaakt over een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid. De dalende uitgaven in 2027 en verder zijn het gevolg van de taakstelling op de apparaatskosten en van de maatregel vernieuwing rijksdienst en slagvaardige overheid zoals afgesproken in het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten. Het kabinet heeft besloten dat de efficiencytaakstelling wordt uitgebreid met extra tranches voor de jaren 2031 tot en met 2035. Daarnaast is besloten om voor de jaren 2028 en 2029 een extra taakstelling op te leggen in het kader van de versnelling vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Voor het ministerie van Algemene Zaken gaat dit om een totaalbedrag dat structureel oploopt tot € 6,9 miljoen. Deze maatregelen komen overigens bovenop de al voorziene daling die voorvloeit uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Schoof.

Verdeling van de intensiveringsenveloppe voor Nationale Veiligheid uit het Regeerakkoord

Bij de uitdeling van de enveloppe Nationale Veiligheid en het aandeel hierin voor de inlichtingendienst AIVD wordt ook rekening gehouden met de extra werkzaamheden die hieruit voortvloeien voor de toezichthouders CTIVD en TIB. Het betreft een bedrag van € 275 duizend in 2028 oplopend tot € 550 duizend structureel. In afwachting van de exacte verdeling tussen de twee diensten is het budget vooralsnog centraal gereserveerd op artikelonderdeel 1.3 apparaatsuitgaven.

Uitvoering moties van der Lee c.s. en Hoogeveen over doelen, prioriteiten, resultaten en risico's

Gezien het beleidsarme karakter van de begroting van het ministerie van Algemene Zaken zijn er geen specifieke doelstellingen in het regeerakkoord van het kabinet-Jetten opgenomen, wel zijn doelstellingen opgenomen die relevant zijn voor de begroting van het ministerie van Algemene Zaken.

Het ministerie van Algemene Zaken draagt, net als andere ministeries, bij aan het realiseren van een slagvaardiger overheid en het terugdringen van de externe inhuur. Daarbij wil het kabinet de externe inhuur binnen de Rijksdienst terugdringen van 15,4% naar 10% (de Roemernorm). Het is het ministerie van Algemene Zaken gelukt om de externe inhuur te laten dalen van 20,7% in 2024 naar 16% in 2025. Het ministerie van Algemene Zaken heeft als doel om de externe inhuur verder te laten dalen in 2027.

1.1 Coördinatie van het algemene communicatie- en regeringsbeleid

Algemeen Regeringsbeleid

Beraadslaging en besluitvorming over het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid van beleid is de taak van de ministerraad. Deze staat onder voorzitterschap van de Minister-President. Het Kabinet van de Minister-President ondersteunt de Minister-President in deze taak in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Uit het oogpunt van taakverdeling en efficiënte besluitvorming worden voorstellen waarover de ministerraad dient te besluiten veelal eerst voorgelegd aan een onderraad van de ministerraad. Een dekkend stelsel van onderraden bestrijkt het gehele terrein van rijksbeleid. De Minister-President is voorzitter van alle onderraden. Naast de ministerraad functioneert de ministerraad van het Koninkrijk (de zogeheten rijksministerraad). Aan de vergaderingen van de rijksministerraad nemen naast de leden van de ministerraad gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel. In de vergadering van de rijksministerraad komen alle aangelegenheden van het Koninkrijk aan de orde die meer dan één van de landen raken.

Gemeenschappelijk Communicatiebeleid

De woordvoering van de Minister-President en de ministerraad is een taak van de RVD. Daarnaast werkt de RVD intensief samen met de directies Communicatie van de ministeries om het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de Rijksoverheid vorm te geven en uit te voeren. De directeuren Communicatie en de directeur van de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) komen hiertoe tweewekelijks samen in de Voorlichtingsraad (VoRa).

De VoRa ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie, is verantwoordelijk voor de coördinatie en uitvoering van interdepartementale communicatie-activiteiten en bundelt de uitvoering via het agentschap DPC. De Rijksvoorlichtingsdienst coördineert het algemeen communicatiebeleid van de Rijksoverheid.

Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Het communicatiebeleid is geënt op vier kernbegrippen: betrouwbaarheid, herkenbaarheid, eenduidigheid (in vorm en inhoud) en toegankelijkheid. Deze kernbegrippen krijgen concreet vorm in bijvoorbeeld de afstemming van persberichten over ministerraadsbesluiten, de communicatieve ondersteuning van de ministeriële taskforces, het voeren van een gemeenschappelijk communicatiebeleid, de ontwikkeling en het beheer van de rijkshuisstijl, het informeren van het algemeen publiek en specifieke doelgroepen via publiekscampagnes en de (door)ontwikkeling van websites als Rijksoverheid.nl en Overheid.nl.

De VoRa stelt eens in de drie jaar een werkprogramma op met langetermijnambities. Het huidige programma ‘Staan voor betrouwbare informatie’ is vastgesteld in mei 2026 voor de periode 2026 ‒ 2029. Het programma heeft tot doel om bij te dragen aan het bevorderen van het contact met de samenleving, het inspelen op technologische ontwikkelingen die de online informatievoorziening raken, het weerbaar maken van onze communicatie en het bevorderen van de communicatieve samenwerking binnen de overheid.

In het VoRa-werkprogramma staan verschillende projecten die onder de verantwoordelijkheid van de VoRa en daaronder ressorterende interdepartementale gremia worden uitgevoerd. Denk aan het ontwikkelen van manieren om op innovatieve wijze signalen op te halen uit de samenleving, het ontwikkelen van een integraal afwegingskader voor de inzet van sociale media of het duurzaam beschikbaar houden van overheidscommunicatie in tijden van verstoring. Ook worden stappen gezet om van Overheid.nl een echt burgerloket te maken.

1.2 Bijdrage aan de langetermijnbeleidsontwikkeling

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De WRR draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier bij aan dergelijke inzichten. De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms ‘leeft’ een onderwerp al bij de start van een WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat.

De raad kan zelfstandig en onafhankelijk onderwerpen agenderen die naar zijn oordeel een grote mate van urgentie en maatschappelijke relevantie bezitten. Tegelijkertijd staat de raad in nauwe verbinding met de ambtelijke en politieke instanties die betrokken zijn bij de totstandkoming van het regeringsbeleid. De raad stelt zijn voorgenomen activiteiten vast in een werkprogramma, na overleg met de minister-president, gehoord de Ministerraad.

Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op sector overstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid. De WRR houdt zich vanuit dit perspectief bezig met een aantal brede thema’s die als volgt kunnen worden geformuleerd: 1) Welvaart en welzijn, 2) Burger en overheid, 3) Nederland in de wereld en 4) Digitalisering. De WRR concretiseert deze thema’s in zijn werkprogramma.

Werkwijze

De WRR staat in constante verbinding met zijn omgeving die bestaat uit onder meer burgers, regering en parlement, overheidsorganisaties, universiteiten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en internationale instellingen. Daarbij werkt de WRR met een dynamisch werkprogramma. Er worden meer suggesties gedaan voor onderwerpen dan de acht parallelle projecten die de WRR gemiddeld met zijn huidige capaciteit aankan. Ook zien raad en staf meestal meer relevante onderwerpen dan de capaciteit toestaat. Dat betekent dat de raad scherpe keuzes moet maken met betrekking tot zijn werkprogramma en de balans tussen gevraagde en ongevraagde adviezen moet bewaken.

De WRR hanteert een werkwijze die uitgaat van productdifferentiatie en maatwerk. Naast formeel advies aan de regering, verkennende studies, artikelen, essays en internetbijdragen organiseert de raad ook mondelinge briefings en bijdragen aan een gerichte beleidsdialoog met het kabinet en de beide Kamers. Niet ieder onderwerp leidt tot een geschreven advies. Soms kiest de WRR voor een andere vorm, zoals een bijeenkomst met leden van het kabinet, topambtenaren en experts – vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Ter bevordering van de ‘netwerksynergie’ met de adviescolleges van de Kaderwet Adviescolleges en de planbureaus, voert de raad regulier overleg met de voorzitters en secretarissen van deze instellingen. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.

Tabel 9 Activiteiten en prestatiegegevens
 

2027

Rapporten, Verkenningen, Policy Briefings

2

Overige publicaties

15

Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden

15

Overige briefings met beleidsmakers

35

Conferenties, workshops, expertmeetings

50

Lezingen en debatten

50

In 2027 zet de WRR veel activiteiten in ten behoeve van de landing van de publicaties Toekomst in beleid, Markt, overheid en strategische autonomie en Klimaatadaptatie in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden uit 2026.

In 2027 verwacht de WRR de volgende publicaties: Meedoen met gezondheidsopgaven en Synthetische drugs.

Voor de inhoudelijke beschrijvingen van de projecten wordt verwezen naar de website van de WRR: www.WRR.nl.

1.4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

De Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) bepaalt dat de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.

De inlichtingendiensten groeien de komende jaren als gevolg van het coalitieakkoord verder door. De groei van de inlichtingendiensten heeft rechtstreeks gevolg voor het werk van de TIB. De vraag naar het aantal door te TIB te beoordelen toestemmingsverzoeken is in 2025 opnieuw toegenomen met bijna 4%.

Met de TIB zal zoveel mogelijk worden omgegaan als een met de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vergelijkbaar college.

4. Dienst Publiek en Communicatie

4.1 Begroting van baten en lasten

Begroting van baten en lasten

De kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt met de uitvoering ervan. De uitvoering van de communicatiediscipline is belegd bij het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het batenlastenagentschap DPC is belast met:

  • Overheidsbrede dienstverlening aan burgers;

  • Rijksbrede informatievoorziening aan burgers over beleid en overheidsdiensten;

  • Advisering aan en ondersteuning van communicatieprofessionals;

  • Inkoopdienstverlening communicatie Rijksoverheid.

Tabel 10 Begroting van baten-lastenagentschap voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

158.000

37.955

38.205

38.174

38.174

38.174

waarvan generieke product en dienst

33.376

0

0

0

0

0

waarvan specifieke product en dienst

83.079

37.955

38.205

38.174

38.174

38.174

waarvan overige product en dienst

41.545

0

0

0

0

0

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

158.000

32.637

31.772

30.610

29.759

29.436

waarvan bijdrage aan generieke

33.376

32.637

31.772

30.610

29.759

29.436

waarvan bijdrage aan specifieke

83.079

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan overige

41.545

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

158.000

70.592

69.977

68.784

67.933

67.610

       

Lasten

      

Apparaatskosten

138.000

51.727

51.112

49.919

49.068

48.745

- Personele kosten

26.219

27.483

27.499

26.226

25.079

25.055

waarvan eigen personeel

26.219

27.483

27.499

26.226

25.079

25.055

waarvan inhuur externen

0

0

0

0

0

0

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

111.781

24.244

23.612

23.694

23.990

23.691

waarvan apparaat ICT

5.509

6.003

5.229

5.225

5.536

5.222

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

106.272

18.240

18.384

18.469

18.454

18.469

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

20.000

18.865

18.865

18.865

18.865

18.865

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Materieel

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

     

Totaal lasten

158.000

70.592

69.977

68.784

67.933

67.610

       

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

       

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

Totaaloverzicht Baten/Lasten

Het totaal van de baten van DPC laat in 2027 en verder een forse daling zien ten opzichte van de begroting van 2026. Deze daling houdt verband met een presentatie-technische correctie van de activiteit media-inkoop als gevolg van een herinterpretatie van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving. Het betreft de baten en lasten die betrekking hebben op media-inkoop.

Baten

Waarvan specifieke producten en diensten

Deze baten bevatten de activiteiten van DPC in uitvoering voor de overige departementen. Dit betreft o.a. het Platform Rijksoverheid en de campagnedienstverlening. Het gaat hierbij om een geraamd bedrag van € 38,0 miljoen in 2027. Dit betreft dus geen reguliere bijdragen van de departementen. De kosten die hiermee samenhangen zijn onderdeel van de materiële kosten en kosten uitbesteed werk en andere externe kosten.

Waarvan bijdrage aan generieke producten en diensten

Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor opdrachten voortkomend uit de uitvoering van gemeenschappelijke taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen. Deze post bevat de bijdrage voor producten en diensten die gefinancierd worden vanuit de zogenaamde taakbijdrage voor de gemeenschappelijke communicatiediensten. In verband met de apparaatstaakstellingen is hier een dalende trend waarneembaar.

Tabel 11 Taakbijdrage per product (bedragen x €1.000)

Product

2027

Realisatie 2025

Overheidsbrede dienstverlening aan burgers

9.121

8.271

Rijksbrede informatievoorziening aan burgers over beleid en overheidsdiensten

16.345

18.802

Advisering aan en ondersteuning communicatieprofessionals

4.897

3.446

Inkoopdienstverlening communicatie Rijksoverheid

2.274

2.804

Totaal

32.637

33.323

Waarvan overige

Vanaf 2027 en verder voert DPC enkel de mediadienstverlening uit binnen de Staat der Nederlanden.

Lasten

Personele kosten

De post personeelskosten vertoont een lichte stijging. Dit is onder andere het gevolg van CAO-ontwikkelingen. De formatie van DPC zal naar verwachting in 2027 231,5 fte bedragen.

Materiële kosten

De dienst is gehuisvest in panden van AZ. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten.

Waarvan overige materiële kostenEen groot deel van de materiële kosten wordt bepaald door de overige materiële kosten. Dit bevat, onder andere, kosten ten behoeve van de Rijksbrede informatievoorziening naar de burgers via bijvoorbeeld websites of andere overheidsuitingen.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Dit betreft opdrachten ten behoeve van activiteiten in de primaire dienstverlening van DPC. Dit bevat, onder andere, kosten voor campagnes van partijen binnen de Staat der Nederlanden.

Saldo van baten en lasten

De verwachting is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.

4.2 Kasstroomoverzicht

Tabel 12 Kasstroomoverzicht over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

2025 Stand slotwet

2026 Vastgestelde begroting

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

42.206

26.056

26.056

26.056

26.056

26.056

26.056

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

188.595

158.000

141.519

140.448

140.307

140.603

140.304

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

177.918

158.000

141.519

140.448

140.307

140.603

140.304

2.

Totaal operationele kasstroom

10.677

0

0

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

52.883

26.056

26.056

26.056

26.056

26.056

26.056

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven- en ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen die via DPC lopen. Het totaal van de uitgaven en ontvangsten valt vanaf 2027 lager uit, omdat DPC geen diensten meer verleent buiten de Staat der Nederlanden. Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media-opbrengst in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daaropvolgende jaar.

4.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 13 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2025 Stand slotwet

2026 Vastgestelde begroting

2027

Omschrijving Generiek Deel

   

Saldo van baten en lasten (%)

0,74%

0,0%

0,0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

226,4

231,5

231,5

Ziekteverzuimpercentage

5,50%

2,6%

3,0%

Omschrijving Specifiek Deel

   

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

95.661

100.000

82.000

Bereikbaarheid telefonie

  

>95%

Wachttijd telefonie

  

<30 sec.

Burgertevredenheid telefonie

4,4

4,0

4,0

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

44.904

40.000

39.000

Serviceniveau e-mail

96,00%

95% binnen 2 werkdagen

80% binnen 1 werkdag

Burgertevredenheid e-mail

3,3

3,0

3,0

Media-index RTV

27,30%

25,0%

25,0%

Media-index Interactieve Media

3,10%

5,0%

5,0%

Media-index Print

21,80%

17,5%

17,5%

Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

100%

75%

75%

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

100%

99,9%

99%

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

101.029.423

100.900.000

64.000.000

Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

6,9

7.0

7.0

Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nl

68%

75%

75%

Aantal bezoeken platformwebsites

122.887.213

137.700.000

104.000.000

Toelichting

De indicatoren geven inzicht in de verwachting voor 2027. Naast de generieke indicatoren geven de specifieke indicatoren inzicht in de dienstverlening van DPC met het grootste deel van de activiteiten.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. DPC streeft ernaar kostendekkend te zijn.

Fte-totaal

Deze indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van DPC zich in fulltime equivalenten (fte) ontwikkelt en geeft het maximumaantal in te zetten fte weer.

Ziekteverzuimpercentage

DPC streeft ernaar om onder de Verbaannorm te blijven.

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

Deze indicator betreft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie.

Bereikbaarheid telefonie

Geeft een percentage weer wat het aannamelevel van inkomende telefoongesprekken op dagbasis reflecteert. Met ingang van een nieuw contract is deze doelmatigheidsindicator vanaf 2027 van toepassing.

Wachttijd telefonie

Dit betreft de gemiddelde wachttijd op binnenkomende telefoongesprekken op dagbasis. Met ingang van een nieuw contract is deze doelmatigheidsindicator vanaf 2027 van toepassing.

Burgertevredenheid telefonie

Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

Deze indicator betreft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail.

Serviceniveau e-mail

Deze indicator geeft aan welk percentage van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen correct afgehandeld dient te worden.

Burgertevredenheid e-mail

Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Media-index RTV

Deze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt.

Media-index Interactieve Media

De index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling, omdat het tarief in dit geval door vraag en aanbod wordt bepaald.

Media-index Print

Deze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer, dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en op out-of-home elementen (o.a. muppie, billboard, abri) ten opzichte van de situatie waarbij op individueel niveau media zou zijn ingekocht. Beide mediumtypen hanteren nog steeds een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling, waardoor het rijksmediabureau het behaalde voordeel kan bepalen.

Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid

DPC laat het Platform Rijksoverheid Online jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen.

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator staat voor de beschikbaarheid van het Platform Rijksoverheid Online en daarmee de toegang tot informatie voor de bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan voor de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving.

Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

Resultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit het perspectief van de bezoeker beoordeeld.

Toegankelijkheid content Rijksoverheid.nl

DPC laat Rijksoverheid.nl jaarlijks, of bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige- en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen.

Aantal bezoeken platformwebsites

Deze indicator betreft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid. nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Het Platform biedt de verschillende websites veiligheid, voldoende toegankelijkheid en efficiency.

5. Kabinet van de Koning

A. Algemene doelstelling

Ondersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het Kabinet van de Koning (KvdK). Tussen AZ en KvdK zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus. KvdK valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

C. Beleidswijzigingen

Niet van toepassing.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 14 Budgettaire gevolgen art.2 Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Verplichtingen

3.336

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

        

Uitgaven

3.336

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

        

Kabinet van de Koning

3.336

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

        

Ontvangsten

3.344

3.489

3.456

3.452

3.452

3.452

3.451

Budgetflexibiliteit

Zie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

KvdK is een kleine, eigenstandige overheidsorganisatie, die de Koning ondersteunt. De taken van KvdK omvatten met name:

  • informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het Koninkrijk en binnenlandse bezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Binnenlandse bezoeken van de Koning omvatten onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;

  • aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;

  • opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;

  • behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij KvdK aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein. KvdK informeert de Koning over de afhandeling van ontvangen verzoekschriften en

  • draagt zorg voor het registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en Koninklijke Besluiten.

De uitgaven van KvdK worden rechtstreeks doorbelast naar de begroting van de Koning. Deze doorbelasting leidt tot ontvangsten op de begrotingsstaat van KvdK.

6. Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

A. Algemene doelstelling

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De algemene doelstelling van de CTIVD is het in onafhankelijkheid toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv, 2017) en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) door middel van het doen van onderzoeken en het publiceren van de uitkomsten daarvan, alsmede het adviseren aan de betrokken ministers over zaken die voortvloeien uit deze wetten, het behandelen van klachten en van meldingen over misstanden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de CTIVD. Tussen AZ en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & control cyclus.

C. Beleidswijzigingen

Met ingang van 1 juli 2024 is de Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD naar landen met een offensief cyberprogramma, bulkdatasets en overige specifieke voorzieningen (Stb. 2024, 88) in werking getreden. Deze wet brengt een belangrijke wijziging met zich mee voor het toezicht van de CTIVD. Daarbij zal het toezicht van de CTIVD, naast het reguliere toezicht zoals diepteonderzoeken, worden uitgebreid met toezichtactiviteiten tijdens de uitvoering van de inzet van bijzondere bevoegdheden, met deels bindende oordelen en zal een beroepsmogelijkheid gecreëerd worden. Om aan de nieuwe wettelijke taken te kunnen voldoen, is de formatie van de CTIVD uitgebreid.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van art.1 Commissie van Toezicht op Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Verplichtingen

3.742

4.753

5.634

4.719

3.769

3.769

3.768

        

Uitgaven

3.702

4.753

5.634

4.719

3.769

3.769

3.768

        

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

3.702

4.753

5.634

4.719

3.769

3.769

3.768

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Zie «Budgetflexibiliteit» in onderdeel D van hoofdstuk 3.1.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

In verband met de extra exploitatiekosten voor de nieuwe huisvesting van de CTIVD aan de Turfmarkt per 1 januari 2027, is een gedeelte van de eindejaarsmarge 2025 van Algemene Zaken via een kasschuif ingezet voor de budgetten van de CTIVD in 2027.

Organisatie

De Commissie bestaat uit twee afdelingen, de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling.

De afdeling toezicht is belast met:

  • het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;

  • het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen. Desgewenst kan de commissie Onze betrokken Ministers vragen deze inlichtingen en adviezen ter kennis van een of beide kamers der Staten-Generaal te brengen, waarbij de werkwijze zoals beschreven in artikel 113 van overeenkomstige toepassing is;

  • het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers ter zake van de uitvoering van artikel 59.4 en

  • het toezicht op de toepassing van de bevoegdheid van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap door Onze Minister van Justitie en Veiligheid, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de doelmatigheid en proportionaliteit van de toepassing van deze bevoegdheid.

De afdeling klachtbehandeling is belast met:

  • het onderzoeken en beoordelen van klachten;

  • het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.

7. Bijlagen

Bijlage 1: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda

Tabel 16 Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Thema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel

Communicatie: campagnes

Evaluatie onderzoek

2027

Jaarevaluatie campagnes 2026

1

Agentschapsdoorlichting Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

Doorlichtingsonderzoek

2027

Periodieke evaluatie agentschap

1

AZ kent geen specifiek beleidsveld, de begroting van AZ is een beleidsarme begroting. Om deze reden is er geen (uitgebreide) strategische evaluatieagenda opgenomen in de begroting van AZ. Wel wordt ieder jaar gekeken welke evaluaties met betrekking tot de doeltreffendheid en doelmatigheid van het uitgevoerde beleid zijn of worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is de jaarlijkse evaluatie van de campagnes.

Licence