Base description which applies to whole site

IV Koninkrijksrelaties

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Koninkrijksrelaties (IV)

.

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 202.148.000,00

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 161.347.000,00

BES-fonds (H)

Figuur 3 Geraamde uitgaven BES-fonds (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 95.842.000,00

Figuur 4 Geraamde ontvangsten BES-fonds (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 95.842.000,00

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

In afwijking van het eerste lid is besloten de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties en de begrotingsstaat van het BES-fonds in één wet te laten vaststellen, op grond van artikel 2.3, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E. Heerma

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. De Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2027 van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H).

Groeiparagraaf

De begroting 2027 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2026 van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds. In navolging van de moties Van der Maas c.s. (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 16) en Van Dijck (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 27) is de beleidsagenda van deze begroting aangevuld met de paragraaf Slagvaardige Overheid. De begroting 2027 bevat verder geen belangrijke wijzigingen ten opzichte van 2026.

Beleidsagenda

De beleidsagenda Koninkrijksrelaties geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende zes overzichten:

  • Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties Koninkrijksrelaties (KR);

  • Overzicht met de belangrijkste beleidsmatige mutaties BES-fonds;

  • Strategische evaluatieagenda;

  • Overzicht van risicoregelingen;

  • Implementatie van mensenrechtenverdragen;

  • Overzicht coronamaatregelen.

In het overzicht van risicoregelingen is een tabel «leningen» opgenomen. Het betreft de leningen die verstrekt zijn aan Aruba, Sint Maarten en Curaçao.

Het BES-fonds is een beleidsarm fonds en heeft daarom geen beleidsagenda. Via de vrije uitkeringen uit het BES-fonds ontvangen de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen om de aan hen toebedeelde en deels wettelijke taken naar behoren uit te voeren, net zoals gemeenten middelen krijgen uit het gemeentefonds in Europees Nederland. Het gaat hierbij om vrij besteedbare middelen. Het is - net als bij gemeenten – aan de lokale democratie om ambities te formuleren, aanvullende inkomsten te genereren en beleidskeuzes te maken. Het is aan de eilanden om verantwoording af te leggen over de, via het BES-fonds, verstrekte middelen.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staat de beleidsinformatie en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van KR bevat vijf beleidsartikelen:

  • artikel 1. Versterken rechtsstaat;

  • artikel 2. Slavernijverleden;

  • artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur;

  • artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen;

  • artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden.

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidswijzigingen;

  • D. Tabel budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de instrumenten.

Voor de toelichting op het niveau van de financiële instrumenten wordt, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026, gebruik gemaakt van onderstaande staffel.

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van Rijksbegrotingsvoorschriften 2026

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Versterken rechtsstaat

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

2. Slavernijverleden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 4 mln.

8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

6. Apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

7. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

1. BES-fonds

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.

Budgetflexibiliteit

De peildatum voor de onder onderdeel D gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridisch verplicht) is 1 januari 2027.

Niet-beleidsartikelen

In de niet-beleidsartikelen staan de voorgenomen uitgaven verantwoord die niet met beleid te maken hebben, zoals apparaatsuitgaven

De begroting van KR bevat twee niet-beleidsartikelen:

  • artikel 6. Apparaat;

  • artikel 7. Nog onverdeeld.

Een niet-beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Tabel budgettaire gevolgen van beleid;

  • B. Toelichting op de instrumenten.

BES-fonds

De begroting van het BES-fonds kent één beleidsartikel:

  • artikel 1. BES-fonds.

Het beleidsartikel van het BES-fonds is opgebouwd uit dezelfde vijf elementen als de beleidsartikelen van de begroting van Koninkrijksrelaties. De apparaatsuitgaven/-ontvangsten voor de uitvoering van het BES-fonds zijn opgenomen in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Bijlagen

De begroting van KR bevat de volgende bijlagen:

  • 1. Subsidies

  • 2. Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda;

  • 3. Rijksuitgaven Caribisch Nederland;

  • 4. Overzicht belasting- en premie ontvangsten Caribisch Nederland;

  • 5. Overzicht eilandelijke inkomsten;

  • 6. Overzicht renteloze leningen Caribisch Nederland.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Beleidsprioriteiten

In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s zijn van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken.

De belangrijkste doelen voor 2027 op het gebied van Koninkrijksrelaties zijn bouwen aan een slagvaardig en resultaatgericht bestuur, het versterken van de sociaal en economische veerkracht en duurzame ontwikkeling en werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het Koninkrijk.

In onderstaande tekst worden de bovengenoemde doelen en prioriteiten voor 2027 verder uitgewerkt en wordt aangegeven welke doelen ook in de komende periode prioriteit blijven houden. Daarnaast zijn de hoofddoelen en bijbehorende risico’s nader uitgewerkt in de beleidsartikelen.

Werken aan een gezamenlijke toekomst

We zijn één Koninkrijk – dat is niet zomaar een staatkundig verband. Het is een levende gemeenschap van landen en eilanden, met een gedeelde geschiedenis en een toekomst die we samen vormgeven. Vanuit gelijkwaardigheid en betrokkenheid werken we samen met zowel de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten als de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan voelbare vooruitgang voor inwoners aan beide kanten van de oceaan.

De eilanden staan voor grote opgaven waarbij externe ontwikkelingen zoals geopolitieke spanningen en klimaatverandering kwetsbaarheden blootleggen en waar actie nodig is om de economische groei en brede welvaart ook voor de toekomst veilig te stellen. Maar waar uitdagingen zijn, liggen ook kansen: kansen om gezamenlijk te bouwen aan een veerkrachtig en toekomstbestendig Koninkrijk dat niet alleen weerbaar is, maar ook inspeelt op economische kansen die zich voordoen. Er zijn mogelijkheden om de bestaanszekerheid te versterken, de economie te laten groeien en diversifiëren en de positie van de eilanden in de regio te versterken.

Een integere en slagvaardige overheid (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba zet dit kabinet in op het versterken van het openbaar bestuur door middel van de volgende drie focusgebieden: een slagvaardige overheid, een integere overheid en duidelijke kaders. Hiermee bouwen we voort op de acties en mijlpalen die zijn gestart met de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland (Kamerstuk 36600 IV, nr. 73) inclusief de initiatieven die al voor de start van deze agenda waren ingezet. De agenda blijft onverkort van kracht en wordt verder uitgevoerd. In 2027 wordt verder gewerkt aan de implementatie en uitvoering van de agenda.

Op 17 maart 2027 vinden de eilandsraadsverkiezingen plaats. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijft, samen met de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), aandacht besteden aan de voorbereiding en uitvoering van deze verkiezingen. In aanloop naar de verkiezingen wordt een voorlichtingscampagne gevoerd om inwoners te informeren over het belang van stemmen en het zelf uitbrengen van hun stem. Daarbij is er ook extra aandacht voor stemmen per volmacht en de strafbaarheid van het ronselen van stemmen.

In 2027 wordt de samenwerking van het ministerie van BZK met de gezaghebbers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor de uitvoering van de eilandelijke aanpakken goed bestuur voortgezet. Hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan de ondersteuningsarrangementen ter versterking van de uitvoeringskracht van Caribisch Nederland.

In de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland is de integriteitsaanpak verankerd. In deze aanpak werkt BZK samen met de eilandsbesturen aan het versterken van integriteit. In 2027 zal BZK samen met de eilandsbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de uitkomsten bespreken van de Monitor Integriteit en Veiligheid die eind 2026 is uitgevoerd. Samen wordt bezien op welke manier de uitkomsten van de monitor kunnen worden gebruikt om de integriteitsaanpak verder te versterken en nieuwe prioriteiten te benoemen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de voorbereidingen van de volgende Monitor Integriteit en Veiligheid die in 2028 wordt uitgevoerd. Daarnaast geeft het kabinet in 2027 opvolging aan de aanbevelingen uit het rapport van SEO Economisch Onderzoek naar het beter beschermen van melders van integriteitsschendingen (inclusief klokkenluiders) (Kamerstukken II, 2025, 36800-IV-58). Tevens wordt in 2027 verder ingezet op het versterken van bestuurlijke integriteit, gericht op politieke gezagdragers in Caribisch Nederland. Op basis van een verkenning die eind 2026 wordt afgerond, worden producten ontwikkeld en activiteiten uitgevoerd om bestuurlijke integriteit verder te versterken. Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba zullen bijvoorbeeld nieuwe gedragscodes voor volksvertegenwoordigers en bestuurders worden opgesteld.

In 2027 wordt ook verder gebouwd aan de verbetering van de overheidsdienstverlening in Caribisch Nederland. De afgelopen jaren is een stevige basis gelegd: klantreizen (customer journeys) zijn uitgewerkt, een gezamenlijk dienstverleningsconcept is vastgesteld met Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de openbare lichamen, medewerkers zijn getraind in klantgerichte werkwijzen en een nulmeting klanttevredenheid is afgerond als ijkpunt voor verdere verbetering. In 2027 worden deze resultaten verankerd in de reguliere werkprocessen van de Rijksdienst Caribisch Nederland en de openbare lichamen. Het RCN Klantcontactcentrum wordt uitgebreid met meer rijksdiensten, waardoor deze rijksdiensten voor inwoners en ondernemers op alle eilanden beter bereikbaar zijn. Daarnaast wordt gewerkt aan aansluiting van Caribisch Nederland op de Online wegwijzer en de Digitale Assistent, zodat digitale dienstverlening stapsgewijs wordt versterkt, met blijvende aandacht voor fysieke en telefonische kanalen die in Caribisch Nederland onmisbaar blijven.

Adequate wettelijke kaders (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

Met de herziening van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen (FinBES) worden de randvoorwaarden voor goed bestuur versterkt, door veranderingen rond de bestuurlijke inrichting, de interbestuurlijke verhoudingen, de financiële inrichting en het financieel toezicht. De wet WolBES regelt de bestuurlijke organisatie op de openbare lichamen (eilandsraad, bestuurscollege, gezaghebber etc.). De wet FinBES regelt de financiën en het financieel toezicht op de openbare lichamen. De planning is dat de wetsvoorstellen in het eerste kwartaal van 2027 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt in Europees Nederland het fundament onder behoorlijk bestuur, rechtsbescherming en transparante besluitvorming door de overheid. In Caribisch Nederland ontbreekt dit fundament. Daarom werkt het kabinet, onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Algemene wet bestuursrecht BES (Awb BES). Deze wet moderniseert en harmoniseert het bestuursrecht en versterkt de rechtszekerheid voor burgers en bedrijven. Het kabinet streeft ernaar het wetsvoorstel in de tweede helft van deze kabinetsperiode aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Een veilig en weerbaar Koninkrijk

Door hun geografische ligging zijn Aruba, Curaçao en Sint Maarten extra kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit. Verwevenheid tussen de boven- en onderwereld ondermijnt de rechtsstaat en zet de effectiviteit en slagkracht van het openbaar bestuur onder druk. Geopolitieke ontwikkelingen en migratie naar de eilanden hebben mogelijk een effect op de veiligheid en economie. De strijd tegen ondermijnende criminaliteit vergt inzet van expertise en uitvoeringscapaciteit die beperkt beschikbaar zijn. Nederland ondersteunt daarom de autonome landen bij de gezamenlijke doelstelling om te werken aan een sterke rechtsstaat, ook in 2027. Daarbij hebben we oog voor het evenwicht binnen de gehele strafrechtsketen en zorgen we ervoor dat investeringen in de opsporing, vervolging, berechting en tenuitvoerlegging in onderlinge samenhang plaatsvinden.

Het kabinet ondersteunt de landen bij de bestrijding van ondermijnende en grensoverschrijdende criminaliteit met capaciteit, expertise en middelen. Investeringen in het Recherche Samenwerkingsteam (RST), het Openbaar Ministerie Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba, het OM Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie maken het mogelijk om strafrechtelijke onderzoeken te doen naar criminaliteit met een sterk financieel-economische component. Daarnaast stelt het ministerie van BZK jaarlijks middelen beschikbaar waarmee de landen hun bestuur en regelgeving kunnen versterken, waardoor ze beter bestand zijn tegen ondermijnende criminaliteit, zoals bij vergunningverlening en vastgoedtransacties.

Het ministerie van BZK is ook betrokken bij structurele verbeteringen van het gevangeniswezen van Sint Maarten. In 2027 worden wederom middelen beschikbaar gesteld voor verbeteringen van de huidige detentieomstandigheden. Tevens is het ministerie van BZK als medefinancier betrokken bij de bouw van een nieuwe gevangenis op Sint Maarten.

Daarnaast voert het kabinet op basis van de evaluatie van het protocol ter versterking van het grenstoezicht en de daarbij horende aanbevelingen het gesprek over het voortzetten en waar nodig aanscherpen van de samenwerking met de landen.

De gebeurtenissen in Venezuela lieten zien dat ook het Caribisch gebied een kwetsbare regio is. Daarom werkt het kabinet samen met de landen en eilanden aan de versterking van de weerbaarheid tegen crises samenhangend met geopolitieke en klimatologische ontwikkelingen. Het kabinet brengt samen met de landen en eilanden de belangrijkste kwetsbaarheden in kaart. Daarnaast levert het kabinet een bijdrage aan het Caribbean Civil Protection Mechanism (CCPM), een regionaal samenwerkingsplatform voor crisisbeheersing, en worden crisisoefeningen georganiseerd om de voorbereiding op en samenwerking bij crises te versterken.

Toekomstbestendige overheidsfinanciën

Voor ieder van de landen staat het bereiken en borgen van houdbare overheidsfinanciën centraal. In 2027 wordt samen met Aruba verder gewerkt aan de totstandkoming van de Rijkswet Houdbare overheidsfinanciën Aruba, die ook voor Aruba een leenfaciliteit ontsluit Met Curaçao en Sint Maarten wordt invulling gegeven aan de opvolging kabinetsreactie van zowel de beleidsdoorlichting art. 5 van de begroting alsook de evaluatie op grond van art. 33 van de Rijkswet financieel toezicht (Rft).

Daarnaast blijft ook de doorontwikkeling van het financieel beheer van belang en wordt ingezet op soepele en tijdige begrotings- en verantwoordingsprocessen en het verder identificeren en verminderen van kwetsbaarheden binnen de overheidsfinanciën. Het College (Aruba) financieel toezicht heeft hierbij een waardevolle adviserende rol.

Om beter zicht te houden op de relatie tussen de taken en middelen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en mogelijke scheefgroei tijdiger te kunnen signaleren, is in 2026 gestart met de pilot onderhoudssysteem BES-fonds. In deze pilot wordt vanaf 2027 de financiële data van de eilanden over het boekjaar 2026 opgevraagd en verwerkt. In 2027 wordt de data van de begroting 2027 door het CBS verwerkt en opgeleverd. In 2028 wordt hetzelfde gedaan voor de data van de jaarrekening 2027 en wordt de pilot geëvalueerd. Daarnaast wordt in 2027 de uitvoering van de verbeterstappen en verbeterplannen financieel beheer van de eilanden – als onderdeel van de bestuurlijke afspraken – nauwgezet gevolgd. Het ministerie van BZK blijft in gesprek met de eilanden over de voortgang.

Versterken van economische groei binnen een context van geopolitieke ontwikkelingen

In 2027 zet het kabinet in op de implementatie en de uitvoering van de voor Saba en Sint Eustatius opgestelde sociaaleconomische ontwikkelstrategieën. Deze strategieën zijn begin 2026 opgeleverd en geven per eiland aan welke sectoren kansrijk zijn om verder te ontwikkelen. Dit om de economische weerbaarheid per eiland te versterken. Voor Bonaire geldt dat wordt aangesloten bij het advies van de commissie Vishon 2050, om een brede en duurzame toekomstvisie voor het eiland op te stellen en op basis daarvan wordt verkend welke verdere stappen noodzakelijk zijn. Ook wordt er ingezet op betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt (Strategic Education Alliance) middels het Vierlandenoverleg onderwijs. In 2026 is de Koninkrijksbrede Kennisagenda ondertekend. Met de ondertekening hebben de betrokken partijen afgesproken gezamenlijk een gedragen werkagenda uit te werken en hun achterban verder te mobiliseren, met als kern het versterken van het studiesucces van Caribische studenten en het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt op de eilanden. Na instemming van de ministers in het ministerieel Vierlandenoverleg in november 2026 gaan de platforms in 2027 (verder) aan de slag met onderwerpen als erkenning leerbedrijven, professionalisering leermeesters, een leven lang ontwikkelen, curriculumafstemming en het regionaal opleidingsaanbod.

In het coalitieakkoord 2026-2030 is het voornemen opgenomen om een Economisch Groeiplatform Carib op te richten, om innovatie, ondernemers en kapitaal op de zes eilanden en in de regio beter met elkaar te verbinden. Het platform dient rekening te houden met de lokale context, passend te zijn voor de lokale markten en vooral in lijn zijn met eiland specifieke opgaven. In 2027 wordt gewerkt aan de uitwerking en de implementatie van het platform. Aangrenzend wordt naar verwachting in 2027 de nieuw op te richten Nationale Investeringsinstelling ook opengesteld voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, in samenwerking met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Klimaat en Financiën. Er wordt aangesloten bij bestaande projectstructuren van betrokken departementen en investeringsinstellingen, zoals Qredits en de BMKB-regeling.

Verder werkt het kabinet aan het versterken van de voedselzekerheid op de zes eilanden (Kamerstukken II, 2025/26, 36 600-IV, nr. 64). In dat kader wordt in 2027 geïnvesteerd in het verbeteren van randvoorwaarden op het terrein van infrastructuur, waaronder waterbeheer, beschikbaar land, (koelte)opslag en logistiek. Ook wordt het mogelijk om via het fonds CariFoodFund leningen en financiering te verstrekken aan voedselprojecten op de eilanden. Daarnaast wordt geïnvesteerd in opleidingen, gericht op het stimuleren van innovatieve en duurzame manieren om de voedselzekerheid structureel te versterken.

Investeren in bestaanszekerheid Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord 2026-2030 vanaf 2027 structureel € 30 mln. vrijgemaakt voor het verhogen van het voorzieningenniveau en de verdere opvolging van de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum (Thodé) op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. We faseren de uitwerking van deze middelen in de korte termijn (2027) en de lange termijn (2028 en verder). Hiertoe richten we ons in 2027 op de implementatie van een korte termijn-pakket met maatregelen om de bestaanszekerheid te verbeteren. Dit omvat een combinatie van het continueren van bestaande tijdelijke subsidieregelingen, ondersteuning voor betaalbare kinderopvang en een aantal incidentele investeringen om de nutsvoorzieningen en basisbehoeften op Saba, Sint Eustatius en Bonaire betaalbaar te houden. Daarnaast werken we verder aan het vaststellen van een pakket aan maatregelen voor de langere termijn. We hebben hierbij nadrukkelijk oog voor het vraagstuk van betaalbaarheid van de kosten van levensonderhoud, zoals nutsvoorzieningen en andere basisbehoeften, ende lasten van ondernemers. Zoals bekend is de uitvoeringskracht op de eilanden beperkt. Daarom houdt het kabinet rekening met de uitvoerbaarheid van gekozen maatregelen. Het uitgangspunt is dat inwoners merkbaar en structureel lastenverlichting ervaren.

Versterken infrastructuur, natuur en klimaatweerbaarheid

Bonaire, Sint Eustatius en Saba kennen achterstanden op het gebied van infrastructuur, volkshuisvesting, connectiviteit, klimaatbescherming en een gezonde leefomgeving. Inwoners kunnen daarbij vaak niet profiteren van fondsen voor mobiliteit en infrastructuur, die wél ten goede komen aan inwoners van Europees Nederland. De huidige bekostigingssystematiek van de fysieke infrastructuur is niet duurzaam en beperkt de openbare lichamen in hun integrale bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid. In 2027 wordt in nauwe samenwerking met alle betrokken ministeries gewerkt aan mogelijke oplossingsrichtingen voor dit vraagstuk. Verder werkt het kabinet, samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aan een meerjarig samenwerkingsprogramma om tot een meer samenhangende aanpak te komen voor het rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving, met duidelijke fasering van opgaven en prioritering van investeringen in infrastructuur, ruimtelijke ontwikkeling, woningbouw en connectiviteit, vanuit het principe ‘comply or explain’. In 2027 wordt dit voortgezet.

Een meerjarig samenwerkingsprogramma vergt ook voldoende uitvoeringscapaciteit en bestuurskracht op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hierbij is wettelijk vastgelegd dat het verantwoordelijke departement bij nieuwe taken ook zorgdraagt voor adequate financiering van de uitvoering. Daarnaast helpt het kabinet de eilanden bij het vergroten van uitvoeringscapaciteit met ondersteuningsarrangementen.

Verder wordt het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland voortgezet, met inzet op herstel van ecosystemen en een klimaatbestendige leefomgeving. Ook wordt in de Nationale Klimaatadaptatiestrategie voor het eerst een apart hoofdstuk voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba opgenomen, voortbouwend op de eilandelijke klimaatplannen. Daarnaast verkent het kabinet een duurzame bekostigingssystematiek voor investeringen, onderhoud en vervanging van eilandelijke infrastructuur.

Inspelen op demografische ontwikkelingen CN

In 2027 wordt de implementatie van een gezamenlijke meerjarige aanpak om demografische ontwikkelingen en de effecten daarvan structureel te mitigeren verder uitgewerkt en geïmplementeerd. Hierbij gaat het niet alleen over het risico van explosieve bevolkingsgroei, zoals op Bonaire, maar ook het mitigeren van de effecten van bijvoorbeeld vergrijzing. Daarbij vormen de aanbevelingen uit het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 (Kamerstukken II, 2024/25, 2025D15428) de basis. In 2027 wordt, in nauwe samenwerking met de eilandbesturen, ingezet op een integrale aanpak waarbij de leefbaarheid en beschikbaarheid van publieke voorzieningen op de middel- en lange termijn geborgd worden. Ook hierbij is het van belang om de aanpak per eiland te differentiëren.

Samenwerking met Aruba, Curaçao en Sint Maarten

De Landspakketten, zoals die eind 2020 zijn overeengekomen met Aruba, Curaçao en Sint Maarten, beschrijven de noodzakelijke hervormingen op het gebied van financieel beheer, kosten en effectiviteit van de publieke sector, belastingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid, economie, zorg en onderwijs. De Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen vormt de basis waarop de Caribische Landen en Nederland samenwerken voor uitvoering van die hervormingen. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor de implementatie van de Landspakketten. De Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ondersteunt hierbij vanuit Nederland met capaciteit en middelen. De Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen loopt in 2027 af, maar deze biedt de mogelijkheid om telkens voor een periode van maximaal twee jaar verlengd te worden. In 2026 heeft een onafhankelijke evaluatiecommissie (Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 nr. 52-4) geconcludeerd dat de hervormingen door de samenwerking op gang zijn gekomen, maar dat structurele hervormingen een langere tijdshorizon vragen dan de looptijd van de Onderlinge Regeling. In lijn met de aanbeveling van de evaluatiecommissie om de samenwerking voort te zetten, wordt het resterende budget van de Landspakketten ingezet om verlenging van de Onderlinge Regeling met twee jaar mogelijk te maken. Verlenging van de Onderlinge Regeling vergt instemming van de Staten van respectievelijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Bij akkoord van de Staten kan het resterende budget worden ingezet voor ondersteuning bij een aantal prioritaire hervormingen uit de Landspakketten, welke randvoorwaardelijk zijn voor de verdere ontwikkeling van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De institutionele hervormingen dienen uiteindelijk goed verankerd te worden door de landen na beëindiging van de Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen. Hierover worden door de TWO concrete afspraken met de landen over gemaakt.

Het kabinet blijft ook Sint Maarten actief ondersteunen bij de uitvoering van het Trustfonds Wederopbouw, dat door Nederland is gefinancierd, door de Wereldbank wordt beheerd en eind 2028 afloopt. Dit wordt onder meer gedaan door bilaterale programma’s voort te zetten die versnelde realisatie van projecten mogelijk maken. Een voorbeeld is het Technische Assistentie programma Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur (VROMI) dat ondersteuning aan het ministerie van VROMI biedt voor de realisatie van de institutionele hervormingen voor het afval management project.

Samenwerking met Bonaire, Sint Eustatius en Saba gericht op gelijkwaardigheid

Voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba draagt het kabinet een directe verantwoordelijkheid en streeft het ernaar inwoners een gelijkwaardige positie binnen Nederland te bieden, met een gelijkwaardig voorzieningenniveau rekening houdend met de lokale context. In het coalitieakkoord is het principe van ‘comply or explain’ aangescherpt. Dit houdt in dat nieuw beleid en regelgeving in beginsel tevens van toepassing is op Caribisch Nederland (comply), tenzij sprake is van zwaarwegende en deugdelijk gemotiveerde redenen om hiervan af te wijken (explain). In 2027 werkt het ministerie van BZK samen met de eilanden en andere departementen aan de evaluatie van het principe van ‘comply or explain’ en de opvolging daarvan. Deze evaluatie is gericht op ervaringen uit de praktijk. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie White en Ceder (Kamerstuk II 2025/26, 36800 IV, nr. 10.).

Historische en culturele banden

Het ministerie van BZK blijft in 2027 actief werken aan maatschappelijke bewustwording over het koloniale verleden en het slavernijverleden en de blijvende impact daarvan in samenwerking met de zes Caribische eilanden. Vanuit de opvolging van de excuses van het Nederlands kabinet voor haar rol in het trans-Atlantisch slavernijverleden worden door de lokale overheden eilandelijke actieagenda’s uitgevoerd tot en met het derde kwartaal 2029 en loopt tot en met 2028 een subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

In de onderliggende tabellen zijn de belangrijkste beleidsmatige uitgaven- en ontvangstenmutaties opgenomen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht die plaatsvinden bij de Ontwerpbegroting 2027.

Deze tabellen bevatten ook de belangrijkste mutaties die bij de eerste suppletoire begroting 2026 hebben plaatsgevonden. Toelichtingen op die mutaties zijn opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36915 IV, nr. 2).

Uitgaven Koninkrijksrelaties

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Artikel

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Uitgaven 2030

Uitgaven 2031

 

Vastgestelde begroting 2026

 

222.151

236.940

180.191

149.710

139.329

0

         
 

Mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

‒ 41.984

1.618

‒ 23.284

‒ 21.603

5.176

143.265

         
 

- waarvan mutaties coalitieakkoord

 

0

‒ 26

‒ 27

‒ 681

‒ 1.567

‒ 1.567

1

Efficiencytaakstelling

1, 6

0

0

‒ 1

‒ 142

‒ 276

‒ 276

2

Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

4

0

0

0

‒ 513

‒ 1.265

‒ 1.265

3

Subsidietaakstelling

6

0

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

‒ 26

         
 

- waarvan overige suppletoire mutaties

 

‒ 41.984

1.644

‒ 23.257

‒ 20.922

6.743

144.832

4

Grensbewaking

1

‒ 20.371

0

0

0

0

0

5

Recherchecapaciteit

1

‒ 16.260

0

‒ 22.700

‒ 22.700

0

0

6

Rechterlijke macht

1

‒ 6.440

0

0

0

0

0

7

Kasschuif slavernijverleden subsidies

2

‒ 3.934

‒ 2.154

1.627

‒ 1.067

4.323

1.205

8

Kasschuif slavernijverleden actieagenda's

2

‒ 3.724

134

3.110

480

0

0

9

Kasschuif voedselzekerheid

4

6.273

1453

‒ 7726

0

0

0

10

Eindejaarsmarge

2, 4, 7

4.471

0

0

0

0

0

11

Loonbijstelling tranche 2026

7

2.789

3.362

3.087

3.105

3.062

3.067

12

Prijsbijstelling tranche 2026

7

2.527

2.558

1.002

742

657

628

13

Correctie koerseffecten

Alle

‒ 3.179

‒ 3664

‒ 1657

‒ 1482

‒ 1299

‒ 1.397

14

Extrapolaties 2031

Alle

0

0

0

0

0

139.329

15

Overige mutaties

Alle

‒ 4.136

‒ 45

0

0

0

2.000

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

180.167

238.558

156.907

128.107

144.505

143.265

         
 

Belangrijkste mutaties OW 2027

 

34.932

‒ 36.410

21.421

10.959

58

‒ 9.998

         

16

Recherchecapaciteit

1

‒ 665

‒ 755

‒ 1.617

0

0

0

17

Grenstoezicht

1

‒ 4.500

0

0

0

0

0

18

Kasschuif Landspakketten

4

0

‒ 30.930

21.318

9.612

0

0

19

Investeringen Curaçao

5

39.592

0

0

0

0

0

20

Kasschuif ambtelijk personeel TWO

6

0

‒ 4.013

2.492

1.521

0

0

21

Aanvullende taakstelling Rijk

6

0

0

0

0

0

‒ 248

22

Versnellen slagvaardige overheid

1 en 6

0

0

‒ 235

‒ 233

0

0

         

23

Overige mutaties

 

505

‒ 712

‒ 537

59

58

‒ 9.750

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

215.099

202.148

178.328

139.066

144.563

133.267

Toelichting

16. Recherchecapaciteit

Dit betreft een drietal overhevelingen naar de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het Recherchesamenwerkingsteam (RST). Dit team heeft de taak om zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit te onderzoeken. Het gaat om € 0,7 mln. in 2026, € 0,8 mln. in 2027 en € 1,6 mln. in 2028.

17. Grenstoezicht

Dit betreft een overheveling van € 4,5 mln. naar de begroting van het ministerie van Financiën (IXB) voor de Douane Nederland. Deze middelen zijn bestemd voor de lokale grens- en handhavingsdiensten op de eilanden Curaçao, Aruba en Sint Maarten.

18. Kasschuif Landspakketten

De Landspakketten worden twee jaar verlengd (tot en met 2029). Om ervoor te zorgen dat er middelen beschikbaar zijn in deze jaren wordt er een kasschuif gedaan van € 30,9 mln. van 2027 naar 2028 (€ 21,3 mln.) en 2029 (€ 9,6 mln.).

19. Investeringen Curaçao

Nederland verstrekt, op basis van de in de Rijkswet financieel toezicht opgenomen zogenaamde lopende inschrijving, een lening ter grootte van XCG 80,8 mln. (€ 39,6 mln.) aan Curaçao ter financiering van verschillende investeringen. De investeringen betreffen onder andere verbeteringen op het gebied van digitalisering, de verbouwing van het stadhuis, het onderhoud en beheren van de wegeninfrastructuur, de telecommunicatie-zeekabel en de aanschaf van materiaal ten behoeve van de Kustwacht.

20. Kasschuif ambtelijk personeel TWO

Met de verlenging van de Landspakketten tot en met 2029 wordt ook de looptijd van de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) verlengd. Daarom is er voldoende personeelsbudget nodig voor de jaren 2028 en 2029, waarvoor er een kasschuif wordt gedaan van € 4,0 mln. van 2027 naar 2028 (€ 2,5 mln.) en 2029 (€ 1,5 mln.).

21. Aanvullende taakstelling Rijk

Aanvullend op de taakstellingen uit het coalitieakkoord heeft het kabinet besloten tot een extra efficiencytaakstelling die voor de begroting van KR voor 2031 € 0,2 mln. bedraagt en daarna jaarlijks tot en met 2035 oploopt.

22. Versnellen slagvaardige overheid

Voor de taakstelling versnellen slagvaardige overheid is het bedrag op de begroting van Koninkrijksrelaties € 0,2 mln. in zowel 2028 als 2029.

Ontvangsten Koninkrijksrelaties

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Artikel

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Ontvangsten 2030

Ontvangsten 2031

 

Vastgestelde begroting 2026

 

153.073

146.520

152.945

144.780

317.706

0

         
 

Mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

73.683

14.827

2.536

39.430

207.022

353.547

         
 

- waarvan mutaties coalitieakkoord

 

0

0

0

0

0

0

         
 

- waarvan overige suppletoire mutaties

 

73.683

14.827

2.536

39.430

207.022

353.547

1

Extrapolaties 2031

5

0

0

0

0

0

317.706

2

Raming renteontvangsten 2026

5

58.856

0

0

0

0

0

3

Raming aflossing Covidleningen

5

21.252

21.252

21.252

21.252

21.252

21.252

4

Raming aflossing kapitaalleningen

5

‒ 6.425

‒ 6.425

‒ 18.716

18.178

185.770

14.589

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

226.756

161.347

155.481

184.210

524.728

353.547

         
 

Belangrijkste mutaties OW 2027

 

2.339

0

0

0

0

0

         

5

Overige mutaties

 

2.339

0

0

0

0

0

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

229.095

161.347

155.481

184.210

524.728

353.547

5. Overige mutaties

Dit betreft enkele technische mutaties van in totaal € 2,3 mln.

Uitgaven BES-fonds

Tabel 4 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand ontwerpbegroting 2026

 

95.808

96.920

98.922

100.926

103.691

0

         
 

Waarvan mutaties coalitieakkoord eerste suppletoire begroting 2026

 

0

0

0

0

0

0

         
 

Belangrijkste mutaties eerste suppletoire begroting 2026

 

‒ 1.163

‒ 1.173

‒ 1.195

‒ 1.411

‒ 1.450

102.241

1

Correctie koerseffecten BES-fonds

1

‒ 4.166

‒ 4.214

‒ 4.301

‒ 4.388

‒ 4.508

‒ 4.508

2

Extrapolaties 2031

1

0

0

0

0

0

103.691

3

BBP-indexatie

1

2.826

2.859

2.918

2.977

3.058

3.058

4

Overige mutaties

1

177

182

188

0

0

0

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

94.645

95.747

97.727

99.515

102.241

102.241

         
 

Belangrijkste mutaties begroting 2027

 

1.718

95

237

‒ 120

385

664

         

5

Verhoging bezoldiging gezagdragers

1

279

0

0

0

0

0

6

Volwasseneneducatie

1

0

189

450

450

450

450

7

Uitbreiding eilandraden

1

1.455

0

0

0

0

0

8

Overige mutaties

1

‒ 16

‒ 94

‒ 213

‒ 570

‒ 65

214

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

Toelichting

5. Verhoging bezoldiging gezagdragers

Het betreft een verhoging van de bezoldiging van de politieke gezagdragers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) in verband met de nieuwe CAO van Rijksambtenaren in 2026.

6. Volwasseneneducatie

Met de herziening van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, krijgen de openbare lichamen in Caribisch Nederland een nieuwe taak op het gebied van volwasseneneducatie.

7. Uitbreiding eilandsraden

De openbare lichamen op de BES hebben een eenmalige toekenning voor de uitbreiding van de eilandsraden ontvangen.

Ontvangsten BES-fonds

Tabel 5 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand ontwerpbegroting 2026

 

95.808

96.920

98.922

100.926

103.691

0

         

1

Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

1

‒ 1.163

‒ 1.173

‒ 1.195

‒ 1.411

‒ 1.450

102.241

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

94.645

95.747

97.727

99.515

102.241

102.241

         
 

Belangrijkste mutaties begroting 2027

 

1.718

95

237

‒ 120

385

664

         

2

Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

1

1.718

95

237

‒ 120

385

664

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

Toelichting

1. Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Op basis van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) dienen de uitgaven en ontvangsten over ieder uitkeringsjaar voor het BES-fonds gelijk te zijn. Ten behoeve van de dekking van deze uitgaven is een post ontvangsten geraamd. De voeding van het BES-fonds is direct afkomstig uit de belastingontvangsten van het Rijk.

2.3 Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het voortbrengen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek te programmeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe. Conform afspraak met de Kamer wordt periodiek (indicatie 4-7 jaar) per thema verantwoording afgelegd over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Dit gebeurt via Periodieke rapportages (voorheen: beleidsdoorlichtingen). Hieronder is de planning van deze syntheseonderzoeken opgenomen.

Tabel 6 Planning periodieke rapportages

Thema/Periodieke rapportage

Eerstvolgende Periodieke rapportage

Begrotingsartikelen

  

1

2

4

5

8

Een Koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid

2029

x

 

x

x

 

Wederopbouw bovenwindse eilanden

2030

    

x

Slavernijverleden

2030

 

x

   

Bijlage 5 Uitwerking strategische evaluatie agenda bevat een nadere toelichting op de SEA. Daarnaast is daar ook de programmering van alle (deel)evaluatieonderzoeken te vinden.

Voor een overzicht van afgeronde evaluaties en beleidsdoorlichtingen zie Jaarverslag Koninkrijksrelaties 2024, Bijlage 1: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.

2.4 Overzicht risicoregelingen

Leningen

Tabel 7 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000) (stand per 1 augustus 2026)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening in andere valuta

Uitstaande lening in €

Looptijd lening

Totaal verstrekte leningen

2.543.291

 
     

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

2.509.761

 
     

Totaal leningen Curaçao

1.437.348

 
 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,875

XCG 370.000

147.540

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,0%

XCG 474.900

189.369

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,125%

XCG 582.391

232.231

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

XCG 62.604

25.226

30 jaar (2013-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,45%

XCG 247.036

103.186

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,6%

XCG 155.54

83.470

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,62%

XCG 33.296

17.997

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,0%

XCG 59.050

29.702

30 jaar (2016-2046)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,24%

XCG 60.000

28.448

30 jaar (2017-2047)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 0,92%

XCG 69.100

34.167

30 jaar (2019-2049)

 

Onderhandse lineaire lening Curaçao 0,00%

XCG 62.320

31.237

15 jaar (2020-2035)

 

Lening ter afwikkeling van de Girobank 0,00%

XCG 8.232

2.592

16 jaar (2021-2037)

 

Liquiditeitslening Curaçao 2,9%

XCG 842.162

414.271

20 jaar (2023-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,6%

XCG 115.700

59.007

30 jaar (2025-2055)

 

Onderhandse lening Curaçao 3,62%

XCG 76.000

38.905

20 jaar (2025-2045)

     

Totaal leningen Sint Maarten

462.231

 
 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,75 %

XCG 78.571

31.494

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,875%

XCG 50.000

20.042

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,0%

XCG 50.000

20.042

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,25%

XCG 58.652

24.765

15 jaar (2014-2029)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,375%

XCG 44.818

18.739

20 jaar (2014-2034)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,45%

XCG 39.526

16.510

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 1,8%

XCG 19.172

8.242

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,83%

XCG 10.129

4.531

25 jaar (2017-2032)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,74%

XCG 26.093

13.045

30 jaar (2019-2049)

 

Onderhandse lineaire lening 0,00%

XCG 37.905

16.975

15 jaar (2020-2035)

 

Lopende inschrijving Sint Maarten 3,24%

XCG 55.899

29.497

20 jaar (2023 ‒ 2043)

 

Liquiditeitslening Sint Maarten 2,9%

XCG 313.910

140.354

30 jaar (2023-2053)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,43%

XCG 128.100

66.000

25 jaar (2024-2049)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,532%

XCG 30.300

14.510

30 jaar (2025-2055)

 

Onderhandse lening Sint Maarten 3,62%

XCG 73.500

37.485

20 jaar (2025-2045)

     

Totaal leningen Aruba

608.842

 
 

Rentelastverlichting 2021 Aruba 2,64%

AWG 126.500

59.700

8 jaar (2021-2028)

 

Rentelastverlichting 2022 Aruba 2,64%

AWG 296.571

151.924

8 jaar (2022-2029)

 

Covidlening Aruba 6,9%

AWG 869.725

397.218

20 jaar (2023-2043)

     

Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen

1.340

 
 

Lening Ontwikkelingsbank Nederlandse Antillen

1.340

29 jaar (2001-2030)

     

Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

33.530

 
 

Liquiditeitslening Sint Maarten 0,0%

XCG 44.000

19.734

30 jaar (2018-2048)

 

Liquiditeitslening Sint Maarten 0,0%

XCG 28.688

13.796

30 jaar (2018-2048)

Toelichting

De leningen aan de Landen worden afgesloten in Antilliaanse guldens (XCG) of Arubaanse florins (AWG) en vastgelegd in de begroting in euro's (€). Deze vastlegging gebeurt op basis van de geldende begrotingskoers op het moment van aangaan van de lening (historische waarde). De aan Caribisch Nederland verstrekte renteloze leningen in dollars (USD) zijn in bijlage 9 te vinden.

De huidige stand van de leningen afgesloten in voorgaande boekjaren zijn geactualiseerd tot 1 augustus 2026. De in 2026 afgesloten leningen zijn opgesteld op basis van de gerealiseerde dagkoers. Het ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt plaats op hoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

Curaçao en Sint Maarten

Leningen lopende inschrijving

Om ervoor te kunnen zorgen dat Curaçao en Sint Maarten een gezonde financiële huishouding kunnen voeren, waarbij de eigen verantwoordelijkheid van de Landen voorop blijft staan, zijn afspraken gemaakt tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Deze afspraken zijn geformaliseerd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) en betreffen een deugdelijk begrotingsbeleid, het op orde brengen van het financieel beheer en een effectief financieel toezicht ter voorkoming van nieuwe opbouw van schulden. Daarnaast is afgesproken dat Nederland een lopende inschrijving aanbiedt voor leningen aan Curaçao en Sint Maarten, tegen het actuele rendement op staatsleningen van de desbetreffende looptijd. Het merendeel van de leningen zijn zogenaamde «bulletleningen» met aflossing ineens aan het einde van de looptijd.

De lopende inschrijving Sint Maarten van 2019 is een lening voor 30 jaar, die aan Sint Maarten verstrekt is om de liquiditeitspositie van Sint Maarten te versterken. Deze positie was ernstig verzwakt na de orkaan Irma. Dit is een uitzondering op de regel dat van de lopende inschrijving alleen gebruik gemaakt mag worden voor de kapitaaldienst en bij een sluitende begroting (art. 25 Rft).

Onderhandse leningen

Voor de Landen Curaçao en Sint Maarten zijn in 2020 twee «2010-2020 Obligatieleningen» (bulletleningen) afgelopen, die behoren tot de afspraken over de schuldsanering. Deze leningen zijn onder gewijzigde voorwaarden omgezet. Voor Curaçao betreft het een omzetting van de lening naar een onderhandse lineaire lening. Beide leningen hebben een duur van 15 jaar met begindatum 15 oktober 2020. De leningen hebben een rentepercentage van 0% en waren de eerste drie jaar aflossingsvrij.

Liquiditeitsleningen

Curaçao en Sint Maarten hebben in verband met de pandemie in 2020-2022 verschillende liquiditeitsleningen ontvangen. In oktober 2024 zijn de liquiditeitsleningen van Sint Maarten en Curaçao geherfinancierd voor een periode van 30 respectievelijk 20 jaar tegen een interestpercentage van 2,9%.

Lening ter afwikkeling van de Girobank

Curaçao heeft een lening ontvangen om de afwikkeling van de failliete Girobank te kunnen uitvoeren. Het jaarlijkse rentepercentage is 0,0% en een looptijd van 16 jaar. De aflossing start op 1 augustus 2023. Curaçao mag de lening geheel of gedeeltelijk vervroegd aflossen.

Herfinancieringen

Aan Curaçao is in oktober 2025 een gedeeltelijke herfinanciering verstrekt van een eerdere lening uit 2010 en aan Sint Maarten is in oktober 2025 volledige herfinanciering verstrekt van een eerdere lening uit 2010, beide tegen een rentepercentage van 3,62%.

Leningen Aruba

Liquiditeitsleningen (verlenging)

Aruba heeft in 2020 om bijstand gevraagd op grond van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden om de gevolgen van Covid-19 op te kunnen vangen. Voor de liquiditeitsleningen van Aruba zijn in oktober 2023 geherfinancierd voor een looptijd van 20 jaar tegen een interestpercentage van 6,9%.

Rentelastverlichting Aruba

Aruba heeft in 2021 en 2022 een lening ter verlichting van de rentelast ontvangen als onderdeel van de landspakketten. Deze leningen hebben een rentepercentage van 2,64%. De eerste vier jaar zijn aflossingsvrij, daarna wordt jaarlijks afgelost.

Lening Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen

Dit betreft een vordering op de Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) vanwege middelen die destijds ter beschikking zijn gesteld voor het bevorderen van de economie op de Nederlandse Antillen.

Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Liquiditeitsleningen Sint Maarten

In 2018 zijn twee dertigjarige renteloze leningen aan Sint Maarten verstrekt om de liquiditeitspositie van het land te verstevigen na de schade van orkaan Irma. De eerste vijf jaar waren aflossingsvrij, daarna wordt jaarlijks afgelost.

2.5 Implementatie van mensenrechtenverdragen

De regering informeert jaarlijks de Staten-Generaal in de memorie van toelichting op de begroting Koninkrijksrelaties over de stand van zaken rond de implementatie van mensenrechtenverdragen in het Caribische deel van het Koninkrijk (Kamerstukken II 2018/19, 33826, nr. 29).

Ten aanzien van de verdere implementatie vindt samenwerking plaats in een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de vier landen van het Koninkrijk. De betreffende commissie werkt met een lijst waarop zeven mensenrechtenverdragen zijn opgenomen die in één of meer (ei)landen van het Caribische deel van het Koninkrijk wachten op uitvoering. Reeds eerder is na overleg tussen de Minister van Buitenlandse Zaken, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten besloten het traject ten behoeve van de implementatie van de zeven verdragen organisatorisch te integreren in het bredere traject van het Ministerie van Buitenlandse Zaken om achterstanden in de medegelding van verdragen in te halen. De voornoemde commissie onder verantwoordelijkheid van BZK richt zich op de bevordering van de implementatie van mensenrechtenverdragen in het Caribische deel van het Koninkrijk en de uitvoering van het traject t.a.v. mensenrechtenverdragen (Kamerstukken II 2023/24, 23530, nr. 144).

De voorgenoemde commissie heeft voor de huidige periode twee van de bovengenoemde zeven mensenrechtenverdragen geprioriteerd. Zo hopen de Caribische landen spoedig vorderingen te boeken rond de implementatie van het Verdrag van Istanbul inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het gaat in beide gevallen om verdragen waarvan de inwerkingtreding naar verwachting een wezenlijke impact zal hebben op de rechtsbescherming van kwetsbaren in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en die door de landen reeds als prioritair zijn aangemerkt. Wat precies nog verder aan uitvoering nodig is om de twee verdragen te kunnen ratificeren, verschilt per land. De uitvoering van een verdrag vergt maatwerk en het ene Caribische land is hier al verder mee dan het andere. Concreet is daarom afgesproken dat eerst waar nodig in overleg met elkaar in kaart wordt gebracht welke maatregelen hiertoe nog zijn vereist (implementatieplan) en dat vervolgens, waar nodig en gewenst met ondersteuning van Nederland, wordt overgegaan tot de daadwerkelijke uitvoering van de betreffende twee verdragen.

De afgelopen jaren zijn voor dit deel van het Koninkrijk meerdere geprioriteerde mensenrechtenverdragen in werking getreden. Het afgelopen jaar zijn geen verdragen in werking getreden. De belangrijkste reden hiervoor is de inzet in de landen ten aanzien van het voornoemde omvangrijke Verdrag van Istanbul. Dit verdrag brengt door zijn omvang en uitvoeringscomplexiteiten grotere werklast met zich mee waardoor implementatie meer tijd vergt. Teneinde de Caribische landen te ondersteunen bij deze inzet wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van BZK in 2026 en 2027 extra aandacht en ondersteuning verleend, in het kader van het aankomend voorzitterschap van het Koninkrijk van de Raad van Europa.

2.6 Coronamaatregelen

Tabel 8 Begrote uitgaven coronamaatregelen op de begroting Koninkrijksrelaties (bedragen x € 1 mln.)

Art.

Maatregel

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

Vindplaats

4

Landspakket Sint Maarten

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nota van Wijziging op begroting 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 35925 IV, nr. 32)

 

Totaal

0,2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Voor het BES fonds zijn er geen coronamaatregelen meer vanaf 2022.

2.7 Slagvaardige Overheid

Tabel 9 Overzicht Slagvaardige Overheid

(x € 1 mln.)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

0

0

0

0

‒ 1

‒ 21

‒ 21

Efficiencytaakstelling

0

0

0

0

0

0

0

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

0

0

0

0

‒ 1

‒ 1

‒ 1

1

Afrondingsverschillen ontstaan doordat bedragen zijn afgerond naar hele miljoenen. Hierdoor wijken de totalen af.

Toelichting

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor Koninkrijksrelaties (begrotingsstaat IV) gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat oploopt tot ruim € 1,5 mln. structureel. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

De apparaatstaakstellingen uit het coalitieakkoord zijn beide meerjarig verwerkt op de begrotingen van BZK, KR en VRO in lijn met de berekening en verdeling die het ministerie van Financiën heeft toegepast. Daarbij is de taakstelling Slagvaardige Overheid ingeboekt vooruitlopend op de verdere uitwerking van de actieagenda Slagvaardige Overheid. De uitgewerkte actieagenda zal bepalend zijn voor de invulling van die taakstelling. In de komende jaren zijn ook ijkmomenten opgenomen (waarvan in mei 2027 de eerste) om periodiek te bezien welke besparingen slagvaardige overheid daadwerkelijk oplevert om vervolgens te bepalen of (en waar) een andere invulling nodig is. Voor de invulling van de Efficiencytaakstelling wordt de verdeling zoals deze nu is geboekt, als vertrekpunt gehanteerd. Deze invulling wordt in 2026 verder uitgewerkt. Op de budgetten voor bijdragen aan agentschappen en ZBO’s heeft deze taakstelling al vanaf 2027 effect. De Efficiencytaakstelling heeft pas vanaf 2029 effect op het budget voor ‘eigen personeel’. Dit geldt ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid. De verdere onderverdeling van de taakstelling binnen ‘eigen personeel’ wordt meegenomen in het ijkmoment in mei 2027, zodat dan een zorgvuldig traject kan worden gestart om daar (ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid) met fte-reductie invulling aan te geven. Ondertussen leidt de taakstelling op het apparaat van het kabinet-Schoof bij de directoraten-generaal van het ministerie van BZK tot een fte-reductie die vanaf 2026 oploopt tot 170 fte in 2029. Dat is 4 fte minder dan tot nu toe gecommuniceerd, omdat het aandeel van de taakstelling kabinet-Schoof op de formatie voor digitalisering (4 fte) mee overgeheveld is naar het ministerie van EZK.

3. Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties

3.1 Artikel 1. Versterken rechtsstaat

Het bevorderen van goed bestuur door een bijdrage te leveren aan het versterken van de rechtsstaat van de Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit krijgt vorm door samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving, grensbewaking en mensenrechten en ondersteuning van de Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

Rechtshandhaving en veiligheid zijn aangelegenheden van de Landen van het Koninkrijk. De minister stimuleert de versterking van de rechtsstaat in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit doet de minister door de Landen te ondersteunen en invulling en uitvoering te geven aan protocollen, samenwerkingsregelingen en rijkswetten. Daarbij werkt de minister nauw samen met de betrokken bewindspersonen van de ministeries van Justitie en Veiligheid, Financiën en Defensie, die de operationele capaciteit voor de ondersteuning en versterking leveren.

Deze ondersteuning komt voort uit artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waarin is bepaald dat de Landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen, en komt tot stand door het treffen van onderlinge regelingen op grond van artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Er zijn voor 2027 geen beleidswijzigingen te melden.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Versterken rechtsstaat (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

16.916

18.112

70.573

72.717

75.871

99.034

99.019

         
 

Uitgaven

17.447

18.112

70.573

72.719

75.871

99.034

99.019

         

1.0

Versterken rechtsstaat

17.447

18.112

70.573

72.719

75.871

99.034

99.019

 

Subsidies (regelingen)

29

0

0

0

0

0

0

 

Bestuurlijke aanpak

29

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

92

70

0

0

0

0

0

 

Diverse opdrachten

92

70

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

485

0

0

115

20

0

0

 

Detentie - Algemeen

485

0

0

115

20

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.517

1.064

1.153

1.149

1.075

1.075

1.074

 

Overige bijstand aan de landen

393

0

74

73

0

0

0

 

Bestuurlijke aanpak

1.124

1.064

1.079

1.076

1.075

1.075

1.074

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

1.437

1.548

745

451

0

0

 

Detentie - Vastgoed

0

1.437

1.548

745

451

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

15.324

15.541

67.872

70.710

74.325

97.959

97.945

 

Grensbewaking (Defensie)

8.215

8.300

31.390

32.605

33.309

34.247

34.238

 

Recherchecapaciteit (JenV)

29

0

19.802

20.917

23.399

46.096

46.096

 

Rechterlijke macht (JenV)

7.080

7.190

11.488

11.996

12.432

12.432

12.428

 

Douane (Financiën)

0

51

5.192

5.192

5.185

5.184

5.183

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
 

2027

juridisch verplicht

2%

bestuurlijk gebonden

96%

beleidsmatig gereserveerd

2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 2% juridisch verplicht en voor 96% bestuurlijk gebonden.

Bijdrage aan medeoverheden

Bestuurlijke aanpak

Jaarlijks wordt structureel € 1 mln. beschikbaar gesteld voor de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit. Met dit geld worden de Landen in staat gesteld om bestuurlijke instrumentaria te ontwikkelen waarmee ondermijning wordt tegengegaan, zoals vergunningsbeleid en onderzoeken (Kamerstukken II 2020/21, 35925 IV, nr. 37). Zo wordt bijgedragen aan een duurzame, regionale en integrale aanpak van ondermijning die complementair is aan de bestaande strafrechtelijke aanpak.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Detentie vastgoed

Vanuit het akkoord over de derde tranche liquiditeitssteun van 22 december 2020 met Sint Maarten is € 30 mln. beschikbaar gesteld voor verbetering van het gevangeniswezen in Sint Maarten (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 203). Hiervan komt € 10 mln. ten goede aan het verbeteren van onderdelen van het gevangeniswezen die al langere tijd in Sint Maarten niet op orde zijn, maar niet vallen onder de bouw van een nieuwe gevangenis. Dit budget is verdeeld over zeven begrotingsjaren, gestart in 2022 en eindigend in 2028. De Samenwerkingsregeling waarborging plannen van aanpak landstaken Curaçao en Sint Maarten (Kamerstukken II 2020/21, 35420, nr. 224) is de grondslag voor de aanpak detentie op Sint Maarten.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Grensbewaking (Defensie)

Nederland stelt voor onbepaalde tijd personeel van de Koninklijke Marechaussee (KMar) beschikbaar ter ondersteuning van het grenstoezicht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten conform het protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 40). Deze flexibele pool levert een bijdrage aan de uitvoering van grensgerelateerde politietaken in de Landen. Het gaat hierbij om grensbewaking, het uitvoeren van de politietaak op respectievelijk de luchthaven en de maritieme grenzen en de bestrijding van drugs-, wapen- en migratiecriminaliteit.

Aanvullend versterken Aruba, Curaçao en Sint Maarten met hulp van Nederland het grenstoezicht op basis van een op 4 februari 2021 overeengekomen protocol over de versterking van het grenstoezicht (Kamerstukken II 2020/21, 35570 IV, nr. 33). Op basis van dit protocol ondersteunen 71 fte van de KMar de lokale diensten om de transnationale georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit te bestrijden van dit protocol de lokale diensten om de transnationale georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit te bestrijden. De operationele inzet van de medewerkers vanuit de flexpool en het protocol inzake de versterking grenstoezicht in de Caribische Landen van het Koninkrijk vindt plaats onder het bevoegd gezag van het land waar de betreffende werkzaamheden worden verricht.

Recherchecapaciteit (JenV)

Het Recherche Samenwerkingsteam (RST) heeft de taak om zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit te onderzoeken. Dit wanneer de ernst, frequentie of het georganiseerde verband waarin ze worden gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde maakt. Dit is vastgelegd in de Rijkswet Politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba; en het Protocol gespecialiseerde recherchesamenwerking. Hieronder valt ook de aanpak van (internationale) corruptie en witwassen. Daarnaast verricht het RST de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken. Het RST werkt in het gehele Caribisch deel van het Koninkrijk onder gezag van de lokale Openbaar Ministeries en in zeer nauwe samenwerking met de lokale politiekorpsen.

Jaarlijks worden de reguliere budgetten van de begroting van Koninkrijksrelaties (KR) ten behoeve van het RST overgeheveld naar de begroting van Justitie en Veiligheid (JenV). Hiermee wordt recht gedaan aan de Politiewet 2012, die bepaalt dat alleen de minister van JenV opdrachten aan de Nationale Politie mag verstrekken. Het beleidsmatig instrument wordt in de begroting van het ministerie van KR verantwoord, gezien haar politieke verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van de middelen.

De overige middelen op de begroting van 2027 worden ingezet om capaciteit beschikbaar te stellen voor de duurzame ondermijningsaanpak op Sint Maarten, Curaçao en Aruba in de vorm van mensen en middelen. De aanpak richt zich onder meer op financieel-economische criminaliteit, waaronder corruptie en betrokkenheid van politiek prominente personen, ambtenaren en overheid NV’s. Hierbij werkt het RST samen met het Openbaar Ministerie van Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden, het Openbaar Ministerie van Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. 

Rechterlijke macht (JenV)

Voor een goed functionerende rechtsstaat is volledige en adequate bezetting van de openbaar ministeries en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van groot belang. Vanwege een gebrek aan lokale personele capaciteit draagt Nederland hier op verzoek van de Landen aan bij door officieren van justitie, rechters en ander gerechtelijk personeel ter beschikking te stellen. Deze treden in lokale dienst, waarbij de kosten van een buitenlandtoelage jaarlijks worden vergoed door het ministerie van BZK. Bij de Openbaar Ministeries en het Gemeenschappelijk Hof werken ook officieren van justitie en rechters specifiek ten behoeve van de duurzame ondermijningsaanpak.

Douane (Financiën)

Het ministerie van BZK stelt, afhankelijk van de beschikbare uitvoeringscapaciteit, maximaal 16 fte personeel van Douane Nederland beschikbaar ter ondersteuning van grenstoezicht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het kader van het protocol over de versterking van het grenstoezicht (Kamerstukken II 2020/21, 35570 IV, nr. 33). Douane Nederland versterkt de lokale diensten met kennis en ervaring en verzorgt de benodigde opleidingen om de transnationale georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit te bestrijden.

3.2 Artikel 2. Slavernijverleden

De middelen die naar aanleiding van de slavernijverleden excuses beschikbaar zijn gesteld, zijn onder andere gericht op kennis en bewustwording, erkenning, herdenking en de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Uitgangspunten voor de invulling hiervan zijn: (1) navolgbaar- en inzichtelijkheid en (2) programmering en bestemming van deze middelen vindt in samenspraak met betrokkenen uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten plaats.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Regisseren

  • De minister van BZK coördineert het traject van de opvolging van de excuses voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Uitvoeren

  • De minister van BZK geeft uitvoering aan een subsidieregeling, waarmee maatschappelijke initiatieven een impuls kunnen geven aan onder andere meer kennis van en bewustwording over het trans-Atlantisch slavernijverleden in en voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • Er wordt uitvoering gegeven aan maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking, waarmee concreet invulling wordt gegeven aan de op 19 december 2022 gedane toezeggingen (Kamerstukken II 2022/2023, 36284 nr. 1).

Er zijn voor 2027 geen beleidswijzigingen te melden.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Slavernijverleden (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

34.112

4.206

6.491

8.003

5.875

4.323

1.205

         
 

Uitgaven

6.562

13.969

14.694

14.000

8.285

4.323

1.205

         

2.0

Slavernijverleden

6.562

13.969

14.694

14.000

8.285

4.323

1.205

 

Subsidies (regelingen)

187

3.856

6.491

8.003

5.875

4.323

1.205

 

Maatschappelijke initiatieven

187

3.856

6.491

8.003

5.875

4.323

1.205

 

Opdrachten

0

350

0

0

0

0

0

 

Maatschappelijke initiatieven

0

350

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

6.375

9.763

8.203

5.997

2.410

0

0

 

Maatregelen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking slavernijverleden

6.375

9.763

8.203

5.997

2.410

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
 

2027

juridisch verplicht

56%

bestuurlijk gebonden

44%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 56% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdrage aan medeoverheden zijn voor 56% juridisch verplicht. Het gaat hier om maatregelen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van het slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk.

Subsidies

Subsidies zijn voor 44% bestuurlijk gebonden (Stcrt. 2025, 22437). Dit betreffen met name subsidies voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten.

Subsidies (regelingen)

Maatschappelijke initiatieven

Dit betreft uitgaven om invulling te geven aan de subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. In de periode 2025-2029 is er ca. € 33,3 mln. beschikbaar voor aanvragen en de kosten om de regeling uit te voeren. In 2027 is er € 6,5 mln. beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

Maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking

Dit betreft uitgaven voor onder andere bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk. Ieder (ei)land werkt hiervoor aan een eigen agenda en de lokale overheden zijn hierin essentiële partners. Het gaat om circa € 33,3 mln., verdeeld over de jaren 2025 tot en met 2029. Voor 2027 is circa € 8,2 mln. beschikbaar.

3.3 Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Vanuit gelijkwaardigheid en betrokkenheid werkt het kabinet samen met de autonome Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan voelbare vooruitgang voor inwoners aan beide kanten van de oceaan. Deze inzet wordt toegespitst op het bouwen aan slagvaardig bestuur dat resultaten boekt, het versterken van sociaal-economische veerkracht en duurzame ontwikkeling en door middel van het werken aan kaders en kansen voor effectieve samenwerking binnen het Koninkrijk. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt daaraan bij middels het versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht, het inzetten van kennis en expertise en het coördineren van de inzet van het Rijk.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van technische assistentie en het delen van kennis.

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van praktische samenwerking en het opzetten van samenwerkingsovereenkomsten.

  • De minister ondersteunt via de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) de Landen bij het ontwikkelen en implementeren van hervormingen op het gebied van financieel beheer, kosten en effectiviteit van de publieke sector, belastingen, arbeidsmarkt en sociale zekerheid, economie, zorg en onderwijs (de zogeheten Landspakketten).

Regisseren

Het kabinet zet zich in voor het vergroten van economische ontwikkeling en zelfredzaamheid in de Caribische delen van het Koninkrijk. Voorbeelden hiervan zijn de inzet op voedselzekerheid en de Borgstelling MKB-regeling voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In 2026 is de onafhankelijke stichting CariFoodFund die het revolverende fonds zal beheren opgericht en zal de voorzitter van de Raad van Toezicht benoemd worden (Kamerstukken ll, 2025/26, 36800 IV, nr. 60). Rond de jaarwisseling van 2026 naar 2027 zal gestart worden met het verstrekken van verschillende vormen van leningen.

In lijn met de aanbeveling van de evaluatiecommissie om de samenwerking voort te zetten wordt het resterende budget van de Landspakketten ingezet om verlenging van de Onderlinge Regeling met twee jaar mogelijk te maken.

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

97.724

85.165

55.914

37.755

21.538

5.829

5.822

         
 

Uitgaven

76.588

79.426

51.175

31.655

15.438

5.829

5.822

         

4.1

Curaçao, Sint Maarten en Aruba

23.264

35.511

26.660

22.074

9.973

362

361

 

Subsidies (regelingen)

18.138

24.340

20.290

18.122

8.244

0

0

 

Diverse subsidies

375

1.110

644

289

0

0

0

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

11.556

18.730

19.646

17.833

8.244

0

0

 

Onderwijshuisvesting Curaçao

6.207

4.500

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.046

7.711

5.175

2.988

1.202

117

117

 

Opdrachten landen

133

1.211

1.525

223

117

117

117

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

1.913

6.500

3.650

2.765

1.085

0

0

 

Inkomensoverdrachten

714

1.268

0

0

0

0

0

 

Toeslagen op pensioenen NA

714

1.268

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

2.083

1.953

950

720

283

0

0

 

Bijdrage landen

29

0

0

0

0

0

0

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

2.054

1.953

950

720

283

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

283

239

245

244

244

245

244

 

Diverse bijdragen

283

239

245

244

244

245

244

4.2

Caribisch Nederland

53.315

28.702

14.769

9.432

5.465

5.467

5.461

 

Subsidies (regelingen)

4.050

4.336

2.625

1.853

1.853

1.853

1.851

 

Subsidies Caribisch Nederland

4.050

4.336

2.625

1.853

1.853

1.853

1.851

 

Opdrachten

956

2.199

2.211

2.194

2.193

2.193

2.190

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

764

1.590

1.586

1.574

1.573

1.573

1.571

 

Opdrachten Caribisch Nederland

192

609

625

620

620

620

619

 

Inkomensoverdrachten

1.706

1.349

13

13

13

13

13

 

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

1.706

1.349

13

13

13

13

13

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

161

0

0

0

0

0

0

 

Caribisch Nederland

161

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

45.846

20.818

9.920

5.372

1.406

1.408

1.407

 

Sociaaleconomische initiatieven

34.000

13.826

4.061

4.028

0

0

0

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

11.846

6.992

5.859

1.344

1.406

1.408

1.407

 

Bijdrage aan agentschappen

596

0

0

0

0

0

0

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

596

0

0

0

0

0

0

4.3

Stimuleringsregelingen

9

15.213

9.746

149

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

9

13.550

9.391

149

0

0

0

 

Voedselzekerheid

9

13.550

9.391

149

0

0

0

 

Garanties

0

1.663

355

0

0

0

0

 

Borgstelling MKB

0

1.663

355

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

1.289

1.639

0

0

0

0

0

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
 

2027

juridisch verplicht

28%

bestuurlijk gebonden

19%

beleidsmatig gereserveerd

53%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 28% juridisch verplicht en dit betreft voornamelijk de instrument Subsidies en Bijdrage aan medeoverheden.

Subsidies

Subsidies zijn voor 22% juridisch verplicht. Dit betreffen met name subsidies vanuit TWO voor diverse thema’s uit de Landspakketten.

Daarnaast zijn er nog subsidies verstrekt aan de VNG en aan de Omgevingsdienst NL.

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdrage aan medeoverheden zijn voor 57% juridisch verplicht. Het gaat hier om Sociaaleconomische initiatieven en Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht.

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Subsidies (regelingen)

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

De Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) van het ministerie van BZK ondersteunt de ontwikkeling en uitvoering van de Landspakketten, onder meer in de vorm van technische assistentie. De subsidies die op dit instrument worden verantwoord, worden op basis van plannen van aanpak betaald aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten ter uitvoering van de gemaakte afspraken.

Opdrachten

Tijdelijke werkorganisatie (TWO)

De Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) van het ministerie van BZK ondersteunt de ontwikkeling en uitvoering van de maatregelen, onder meer in de vorm van technische assistentie. De opdrachten die op dit instrument worden verantwoord vloeien voort uit deze plannen van aanpak en worden door BZK uitgegeven voor de uitvoering van de gemaakte afspraken.

Bijdrage aan medeoverheden

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

Na ondertekening van de Onderlinge Regeling ‘Samenwerking bij Hervormingen’ op 4 april 2023 zijn verplichtingen en bijbehorende uitgaven in het kader van de Landspakketten die direct aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden gedaan verantwoord onder het instrument subsidies. De uitgaven die op dit instrument worden verantwoord betreffen daarom hoofdzakelijk uitbetalingen van verplichtingen die zijn aangegaan voor het inwerkingtreden van de Onderlinge Regeling en bijdragen aan ICTU en het CBS. In de jaren 2024 tot en met 2027 is hiervoor jaarlijks circa € 2,0 mln. beschikbaar.

4.2 Caribisch Nederland

Subsidies (regelingen)

Subsidies Caribisch Nederland

Betreft diverse subsidies voor Caribisch Nederland waaronder versterking vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) BES-eilanden en het Caribisch uitwisselingnetwerk 2.0.

Bijdrage aan medeoverheden

Sociaal economische initiatieven

Na de explosieve bevolkingsgroei van Bonaire is het van belang te investeren in de kwaliteit van het wegennetwerk om op die manier de toekomstbestendigheid voor zowel het personen- als vrachtvervoer te kunnen garanderen. Daartoe is in de periode 2025 tot en met 2028 € 16 mln. beschikbaar gesteld. Voor 2027 gaat dit om een bedrag van € 4 mln.

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

Dit betreft met name uitgaven voor de noodmaatregelen die genomen zijn om de eroderende klif op Sint Eustatius te stabiliseren (€ 3 mln.) en de bijzondere uitkering voor de veerdienst Saba (€ 1,5 mln.).

4.3 Stimuleringsregelingen

Subsidies

Voedselzekerheid

Om de economische ontwikkeling en zelfredzaamheid in de Caribische delen van het Koninkrijk te stimuleren investeert het kabinet in het vergroten van voedselzekerheid (Kamerstukken II 2024/25, 36600 IV, nr. 64). In 2027 is naar verwachting de stichting volledig operationeel en worden de eerste leningen verstrekt. Naast het beheer van het revolverende fonds richt de stichting de Agri Academy op. Het doel van deze Academy is het stimuleren van kennisontwikkeling en business-development. Het ministerie van BZK werkt op basis van een convenant samen met de stichting en legt de stichting verantwoording af over de behaalde resultaten middels periodieke monitoring op basis van de nulmeting.

Borgstelling MKB

De Borgstelling MKB-kredieten Aruba, Curaçao en Sint Maarten (BMKB ACS) is een garantie-instrument dat gericht is op het versterken van de economische structuur en het investeringsklimaat van het midden- en kleinbedrijf in de CAS-landen (Curaçao, Aruba en Sint Maarten). De regeling kan een financieringsdrempel wegnemen bij banken indien er een tekort aan zekerheden bestaat bij het verlenen van krediet aan MKB-bedrijven (Kamerstukken ll 2024/25, 36600 IV, nr. 51). Op basis van de uitvoering en voortgang van de BMKB ACS in 2027 zal in het kader van de begrotingsvoorbereiding voor 2028 worden bezien op welke wijze het instrument in 2028 en de daaropvolgende jaren wordt gecontinueerd of nader vormgegeven, mede in het licht van de beleidsdoelstellingen (bijv. in relatie tot het op te zetten Economisch Groeiplatform Carib) en de beschikbare budgettaire ruimte. Daarbij wordt geborgd dat ten minste de reeds aangegane verplichtingen en verstrekte leningen worden gecontinueerd, zodat aan bestaande contractuele en financiële verplichtingen richting ondernemers wordt voldaan.

3.4 Artikel 5. Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

Het ondersteunen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten gebeurt door schuldsanering, door het uitoefenen van financieel toezicht en door het aanbieden van de mogelijkheid van vervangen door financiering van investeringen met een lopende inschrijving door Nederland tegen het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen van de desbetreffende looptijd. De schuldsanering in 2010 bestond uit het overnemen van een deel van de schulden van Curaçao, Sint Maarten en het land de Nederlandse Antillen en door het herfinancieren van het resterende deel.

Gelet op de autonomie hebben Aruba, Curaçao en Sint Maarten hun eigen verantwoordelijkheid voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Houdbare overheidsfinanciën en goed financieel beheer worden beschouwd als belangrijke randvoorwaarden voor een gezonde structurele economische ontwikkeling en voor financiële autonomie. Het financieel toezicht op Curaçao en Sint Maarten wordt geregeld in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) en voor Aruba in de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft). Het beleid is gericht op het bereiken en borgen van houdbare overheidsfinanciën door middel van deugdelijk begrotingsbeleid, het beperken van de financieringslasten en het op orde brengen van het financieel beheer. Het financieel toezicht op Aruba, Curaçao en Sint Maarten wordt uitgeoefend door de Rijksministerraad, daarin geadviseerd door het College (Aruba) financieel toezicht.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister financiert de kosten die voortkomen uit de schuldsanering en de in Rft geregelde lopende inschrijving op kapitaalleningen van Curaçao en Sint Maarten via de begroting van Koninkrijksrelaties. In tegenstelling tot de Rft omvat de LAft geen leenfaciliteit. De schuldsanering is terug te voeren op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in de aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen per 10 oktober 2010. Daarbij heeft Nederland een oplossing geboden voor de toenmalige schuldenproblematiek, door de verplichting op zich te nemen een belangrijk deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten over te nemen. Deze regeling loopt nog tot 2030. Het overige deel van de schulden is door Nederland geherfinancierd. Voor dat deel van de schuldsanering is aan Curaçao en Sint Maarten een aantal leningen verstrekt waarvan de laatste aflopen in 2040. Verder zijn na orkaan Irma en tijdens de covidpandemie liquiditeitsleningen verstrekt om de publieke dienstverlening te kunnen continueren en steunmaatregelen voor burgers en bedrijfsleven mogelijk te maken. Daarnaast worden incidenteel onderhandse leningen verstrekt.

Uitvoeren

De Rft is sinds 2010 van kracht, de Landsverordening financieel toezicht (LAft) sinds 2015. De laatste is met instemming van de Rijksministerraad gewijzigd per 1 januari 2024. Op basis van deze wetten begeleidt de minister de adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) en van het College Aruba financieel toezicht (CAft) naar de Rijksministerraad.

In 2024 is met Aruba een bestuurlijk akkoord gesloten om ook voor Aruba het beleid gericht op houdbare overheidsfinanciën vorm te geven in een nieuw ontwerp-Rijkswet, waarin ook een leenfaciliteit is opgenomen. In 2025 is het eerdere voorstel Rijkswet Aruba financieel toezicht overeenkomstig het akkoord ingetrokken, omdat de steun ervoor aan Arubaanse zijde was ontvallen en er geen sprake meer was van consensus. Tot de nieuwe rijkswet in werking treedt, wordt het toezicht uitgeoefend op grond van de LAft.

Op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden kunnen Aruba, Curaçao en Sint Maarten binnen het Koninkrijk eventueel een beroep doen op hulp en bijstand van Nederland.

Er zijn voor 2027 geen beleidswijzigingen te melden.

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

74.460

39.592

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

103.011

68.109

28.517

28.517

11.150

9.811

0

         

5.1

Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten

28.550

28.517

28.517

28.517

11.150

9.811

0

 

Leningen

28.550

28.517

28.517

28.517

11.150

9.811

0

 

Schuldsanering

28.550

28.517

28.517

28.517

11.150

9.811

0

5.2

Leningen / garanties Curaçao, Sint Maarten en Aruba

74.461

39.592

0

0

0

0

0

 

Leningen

74.461

39.592

0

0

0

0

0

 

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

74.461

39.592

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

198.109

226.756

161.347

155.481

184.210

524.728

353.547

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 17 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2027

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 betreft het instrument leningen en is 100% juridisch verplicht.

5.1 Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten

Leningen

Schuldsanering

In de Slotverklaring van 2 november 2006 heeft Nederland, met het oog op een gezonde financiële start van de nieuwe staatkundige verhoudingen, een groot deel van de schulden van de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten overgenomen. Dit deel van de schuld wordt volledig afgewikkeld en is naar verwachting in 2030 volledig afgelost.

Daarnaast is een deel van de schulden omgezet in leningen aan de Landen Curaçao en Sint Maarten. Voor deze leningen gelden nog aflossingsverplichtingen aan Nederland die doorlopen tot 2040.

Ontvangsten

De ontvangsten binnen dit artikel hebben betrekking op aflossingen en rentebedragen van uitstaande leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

3.5 Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Het bevorderen dat de basisvoorzieningen (inclusief infrastructuur) voor de burgers in Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba weer op het niveau van voor de orkanen Irma en Maria komen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) coördineert het beschikbaar stellen van de middelen vanuit Nederland en het toezicht op de besteding daarvan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • De minister financiert een deel van de wederopbouw van Sint Maarten. Tot eind 2021 zijn er middelen beschikbaar gesteld waarmee het trustfonds bij de Wereldbank werd gevuld. Dit trustfonds blijft tot en met 2028 operationeel (Kamerstukken II 2022/23, 33189 nr. 18). Deze bijdrage is verbonden aan de politieke voorwaarden waarmee Sint Maarten akkoord is gegaan, waaronder de reeds ingestelde integriteitskamer en het versterken van het grenstoezicht waarover nadere afspraken zijn gemaakt (Stcrt. 2017, nr. 72542 en Landsverordening Integriteitskamer). Nederland zal gedurende de wederopbouw toezien op de naleving van de voorwaarden.

  • De minister levert naast het trustfonds directe steun voor de wederopbouw van Sint Maarten. Het gaat hier bijvoorbeeld technische assistentie op gebied van institutionele en financiële hervormingen binnen de overheid van Sint Maarten.

Regisseren

  • De minister regisseert de Rijksbrede aanpak van de wederopbouwfase op de eilanden Saba en Sint Eustatius.

  • De minister is vertegenwoordigd in de stuurgroep van het Sint Maarten Reconstruction, Recovery and Resilience trustfund waarin ook Sint Maarten zitting heeft. Prioriteiten voor Nederland zijn economische ontwikkeling en bereikbaarheid, de afvalproblematiek en goed bestuur.

In 2027 wordt naar verwachting het Trustfonds alleen voor het Emergency Debris Management Project (EDMP) verlengd tot juli 2034. Dit project verbetert het afvalmanagement op Sint Maarten.

Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

13

890

617

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

315

890

617

0

0

0

0

         

8.1

Wederopbouw

315

890

617

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

0

860

0

0

0

0

0

 

Diverse subsidies

0

860

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

315

30

617

0

0

0

0

 

Wederopbouw op Sint Maarten

315

30

617

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 19 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 8
 

2027

juridisch verplicht

0%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

100%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 8 is het instrument opdrachten 100% beleidsmatig gereserveerd. Dit betreft opdrachten ten behoeve van de wederopbouw op Sint Maarten

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 6. Apparaat

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 20 Budgettaire gevolgen artikel 6 Apparaat (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

30.879

34.593

33.886

29.668

27.498

24.662

26.332

         
 

Uitgaven

28.325

34.593

33.886

29.668

27.498

24.662

26.332

         

6.0

Apparaat

28.325

34.593

33.886

29.668

27.498

24.662

26.332

 

Inkomensoverdrachten

0

0

2.617

2.617

2.617

2.617

2.617

 

Toeslagen op pensioenen NA

0

0

2.617

2.617

2.617

2.617

2.617

 

Personele uitgaven

23.962

23.949

22.119

19.362

17.712

15.318

16.105

 

Eigen personeel

23.130

22.801

20.983

18.789

17.209

14.836

15.628

 

Inhuur externen

832

1.148

1.136

573

503

482

477

 

Materiële uitgaven

4.363

10.644

9.150

7.689

7.169

6.727

7.610

 

Overige materiële uitgaven

14.606

10.644

9.150

7.689

7.169

6.727

7.610

 

Wisselkoersverschillen

‒ 10.243

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

2.028

700

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Op dit artikel worden de apparaatsuitgaven voor de volgende organisaties begroot:

  • Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO CN);

  • Colleges financieel toezicht (Cft);

  • Vertegenwoordiging Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VN-ACS) exclusief de uitgaven voor ambtelijk personeel die op hoofdstuk VII worden begroot;

  • Tijdelijke Werkorganisatie (TWO);

  • Rijksvertegenwoordiger.

Daarnaast worden de vergoedingen voor leden van raden en commissies op dit artikel begroot.

Inkomstenoverdracht

Toeslagen op pensioenen NA

Conform de regeling vaste verrekenkoers pensioeninkomen voormalig Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse pensioengerechtigden worden nadelige koersverschillen als gevolg van wisselkoersfluctuatie tussen de Antilliaanse gulden (ANG) en Arubaanse florin (AWG) enerzijds en de Euro (€) anderzijds gecompenseerd uit de begroting van Koninkrijksrelaties.

Personele uitgaven

Eigen personeel

Dit betreffen de uitgaven aan het eigen personeel van de SSO CN, Rijksvertegenwoordiger CN, Cft en het lokaal personeel van de VN-ACS.

Inhuur externen

Er wordt onder andere ingehuurd voor specialistische expertise, tijdelijke projecten en piekbelasting om de continuïteit van de dienstverlening van SSO-CN te waarborgen

Materiële uitgaven

Overige materiële uitgaven

De materiële uitgaven van alle onder dit begrotingshoofdstuk vallende onderdelen zijn hier opgenomen. De materiële uitgaven voor de SSO CN maken hier het merendeel van uit. De materiële uitgaven bestaan voornamelijk uit ICT, huisvesting en facilitaire dienstverlening en communicatie.

4.2 Artikel 7. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 21 Budgettaire gevolgen artikel 7 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

0

0

2.686

1.769

824

904

889

         
 

Uitgaven

0

0

2.686

1.769

824

904

889

         

7.0

Nog onverdeeld

0

0

2.686

1.769

824

904

889

 

Nog te verdelen

0

0

2.686

1.769

824

904

889

 

Loonbijstelling

0

0

2.507

1.053

178

25

10

 

Onvoorzien

0

0

179

716

646

879

879

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Onvoorzien

Deze middelen worden op een later moment toegekend aan de relevante beleidsartikelen.

5. Beleidsartikel BES-fonds

5.1 Artikel 1. BES-fonds

Via het BES-fonds wordt bewerkstelligd dat de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen krijgen toebedeeld om de tussen het Rijk en de eilanden overeengekomen taakverdeling naar behoren uit te voeren.

De Openbare Lichamen mogen zelf bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering. Dit uitgangspunt laat onverlet dat de openbare lichamen bepaalde wettelijke taken en activiteiten dienen uit te voeren waarbij zij voor de bekostiging mede op de algemene middelen uit de vrije uitkering zijn aangewezen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke en financiële verhouding met de eilanden en in die hoedanigheid financiert de minister het BES-fonds.

Er zijn voor 2027 geen beleidswijzigingen te melden.

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 BES-fonds (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

art

Verplichtingen

90.959

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

         
 

Uitgaven

93.799

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

         

1.0

Bijdrage aan medeoverheden

93.799

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

 

Vrije uitkering

93.799

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

         
 

Ontvangsten

93.799

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

Geschatte budgetflexibiliteit

Het BES-fonds kent geen budgetflexibiliteit. De openbare lichamen ontvangen middelen voor de aan hen toebedeelde en wettelijke taken.

Bijdrage aan medeoverheden

Vrije uitkering

De middelen, die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uit het BES-fonds ontvangen, zijn vrij besteedbaar. Op de vrije uitkering wordt een aantal bedragen ingehouden. Het betreft aflossingslasten voor eerder afgesloten renteloze leningen die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft verstrekt ter bekostiging van achterstanden op Sint Eustatius en Bonaire in de onderwijshuisvesting, de lening van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) aan Sint Eustatius voor de financiering van een schikking en de leningen van het ministerie van (BZK) aan Sint Eustatius en Saba voor woningbouw. Een overzicht van de verstrekte renteloze leningen aan de openbare lichamen treft u aan in bijlage 6 van deze begroting.

Ontvangsten

Artikel 88, derde lid van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten geraamd.

6. Bijlagen

Bijlage 1: Subsidieoverzicht

Tabel 23 Subsidies (bedragen x 1.000 euro)

Artikel

Naam subsidies (regelingen)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Einddatum subsidie

            

Versterken rechtsstaat

1

Bestuurlijke aanpak

29

0

0

0

0

0

0

            

Slavernijverleden

        

2

Maatschappelijke initiatieven

187

3.856

6.491

8.003

5.875

4.323

1205

2027

2031

            

Bevorderen sociaaleconomische structuur

4.1

Diverse subsidies

375

1.110

644

289

0

0

0

20261

2028

4.1

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

11.556

18.730

19.646

17.833

8.244

0

0

20262

2027

4.1

Onderwijshuisvesting Curacao

6.207

4.500

0

0

0

0

0

20261

2026

4.2

Subsidie Caribisch Nederland

4.050

4.336

2.625

1.853

1.853

1.853

1.851

20261

2031

4.3

Voedselzekerheid

9

13.550

9.391

149

0

0

0

 

2028

            

Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

   

8

Diverse subsidies

0

860

0

0

0

0

0

2.030

2027

            

Totaal subsidies (regelingen)

22.413

46.942

38.797

28.127

15.972

6.176

3.056

   
1

Betreft een subsidiebudget zonder specifiek subsidiedoel. Elk begrotingsjaar wordt er bezien welke subsidies worden verstrekt derden op de landen/OL'en. Loopt mee in de beleidsdoorlichting van artikel 4

2

Subsidies uitgegeven vanuit de onderlinge regelingen van TWO. Evaluatie vindt plaats in 2026

Bijlage 2: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda

De Strategische Evaluatieagenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het voortbrengen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek te programmeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe.

Deze onderzoeksprogrammering biedt een overzicht van de geplande ex ante, ex durante en ex post evaluaties van beleid. Tevens wordt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gehele beleid binnen de (sub)thema’s eens in de vier tot zeven jaar onderzocht middels een periodieke rapportage. Ook deze onderzoeken zijn opgenomen in de SEA.

Tabel 24 SEA-thema: Een koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid

Syntheseonderzoeken op basis van afgeronde deel(evaluatie)onderzoeken

Periodieke Rapportage: Een Koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid (Art 1, 4 en 5)

Afronding in 2029

     

Deel(evaluatie)onderzoeken

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

     

Versterken rechtsstaat

Protocollen flexpool, Kmar & versterking grenstoezicht

Ex durante

2026

Afgerond

1

Protocol gespecialiseerde recherchesamenwerking

Ex durante

2027

Te starten

1

Protocol flexpool, KMAR

Ex durante

2028

Te starten

1

Protocol versterking grenstoezicht

Ex durante

2029

Te starten

1

     

Bevorderen sociaaleconomische structuur

Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen

Ex durante

2026

Afgerond

4

Wet taakverwaarlozing Sint Eustatius en de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius

Ex post

2027

Te starten

4

Regio Enveloppe Caribisch Nederland

Ex post

2027

Te starten

4

Evaluatie zeehaven Saba

 

2027

Te starten

4

     

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Herfinanciering van de liquiditeitsleningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Ex post

pm

Te Starten

5

Toelichting

SEA-thema ‘Een Koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid»

Dit SEA-thema bestaat uit drie componenten:

A. Versterken rechtsstaat

Dit betreft het bevorderen van goed bestuur door een bijdrage te leveren aan het versterken van de rechtsstaat van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit krijgt vorm door samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving, grensbewaking en mensenrechten en ondersteuning van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Dit betreft het bewerkstelligen van een merkbare, positieve verandering in het leven van de burgers in het Caribisch deel van het Koninkrijk door de bestuurlijke en de financieel- en sociaaleconomische weerbaarheid en zelfredzaamheid van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba te versterken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt daaraan bij middels het versterken van de uitvoeringskracht, het inzetten van kennis en expertise en het coördineren van de inzet van het Rijk.

C. Schuldsanering/lopende inschrijven

Dit betreft het ondersteunen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten. Dit gebeurt door schuldsanering, door het uitoefenen van financieel toezicht en door het aanbieden van de mogelijkheid van vervangen door financiering van investeringen met een lopende inschrijving door Nederland tegen het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen van de desbetreffende looptijd. De schuldsanering in 2010 bestond uit het overnemen van een deel van de schulden van Curaçao, Sint Maarten en het land de Nederlandse Antillen en door het herfinancieren van het resterende deel.

Inzichtbehoefte

Kennisverzameling speelt een belangrijke rol om ons de komende jaren in te blijven zetten voor een Koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid. Enerzijds gaat het om kennisvragen over actuele strategische uitdagingen op dit terrein. Denk hierbij aan majeure vraagstukken op het vlak van Koninkrijksrelaties, zoals onder meer: het sociaal minimum en het democratisch deficit alsook onderliggende (maatschappelijke) vraagstukken in de Caribische delen van het Koninkrijk. In de kennisverzameling over deze vraagstukken zoeken we de relatie met werkprogramma's van verscheidene kennisinstellingen in (Europees) Nederland, wetenschapsinstituten, alsook de Hogere colleges van Staat. Dit is een groeiproces waaraan we (structureel) meer aandacht willen besteden. Dit doen we onder meer door input te leveren aan de werkprogramma’s van kennisinstellingen en door actief de huidige Caribische (wetenschappelijke) kennisbasis te vergroten. Anderzijds gaat het om inzichten die we via (evaluatie)onderzoek willen opdoen over ons eigen ingezette beleid.

Eerstvolgende periodieke rapportage

In februari 2026 is de Periodieke Rapportage over Artikel 4 gestuurd naar de Tweede Kamer (Kamerstuk 33189, nr. 22). Een kabinetsreactie hierop wordt voorbereid en eind dit jaar aangeboden aan de Tweede Kamer. Binnen dit SEA- thema wordt er toegewerkt naar een volgende Periodieke Rapportage in 2029 over Artikel 1, 4 en 5. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten uit diverse monitors en evaluaties over de beleidsperiode 2024 tot en met 2028 bij elkaar. Dit met als doel om over het gehele thema uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsvoetafdruk in deze periode. De komende jaren wordt hiervoor een naderende onderzoeksprogrammering ontwikkeld en uitgevoerd om voldoende evaluatiemateriaal te verzamelen in voorbereiding op deze syntheseonderzoeken. In het jaar voorafgaand aan publicatie van deze onderzoeken wordt de onderzoeksopzet met de Tweede Kamer gedeeld.

Eerder afgeronde monitors en evaluaties over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in jaarverslagen.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Evaluatie protocol Flexpool, KMAR

Uit het protocol Flexpool volgt dat de uitvoering van de in het protocol, of op grond van het protocol, gemaakte afspraken elke twee jaar door de partijen gezamenlijk wordt geëvalueerd. De evaluatie wordt in 2026 afgerond.

Evaluatie protocol versterking grenstoezicht

Uit het protocol Versterking grenstoezicht volgt dat de werking van het protocol elke drie jaar wordt geëvalueerd. De evaluatie wordt in 2026 afgerond.

Protocol gespecialiseerde recherchesamenwerking

Voortkomend uit artikel 20 van het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland volgt dat het Protocol eens in de vier jaar geëvalueerd dient te worden. Een nieuwe evaluatie vindt in samenspraak met Aruba, Curaçao en Sint Maarten plaats in 2027.

Evaluatie van de Wet taakverwaarlozing Sint Eustatius en de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius

In 2018 heeft het kabinet bestuurlijk ingegrepen op Sint Eustatius in verband met grove taakverwaarlozing. Sindsdien werd het eiland bestuurd door een regeringscommissaris die door het kabinet benoemd is. Er is een regeringscommissaris aangesteld en gewerkt aan het inhalen van achterstanden en aan de uitvoering van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius. De bevoegdheden zijn daarbij gefaseerd teruggegeven aan het lokale bestuur. De Wet herstel voorzieningen is op 1 september 2024 van rechtswege komen te vervallen.  In 2027 zal de evaluatie van beide wetten plaatsvinden.

Evaluatie Regio Enveloppe Caribisch Nederland (CN)

Bij het verdelen van de middelen uit de CN enveloppe is een evaluatie van de middelen voorzien in 2026. Zoals ook in reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer is aangegeven naar aanleiding van de beleidsevaluatie van de CN enveloppe, vindt de regering het niet zinvol om de middelen en maatregelen uit het coalitieakkoord van Rutte IV geïsoleerd te evalueren. Nadien zijn namelijk substantiële middelen toegevoegd aan de onderwerpen van de CN enveloppe. Het gaat onder meer om structureel € 32 mln. vanaf 2025 om de levensstandaard in CN verder te bevorderen en de structurele verhoging van de vrije uitkering vanaf 2024 met € 13,6 mln.

De evaluatie van deze middelen is ingebed in reguliere processen.  De Tweede Kamer wordt onder meer met de reguliere voortgangsrapportages ijkpunt sociaal minimum CN jaarlijks geïnformeerd over belangrijke elementen inzake het verbeteren van de levensstandaard. De evaluatie van de vrije uitkering wordt bezien in relatie tot het onderhoud van de vrije uitkering en wijze waarop dat komende jaren wordt ingezet. Hoewel de evaluatie van deze middelen is geborgd via reguliere processen, lijkt een evaluatie van de substantiële financiële impuls uit het kabinet Rutte IV ten behoeve van CN zinvol. De coördinerende rol van de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties kan in deze evaluatie ook worden betrokken. Dit is ook in lijn met het gewisselde in het wetgevingsoverleg van 12 juni 2024 over het jaarverslag 2023 van Koninkrijksrelaties. Deze evaluatie zal in 2026 starten en in 2027 worden opgeleverd.

Evaluatie zeehaven Saba

De bijdrage aan Saba vindt plaats via een bijzondere uitkering, waarin ook aanvullende voorwaarden worden toegekend. Na realisatie van de Zeehaven zal geëvalueerd en beoordeeld worden of aan de voorwaarden van de bijzondere uitkering is voldaan. Naar alle waarschijnlijkheid zal de looptijd van de Bijzondere Uitkering (BU) verlengd worden tot en met 2027, aangezien de bouw van de zeehaven enige vertraging oploopt en over de jaargrens van 2026 heenloopt. De evaluatie van de BU zal dan ook pas in 2027 plaatsvinden.

Tabel 25 SEA-thema: Slavernijverleden

Syntheseonderzoeken op basis van afgeronde deel(evaluatie)onderzoeken

Periodieke Rapportage: Slavernijverleden Caribisch deel van het Koninkrijk (Art 2)

Afronding in 2030

     

Deel(evaluatie)onderzoeken

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden

Ex durante

2026/2027

Te starten

2

SEA-thema ‘Slavernijverleden»

De middelen die naar aanleiding van de excuses beschikbaar zijn gesteld, zijn onder andere gericht op kennis en bewustwording, erkenning, herdenking en de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Uitgangspunten voor de invulling hiervan zijn: (1) navolgbaar- en inzichtelijkheid en (2) programmering en bestemming van deze middelen vindt in samenspraak met betrokkenen uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten plaats.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA- thema wordt er toegewerkt naar een Periodieke Rapportage in 2030 over Artikel 2. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten uit diverse monitors en evaluaties over de beleidsperiode 2024 tot en met 2029 bij elkaar. Dit met als doel om over het gehele thema uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsvoetafdruk in deze periode. In het jaar voorafgaand aan publicatie van de Periodieke Rapportage wordt de onderzoeksopzet met de Tweede Kamer gedeeld.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

De subsidieregeling maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden wordt in 2026 tussentijds geëvalueerd, zodat de benodigde optimaliseringen kunnen worden doorgevoerd voorafgaand aan openstelling van de tweede ronde aanvraagtijdvakken.

Tabel 26 SEA-thema: Wederopbouw

Syntheseonderzoeken op basis van afgeronde deel(evaluatie)onderzoeken

Periodieke Rapportage: Wederopbouw bovenwindse eilanden (Artikel 8)

Afronding in 2030

     

Deel(evaluatie)onderzoeken

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

SEA-thema ‘Wederopbouw bovenwindse eilanden »

Het bevorderen dat de basisvoorzieningen (inclusief infrastructuur) voor de burgers in Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba weer op het niveau van voor de orkanen Irma en Maria komen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) coördineert het beschikbaar stellen van de middelen vanuit Nederland en het toezicht op de besteding daarvan.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA- thema wordt er toegewerkt naar een Periodieke Rapportage in 2030 over Artikel 8. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten uit diverse monitors en evaluaties over de beleidsperiode 2024 tot en met 2029 bij elkaar. Dit met als doel om over het gehele thema uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsvoetafdruk in deze periode.

Bovenstaande tabel met geplande deel(evaluatie)onderzoeken is leeg. Dit heeft ermee te maken dat er komend jaar een onderzoeksprogrammering wordt ontwikkeld en uitgevoerd om voldoende evaluatiemateriaal te verzamelen in voorbereiding op dit syntheseonderzoek. In de SEA van de begroting 2028 zal dit zichtbaar worden. In het jaar voorafgaand aan publicatie van het syntheseonderzoek wordt de onderzoeksopzet met de Tweede Kamer gedeeld.

Bijlage 3: Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Naar aanleiding van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33000 IV, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

Onderstaand is eerst een totaal overzicht te vinden met alle Rijksuitgaven die voor Caribisch Nederland op de (departementale) begrotingen staan.

In de kabinetsreactie is aangekondigd dat naast deze toelichting ook een toelichting gegeven zou worden op de wijze van financiering welke gekoppeld aan de beoogde beleidsdoelen (Kamerstukken II 2019/20, 35 300 IV, nr. 11).

Op verzoek van de motie Bruyning c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36600 IV, nr. 19) wordt de begroting van de interdepartementale Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland in het onderstaande overzicht op artikelniveau gepresenteerd, om zo de Rijksuitgaven Caribisch Nederland inzichtelijker te maken.

Naast de Rijksuitgaven van departementen aan Caribisch Nederland ontvangen de openbare lichamen via het BES-fonds ook een vrije uitkering voor de uitvoering van de eilandelijke taken. Voor een overzicht van het BES-fonds verwijs ik u naar de begroting van het BES-fonds.

Tabel 27 Departementaal overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)

Begroting

Artikel

Instrument

realisatie

ontwerpbegroting 2027

    

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

           
 

Totaal Rijksuitgaven

  

720.245

738.155

751.330

691.835

681.267

683.786

664.012

IIB

Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad

507

400

400

400

400

400

400

  

Artikel 3 Nationale ombudsman

Institutionele inrichting

507

400

400

400

400

400

400

IV

Koninkrijksrelaties

59.886

57.534

40.558

24.930

15.099

11.139

8.015

  

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken1

  

Artikel 2 Slavernijverleden

Subsidies (regelingen)

187

3.856

6.491

8.003

5.875

4.323

1.205

   

Bijdrage aan medeoverheden

6.375

9.763

8.203

5.997

2.410

0

0

  

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies (regelingen)

4.059

17.886

12.016

2.002

1.853

1.853

1.851

   

Opdrachten

956

2.199

2.211

2.194

2.193

2.193

2.190

   

Garanties

0

1.663

355

0

0

0

0

   

Inkomensoverdrachten

1.706

1.349

1.362

1.362

1.362

1.362

1.362

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

161

0

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan medeoverheden

45.846

20.818

9.920

5.372

1.406

1.408

1.407

   

Bijdrage aan agentschappen

596

0

0

0

0

0

0

VI

Justitie en Veiligheid

 

80.185

81.217

75.428

74.640

73.478

73.514

73.499

  

Artikel 31 Politie

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s2

   

Bijdrage aan medeoverheden

35.971

37.510

38.608

38.577

37.974

37.974

37.962

  

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

Opdrachten

529

290

290

350

432

432

432

   

Bijdrage aan medeoverheden

18.173

15.746

9.198

8.663

8.026

8.026

8.024

  

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 34 Straffen en beschermen

Subsidies (regelingen)

2.645

2.364

2.231

2.222

2.220

2.220

2.219

   

Bijdrage aan agentschappen

20.726

22.552

22.400

22.400

22.400

22.400

22.400

   

Bijdrage aan medeoverheden

2.141

2.755

2.701

2.428

2.426

2.462

2.462

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5.629

2.920

2.936

2.954

2.954

0

0

  

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Opdrachten

284

0

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

75

0

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

5.270

2.920

2.936

2.954

2.954

0

0

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

91.653

108.054

101.764

103.256

102.724

101.990

97.991

  

Artikel 1 Primair onderwijs

Subsidies (regelingen)

35

0

0

0

0

0

0

   

Bekostiging

33.266

33.503

37.800

38.102

38.443

38.684

38.969

   

Opdrachten

565

0

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan medeoverheden

7.443

22.135

7.461

7.694

6.480

6.480

2.194

  

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

Subsidies (regelingen)

2.013

0

0

0

0

0

0

   

Bekostiging

27.513

27.125

28.971

29.593

29.001

28.530

28.783

  

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Subsidies (regelingen)

337

337

0

0

0

0

0

   

Bekostiging

11.997

16.736

18.195

18.486

18.780

18.876

18.825

   

Bijdrage aan medeoverheden

1.471

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs

Subsidies (regelingen)

585

1.770

1.804

1.804

1.804

1.804

1.804

  

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Subsidies (regelingen)

305

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

1.448

1.550

2.702

2.747

2.747

2.747

2.747

  

Artikel 14 Cultuur

Subsidies (regelingen)

0

600

1.178

1.178

1.348

1.348

1.348

   

Opdrachten

16

208

0

0

0

0

0

   

Bijdragen aan medeoverheden

2.159

1.590

1.154

1.153

1.622

1.022

822

  

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

Bekostiging

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

  

Artikel 25 Emancipatie

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

0

0

0

IX

Financiën en Nationale Schuld

 

24.542

21.407

21.375

21.352

21.280

21.178

21.177

  

Artikel 1 Belastingen

Apparaatsuitgaven

22.023

18.331

18.315

18.315

18.315

18.315

18.315

  

Artikel 2 Financiële markten

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

2.519

3.076

3.060

3.037

2.965

2.863

2.862

X

Defensie

  

  

Artikel 2 Koninklijke Marine

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

  

Artikel 3 Koninklijke Landmacht

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

  

Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

  

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

XII

Infrastructuur en Waterstaat

 

23.757

18.728

24.944

12.610

8.934

9.103

9.085

  

Artikel 13 Bodem en ondergrond

Subsidies (regelingen)

9.434

10.066

20.404

6.456

5.836

6.003

5.998

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

Bijdrage aan medeoverheden

6.110

4.685

0

0

0

0

0

  

Artikel 17 Luchtvaart

Subsidies (regelingen)

600

420

355

370

0

0

0

   

Opdrachten

169

279

179

465

465

465

457

   

Bijdrage aan medeoverheden

937

370

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

750

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 18 Scheepvaart en havens

Opdrachten

79

225

100

100

100

100

98

   

Bijdrage aan medeoverheden

2.986

0

0

0

0

0

0

  

Artikel 20 Lucht en Geluid

Opdrachten

0

0

356

352

353

353

351

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

1.406

2.700

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

0

0

566

566

566

566

566

  

Artikel 21 Duurzaamheid

Bijdrage aan medeoverheden

632

215

0

0

0

0

0

  

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico's

Opdrachten

147

359

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

378

563

0

0

0

0

0

  

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Bijdrage aan medeoverheden

1.535

1.546

1.578

1.601

1.614

1.616

1.615

XIII

Economische Zaken

 

5.831

9.420

13.721

8.777

8.776

8.776

5.621

  

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Subsidies (regelingen)

4.772

7.680

8.420

3.500

3.500

3.500

3.500

   

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

651

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

  

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies (regelingen)

17

100

100

100

100

100

100

   

Opdrachten

391

639

1.020

1.020

1.020

1.020

1.020

XIV

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

 

1.546

8.296

10.830

10.800

10.899

10.800

800

  

Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

Bijdrage aan medeoverheden

1.546

8.296

830

800

899

800

800

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

10.000

10.000

10.000

10.000

0

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

149.733

160.891

169.733

167.715

173.164

179.562

184.332

  

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Inkomensoverdrachten

11.678

12.056

12.392

12.666

12.882

13.049

13.240

   

Bijdrage aan medeoverheden

10.874

10.859

11.196

4.946

4.405

4.405

4.405

  

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Inkomensoverdrachten

1.722

1.744

1.791

1.495

1.207

1.222

1.238

  

Artikel 5 Werkloosheid

Inkomensoverdrachten

386

5

1.183

1.190

1.198

1.203

1.210

  

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

Inkomensoverdrachten

12.198

12.041

12.334

12.569

12.739

12.884

13.050

  

Artikel 7 Kinderopvang

Subsidies (regelingen)

20.952

5.897

0

0

0

0

0

   

Opdrachten

206

1.244

2.521

2.221

1.692

1.692

1.692

   

Bekostiging

0

17.396

25.321

26.791

28.386

29.824

30.253

   

Bijdragen medeoverheden

4.297

6.660

6.336

3.794

2.474

2.474

2.474

  

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Inkomensoverdrachten

59.635

63.381

67.067

71.344

75.424

79.742

83.491

  

Artikel 9 Nabestaanden

Inkomensoverdrachten

3.138

3.227

3.317

3.390

3.447

3.493

3.544

  

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Inkomensoverdrachten

15.407

15.645

15.875

16.038

16.133

16.352

16.513

  

Artikel 11 Uitvoeringskosten

Bekostiging

9.240

10.736

10.400

11.271

13.177

13.222

13.222

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

246.483

241.546

247.101

241.676

240.019

243.769

244.263

  

Artikel 1 Volksgezondheid

Subsidies (regelingen)

252

252

252

252

252

252

252

   

Opdrachten

0

65

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

3.150

3.883

3.870

3.810

3.671

3.671

3.671

  

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen)

5.230

6.890

6.841

6.686

5.830

5.802

5.729

   

Bekostiging

225.632

214.089

210.448

208.103

211.585

217.427

218.034

   

Opdrachten

1.192

6.236

10.815

8.006

7.375

7.297

7.319

   

Bijdrage medeoverheden

11.017

10.095

14.412

14.320

11.306

9.320

9.258

   

(Schade)vergoeding

0

26

463

499

0

0

0

  

Artikel 6 Sport en bewegen

Subsidies (regelingen)

10

10

0

0

0

0

0

XXII

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

18.378

17.200

18.300

18.550

19.435

19.435

14.685

  

Artikel 1 Woningmarkt

Opdrachten

152

0

0

0

0

0

0

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

100

0

0

250

0

0

250

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

100

100

100

100

100

100

   

Bijdrage aan medeoverheden

18.126

17.100

18.200

18.200

19.335

19.335

14.335

XXIII

Klimaat en Groene Groei

12.115

10.542

24.240

4.175

4.105

4.120

4.144

  

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Subsidies (regelingen)

12.115

10.542

24.240

4.175

4.105

4.120

4.144

1

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen

2

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen

3

Het Ministerie van Defensie voert haar taken structureel in het gehele Konikrijk uit. Het valt derhalve niet te bepalen welk specifiek deel daarvan wordt besteed in Caribisch Nederland.

Hieronder zijn de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begrotingen afzonderlijk weergegeven, uitgesplitst per instrument. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB)

Tabel 28 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

507

400

400

400

400

400

400

          

Artikel 3 Nationale ombudsman

507

400

400

400

400

400

400

Institutionele inrichting

R

S

507

400

400

400

400

400

400

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 3 Nationale Ombudsman

Institutionele inrichting

In het werk van de Nationale ombudsman staat de vraag centraal of burgers behoorlijk behandeld worden door de overheid. De Nationale ombudsman helpt burgers als het misgaat tussen hen en de overheid. Hij wijst burgers de weg naar het juiste loket, ondersteunt hen met het geven van antwoorden en praktische handvatten en komt soms tussenbeide. Als het nodig is, doet de Nationale ombudsman onderzoek. Waar hij ziet dat de overheid burgers beter kan behandelen, daagt hij overheden uit om anders te kijken naar hun dienstverlening en processen. Met als doel het voorkomen van vergelijkbare klachten in de toekomst. De Nationale ombudsman zet zich ervoor in dat het burgerperspectief is geborgd in alles wat de overheid in Europees én Caribisch Nederland doet.

Sinds 2010 is de Nationale ombudsman ook bevoegd klachten te behandelen over overheidsinstanties van het rijk in Caribisch Nederland en sinds 2012 ook over de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Voor de openbare lichamen is de Nationale ombudsman eerstelijns klachtbehandelaar. Dat betekent dat burgers een klacht over de openbare lichamen ook direct aan de Nationale ombudsman kunnen voorleggen.

Voor het werk van de Nationale ombudsman in Caribisch Nederland hanteert de Nationale ombudsman voor de periode 2027-2033 twee doelstellingen. Ten eerste wil de Nationale ombudsman zichtbaar zijn voor de burgers in Caribisch Nederland en hen op weg helpen. Ten tweede draagt de Nationale ombudsman bij aan goed bestuur op de eilanden door de beginselen van het klachtrecht onder de aandacht te brengen bij de overheid. In zijn meerjarenstrategie en Ombudsagenda legt de ombudsman vast op welke wijze invulling wordt gegeven aan voormelde doelstellingen.

De Nationale ombudsman heeft voor het uitvoeren van haar werkzaamheden, die rijkstaken betreffen, op Caribisch Nederland vanaf 2018 een structureel budget beschikbaar van € 0,4 mln.

Begroting Koninkrijksrelaties (IV)

Tabel 29 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

59.886

57.534

40.558

24.930

15.099

11.139

8.015

          

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

         

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

E

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Artikel 2 Slavernijverleden

  

6.562

13.619

14.694

14.000

8.285

4.323

1.205

Subsidies (regelingen)

E

I

187

3.856

6.491

8.003

5.875

4.323

1.205

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

6.375

9.763

8.203

5.997

2.410

0

0

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

53.324

43.915

25.864

10.930

6.814

6.816

6.810

Subsidies (regelingen)

R

I

4.050

4.336

2.625

1.853

1.853

1.853

1.851

Subsidies (regelingen)

E

I

9

13.550

9.391

149

0

0

0

Garanties

E

I

0

1.663

355

0

0

0

0

Opdrachten

E

I

956

2.199

2.211

2.194

2.193

2.193

2.190

Inkomensoverdrachten

R

S

1.706

1.349

1.362

1.362

1.362

1.362

1.362

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

R

I

161

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

45.846

20.818

9.920

5.372

1.406

1.408

1.407

Bijdrage aan agentschappen

E

I

596

0

0

0

0

0

0

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Recherche is een eilandelijke taak. Op grond van het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking ondersteunt het Recherche Samenwerkingsteam (RST) in deze taak. Het protocol is voor onbepaalde tijd. Met de Politiewet 2012 is bepaald dat er tussen de politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een gesloten systeem voor financiering van de politie bestaat. Jaarlijks worden de budgetten van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties ten behoeve van het RST overgeheveld naar begrotingshoofdstuk VI JenV.

Het RST is zowel in Bonaire, Sint Eustatius, Saba als in de Landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten actief. Hierdoor is niet uit te splitsen welk deel ten goede komt aan Bonaire, Sint Eustatius, Saba en welk deel aan de Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 2 Slavernijverleden

Subsidies(regelingen)

Dit betreft uitgaven om invulling te geven aan de subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Er is in 2027 circa € 6,5 mln. beschikbaar voor aanvragen en voor de kosten om de regeling uit te kunnen voeren.

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft uitgaven voor onder andere bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van slavernijverleden voor Caribisch Nederland. Ieder (ei)land werkt hiervoor aan een eigen agenda en de lokale overheden zijn hierin essentiële partners. Voor 2027 is € 8,2 mln. beschikbaar.

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies(regelingen)

Er worden incidentele subsidies verstrekt aan initiatieven die verbindingen bevorderen op het gebied van cultuur, educatie en wetenschap. Verder wordt ten behoeve van de economische ontwikkeling alsook de voedselzekerheid In Caribisch Nederland een meerjarige bijdrage gedaan aan projecten die de voedselproductie vergroten (€ 9,4 mln. voor 2027).

Opdrachten

Er worden incidentele opdrachten verstrekt, met als doel om de kwaliteit en slagkracht van het openbaar bestuur te vergroten en de bestuurlijke kaders in Bonaire, Sint Eustatius en Saba te versterken. Het gaat dan onder andere om het trainen van de ambtelijke lokale apparaten en het gericht ondersteunen met kennis en expertise op het terrein van goed bestuur en gezonde overheidsfinanciën.

Inkomensoverdrachten

Uit deze middelen worden de pensioenen van gewezen politieke gezagdragers van het land Nederlandse Antillen (bewindspersonen, statenleden en gezaghebbers) afkomstig van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gefinancierd. Met het opheffen van het land Nederlandse Antillen in 2010 is bepaald dat deze pensioenen ten laste van Nederland komen (Stcrt. 2010, 14723). Daarmee is dit een structurele rijkstaak.

Bijdrage aan medeoverheden

In afstemming met het lokaal bestuur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden incidentele bijzondere uitkeringen verleend om gerichte initiatieven te kunnen ondersteunen op het gebied van het ontwikkelen van goed openbaar bestuur en versterken van het financieel beheer. In dit kader zijn middelen beschikbaar om de projecten en activiteiten die in de akkoorden met Bonaire en Saba staan uit te voeren.

Met het oog op de connectiviteit en het vergroten van de economische zelfstandigheid van Saba wordt in 2027 € 4,1 mln. beschikbaar gesteld voor de haven van Saba.

Verder is het na de explosieve groei van Bonaire van belang te investeren in de kwaliteit van het wegennetwerk om op die manier de toekomstbestendigheid voor zowel het personen- als vrachtvervoer te kunnen garanderen. Daartoe wordt in 2027 € 5,8 mln. beschikbaar gesteld.

Begroting Justitie en Veiligheid (VI)

Tabel 30 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Justitie en Veiligheid (VI) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

80.185

81.217

75.428

74.640

73.478

73.514

73.499

          

Artikel 31 Politie

35.971

37.510

38.608

38.577

37.974

37.974

37.962

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

R

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

35.971

37.510

38.608

38.577

37.974

37.974

37.962

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

18.702

16.036

9.488

9.013

8.458

8.458

8.456

Opdrachten

R

S

529

290

290

350

432

432

432

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

18.173

15.746

9.198

8.663

8.026

8.026

8.024

Artikel 34 Straffen en beschermen

25.512

27.671

27.332

27.050

27.046

27.082

27.081

Subsidies (regelingen)

R

S

2.645

2.364

2.231

2.222

2.220

2.220

2.219

Bijdrage aan agentschappen

R

S

20.726

22.552

22.400

22.400

22.400

22.400

22.400

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

2.141

2.755

2.701

2.428

2.426

2.462

2.462

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 31 Politie

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

Bijdrage aan de Nationale Politie ten behoeve van de bestrijding ondermijning (TBO) en ten behoeve van het Recherche Samenwerkingsteam (RST). Deze bijdrage is structureel, waarbij de middelen voor 2028 en latere jaren voor de RST nog op de begroting Koninkrijksrelaties staan. Het geld is bestemd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, maar het is niet toe te wijzen hoeveel Caribisch Nederland precies hiervan ontvangt.

Bijdrage aan medeoverheden

De minister van Justitie en Veiligheid is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps CN. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van CN.

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

Bijdrage aan medeoverheden

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in CN en de andere Landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Openbaar Ministeries wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Bijzondere aandacht gaat uit naar de Koninkrijksbrede aanpak van ondermijnende criminaliteit. De juridische dienstverlening op de BES-eilanden is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Er komt een laagdrempelig fysieke faciliteit voor het verschaffen van kosteloze rechtsbijstand aan onvermogenden op alle drie de eilanden in Caribisch Nederland. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet bescherming persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren. Daarnaast wordt er via FIU Nederland geld beschikbaar gesteld voor de Uitvoering Wwft BES en het beheren van de informatie uitwisseling tussen FIU-Nederland (inclusief BES) met de Koninkrijkslanden en vice versa.

Opdrachten

Dit betreft opdrachten in relatie tot het reizen naar de BES-eilanden.

Artikel 34 Straffen en beschermen

Bijdrage aan agentschappen

Ten aanzien van CN levert Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Daarnaast heeft de DJI een adviserende functie voor de overige Landen binnen het Koninkrijk op het gebied van detentie, vreemdelingenbewaring en forensische zorg.

Subsidies (regelingen)

Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak op CN.

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

Tabel 31 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

5.629

2.920

2.936

2.954

2.954

0

0

          

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

5.629

2.920

2.936

2.954

2.954

0

0

Opdrachten

R

I

284

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

E

I

75

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

E

S

2.737

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

E

I

2.533

2.920

2.936

2.954

2.954

0

0

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Het kabinet heeft als doel gesteld om de dienstverlening van de (semi-)overheid in Caribisch Nederland op een gelijkwaardig niveau te brengen als in Europees Nederland, online en aan de balie. Publieke dienstverlening moet toegankelijk en hoogwaardig zijn voor alle burgers en bedrijven. Zoveel als mogelijk op basis van dezelfde (wettelijke) normen als in Europees Nederland.

Opdrachten

Vanuit de Werk aan Uitvoeringsmiddelen is meerjarig budget beschikbaar voor Caribisch Nederland om de digitale basis op orde te brengen voor een betere publieke dienstverlening. De middelen worden onder andere ingezet voor de invoering van het Burgerservicenummer, het verbeteren van de gebouwen- en adressenregistratie en het implementeren van basisregistraties.

Bijdrage aan medeoverheden

De Openbare Lichamen ontvangen een bijdrage van € 1,5 mln. voor de bekostiging van de transitie naar digitale dienstverlening door de openbare lichamen.

Bijdrage aan agentschappen

Het bijhouden van de bevolkingsadministratie en uitgifte van reisdocumenten zijn eilandelijke taken. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) ontvangt een structurele bijdrage voor ondersteuning daarbij, onder andere door het beheer en exploitatie van Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba Verstrekkingen (PIVA-V), de verstrekkingsvoorziening van de basisadministraties persoonsgegevens BES en voor de uitgifte van de identiteitskaart BES.

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII)

Tabel 32 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

91.653

108.054

101.764

103.256

102.724

101.990

97.991

          

Artikel 1 Primair onderwijs

41.309

55.638

45.261

45.796

44.923

45.164

41.163

Subsidies (regelingen)

R

S

35

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

R

S

33.266

33.503

37.800

38.102

38.443

38.684

38.969

Opdrachten

R

I

565

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

7.443

22.135

7.461

7.694

6.480

6.480

2.194

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

29.526

27.125

28.971

29.593

29.001

28.530

28.783

Subsidies (regelingen)

R

I

2.013

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

R

S

27.513

27.125

28.971

29.593

29.001

28.530

28.783

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

13.805

17.073

18.195

18.486

18.780

18.876

18.825

Subsidies (regelingen)

R

I

337

337

0

0

0

0

0

Bekostiging

R

S

11.997

15.136

16.595

16.886

17.180

17.276

17.225

Bekostiging

R

S

0

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

Bijdrage aan medeoverheden

E

S

1.471

0

0

0

0

0

0

Artikel 6 Hoger Beroepsonderwijs

585

1.770

1.804

1.804

1.804

1.804

1.804

Subsidies (regelingen)

R

S

328

1.540

1.540

1.540

1.540

1.540

1.540

Subsidies (regelingen)

R

I

257

230

264

264

264

264

264

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

  

305

0

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

R

I

305

0

0

0

0

0

0

Artikel 11 Studiefinanciering

1.448

1.550

2.702

2.747

2.747

2.747

2.747

Inkomensoverdrachten

R

S

1.448

1.550

2.702

2.747

2.747

2.747

2.747

Artikel 14 Cultuur

2.175

2.398

2.332

2.331

2.970

2.370

2.170

Subsidies (regelingen)

R

S

0

600

1.178

1.178

1.348

1.348

1.348

Opdrachten

R

I

16

208

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

R

I

2.159

1.590

1.154

1.153

1.622

1.022

822

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Bekostiging

R

S

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Primair onderwijs

Bekostiging

Het Rijk verstrekt bekostiging aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Bijdrage aan medeoverheden

Deze middelen worden ingezet voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Een groot gedeelte van het budget zijn incidentele middelen, bestemd voor de verbetering van de onderwijshuisvesting. Het overige deel betreft structurele middelen ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 3 Voortgezet Onderwijs

Bekostiging

Het Rijk verstrekt bekostiging aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland. Het betreft de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Bekostiging

Deze middelen zijn bedoeld voor het verzorgen van middelbaar beroepsonderwijs in Caribisch Nederland. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van Rijkstaken. De onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland ontvangen hiervoor lumpsumbekostiging. Ook de Raad Onderwijs Arbeidsmarkt in Caribisch Nederland wordt vanuit deze middelen bekostigd. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 6 Hoger Beroepsonderwijs

Subsidies

Deze middelen worden beschikbaar gesteld aan de Universiteit van Curaçao en de Universiteit van Sint-Maarten voor de blended lerarenopleiding funderend onderwijs (LOFO) vanwege het lerarentekort op Bonaire en voor het opleiden van onderwijsassistenten op Sint Eustatius en Saba vanwege het ontbreken van een lerarenopleiding aldaar. Het betreft deels structurele en deels incidentele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

Deze middelen zijn bedoeld voor het toekennen van studiefinanciering in CN op grond van de Wet studiefinanciering BES. Deze wet regelt de studiefinanciering BES en de opstarttoelage en is van toepassing op studenten die voldoen aan de voorwaarden. Het betreft structurele bekostiging ten behoeve van rijkstaken.

Artikel 14 Cultuur

Subsidies

Deze middelen zijn structureel gereserveerd voor losse projecten in verband met cultuur en erfgoed, zoals het ondersteunen van bewustwording en herdenking van het slavernijverleden en de implementatie van de cultuuragenda die is opgesteld onder het cultuurconvenant 2025-2028. Het betreft incidentele bekostiging ten behoeve van eilandelijke taken. In de gewijzigde bibliotheekwetgeving wordt een Provinciale Ondersteuningsinstelling (POI) aangewezen die ondersteuning biedt aan de openbare bibliotheken in CN en wordt extra budget beschikbaar gemaakt voor leesbevordering door openbare bibliotheken.

Opdrachten

Voor incidente opdrachten voor o.a. kennisontwikkeling, monitoring en evaluatie zijn middelen beschikbaar gesteld.

Bijdrage aan medeoverheden

Via bijzondere uitkering zijn extra middelen ingezet voor de aanpak van een toekomstgerichte bibliotheekvoorziening en voor het inzetten van cultuurcoaches op Caribisch Nederland om de toegankelijkheid van cultuur te vergroten en te verbinden met andere domeinen. Daarnaast brengt de gewijzigde bibliotheekwetgeving een zorgplicht voor de openbare lichamen die structureel wordt gefinancierd.

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

Bekostiging

De financiering van artikel 16 aan het Caribisch deel van het Koninkrijk loopt via de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De middelen worden gebruikt voor een impuls aan het onderzoek op (en over) het Caribisch deel van het Koninkrijk en het leveren van een bijdrage aan de structurele versterking van het kennisstelsel op het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het betreft structurele taken en is een rijkstaak.

Begroting Financiën (IXB)

Tabel 33 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Financiën (IXB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

24.542

21.407

21.375

21.352

21.280

21.178

21.177

          

Artikel 1 Belastingen

22.023

18.331

18.315

18.315

18.315

18.315

18.315

Apparaatsuitgaven

R

S

22.023

18.331

18.315

18.315

18.315

18.315

18.315

Artikel 2 Financiële markten

2.519

3.076

3.060

3.037

2.965

2.863

2.862

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

R

S

2.519

3.076

3.060

3.037

2.965

2.863

2.862

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Belastingen

Apparaatsuitgaven

Betreft de kosten van uitvoering van fiscale wet- en regelgeving en douanetaken in Caribisch Nederland.

Artikel 2 Financiële markten

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken is dezelfde voor de BES-eilanden als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Europees Nederland op afstand geplaatst bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM); de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk. Voor het toezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage en voor het gedragstoezicht op de financiële markten op de BES-eilanden ontvangt de AFM jaarlijks een overheidsbijdrage.

Begroting Defensie (X)

Tabel 34 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

0

0

0

0

0

0

0

          

Artikel 2 Koninklijke Marine

 

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven

R

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Artikel 3 Koninklijke Landmacht

 

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven

R

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

 

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven

R

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

 

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven

R

S

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Het Ministerie van Defensie voert haar taken structureel in het gehele Koninkrijk uit. Het valt derhalve niet te bepalen welk specifiek deel daarvan wordt besteed in Caribisch Nederland.

Begroting Infrastructuur en Waterstaat (XII)

Tabel 35 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Infrastructuur en Waterstaat (XII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

23.757

18.728

24.944

12.610

8.934

9.103

9.085

          

Artikel 13 Bodem en ondergrond

9.434

10.066

20.404

6.456

5.836

6.003

5.998

Subsidies (regelingen)

E

S

9.434

10.066

20.404

6.456

5.836

6.003

5.998

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

6.110

4.685

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

6.110

4.685

0

0

0

0

0

Artikel 17 Luchtvaart

2.456

1.069

534

835

465

465

457

Subsidies (regelingen)

R

I

600

420

355

370

0

0

0

Opdrachten

R

S

169

279

179

465

465

465

457

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

937

370

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

E

I

750

0

0

0

0

0

0

Artikel 18 Scheepvaart en havens

3.065

225

100

100

100

100

98

Opdrachten

E

S

79

225

100

100

100

100

98

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

2.986

0

0

0

0

0

0

Artikel 20 Lucht en Geluid

  

0

0

2.328

3.618

919

919

917

Opdrachten

E

S

0

0

356

352

353

353

351

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

0

0

1.406

2.700

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

E

S

0

0

566

566

566

566

566

Artikel 21 Duurzaamheid

632

215

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

632

215

0

0

0

0

0

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico's

525

922

0

0

0

0

0

Opdrachten

E

S

147

359

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

R

S

378

563

0

0

0

0

0

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

1.535

1.546

1.578

1.601

1.614

1.616

1.615

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

1.535

1.546

1.578

1.601

1.614

1.616

1.615

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 13 Bodem en ondergrond

Subsidies

De middelen zijn gereserveerd voor een betaalbare drinkwatervoorziening in Caribisch Nederland. De subsidies worden verleend aan de nutsbedrijven op Bonaire en Sint Eustatius, zodat zij de vaste drinkwatertarieven per maand kunnen verlagen ten opzichte van de kostprijs. Op Saba wordt de subsidie verleend aan het Openbaar Lichaam (dat zelf de drinkwatervoorziening beheert) ten einde de distributiekosten van Reverse Osmosis en de kosten van gebotteld drinkwater te verlagen en daarmee ook de tarieven voor de inwoners t.o.v. de kostprijs te verlagen. Tevens zijn er subsidies begroot voor investeringen in de drinkwatervoorziening op Bonaire en Sint Eustatius en voor de afvalwatervoorziening op Bonaire (RWZI). Deze middelen dragen bij aan de realisatie van specifieke doelstelling 2.

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft een bijzondere uitkering naar het Openbaar Lichaam van Bonaire voor de exploitatie van infrastructuur op Caribisch Nederland. Verder is er een bijdrage verstrekt aan St. Eustatius en Saba ten behoeve van de aanleg van een aantal infrastructuurprojecten.

Artikel 17 Luchtvaart

Subsidies

Het is een subsidie voor de AIS/ARO kosten aan DC/ANSP. Deze subsidie zorgt voor compliance met ICAO annex 15 en draagt bij aan het vergroten van de connectiviteit en daarmee het verlagen van de kosten voor vliegtickets. Het bedrag van deze subsidie is € 0,2 mln. Het bedrag is afhankelijk van koersverschillen. Daarnaast een subsidie aan Dutch Caribbean Air Navigation service Provider – Voor een deel van de kosten van de levering van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport. Zonder deze bijdrage zouden de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap. Het bedrag is exclusief eventuele koersverschillen. Deze subsidies worden toegelicht in tabel 146 Wettelijke grondslagen subsidieverleningen artikel 17. Dit draagt bij aan specifieke doelstelling 2: Nederland goed en efficiënt verbonden met de rest van de wereld, met goede internationale betrekkingen.

Opdrachten

Het betreft de financiering van diverse onderwerpen bijvoorbeeld ten behoeve van de ICAO compliency en de ondersteuning van de luchtvaartautoriteit. Het budget zal aan verschillende organisaties betaald worden. Dit draagt bij aan specifieke doelstelling 1: Het waarborgen en verbeteren van de luchtvaartveiligheid.

Artikel 18 Scheepvaart en Havens

Opdrachten

Betreft een bijdrage voor de structurele dienstverlening van de bereikbaarheid en veiligheid van de havens op de BES-eilanden.  

Artikel 20 Lucht en Geluid

Opdrachten

Dit betreft middelen voor opdrachten die zowel toezien op rijkstaken als eilandelijke taken. Het gaat hierbij onder andere om de lokale ondersteuning en coördinatie van projecten op de eilanden in het kader van afvalbeheer.

Bijdrage aan medeoverheden

Het gaat hierbij om een bijdrage Caribisch Nederland en de middelen zijn bedoeld voor de aanpak van de problematiek bij de gemeentelijke afvalverwerker Selibon Lagun op Bonaire. De afvalstortplaats zorgt voor gezondheids- en milieu overlast doordat er branden uitbreken en schadelijke stoffen vrijkomen.

Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de inzet van capaciteit inzake de uitvoering van CN projecten. Het gaat hierbij om de ondersteuning van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius bij de verbetering van het afvalbeheer.

Artikel 21 Duurzaamheid

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft de bijdragen aan het Openbaar Lichaam Bonaire voor het realiseren van duurzaam afvalbeheer via onder andere het programma Afvalbeheer op Maat en de uitvoering van het Natuur en milieuplan Caribisch Nederland.

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Bijdrage aan agentschappen

Naast reguliere taken als het weerbericht en een waarschuwing voor gevaarlijk weer worden er ook specifieke taken door het KNMI op Caribisch Nederland uitgevoerd. Het gaat hierbij onder meer om dienstverlening op de luchthaven Flamingo Airport (Bonaire International Airport).

Begroting Economische Zaken (XIII)

Tabel 36 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Economische Zaken (XIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

ontwerpbegroting 2027

   

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

9.420

13.721

8.777

8.776

8.776

5.621

         

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

8.681

9.421

4.501

4.501

4.501

4.501

Subsidies (regelingen)

R

S

7.680

8.420

3.500

3.500

3.500

3.500

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

R

S

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

1.001

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

739

1.120

1.120

1.120

1.120

1.120

Subsidies (regelingen)

E

S

100

100

100

100

100

100

Opdrachten

R

S

639

1.020

1.020

1.020

1.020

1.020

Artikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

0

3.180

3.156

3.155

3.155

0

Opdrachten

R

I

 

3.180

3.156

3.155

3.155

 
1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Subsidies

De vaste lasten van essentiële diensten, zoals telecommunicatie en meer specifiek vast internet, op Caribisch Nederland zijn relatief hoog. Beschikbaar, betaalbaar en betrouwbaar internet is noodzakelijk om volwaardig mee te kunnen doen in de (digitale) maatschappij. Daarom neemt het kabinet maatregelen om deze kosten te verlagen. Voor telecommunicatie stelt het kabinet 25 USD per aansluiting per maand beschikbaar op Bonaire en 35 USD per aansluiting per maand voor Saba en Sint Eustatius. Hiervoor is vanaf 2028 in totaal € 3,5 mln. per jaar beschikbaar.

Additioneel heeft het kabinet 15 USD per aansluiting per maand voor de BES eilanden in 2027 te beschikking gesteld.

Bijdrage aan ZBO/RWT's

Dit betreft de bijdrage aan het CBS en zijn nominale cijfers van de indertijd gehonoreerde claims. Deze cijfers zijn onderdeel van de rijksbijdrage geworden. Loon- en prijsbijstellingen en taakstellingen op de rijksbijdrage als geheel zijn hier niet in verwerkt.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies

Het Rijk verstrekt structureel subsidies voor circa € 0,1 mln. aan KvK op de BES-eilanden.

Opdrachten

Het Rijk reserveert structureel circa € 1,0 mln. aan budget voor diverse opdrachten op Caribisch Nederland. Hieronder valt onder andere de rijkstaak voor aanvullend statistisch onderzoek door het CBS en projecten op het terrein van arbeidsmarkt en ondernemerschap. Hiermee worden verschillende indicatoren gemeten waardoor beleid doeltreffender kan worden opgesteld.

Artikel 9 Digitaliseringsbeleid samenleving en overheid

Opdrachten

Voor de gezamenlijke ambitie om de digitale overheid in Caribisch Nederland te ontwikkelen wordt een bijzondere uitkering verstrekt aan de openbare lichamen. Deze uitkering is bedoeld om CIO-offices in te richten en hun eigen digitaliseringsagenda's te ontwikkelen, in lijn met de implementatie van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) in Caribisch Nederland. Hiervoor is € 3,2 mln. beschikbaar vanuit Werk aan Uitvoering (WaU) tot en met 2030.

Begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV)

Tabel 37 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

1.546

8.296

10.830

10.800

10.899

10.800

800

          

Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

1.546

8.296

830

800

899

800

800

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

1.546

8.296

830

800

899

800

800

Artikel 25 Fonds voor stikstof, landbouw en natuur

0

0

10.000

10.000

10.000

10.000

0

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

0

0

10.000

10.000

10.000

10.000

0

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

Bijdrage aan medeoverheden

Voor Caribisch Nederland is een budget voor 2027 van € 10,8 mln. geraamd. Hiervan wordt € 0,8 mln. ingezet voor onder andere financiële bijdragen aan internationale verdragen, beleidsontwikkeling en monitoring en het beheren van het Saba Bank nationaal park.

Art 25 Fonds voor stikstof, landbouw en natuur

Bijdrage aan medeoverheden

Voor Caribisch Nederland is een budget voor 2027 van € 10,8 mln. geraamd. Hiervan is € 10,0 mln. bedoeld voor fase 2 van het Natuur en milieubeleidsplan Caribisch Nederland. Deze fase richt zich op de verdere implementatie, opschaling en borging van maatregelen en het duurzaam verankeren van natuurbeheer in beleid en praktijk.

Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Tabel 38 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

149.733

160.891

169.733

167.715

173.164

179.562

184.332

          

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

22.552

22.915

23.588

17.612

17.287

17.454

17.645

Inkomensoverdrachten

R

S

11.678

12.056

12.392

12.666

12.882

13.049

13.240

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

10.874

10.859

11.196

4.946

4.405

4.405

4.405

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

1.722

1.744

1.791

1.495

1.207

1.222

1.238

Inkomensoverdrachten

R

S

1.722

1.744

1.791

1.495

1.207

1.222

1.238

Artikel 5 Werkloosheid

386

5

1.183

1.190

1.198

1.203

1.210

Inkomensoverdrachten

R

S

386

5

1.183

1.190

1.198

1.203

1.210

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

12.198

12.041

12.334

12.569

12.739

12.884

13.050

Inkomensoverdrachten

R

S

12.198

12.041

12.334

12.569

12.739

12.884

13.050

Artikel 7 Kinderopvang

25.455

31.197

34.178

32.806

32.552

33.990

34.419

Subsidies (regelingen)

E

S

20.952

5.897

0

0

0

0

0

Opdrachten

E

S

206

1.244

2.521

2.221

1.692

1.692

1.692

Bekostiging

R

S

0

17.396

25.321

26.791

28.386

29.824

30.253

Bijdragen medeoverheden

E

I

4.297

6.660

6.336

3.794

2.474

2.474

2.474

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

59.635

63.381

67.067

71.344

75.424

79.742

83.491

Inkomensoverdrachten

R

S

59.635

63.381

67.067

71.344

75.424

79.742

83.491

Artikel 9 Nabestaanden

3.138

3.227

3.317

3.390

3.447

3.493

3.544

Inkomensoverdrachten

R

S

3.138

3.227

3.317

3.390

3.447

3.493

3.544

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

15.407

15.645

15.875

16.038

16.133

16.352

16.513

Inkomensoverdrachten

R

S

15.407

15.645

15.875

16.038

16.133

16.352

16.513

Artikel 11 Uitvoeringskosten

  

9.240

10.736

10.400

11.271

13.177

13.222

13.222

Bekostiging

R

S

9.240

10.736

10.400

11.271

13.177

13.222

13.222

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling onderstand.

De Rijksoverheid biedt aan inwoners van Caribisch Nederland inkomensondersteuning in de vorm van Onderstand. Het betreft zowel algemene als bijzondere onderstand. Laatstgenoemde component heeft betrekking op uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten die de belanghebbende zelf niet kan voldoen.

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft eilandelijke taken.

De bijzondere uitkering is bestemd voor de financiering van initiatieven van de openbare lichamen met betrekking tot eilandelijke taken die raken aan het beleidsterrein van SZW. Voorbeelden zijn: werken met een beperking, arbeidsbemiddeling, (lokale) armoedebestrijding en schuldhulpverlening.

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling ongevallenverzekering.

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt, krijgen op basis van de Ongevallenverzekering een uitkering (ongevallengeld). De uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon van de werknemer.

Artikel 5 Werkloosheid

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling, eenmalige uitkering op basis van de Cessantiawet BES en werkloosheidsvoorziening BES.

Werknemers in Caribisch Nederland die werkzaam zijn in de private sector ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt SZW deze verplichting over.

Op 8 juli 2026 is de Tijdelijke regeling werkloosheidsvoorziening BES (Kamerstukken II 2025/26 2026Z16010) gepubliceerd. Werknemers die onvrijwillig hun baan verliezen, krijgen op basis van de Werkloosheidsvoorziening een uitkering. De uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon van de werknemer. De regeling zal per 1 januari 2027 in werking treden. Het kabinet werkt aan een werkloosheidswet voor Caribisch Nederland, die de Tijdelijke regeling naar verwachting per 1 januari 2032 zal opvolgen. Tot die tijd geldt de Tijdelijke regeling werkloosheidsvoorziening BES, daarna zullen de uitgaven via het instrument inkomensoverdrachten gefinancierd worden en niet langer via de tijdelijke subsidieregeling. 

Artikel 6 Ziekte en verlofregelingen

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling ziekteverzekering.

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap arbeidsongeschikt zijn geraakt, ontvangen een uitkering (ziekengeld) op grond van de ziekteverzekering. De uitkering is gerelateerd aan het laatstverdiende loon van de werknemer.

Artikel 7 Kinderopvang

Subsidies (regelingen)

Dit betreft een eilandelijke taak: structurele subsidie voor het bevorderen van de kwaliteit en de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang.

Op 4 juni 2024 is de Wet kinderopvang BES gepubliceerd (Stb. 2024, 140). In de wet zijn eisen opgenomen ten aanzien van kwaliteit, financiering en toezicht van kinderopvang. De wet is per 1 januari 2026 in werking getreden bij Koninklijk Besluit. Vanaf 1 april 2026 worden kinderopvangorganisaties via het instrument bekostiging gefinancierd en niet langer via de tijdelijke subsidieregeling. Tot die tijd is de Tijdelijke subsidieregeling kinderopvang Caribisch Nederland verlengd.

Opdrachten

Dit betreft een eilandelijke taak: structurele opdrachten ten behoeve van kinderopvang.

Het gaat onder andere om middelen voor onderzoek, centrale uitvoeringskosten en het programmabureau BES(t)4 Kids.

Bekostiging

Dit betreft een eilandelijke taak: structurele bekostiging voor het bevorderen van de kwaliteit en de financiële toegankelijkheid van de kinderopvang.

De Wet kinderopvang BES is per 1 januari 2026 in werking getreden. Vanaf 1 april 2026 loopt de financiering van kinderopvangorganisaties via het instrument bekostiging.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft een eilandelijke taak: kinderopvang.

Dit betreft middelen voor de bijzondere uitkering aan de eilanden voor de versterking van kinderopvang en voor- en naschoolse opvang in Caribisch Nederland in het kader van het programma BES(t) 4 Kids.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling algemene oudedagsvoorziening (AOV).

Personen die in Caribisch Nederland verzekerde jaren hebben opgebouwd voor de AOV en die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen een aan de verzekerde jaren gerelateerd ouderdomspensioen op grond van de AOV. Tevens kent de AOV een partnertoeslag.

Artikel 9 Nabestaanden

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling algemene weduwen en wezenverzekering (AWW).

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De hoogte van de uitkering is leeftijdsgerelateerd.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: algemene kinderbijslagvoorziening.

De kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders of verzorgers die op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn.

Artikel 11 Uitvoering

Bekostiging

Dit betreft een structurele rijkstaak: kosten voor de unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De RCN-unit SZW is een bij de Rijksdienst Caribisch Nederland gepositioneerd onderdeel van het departement dat namens de minister is belast met uitkeringsverstrekking, vergunningverlening en arbeidsinspectie in Caribisch Nederland.

Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI)

Tabel 39 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

246.483

241.546

247.101

241.676

240.019

243.769

244.263

          

Artikel 1 Volksgezondheid

  

3.402

4.200

4.122

4.062

3.923

3.923

3.923

Subsidies (regelingen)

R

S

252

252

252

252

252

252

252

Opdrachten

R

I

0

65

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

R

S

3.150

3.883

3.870

3.810

3.671

3.671

3.671

Artikel 4 Zorgbreed beleid

  

243.071

237.336

242.979

237.614

236.096

239.846

240.340

Subsidies (regelingen)

R

S

5.230

6.890

6.841

6.686

5.830

5.802

5.729

Bekostiging

R

S

225.632

214.089

210.448

208.103

211.585

217.427

218.034

Opdrachten

R

S

1.192

6.236

10.815

8.006

7.375

7.297

7.319

Bijdrage medeoverheden

E

S

11.017

10.095

14.412

14.320

11.306

9.320

9.258

(Schade)vergoeding

R

S

0

26

463

499

0

0

0

Artikel 6 Sport en bewegen

  

10

10

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

R

I

10

10

0

0

0

0

0

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Volksgezondheid

Bijdrage aan agentschappen

Voor uitvoeringskosten van het RIVM is per saldo € 3,9 mln. beschikbaar. Voor het voortzetten bevolkingsonderzoeken op de BES-eilanden wordt er structureel € 3,6 mln. ingezet. Verder wordt er voor diverse onderzoeksopdrachten in Caribisch Nederland  € 0,3 mln. ingezet in 2027.

Subsidies

Ten behoeve van de JOGG-aanpak in Caribisch Nederland is een structureel subsidiebijdrage van € 0,3 mln. beschikbaar.

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen

Voor zorgbreed beleid op de BES-eilanden is een subsidiebudget van in totaal € 6,8 mln. beschikbaar. Deze middelen worden onder meer verstrekt aan jeugdorganisaties op Caribisch Nederland. Daarnaast gaat het om enkele meerjarige projectsubsidies in het kader van het sport- en preventieakkoord.

Bekostiging

Voor de zorg die voortvloeit uit het ‘Besluit Zorgverzekering BES’ is € 204,1 mln. gereserveerd. Daarnaast is € 1,8 mln. beschikbaar voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling in de zorg.

Voor de uitvoering van tweedelijns jeugdzorg (inclusief pleegzorg), maatschappelijke ondersteuning en voor sport en preventie is in totaal € 4,6 mln. gereserveerd.

Opdrachten

Voor de zorg op de BES-eilanden is een opdrachtenbudget van in totaal € 9,8 mln. begroot. Hiervan is € 2,5 mln. bedoeld voor het versterken van de pandemische paraatheid op de BES-eilanden, namelijk voor de regionale International Health Regulations hub (IHR-hub). De IHR-hub heeft als doel de publieke gezondheidszorg en infectieziektebestrijding in het Caribisch deel van het Koninkrijk te versterken en de expertise en innovatie kracht in de regio te vergroten. Daarnaast is € 0,5 mln. begroot voor het versterken van de weerbaarheid binnen de zorgsector. Verder is een budget van € 3,0 mln. beschikbaar voor de standaardisatie van gegevensuitwisseling in de zorg.

Tot slot is in 2027 € 3,8 mln. begroot voor diverse kleine posten zoals beleidsontwikkeling en onderzoeken.

Voor opdrachten in het sociaal domein is in 2027 een budget van € 1,0 mln. gereserveerd. Deze middelen worden onder meer ingezet ter bestrijding van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, voor sport, publieke gezondheid en preventie.

Bijdragen aan medeoverheden

VWS verstrekt jaarlijks bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen op basis van artikel 92 lid 2 sub c Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De uitkeringen zijn bedoeld voor de opbouw en uitvoering van verschillende activiteiten op het VWS domein, zoals het bestrijden van Huiselijk geweld en Kindermishandeling, voor Publieke Gezondheid en preventie. In 2027 is hiervoor € 4,2 mln. begroot. Verder is een budget van € 4,8 mln. gereserveerd voor sport en het creëren van naschools activiteitenaanbod in Caribisch Nederland. Daarnaast wordt in 2027 € 0,7 mln. ingezet voor het versterken van de GGD’s in Caribisch Nederland.

Voor gratis schoolfruit op het primair en voortgezet onderwijs is er een budget van structureel € 2,5 mln. beschikbaar gesteld. In het kader van kansrijke start is structureel € 0,2 mln. beschikbaar gesteld.

Voor het versterken wijken en buurten in Caribisch Nederland is een incidenteel budget van € 2 mln. per jaar beschikbaar gesteld in de periode 2027 tot en met 2029.

Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII)

Tabel 40 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

realisatie

ontwerpbegroting 2027

   

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

18.378

17.200

18.300

18.550

19.435

19.435

14.685

          

Artikel 1 Woningmarkt

18.378

17.200

18.300

18.550

19.435

19.435

14.685

Opdrachten

E

I

152

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

E

I

100

0

0

250

0

0

250

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

E

S

0

100

100

100

100

100

100

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

18.126

17.100

18.200

18.200

19.335

19.335

14.335

1

R =Rijk, E = eilandelijk

2

S =Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Woningmarkt

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Aan het CBS worden bijdrages vertrekt voor het uitvoeren actualiseren van (nul)metingen en voor de woonbehoefte in Caribisch Nederland.

Bijdrage aan medeoverheden

Voor de jaren 2026 tot en met 2030 is er voor bijdrage woningbouw binnen het instrument Realisatiestimulans € 5 mln. per jaar beschikbaar specifiek voor Caribisch Nederland.

Verder worden er structurele uitkeringen verstrekt voor het verlagen van huurprijzen in de sociale en particuliere sector voor huurders met een laag inkomen. Op Sint Eustatius en Saba wordt gestart met het verlagen van huurprijzen in de particuliere sector (in eerste instantie incidenteel budget). Daarnaast worden incidentele uitkeringen verstrekt ten behoeve van voorbereidingen voor) de huurcommissie op Bonaire en Sint Eustatius en renovaties op Sint Eustatius.

Begroting Klimaat en Groene Groei (XXIII)

Tabel 41 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Klimaat en Groene Groei(XXIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak

Bijdrage

ontwerpbegroting 2026

   

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal uitgaven

  

10.542

24.240

4.175

4.105

4.120

4.144

         

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

10.542

24.240

4.175

4.105

4.120

4.144

Subsidies (regelingen)

R

S en I

10.542

24.240

4.175

4.105

4.120

4.144

Toelichting

Artikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Subsidies

Er worden structurele subsidies voor netbeheer verleend aan de distributeurs van elektriciteit op de drie eilanden van Caribisch Nederland. Het tarief voor netbeheer in Caribisch Nederland ligt op een moeilijk draagbaar niveau. Hiertoe wordt aan elk van de drie bedrijven op de drie eilanden een subsidie verstrekt waarmee het bedrijf het tarief verlaagt. Dit tarief staat los van het gebruiksafhankelijke tarief voor de elektriciteit zelf. Voorts is er een laatste betaling voor een verduurzamingsproject (zonne-energie) in Caribisch Nederland in 2027. Daarnaast wordt in totaal € 15,3 mln. vrijgemaakt in 2027 uit de beschikbaar gestelde € 30 mln. in het coalitieakkoord voor energiemaatregelen op Caribisch Nederland. Deze middelen worden ingezet voor de ophoging van de netbeheersubsidie (€ 3,2 mln.) en voor verduurzamingsprojecten (zonneweide en batterijopslag) op Saba (€ 6 mln.) en op Sint Eustatius (€ 6,1 mln.).

Bijlage 4: Overzicht belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

De Miljoenennota 2027 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten op kasbasis voor 2027. In onderstaande tabel wordt het totale bedrag van de voor 2027 geraamde belasting- en premieontvangsten op kasbasis uit Caribisch Nederland op gedetailleerdere wijze gepresenteerd door de geraamde kasontvangsten voor 2027 uit te splitsen over alle in Caribisch Nederland geheven rijksbelastingen en premies.

Tabel 42 Raming belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland 2027 op basis van Miljoenennota 2026 (bedragen x € 1 mln.)

Beschrijving

 

Indirecte belastingen

60,4

Algemene bestedingsbelasting

44,1

Accijnzen

5,3

Overdrachtsbelasting

11,0

  

Directe belastingen

161,4

Loonbelasting en premies volks- en werknemersverzekeringen

140,1

Inkomstenbelasting

1,7

Vastgoedbelasting

13,6

Opbrengstbelasting

4,2

Kansspelbelasting

1,8

  

Overig

36,4

  

Totaal

258,2

Bijlage 5: Overzicht eilandelijke inkomsten

Net als bij de begroting van het gemeentefonds, verstrekt het kabinet jaarlijks een overzicht van de ontwikkeling van de opbrengsten uit lokale heffingen als bijlage bij de begroting van het BES-fonds. De in dit overzicht gebruikte gegevens zijn afkomstig van de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurde begrotingen en jaarverslagen van de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

De lokale heffingen worden vastgesteld door de openbare lichamen. De afweging en de verantwoording over de hoogte van de tarieven vindt plaats in de eilandsraden. De doorberekening van de rechten, de rioolheffing en de reinigingsheffing mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Het bedrag van de inkomsten voor de openbare lichamen kan fluctueren, zoals dat ook bij Europees-Nederlandse gemeenten het geval is.

De tabellen bevatten een overzicht van de opbrengsten van de lokale heffingen van de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit is op basis van de meest recent ingediende en vastgestelde eilandelijke begrotingen en jaarverslagen. In de tabellen is te zien dat de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aanmerkelijk van elkaar verschillen voor wat betreft de samenstelling van de eigen belastingen.

Tabel 43 Overzicht opbrengsten lokale heffingen Bonaire (bedragen x USD 1.000)

Lokale heffingen

Realisatie

Begroot

 

2022

2023

2024

2025

2026

Motorrijtuigenbelasting

5.213

6.064

7.407

6.383

5.900

Toeristenbelasting

10.954

14.966

15.198

16.619

14.813

Verhuurautobelasting

1.176

‒ 2641

Erfpachten en huur

3.158

3.279

2.511

2.305

3.550

Reinigingsrechten

1.440

2.130

2.203

2.287

1.400

Leges en retributies

458

466

639

675

496

Vergunningen

511

654

825

3.114

555

Havenbelasting

873

929

1.164

919

1.000

Grondbelasting

2.306

2.276

2.614

2.478

2.300

Opcenten op de Vastgoedbelasting

3.455

3.512

2.276

3.084

3.314

Precariorechten

562

567

590

593

500

Cruisepax

1.066

Slachthuizen

199

225

249

314

180

Casinorechten

1.010

682

674

899

800

Nature fee

  

3.581

4.104

3.400

Diverse opbrengsten

 

‒ 1.3782

87

      

Totaal

32.381

34.108

39.931

43.861

38.208

1

Betreft een aframing van de verhuurautobelasting

2

Betreft een aframing van de logeergastenbelasting

Tabel 44 Overzicht opbrengsten lokale heffingen Sint Eustatius (bedragen x USD 1.000)

Lokale heffingen

Realisatie

Begroot

 

20221

20231

20241

20251

2026

Motorrijtuigenbelastingen

0

n.v.t.

376

371

400

Afvalstoffenheffingbelasting

282

261

269

270

288

Toeristenbelasting

0

n.v.t.

147

93

150

Motorrijtuigenbelastingen en toeristenbelasting2

434

551

Onroerend goed exploitatie

124

248

437

393

333

Luchthaven

173

455

363

368

393

Zeehaven

2.028

2.084

2125

1885

2.437

Leges

70

80

122

109

110

Vergunningen

96

88

162

92

148

Overige opbrengsten

403

211

135

214

150

      

Totaal

3.610

3.978

4.136

3.795

4.409

1

De lokale heffingen worden in de jaarrekeningen niet uitgesplitst en kunnen als zodanig niet uit de jaarrekeningen worden herleid. De realisatiecijfers voor 2022 zijn afkomstig uit de begroting 2024, de realisatiecijfers voor 2023 zijn afkomstig uit de begroting 2025, de realisatiecijfers over 2024 zijn uit de begroting 2026 en de realisatiecijfers over 2025 zijn afkomstig uit de begroting 2027.

2

De realisatiecijfers voor de motorrijtuigenbelastingen en de toeristenbelasting zijn bij elkaar opgeteld.

Tabel 45 Overzicht opbrengsten lokale heffingen Saba (bedragen x USD 1.000)

Lokale heffingen

Realisatie

Begroot

 

2022

2023

2024

2025

2026

Motorrijtuigbelasting

175

170

175

184

185

Havengelden

107

112

119

82

110

Erfpacht/Verhuur gebouwen

87

14

9

8

14

Logeerbelasting

44

17

32

18

100

Kinderopvang

77

0

Luchthaventoeslag en landingsgelden

122

135

153

184

165

Afvalstoffenheffing

143

146

138

140

150

Burgerzaken

30

38

49

48

33

Verklaring omtrent gedrag

2

2

1

1

2

Bouwleges

6

5

5

10

10

Vervoer Studenten

1

0

Rijbewijzen

19

13

17

19

17

Handel en Industrie

85

91

87

89

86

Horecavergunningen

89

92

78

84

95

      

Totaal

987

835

863

867

967

Bijlage 6: Overzicht renteloze leningen Caribisch Nederland

Volgens lid 4 van artikel 89 van de Wet FinBES stelt de ministerraad jaarlijks vast welk bedrag ieder van de openbare lichamen verschuldigd is aan aflossing van de renteloze leningen. De tot op heden aan Caribisch Nederland verstrekte renteloze leningen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Tabel 46 Overzicht reeds aangegane leningen aan Caribisch Nederland (bedragen x USD 1 mln.)

Openbaar Lichaam

Leningverstrekkend departement

Onderwerp

Oorspronkelijke omvang lening

Looptijd lening

afgelost in 2026

Af te lossen in 2027

Openstaand ultimo 2026

Bonaire

OCW

Onderwijshuisvesting

25,0

2013-2037

1,0

1,0

10,0

Sint Eustatius

OCW

Onderwijshuisvesting

4,4

2013-2034

0,2

0,2

1,6

Sint Eustatius

BZK

Schikking klif Sint Eustatius

2,1

2025-2044

0,1

0,1

1,9

Sint Eustatius

BZK/VRO

Woningbouw

4,2

2025-20681

0,0

0,0

4,2

Saba

I&W

Infrastructuur

2,5

2015-2026

0,2

0,0

0,0

Saba

BZK/VRO

Woningbouw

1,9

2025-20681

0,0

0,0

1,9

        

Totaal Caribisch Nederland

  

40,1

 

1,5

1,3

19,6

1

De aflossingen starten in 2029.

Onderwijshuisvesting

Met elk van de eilanden zijn door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) afspraken gemaakt om er voor te zorgen dat alle scholen in Caribisch Nederland kunnen beschikken over fatsoenlijke onderwijshuisvesting. Dat is een randvoorwaarde voor het realiseren van de basis onderwijskwaliteit. In 2013 zijn renteloze leningen door het ministerie van OCW aan elk van de drie eilanden verstrekt zodat de openbare lichamen de grote achterstanden in de huisvesting van het onderwijs op de BES-eilanden op termijn weg kunnen werken. Sindsdien is de aan Saba verstrekte lening volledig afgelost. De leningen aan Bonaire en Sint Eustatius zullen respectievelijk in 2037 en 2034 worden afgelost.

Schikking klif Sint Eustatius

In 2024 is door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een renteloze lening (en bijzondere uitkering) verstrekt aan Sint Eustatius voor de financiering van een schikking tussen het openbaar lichaam en de eigenaar van een aantal percelen op Sint Eustatius. In verband met de eroderende klif aan de havenzijde van Sint Eustatius was er door de eigenaar een gerechtelijke procedure gestart. Onderdeel van de schikking is de overdracht van de percelen aan het openbaar lichaam Sint Eustatius. De lening heeft een looptijd van 20 jaar en zal in 2044 volledig zijn afgelost.

Infrastructuur Saba

In 2015 is door het toenmalige ministerie van Infrastructuur & Milieu (I&M) een renteloze lening verstrekt aan Saba voor urgente infrastructurele werkzaamheden. Deze lening heeft een looptijd van 11 jaar. De lening is in 2026 volledig afgelost.

Woningbouw Sint Eustatius en Saba

In 2025 heeft het voormalige ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) een renteloze lening verstrekt aan Sint Eustatius respectievelijk Saba om de woningbouw op de eilanden te stimuleren. Op Sint Eustatius betreft het de bouw van sociale huurwoningen. Op Saba de bouw van betaalbare koopwoningen. Deze leningen hebben een looptijd van 40 jaar. De aflossing start in 2029 en de leningen zijn in 2068 volledig afgelost.

Licence