X Defensie
GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN
Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 14,8 miljard

Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 242,5 miljoen

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL
Wetsartikel 1
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.
Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.
Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).
Wetsartikel 2
Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van het in de staat opgenomen baten-lastenagentschap Paresto voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in betreffende begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake het agentschap.
De Minister van Defensie,D. Yeşilgöz-Zegerius
B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN
1. Leeswijzer
Algemeen
De leeswijzer volgt de opbouw van de memorie van toelichting van de begroting. De memorie van toelichting is de uitleg bij het hierboven beschreven wetsvoorstel.
Het ministerie van Defensie bestaat uit zeven organisatiedelen. De vier krijgsmachtdelen (Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee) zorgen ervoor dat de militairen en het materieel klaar zijn voor inzet. Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) en het Commando Materieel en IT (COMMIT) ondersteunen door producten en diensten te leveren. De Bestuursstaf bestaat uit een aantal uitvoeringsorganisaties waaronder de MIVD en heeft daarnaast een rol in het maken van beleid.
De Minister en Staatssecretaris zijn verantwoordelijk voor het algehele beleid van Defensie. De ambtelijke leiding ligt in handen van de Secretaris-Generaal. De Commandant der Strijdkrachten - verantwoordelijk voor een groot deel van de uitvoering - is de militaire adviseur van de Minister en stuurt de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Commando Materieel en IT, Defensie Ondersteuningscommando, NLD Commando Speciale Strijdkrachten en Defensie Cyber Commando aan.
Hoofdstuk 2 Beleidsagenda
De beleidsagenda beschrijft de beleidsprioriteiten van Defensie en is opgebouwd langs de waardeketen van Defensie. Daarmee sluiten de beleidsprioriteiten aan op de structuur van de Defensienota 2026. De thema's waarlangs het beleid voor 2027 wordt gepresenteerd zijn:
1. Koers voor versterking (aansturing en samenwerking);
2. Gevechtskracht (primaire processen van Defensie);
3. Mensen;
4. Materieel;
5. Randvoorwaarden.
De agenda sluit af met de onderdelen:
– De belangrijkste beleidsmatige mutaties;
– Openbaarheidsparagraaf;
– De Strategische Evaluatie Agenda (SEA);
– Het overzicht risicoregelingen.
Hoofdstuk 3 Beleidsartikelen
In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan door de leden gemeenschappelijk gefinancierde (common funded) NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is begroot, bijvoorbeeld van de Koninklijke Marechaussee en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.
In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering geraamd voor respectievelijk de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1 Inzet.
Door de introductie van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zijn de middelen uit beleidsartikel 6 Investeringen per 2021 overgeheveld naar het DMF. Defensie brengt een eigen begroting uit voor het DMF.
In de beleidsartikelen 7 Commando Materieel en IT (COMMIT) en 8 Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) zijn de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten geraamd voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieonderdelen. De ondersteunende onderdelen werken met dezelfde financiële instrumenten als de krijgsmachtdelen. De uitgaven voor het Nationaal Fonds Ereschuld worden verantwoord op beleidsartikel 8 DOSCO onder het financieel instrument «schadevergoeding».
Bij de beleidsartikelen worden de beleidswijzigingen ten opzichte van voorgaande jaren uiteengezet.
Hoofdstuk 4 Niet-beleidsartikelen
In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen zijn de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. Onder dit artikel zijn twee financiële instrumenten opgenomen:
– De bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken: het betreft de bijdragen voor kennisopbouw bij TNO, NLR en MARIN, die via de begroting van het ministerie van Economische Zaken lopen;
– De schadevergoeding voor de Regeling Uitkering chroom-6 Defensie die bedoeld is voor claims. Het budget voor potentiële veteranenclaims is bij artikel 8 DOSCO verantwoord waar het Nationaal Fonds Ereschuld is opgenomen.
In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie begroot, waaronder de bestuursstaf met de defensietop, (hoofd)directies inclusief de Defensiestaf en bijzondere organisatie-eenheden. De bijzondere organisatie-eenheden van de bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), Inspecteur-Generaal Veiligheid (IGV) die aan het hoofd staat van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG), de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), het Militair Huis van de Koning (MHK), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Diensten Geestelijke Verzorging (DGV). Onder het financiële instrument «personele uitgaven» worden onder «uitkeringen» de uitgaven voor het Sociaal Beleidskader Defensie (SBK) van de pensioenen en wachtgelden verantwoord.
Ten slotte zijn er ramingen voor de niet-beleidsartikelen 11 Geheim en 12 Nog onverdeeld opgenomen.
Hoofdstuk 5 Begroting agentschappen
In hoofdstuk 5 is de baten-lastendienst Paresto opgenomen.
Hoofdstuk 6 Bijlagen
In de bijlagen is informatie opgenomen over de volgende onderwerpen: 6.1 Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (ZBO/RWT’s), 6.2 een subsidieoverzicht, 6.3 de toelichting op de Strategische Evaluatie Agenda, 6.4 een uitgavenoverzicht voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg, 6.5 een overzicht van de budgettaire gevolgen MIVD, 6.6 Tabel Input-Output 2% Defensie uitgaven, 6.7 CW 3.1 Oekraïne, en ten slotte is in 6.8 een lijst met gebruikte afkortingen opgenomen.
Defensienota 2026
De minister van Defensie heeft de Defensienota 2026 opgemaakt. De doelstellingen van Defensie voor de aankomende kabinetsperiode worden hierin gepresenteerd. Zodoende gelden de volgende bijzonderheden voor de begroting:
– Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor defensie-investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen;
– In de beleids-en materieelagenda worden de investeringen die betrekking hebben op 2027 nader toegelicht;
– In de artikelen benoemen we tevens de investeringen die in 2027 van toepassing zijn, zonder daarbij de Beleidsagenda's te herhalen.
Groeiparagraaf
In de begroting 2027 zijn ten opzichte van de begroting 2026 de volgende wijzigingen doorgevoerd:
1. Het opnemen van de belangrijkste doelstellingen in de beleidsagenda conform Motie Van der Lee (Kamerstuk 36 740, nr. 7).
Toelichtingsgrens
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2. Beleidsagenda
2.1 Beleidsprioriteiten
Een toekomstbestendige krijgsmacht
De grootschalige Russische invasie van Oekraïne heeft oorlog teruggebracht naar Europa. Samen met geopolitieke competitie, conflicten aan de randen van het NAVO-grondgebied en het Koninkrijk én het militair toepassen van de razendsnelle technologische ontwikkelingen maakt dit de dreiging voor Nederland direct tastbaar. Onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten bestempelen Rusland als grootste dreiging voor onze veiligheid. Hoewel er nu geen sprake is van oorlog in Nederland, is het ook geen vrede. In deze grijze zone heeft Nederland dagelijks te maken met cyberaanvallen, spionage, sabotage, desinformatie en andere vormen van beïnvloeding en dwang. Juist daarom zet Nederland ook in 2027 de steun aan Oekraïne onverminderd voort. Daarbij is de steun aan Oekraïne is ook een investering in Europese veiligheid.
Onze veiligheid en onze manier van leven staan, door de voorgenoemde ontwikkelingen, onder druk. Defensie moet daarom beschikken over een moderne en toekomstbestendige krijgsmacht, met meer en betere capaciteiten op land, ter zee, in de lucht en in het cyber- en ruimtedomein. Daarmee moet de krijgsmacht in staat blijven om mogelijke tegenstanders af te schrikken en, als het nodig is, het gevecht te winnen.
Een toekomstbestendige krijgsmacht speelt in op de veranderende veiligheidsomgeving. Defensie zet hiervoor in op een wendbare, adaptieve en schaalbare krijgsmacht met een sterk technologisch, digitaal en innovatief fundament, een robuuste ondersteuning en voldoende voortzettingsvermogen. Deze krijgsmacht kan opschalen met militairen, reservisten, burgers en door publiek-private samenwerking en beschikt over een slimme mix van hoogwaardige, betaalbare, vervangbare en onbemenste capaciteiten. Daarbij horen ook de randvoorwaarden om langdurig te kunnen optreden, zoals logistiek, munitie, voorraden en vastgoed.
Het is onze taak om ons Koninkrijk te verdedigen, onze belangen te beschermen en de internationale rechtsorde en stabiliteit te bevorderen. Defensie vervult daarin een kerntaak, maar kan dit niet alleen. In de Beleidsbrief Defensie en vervolgens Defensienota 2026 is de koers uiteengezet om samen met onze partners onze strategische en militaire doelstellingen te bereiken. Deze hangen uiteraard met elkaar samen en vormen als geheel de richting waarin Defensie zich ontwikkelt. Het beschermen van onze veiligheid vraagt namelijk om een gezamenlijke inzet van overheid, bondgenoten, civiele autoriteiten, bedrijfsleven, vitale sectoren, maatschappelijke organisaties én burgers.
Deze beleidsagenda licht toe wat Defensie in 2027 gaat doen om een toekomstbestendige krijgsmacht te realiseren. Wij kijken ernaar uit om samen met uw Kamer, de samenleving en alle (veiligheids-) partners onze doelen te realiseren, zodat ons Koninkrijk, Europa en de NAVO op ons kunnen blijven rekenen. Alleen zo beschermen we samen wat ons dierbaar is.
Financiële ontwikkelingen
Het kabinet Jetten investeert structureel in de versterking van de krijgsmacht. Hiermee groeien de Nederlandse defensie-uitgaven naar 3,5% van het bbp in 2035.
Met de Defensienota 2026 en deze Ontwerpbegroting zet het kabinet noodzakelijke budgettaire stappen om de defensie-uitgaven te laten groeien naar de nieuwe NAVO-norm van 3,5% voor defensie-uitgaven vanaf 2035.
Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar tranchegewijs overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen. Op deze manier wordt voortvarend uitvoering gegeven aan de Defensienota 2026 en blijft het mogelijk om adaptief en wendbaar te kunnen blijven als de situatie daarom vraagt. Om de lange termijn zekerheid verder te verzekeren, wordt zoals in het Coalitieakkoord vermeld, de NAVO-norm van 3,5% bbp per 2035 wettelijk te verankeren.
De totale geraamde Defensie-uitgaven (begroting Ministerie van Defensie en DMF) bedragen in 2027 € 28,9 miljard. Dit is inclusief € 600 miljoen additionele middelen uit het Coalitieakkoord en inclusief € 3,1 miljard bestemd voor militaire steun aan Oekraïne.
Het totaal aan defensie-uitgaven volgens bijlage 6.6, komt in 2027 overeen met een NAVO-norm van 2,36% inclusief militaire steun aan Oekraïne (2,12% exclusief militaire steun aan Oekraïne op basis van de Nederlandse berekeningswijze). Dit is in figuur 1 weergegeven. De rode lijn geeft het NAVO-percentage weer volgens de Nederlandse berekeningswijze, inclusief militaire steun aan Oekraïne en de groene lijn geeft het NAVO-percentage weer volgens de Nederlandse berekeningswijze, exclusief militaire steun aan Oekraïne. Daarnaast kent de NAVO ook een berekeningswijze voor het percentage, echter publiceert NAVO dit percentage slechts eenmaal per jaar in het Annual NATO SecGen Report en alleen over gerealiseerde defensie-uitgaven. Volgens de NAVO-berekeningswijze bedroegen de Nederlandse defensie-uitgaven in 2025 2,59% van het GDP1.
Figuur 1: NAVO-norm

In onderstaande figuur 2 is de investeringsquote opgenomen. De additionele middelen uit het Coalitieakkoord zijn hierin verdisconteerd. De investeringsquote drukt de defensie-investeringen uit in een percentage van de totale defensiebegroting exclusief militaire steun Oekraïne. De NAVO hanteert een richtlijn van minimaal 20% voor de investeringsquote. Voor 2027 bedraagt de geprognotiseerde investeringsquote 36,8% en de vijfjaarsgemiddelde investeringsquote 30,7%2.
Figuur 2: Investeringsquote

Militair vermogen
De Defensienota 2026 stelt de leidende principes vast voor het profiel van de krijgsmacht van de toekomst. In 2027 gaan we vervolgens met de uitvoering verder om een toekomstbestendige krijgsmacht te realiseren, gebaseerd op de volgende uitgangspunten: moderne oorlogsvoering vereist een gecoördineerd, multi domein optreden; de krijgsmacht beschikt over een sterk technologisch, digitaal en innovatief fundament; zij wordt versterkt op basis van de NAVO-capaciteitsdoelstellingen; ze is wendbaar en adaptief; ze heeft een slimme mix van capaciteiten; ze is schaalbaar; ze beschikt over voldoende voortzettingsvermogen; ze werkt samen; en ze kent sterk leiderschap met een helder moreel ethisch kader.
Versterking van de krijgsmacht
Uit de Defensienota 2026 blijkt dat Defensie vanuit de leidende principes alle domeinen van de krijgsmacht versterkt, door te investeren in de gevechtskracht in het maritieme, land-, lucht-, cyber- en ruimtedomein. Ook zijn investeringen domein overstijgend. Zo heeft de hele krijgsmacht baat bij hogere voorraden en opslagcapaciteit, een sterke informatiepositie en betere geïntegreerde lucht- en raketverdediging (Integrated Air & Missile Defensie – IAMD). Daarnaast investeert Defensie aanzienlijk in onbemenste systemen en de verdediging daartegen. Tot slot draagt de doorontwikkeling van de special operations forces (SOF) bij aan het optreden in de vijf domeinen (land-, lucht- en maritiem- cyber en ruimtedomein).
Voor het land-, lucht- en maritiem domein worden de plannen voor 2027 toegelicht in de materieelagenda. Gezien de relatief recente opkomst van het cyber- en ruimtedomein komen de plannen voor 2027 wel uitgebreider in deze beleidsagenda aan bod.
Cyber
Defensie investeert in haar eigen cyberveiligheid door cyberrisico's te beheersen en zo de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van processen, systemen en data te waarborgen door bijvoorbeeld verder te investeren in Security Operations Centers (SOCs). Zo stellen we militaire eenheden in staat hun digitale zelfbeschermingsfunctie uit te voeren.
Ook investeert Defensie verder in het Defensie Cyber Commando (DCC) en het Joint Force Command (NLD JFC) om zowel eigenstandig als binnen multi-domein optreden militaire effecten te kunnen bereiken in het cyberdomein. We breiden tactische capaciteiten uit bij de krijgsmachtdelen voor cyber en elektromagnetische activiteiten.
Tot slot intensiveert Defensie het wederzijds delen van kennis en informatie met bondgenoten en partners. Daarnaast bevordert het ons innovatievermogen, waardoor we technologisch voor blijven op tegenstanders. Tevens versterkt Defensie internationale en publiek-private samenwerking, en draagt Defensie interdepartementaal bij aan de cyberveiligheid van civiele dienstverleners, toeleveranciers en digitale infrastructuur waar de krijgsmacht en bondgenoten afhankelijk van zijn.
Ruimte (Space)
Cyberactiviteiten kunnen niet zonder een robuuste toegang tot het ruimtedomein. Dit is in het geheel cruciaal voor de effectiviteit, snelheid en zelfstandigheid van moderne operaties in alle domeinen. Defensie investeert daarom in nationale ruimtecapaciteiten, zoals diverse typen satellieten, sensoren en sterke verbindingen. Deze investeringen vergroten onze strategische autonomie en verstevigen onze informatiepositie, waarbij nationale capaciteiten aansluiten op die van Europese en andere internationale partners om kosten beheersbaar te houden en gezamenlijk meer militair vermogen te ontsluiten. De Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 identificeert ruimtetechnologie als één van de focusgebieden en draagt daarmee bij aan versnelde technologieontwikkeling in samenwerking met de nationale en internationale ruimtesector.
In navolging van de kabinetsreactie op het AIV-advies «Regie op veiligheid in de ruimte» vormde Defensie in 2026 het Defence Space Security Center om tot een Space Command in oprichting. Dit joint commando wordt verantwoordelijk voor het opereren met en beschermen van ruimtecapaciteiten, en voor het realiseren en coördineren van effecten in, vanuit en naar de ruimte voor heel Defensie. In 2027 vindt de doorontwikkeling van het Space Command plaats.
Inlichtingen
Juist als je met effect wilt kunnen optreden in alle vijf de domeinen zijn betrouwbare inlichtingen van levensbelang. Alleen zo kunnen we onze nationale veiligheid waarborgen, de inzet van onze krijgsmacht veilig doen en de samenwerking met onze bondgenoten goed uitvoeren.
Het inlichtingenlandschap verandert echter snel: de geopolitieke situatie wordt instabieler, dreigingen complexer en moderne technologieën herdefiniëren zowel het slagveld als de methoden voor het verzamelen en analyseren van data terwijl conventionele oorlogsvoering nog niet verdwenen is.
Defensie investeert daarom, ook in 2027, in een inlichtingensysteem dat Nederland weerbaar maakt in de grijze zone tussen oorlog en vrede en de krijgsmacht ondersteunt in het voorbereiden op grootschalig gewapend conflict. Ketensamenwerking tussen de MIVD en de andere defensie-inlichtingenonderdelen, een modern data– en IV-landschap, informatiegestuurd optreden en (inter)nationale- en publiek-private samenwerking zijn hierbij kernbegrippen.
Digitale Transformatie en adoptie
De oorlog van de toekomst, is niet alleen een strijd van mens tot mens. Juist de verdere digitalisering vervult een sleutelrol bij de ontwikkeling van het militair vermogen. Technologische ontwikkelingen op gebieden als autonome wapensystemen, AI, Cloud, connectiviteit, Cyber en het elektro magnetisch spectrum bieden Defensie nieuwe mogelijkheden om effectiever, flexibeler, veiliger en schaalbaar te worden. Ze introduceren echter ook nieuwe bedreigingen van zowel statelijke als niet-statelijke actoren.
De digitale transformatie stelt Defensie in staat om – beter dan de tegenstander – geïntegreerde effecten te bereiken, informatie- en beslisdominantie te bereiken en continu nieuwe en huidige technologieën om te zetten in gevechtskracht. Naast het adopteren van technologische ontwikkelingen zijn digitale weerbaarheid, interoperabiliteit en digitale soevereiniteit belangrijke prioriteiten.
In 2027 wordt de digitale transformatie doorgezet en versneld. De focus ligt daarbij op het creëren van een digitaal fundament met onder andere moderne cloudtechnologie. Ook investeren we in AI en cybersecurity. De interoperabiliteit van deze nieuwe technologieën is daarbij een expliciet aandachtspunt.
Versterken informatiepositie en informatiegereedheid
Defensie moet zich ontwikkelen naar een datagedreven, technologisch superieure krijgsmacht die informatie- en inlichtingen dominantie realiseert door hoogwaardige data-integratie, kunstmatige intelligentie gestuurde besluitvorming en onbemenste systemen. Het beoogde effect van deze investeringen is het sneller en accurater beslissen dan de tegenstander door een verantwoorde en effectieve inzet van kunstmatige intelligentie, met oog voor schaalbaarheid, integratie en ethische kaders.
Digitale middelen alleen zijn niet genoeg; het gaat om snelle en effectieve inzet. Continu innoveren en technologie direct benutten en opschalen voor operationeel voordeel is cruciaal. Dit vraagt ook in 2027 om nauwe samenwerking tussen marktpartijen, ontwikkelaars en gebruikers én om voortdurend te experimenteren en te trainen met nieuwe toepassingen.
Wet- en regelgeving
Niet alleen in het inlichtingen domein komt Defensie de grenzen van de uitvoerbaarheid van onze wet- en regelgeving in de praktijk tegen. Daarom werkt Defensie aan optimaliseringen in wet- en regelgeving om de versterking van Defensie defensiebreed mogelijk te maken. Door het slechten van juridische barrières of versterken van grondslagen kan effectieve gereedstelling en inzet van de krijgsmacht worden gegarandeerd. Dit betreft zowel nieuwe trajecten als actualisering van bestaande wet- en regelgeving.
Defensie werkt hiertoe onder meer aan de Wet op de defensiegereedheid, de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, de herziening van de Oorlogswet voor Nederland en het wettelijk vastleggen van de 3,5%-NAVO-norm. In EU-verband werkt Defensie mee aan de totstandkoming en uitvoering van Omnibus-wetgeving om ook op dat niveau juridische belemmeringen voor defensiegereedheid weg te nemen.
Mensen
Wanneer de aanpassingen in wet- en regelgeving meer ruimte geven om de organisatie voor te bereiden op inzet en daadwerkelijk te kunnen optreden, is het wel noodzakelijk dat de organisatie ook voldoende gevuld is. Daarom bouwt Defensie aan een inzetbare en schaalbare krijgsmacht die in omvang kan meebewegen met de dreiging. Als eerste stap gaat Defensie groeien naar een krijgsmacht van circa 102.000 mensen in 2030. Om de organisatie te laten groeien en schaalbaar te maken, investeert Defensie in mensen en goed werkgeverschap. Defensie moet middenin de samenleving staan om de groei en verandering te kunnen realiseren.
Met het oog hierop werkt Defensie in 2027 met een herijkte HR-visie en –strategie. Hierin komen de focus op Hoofdtaak 1, de transformatie naar een schaalbare krijgsmacht, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, in demografie, technologie en maatschappij en de consequenties die dit heeft voor Defensie als werkgever samen.
Gevulde organisatie met perspectief: verbeteren instroom en behoud Door gelijktijdig te focussen op het verbeteren van instroom en behoud, bouwen we aan een goed gevulde organisatie met perspectief. Dat doen we op de volgende manieren:
– Om de instroom van nieuwe medewerkers te versnellen en te verhogen innoveert Defensie de instroomketen. Daarbij wordt ingezet op meer aanbodgericht, ‘skills based’ en levensfasebewust werven en selecteren. Defensie gaat hierbij meer datagedreven werken.
– Om Defensie te laten groeien breiden we de opleidingscapaciteit uit bieden we onderwijs vaker modulair aan, worden opleidingen korter en maken we gebruik van simulatoren en samenwerking met civiele opleidingsinstituten.
– Defensie streeft ernaar dat uiterlijk in 2030 minimaal 30% van onze organisatie uit vrouwen bestaat en bevordert daarnaast andere vormen van diversiteit en inclusie.
– Defensie werkt aan passende en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden om meer beroepsmilitairen, reservisten en burgermedewerkers aan te spreken bij Defensie te werken. Leeftijdsgrenzen voor in- en uitstroom worden verruimd in overleg met de vakcentrales, passend binnen de demografische ontwikkelingen en rekening houdend met loopbaan, levensfases en arbeidsvoorwaarden.
Dienmodel
Defensie ontwikkelt een Dienmodel dat meebeweegt met de dreiging: (snel) opschalen in aanloop naar een conflictsituatie en weer afschalen erna. Bij de ontwikkeling hiervan maakt Defensie de instroomsporen schaalbaar en werkt het een (selectieve) opkomstplicht nader uit. We nemen daartoe de volgende maatregelen:
– In 2027 verwelkomen we 1500 Dienjaarmilitairen. Het Dienjaar zal in 2027 gevestigd worden binnen de vredesorganisatie en sterker gepositioneerd als instroomspoor naar het bestand beroepsmilitairen.
– In 2027 ontwikkelt de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT) zich tot een schaalbare instroompool, gericht op zowel het vergroten van het reservistenbestand als het versterken van de wervingsbasis voor moeilijk te vervullen functies. De ambitie is om in 2027 op te schalen naar circa 1800 deelnemers.
– Voor reservisten verbeteren we de rechtspositie, de bedrijfsvoering en de communicatie. Daarnaast werken we samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een versterking van de rechtspositie van de reservist in de civiele arbeidsverhouding. Daaronder vallen afspraken over loondoorbetaling bij ziekte, verlof en bescherming tegen ontslag door de civiele werkgever als de reservist wordt opgeroepen.
– De Defensie enquête wordt in 2027 verbeterd. Op dit moment wordt de enquête met de dienstplichtbriefbrief verstuurd naar alle 17-jarige Nederlandse jongeren. Wanneer de Wet op de Defensie Gereedheid van kracht is kan de enquête naar alle jongeren van 17 tot en met 27 jaar worden verstuurd.
– Hoewel het streven is zo lang mogelijk in een vrijwillig model te blijven, bekijken we hoe we de gradueel verplichtende stappen (de escalatieladder) binnen het Dienmodel kunnen vormgeven.
Goed werkgeverschap, gezondheidszorg, en zorgplicht voor veteranen
Ook in 2027 zetten we in op het verder verbeteren en versterken van de militaire gezondheidszorg, zodat we de inzet van de krijgsmacht in het volledige geweldsspectrum adequaat ondersteunen. Samen met Justitie & Veiligheid (J&V), Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vergroten we de weerbaarheid van de gezondheidszorg, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, en dragen zo bij aan militaire paraatheid en een weerbare samenleving.
Door de groei van het aantal militairen vanwege o.a. de toenemende geopolitieke spanningen is de kans groot dat op termijn ook het aantal veteranen toeneemt. Dat leidt tot een grotere behoefte aan activiteiten op het gebied van belangenbehartiging, erkenning, waardering, zorg en ondersteuning. Defensie neemt hiertoe de volgende maatregelen:
– Herstellen en versterken van de geneeskundige keten, zodat we beschikken over een militair gezondheidszorgsysteem dat in staat is om met eigen middelen verliezen van eigen troepen te kunnen beoordelen en prioriteren (triëren), behandelen en transporteren naar Nederland.
– Specifieke aandacht schenken aan de gezondheid en gezondheidszorg van vrouwelijke militairen.
– Het versterken van de personele zorg en welzijn in het algemeen en in het bijzonder de zorg voor gesneuvelde, vermiste, gewond geraakte of gevangen genomen militairen en hun thuisfront en/of nabestaanden.
– Ontwikkelen van een moderner en meer toekomstbestendig decoratiebeleid voor erkenning en waardering, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van nieuwe decoraties.
– Herzien van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel voor veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (HVUS), met als doel een toekomstbestendig stelsel waarbij de nadruk verschuift van compensatie van beperkingen naar herstel en participatie, met kortere doorlooptijden en meer regie voor de militair over het eigen zorg- en hersteltraject.
– Defensie zet zich in om gemeenten nauwer te betrekken bij de uitvoering van het veteranenbeleid. Hiertoe zijn concrete stappen genomen, die ook terug te vinden zijn in de Veteranennota 2025 ‒ 2026. Zo is in 2025 de ‘Handreiking gemeenten en veteranen’ samen met de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) opgesteld. Deze handreiking helpt gemeenten op weg v.w.b. hun taken en mogelijkheden m.b.t. het Nederlands veteranenbeleid en voorzieningen zoals de veteranenombudsman en ontmoetingslocaties. Een andere concrete stap is dat de educatieve activiteiten die lokaal worden aangeboden, zoals het programma ‘Veteraan in de Klas’, verder zijn uitgebreid en meer scholen hier aan meedoen.
Een veilige werkomgeving bij Defensie
Veiligheid en integriteit zijn randvoorwaarden voor de operationele taakuitvoering van Defensie. In het gereed stellen voor hoofdtaak 1 zet Defensie in 2027 verder in op integraal risicomanagement (IRM). Hierdoor kunnen commandanten en leidinggevenden risico’s in de bedrijfsvoering goed afwegen en wordt (het mandaat voor) de acceptatie van restrisico’s op het juiste niveau in de organisatie belegd. Door veilig te werken blijft de gevechtskracht en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht behouden. Daarom blijft Defensie ook in 2027 onverminderd werken aan de verbetering van de fysieke en sociale veiligheid, en integriteit, waaronder met de implementatie van het herziene veiligheidsmanagementsysteem en de Nadere Inventarisatie Gevaarlijke Stoffen.
Beleidskader Integriteit
Defensie zet actief stappen om fraude en corruptie te voorkomen. In juni 2026 is binnen Defensie het Beleidskader Integriteit gepubliceerd. Hierin zijn beleidsdoelen opgenomen voor het verbeteren van het frauderisicomanagement binnen de organisatie. Deze beleidsdoelen dienen uiterlijk begin 2027 te zijn gerealiseerd.
Samen bouwen aan veiligheid
Digitalisering is een niet te stoppen ontwikkeling. Dit biedt ook veel kansen om voorbij onze landsgrenzen met impact te acteren in het militaire domein. Het is dan ook van groot belang om de internationale samenwerking te omarmen en door te ontwikkelen.
Met internationale partners
Internationale defensiesamenwerking is een voorwaarde voor effectieve en geloofwaardige afschrikking, verdediging en inzetbaarheid van de krijgsmacht. Defensie werkt samen via defensiediplomatie, capaciteitsontwikkeling en -opbouw, materieelsamenwerking, onderzoek en innovatie, training, oefeningen en operationele samenwerking bij inzet. Daarom zetten we de samenwerking ook in 2027 op deze wijze voort.
Sterker Europa binnen de NAVO
De NAVO en de EU zijn de twee belangrijkste samenwerkingsverbanden voor de veiligheid in het Europese deel van het Koninkrijk. De NAVO blijft de hoeksteen van onze collectieve veiligheid, met de VS als belangrijke bondgenoot. Een sterkere bijdrage van Europese landen binnen de NAVO is een vereiste. Nederland heeft de ambitie om daarin een voortrekkersrol te spelen door middel van het vormen van kopgroepen met Europese partners. Defensie levert een belangrijke bijdrage aan zowel de nucleaire als conventionele afschrikkingsstrategie en is daarmee van cruciaal belang voor de Europese slagkracht binnen de NAVO. In 2027 zal Defensie intensief gebruik maken van internationale organisaties voor materieelsamenwerking, zoals het NATO Support and Procurement Agency en het Europees Defensie Agentschap. Ook zal Defensie investeren in het versterken van de unieke eigenstandige inlichtingenpositie en het versterken van inlichtingensamenwerking op Europees niveau.
Om als Europa meer verantwoordelijkheid te nemen voor afschrikking en verdediging op het Europese continent, is de EU een cruciale factor. Defensie zet zich binnen EU-verband in om de Europese defensie-industrie en technologische basis te bevorderen, juridische en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht weg te nemen en procedures voor aanbestedingen en vergunningen te versnellen. Nederland staat daarom in beginsel positief tegenover stimulerende maatregelen en financiële programma’s van de EU ten behoeve van de defensie-industrie en stelt zich constructief op in onderhandelingen hierover.
Onverminderde steun aan Oekraïne
Nederland blijft Oekraïne steunen in de verdediging tegen de Russische agressie. De strijd in Oekraïne gaat over de veiligheid van heel Europa. Daarom zet Nederland de militaire en financiële steun meerjarig voort. Defensie blijft in 2027 militair materieel en training leveren, zowel bilateraal als in samenwerking met internationale partners. Daarbij ligt de focus op de instandhouding van eerder geleverde systemen, het voortzettingsvermogen van de Oekraïense strijdkrachten, onbemensde systemen en luchtverdedigingsmiddelen. Met internationale partners blijft Nederland bijdragen aan de militaire planning en politieke dialoog die ten grondslag ligt aan een duurzame vrede, inclusief de daarvoor benodigde veiligheidsgaranties en militaire planning voor een mogelijke bijdrage daaraan. De Nederlandse steun aan Oekraïne levert zeer waardevolle inzichten op over moderne oorlogsvoering en technologische innovaties,en biedt kansen op het gebied van defensie-industriesamenwerking. Defensie faciliteert actief samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse en Oekraïense bedrijven, zowel voor het uitwisselen van kennis en innovatieve technieken als ook gezamenlijke productie en de doorontwikkeling daarvan. Zo steunt Nederland ook in 2027 Oekraïne in het huidige gevecht en wordt bijgedragen aan het vormgeven van zowel de Oekraïense als de Nederlandse krijgsmacht van de toekomst. Tevens zet Defensie zich blijvend in voor accountability door de inzet van forensische opsporingsteams voor onderzoek naar oorlogsmisdrijven gepleegd in Oekraïne.
De effecten van de geleverde steun op de gereedheid van de Nederlandse strijdkrachten en op het behalen van de NAVO-capaciteitsdoelen worden, gezien het Nederlands belang van een veilig Europa door Defensie als significant, maar acceptabel beoordeeld. Defensie neemt maatregelen om deze gevolgen zoveel mogelijk te mitigeren. Ook weegt Defensie continu de belangen van enerzijds de steunvoorziening aan Oekraïne en anderzijds het belang van het opleiden en training van het eigen personeel.
Versterken partnerschappen en samenwerkingsverbanden
Via internationale samenwerking en gezamenlijke inzet, kan Nederland impact maken. Daarom maakt Defensie deel uit van diverse multinationale samenwerkingsverbanden en gelegenheidscoalities, zoals de Coalition of the Willing for Ukraine en de Joint Expeditionary Force. Samenwerkingsverbanden worden onder meer ingezet voor de steun aan Oekraïne, operationele samenwerking in het kader van de plannen van de NAVO, gezamenlijke inkoop van materieel en versterking van de interoperabiliteit. Nederland hecht ook aan de rol van de Verenigde Naties. Defensie draagt met nichecapaciteiten en expertise bij aan de VN, zoals op het gebied van ontmijning en peacekeeping intelligence. Ook blijft Defensie intensief samenwerken met andere landen. Aangezien het Caribisch deel van het Koninkrijk buiten het NAVO-verdragsgebied ligt, is de versteviging met partnerschappen aldaar van extra belang.
In het komende jaar bekrachtigt Defensie bestaande samenwerking met de belangrijkste partners. Defensie breidt haar samenwerking uit met nieuwe partners, bijvoorbeeld in West-Afrika, de Indo-Pacific (onder andere Japan, Australië en Zuid-Korea) en het Midden-Oosten. Ook blijft Defensie deel uitmaken van diverse multinationale samenwerkingsverbanden en gelegenheidscoalities. Ook zal Defensie in 2027 investeren in de veiligheid voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, onder meer binnen het Framework for Western Hemisphere Allied Cooperation. Daarnaast werkt Defensie aan het verbreden van de samenwerking in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit.
Inzet in missies en operaties
Inzet in missies en operaties blijft ook in 2027 van groot belang. In een verder verslechterende (internationale) veiligheidssituatie en de dreiging die Rusland vormt voor de territoriale veiligheid van Europa, blijft de Nederlandse Krijgsmacht zich inzetten voor haar drie hoofdtaken. Deze raken steeds verder met elkaar verweven; missies en operaties buiten onze grenzen dragen niet alleen bij aan de bevordering van de internationale rechtsorde, maar dienen ook de Nederlandse en Koninkrijks-belangen. Defensie zoekt hierin actief de samenwerking met internationale en nationale partners en leert daaruit belangrijke lessen over de manier waarop oorlogsvoering wereldwijd verandert. Tegelijkertijd vervaagt de scheidslijn tussen inzet en gereedstelling. Grote oefeningen aan onze oostgrens kunnen immers ook bijdragen aan strategische effecten zoals deterrence.
Met de samenleving
Niet alleen internationaal kan Defensie kansen benutten. Maar juist ook in de Nederlandse samenleving zijn er wederzijds vele mogelijkheden. Defensie heeft de samenleving namelijk veel te bieden op diverse vlakken, zoals industrie, sociale cohesie, kennis en innovatie, natuur, digitale infrastructuur en opleidingen. Het is geen eenrichtingsverkeer: wederkerige samenwerking tussen Defensie en de samenleving vormt de basis. Alleen samen houden we Nederland, ook in 2027, veilig en weerbaar.
Nationale veiligheid
Door de veranderde geopolitieke ontwikkelingen en verslechterde veiligheidssituatie ligt voor de bescherming van de nationale veiligheid de focus thans op de voorbereiding van Hoofdtaak 1: de verdediging en bescherming van ons Koninkrijk (inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk) en dat van onze bondgenoten. Daarnaast vervult Defensie dagelijks diverse taken onder civiel gezag (o.a. grensbewaking, handhaven openbare orde, bewaken en beveiligen, etc.), zoals in het kader van de Politietaken van de Koninklijke Marechaussee en het verlenen van militaire bijstand uit hoofde van haar derde hoofdtaak (bijvoorbeeld bij dreigende natuurrampen, grootschalige verstoringen van de openbare orde of bedreigingen voor de volksgezondheid) zoals de inzet van blushelikopters en de Explosieven Opruimingsdienst. Deze taken van de krijgsmacht zullen bij een militair conflict niet veranderen maar mogelijk wel in elkaar overlopen. Ook bij een conflict blijft de krijgsmacht paraat om civiele autoriteiten (incidenteel) te ondersteunen, maar worden taken afhankelijk van de dreiging geprioriteerd. Als onderdeel van de nationale voorbereiding op hoofdtaak 1 zullen Defensie en civiele partners hier afspraken over maken.
De bescherming van onze nationale veiligheid en weerbaarheid worden door vijandelijke actoren regelmatig getest. Te denken valt bijvoorbeeld aan dreigingen voortvloeiend uit onbemensde systemen vliegend boven onze vitale infrastructuur of ondermijnende activiteiten tegen onderzeese kritieke infra. In reactie richt Defensie, samen met de ministeries van IenW en JenV het National Maritime Security Centre (NMSC) op om mogelijke bedreigingen tegen de infrastructuur in de Noordzee tijdig te detecteren en hierop te handelen.
Defensie neemt maatregelen om onze nationale veiligheid te beschermen. Daartoe versterkt Defensie o.a. de geïntegreerde nationale lucht- en raketverdediging en werkt met het ministerie van Justitie en Veiligheid samen aan een waarschuwingsketen om burgers zo snel mogelijk te waarschuwen bij een luchtaanval, herzien we de Oorlogswet voor Nederland, richten we het Nationaal Territoriaal Commando (NTC) op voor landelijke operationele aansturing van nationale militaire operaties binnen Nederlands grondgebied (zoals bewaken en beveiligen van kritieke infrastructuur), breiden we Koninklijke Marchechaussee eskadrons uit ten behoeve van politietaken, Host Nation Support of militaire mobility en verbeteren we de bescherming van het Caribisch deel van het Koninkrijk door de permanente aanwezigheid van een extra marinierseenheid in het Caribisch gebied. Ook hier heeft Defensie een hoofdtaak tot bescherming van het grondgebied, naast het handhaven van de internationale rechtsorde (counter-drugsoperaties) en de ondersteuning van civiele autoriteiten.
Met de industrie
Defensie versterkt in 2027, zoals al eerder aangegeven in de beleidsagenda, de strategische samenwerking met de industrie om de krijgsmacht sneller te voorzien van moderne en schaalbare capaciteiten. Daarbij zet Defensie in op meer ontwikkeling, productie en opschaling in Nederland en Europa, zodat we ongewenste strategische afhankelijkheden verminderen en we het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht vergroten. In 2027 wordt verder uitvoering gegeven aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie. Defensie werkt hierin samen met andere departementen, kennisinstellingen en bedrijven aan het vergroten van productiecapaciteit, versterking van leveringszekerheid en het versneld ontwikkelen van innovatieve militaire toepassingen en technologie, zoals op NLD gebieden (waaronder hightech systemen en materialen, maritieme technologie, cyber, ruimtevaart, quantum en autonome systemen) en de Nederlandse Defensie Technologische en Industriële Basis (NLDTIB; het Nederlandse ecosysteem van bedrijven, kennisinstellingen en organisaties dat bijdraagt aan defensietechnologie, innovatie en productiecapaciteit). Ook wil Defensie in 2027 inzetten op gezamenlijke ontwikkeling, productie en aanschaf van militaire capaciteiten met Nederlandse en Europese partners. Daarnaast werkt Defensie aan betere randvoorwaarden voor innovatie en industriële opschaling, onder andere via publiek-private samenwerking, versterking van toeleveringsketens, betere toegang tot test- en productiefaciliteiten en een aantrekkelijker financieringsklimaat voor de defensie industrie en defensiegerelateerde innovatie. Hiermee versterken we Nederlandse defensie ecosystemen en daarmee de strategische autonomie van Nederland en Europa.
Inspanningen industrie en innovatie
Defensie bouwt voortdurend kennis op, ontwikkelt technologie (door) en experimenteert met de nieuwste technologieën en innovaties om een moderne, hoogtechnologische krijgsmacht te zijn die de tegenstander voor kan blijven. Om deze technologische voorsprong te bewerkstelligen, werken we aan een Nederlands Defensie ecosysteem dat bestaat uit kennisinstellingen, organisaties en bedrijven die innovatieve (en soms onverwachte) oplossingen bedenken voor de uitdagingen waar de krijgsmacht voor staat. Toonaangevende kennis en innovatie vraagt om een blijvende, intensieve samenwerking tussen Defensie en (civiele) partners. Kennisbehoeftes vanuit de Defensieonderdelen vertalen zich in kennisopbouw van programma’s bij onze strategische kennispartners TNO, NLR en Marin. Daarnaast ontwikkelen we nieuwe technologie met bedrijven en kennisinstellingen om tot prototypes voor Defensietoepassingen te komen.
In 2027 worden de activiteiten op gebied van kennisopbouw, technologieontwikkeling, kort-cyclische innovatie en (inter)nationale samenwerking doorgezet in lijn met de Defensienota 2026, en bouwen we aan een technologische voorsprong op terreinen waar Nederland een onderscheidende positie heeft en internationaal toonaangevend wil zijn en blijven: de Nederlandse gebieden en bijbehorende ambities. Defensie voorkomt versnippering door centraal regie te voeren op de budgetten voor innovatie- en industrieopschaling, en om effectief te kunnen sturen én flexibiliteit te creëren, zet Defensie een instrument op waarin de kennis‑ en innovatiebudgetten centraal samenkomen.
Defensie zal in 2027, samen met andere departementen, kennisinstellingen en de defensie-industrie, concrete initiatieven in gang zetten. Om focus en snelheid aan te brengen zal de samenwerking verder uitgewerkt worden en willen we starten we met de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA. De Autoriteit jaagt de ontwikkeling aan van militaire en dual-use toepassingen op basis van (toekomstige) uitdagingen van de Nederlandse krijgsmacht (‘pull’) en uit het civiele kennislandschap en bedrijfsleven (‘push’). De uitwerking van deze initiatieven en investeringen vindt steeds plaats in overeenstemming met de Nederlandse non-proliferatiedoelstellingen en -verplichtingen.
In 2027 werkt Defensie met een uitgebreid investeringsprogramma verder om onze materiele behoeften te vervullen. Zie voor meer informatie de materieelagenda van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (Begrotingshoofdstuk K).
Randvoorwaarden
Zonder de ondersteuning van de hier onder beschreven randvoorwaarden is er geen sterk Defensie. Betere ondersteuning maakt de krijgsmacht wendbaar en meer schaalbaar. Het versterken van de basis kost tijd, maar Defensie werkt ook in 2027 hier hard aan.
Algemene Rekenkamer bevindingen
Dat doen we onder andere door bevindingen van de Algemene Rekenkamer serieus te nemen. De Algemene Rekenkamer constateert 9 onvolkomenheden bij Defensie. Defensie is er alles aan gelegen om op korte termijn alles te doen wat mogelijk is. Omdat we niet alle tekorten direct kunnen oplossen prioriteren we daarin bewust. Middels een bewezen, programmatische aanpak voert Defensie de opgestelde verbeterplannen (per onvolkomenheid) in 2027 verder uit. Daarbij wordt de Algemene Rekenkamer intensief betrokken zodat alle werkzaamheden gedragen en voortvarend worden uitgevoerd
Ruimte en leefomgeving
Defensie hanteert een programmatische PFAS-aanpak gericht op kennis, onderzoek, communicatie en op het voorkomen van zowel blootstelling aan, als de verspreiding van PFAS. Onderdeel van deze aanpak is het risicogestuurd saneringsplan om met zorgvuldig en doelgericht handelen PFAS-risico’s in bodem, lucht en grondwater te saneren en beheersen. Ook in 2027 blijven we werken aan het PFAS-vraagstuk volgens deze aanpak. Defensie is momenteel bezig het maken van een kosten-baten-afweging om te komen tot de meest effectieve en financieel duurzame oplossing.
Defensie werkt aan grote uitbreidingsprojecten en voegt daar de opgaven uit het NPRD aan toe. De realisatie van het NPRD loopt via verschillende sporen, zoals grondverwerving, gebiedsprocessen met betrokken medeoverheden, vastgoedrealisatie en het organiseren van vergunningsruimte. Voor elk van de uitbreidingen wordt een Startstrategie opgesteld. Vanaf eind 2026 wordt de Tweede Kamer hierover jaarlijks via de Stand van Defensie geïnformeerd over de voortgang van de NPRD-projecten. Voorbeelden van andere grote uitbreidingen zijn het concentreren van eenheden in Soesterberg en omgeving, de revitalisatie van een aantal grote kazernes en een nieuwe kazerne voor het Korps Commandotroepen.
Vastgoed
Defensie heeft een meervoudige opgave voor vastgoed. Het vastgoed is voor een groot deel verouderd en past niet bij de krijgsmacht van de toekomst. Een inhaalslag om te voldoen aan wet- en regelgeving is nodig en het vastgoed moet worden verduurzaamd. De Commandopost Vastgoed heeft als opdracht gekregen de realisatie de komende jaren te verhogen. Defensie wil in 2027 meer gebouwcategorieën, onder andere kantoorgebouwen en leslokalen, gestandaardiseerd aanbesteden en realiseren. Omgevingsfactoren zoals stikstof en netcongestie belemmeren de versnelling. Er wordt geprioriteerd in de planning van vastgoedprojecten om hiermee rekening te houden, er worden slimme bouwmethodes toegepast en Defensie zet in op energiezekerheid om meer zelfvoorzienend te zijn op eigen locaties.
Voor de verduurzaming van het vastgoed is het doel dat alle kantoorgebouwen van Defensie in 2027 minimaal energielabel C hebben en in 2029 aan de energiebesparingsplicht (EML) voldoen. In 2026 is hiervoor de realisatiefase gestart. Defensie ligt voor de energielabel C-verplichting op koers. De realisatie rondom EML-maatregelen krijgt in toenemende mate tractie.
Energiezekerheid, klimaat en duurzaamheid
Voor Defensie is energie mission critical. Energie voor varen, vliegen, rijden, vastgoed, kampementen en informatietechnologie is immers essentieel voor de operationele inzet en de bedrijfsvoering. Tegen de achtergrond van een verslechterende internationale veiligheidssituatie en het toenemende gebruik van energie en grondstoffen als geopolitiek machtsmiddel ligt de nadruk op energiezekerheid en de mate waarop Defensie kwetsbare afhankelijkheden vermindert (autonoom voortzettingsvermogen). Deze ambitie is vastgelegd in de Uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid (Kamerstuk 36592, nr. 52). Uitgangspunt hierin is dat gevechtskracht voorop staat en Defensie tegelijkertijd blijft bijdragen aan de bestaande nationale klimaat- en duurzaamheidsopgaven. In 2027 is onder andere het doel voor duurzame brandstoffen: wegdiesel 30%; scheepsdiesel 30%; jet fuel 15%. Daarbij wordt verkend welke alternatieve brandstoffen naast de huidige biobrandstoffen bijdragen aan strategische onafhankelijkheid binnen de operationele randvoorwaarden.
Bedrijfsvoering en veiligheid
Bedrijfsvoering is voor Defensie geen bijzaak, maar randvoorwaardelijk voor haar gereedheid en militaire paraatheid. In 2027 ligt de prioriteit op het versnellen en moderniseren van de bedrijfsvoering. Dat doen we door administratieve lastendruk terug te dringen, bestaande processen te verbeteren én door meer fundamenteel te vernieuwen onder andere door de inzet van AI in de bedrijfsvoering. Data-gedreven werken wordt daarbij de norm, ondersteund door samenhangende informatievoorziening en versterkte waarborgen voor privacy en gegevensbescherming.
Defensie zet daarnaast de fundamentele versnelling van het ‘voorzien-in’-proces voort, onder meer door regeldruk terug te dringen en de uitvoeringspraktijk te vereenvoudigen. Daarnaast zetten we, ook in EU verband, in op vereenvoudiging van wet en regelgeving.
Verantwoorde bedrijfsvoering begint bij veiligheid. Defensie versterkt daarom de integrale beveiligingsketen op het gebied van fysieke, informatie-, industrie- en personele beveiliging. Defensie werkt aan de aanbevelingen die de Algemene Rekenkamerheeft heeft meegegeven. Hierbij wordt gewerkt volgens een risicogerichte aanpak zoals voorgelegd door de Algemene Rekenkamer, waarbij we beginnen met de meest cruciale objecten. Verantwoorde bedrijfsvoering begint bij veiligheid. Defensie versterkt daarom de integrale beveiligingsketen op het gebied van fysieke-, informatie-, industrie- en personele beveiliging. Tegelijkertijd noodzaken groei en intensievere samenwerking met externe partners ons ertoe om risico’s op het gebied van fraude en corruptie goed te beheersen. Dit vraagt om specifiek op fraude en corruptie toegespitst beleid, als onderdeel van het defensiebrede integriteitsbeleid.
Het programma Defensie Open op Orde (DOO)
Het programma Defensie Open op Orde (DOO) realiseert de inrichting voor de informatiehuishouding defensiebreed en ondersteunt de defensieonderdelen met kennis, capaciteit en technologie om de volwassenheid van de informatiehuishouding en informatiegereedheid te verhogen, onder waarborg van de veiligheid van de Staat. Informatie die juist, compleet, actueel, vindbaar en toegankelijk is, draagt met behulp van innovatieve technologie bij aan een versterkte informatiepositie van Defensie.
Belangrijkste doelen
Vanuit het coalitieakkoord heeft Defensie een aantal strategische doelstellingen geformuleerd die richting geven aan de ontwikkeling van de krijgsmacht in de komende jaren. Deze doelstellingen zijn gericht op het versterken van de nationale en internationale veiligheid, het vergroten van de militaire slagkracht en het toekomstbestendig maken van de organisatie. Hieronder worden de vijf belangrijkste doelstellingen toegelicht.
1) Versterken van de krijgsmacht richting de nieuwe NAVO-norm: Het kabinet investeert fors extra in Defensie om toe te groeien naar een defensiebudget van 2,8% van het bbp in 2030 en 3,5% in 2035. Hiermee moet Nederland een geloofwaardige bondgenoot binnen de NAVO blijven.
2) Uitbouwen van een schaalbare krijgsmacht tot minimaal 122.000 medewerkers3: Defensie moet groeien in beroepsmilitairen, reservisten en burgerpersoneel. Doel is een organisatie die snel kan op- en afschalen afhankelijk van de dreiging.
3) Vergroten van de gevechtskracht en operationele gereedheid: Het coalitieakkoord kiest expliciet voor een krijgsmacht die «afschrikt én kan doorbijten». Investeringen in materieel, munitievoorraden, logistiek en inzetbaarheid moeten leiden tot een hogere gereedheid.
4) Versterken Europese defensie-industrie: 50% van de Nederlandse defensieaankopen moet worden gedaan bij Nederlandse en Europese bedrijven, en 40% van de aankopen moet gezamenlijk met Europese partners plaatsvinden. Hiermee wil Defensie minder afhankelijk worden van niet-Europese leveranciers en tegelijkertijd de Europese industriële basis versterken.
5) Man/ vrouw verhouding (diversiteit en inclusie): Defensie streeft naar een organisatie die in 2030 of eerder voor 30% uit vrouwen bestaat. In lijn met het coalitieakkoord blijven we werken aan de gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving, onder andere door steun aan initiatieven als ‘Vrouwen naar de top’ en de inzet van vrouwelijke rolmodellen.
Het niet behalen van deze doelstellingen vergroot het risico dat Defensie onvoldoende slagkracht, capaciteit en gereedheid heeft om haar nationale en internationale taken uit te voeren. Daarnaast kan dit leiden tot verminderde NAVO-geloofwaardigheid, een grotere afhankelijkheid van externe partijen en blijvende uitdagingen op het gebied van personeelsbehoud en -werving.
Zowel de Nederlandse als de NAVO berekeningswijze hanteren het beginsel (begrote) defensie-uitgaven gedeeld door het bbp en zijn gebaseerd op dezelfde NAVO-richtlijn. De berekeningswijzen wijken op een aantal punten af. Hierover is uw Kamer geïnformeerd in juni 2025 (Kamerstuk 28676 nr. 519). Bij het opstellen van de begroting maakt Nederland gebruik van de Nederlandse berekeningswijze om de omvang van de defensie-uitgaven te bepalen, zoals is toegelicht in de Voorjaarsnota 2025. Het is niet mogelijk om de NAVO-berekeningswijze te hanteren voor het opstellen van de ontwerpbegrotingen, omdat de NAVO geen meerjarencijfers publiceert en deze dus niet gebruikt kunnen worden voor meerjarige prognoses. Om die reden is de NAVO-berekeningswijze niet opgenomen in de figuur 2. De invoering van de Wet toekomst pensioenen heeft geen effect op de defensie-uitgaven relevant voor de NAVO-norm. De betaling van de voorlopige inkoopsom in december 2026 en de afrekening in 2027 worden niet toegerekend als defensie-uitgaven voor de NAVO-norm en de IQ. Vanaf 2027 wordt jaarlijks 375 miljoen euro extracomptabel bijgeteld aan defensie-uitgaven voor de NAVO-norm.
2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties
Art. | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand begroting 2026 (inclusief NvW) | 21.415 | 11.962 | 11.442 | 11.538 | 11.760 | 11583 | |
Belangrijkste mutaties | |||||||
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting | 917 | 241 | 299 | 289 | 177 | 285 | |
Mutatie CA: Opvragen AP-reservering Oekrainemiddelen | 1 | 0 | 0 | 0 | 437 | 0 | 0 |
Mutatie CA: Subsidietaakstelling | 9 | 0 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 1 | ‒ 1 |
Kaschuif Oekrainemiddelen | 1 | 437 | 0 | 0 | ‒ 437 | 0 | 0 |
Kasschuif arbeidsvoorwaardenakkoord | 12 | ‒ 125 | 55 | 70 | 0 | 0 | 0 |
Overboekingen met Defensiematerieelfonds | diversen | 151 | 188 | 230 | 288 | 286 | 273 |
Overboekingen met andere begrotingen | diversen | 51 | ‒ 1 | 0 | 2 | 2 | 2 |
Eindejaarsmarge | 12 | 102 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Technisch | 7 | 9 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bijstelling affinanciering militaire pensioenen | 10 | 291 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Kasschuif Nationaal Fonds Ereschuld | 8 | 0 | 0 | 0 | 0 | ‒ 110 | 11 |
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027 | 1003,42 | 2588,61 | 3368,59 | 3336,27 | 1375,34 | 1453,23 | |
Defensienota 2026 | diversen | 0 | 269 | 521 | 667 | 812 | 849 |
Steun Oekraine | 1 | 229 | 2035 | 2403 | 2168 | 0 | 0 |
EPF-ontvangsten | 1 | 146 | ‒ 146 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Herschikking artikel 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Interdepartementale budgetoverhevelingen | diversen | 10 | 6 | 6 | 7 | 9 | 9 |
Budgetoverhevelingen | diversen | 305 | 425 | 439 | 494 | 555 | 596 |
Bijstelling affinanciering militaire pensioenen | 10 | 290 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige mutaties | 5, 9 | 23 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 23335 | 14792 | 15110 | 15163 | 13312 | 13321 |
Toelichting
Mutaties 1e suppletoire begroting
Kasschuif Oekraïnemiddelen
Het kabinet heeft besloten om in 2026 nog 437 miljoen aan aanvullende militaire steun beschikbaar te stellen voor Oekraïne. De totale militaire steun in 2026 bedraagt hiermee circa 3 miljard euro.
Kasschuif arbeidsvoorwaarden
Dit betreft een kasschuif voor het op 17 juli 2026 ondertekende nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord Defensie 2026-2028.
Overboekingen met Defensiematerieelbegrotingsfonds
Er zijn diverse overboekingen gedaan tussen de Defensiebegroting en het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF).
Overboekingen met andere begrotingen
Er zijn diverse overboekingen gedaan van en naar de Defensiebegroting vanuit andere begrotingen.
Eindejaarsmarge
Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2025 van circa € 102 miljoen aan de begroting van Defensie.
Technisch
Deze post betreft uitgaven die via een desaldering zijn bekostigd vanuit extra ontvangsten.
Bijstelling affinanciering militaire pensioenen
Eind 2026 zal Defensie de bestaande pensioenaanspraken van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen overhevelen naar het ABP. Hiervoor dient Defensie per 31-12-2026 de netto contante waarde van de toekomstige pensioenuitkeringen in één keer te betalen aan het ABP. Als gevolg van de raming in het voorjaar van 2026 voor de koopsom van het ABP bedroeg de voorlopig geraamde koopsom destijds € 8,44 miljard. Hiervoor is het budget met de 1e suppletoire begroting met € 291,5 miljoen verhoogd, zodat het budget in lijn is gebracht met de herijkte raming uit het voorjaar.
Kasschuif Nationaal Fonds Ereschuld
Dit betreft een kasschuif voor de Regeling Volledige Schadevergoedingen in het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE).
Mutaties begroting 2027
Defensienota 2026
Het kabinet investeert met de Defensienota 2026 in de verdere versterking van de krijgsmacht. Bij deze Ontwerpbegroting wordt van de Aanvullende Post het structurele budget voor investeringen in de NAVO-norm tot en met 2031 overgeheveld naar de begrotingen van Defensie. Het restant blijft nog op de Aanvullende Post staan. Elk voorjaar zal - bij de extrapolatie van de begroting - de oploop van het extrapolatiejaar overgeheveld worden naar de defensiebegrotingen.
Een deel van de maatregelen is geboekt op de diverse artikelen van de Defensiebegroting en het andere deel op diverse artikelen van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF).
Steun Oekraïne
Het kabinet Jetten zet de militaire steun aan Oekraïne voort met nieuwe middelen in de jaren 2027-2029. Een deel hiervan, €437 miljoen, is al met de eerste suppletoire begroting in 2026 geplaatst. Middels deze Ontwerpbegroting wordt € 250 miljoen geschoven van 2029 naar 2026 om een bijdrage aan een nieuw PURL (Prioritized Ukraine Requirements List)-pakket mogelijk te maken. De resterende middelen zijn overgeheveld van de Aanvullende Post naar de Defensiebegroting. Het betreft € 2,0 miljard voor 2027, € 2,4 miljard voor 2028 en € 2,2 miljard voor 2029. De bedragen zijn exclusief bedragen in het DMF voor vervanging van eerder geleverd materieel uit eigen voorraad. Op deze wijze draagt Nederland bij aan de ondersteuning van Oekraïne in de strijd tegen Rusland.
EPF-ontvangsten
Er vindt een technische mutatie plaats waarbij de uitgaven in 2026 stijgen met € 146 miljoen en dalen met hetzelfde bedrag in 2027. Dit is het gevolg van mutaties in de ontvangsten voor de steun aan Oekraïne vanuit de European Peace Facility (EPF), de uitgaven mutaties zijn hieraan gekoppeld.
Herschikking artikel 1
De hernieuwde focus op de eerste hoofdtaak vraagt om een duidelijkere scheiding tussen de inzet voor de verschillende hoofdtaken. De indeling van beleidsartikel 1 Inzet is dan ook veranderd, van drie naar vier uitgavencategorieën, waarbij een uitgavencategorie voor hoofdtaak 1 inzet is toegevoegd. Daarnaast is de volgorde van de categorieën ook aangepast, waarbij de volgorde van de hoofdtaken wordt gevolgd. De herschikking betreft primair een verbetering van de budgettaire inrichting en leidt niet tot een inhoudelijke wijziging van de aard van het budget. De herschikking zorgt wel voor significate mutaties tussen de uitgavencategoriën, maar deze zijn budgetneutraal.
Interdepartementale budgetoverhevelingen
Deze budgetoverhevelingen tussen ministeries vinden plaats wanneer de verantwoordelijkheid voor een taak, project of uitgavebij een ander ministerie komt te liggen, of wanneer een andere ministerie de uitvoering van bepaalde werkzaamheden op zich neemt.
Bijstelling affinanciering militaire pensioenen
Als gevolg van een nieuwe raming voor de koopsom van het ABP bedraagt de voorlopige koopsom € 8,73 miljard. Hiervoor wordt het budget met € 290,0 miljoen verhoogd, zodat het budget in lijn is met de herijkte raming.
Budgetoverhevelingen
Niet alleen heeft Defensie te maken met interdepartementale budgetoverhevelingen, maar ook met departemetale budgetoverhevelingen waarbij budget wordt overgeheveld van de Defensiebegroting naar het DMF.
Art. | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stand begroting 2026 (inclusief NvW) | 279 | 389 | 148 | 148 | 148 | 148 | |
Belangrijkste mutaties | |||||||
Totaal mutaties eerste suppletoire begroting | 9 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Technisch | 7 | 9 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige mutaties | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Totaal mutaties ontwerpbegroting 2027 | 149 | ‒ 146 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
EPF-ontvangsten | 1 | 146 | ‒ 146 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Overige mutaties | 5, 9, 10 | 3 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Stand ontwerpbegroting 2027 | 437 | 243 | 148 | 148 | 148 | 148 |
Toelichting
Mutaties 1e suppletoire begroting
Technisch
Het betreft hogere verwachte ontvangsten van 9 miljoen euro bij het Commando Materieel en IT. De verwachting is dat er meer brandstof met derden wordt verrekend.
Mutaties begroting 2027
EPF-ontvangsten
Defensie ontvangt van de European Peacy Facility (EPF) vergoedingen voor de geleverde militaire steun aan Oekraïne. Het ritme van deze ontvangsten is bijgesteld, conform de betaalschema's van de EPF, er wordt € 146,0 miljoen meer ontvangen in 2026 en € 146,0 miljoen minder in 2027. De uitgaven voor de militaire steun aan Oekraïne worden met deze mutatie in lijn gebracht.
2.3 Openbaarheidsparagraaf
Actieve openbaarmaking
De Wet open overheid (Woo) verplicht bestuursorganen op grond van artikel 3.1 tot een inspanning om uit eigen beweging informatie openbaar te maken. Rijksbreed is de richtlijn om in 2026 tenminste één dossier openbaar gemaakt te hebben.4 Voor Defensie vraagt deze verplichting om een zorgvuldige en veiligheidsbewuste invulling, gezien de aard van de organisatie en haar taken. Met deze vorm van openbaarmaking beoogt Defensie:
– bij te dragen aan democratische controle en vertrouwen;
– bij te dragen aan een weerbare samenleving en desinformatie tegen te gaan;
– maatschappelijke informatiebehoeften beter te bedienen en mogelijk het aantal en omvang van toekomstige Woo-verzoeken te verminderen.
Met artikel 3.3 van de Woo is Defensie wettelijk verplicht om aangewezen informatiecategorieën openbaar te maken, zonder voorafgaand verzoek. De documenten die verband houden met de informatiecategorieën worden tijdig, volledig en veilig openbaar gemaakt conform de wettelijke ingangsdata en de wettelijke actualisatietermijn van twee weken. Daarbij wordt informatie-eigenaarschap formeel belegd door, zoveel als mogelijk, gestandaardiseerde en per bestuursorgaan gecentraliseerde processen. Publicatie vindt uitsluitend plaats na toetsing aan uitzonderingsgronden van de Woo. Voorkomen dient te worden dat de veiligheid van militairen, Nederland en onze bondgenoten wordt geschaad. In 2026 zijn de Woo-activiteiten op gebied van actieve en betekenisvolle openbaarmaking in de lijnorganisatie van Defensie verankerd.
Passieve openbaarmaking
Defensie verwacht dat de druk op de afhandeling van Woo-verzoeken in 2027 onverminderd hoog blijft. De hoeveelheid, omvang en complexiteit van verzoeken nemen verder toe. Dit hangt samen met de zichtbare rol van Defensie binnen de huidige geopolitieke ontwikkelingen, de verdere versterking van de krijgsmacht, internationale inzet en de maatschappelijke en politieke aandacht die daarmee gepaard gaat. Om de afhandeling van Woo-verzoeken verder te verbeteren, wordt in 2027 verder gewerkt aan maatregelen gericht op versnelling, ondersteuning en een meer uniforme uitvoering van het Woo-afhandelingsproces. De sectie Woo werkt hierbij samen met de directies van het kerndepartement, de defensieonderdelen en het programma Defensie Open op Orde (DOO). In 2027 wordt verder gewerkt aan het traject Versnellen afhandeling Woo-verzoeken, Woo-tooling en de verdere defensiebrede invoering van het documentmanagementsysteem DefDoc. Deze trajecten dragen bij aan optimalisering van het Woo-afhandelingsproces, ondersteuning van het verzamelen, beoordelen en lakken van documenten en een betere vindbaarheid en beschikbaarheid van informatie. Ook blijft Defensie betrokken bij rijksbrede ontwikkelingen op het gebied van openbaarmaking en informatiehuishouding, waaronder de ontwikkeling van generieke Woo-voorzieningen binnen de Rijksoverheid, zoals benoemd in het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid 2026–2030. Dit gebeurt in lijn met de maatregelen uit de kabinetsreactie op de invoeringstoets Woo (Kamerstuk 32 802, nr. 94). Bij de uitvoering van de Woo blijft Defensie nadrukkelijk aandacht houden voor de bescherming van staatsveiligheidsbelangen, operationele informatie en de veiligheid van militairen en bondgenoten.
Verbetering van de informatiehuishouding
Met het programma DOO versterkt Defensie de informatiehuishouding van de organisatie. Dit om ervoor te zorgen dat informatiestromen helder zijn en er wordt voorzien in een informatiebehoefte, waarmee betere besluitvormingsondersteuning, sturing en verantwoording mogelijk wordt gemaakt. Bij elk defensieonderdeel is reeds een actieplan in uitvoering om de informatiehuishouding naar een hoger niveau te tillen. In 2027 wordt verder gewerkt aan de uitvoering van deze actieplannen.
Om informatiehuishouding verder vorm te geven worden er in 2027 inrichtingskaders en -principes ontwikkelt om de defensiebrede werking zeker te stellen en hiermee de volwassenheid van de informatiehuishouding binnen Defensie blijvend te verbeteren.
De stapsgewijze implementatie van het documentmanagementsysteem DefDoc wordt doorgezet in 2027. DefDoc wordt in 2027 ook op het hoog gerubriceerde domein geïmplementeerd. Daarnaast vindt een implementatie van de recordmanagementsysteem DefDoc plaats zodat er voldaan kan gaan worden aan de duurzaam toegankelijkheidseisen en processen benoemd in de Woo en archiefwet.
Om blijvend, kwalitatief én snel te voldoen aan wettelijke verplichtingen ten aanzien van de omgang met chatberichten wordt in 2027 de software hiervoor geïmplementeerd en in beheer genomen bij de Defensie IT-organisatie. In 2027 wordt verder gewerkt aan de geautomatiseerde veiligstelling en duurzame toegankelijkheid.
Voor (hoog gerubriceerde) Missie-informatie is de dienstverlening voor het zoeken in de archieven schaalbaar ingericht om te kunnen verantwoorden naar politiek en maatschappij. De dienst Missie-informatie biedt een portaal aan voor het beantwoorden van zoekvragen. Daarnaast ondersteunt het actief (parlementaire)onderzoekscommissies met capaciteit en technologie. De dienstverlening wordt verbreed van missie-informatie (gecreëerd op missie) naar het verantwoorden over inzet-informatie voor, tijdens en na inzet. De dienst gaat door met het op orde brengen en duurzaam toegankelijk houden van alle inzet dossiers.
Voor 2027 is de verwachting oplossingen te implementeren voor e-mailarchivering en archivering intranet. Daarnaast is voorzien om een duurzame scanoplossing voor de hooggerubriceeerde Defensie-archieven te implementeren.
2.4 Strategische Evaluatieagenda
Inleiding
Elke minister is op basis van de Comptabiliteitswet 2016 verantwoordelijk voor het periodiek onderzoeken van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Hiervoor maken alle departementen gebruik van de Strategische Evaluatieagenda (SEA), die jaarlijks in de begroting verschijnt. De SEA geeft een overzicht van lopend, gepland en uitgevoerd evaluatieonderzoek. De belangrijkste evaluatieonderzoeken op de SEA zijn de zogeheten periodieke rapportages.
Met de SEA streeft Defensie naar een goede onderbouwing van strategische keuzes en de impact daarvan. Door bewust te leren, en door inzicht op te doen over waar we nog te leren hebben, kan bestaand beleid worden verbeterd en nieuw beleid gestructureerd worden voorbereid. Defensie ziet de SEA behalve als product daarom ook als een proces, dat in die vorm voortdurend in ontwikkeling is.
Planning periodieke rapportages
Het doel van de periodieke rapportages is inzichten uit allerlei documenten op een methodologisch verantwoorde manier samen te brengen om zo een overkoepelend beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid te creëren. De periodieke rapportage is primair een syntheseonderzoek, waarbij wordt teruggekeken naar reeds opgedane inzichten en verbetervoorstellen worden gedaan richting de toekomst. In onderstaande tabel is zichtbaar welke periodieke rapportages Defensie in de jaren 2026 tot en met 2032 gepland heeft.
Thema | Eerstvolgende periodieke rapportage |
|---|---|
Randvoorwaarden (infrastructuur en vastgoed) | 2026 |
Mensen (personeel) | 2027 |
Materieel en industriebeleid | 2028 |
Gevechtskracht (inzet en gereedstelling) | 2029 |
Randvoorwaarden (IT) | 2030 |
Koers voor versterking (kennis en innovatie) | 2031 |
Koers voor versterking (internationale samenwerking) | 2031 |
Mensen (veiligheid) | 2032 |
Zie ≪bijlage 6.3: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda ≫ voor een verdere toelichting op de periodieke rapportages.
Financiële dekkendheid
Conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RVB) wordt per SEA-thema zo goed als mogelijk vermeld op welke artikelen het thema betrekking heeft. Meerdere SEA-thema's hebben betrekking op meerdere artikelen uit de begroting. Zo vallen de personele alsook de materiele uitgaven onder de apparaatsuitgaven van elk artikel en vallen de uitgaven voor gereedstelling weer onder de programma-uitgaven van elk artikel. Om inzichtelijk te maken in hoeverre de artikelen met evaluaties zijn afgedekt, laten onderstaande tabellen de koppeling zien tussen SEA-thema’s en (sub)artikelen.
Thema/periodieke rapportage | Beleidsartikelen hoofdstuk 10 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 7 | 8 | |
Mensen (veiligheid) | 2.1; 2.2 | 3.1; 3.2 | 4.1; 4.2 | 5.1; 5.2 | 7.1; 7.2 | 8.1; 8.2 | |
Randvoorwaarden (infrastructuur en vastgoed) | DMF | ||||||
Mensen (personeel) | 2.1; 2.2 | 3.1; 3.2 | 4.1; 4.2 | 5.1; 5.2 | 7.1; 7.2 | 8.1; 8.2 | |
Materieel en industriebeleid | 2.2 | 3.2 | 4.2 | 5.2 | 7.2 | 8.2 | |
Gevechtskracht (inzet en gereedstelling) | 1.1 | 2.1 | 3.1 | 4.1 | 5.1 | 7.1 | 8.1 |
Randvoorwaarden (IT) | DMF | ||||||
Koers voor versterking (kennis en innovatie) | DMF | ||||||
Koers voor versterking (internationale samenwerking) | 1.1 | 2.2 | |||||
Thema/periodieke rapportage | Beleidsartikelen DMF | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | |
Mensen (veiligheid) | Hoofdstuk 10 | |||||||
Randvoorwaarden (infrastructuur en vastgoed) | 5.11; 5.12, 5,15; 5.16 | |||||||
Mensen (personeel) | Hoofdstuk 10 | |||||||
Materieel en industriebeleid | 1.11; 1.12; 1.14; 1.16 | 2.11; 2.12; 2.16 | 3.11; 3.12; 3.16 | 4.11; 4.12; 4.16 | 6.16 | 8.18 | ||
Gevechtskracht (inzet en gereedstelling) | Hoofdstuk 10 | |||||||
Randvoorwaarden (IT) | 6.11; 6.12;6.16 | |||||||
Koers voor versterking (kennis en innovatie) | 1.13 | |||||||
Koers voor versterking (internationale samenwerking) | Hoofdstuk 10 | |||||||
Toelichting op de thema’s
In de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek (RPE) staat voorgeschreven dat de SEA is ingedeeld in thema’s die gezamenlijk al het beleid en alle uitgaven van een ministerie omvatten. Bij veel ministeries volgt de SEA daarom de indeling van begrotingsartikelen. De begrotingsartikelen van Defensie vertegenwoordigen echter geen beleidsthema’s, maar organisatiedelen. De indeling van de SEA is daarom gekoppeld aan de waardeketen.
De waardeketen laat zien hoe de belangrijkste processen van Defensie zich tot elkaar verhouden, zodat op een doeltreffende en doelmatige wijze doelstellingen worden gerealiseerd met de beschikbaar gestelde middelen (personeel, materieel en financieel).
– De primaire processen ‘inzetten en gereedstellen’ zijn in de SEA vertaald naar het thema ‘gevechtskracht’.
– Om de randvoorwaarden voor de primaire processen te creëren zijn ondersteunende processen nodig. Als eerste het vervullen van de personele en materiele behoefte, die in de SEA afgedekt worden door de thema’s ‘Mensen’, ‘Materieel en industriebeleid’ en ‘Randvoorwaarden’. Dit laatste thema kent in de context van de SEA een focus op vastgoed, infrastructuur en IT.
– Het thema ‘Koers voor versterking’ staat in verband met het proces ‘besturen/commandovoering’, waarbij de SEA zich richt op de subthema’s ‘Kennis en innovatie’ en ‘Internationale samenwerking’.
De processen uit de waardeketen zijn onmisbaar voor de taakuitvoering van Defensie. Bovendien bestaat een grote onderlinge afhankelijkheid en invloed tussen de processen. Het kan daardoor gebeuren dat de hoofdthema’s op de SEA zich in de praktijk met elkaar vermengen. Zo is gevechtskracht afhankelijk van de vervulling van personele en materiele behoeften.
Deze onderlinge verwevenheid is in overweging genomen bij het plannen van de periodieke rapportages: de uitkomsten van de ene periodieke rapportage worden als input gebruikt voor de analyse van de andere periodieke rapportage. Dit betekent ook dat bepaalde onderzoeken en evaluaties ten aanzien van meerdere thema’s waardevolle inzichten opleveren.
Stand van Defensie
Sinds 2023 heeft Defensie meerdere reguliere rapportages aan de Kamer in één rapport gebundeld: de Stand van Defensie (SvD). Het oogmerk is om de voortgang van Defensie op verschillende thema's (zoals personeel, materieel, gereedheid en inzet) in één rapport inzichtelijk te maken en integraal te rapporteren. Met de SvD rapporteert Defensie zoveel mogelijk over de voortgang op onder meer de (lange termijn-)doelstellingen, projecten, samenwerkingen, gereedheid en dergelijke. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van een set aan gegevens die naast kwalitatieve teksten ook bestaat uit indicatoren en kengetallen.
Evenals de SEA is ook de SvD opgebouwd langs de waardeketen van Defensie (in geval van de SvD wel met identieke terminologie). Daarmee is de SvD een belangrijke bron voor vrijwel elke periodieke rapportage van de SEA. In bijlage 6.3 wordt dit per thema nader gespecificeerd.
Voor een verdere uitwerking van de Strategische Evaluatieagenda met een nadere duiding van de thema’s, zie ≪bijlage 6.3: Uitwerking Strategische Evaluatieagenda ≫.
Klik hier om het jaarverslag 2025 van het ministerie van Defensie te downloaden, met in bijlage 3 een overzicht van afgerond evaluatie- en overig onderzoek.
Een interactieve weergave van de SEA is beschikbaar op www.rijksfinancien.nl.
2.5 Overzicht risicoregelingen
Defensie kent twee openstaande garanties.
Er is een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het ministerie van Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen.
Met ingang van deze ontwerpbegroting treedt een nieuwe risicoregeling in werking voor het Ecosysteem Logistiek. De risicoregeling heeft een looptijd van drie jaar. Het Ecosysteem Logistiek betreft een strategische samenwerking tussen het ministerie van Defensie en civiele logistieke bedrijven ten behoeve van de logistieke ondersteuning van toekomstige ernstinzet. Ten behoeve van de verplaatsing van eenheden, materieel en voorraden in ‘permissive area’s ’ worden militaire logistieke eenheden ondersteund door civiele logistieke bedrijven. Teneinde mogelijke schades als gevolg van ernstinzet bij civiele logistieke bedrijven af te dekken is de risicoregeling voor het Ecosysteem Logistiek opgezet.
3. Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1 Inzet
Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Die opdracht is een afgeleide van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Grondwet. Deze leidt tot drie hoofdtaken:
– Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.
– Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.
– Ondersteuning (onder alle omstandigheden) van de civiele autoriteiten bij de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, de bestrijding van rampen en incidenten en de beheersing van crises, zowel nationaal als internationaal.
Alle drie de hoofdtaken vergen meer inzet vanwege de toegenomen instabiliteit in de wereld. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.
De Minister van Defensie is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, wereldwijd. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet voor nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.
Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan gemeenschappelijk gefinancierde NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is daartoe uitgebreid met een niet-financieel overzicht voor de structurele inzet voor nationale en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD).
In beleidsartikel 1 is de begroting van inzet van de krijgsmacht opgenomen. De uitgaven en ontvangsten van inzet worden hier begroot mits:
1. Deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair in dit artikel zichtbaar zijn indien er sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het ministerie van Buitenlandse Zaken).
2. Deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de CDS wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.
Om het geïntegreerde karakter met het Nederlandse Buitenlandbeleid te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid (BIV) interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd. Defensie draagt wel de verantwoordelijkheid voor het BIV.
In eerdere besluitvormingsmomenten is besloten tot deelname dan wel verlenging, uitbreiding of beëindiging van de Nederlandse militaire bijdragen aan diverse missies en operaties, denk bijvoorbeeld aan:
– EUFOR Althea: de verlenging van de bijdrage aan EU-operatie in Bosnië en Herzegovina tot en met eind oktober 2026 (infanteriecompagnie) dan wel 31 december 2027 (stafofficieren en HUMINT-team).
– Pacific Security Maritime Exchange (PSMX) Enforcement Coordination Cell (ECC) (PSMX/ECC): betreft de inzet bij het hoofdkwartier in Japan gedurende de periode juli 2025 t/m juni 2027.
NAVO-bondgenoten besloten in de periode voor en na de illegale Russische invasie van Oekraïne tot aanvullende maatregelen om het NAVO-verdragsgebied te beschermen, Rusland af te schrikken en Oekraïne bij te staan. Als onderdeel van dit pakket aan maatregelen zijn extra eenheden aan de oostflank van het verdragsgebied ontplooid. Nederland levert hier als NAVO-bondgenoot een actieve bijdrage aan, bijvoorbeeld middels trainingen via Interflex en luchtverdediging door de Air Missile Defense Task Force (AMDTF).
Nederland zal daarnaast, onder meer in VN-verband, bijdragen blijven leveren aan missies in het Midden-Oosten en Afrika.
Figuur 1 Overzicht missies en operaties

2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 6.022.024 | 3.408.648 | 2.727.644 | 2.150.687 | 425.651 | 194.195 | 226.038 |
Uitgaven | 5.166.233 | 3.162.070 | 2.856.815 | 2.618.944 | 2.384.344 | 226.038 | 226.038 | |
Apparaatsuitgaven | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Programmauitgaven | 5.166.233 | 3.162.070 | 2.856.815 | 2.618.944 | 2.384.344 | 226.038 | 226.038 | |
1.1 | Programmauitgaven | 5.166.233 | 3.162.070 | 2.856.815 | 2.618.944 | 2.384.344 | 226.038 | 226.038 |
Opdrachten | 3.391.599 | 2.692.089 | 2.807.474 | 2.569.603 | 2.335.003 | 176.697 | 176.697 | |
Inzet t.b.v. hoofdtaak 1 | 3.367.797 | 65.303 | 61.223 | 61.223 | 61.223 | 61.223 | 61.223 | |
Inzet t.b.v. hoofdtaak 2 | 1.820 | 2.620.322 | 2.736.748 | 2.499.177 | 2.264.577 | 106.271 | 106.271 | |
Inzet t.b.v. hoofdtaak 3 | 21.982 | 3.197 | 3.924 | 3.924 | 3.924 | 3.924 | 3.924 | |
Overige Inzet | 0 | 3.267 | 5.579 | 5.279 | 5.279 | 5.279 | 5.279 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 1.774.634 | 469.981 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | |
Inzet t.b.v. hoofdtaak 2 | 0 | 469.981 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | |
Bijdrage aan Internationale Samenwerking | 1.774.634 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 298.508 | 279.775 | 97.087 | 2.332 | 2.332 | 2.332 | 2.332 |
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 16,9% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 83,1% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Budgetflexibiliteit
Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op de uitgaven voor levering van goederen en/of diensten van de lopende missies. Voor 2027 is 16,9% juridisch verplicht. De voorziening voor de verwachte verlenging van de huidige missies of voor nieuwe missies is juridisch gezien nog niet verplicht.
In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht begroot. Het financiële instrument «opdrachten» omvat de uitgavencategorieën:
1. Inzet ten behoeve van de bescherming van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied;
2. Inzet ten behoeve van de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit, zoals het (Budget Internationale Veiligheid (BIV);
3. Financiering nationale inzet krijgsmacht (FNIK);
4. Overige inzet.
In het beleidsartikel 1 inzet worden onder het nieuwe financiële instrument «bijdrages aan internationale organisaties» de bijdragen aan internationale samenwerkingsovereenkomsten ten behoeven van de militaire steun voor Oekraïne verantwoord. Daarnaast worden er inzet gerelateerde contributies verantwoord, zoals aan de NAVO of de European Peace Facility (EPF).
De hernieuwde focus op de eerste hoofdtaak vraagt om een duidelijkere scheiding tussen de inzet voor de verschillende hoofdtaken. De indeling van beleidsartikel 1 Inzet is dan ook veranderd, van drie naar vier uitgavencategorieën, waarbij een uitgavencategorie voor hoofdtaak 1 inzet is toegevoegd. Daarnaast is de volgorde van de categorieën ook aangepast, waarbij de volgorde van de hoofdtaken wordt gevolgd.
De financiering van de militaire steun aan Oekraïne verloopt grotendeels via beleidsartikel 1 Inzet. De Kamer wordt periodiek op de hoogte gehouden van de geleverde steun aan Oekraïne. De financiering voor de steun is toegekend door opvolgende kabinetten en dit budget is in de vorm van generale middelen toegevoegd aan Artikel 1. Het kabinet Jetten zet de militaire steun aan Oekraïne voort met nieuwe middelen in de jaren 2027-2029. Een deel hiervan, €437 miljoen, is met de eerste suppletoire begroting in 2026 geplaatst. Daarnaast wordt middels deze Ontwerpbegroting €250 miljoen geschoven van 2029 naar 2026 om een bijdrage aan een nieuw PURL (Prioritezed Ukraine Requirements List)-pakket mogelijk te maken.
De resterende middelen zijn overgeheveld van de Aanvullende Post naar de Defensiebegroting. Het betreft €2,0 miljard voor 2027, €2,4 miljard voor 2028 en €2,2 miljard voor 2029. De bedragen zijn exclusief bedragen in het DMF voor vervanging van eerder geleverd materieel uit eigen voorraad. Op deze wijze draagt Nederland bij aan de ondersteuning van Oekraïne in de strijd tegen Rusland.
Toelichting uitgaven per missie
Toelichting hoofdtaak 1 inzet
MNBG LitouwenDe NAVO besloot na de illegale annexatie van de Krim door Rusland in 2014 tot de versterking van de afschrikking- en verdedigingsfunctie van de oostflank. Onderdeel hiervan is de vooruitgeschoven aanwezigheid in de Baltische staten en Polen: enhanced Forward Presence (eFP). De eFP bestaat op dit moment uit circa 4.500 militairen, verdeeld over een viertal multinationale Battle Groups. De eFP brengt tot uitdrukking dat een schending van het verdragsgebied leidt tot de onmiddellijke betrokkenheid van het bondgenootschap. Zo draagt de eFP actief bij aan geloofwaardige afschrikking van Rusland en het geruststellen van bondgenoten in Baltische Staten en Polen. In het geval van een aanval stuit de tegenstander namelijk niet alleen op de lokale strijdkrachten, maar tevens op een multinationale NAVO-eenheid.
Nederland neemt sinds 2017 met circa 270 militairen deel aan de multinationale Battle Group in Litouwen. Het nationale kader voor MNBG Litouwen is maximaal 350 personen (waarvan 50 flexibel) en er wordt gepland om te verlengen tot en met 31 december 2028. De langjarige Nederlandse bijdrage aan de multinationale Battle Group verhoogt hierbij de ervaring met het gezamenlijk optreden met strategische partners waaronder Duitsland, Noorwegen en België. De inzet roteert veelal tussen de 13e Lichte Brigade (13 LtBrig) en de 43e Gemechaniseerde Brigade (43 MechBrig) van het Commando Landstrijdkrachten.
EVA MQ-9De MQ-9 wordt nu ingezet in Roemenië en heeft een mandaat tot en met 30 september 2026. Op dit moment wordt onderzocht waar en voor hoe lang de MQ-9 wordt ingezet.
NSATU AMDTFVanaf december 2025 levert Nederland ter bescherming van NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU) een Air and Missile Defence Task Force (AMDTF). De NAVO heeft verzocht de missie te verlengen tot en met eind 2026. Wanneer defensie hiertoe in staat is worden er nog uitgaven begin 2027 verwacht die voorkomen uit deze inzet.
Toelichting hoofdtaak 2 inzet
Overzicht Internationale inzet (BIV) | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|
(bedragen x € 1.000) | ||||||
EUFOR Althea | 18.052 | 3.587 | ||||
Veiligheidsinzet in Irak (CBMI) | 4.897 | 2.500 | ||||
NATO Mission in Iraq (NMI) | 12.117 | 5.000 | ||||
OP Interflex | 2.824 | |||||
OTO Ivoorkust | 2.325 | 3.500 | ||||
Missies Algemeen | 7.692 | 7.692 | 7.692 | 7.692 | 7.692 | 7.692 |
Personeelszorg | 3.022 | 1.846 | 1.846 | 1.846 | 1.846 | 1.846 |
Contributies | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 | 49.341 |
Kleinschalige bijdragen aan missies (< € 2,5 miljoen per jaar) | 6.659 | 1.386 | 615 | 615 | 615 | 615 |
Subtotaal | 106.929 | 74.852 | 59.494 | 59.494 | 59.494 | 59.494 |
Reservering Dutchbatt III veteranen (BT09) | 742 | 336 | ||||
Reservering MIVD (BT11) | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 | 5.000 |
Totaal | 112.671 | 80.188 | 64.494 | 64.494 | 64.494 | 64.494 |
EUFOR AltheaNederland ondersteunt landen in de Westelijke Balkan, inclusief Bosnië en Herzegovina. In april 2025 heeft het kabinet besloten tot de inzet stafofficieren die werkzaam zijn op het hoofdkwartier van EUFOR Althea te Sarajevo. Het nationaal kader hiervan bedraagt maximaal zeven personen en een Human Intelligence team (maximaal 10 personen). Het mandaat voor deelname aan deze missie loopt tot en met 31 december 2027.
Brede veiligheidsinzet IrakDoor de huidige situatie in het Midden-Oosten is het personeel van zowel Operation Inherent Resolve (OIR) en NAVO Missie Irak (NMI) terug naar Nederland gehaald. De toekomst van OIR is nog onduidelijk. En klein deel van de staf van NMI is in Napels aan het werk, daar draagt defensie op dit moment met twee personen aan bij. Ook voor NMI geldt dat het nog niet duidelijk is in welke vorm de missie terugkeert naar Irak en per wanneer dit gaat gebeuren.
EUMAMDe Nederlandse bijdrage aan European Union Military Assistance Mission in support of Ukraine (EUMAM UA) is verlengd tot en met 15 november 2028. De bijdrage bestaat uit de inzet van staffunctionarissen aan EUMAM UA DHQ, FHQ’s, gebruikers-en technische trainingen en specialistische trainingen. De Operatie Interflex is in juni 2026 onder leiding van het Verenigd Koninkrijk een nieuwe fase ingegaan, waarbij de nadruk verschuift van grootschalige basisopleidingen naar specialistische trainingen. De bijdrage die Defensie leverde aan Operatie Interflex gaat over naar EUMAM.
ContributiesNederland draagt met contributies bij aan de gemeenschappelijke uitgaven voor crisisbeheersingsoperaties van de NAVO en militaire missies en operaties van de EU. Deze contributies staan los van een eventuele Nederlandse deelname aan een specifieke missie van de NAVO of de EU. Ook de jaarlijkse bijdrage aan de Strategic Airlift Capability (SAC) C-17, gehuisvest op Papa Air Base te Hongarije, is onderdeel van de contributies. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van twaalf landen, waaronder tien NAVO-bondgenoten, en voorziet in een deel van de Nederlandse behoefte aan strategic airlift.
Kleine bijdragenIn onderstaand overzicht staan de kleinschalige Nederlandse bijdragen met een financiële omvang van minder dan € 2,5 miljoen per jaar.
Overzicht kleine missies | Maximale omvang |
|---|---|
1(NLD) Air Task Force Middle East (ATF ME)* | 12 |
European Union ATALANTA (EU ATALANTA)* | 3 |
European Union Militairy Assistance Mission (EUMAM)* | 9 |
European Union Navel Force Aspides (EUNAVFOR Aspides)* | 10 |
Ondersteuning Libanese Armed Forces (LAF)* | 3 |
United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL)* | 1 |
United Nations Truce Supervision Organisation (UNTSO)* | 12 |
United Nations Command (UNC)* | 3 |
United Nations Military Peacekeeping Intelligence (UNMPKI) | 1 |
Combined Maritime Forces (CMF)* | 3 |
Office of Security Coordinator (OSC - voorheen USSC)* | 4 |
Pacific Security Maritime Exchange (PSMX) - Enforcement Coordination Cell (ECC) | 1 |
Kosovo Force (KFOR)* | 1 |
*personele omvang varieert in tijd gedurende de missie van 0 tot maximale omvang |
Toelichting op nationale inzet krijgsmacht
Structurele nationale taken
Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze structurele taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze structurele taken zijn vastgelegd in wet- en regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, maar ook convenanten of arrangementen. Onder de structurele taken vallen de taken van de Koninklijke Marechaussee, de Kustwachten in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosievenopruiming.
Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK))
Defensie verleent militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in Nederland en de Caribische delen van het Koninkrijk. Deze inzet wordt bekostigd vanuit dit artikel via de afspraken die zijn gemaakt in het convenant FNIK. Deze bijstand wordt zowel door de Koninklijke Marechaussee geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis.
De tabel indicatieve inzet voor 2027 geeft de geprognosticeerde nationale inzet weer, aangezien bijstandsverzoeken (vaak) niet te voorspellen zijn.
Grondslag/activiteit | Defensieonderdeel (DO) | Soort | Aantal |
|---|---|---|---|
Explosieven opruiming | EODD (FNIK) | ruimingen | 2000 |
Explosieven opruiming Noordzee | CZSK | ruimingen | 35 |
Quick Reaction Alert (onderscheppingen luchtruim) | CLSK | onderscheppingen | 4 |
Strafrechtelijke handhaving rechtsorde (Politiewet) | Alle DO'n (FNIK) | aanvragen | 115 |
Handhaving openbare orde en veiligheid (Politiewet) | Alle DO'n (FNIK) | aanvragen | 25 |
Militaire steunverlening in het openbaar belang | Alle DO'n (FNIK) | aanvragen | 30 |
Wet Veiligheidsregio | Alle DO'n (FNIK) | aanvragen | 25 |
KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacoa en Sint Maarten - harde bijstand | CZSK/CLAS (FNIK) | aanvragen | 29 |
KB 1987 inzet krijgsmacht in Aruba, Curacoa en Sint Maarten - zachte bijstand | CZSK/CLAS | aanvragen | 3 |
Wet BES | CZSK/CLAS (FNIK) | aanvragen | 3 |
Toelichting op ontvangsten
De ontvangsten hebben betrekking op de eventuele vergoedingen van de EU, NAVO, VN en partnerlanden voor de door Nederland geleverde diensten of ingezette personele en materiële middelen. Ook wordt de bijdrage van de reders voor de inzet van VPD’s hier geraamd.
3.2 Artikel 2 Koninklijke Marine
De Koninklijke Marine levert operationeel gerede maritieme capaciteit (zowel vloot als mariniers) ten behoeve van de verdediging op en vanuit zee. Hiermee waarborgt zij de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van het Europees deel van Nederland en in de Caribische delen van het Koninkrijk. Daarnaast beschermt zij de belangen van het Koninkrijk en speelt ze een cruciale rol bij crisisbeheersingsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De marine kan zelfstandig operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee en buitenlandse bondgenoten.
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en instandhouden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken, worden onderstaande capaciteiten en inzetbare eenheden van de marine gereed gesteld. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden.
Tevens vormt de marine de beheerorganisatie voor zowel Kustwacht Nederland als de Kustwacht Caribisch Gebied.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
MARITIEME TAAKGROEP VAN 5 SCHEPENDe taakgroep voert als geheel gevechtsoperaties uit op zee, projecteert gevechtskracht vanuit zee op land of treedt in delen langdurig op als afschrikking. De taakgroep kan als geheel of in delen ingezet worden voor maritieme veiligheidsoperaties of voor maritieme assistentie. | Maritime Battle Staff | Levert commandovoering voor maritieme en amfibische operaties. |
Luchtverdedigings- en Commandofregat | Bestrijding van maritieme-, oppervlakte-, lucht- en ruimtedreigingen. Is daarnaast een platform voor commandovoering voor een taakgroep voor maritieme gevechtsoperaties, veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. | |
Multipurpose Fregat | Levert slagkracht ter bestrijding van oppervlakte / onderwater eenheden voor gevechtsoperaties. Levert een platform voor maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. | |
Landing Platform Dock | Amfibisch transport voor amfibische gevechtsoperaties, maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. | |
Joint Support Ship | Verzorgt bevoorrading op of vanuit zee om voortzettingsvermogen voor amfibische of maritieme gevechtsoperaties te vergroten. Of verzorgt maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. | |
Onderzeeboot | Levert slagkracht ter bestrijding van oppervlakte en onderwater eenheden voor gevechtsoperaties. Verzamelt inlichtingen en is een platform voor speciale operaties. | |
Mijnenbestrijdingsvaartuig en de mijnenbestrijding modulegroep (MMG) | Levert mijnenbestrijdingscapaciteit ten behoeve van maritieme gevechtsoperaties, maritieme veiligheidsoperaties en maritieme assistentie. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. | |
Marine Combat Group | Levert eenheden voor amfibische gevechtsoperaties en voor veiligheidsoperaties op zee en op land. Kan worden ingezet voor steunverlening en bijstand. | |
Littoral Manoeuvre Group | Levert amfibische ondersteuning en maritieme beveiligingsteams. | |
Hydrografische Opnemingsvaartuigen | Levert oceanografische inlichtingen en hydrografische survey capaciteit voor civiel / militaire samenwerking. | |
SPECIALE EENHEDEN VOOR SPECIALE OPERATIES EN VOOR TERREURBESTRIJDING | C-Squadron | Levert een Special Operations Maritime Task Group (SOMTG) voor geplande (maritieme) speciale operaties (Foreseeable Special Operation (FSO)) en voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties met een korte reactietijd (Non-Foreseeable Special Operation (NFSO)). |
M-Squadron | Levert maritieme anti-terreur capaciteit in het hoogste geweldsspectrum voor de Unit Interventie Mariniers (UIM) en ter ondersteuning van de Dienst Speciale Interventies. | |
HARBOUR PROTECTION TEAMS | Duikteam Defensie Duikgroep (DDG) | Voert onderwater operaties uit met drones en duikers ten behoeve van het onderkennen en neutraliseren van dreigingen onderwater. |
FORWARD PRESENCE IN HET CARIBISCH DEEL VAN HET KONINKRIJK | Oceangoing Patrol Vessels | Levert permanente maritieme militaire presentie en neemt deel aan counter-narcotics-operaties. Kan tevens ingezet worden als schip van de wacht. |
Ondersteuningsvaartuig (Zr. Ms. PELIKAAN) | Draagt bij aan tactisch voortzettingsvermogen van de operationele eenheden in het Caribisch deel van het Koninkrijk en levert amfibische transportcapaciteit. | |
Mariniers Squadron Carib | Aanwezigheid van mariniers voor amfibische inzet en militaire bijstand. | |
Bootpeloton Carib | Aanwezigheid van een marinierseenheid voor amfibische ondersteuning en maritieme patrouille. | |
Mariniers detachement Sint-Maarten | Aanwezigheid van mariniers voor amfibische inzet en militaire bijstand. | |
Caribische Militairen | Aanwezigheid van lokale militairen voor territoriale verdediging en militaire bijstand. |
De belangrijkste beleidswijzigingen worden omschreven in de Defensienota 2026. De veranderde mondiale veiligheidssituatie onderstreept nogmaals de noodzaak van een Marine die ook, in nauwe samenwerking met NAVO-bondgenoten, in staat is grootschalige gevechtsoperaties uit te voeren en succesvol af te ronden.
Vrijheid en veiligheid staan wereldwijd onder druk. Een oorlogsscenario is niet langer ondenkbaar en de tijd om ons voor te bereiden is beperkt. De marine bereidt zich daarom in 2027 verder voor op een grootschalig en langdurig conflict en op een gelijktijdige inzet voor de aangegane NAVO commitments als voor de koninkrijkstaken (inclusief het Caribisch gebied). Dat conflict wil de marine voorkomen met een geloofwaardige afschrikking. Maar als dat mislukt zal de marine moeten vechten voor onze vrijheid, samen met de andere krijgsmachtdelen, nationale veiligheidspartners en internationale bondgenoten.
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van de marine. Het betreft onder meer het verbeteren van de gereedstelling en het schaalbaar inzetten van projectcapaciteit. De met deze maatregel samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor. Hiermee wordt de marine verder versterkt ten behoeve van de uitvoering van haar taakstelling.
De permanente gereedheid voor een grootschalig en langdurig conflict wil de marine bereiken langs de volgende doelstellingen: ten eerste moet er meer gevechtskracht beschikbaar komen. Ten tweede moeten de eenheden realistisch worden voorbereid op de taken die in de plannen staan, zodat zij bij daadwerkelijke inzet direct kunnen handelen. Ten derde moet de marine gereed zijn voor Multi Domein Operaties (MDO): het opereren binnen de verschillende domeinen waarbij samenwerking tussen zee-, lucht-, land-, ruimte- en cyberdomein essentieel is. Ten slotte moet de organisatie groeien en schaalbaar bemenst kunnen worden, zodat de personeelsinzet flexibel kan worden aangepast aan de veranderende situatie.
Deze doelstellingen vragen om een verbeterde gereedheid van zoveel mogelijk eenheden. De scheiding tussen het gereedstellen en het daadwerkelijk inzetten ervan wordt steeds kleiner. De marine neemt internationaal deel aan het maken van plannen voor het beschermen van de NATO-bondgenoten. Daarnaast plant de marine de verdediging van het Koninkrijk inclusief het Caribisch gebied, het beschermen van de Noordzee en het formeren van een oorlogsorganisatie.
De Koninklijke Marine zet zich wereldwijd in voor de veiligheid van Nederland op en vanuit zee. Zo dragen we bij aan de verschillende Standing NATO Maritime Groups met fregatten, Combat Support Ship en mijnenbestrijdingvaartuigen. Ook worden in verschillende oefeningen plannen beproefd. Zo komt ook Port Defender in 2027 weer terug. In deze oefening wordt de veiligheid in en nabij het maritiem domein inclusief havengebieden in samenwerking met andere krijgsmachtdelen en partners buiten Defensie beoefend.
Om de Koninkrijkstaken van Defensie uit te voeren levert de Koninklijke Marine Oceangoing Patrol Vessels in het Caribisch Gebied en staan er eenheden standby voor noodhulp tijdens het orkaanseizoen. Het Korps Mariniers heeft diverse opdrachten gepland staan in samenwerking met internationale partners. De ondersteuning die de mariniers geven aan de training van Oekraïners gaat ook komend jaar onverminderd door.
De unieke en vergaande integratie met de Belgische marine wordt met de gezamenlijke vervanging van de mijnenbestrijdingscapaciteit en M-fregatten bestendigd en waar mogelijk verder uitgebouwd.
Of er nu wordt uitgevaren op de Noordzee, geopereerd wordt in het Caribisch gebied of geoefend in het Arctisch gebied: de dreiging en onvoorspelbaarheid nemen toe. Dat vraagt om meer dan alleen inzet en paraatheid: het vereist verbondenheid, durf, vertrouwen en vakmanschap.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.265.815 | 1.247.214 | 1.231.909 | 1.277.311 | 1.295.502 | 1.339.302 | 1.350.215 |
Uitgaven | 1.272.667 | 1.325.671 | 1.306.560 | 1.329.650 | 1.344.446 | 1.349.374 | 1.353.058 | |
Apparaatsuitgaven | 1.161.335 | 1.214.164 | 1.212.655 | 1.253.379 | 1.268.104 | 1.273.043 | 1.276.727 | |
2.2 | Apparaatsuitgaven | 1.161.335 | 1.214.164 | 1.212.655 | 1.253.379 | 1.268.104 | 1.273.043 | 1.276.727 |
Personele uitgaven | 1.129.134 | 1.181.744 | 1.181.439 | 1.228.437 | 1.243.168 | 1.247.927 | 1.251.613 | |
Eigen personeel | 1.015.271 | 1.055.347 | 1.055.810 | 1.134.385 | 1.149.967 | 1.154.630 | 1.158.342 | |
Externe inhuur | 15.261 | 17.218 | 18.654 | 2.071 | 995 | 961 | 961 | |
Overige personele exploitatie | 63.619 | 67.231 | 66.659 | 51.670 | 51.888 | 52.028 | 52.001 | |
Kustwacht NL | 13.509 | 17.102 | 16.487 | 16.481 | 16.488 | 16.477 | 16.478 | |
Kustwacht CARIB | 21.474 | 24.846 | 23.829 | 23.830 | 23.830 | 23.831 | 23.831 | |
Materiële uitgaven | 32.201 | 32.420 | 31.216 | 24.942 | 24.936 | 25.116 | 25.114 | |
Overige materiële exploitatie | 30.379 | 28.668 | 29.823 | 23.544 | 23.540 | 23.743 | 23.741 | |
Kustwacht NL | 55 | 116 | 113 | 116 | 114 | 91 | 91 | |
Kustwacht CARIB | 1.767 | 3.636 | 1.280 | 1.282 | 1.282 | 1.282 | 1.282 | |
Programmauitgaven | 111.332 | 111.507 | 93.905 | 76.271 | 76.342 | 76.331 | 76.331 | |
2.1 | Programmauitgaven | 111.332 | 111.507 | 93.905 | 76.271 | 76.342 | 76.331 | 76.331 |
Opdrachten | 111.177 | 111.303 | 93.905 | 76.271 | 76.342 | 76.331 | 76.331 | |
Gereedstelling | 33.955 | 29.827 | 46.279 | 28.646 | 28.718 | 28.795 | 28.794 | |
Kustwacht NL | 74.552 | 77.752 | 44.327 | 44.326 | 44.325 | 44.237 | 44.238 | |
Kustwacht CARIB | 2.670 | 3.724 | 3.299 | 3.299 | 3.299 | 3.299 | 3.299 | |
(Schade)vergoeding | 155 | 204 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Schadevergoeding overig | 155 | 204 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 12.191 | 12.324 | 12.324 | 12.324 | 12.324 | 12.324 | 12.324 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 89,5% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 10,5% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreffen onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennisinstituten voor innovatieprojecten.
In totaal is voor 2027 89,5% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.
Opdrachten
Gereedstelling
Gereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft onder andere operationele zaken, zoals voeding aan boord van schepen en voeding voor mariniers, de inhuur van oefenterreinen en schietbanen, uitgaven bij havenbezoeken en uitgaven bij lanceringen.
(Schade)vergoeding
Dit betreft diverse schadevergoedingen.
Personele uitgaven
De personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet, lokaal personeel Antillen en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven.
Materiële uitgaven
Materiële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorartikelen, transport en voorlichting. Daarnaast worden hier de uitgaven voor restaurant gerelateerde diensten, kennisontwikkeling, technologische ontwikkeling en innovatie en kosten voor betalingsverkeer verantwoord, alsmede de energie- en wateruitgaven voor de karzernes in het Caribisch gebied.
Groene Draeck
De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden begroot en verantwoord bij het ministerie van Defensie zolang de Prinses gebruik maakt van de Groene Draeck. In de planperiode 2026 t/m 2030 is maximaal € 435.000 (5 maal € 87.000) beschikbaar voor onderhoud, waarbij de daadwerkelijke uitgaven kunnen fluctueren over de jaren heen.
Dit onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst Koninklijk Huis bij een specialistische werf uitgevoerd. De meerkosten in de planperiode boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse. De verantwoording over het (resterende) budget voor de planperiode 2026 t/m 2030 vindt plaats in het jaarverslag van Defensie.
Kustwacht Caribisch gebied
De Kustwacht Caribisch gebied is een Koninkrijk organisatie die is belast met de maritieme rechtshandhaving in het Caribische deel van het Koninkrijk. Bestrijding van de handel in drugs, de bestrijding van vuurwapensmokkel en de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en illegale immigratie hebben prioriteit. Daarnaast levert de Kustwacht een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties en visserij-, scheepvaart- en milieu-inspecties. De Kustwacht functioneert op basis van de Rijkswet Kustwacht.
Het jaarplan en jaarverslag doorlopen een separaat besluitvormend (door de Rijksministerraad) en parlementair proces, waarbij inzicht wordt gegeven in taken, middelen en procesindicatoren. Het jaarplan wordt voorbereid door de Kustwachtcommissie, die bestaat uit vertegenwoordigers van de vier landen en één keer per jaar bijeenkomt. De Rijksministerraad stelt het jaarplan van de Kustwacht vast. De Kamer ontvangt de specifieke begroting voor de Kustwacht in het «Jaarplan 2027 Kustwacht voor het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch Gebied» nadat de Rijksministerraad dit jaarplan heeft vastgesteld.
Kustwacht Nederland
De Kustwacht Nederland is een nationale organisatie, waarvan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) het coördinerend ministerie is. Defensie is de beheerder van de Kustwacht en draagt met de marine en de marechaussee bij aan de dienstverleningstaken (bijvoorbeeld ruimen van explosieven), de handhavingstaken (bijvoorbeeld grensbewaking) en maritime security. Tevens levert de marine de directeur Kustwacht. In bijlage 2 van de begroting van het Mobiliteitsfonds is de overzichtsconstructie Kustwacht Nederland opgenomen. Daarin staat hoe de uitgaven met betrekking tot de Kustwacht Nederland worden begroot op de verschillende hoofdstukken van de rijksbegroting.
Ontvangsten
De geraamde ontvangsten voor het CZSK betreffen onder andere de verkoop van hydrografische zeekaarten en het verrekenen van werk en/of diensten door derden (inclusief internationale partners) zoals personele inzet. De Kustwacht Caribisch gebied ontvangt jaarlijks de exploitatiebijdrage van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten conform het jaarplan KWCARIB.
3.3 Artikel 3 Koninklijke Landmacht
De Koninklijke Landmacht stelt operationele eenheden gereed om in NAVO-verband bij te dragen aan strategische afschrikking. Indien nodig voeren onze militairen, onder de zwaarste omstandigheden, gevechtsoperaties uit om Nederland en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Landmachteenheden hebben de missie om de grondtroepen van een tegenstander daadwerkelijk te stoppen en te verslaan. De landmacht draagt daarnaast, met expeditionaire missies, bij aan het bevorderen van de internationale veiligheid en rechtsorde en ondersteunt civiele autoriteiten bij crises- en rampenbestrijding en het verlenen van humanitaire hulp.
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en instandhouden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de landmacht gereedgesteld. De landmacht zet zich in om toekomstig alle eenheden volledig operationeel gereed te stellen. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
11 LUCHTMOBIELE BRIGADE (Light (Air Manoeuvre) Infantry Brigade) | Brigadehoofdkwartier | Stelt de brigadecommandant in staat gevechtsacties te plannen en aan te sturen. |
Infanteriebataljon (Air Assault) | Levert een gevechtseenheid voor grondgevecht. | |
Brigadeverkenningseskadron | Levert een gevechtseenheid met inlichtingen en beïnvloedingstaken voor gemotoriseerd en/of gemechaniseerd optreden. | |
Mortiercompagnie | Levert grondgebonden indirecte vuursteun. | |
Geniecompagnie | Conditioneert het terrein voor militaire operaties, versterkt het voortzettings-vermogen van eenheden (mobiliteit, contramobiliteit en bescherming) en levert militaire bijstand. | |
Bevoorradingscompagnie | Levert bevoorrading en transportondersteuning ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. Kan ook onder civiel gezag ingezet worden. | |
Herstelcompagnie | Voert correctief en preventief onderhoud uit aan al het materieel ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. | |
Geneeskundige compagnie | Levert een role-1 geneeskundige ondersteuning (afvoer, Medical Treatment Facility en vervoer) aan brigade-eenheden. | |
Infanteriebataljon bewaken beveiligen Korps Nationale Reserve | Levert in Nederland bewaking en beveiliging voor (tijdelijke) militaire objecten, militaire bijstand aan de politie, assistentie bij rampenbestrijding of steunverlening onder civiel gezag. | |
13 LICHTE BRIGADE (Medium Infantry Brigade) | Brigadehoofdkwartier | Levert het vermogen om landoperaties aan te sturen. |
Pantserinfanteriebataljon | Het beveiligen van terrein en voert infanteriegevechten met ondersteuning van pantservoertuigen (CV-90, Boxer). | |
Brigadeverkenningseskadron | Levert een gevechtseenheid met inlichtingen en beïnvloedingstaken voor gemotoriseerd en/of gemechaniseerd optreden. | |
Pantsergeniebataljon | Levert geniesteun aan de brigade in de vorm van mobiliteit, contra-mobiliteit, bescherming en algemene taken. | |
Herstelcompagnie | Voert correctief en preventief onderhoud uit aan al het materieel ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. | |
Geneeskundige compagnie | Levert een role-1 geneeskundige ondersteuning (afvoer, Medical Treatment Facility en vervoer) aan brigade-eenheden. | |
Infanteriebataljon bewaken beveiligen Korps Nationale Reserve | Levert in Nederland bewaking en beveiliging voor (tijdelijke) militaire objecten, militaire bijstand aan de politie, assistentie bij rampenbestrijding of steunverlening onder civiel gezag. | |
43 GEMECHANISEERDE BRIGADE (Heavy Infantry Brigade) | Brigadehoofdkwartier | Stelt de brigadecommandant in staat gevechtsacties te plannen en aan te sturen. |
Tankbataljon (DEU-NLD) (Panzerbatallion 414) | Voeren operaties van een (multinationale) taakgroep in alle soorten operaties/speciale gevechtsoperaties in landoperaties. | |
Pantserinfanteriebataljon | Vormt de gevechtskracht in de voorste linies van het slagveld. | |
Brigadeverkenningseskadron | Levert een gevechtseenheid met inlichtingen en beïnvloedingstaken voor gemotoriseerd en/of gemechaniseerd optreden. | |
Herstelcompagnie | Voert correctief en preventief onderhoud uit aan al het materieel ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. | |
Geneeskundige compagnie | Levert een role-1 geneeskundige ondersteuning (afvoer, Medical Treatment Facility en vervoer) aan brigade-eenheden. | |
Infanteriebataljon bewaken beveiligen Korps Nationale Reserve | Levert in Nederland bewaking en beveiliging voor (tijdelijke) militaire objecten, militaire bijstand aan de politie, assistentie bij rampenbestrijding of steunverlening onder civiel gezag. | |
KORPS COMMANDOTROEPEN (Army Special Operations Forces) | Commandotroepencompagnie | Levert een Special Operations Land Task Group (SOLTG) voor geplande Speciale Operaties (Foreseeable Special Operations (FSO)) en een SOLTG voor incidentele en onverwachte Speciale Operaties, (Non-Foreseeable Special Operations (NFSO)), met een zeer korte reactietijd. |
DEFENSIE GRONDGEBONDEN LUCHTVERDEDIGINGSCOMMANDO | Patriot Taskforce | Levert een grondgebonden Lucht- en raketverdedigingseenheid voor punt- en gebiedsverdediging |
Stingerpeloton | Levert een grondgebonden luchtverdedigingspeloton gespecialiseerd voor maritiem, amfibisch en luchtmobiele inzet. | |
Luchtverdedigingsbatterij (Counter UAS) | Levert hoogwaardige grondgebonden luchtverdediging op middellange tot korte afstand tegen met name vliegtuigen, helikopters, UAS en kruisvluchtwapens. Daarnaast moet de eenheid humanitaire steun en militaire bijstand kunnen leveren, in welke vorm en waar dan ook. | |
Luchtverdedigingsbatterij (NASAMS) | Levert hoogwaardige grondgebonden luchtverdediging op middellange tot korte afstand tegen met name vliegtuigen, helikopters, UAS en kruisvluchtwapens. Daarnaast moet de eenheid humanitaire steun en militaire bijstand kunnen leveren, in welke vorm en waar dan ook. | |
OPERATIONEEL ONDERSTEUINGSCOMMANDO LAND | ISTAR-eenheid | Levert aan het brigadehoofdkwartier capaciteit voor de inlichtingenketen. Kan ook inlichtingen verzamelen en analyseren onder civiel gezag. |
CEMA-eenheid | Brengt cyber en elektromagnetische oorlogvoering samen in één geïntegreerde capaciteit en is daarmee een belangrijke stap in het versterken van de digitale slagkracht van de Koninklijke Landmacht. | |
Afdeling artillerie | Levert vanaf de grond vuursteun aan gevechtseenheden van de krijgsmacht. Het betreft de hele vuursteunketen, van doelen selecteren, opsporen en verwerken tot doelen bestrijden. | |
Hospitaalcompagnie | Levert een Role-2 chirurgisch hospitaal voor geneeskundige ondersteuning van eenheden. Kan ook onder civiel gezag ingezet worden. | |
Communicatie & Engagement Commando | Coördineert civiel-militaire samenwerking, voert psychologische operaties uit en is specialist in communicatie. | |
Constructiegeniebataljon | Voert een diversiteit aan infrastructuur-opdrachten uit. | |
Explosieven Opruimingsdienst Defensie | Mitigeert explosieve dreiging in alle domeinen, omstandigheden en omgevingen. | |
Bevoorrading- en transportcommando | Levert bevoorrading en transport-ondersteuning ten behoeve van het voortzettingsvermogen van de brigade. Kan ook onder civiel gezag ingezet worden. | |
Geneeskundig bataljon | Levert geneeskundige verzorging voor de hele krijgsmacht. Van eerste hulp tot chirurgische capaciteit en intensive care in hoogwaardige mobiele hospitalen. De eenheid verzorgt onder andere een mobiele, kleine, snel verplaatsbare, Role 2 Basic, een uitgebreide Role 2 Enhanced of een Role2 afloat (aan boord van een schip). | |
Command & Control (C2) Ondersteuningscommando | Zorgt voor het opzetten, bedienen en onderhouden van data- en telecommunicatieverbindingen en voor het bedienen en ondersteunen van computernetwerken. | |
Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance module (JISTARC module) | Levert aan het brigade hoofdkwartier capaciteit voor de inlichtingenketen. Kan ook inlichtingen verzamelen en analyseren onder civiel gezag. | |
1 GERMAN-NETHERLANDS CORPS | Corps Headquarters + corpstroepen | Stuurt landoperaties aan als Land Component Command of als Korps hoofdkwartier en optioneel als Joint Task Force hoofdkw |
Capaciteit | Ondersteunende eenheid | Omschrijving |
OPLEIDINGS- EN TRAININGSCOMMANDO | Opleidings- en trainingscommando | Levert door middel van kennisproductie, trainingsondersteuning en opleidingen een bijdrage aan de tijdige gereedstelling van individuen en eenheden. |
MATERIEELLOGISTIEK COMMANDO LAND | Materieellogistiek commando land | Houdt materieel inzetbaar van al het landmaterieel van de krijgsmacht, zoals (pantser)voertuigen, vrachtwagens, wapens, generators, tenten en communicatiemiddelen. |
NATIONAAL TERRITORIAAL COMMANDO (in oprichting) | NATIONAAL TERRITORIAAL COMMANDO | Levert landelijke operationele aansturing voor de operationele planning, voorbereiding, aansturing en afwikkeling van nationale militaire (crisis)operaties op Nederlands grondgebied zoals bijvoorbeeld in het kader van militaire bijstand en steunverlening tot en met inzet zoals Host Nation Support. |
Algemeen
De belangrijkste beleidswijzigingen worden omschreven in de Defensienota 2026. De veranderende mondiale veiligheidssituatie vereist een landmacht die, in nauwe samenwerking met NAVO-bondgenoten, in staat is grootschalige gevechtsoperaties uit te voeren en te winnen. Slimmer, willen en kunnen vechten vormt de belangrijkste bijdrage aan de benodigde afschrikking. Het gevecht van verbonden wapens, met als hoeksteen het brigadeniveau, vormt de basis voor het tactische optreden. Alle eenheden ontwikkelen zich momenteel verder met een focus op warfighting, inclusief de oprichting en integratie van nieuwe capaciteiten zoals Uncrewed Aerial System (UAS) en counter UAS. De mens is en blijft daarbij te allen tijde het hart van de Koninklijke Landmacht.
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van de Landmacht. Het betreft vooral het verhogen van de operationele gereedheid. De met deze maatregelen samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor. Met deze maatregelen wordt de Landmacht verder versterkt ten behoeve van de uitvoering van haar taak.
Internationale inzet
De landmacht ondersteunt Oekraïne ook in 2027 met trainingen en materieel. Een gevechtseenheid in Litouwen maakt standaard deel uit van een Multinational Battle Group onder leiding van Duitsland. De primaire taak van de Landmacht is de bijdrage aan afschrikking middels de verdedigingsplannen binnen het NATO Force Model (NFM). Binnen Hoofdtaak 2 draagt de landmacht internationaal bij aan verschillende missies zoals in Bosnië.
Nationale inzet en evenementen
Landmachteenheden voeren continue een veelvoud aan nationale operaties en steunverleningen uit in het kader van handhaving van de rechtsorde, openbare orde en veiligheid. In het kader van Host Nation Support coördineert en ondersteunt de landmacht onder andere de verplaatsingen van internationale troepen over Nederlands grondgebied. De bijdrage aan Homeland Defense en de andere taken in Nederland ten behoeve van de verdediging van het NAVO-grondgebied staan centraal.
Middelen
De veiligheidssituatie in Europa vereist een versterking van onze eenheden. De NAVO heeft grote formaties nodig voor haar verdedigingsplannen. Ook in 2027 en daarna zien we die versterking vanuit verschillende investeringen materialiseren. Dit gaat de operationele gereedheid van de landmacht flink vergroten. De oorlog in Oekraïne leert ons dat voortzettingsvermogen vereist is. Dat is niet alleen cruciaal om langdurig te kunnen vechten, het heeft vooral ook een afschrikwekkende werking. En afschrikken is onze belangrijkste opdracht.
Internationale militaire samenwerking
Samen met Duitsland levert de landmacht , in de vorm van Het Duits-Nederlandse Legerkorps, een NAVO-hoofdkwartier om snel landoperaties met grote formaties waar ook ter wereld aan te sturen. Deze samenwerking wordt tevens vormgegeven door de gezamenlijke Duits-Nederlandse ontwikkeling van kennis- en doctrine, operationele behoeftestellingen en (materieel) verwerving. Dit maakt deze samenwerking uniek en een voorbeeld binnen Europa. Daarnaast verdiept de landmacht in 2027 de samenwerking met verschillende partnerlanden zoals de NORDICS, de Baltische staten, Polen en Canada. Op het gebied van opleiden, oefeningen en kennisuitwisselingen blijft de landmacht samenwerken met partnerlanden zoals België, Luxemburg, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Tot slot worden missies structureel in internationaal verband uitgevoerd.
Gereedstelling
Grotere en veelal internationale oefeningen met een focus op het hoogste geweldsspectrum bereiden de eenheden van de landmacht voor op hun rol binnen de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht. Die gereedheid handhaven en verbeteren staat centraal. Om de verdedigingsplannen te beoefenen voert de landmacht jaarlijkse de oefenserie genaamd FIGHTER LION uit.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 2.259.819 | 2.203.357 | 2.302.811 | 2.336.640 | 2.421.333 | 2.483.711 | 2.501.015 |
Uitgaven | 2.195.390 | 2.234.467 | 2.311.020 | 2.344.862 | 2.428.996 | 2.491.374 | 2.542.451 | |
Apparaatsuitgaven | 2.075.415 | 2.125.260 | 2.199.516 | 2.231.232 | 2.313.044 | 2.372.332 | 2.420.893 | |
3.2 | Apparaatsuitgaven | 2.075.415 | 2.125.260 | 2.199.516 | 2.231.232 | 2.313.044 | 2.372.332 | 2.420.893 |
Personele uitgaven | 2.036.538 | 2.090.573 | 2.162.586 | 2.193.628 | 2.275.977 | 2.334.853 | 2.383.414 | |
Eigen personeel | 1.915.691 | 1.961.000 | 2.054.922 | 2.085.617 | 2.165.984 | 2.222.762 | 2.269.576 | |
Externe inhuur | 35.479 | 40.000 | 27.017 | 25.700 | 25.791 | 25.614 | 25.614 | |
Overige personele exploitatie | 85.368 | 89.573 | 80.647 | 82.311 | 84.202 | 86.477 | 88.224 | |
Materiële uitgaven | 38.877 | 34.687 | 36.930 | 37.604 | 37.067 | 37.479 | 37.479 | |
Overige materiële exploitatie | 38.877 | 34.687 | 36.930 | 37.604 | 37.067 | 37.479 | 37.479 | |
Programmauitgaven | 119.975 | 109.207 | 111.504 | 113.630 | 115.952 | 119.042 | 121.558 | |
3.1 | Programmauitgaven | 119.975 | 109.207 | 111.504 | 113.630 | 115.952 | 119.042 | 121.558 |
Opdrachten | 119.260 | 108.722 | 111.504 | 113.630 | 115.952 | 119.042 | 121.558 | |
Gereedstelling | 119.260 | 108.722 | 111.504 | 113.630 | 115.952 | 119.042 | 121.558 | |
(Schade)vergoeding | 715 | 485 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Schadevergoeding overig | 715 | 485 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 8.122 | 8.054 | 8.054 | 8.054 | 8.054 | 8.054 | 8.054 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
juridisch verplicht | 91,5% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 8,5% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreffen onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. De materiële uitgaven betreffen voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan onder meer kennisinstituten voor innovatieprojecten.
In totaal is voor 2027 91,5% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.
Opdrachten
Gereedstelling
Gereedstelling omvat de ramingen voor uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft onder andere de operationele rantsoenen, voeding en operationele zaken, waaronder het huren van oefenterreinen.
Schadevergoedingen
Dit betreft schadevergoedingen in de breedte. De uitgaven zijn tot heden marginaal waardoor er geen budget is geraamd.
Personele uitgaven
Personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen voor burger- en militair personeel en dienjarigen, sociale lasten, uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet en inhuur van extern personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven.
Materiële uitgaven
Materiële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering. Deze uitgaven vallen niet onder de instandhoudingsuitgaven voor materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast worden hier de uitgaven voor zelfstandige kleine aanschaffingen, kennisontwikkeling, technologische ontwikkeling en innovatie en kosten voor betalingsverkeer op verantwoord.
Ontvangsten
De ontvangsten bestaan uit de personele ontvangsten en overige ontvangsten. Dit betreft onder andere ontvangsten voortkomend uit salarissen en inhoudingen woon-werkverkeer en opleidingen. Ook de ontvangsten die voortkomen uit militaire bijstand en ondersteuning worden op dit artikel verantwoord.
3.4 Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht
De Koninklijke Luchtmacht is wereldwijd en in het gehele geweldsspectrum snel en over grote afstand inzetbaar als First Responder. Doel is om vanuit de lucht en de ruimte de juiste effecten te bereiken zodat we tegenstanders afschrikken, of wanneer we onverhoopt toch in een conflict komen, te verslaan. Zowel met onze conventionele als nucleaire taken dragen wij bij aan deze geloofwaardige afschrikking. Met het behalen en behouden van luchtoverwicht en ondersteuning vanuit de lucht en de ruimte zijn wij een cruciale enabler en force multiplier voor de hele krijgsmacht en onze nationale en internationale partners. Daarnaast biedt de Koninklijke Luchtmacht hulp bij rampen en dragen we bij aan het bevorderen van de internationale rechtsorde.
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de Koninklijke Luchtmacht, daarnaast is zij verantwoordelijk voor de mate van gereedheid. De Koninklijke Luchtmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De Koninklijke Luchtmacht is inzetbaar voor zowel (inter)nationale taken als expeditionaire taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de Koninklijke Luchtmacht gereed gesteld. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
JACHTVLIEGTUIGEN | Jachtvliegsquadron | De luchtmacht stelt wereldwijd jachtvliegtuigen gereed voor het verkrijgen en behouden van luchtoverwicht, het ondersteunen van grondtroepen, het neutraliseren van gronddreigingen en verkenningen. Daarnaast geeft Defensie met jachtvliegtuigen invulling aan haar speciale taken. Tenslotte staan jachtvliegtuigen gereed voor het bewaken van het nationale luchtruim, waaronder terroristische dreigingen. Als onderdeel van NAVO’s nucleaire afschrikkingscapaciteit voert Nederland de DCA-taak uit. Met de uitvoering van de DCA-taak is één squadron F-35’s belast en deze dual-capable jachtvliegtuigen zijn gestationeerd op vliegbasis Volkel. |
LUCHTRUIMBEWAKING EN -BEVEILIGING | Luchtgevechts-leidingsquadron | De gevechtsleiding levert luchtruimbewaking en -beveiliging voor het NAVO en nationale luchtruim, in samenwerking met jachtvliegtuigen (Quick Reaction Alert (QRA)). |
ONBEMANDE VLIEGTUIGEN | Onbemand vliegsquadron | MQ-9 Reaper squadron is ingericht om ISTAR-operaties (Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaissance) uit te voeren. De verwerkte data wordt beschikbaar gesteld aan (inter)nationale partners. |
HELIKOPTERSDe luchtmacht levert wereldwijd helikopters voor of ter ondersteuning van Control of the Air, Air Attack, Air Mobility en ISR (Intelligence, Surveillance and Reconnaissance), zowel zelfstandig als in (inter-) nationaal coalitieverband. De helikopters kunnen, afhankelijk van het type helikopter, worden ingezet vanaf een vliegbasis, te velde of vanaf de schepen van de marine. | Gevechtshelikopter-squadron | Het Apache gevechtshelikoptersquadron kan zelfstandig en ter ondersteuning van grondoperaties worden ingezet voor aanvallen, verkenningen en beveiligingsoperaties. |
Transporthelikopter-squadron | Het Chinook transporthelikoptersquadron kan worden ingezet voor de verplaatsing van personeel en materieel, ter ondersteuning van gevechtsoperaties, medische evacuaties of om moeilijk bereikbare locaties te bevoorraden. Ook kunnen de helikopters worden ingezet ter bestrijding van (bos)branden. | |
Transporthelikopter-squadron | Het Cougar transporthelikoptersquadron kan worden ingezet voor de verplaatsing van personeel en materieel, ter ondersteuning van gevechtsoperaties, medische evacuaties of om moeilijk bereikbare locaties te bevoorraden. | |
Maritiem helikopter- squadron | Het NH90 maritieme gevechtshelikoptersquadron is in staat om de schepen van de marine te beveiligen tegen oppervlakte- en onderwaterdreigingen. Daarnaast kunnen deze helikopters ook ingezet worden voor transport en medische evacuaties. | |
LUCHTTRANSPORT | Transportsquadron | Het C-130 transportsquadron wordt ingezet voor Air Mobile, Air Drop, Air Landing en (medische) evacuatie. Deze vliegtuigen kunnen opereren vanaf onverharde banen, met een minimum aan (logistieke) ondersteuning en beschikken over zelfbeschermingsmiddelen. |
Algemeen
De belangrijkste beleidswijzigingen worden omschreven in de Defensienota 2026. De veranderde mondiale veiligheidssituatie onderstreept nogmaals de noodzaak van een Luchtmacht die, in nauwe samenwerking met NAVO-bondgenoten, in staat is grootschalige gevechtsoperaties uit te voeren en succesvol af te ronden.
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van de luchtmacht. Het betreft onder meer het verhogen van de vliegvaardigheid en dronebestrijding. De met deze maatregelen samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor. Met deze maatregelen wordt de luchtmacht verder versterkt ten behoeve van de uitvoering van haar taakstelling.
Opdrachten
De Koninklijke Luchtmacht levert, samen met de Belgische luchtmacht, het gehele jaar een bijdrage aan de luchtruimbewaking van de BENELUX, met twee jachtvliegtuigen ondersteund door de luchtgevechtsleiding (Quick Reaction Alert). De Chinook staat gereed voor de zogenaamde Fire Bucket Operations. Deze bijdrage gebeurt op basis van beschikbaarheid. Daarnaast staat voor eventuele strategische medische evacuatie een team 24/7 beschikbaar en voert de Gulf VIP-transport uit.
In 2027 stelt de Koninklijke Luchtmacht zijn wapensystemen primair gereed ten behoeve van het NATO Force Model (NFM). Met de wapensystemen die voor het NFM worden gereedgesteld kunnen ook andere commitments worden aangegaan indien deze niet conflicteren. Daarnaast biedt de Koninklijke Luchtmacht ondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van platform(ondersteuning), Host Nation Support en als Aerial Port of Debarkation (APOD).
Focus in 2027
Door de toegenomen directe dreiging moet de Koninklijke Luchtmacht zich verder voorbereiden op een oorlog in Europa die mogelijk in de nabije toekomst zal plaatsvinden. De focus van de Luchtmacht is daarbij gericht op het realiseren van de drie strategische doelstellingen Fight Tonight – Fight Tomorrow – Fight Together. De activiteiten van de Koninklijke Luchtmacht zijn afgestemd op deze drie doelstellingen. Nationale en internationale oefeningen op grotere schaal zijn noodzakelijk, evenals oefeningen op de hogere geweldniveaus en in grotere verbanden, zoals Frisian Flag, Joint Caribbean Lion, Steadfast Noon en Vailiant Defender.
Het beschikken over een robuuste hoeveelheid en kwaliteit van middelen, menskracht en voortzettingsvermogen is hierbij randvoorwaardelijk. In 2027 wordt daarom verdere uitvoering gegeven aan de opdrachten uit de Defensienota 2024, waarbij ook invulling wordt gegeven aan de ontwikkeling binnen het Spacedomein en Keystone.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.209.787 | 1.047.904 | 1.153.416 | 1.179.381 | 1.196.795 | 1.207.671 | 1.170.971 |
Uitgaven | 1.052.926 | 1.095.404 | 1.187.916 | 1.207.381 | 1.201.795 | 1.209.881 | 1.197.117 | |
Apparaatsuitgaven | 1.005.059 | 1.040.941 | 1.118.397 | 1.137.466 | 1.158.079 | 1.167.152 | 1.163.406 | |
4.2 | Apparaatsuitgaven | 1.005.059 | 1.040.941 | 1.118.397 | 1.137.466 | 1.158.079 | 1.167.152 | 1.163.406 |
Personele uitgaven | 963.869 | 997.882 | 1.081.197 | 1.094.120 | 1.121.561 | 1.129.664 | 1.128.012 | |
Eigen personeel | 799.971 | 840.489 | 921.578 | 944.845 | 995.991 | 1.007.112 | 1.007.235 | |
Externe inhuur | 33.101 | 22.371 | 19.431 | 15.861 | 7.294 | 3.584 | 3.670 | |
Overige personele exploitatie | 130.797 | 135.022 | 140.188 | 133.414 | 118.276 | 118.968 | 117.107 | |
Materiële uitgaven | 41.190 | 43.059 | 37.200 | 43.346 | 36.518 | 37.488 | 35.394 | |
Overige materiële exploitatie | 41.190 | 43.059 | 37.200 | 43.346 | 36.518 | 37.488 | 35.394 | |
Programmauitgaven | 47.867 | 54.463 | 69.519 | 69.915 | 43.716 | 42.729 | 33.711 | |
4.1 | Programmauitgaven | 47.867 | 54.463 | 69.519 | 69.915 | 43.716 | 42.729 | 33.711 |
Opdrachten | 47.729 | 54.463 | 69.519 | 69.915 | 43.716 | 42.729 | 33.711 | |
Gereedstelling | 47.729 | 54.463 | 69.519 | 69.915 | 43.716 | 42.729 | 33.711 | |
(Schade)vergoeding | 138 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Schadevergoeding overig | 138 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 17.138 | 12.111 | 12.111 | 12.111 | 12.111 | 12.111 | 12.111 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
juridisch verplicht | 87,2% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 12,8% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer MUAC en LVNL in relatie tot vliegbewegingen boven Nederland en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven in relatie tot eigen personeel wordt ervan uitgegaan dat het budget, gebaseerd op de bezetting, voor salarissen voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de overige personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor kennisinstituten voor innovatieprojecten maar ook bedrijfsmiddelen en dieptereinigingen.
In totaal is voor 2027 87,2% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.
Opdrachten
Gereedstelling
Gereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor opwerk- en oefenactiviteiten, alsmede de daarbij behorende huur van oefenterreinen en andere operationele zaken. In 2027 staan het gereedstellen voor het NATO Force Model (NFM) en het kunnen acteren op het hoogste geweldsspectrum centraal. Hiertoe zullen er zowel in Nederland als in het buitenland nationale en multinationale oefeningen plaatsvinden. In enkele van deze oefeningen staat het beoefenen van geïntegreerde inzet met coalitiepartners, de landmacht en/of marine centraal.
Personele uitgaven
Personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten, uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer, reservisteninzet en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen (zowel vliegeropleidingen als andersoortige opleidingen), (buitenlandse-) dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven.
Materiële uitgaven
Materiële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorartikelen, transport en voorlichting. Daarnaast worden hier de uitgaven voor kennisontwikkeling, technologische ontwikkeling en innovatie verantwoord.
Ontvangsten
De geraamde ontvangsten voor de Koninklijke Luchtmacht betreffen voornamelijk de ontvangsten voor het civiel medegebruik dat plaatsvindt op Vliegbasis Eindhoven en Militair Vliegkamp de Kooy.
3.5 Artikel 5 Koninklijke Marechaussee
De Koninklijke Marechaussee (KMar) waakt over de veiligheid van Nederland en het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden. Wereldwijd wordt de marechaussee ingezet op plaatsen van strategisch belang. Van koninklijke paleizen tot aan de buitengrenzen van Europa. Van luchthavens in Nederland en het Caribisch gebied tot oorlogs- en crisisgebieden overal ter wereld.
De Minister van Defensie is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De taakuitvoering is opgedragen aan de KMar. Het gezag over de KMar ligt niet alleen bij het ministerie van Defensie. Afhankelijk van de betreffende taak is dat het ministerie van Justitie en Veiligheid (inclusief het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Asiel en Migratie, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie of lokaal gezag.
Geplande inzet
Het takenpakket van de KMar is gericht op de veiligheid van de Staat en kent drie hoofdtaken:
1. Grenspolitietaak
2. Bewaken en beveiligen en
3. (inter)nationale en militaire politie(zorg)taken
De grenspolitietaken, bewaken en beveiligen en (inter)nationale en militaire politie(zorg)taken. Deze taken worden (binnen juridische kaders en zo veel mogelijk) informatie- en risicogestuurd verricht door het optimaal benutten van zowel de informatiepositie van de KMar als die van de ketenpartners, in het fysieke en het digitale domein. De KMar heeft in het Caribische gedeelte van het Koninkrijk dezelfde taken als in Nederland, hoewel op een andere wettelijke basis. Zo is de KMar onder andere verantwoordelijk voor de grensbewaking van de luchthavens en de zeegrenzen op de eilanden Bonaire, Sint-Eustatius en Saba en verantwoordelijk voor de uitvoering van de politietaak op de luchthavens op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart. Op Sint-Eustatius en Saba is de KMar belast met de uitvoering van het vreemdelingentoezicht. De KMar ondersteunt daarnaast het politiekorps Caribisch Nederland. Vanuit de militaire politiezorgtaak is de KMar ook aanwezig in de Caribische landen van het Koninkrijk (Aruba, Curaçao en Sint Maarten). Daarnaast levert de KMar op basis van het protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibele inzetbare pool Koninklijke Marechaussee (hierna: flexpool)ondersteuning aan eerdergenoemde landen, daar waar extra capacitaire inzet of overdracht van kennis en vaardigheden benodigd is. Tevens speelt de KMar in het kader van het protocol over de versterking grenstoezicht in de Caribische landen van het Koninkrijk een grote rol bij de versterking van het grenstoezicht in de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Ook ondersteunt de KMar het International Criminal Court met forensische opsporingsexpertise. Tot slot is de KMar beschikbaar voor militaire bijstand in het gehele Koninkrijk.
1. Grenspolitietaak
De grenspolitietaken van de KMar worden uitgevoerd op basis van de Politiewet 2012, de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode. Vanuit de grenspolitietaak richt de KMar zich op de bestrijding van irreguliere migratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Naast de grenspolitietaken voert de KMar op de aangewezen luchthavens ook de politietaak uit.
2. Bewaken en Beveiligen
De KMar geeft conform artikel 4 Politiewet 2012 uitvoering aan de bewaking en beveiliging van bepaalde objecten, diensten en personen. Als zelfstandige taken zijn opgedragen het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, waaronder bewaking en beveiliging van tot die strijdkrachten behorende personen, de beveiliging van de burgerluchtvaart, de uitvoering van de politietaak, waaronder bewaking en beveiliging, op verboden plaatsen alsmede op het terrein van de ambtswoning van de Minister-President en het verrichten van beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. Daarnaast kan de KMar in assistentieverlening aan de politie uitvoering geven aan de bewaking en beveiliging van objecten en diensten alsmede de persoonsbeveiliging van de daartoe door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen personen. Tot slot kan de KMar in (militaire) bijstand aan de politie worden ingezet ten behoeve van persoonsbeveiliging van andere dan door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen personen. Bovendien kan voor overige bewakings- en beveiligingstaken eveneens een beroep worden gedaan op de KMar op grond van hoofdstuk 5 van de Politiewet 2012 (Bijstand).
3. (Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken
Om de inzetbaarheidsdoelen ten behoeve van de hoofddoelstellingen van Defensie te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de KMar gereed gesteld.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
(INTER)NATIONALE EN MILITAIRE POLITIE(ZORG)TAKEN | Personele Expeditionaire Capaciteit | Levert militairen voor Expeditionaire inzet (NAVO, EU, VN) voor bijvoorbeeld civiele politiemissies. |
Crowd and Riot Control (CRC-Peloton) | Levert een peloton voor crowd & riot control voor Defensie als onderdeel van een missie. | |
Close Protection Capaciteit | Levert een eenheid met speciale beveiligingsopdracht. |
Binnen de pijler (inter)nationale- en (militaire) politie(zorg)taken valt een onderscheid te maken tussen militaire politiezorgtaken, civiele vredes- en internationale taken (waaronder de NAVO Militaire Politietaken en Stability Policing taken), defensietaken en de taken van de liaison officieren in het buitenland. In de Politiewet 2012 zijn de militaire politiezorgtaken voor Defensie opgedragen aan de KMar. Door het uitvoeren van die taak, onder het gezag van het Openbaar Ministerie of onder gezag van de burgemeester, levert de KMar een belangrijke bijdrage aan de integriteit van de Krijgsmacht. De uitoefening van deze taken beperkt zich niet alleen tot het Nederlands grondgebied; de KMar gaat ook mee tijdens uitzendingen, inzet en oefeningen van Nederlandse militaire eenheden buiten Nederland. Daarnaast stelt de KMar in 2027 een MP-eskadron gereed (IOC) voor NFM tier 2 en in 2028 een MP-eskadron voor nationale taken.
Eerste hoofdtaak
De belangrijkste beleidswijzigingen worden omschreven in de Defensienota 2026. Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie in de wereld, ook aan de grenzen van Europa, is de focus op hoofdtaak 1 van Defensie onverminderd groot. De KMar zal, net als de andere defensieonderdelen, zich moeten richten op het gereed zijn voor de bescherming van het Koninkrijk alsmede het bondgenootschappelijk grondgebied, zowel nu als in de toekomst en zonder afbreuk te doen aan de wettelijk aan de KMar opgedragen taken. Het merendeel van deze taken draagt immers rechtstreeks bij aan het waarborgen van de veiligheid van de staat.
Landelijk Coördinatie Centrum (LCC)
In 2023 zijn de Nationale Politie en de KMar begonnen met de afstemming van hun operaties ter bescherming van bedreigde personen vanuit het Landelijk Coördinatie Centrum (LCC). Inmiddels is dit uitgegroeid tot een netwerkentiteit waar naast de Nationale Politie en de KMar, ook de NCTV en het OM in samenwerken. In 2026 is een volgende stap gemaakt om het LCC te versterken met additionele capaciteit, zowel op het gebied van operationele inzet als informatievoorziening, zodat partners over dezelfde informatie kunnen beschikken.
MP Eskadrons
Bij de oprichting van het 101 MarBat is in het verleden gekozen om deels gebruik te maken van bestaande capaciteit in de vorm van neventaken. Om de capaciteit van 101 MarBat te vergroten is er in 2026 structureel budget toegevoegd om deze capaciteit om te zetten naar voltijd functies.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 841.152 | 894.868 | 867.421 | 935.427 | 958.239 | 961.909 | 962.479 |
Uitgaven | 820.928 | 886.268 | 901.296 | 963.411 | 958.239 | 961.909 | 962.479 | |
Apparaatsuitgaven | 813.492 | 878.970 | 893.511 | 954.601 | 949.429 | 953.099 | 953.669 | |
5.2 | Apparaatsuitgaven | 813.492 | 878.970 | 893.511 | 954.601 | 949.429 | 953.099 | 953.669 |
Personele uitgaven | 784.529 | 851.199 | 872.758 | 924.617 | 915.483 | 918.911 | 919.480 | |
Eigen personeel | 720.632 | 766.846 | 784.069 | 837.491 | 879.436 | 882.307 | 882.876 | |
Externe inhuur | 24.021 | 39.999 | 54.323 | 50.872 | 987 | 1.047 | 1.047 | |
Overige personele exploitatie | 39.876 | 44.354 | 34.366 | 36.254 | 35.060 | 35.557 | 35.557 | |
Materiële uitgaven | 28.963 | 27.771 | 20.753 | 29.984 | 33.946 | 34.188 | 34.189 | |
Overige materiële exploitatie | 28.963 | 27.771 | 20.753 | 29.984 | 33.946 | 34.188 | 34.189 | |
Programmauitgaven | 7.436 | 7.298 | 7.785 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | |
5.1 | Programmauitgaven | 7.436 | 7.298 | 7.785 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | 8.810 |
Opdrachten | 6.866 | 7.248 | 7.785 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | |
Gereedstelling | 6.866 | 7.248 | 7.785 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | 8.810 | |
(Schade)vergoeding | 570 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Schadevergoeding overig | 570 | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 4.821 | 7.959 | 4.459 | 4.459 | 4.459 | 4.459 | 4.459 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
juridisch verplicht | 90,6% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 9,4% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel «Juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de operationele rantsoenen en contracten die zijn aangegaan voor het gereedstellen van de eenheden. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennisinstituten voor innovatieprojecten.
In totaal is voor 2027 90,6% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.
Opdrachten
Gereedstelling/instandhouding
Gereedstelling omvat de geraamde uitgaven die worden gedaan voor (de ondersteuning van) de operationele taakuitvoering alsmede voor opwerk- en oefenactiviteiten. Dit betreft o.a. de operationele rantsoenen, civiele taken en operationele zaken, waaronder het huren van oefenterreinen en de inzet van tolken.
Personele uitgaven
Personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen, internationale verhuizingen en overige personeelsgebonden uitgaven. Gelet op het vullingspercentage zoekt de KMar, indien reguliere vulling gelet op de krapte van de arbeidsmarkt niet mogelijk blijkt, naar alternatieve mogelijkheden voor inhuur.
Materiële uitgaven
Materiële uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorartikelen, transport, voorlichting. En verder de uitgaven voor evenementenondersteuning, de uitgaven voor kennis, schadevergoedingen en kosten voor betalingsverkeer.
3.7 Artikel 7 Commando Materieel en IT
Het Commando Materieel en IT (COMMIT) levert onder alle omstandigheden tijdig materieel en IT ter ondersteuning van elke inzet van de krijgsmacht; in vredestijd, in de grey zone en bij een grootschalig gewapend conflict. COMMIT voorziet in nieuw materieel en IT, levert voortzettingsvermogen met (wapen)systeemmanagement, ketenlogistieke dienstverlening en IT-dienstverlening en vernieuwt de krijgsmacht door kennisopbouw en innovatie.
De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden capaciteit en inzetbare eenheden van COMMIT gereedgesteld. COMMIT ontwikkelt en versterkt de internationale samenwerking op het gebied van IT en materieel (NAVO, EU, multinationaal en bilateraal).
COMMIT ondersteunt de krijgsmacht bij het bereiken van de drie effecten zoals benoemd in de beleidsagenda: verhogen van de gereedheid en inzetbaarheid, versterking van de gevechtskracht en een verbeterde wendbaarheid van de organisatie. De nadere uitwerking daarvan, inclusief gemaakte keuzes gericht op meer Europese samenwerking, met als gevolg schaalvoordelen en toegenomen interoperabiliteit, is opgenomen in de Defensienota. Voor COMMIT betekent dit onder andere ondersteuning van de transitie naar een informatiegestuurde en technologisch hoogwaardige krijgsmacht, het vergroten van de voorraden (bijvoorbeeld munitie, kleding & uitrusting plus IT-middelen) en diverse verbeteringen op het gebied van projectvoering, inkoop en afstoting van defensiematerieel en personele en logistieke ondersteuning.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
PERMANENTE INCIDENT RESPONSE CAPACITEIT TEN BEHOEVE VAN INFORMATIE SYSTEMEN | Cyber Rapid Response Team (CRRT)van het Defensie Cyber Security Centrum (DCSC) | Levert cyberexpertise op locatie voor incidentcoördinatie, -onderzoek en -afhandeling. |
In het jaar 2027 zal voor COMMIT de nadruk liggen op het gereedmaken voor de groei van de organisatie. Het kabinet investeert fors in Defensie en veel nieuw materieel moet worden aangeschaft. Zoals hierboven is aangegeven speelt COMMIT hierin een belangrijke rol. De opdrachten uit de Defensienota met het daarbij behorende budget worden opgenomen in het Defensiematerieelbegrotingsfonds.
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van COMMIT. Het betreft onder meer het versterken van de projectcapaciteit. De met deze maatregel samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor. Met deze maatregel wordt COMMIT verder versterkt ten behoeve van de uitvoering van haar taakstelling.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.028.860 | 1.015.969 | 1.093.443 | 1.137.090 | 1.129.132 | 1.115.285 | 1.167.269 |
Uitgaven | 1.031.612 | 1.034.045 | 1.096.519 | 1.140.166 | 1.129.132 | 1.139.285 | 1.176.440 | |
Apparaatsuitgaven | 829.324 | 829.240 | 884.032 | 925.507 | 915.283 | 925.544 | 959.450 | |
7.2 | Apparaatsuitgaven | 829.324 | 829.240 | 884.032 | 925.507 | 915.283 | 925.544 | 959.450 |
Personele uitgaven | 795.837 | 805.404 | 868.266 | 909.483 | 897.499 | 902.580 | 936.486 | |
Eigen personeel | 652.617 | 689.934 | 802.652 | 836.258 | 832.789 | 837.870 | 871.776 | |
Externe inhuur | 111.579 | 89.505 | 39.274 | 46.664 | 37.928 | 37.928 | 37.928 | |
Overige personele exploitatie | 31.641 | 25.965 | 26.340 | 26.561 | 26.782 | 26.782 | 26.782 | |
Materiële uitgaven | 33.487 | 23.836 | 15.766 | 16.024 | 17.784 | 22.964 | 22.964 | |
Overige materiële exploitatie | 33.487 | 23.836 | 15.766 | 16.024 | 17.784 | 22.964 | 22.964 | |
Programmauitgaven | 202.288 | 204.805 | 212.487 | 214.659 | 213.849 | 213.741 | 216.990 | |
7.1 | Programmauitgaven | 202.288 | 204.805 | 212.487 | 214.659 | 213.849 | 213.741 | 216.990 |
Opdrachten | 202.264 | 204.805 | 212.487 | 214.659 | 213.849 | 213.741 | 216.990 | |
Gereedstelling | 202.264 | 204.805 | 212.487 | 214.659 | 213.849 | 213.741 | 216.990 | |
(Schade)vergoeding | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Schadevergoeding overig | 24 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 16.216 | 34.765 | 25.765 | 25.765 | 25.765 | 25.765 | 25.765 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
juridisch verplicht | 80.9% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 19.1% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel juridisch verplicht heeft betrekking op de leveringen van de financiële instrumenten opdrachten, personele en materiele uitgaven. Verplichtingen onder gereedstelling betreft onder meer de brandstoffen voor inzet van de wapensystemen en voertuigen. Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen. Ook worden er opdrachten gegeven aan o.a. kennisinstituten voor innovatieprojecten.
In totaal is voor 2027 80,9% juridisch verplicht ten opzichte van het totaal beschikbare budget.
Personele uitgaven
Personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur van personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen en overige personeelsgebonden uitgaven. COMMIT investeert in de kwaliteit van zijn mensen en de flexibiliteit en diversiteit van het personeelsbestand. De belangrijkste capaciteiten van COMMIT zijn de kennis en ervaring van het personeel.
Materiële uitgaven
Materiële uitgaven bestaan bij COMMIT hoofdzakelijk uit goederen en diensten ten behoeve van de bedrijfsvoering, zoals kantoorinrichting en kantoorartikelen.
Gereedstelling
Gereedstelling omvat de geraamde uitgaven voor brandstof en smeermiddelen. De prijzen van met name brandstoffen zijn zeer volatiel als gevolg van de snel wijzigende brandstofprijzen en dollarkoersen.
Ontvangsten
De ontvangsten betreffen voornamelijk de ontvangsten voor brandstofverstrekkingen (Air-to-air refueling), terug te vorderen btw en terugontvangsten op het programma Foreign Military Sales (FMS). FMS is een programma van de Amerikaanse overheid voor de verwerving van defensiematerieel.
3.8 Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando
Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) geeft de krijgsmacht een voorsprong in het gevecht. Het DOSCO is de operationele ondersteuner in vredestijd, crisis en conflict, zowel nationaal als bij internationale inzet. Het DOSCO zorgt voor alle niet-wapensysteemgerelateerde ondersteuning en draagt daarmee bij aan de gereedheid, het voortzettingsvermogen en de personele opschaling van de krijgsmacht. Dit omvat onder meer personele dienstverlening, werving en opleidingen, kennisontsluiting, huisvesting, vastgoed, catering, beveiliging, bewaking, facilitaire zaken, gezondheidszorg, logistiek en transport. Het DOSCO voorziet zelf in deze ondersteuning en koopt een deel van de producten en diensten in bij organisaties buiten het ministerie van Defensie, vaak in samenwerking met Nederlandse bedrijven.
De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO krijgt een gereedstellings-opdracht voor specialistische medische zorg en strategisch transport.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
SPECIALISTISCHE MEDISCHE ZORG | Medisch Team | Levert capaciteit om te voorzien in medische ondersteuning. |
STRATEGISCH TRANSPORT | Movement Control-teams (teams van het National Movement Coordination Centre (NMCC) en verplaatsingssondersteuning van CLAS) | Ondersteunen verplaatsingsoperaties zowel nationaal als internationaal van andere inzetbare eenheden. |
De belangrijkste beleidswijzigingen worden omschreven in de Defensienota 2026. De veranderde mondiale veiligheidssituatie onderstreept nogmaals de noodzaak van een DOSCO die, in nauwe samenwerking met NAVO-bondgenoten, in staat is grootschalige gevechtsoperaties te ondersteunen en succesvol af te ronden.
Het DOSCO ontwikkelt zich naar een operationele, wendbare en schaalbare organisatie die altijd en overal ondersteuning levert. In vredestijd, maar ook in tijden van een oplopende crisis én in geval van een gewapend conflict. Het DOSCO draagt hieraan bij met onder meer de opschaling van het dienjaar, het invulling geven aan de nationale weerbaarheidstraining en het versterken van de personeels- en opleidingsketen. De sterke personele groei van Defensie vraagt om forse uitbreiding van opleidingscapaciteit, trainingsmogelijkheden en ondersteunende dienstverlening. Het DOSCO speelt hierin een belangrijke rol door extra te investeren in het opleiden, trainen en ontwikkelen van defensiepersoneel.
De krijgsmacht moet inzet langer kunnen volhouden, voor de NAVO en nationaal. Met de Defensienota 2024 is al geïnvesteerd in onder meer de operationele ondersteuning die door het DOSCO wordt verzorgd. Het DOSCO blijft investeren in het voortzettingsvermogen en de schaalbaarheid van deze ondersteuning, zodat de krijgsmacht sneller inzetbaar is en langdurig operationeel kan blijven. Het DOSCO ondersteunt deze transitie onder meer door de uitbreiding van logistieke voorzieningen door de versterking van de geneeskundige keten, inclusief de inrichting van mobiele veldhospitalen en een verbeterde evacuatie- en triage-infrastructuur. Hiervoor zoekt het DOSCO intensieve samenwerking met onder andere Nederlandse civiele bedrijven en (inter)nationale partners.
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van DOSCO. Het betreft onder meer het versterken van de geneeskundige keten, het oprichten van het Centraal Defensie Opleidingscentrum (CDOC) en het uitbreiden van opslagcapaciteit. De met deze maatregelen samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor. Met deze maatregelen wordt DOSCO verder versterkt ten behoeve van de uitvoering van haar taakstelling.
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 1.877.921 | 1.963.328 | 2.094.764 | 2.120.036 | 2.106.611 | 2.147.913 | 2.127.439 |
Uitgaven | 1.844.432 | 2.024.592 | 2.106.629 | 2.132.055 | 2.126.983 | 2.160.889 | 2.169.683 | |
Apparaatsuitgaven | 1.736.145 | 1.881.338 | 1.975.170 | 2.002.574 | 2.008.726 | 2.034.195 | 2.045.653 | |
8.2 | Apparaatsuitgaven | 1.736.145 | 1.881.338 | 1.975.170 | 2.002.574 | 2.008.726 | 2.034.195 | 2.045.653 |
Personele uitgaven | 1.258.865 | 1.338.021 | 1.406.791 | 1.438.065 | 1.452.553 | 1.459.957 | 1.460.906 | |
Eigen personeel | 903.677 | 988.276 | 1.100.304 | 1.129.764 | 1.144.256 | 1.153.790 | 1.154.453 | |
Externe inhuur | 46.751 | 56.893 | 4.466 | 3.345 | 6.380 | 3.345 | 3.345 | |
Overige personele exploitatie | 288.972 | 271.818 | 280.962 | 284.704 | 281.657 | 282.511 | 282.797 | |
Attaches | 19.465 | 21.034 | 21.059 | 20.252 | 20.260 | 20.311 | 20.311 | |
Materiële uitgaven | 477.280 | 543.317 | 568.379 | 564.509 | 556.173 | 574.238 | 584.747 | |
Overige materiële exploitatie | 466.818 | 535.825 | 561.075 | 557.048 | 548.900 | 567.005 | 577.514 | |
Attaches | 10.462 | 7.492 | 7.304 | 7.461 | 7.273 | 7.233 | 7.233 | |
Programmauitgaven | 108.287 | 143.254 | 131.459 | 129.481 | 118.257 | 126.694 | 124.030 | |
8.1 | Programmauitgaven | 108.287 | 143.254 | 131.459 | 129.481 | 118.257 | 126.694 | 124.030 |
Opdrachten | 11.440 | 10.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Gereedstelling | 11.440 | 10.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
(Schade)vergoeding | 96.847 | 133.254 | 131.459 | 129.481 | 118.257 | 126.694 | 124.030 | |
Schadevergoeding overig | 10.857 | 12.509 | 9.811 | 9.806 | 9.802 | 9.807 | 9.785 | |
Nationaal Fonds Ereschuld | 85.834 | 116.316 | 117.219 | 115.246 | 104.026 | 112.458 | 109.816 | |
Reservering schadevergoedingen Chroom-6 Defensie | 156 | 4.429 | 4.429 | 4.429 | 4.429 | 4.429 | 4.429 | |
Ontvangsten | 161.557 | 72.995 | 72.995 | 72.995 | 72.995 | 72.995 | 72.995 |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
juridisch verplicht | 63,4% |
bestuurlijk gebonden | 6,0% |
beleidsmatig gereserveerd | 30,6% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het aandeel «juridisch verplicht» heeft betrekking op de leveringen van goederen en/of diensten, waarvan overeenkomsten zijn aangegaan voor de financiële instrumenten «opdrachten, personele en materiële uitgaven». Bij de personele uitgaven wordt ervan uitgegaan dat het budget voor salarissen, gebaseerd op de organieke sterkte, voor 2027 volledig verplicht is. Daarnaast worden de reeds aangegane verplichtingen voor externe inhuur ook als juridisch verplicht gezien. Voor de personele exploitatie betreft het met name de opleidingen en lopende contracten voor werven personeel en juridische dienstverlening. Onder de materiële uitgaven betreft dit voornamelijk uitgaven voor het zelfstandig aanschaffen van bedrijfsmiddelen, de defensiebrede facilitaire ondersteuning en catering.
Het percentage bestuurlijk gebonden verplichtingen betreft de volledige regelingen voor schadevergoedingen, het Nationaal Fonds Ereschuld en de Reservering schadevergoedingen Chroom 6.
Personele uitgaven
Personele uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen, woon-werkverkeer en inhuur van het personeel. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, werving, dienstreizen, internationale verhuizingen en overige personeelsgebonden uitgaven. Defensie is in 2026 ontvlochten uit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Daarom wordt HGIS attaché personeel niet meer apart weergeven en opgenomen onder attachés.
Materiële uitgaven
Onder materiële uitgaven worden de geraamde uitgaven voor overige materiële exploitatie weergegeven. De uitgaven voor de overige materiële exploitatie bestaan onder andere uit catering, facilitaire dienstverlening, mediadienstverlening, gezondheidszorg, beveiliging, energie en water, schoonmaak en wereldwijd transport van personen en goederen.
Schadevergoeding
De uitgaven voor het Nationaal Fonds Ereschuld worden bij het DOSCO verantwoord onder het financieel instrument schadevergoeding. Dit fonds is ingesteld voor militairen die een handicap, trauma of andere aandoening hebben opgelopen tijdens missies naar het buitenland. Hierin zijn de budgetten voor schadevergoedingen en regelingen voor schadevergoedingen voor veteranen ondergebracht. De uitgaven hiervoor kennen een fluctuerend verloop en meer (jonge) veteranen doen een beroep op compensatie.
4. Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 9 Algemeen
Algemene doelstelling
Het kerndepartement voert een aantal defensiebrede taken uit. Dit zijn het verstrekken van subsidies voor defensie-gerelateerde (maatschappelijke) taken, het bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, de bekostiging van instellingen voor kennisopbouw, het bijdragen aan internationale organisaties, het uitvoeren van opdrachten, schadevergoedingen en de bijdrage aan rijksbrede en defensiebrede beleidsopdrachten.
Defensienota 2026
Uit de Defensienota 2026 vloeien nieuwe maatregelen voort die doorwerken in de begroting van kerndepartement. Het betreft onder meer budget dat besteed kan worden aan de ophoging van de subsidie aan het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) en nationaal Veteranen Platform (nVP) vanwege de groei van Defensie en daarmee samenhangend de mogelijke groei van de veteranenpopulatie, en een bijdrage aan een nog op te richten Srebrenica-herdenkingsmonument. De met deze maatregelen samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor.
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 276.159 | 317.955 | 337.744 | 352.941 | 375.005 | 417.483 | 307.309 |
Uitgaven | 282.084 | 325.073 | 338.349 | 353.546 | 375.610 | 417.524 | 307.313 | |
9.1 | Programmauitgaven | 282.084 | 325.073 | 338.349 | 353.546 | 375.610 | 417.524 | 307.313 |
Subsidies (regelingen) | 59.705 | 63.726 | 60.068 | 64.300 | 64.301 | 64.300 | 64.300 | |
Subsidies | 59.705 | 63.726 | 60.068 | 64.300 | 64.301 | 64.300 | 64.300 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 108.311 | 119.178 | 126.314 | 128.520 | 130.003 | 133.262 | 130.144 | |
Kennisopbouw TNO via EZ | 86.156 | 92.223 | 98.089 | 102.027 | 103.216 | 105.701 | 103.589 | |
Kennisopbouw NLR via EZ | 16.128 | 17.734 | 18.399 | 18.713 | 18.458 | 18.930 | 19.378 | |
Kennisopbouw MARIN via EZ | 6.005 | 6.562 | 7.167 | 7.621 | 7.848 | 8.036 | 6.582 | |
Overige Bijdragen | 22 | 2.659 | 2.659 | 159 | 481 | 595 | 595 | |
Opdrachten | 13.611 | 12.969 | 11.429 | 13.245 | 16.215 | 17.274 | 17.273 | |
Opdrachten beleid | 4.594 | 5.015 | 5.930 | 6.717 | 6.700 | 6.701 | 6.700 | |
opdrachten milieu beleid | 9.017 | 7.954 | 4.499 | 4.528 | 6.515 | 6.573 | 6.573 | |
overige opdrachten | 0 | 0 | 1.000 | 2.000 | 3.000 | 4.000 | 4.000 | |
Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties | 88.672 | 116.060 | 128.797 | 132.370 | 150.080 | 187.827 | 81.135 | |
Bijdrage aan de NAVO | 82.007 | 105.804 | 113.316 | 122.411 | 140.187 | 177.797 | 73.051 | |
Bijdrage aan internationale samenwerking | 6.665 | 10.256 | 14.481 | 8.959 | 8.893 | 9.030 | 7.084 | |
Overige bijdragen | 0 | 0 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | 1.000 | |
Bekostiging | 5.100 | 4.247 | 8.879 | 12.544 | 12.544 | 12.544 | 12.544 | |
Bekostiging diverse instellingen | 5.100 | 4.247 | 8.879 | 12.544 | 12.544 | 12.544 | 12.544 | |
Inkomensoverdrachten | 106 | 997 | 345 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Overige bijdragen | 106 | 997 | 345 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
(Schade)vergoeding | 6.579 | 7.896 | 2.517 | 2.567 | 2.467 | 2.317 | 1.917 | |
Schadevergoeding overig | 5.836 | 1.351 | 1.917 | 1.917 | 1.917 | 1.917 | 1.917 | |
Regeling Chroom 6 Defensie | 455 | 6.545 | 600 | 650 | 550 | 400 | 0 | |
Civielrechtelijke Regeling Srebrenica 2020 | 133 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Vrijwillige Bijdrage Hawija | 155 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Ontvangsten | 0 | 200 | 1.600 | 1.600 | 1.600 | 1.600 | 1.600 | |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
Juridisch verplicht | 1,7% |
Bestuurlijk gebonden | 51,9% |
Beleidsmatig gereserveerd | 46,4% |
Nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Het percentage juridisch verplicht ten opzichte van het beschikbare budget in 2027 is 1,7%. Het percentage bestuurlijk gebonden is 51,9% en het percentage beleidsmatig gebonden is de overige 46,4% .
B. Toelichting op de financiële instrumenten
Subsidies
Defensie verleent subsidies aan instellingen die een toegevoegde (maatschappelijke) waarde hebben, en die defensiebeleid voor bijzondere doelgroepen uitvoeren, omdat zij hierin gespecialiseerd zijn (waaronder veteranen). De defensiesubsidies worden verleend met als doel instandhouding van de instellingen, zodat deze hun toegevoegde waarde kunnen blijven leveren. De subsidies zijn gecategoriseerd in subsidies voor veteranenzorg, -erkenning en -waardering en subsidies voor cultureel erfgoed en tradities. Daarnaast worden subsidies verstrekt aan onderwijs en kennis- en technologieontwikkeling. Bijlage 6.2 geeft een overzicht van de subsidies weer.
Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken
Defensie draagt bij aan kennisopbouw en innovatie-ontwikkeling. Het Maritiem Research Instituut (MARIN), het Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) en de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) ontvangen een jaarlijkse bijdrage om hun defensie-specifieke kennisbasis in stand te houden. Vanuit de opgebouwde kennis laat Defensie zich adviseren en ondersteunen bij de beleidsvorming, verwerving en onderhoud van materieel, opleiding en training, bedrijfsvoering en operationeel optreden. De onderzoeksprogramma’s en –projecten zijn een belangrijke pijler van het uitvoeringsprogramma van de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII).
Bijdrage aan (inter)nationale organisaties
De NAVO en de EU zijn de twee belangrijkste multilaterale samenwerkingsverbanden voor de veiligheid in het Europese deel van het Koninkrijk, waarbij de NAVO de hoeksteen voor onze collectieve verdediging is.
Opdrachten
Het budget voor opdrachten betreft voornamelijk de jaarlijkse bestedingen aan derden voor de ondersteuning van beleid en rechtspositionele ondersteuning. Daarnaast zijn ook beleidsuitgaven voor het defensiebreed implementeren van energie- en milieuwetgeving (stikstof en omgevingswet) hier onderdeel van.
Bekostiging
‘Bekostiging’ zijn bijdragen aan instellingen, zoals de Stichting Faciliteiten Centraal Georganiseerd Overleg Militairen en de ondersteuning van organisaties die deel uitmaken van de sector Defensie.
Schadevergoedingen
De schadevergoedingen zijn bestemd voor doelgroepen die schade ondervinden van defensiebeleid en de daarmee verbonden kosten.
4.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement
Algemene doelstelling
De Bestuursstaf, bestaande uit het Directoraat-Generaal Beleid, Ressort PSG, de Defensiestaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de bijzondere organisatie eenheden, stuurt het beleid voor en het toezicht op Defensie. De Bestuursstaf adviseert en ondersteunt ook de bewindspersonen bij het besturen van de organisatie en het afleggen van verantwoording aan het parlement. De uitgaven die daarmee gemoeid zijn, zijn vooral salarissen voor burger- en militair personeel, persoonsgebonden uitgaven, externe inhuur en overige exploitatie.
Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden (budgettair vallend onder het kerndepartement, aansturing door CDS) gereed gesteld.
Defensienota 2026
Vanuit de ambities in de Defensienota wordt de Bestuursstaf versterkt met kennis en capaciteit op beleidsterreinen als internationale positionering, innovatie en vastgoed. De met deze maatregelen samenhangende kasuitgaven doen zich vanaf 2027 voor.
Capaciteit | Inzetbare eenheid | Omschrijving |
|---|---|---|
NLD SPECIAL OPERATIONS COMMAND AND CONTROL | Opschaalbare expeditionaire stafcapaciteit | Aansturen en coördineren van niet-geplande nationale en/of internationale speciale operaties met een korte reactietijd. |
Composite Special Operations Component Command | Het Nederlandse deel, in een gezamenlijk hoofdkwartier met Belgie en Denemarken, coördineert de Speciale Operaties en inzet van speciale eenheden. | |
DEFENSIE CYBER COMMANDO (DCC) | Militaire Cyber Operaties | Levert cybereffecten die bijdragen aan de bescherming van Nederland en de Nederlandse belangen in de wereld. |
JOINT FORCE COMMAND (JFC) i.o. | Real time monitoren, coordineren en aansturen krijgsmacht op operationeel niveau | Creeert het vermogen om de krijgsmacht in een grootschallig conflict ('oorlog') te kunnen aansturen, zowel voor het gevecht als zodanig als nationale beveiliging (homeland security) en Host Nation Support (HNS). Dit alles onder gelijktijdig vermogen om andere operaties uit te (laten) voeren, zoals Hoofdtaak 2 en speciale operaties. |
NATIONAL ARMAMENT DIRECTOR (NAD) | Koppelvlak tussen Defensie, ketenpartners en industrie | Versnellen van materieelleveringen en het versterken van de nationale defensie-industrie en richt zich ook op het versterken van de internationale samenwerking voor productie en aanschaf van militair materieel. |
De bijzondere organisatie eenheden van de Bestuursstaf bestaan uit de Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht (IGK), Inspecteur-Generaal Veiligheid (IGV) die aan het hoofd staat van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG), de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), Diensten Geestelijke Verzorging (DGV) en het Militair Huis van de Koning (MHK).[RMCCF1]
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 10.430.119 | 2.030.153 | 1.749.696 | 1.780.155 | 1.822.890 | 1.777.933 | 1.730.469 |
Uitgaven | 1.978.999 | 10.814.544 | 1.770.273 | 1.799.003 | 1.826.247 | 1.777.562 | 1.719.415 | |
10.2 | Apparaatsuitgaven | 1.978.999 | 10.814.544 | 1.770.273 | 1.799.003 | 1.826.247 | 1.777.562 | 1.719.415 |
Personele uitgaven | 1.937.092 | 10.767.566 | 1.698.453 | 1.711.150 | 1.738.356 | 1.689.132 | 1.630.715 | |
Eigen personeel | 521.259 | 588.418 | 656.557 | 670.693 | 716.546 | 712.471 | 715.569 | |
Externe Inhuur | 58.629 | 52.583 | 33.990 | 30.473 | 13.373 | 6.273 | 6.273 | |
Overige personele exploitatie | 33.362 | 38.103 | 42.129 | 40.266 | 40.414 | 40.424 | 40.405 | |
Uitkeringen (pensioenen en wachtgelden) | 1.323.842 | 10.088.462 | 965.777 | 969.718 | 968.023 | 929.964 | 868.468 | |
Materiële uitgaven | 41.907 | 46.978 | 71.820 | 87.853 | 87.891 | 88.430 | 88.700 | |
Overige materiële exploitatie | 41.907 | 46.978 | 71.820 | 87.853 | 87.891 | 88.430 | 88.700 | |
Ontvangsten | 8.456 | 8.366 | 8.136 | 8.136 | 8.136 | 8.136 | 8.021 | |
Budgetflexibiliteit
2027 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 39,3% |
bestuurlijk gebonden | 0% |
beleidsmatig gereserveerd | 60,7% |
nog niet ingevuld/ vrij te besteden | 0% |
Het percentage juridisch verplicht ten opzichte van het beschikbare budget in 2027 is 39.3%. Het percentage beleidsmatig gereserveerd is de overige 60,7%.
B. Toelichting op de financiële instrumenten
Personele uitgaven
De personele uitgaven bestaan uit salarissen, sociale lasten en uitgaven voor toelagen en reiskosten woon-werkverkeer. De overige personele exploitatie bestaat uit opleidingen, dienstreizen en overige persoonsgebonden uitgaven.
De post Uitkeringen betreft de militaire pensioenen, AOW-gat compensatie, Uitkering Gewezen Militairen en verstrekking van uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid, waaronder het Sociaal Beleidskader en overige regelingen voor voormalig defensiepersoneel.
Defensie zal eind 2026 de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen die vóór 1 juni 2001 zijn opgebouwd volledig hebben gefinancierd op kapitaaldekkingsbasis (36800-X, blz 64-65). Hiervoor wordt een voorlopige inkoopsom betaald aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). In 2027 wordt de definitieve inkoopsom vastgesteld en vindt er een definitieve afrekening plaats tussen Defensie en het ABP. De definitieve inkoopsom kan hoger of lager dan de voorlopige inkoopsom zijn.
Materiele uitgaven
De komende jaren wordt tevens aandacht besteed aan vastgoed, duurzaamheid (in het bijzonder stikstof) en omgeving. De Verduurzaamroute Vastgoed en de roadmap Energietransitie worden gebruikt voor het aanjagen van innovatie. Verder draagt de verduurzaming bij aan de reductie van CO2 en stikstof. Tevens zal de komende jaren aandacht worden besteed aan het programma Defensie Open Op Orde om te voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Tot slot bereidt Defensie zich verder voor op de omgevingswet in de rol van zowel aanvrager als verlener van vergunningen.
4.3 Artikel 11 Geheim
Algemeen
Het niet-beleidsartikel Geheim op basis van artikel 2.8 van de Comptabili-teitswet 2016 kent geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 24.622 | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 |
Uitgaven | 24.622 | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | |
11.0 | Geheim | 24.622 | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 |
Geheim | 24.622 | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | |
Geheim | 24.622 | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
B. Toelichting op de financiële instrumenten
De geheime uitgaven worden jaarlijks toegelicht aan het college van de Algemene Rekenkamer en het bevat tevens het budget voor MIVD gerelateerde uitgaven ten behoeve van internationale inzet.
4.4 Artikel 12 Nog onverdeeld
Algemeen
Het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld bestaat uit verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbijstelling, prijsbijstelling, nog onverdeeld en een eventuele taakstelling (negatief bedrag).
A. Budgettaire gevolgen
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 0 | 470.452 | 895.006 | 1.199.088 | 1.365.084 | 1.556.250 | 1.646.113 |
Uitgaven | 0 | 413.294 | 895.006 | 1.199.088 | 1.365.084 | 1.556.250 | 1.646.113 | |
12.3 | Nog onverdeeld Loon | 0 | 296.637 | 499.615 | 491.878 | 416.623 | 428.842 | 446.506 |
Nog onverdeeld Loon | 0 | 296.637 | 499.615 | 491.878 | 416.623 | 428.842 | 446.506 | |
Nog onverdeeld Loon | 0 | 296.637 | 499.615 | 491.878 | 416.623 | 428.842 | 446.506 | |
12.4 | Nog onverdeeld Prijs | 0 | 116.657 | 395.391 | 707.210 | 948.461 | 1.127.408 | 1.199.607 |
Nog onverdeeld Prijs | 0 | 116.657 | 395.391 | 707.210 | 948.461 | 1.127.408 | 1.199.607 | |
Nog onverdeeld Prijs | 0 | 116.657 | 395.391 | 707.210 | 948.461 | 1.127.408 | 1.199.607 | |
Ontvangsten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
B. Toelichting op de financiële instrumenten
Artikel 12 is een begrotingstechnisch artikel van waaruit diverse doorverdelingen plaatsvinden naar andere artikelen van de defensiebegroting.
5. Begroting agentschappen
5.1 Paresto
Algemeen
Het baten-lastenagentschap Paresto maakt deel uit van het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO). Paresto is een professionele interne cateringorganisatie die in opdracht van Defensie een pakket aan cateringondersteuning levert aan haar gehele organisatie en aan (NAVO)-bondgenoten op Nederlands grondgebied. Dit gebeurt met een sterke focus op kwaliteit én met de wensen van gasten en opdrachtgevers als uitgangspunt.
Begroting van baten en lasten
Laatste vastgestelde begroting t-1 | t | t+1 | t+2 | t+3 | t+4 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Baten | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten | 60.035 | 69.913 | 71.895 | 72.462 | 73.847 | 75.264 |
Catering | 60.035 | 69.913 | 71.895 | 72.462 | 73.847 | 75.264 |
waarvan product/dienst B | ||||||
waarvan product/dienst C | ||||||
- Baten als tegenprestatie voor levering van input | 50.191 | 55.360 | 56.772 | 58.203 | 59.598 | 61.033 |
Aanneemsom Defensie | 49.994 | 55.129 | 56.538 | 57.966 | 59.357 | 60.789 |
Aanneemsom Overige | 197 | 231 | 234 | 237 | 241 | 244 |
waarvan bijdrage aan C | ||||||
Rentebaten | 900 | 650 | 650 | 650 | 650 | 650 |
Vrijval voorzieningen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Bijzondere baten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Totaal baten | 111.126 | 125.923 | 129.317 | 131.316 | 134.095 | 136.947 |
Lasten | ||||||
Apparaatskosten | 110.900 | 125.847 | 129.094 | 131.091 | 133.866 | 136.715 |
- Personele kosten | 68.148 | 72.999 | 75.181 | 77.371 | 79.626 | 81.947 |
waarvan eigen personeel | 62.489 | 65.891 | 67.868 | 69.845 | 71.881 | 73.976 |
waarvan inhuur externen | 5.004 | 6.398 | 6.590 | 6.782 | 6.980 | 7.184 |
waarvan overige personele kosten | 655 | 709 | 722 | 743 | 765 | 787 |
- Materiële kosten | 42.752 | 52.848 | 53.913 | 53.720 | 54.240 | 54.768 |
waarvan apparaat ICT | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan bijdrage aan SSO's | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan overige materiële kosten | 42.752 | 52.848 | 53.913 | 53.720 | 54.240 | 54.768 |
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
Rentelasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
Afschrijvingskosten | 226 | 76 | 223 | 225 | 229 | 233 |
- Materieel | 226 | 76 | 223 | 225 | 229 | 233 |
waarvan apparaat ICT | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan overige materiële afschrijvingskosten | 226 | 76 | 223 | 225 | 229 | 233 |
- Immaterieel | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Overige lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
waarvan dotaties voorzieningen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
waarvan bijzondere lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
Totaal lasten | 111.126 | 125.923 | 129.317 | 131.316 | 134.095 | 136.947 |
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Agentschapsdeel Vpb-lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
Saldo van baten en lasten | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
Toelichting bij begroting baten en lasten
Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Hieronder vallen alle aan afnemers doorberekende omzetten voor de geleverde catering producten en diensten. De toename van de omzet ten opzichte van 2026 is te verklaren door de groei van dienstverlening. Tevens heeft het doorberekenen van stijgende inkoopprijzen in de verkoopprijzen voor zowel ingrediënten als personeel een impact op de omzet.
Baten als tegenprestatie voor levering van input
Deze baten bestaan uit de aanneemsom en de opbrengst die Paresto in rekening brengt voor de lakei van de Dienst Koninklijk Huis. De aanneemsom bestaat uit de aan de opdrachtgever in rekening gebrachte bedragen om conform de opgestelde afspraken ondersteuning te leveren op de locaties. De toename vindt zijn grondslag in de effecten van nieuwe arbeidsvoorwaarden. Daarnaast resulteren de groei van Defensie en de daarmee samenhangende 2de en 3de orde effecten in een verdere toename van de baten.
Rentebaten
De rentebaten betreffen de (te) ontvangen rentebaten over het rekening courant saldo bij het ministerie van Financiën.
Lasten
Personele kosten
Een deel van de stijging van de personele kosten wordt veroorzaakt door nieuwe arbeidsvoorwaarden van zowel defensiepersoneel als de externe inhuur waar Paresto daar waar nodig een beroep op doet. Het gebruik maken van uitzendkrachten is bijvoorbeeld het geval bij het vervangen van zieke collega’s, piekdrukte of noodzakelijke inzet tijdens (grote) evenementen. Gezien de ontwikkelingen op de flexibele arbeidsmarkt en een significante stijging van de kosten voor externe inhuur zoekt Paresto naar mogelijkheden om het gebruik van externe inhuur te beperken. Deels zal dit gebeuren door een uitbreiding van het defensiepersoneel.
Materiële kosten
De materiële kosten bestaan voornamelijk uit ingrediëntskosten van de omzet. De stijging is derhalve gerelateerd aan de groei van de omzet. Naast deze ingrediëntskosten bevat deze post ook exploitatiekosten van zowel het servicekantoor als de locaties en de afleverkosten van de grootste leverancier. Deze kosten blijven redelijk stabiel over de jaren heen.
Afschrijvingskosten
De afschrijvingskosten hebben betrekking op de (verwachte) aanschaf van divers materieel dat niet (initieel) via een ander assortiment aangeschaft kan worden.
Kasstroomoverzicht
Stand slotwet t-2 | Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting t-1 | t | t+1 | t+2 | t+3 | t+4 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. | Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen | 11.935 | 16.802 | 16.602 | 15.527 | 15.502 | 15.477 | 15.452 |
+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom | 111.527 | 111.126 | 125.923 | 129.317 | 131.316 | 134.095 | 136.948 | |
-/- totaal uitgaven operationele kasstroom | ‒ 105.815 | ‒ 111.126 | ‒ 125.923 | ‒ 129.317 | ‒ 131.316 | ‒ 134.095 | ‒ 136.948 | |
2. | Totaal operationele kasstroom | 5.712 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
-/- totaal investeringen | ‒ 5 | ‒ 200 | ‒ 1.075 | ‒ 25 | ‒ 25 | ‒ 25 | ‒ 25 | |
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
3. | Totaal investeringskasstroom | ‒ 5 | ‒ 200 | ‒ 1.075 | ‒ 25 | ‒ 25 | ‒ 25 | ‒ 25 |
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement | ‒ 840 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
+/+ eenmalige storting door moederdepartement | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
-/- aflossingen op leningen | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
+/+ beroep op leenfaciliteit | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | |
4. | Totaal financieringskasstroom | ‒ 840 | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ | ‒ |
5. | Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4) | 16.802 | 16.602 | 15.527 | 15.502 | 15.477 | 15.452 | 15.427 |
Toelichting bij het kasstroomoverzicht
In het overzicht van de kasstromen staat de meerjarige verwachting van de omvang centraal, alsmede de besteding van de beschikbare investeringsruimte en de liquiditeitsverwachting. De beoogde investeringen in 2027 betreffen de aanschaf van een nieuwe kledinglijn en diverse evenementenmaterialen. De financiering zal gebeuren vanuit eigen middelen.
In 2024 is een positief resultaat behaald, waardoor het eigen vermogen boven de gestelde limiet uitkwam en een verplichte afroming heeft plaatsgevonden. Deze afroming is in 2025 (t-2) verwerkt als uitkering van € 0,8 miljoen aan het moederdepartement. Niet zichtbaar in het overzicht is dat in 2025 een negatief resultaat is gerealiseerd, dat ten laste van het eigen vermogen is gebracht. Derhalve heeft in 2026 geen uitkering aan het moederdepartement plaatsgevonden.
Doelmatigheidsparagraaf
Onderstaande tabel is onderverdeeld in een generiek deel en een specifiek deel. Deze indeling vloeit voort uit de aard van de ondersteuning door Paresto en de sturing op de bruto marge van de locaties. De hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.
Stand slotwet t-2 | Vastgestelde begroting t-1 | t | t+1 | t+2 | t+3 | t+4 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Omschrijving | |||||||
Totaal omzet verkopen (x € 1.000) | 61.050 | 60.035 | 69.913 | 71.895 | 72.462 | 73.847 | 75.264 |
Vte'n totaal | 883 | 884 | 917 | 926 | 934 | 942 | 951 |
- waarvan in eigen dienst | 812 | 847 | 869 | 877 | 885 | 893 | 901 |
- waarvan inhuur | 71 | 37 | 48 | 48 | 49 | 49 | 50 |
Saldo van baten en lasten (%) | ‒ 0,7% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Aantal locaties | 76 | 77 | 79 | 79 | 79 | 79 | 79 |
Productiviteit per medewerker (omzet per Vte) | 69.112 | 67.913 | 76.272 | 77.672 | 77.591 | 78.371 | 79.165 |
% Ziekteverzuim | 9,4% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% |
% Bruto marge locaties | 32,7% | 35,0% | 29,8% | 29,8% | 29,8% | 29,8% | 29,8% |
Toelichting
Totaal omzet verkopen
Dit betreft de gehele omzet welke verkregen is uit de in rekening gebrachte verkopen voor verrichte leveranties en diensten. De stijging ten opzichte van 2025 (t-2) is een gevolg van verwachte groei. De verwachting is dat de omzet in 2026, op basis van de nieuwe inzichten, hoger zal uitvallen dan de hiervoor vastgestelde begroting.
Totaal VTE
Dit betreft het gemiddelde VTE over het jaar gesplitst naar in eigen dienst en inhuur. De investering in eigen personeel wordt voortgezet. Dit geldt niet alleen voor de operatie, maar ook voor het ondersteunend personeel op het servicekantoor.
Saldo van baten en lasten (%)
Dit wordt berekend door het gerealiseerde resultaat te delen door baten.
Aantal locaties
Dit betreft het aantal locaties waar Paresto aanwezig is als leverancier van de standaard cateringactiviteiten. Ten opzichte van 2025 (t-2) worden de locaties Bunnik, Logistiek Centrum Soesterberg (LCS) en het Opslag- en Distributiecentrum (ODC) Het Arsenaal in Den Helder in gebruik genomen.
Productiviteit per medewerker
Dit wordt berekend door Totaal omzet verkopen te delen door Totaal VTE. Omdat voor toekomstige jaren geen rekening gehouden wordt met prijseffecten blijft de productiviteit stabiel.
Ziekteverzuim
Dit wordt berekend door het aantal ziektedagen te delen door de werkelijke personeelssterkte maal het aantal kalenderdagen van een maand. Paresto hanteert een eigen norm van 8,5% waarmee geanticipeerd wordt op een hoger verzuim dan gemiddeld vanwege een hoge gemiddelde leeftijd.
Brutomarge locaties %
Dit is het percentage van totale omzet verkopen verminderd met ingrediëntskosten ten opzichte van de totale omzet verkopen. De daling van het percentage voor de komende jaren is een gevolg van de gestegen afname die tot een hoger absoluut margebedrag leidt.
6. Bijlagen
6.1 Bijlage Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak
Naam organisatie | ZBO/RWT | Begrotingsartikel | Begrotingsramingen 2027 | Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet | Volgende evaluatie ZBO |
|---|---|---|---|---|---|
RWT | Niet beleidsartikel 9: Algemeen | € 37,1 miljoen | |||
RWT | Niet beleidsartikel 9: Algemeen | € 20,7 miljoen | |||
RWT | Beleidsartikel 8: Defensie Ondersteuningscommando | € 26,1 miljoen | |||
RWT | N.v.t. | € 0 |
NLVi
Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak en voert taken uit op het gebied van zorg, welzijn, erkenning, waardering van de veteraan en geeft uitvoering aan het veteranenbeleid zoals dit staat beschreven in de veteranenwet. Het NLVi is op 1 januari 2021 ontstaan dankzij het samengaan van zes organisaties of organisatiedelen te weten: stichting het Veteranen Instituut, stichting De Basis, stichting Nederlandse Veteranendag (NLVD), het programmabureau Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), de zorgcoördinatie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en de coördinatie van de nuldelijnsondersteuning van het Veteranenplatform (VP).
SKD
De Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak en draagt zorg voor het beheren van de museale collectie van het Defensie Nationaal Militair Museum (NMM), het Mariniersmuseum en het Marinemuseum. Zij stelt zich daarnaast ten doel de bezoekers aan de hand van een uiteenlopend activiteitenaanbod, met vaste en tijdelijke exposities, inzicht te laten verwerven in de betekenis van de krijgsmacht voor onze samenleving in heden, verleden en toekomst.
SWOON
De Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) ziet in het kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek toe op het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en onderzoek op de Nederlandse Defensie Academie. De stichting verzorgt de wetenschappelijke bachelor- en masterprogramma’s als onderdeel van de officiersopleiding, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat zij opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt ze wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de wetenschappelijke opleidingen.
SZVK
De Stichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht (SZVK) is namens het ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële regeling Ziektekostenverzekering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst aangezien deze niet vallen onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW). De SZVK ontvangt geen financiële bijdragen van Defensie om haar taken uit te voeren, maar verkrijgt haar inkomsten uit ziektekostenpremies die Defensie afdraagt. Daarnaast vergoedt Defensie een deel van de kosten van de schadelast die als gevolg van vliegen, inzet, varen en oefenen (VIVO-schade) kan optreden en die niet ten laste van de verzekering wordt gebracht en voor rekening van Defensie als werkgever komt. Naar huidig inzicht kwalificeert deze betaling van de VIVO-schadevergoeding zich niet als een bijdrage van het moederdepartement aan een RWT.
Defensie heeft geen begrotingsraming voor Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak vallend onder andere ministeries.
6.2 Bijlage subsidieoverzicht
De subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een toegevoegde waarde hebben. Deze instellingen verrichten o.a. activiteiten op het gebied van veteranen, militair erfgoed en kennis. Verder zijn de subsidiebeschikkingen die Defensie verstrekt alleen bedoeld voor de specifieke subsidieaanvrager en berusten niet op wettelijk voorschrift of wettelijke regeling, anders dan gelegen in de begroting (http://wetten.overheid.nl/BWBR0013110/). De bedragen die zijn opgenomen in de begroting betreffen het wettelijk plafond.
Vanaf 2019 publiceert Defensie de resultaten van de, vanaf dat moment uitgevoerde, subsidie-evaluaties in het jaarverslag. De subsidies worden jaarlijks bij Defensie aangevraagd, door Defensie bezien en op risico’s beoordeeld. De grootte en eventuele risico’s zijn medebepalend voor het controle arrangement, waaronder de subsidie valt. De subsidies worden elke vijf jaar apart geëvalueerd. Tijdens de evaluatie wordt het gezamenlijk belang heroverwogen, waarna afhankelijk van de uitkomst, kan worden besloten tot afbouw van de subsidierelatie.
Artikel | Naam | 2025 | 2026 | 2027* | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | Laatste evaluatie | Volgende evaluatie | Einddatum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) | 38.721 | 39.650 | 37.122 | 41.700 | 41.700 | 41.700 | 41.700 | 2026 | 2030 | 2031 |
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen | 75 | 150 | 50 | 50 | 50 | 50 | 50 | 2026 | 2030 | 2031 |
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers | 0 | 0 | 570 | nvt | 2030 | 2031 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Veteranen Platform (VP) | 489 | 499 | 499 | 499 | 499 | 499 | 499 | 2030 | 2031 | |
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Koninklijke Defensiemusea | 19.817 | 20.394 | 20.649 | 20.649 | 20.649 | 20.649 | 20.649 | 2026 | 2030 | 2031 |
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Nationale Taptoe | 360 | 642 | 351 | 351 | 2027 | 2028 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Universiteit van Amsterdam | 95 | 95 | 77 | 77 | 2027 | 2028 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Maritiem Kenniscentrum | 25 | 26 | 26 | 26 | 2027 | 2028 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Historische Vlucht | 134 | 140 | 132 | 132 | 2027 | 2028 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | SWoon NLDA | 25 | 26 | 26 | 26 | 2027 | 2028 | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg | 75 | 77 | 77 | 77 | 77 | nvt | 2028 | 2029 | ||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Europees Jeugdparlement Nederland | 22 | ‒ | ‒ | eenmalig | eenmalig | eenmalig | ||||
Niet beleidsartikel 9: Algemeen | Subsidies te verstrekken na evaluatie/ nader te verdelen1 | 0 | 2.027 | 489 | 713 | 1.326 | 1.402 | 1.402 | ‒ | ‒ | ‒ |
Totaal subsidies | 59.838 | 63.726 | 60.068 | 64.300 | 64.301 | 64.300 | 64.300 | ‒ | ‒ | ‒ | |
* de rijksbrede taakstelling op subsidies is per 2027 verwerkt in de subsidiebudegetten. | |||||||||||
6.3 Bijlage uitwerking Strategische Evaluatieagenda
Inleiding
Conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) is in deze bijlage een uitwerking van de Strategische Evaluatieagenda (SEA) opgenomen. De SEA bestaat daarmee uit twee onderdelen:
1. Een toelichting op de SEA en een tabel met planning van periodieke rapportages in de Beleidsagenda.
2. Een nadere uitwerking per SEA-thema in deze bijlage.
De nadere uitwerking omvat een toelichting per SEA-thema en een overzicht van evaluaties, onderzoeken of voortgangsrapportages die:
– de afgelopen vier jaar zijn opgeleverd;
– momenteel worden uitgevoerd of worden opgesteld en die;
– de komende jaren op de planning staan.
Het syntheseonderzoek naar het thema ‘Randvoorwaarden: Infrastructuur en Vastgoed’ (2026) is in uitvoering en het syntheseonderzoek naar het thema ‘Mensen: personeelsbeleid’ (2027) wordt in 2026 voorbereid. Vanzelfsprekend zijn deze eerstvolgende periodieke rapportages daarmee meer en breder in beeld dan de periodieke rapportages die later in de tijd gepland staan. De toelichting op de thema’s van de eerstvolgende periodieke rapportages is daarom, evenals de nadere duiding van de inzichtbehoefte, uitgebreider dan voor de thema’s die in de jaren na 2027 volgen.
Thema 1. Gevechtskracht (inzet- en gereedstelling)
De krijgsmacht moet de juiste gevechtskracht hebben om tegenstanders af te schrikken. En de krijgsmacht moet gereed zijn om te vechten en het gevecht vol te houden wanneer een tegenstander toch aanvalt. De krijgsmacht dient daartoe te beschikken over effectieve en toekomstbestendige gevechtskracht, met een goede balans tussen slagkracht en het vermogen inzet lang vol te houden, en tussen massa en hoogtechnologische wapensystemen. Daarnaast moet de krijgsmacht gereed zijn en de juiste capaciteiten hebben voor nationale taken en inzet in EU-missies of andere verbanden.
Personeel en materieel zijn de bouwstenen voor inzet en gereedstelling. De periodieke rapportage over gevechtskracht is daarom na de periodieke rapportages over personeel (2027) en materieel (2028) gepland.
Om een overkoepelend beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid te krijgen, gebruikt deze periodieke rapportage informatie uit verschillende bronnen, bijvoorbeeld:
• Evaluaties van missies en operaties
In Kamerstuk 27925, nr. 721 wordt toegelicht hoe en wanneer Defensie missies monitort en evalueert. Zo zet het Kamerstuk uiteen dat Defensie gebruikmaakt van voortgangsrapportages, tussentijdse evaluaties, eindevaluaties en in enkele gevallen een post-missie beoordeling. Conform het Toetsingskader wordt voor iedere Artikel-100 missie een eindevaluatie uitgevoerd. Dit wordt sinds 1 mei 2020 niet meer door de departementen Defensie, Buitenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid gedaan, maar door een onafhankelijke externe partij.
• Stand van Defensie
In de Stand van Defensie worden de inzet- en gereedstellingsdoelen gemonitord via een set van kritische prestatie-indicatoren (KPI'n), inhoudelijke informatie over de gereedheid van Defensie is opgenomen in een vertrouwelijke bijlage.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het thema ‘Gevechtskracht’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Fleet Operational Standards and Training (FOST) | Synthese (beleidsdoorlichting) | 2024 | Afgerond | Deze beleidsdoorlichting (Kamerstuk 31516, nr. 43) richtte zich op de gereedstelling van de zogenaamde ‘Grootbovenwatereenheden (GBW)’ van het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK). FOST is een instituut op het gebied van operationele training voor maritieme oorlogsvoering. Nederland doet al tientallen jaren mee aan de FOST. De centrale vraag was: «In hoeverre is de Nederlandse deelname aan FOST als onderdeel van de gereedstelling doeltreffend en doelmatig, en welke factoren zijn hierop van invloed?» | H 10, artikel 2 |
Gevechtskracht: Inzet en gereedstelling | Synthese (periodieke rapportage) | 2029 | Te starten | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda), voornamelijk H 10, artikel 1 |
Overige missie-bijdragen | Voortgangsrapportage | Jaarlijks | Lopend | Deze rapportage gaat in op de voortgang van en de Nederlandse bijdrage aan de internationale inspanningen. Voor zover mogelijk wordt beschreven in welke mate de inzet van Nederlandse militaire eenheden, individuele militairen en civiele experts en politiefunctionarissen heeft bijgedragen aan de realisatie van de missie- c.q. operatiedoelstellingen. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks op Verantwoordingsdag gepubliceerd (meest recent: Kamerstuk 29521, nr. BV). | H 10, artikel 1 |
Inzet NAVO-Oostflank | Voortgangsrapportage | Jaarlijks | Lopend | De grootschalige agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de onverminderde Russische dreiging vormen de grootste geopolitieke uitdagingen voor het NAVO-bondgenootschap sinds het einde van de Koude Oorlog. De Russische dreiging manifesteert zich nadrukkelijk aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. In deze voortgangsrapportage licht het kabinet de ontwikkelingen en besluiten toe over de inzet aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks op Verantwoordingsdag gepubliceerd (meest recent: Kamerstuk 28676, nr. 559). | H 10, artikel 1 |
CMX’22 / Resilient Lion’22 | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | De NAVO organiseert periodiek een politiek-militaire, strategische crisismanagementoefening (Crisis Management Exercise, CMX) om besluitvorming in NAVO-verband te beoefenen. De editie van 2022 is afgelast in verband met de inval van Rusland in Oekraïne. Om alsnog relevante vraagstukken te bespreken in de daarvoor bestemde overleggen is de oefening Resilient Lion gehouden. Na afloop is de voorbereiding op en deelname aan de oefening geëvalueerd en zijn aanbevelingen ter verbetering geformuleerd. | H 10, artikel 1 |
Een missie in een missie. De Nederlandse bijdrage aan de VN Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatie Missie in Mali (MINUSMA) 2014-2019 | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA werd op 1 mei 2019 beëindigd. De eindevaluatie hiervan is door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) uitgevoerd (Kamerstuk 29521, nr. 451). Onderzocht is in hoeverre de doelen voor de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA zijn bereikt en welke lessen daaruit kunnen worden getrokken voor toekomstige missies. | H 10, artikel 1 |
Grondslag gezocht - Onderzoekscommissie Land Information Manoeuvre Centre (LIMC) | Commissie van onderzoek | 2023 | Afgerond | Conform de motie Belhaj c.s. (Kamerstuk 32 761, nr. 186) heeft de minister van Defensie besloten om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC). De onderzoekscommissie heeft onder leiding van Harm Brouwer een diepgaande analyse uitgevoerd naar de gang van zaken rondom de besluitvorming en taakuitvoering van het LIMC. Het eindrapport is door de bewindspersonen van Defensie op 13 januari 2023 naar de Kamer gestuurd (Kamerstuk 32761, nr. 258). | H 10, artikel 3 |
Vlucht verzekerd. Eindevaluatie Nederlandse C-130 bijdrage aan VN-missie MINUSMA in Mali 2021-2022. | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | De artikel-100 missiebijdrage van Nederland aan de VN-missie in Mali (MINUSMA), met een C-130 transportvliegtuig inclusief bemanning en ondersteunend personeel van november 2021 tot en met medio mei 2022, is geëvalueerd door een onafhankelijke partij (IOB) (Kamerstuk 29521, nr. 466, Kamerstuk 29521, nr. BD). | H 10, artikel 1 |
Tussen wens en werkelijkheid. Eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support. | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | Van 2015 tot 2021 nam Nederland deel aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan. De Nederlandse bijdrage aan de Resolute Support missie is door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) geëvalueerd. Tijdens de evaluatie is onderzocht in hoeverre de doelen van de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support zijn bereikt, hoe dit kan worden verklaard en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige Nederlandse missiebijdragen (Kamerstuk 27925, nr. 941). | H 10, artikel 1 |
Reconstructie en analyse van de evacuatie uit Kaboel in augustus 2021 | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2023 | Afgerond | Deze evaluatie is uitgevoerd door een onafhankelijke commissie van onderzoek Evacuatie-operatie Kabul (COEK) voorgezeten door drs. Maarten Ruys (Kamerstuk 27925, nr. 897). De commissie Ruys had tot taak om conform de motie Boswijk c.s. (Kamerstuk 27 925 nr. 838) onderzoek te doen naar de gang van zaken in de grootschalige evacuatieoperatie vanuit Kaboel vanaf het moment van aannemen van de motie Belhaj c.s. over de tolkenregeling op 12 november 2019 (Kamerstuk 35300 X, nr. 45). (Kamerstuk 27925, nr. 944) | H 10, artikel 1 |
Intensivering zoektocht vermist Special Report Afghanistan | Ex-post onderzoek | 2023 | Afgerond | In de brief ‘Voortgang actieplan missiearchieven Afghanistan: afronding zoekslag naar vermeend rapport en onderzoek naar melding’ (Kamerstuk 27925 nr. 945) is de Kamer geïnformeerd over een zoekslag die is uitgevoerd naar een rapport over een mogelijk oorlogsmisdrijf door Australische militairen in Uruzgan in 2010. Defensie concludeerde, na uitgebreid onderzoek van de Afghanistan missiearchieven, dat ‘aannemelijk wordt geacht dat het vermeende rapport daadwerkelijk is opgesteld, maar dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld’. | H 10, artikel 1 |
Onderzoek Special Report Afghanistan (SR 2.0) | Ex-post onderzoek | 2026 | Afgerond | Tijdens werkzaamheden zijn gegevensdragers aangetroffen met daarop operationele rapporten van de Task Force Uruzgan uit de periode 2006 tot en met 2010, waaronder het gerubriceerde rapport waarop een eerder onderzoek (2022/2023) betrekking had. De minister van Defensie heeft opdracht gegeven de feiten rondom het aangetroffen rapport en de gegevensdragers waarop het werd gevonden intern te onderzoeken. Hierbij is in de digitale reguliere datasets van 20 jaar Nederlandse inzet in Afghanistan onderzoek gedaan naar inlichtingenrapportages die melding maakten van vermeende schendingen van het humanitair oorlogsrecht (HOR).Op 8 juni 2026 is de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten (Kamerstuk nog toevoegen). Nederlandse eenheden worden in geen van de rapporten in verband gebracht met een schending van het HOR. Rapporten waarin wel sprake is van vermeende schending van het HOR hebben betrekking op twee coalitiepartners die door Defensie op de hoogte zijn gebracht. Het eerder vermiste Special Report is eerder niet gevonden omdat de gegevensdrager waarop deze stond op onjuiste wijze was gearchiveerd. Hoewel niet is gebleken dat dit intentioneel is gebeurd, heeft het onderzoek nogmaals het belang van het op orde brengen, digitaliseren en doorzoekbaar maken van alle missie-archieven onderstreept. Defensie is hier reeds mee bezig. | H 10, artikel 1 |
Wapeninzet Hawija | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2024 | Afgerond(heropening afgerond in 2026) | De evaluatie was gericht op de vraag hoe bij de Nederlandse wapeninzet in Hawija, Irak, in de nacht van 2 op 3 juni 2015, burgerslachtoffers hebben kunnen vallen evenals welke lessen hieruit te trekken zijn voor de toekomst. Deze evaluatie werd uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoekscommissie van tijdelijke aard die onder leiding stond van mr. Winnie Sorgdrager, minister van staat (Kamerstuk 27925, nr. 753 en 754). Het instellen van deze commissie kwam voort uit de uitvoering van de motie Belhaj (Kamerstuk 27925, nr. 14. (Kamerstuk 27925, nr. 983)Naar aanleiding van teruggevonden F-16 videobeelden besloot de commissie Sorgdrager het onderzoek te heropenen en een addendum op haar rapport op te stellen (Kamerstuk 27925, nr. 1010). Op 24 februari 2026 is het addendum aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 27925, nr. 1017). Het addendum bevat diverse hernieuwde bevindingen, conclusies en aanbevelingen ten aanzien van de teruggevonden F-16 beelden, de informatieplicht aan de Kamer, de inlichtingenpositie van Defensie en archivering. | H 10, artikel 10 |
Mortierongeval Aruba | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2024 | Afgerond | Op 31 augustus 2022 gaf de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV), in het licht van haar bevindingen ten aanzien van het mortierongeval van 2026 in Mali, in overweging een mortierongeval op Aruba in 1961 opnieuw te laten bezien (Kamerstuk 35925 X, nr. 92). Dit vanwege ogenschijnlijke gelijkenissen tussen beide ongevallen, waar de OvV door een nabestaande van het mortierongeval op Aruba op werd gewezen. Dit onderzoek is uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Op 14 november 2024 zijn de resultaten van dit onderzoek met de Kamer gedeeld (Kamerstuk 36600 X, nr. 30). | H 10, artikel 8 |
Mortierongeval Mali | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2025 i.p.v. 2024 | Afgerond | Het onderzoek was gericht op de vraag of en hoe eventueel individueel nalatig en/of verwijtbaar handelen kan worden vastgesteld bij de werkwijzen die hebben geleid tot het mortierongeval in Mali (op 6 juli 2016). Dit onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoekscommissie van tijdelijke aard onder leiding van de heer P. (Peter) den Oudsten. Op 14 oktober 2025 werd het rapport van Commissie Den Oudsten aan de Kamer aangeboden, voorzien van een eerste inhoudelijke reactie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 13). Op 27 november 2025 volgde een uitgebreide beleidsreactie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 15).De commissie concludeerde dat er in aanloop naar, en tijdens de inzet van de missie in Mali sprake was van zowel individueel nalatig als verwijtbaar handelen, dat de besluitvorming rond de totstandkoming, invulling en uitvoering van de onderzoeksopdracht van Commissie Van der Veer gebreken kende, dat de informatievoorziening richting de Kamer bij de aanbieding van het rapport onvolledig is geweest en dat het ministerie te weinig oog heeft gehad voor het perspectief van de getroffenen en nabestaanden. Het rapport wordt nog besproken met de Kamer (10 september 2026). In de beleidsreactie heeft Defensie aangegeven welke maatregelen zij neemt, in navolging van de conclusies en aanbevelingen. De minister en CDS hebben na het uitkomen van het rapport Commissie Den Oudsten gesprekken gevoerd met de nabestaanden en de gewonde militairen. Hierbij zijn additionele afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Hierover kunnen in het openbaar geen mededelingen worden gedaan. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda), hoofdzakelijk H 10, artikel 1 |
Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) | Ex-durante / ex-post evaluatie | 2026i.p.v.2025 | Lopend | Vierjaarlijkse evaluatie van het FNIK-convenant waarbij wordt gekeken naar de inhoud, het functioneren, de uitvoering en het beschikbare budget. Het onderzoek zelf is afgerond, maar de bredere afstemming loopt nog. | H 10, artikel 1 |
Nederlandse inzet op maritieme veiligheid in de Rode Zee | Missie-evaluatie | 2026i.p.v.2025 | Afgerond | Voor artikel 100 Toetsingskader missies of operaties geldt een afspraak met de Kamer om de inzet na beëindiging onafhankelijk te evalueren. De directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken is daarom verzocht een evaluatie van de Nederlandse bijdrage aan de maritieme veiligheid in de Rode Zee uit te voeren. De IOB heeft het onderzoek in december 2025 afgerond. Op 27 maart 2026 is de kabinetsreactie gedeeld met de Kamer, mede ondertekend door de Minister van Defensie (Kamerstuk 29521, nr. 512). | H 10, artikel 1 |
CMX’25 | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | De NAVO organiseert periodiek een politiek-militair strategische crisismanagementoefening (Crisis Management Exercise, CMX); een tweejaarlijkse stafoefening (zonder inzet van troepen) om crisisbesluitvorming te beoefenen op het NAVO HQ en in de hoofdsteden van de lidstaten. Nederland heeft in maart meegedaan aan de CMX 2025, waarin een complex scenario gebruikt is (militaire aanval op de oostflank van Europa en diverse hybride componenten, uitmondend in een Artikel 5-besluit). Defensie heeft de eigen deelname aan de CMX 2025 intern geëvalueerd (gerubriceerd rapport); de aanbevelingen uit deze evaluatie worden meegenomen in de voorbereiding op de CMX 2027. | H 10, artikel 3 |
Teruggevonden F-16 videobeelden Hawija | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2026i.p.v.2025 | Afgerond | Op 27 maart 2025 is de Kamer geïnformeerd over de vondst van videobeelden gemaakt door een Nederlandse F-16, de ochtend na de wapeninzet tegen een ISIS-autobommenfabriek in Hawija in de nacht van 2 op 3 juni 2015 (Kamerstuk 27925, nr. 986). Naar aanleiding daarvan is een onderzoek aangekondigd om te achterhalen wat er met de videobeelden is gebeurd na het maken ervan, de feiten te reconstrueren en op basis daarvan een oordeel te vellen en conclusies te trekken.De externe en onafhankelijke ‘Commissie van onderzoek teruggevonden F-16 videobeelden Hawija (Irak)’, oftewel de commissie Brouwer, heeft dit onderzoek uitgevoerd conform het instellingsbesluit (Kamerstuk 27925, nr. 992). Het onderzoeksrapport is op 24 februari 2026 aangeboden aan de Kamer (Kamerstuk 27925, nr. 1017). De commissie concludeerde, in vervolg op de vraag waarom de beelden niet eerder zijn teruggevonden, dat er geen sprake was van kwade opzet. Wel heeft het onderzoek eens te meer duidelijk gemaakt dat Defensie veel moet investeren in de informatiehuishouding en archivering. | H 10, artikel 10 |
Onderzoek missiearchieven | Ex-post evaluatie | 2026/2027 | Lopend | Naar aanleiding van teruggevonden beelden die gemaakt zijn in Hawija startte de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IO&E) een onderzoek naar de huidige praktijk van missiegerelateerde archivering bij Defensie (Kamerstuk 27925, nr. 989). De IO&E voert dit onderzoek in twee fasen uit. Fase 1 betreft onderzoek naar de interne regelgeving bij Defensie. Fase 2 is gericht op onderzoek naar de borging van de duurzame toegankelijkheid van informatie bij toekomstige missies/inzet en op onderzoek naar de staat van afgeronde missiearchieven. Het rapport over fase 1 is op 23 juni 2026 met de Kamer gedeeld (Kamerstuk 32307, nr. 4). De IO&E concludeert dat Defensie stappen zet om de informatiehuishouding in algemene zin te verbeteren, maar dat de staat van de missie-archivering (betreffende interne regelgeving) momenteel onvoldoende is en dat verbeteringen sneller doorgevoerd moeten worden. Defensie erkent de conclusies en neemt alle aanbevelingen over.Onderzoeksfase 2 is in april 2026 gestart en het rapport wordt naar verwachting in Q1-2027 opgeleverd. Tezamen vormen beide deelrapporten in 2027 één overkoepelend rapport met eindconclusies. | H 10, artikel 10 |
Nederlandse wapeninzet te Mosul, Irak, op 22 maart 2016 | Ex-post evaluatie | 2026 | Afgerond | Het interne onderzoek was gericht op de Nederlandse wapeninzet op gebouwen op de universiteitscampus van Mosul, die volgens de anti-ISIS-coalitie door ISIS werd gebruikt als hoofdkwartier. De wapeninzet heeft plaatsgevonden op 22 maart 2016. Het Plan van Aanpak voor dit onderzoek is in augustus 2023 goedgekeurd door de Commandant der Strijdkrachten. Na afronding van het interne onderzoek is de Kamerbrief met gelakte versie van het onderzoeksrapport op 25 maart 2026 verzonden (Kamerstuk 27925, nr. 1019). De advocaat van de nabestaanden is via de Landsadvocaat geïnformeerd. Daarnaast zijn de betrokken journalisten, het OM, de Iraakse autoriteiten, coalitiepartners en de getuigen geïnformeerd, evenals de oud-Minister van Defensie en de oud-Commandant der Strijdkrachten. Er volgt nog een technische briefing aan de Vaste Commissie Defensie op een nader te bepalen datum. | H 10, artikel 1 |
20 jaar Nederlandse inzet in Afghanistan | Wetenschappelijk onderzoek | 2027 i.p.v. 2026 | Lopend | Een wetenschappelijk onderzoek naar het resultaat van twintig jaar Nederlandse inzet in Afghanistan (Kamerstuk 27925, nr. 885). Het is geen evaluatie in enge zin des woords, maar een breed wetenschappelijk onderzoek naar de gehele (dus niet alleen militaire) Nederlandse inzet in Afghanistan van de afgelopen 20 jaar. Het oogmerk is om in negen deelonderzoeken en een samenvattend slotwerk te voorzien. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). | H 10, artikel 1 |
Inzet Irak 2014-2025 | Ex-post evaluatie | 2027 | Te starten | De directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) van het ministerie van Buitenlandse Zaken evalueert de Nederlandse inzet in de strijd tegen ISIS, met name in Irak, gedurende de periode 2014-2025. Daarbij zal worden gekeken naar de resultaten, de effectiviteit en de samenhang van de militaire en civiele bijdragen binnen de 'geïntegreerde benadering', en naar de Nederlandse positie bij optreden in coalitieverband. | H 10, artikel 1 |
Defensie Ruimteagenda | Ex-post evaluatie | 2027-2028 | Te starten | Tijdens deze ex-post evaluatie wordt onderzocht in hoeverre de te ontwikkelen capaciteiten uit de Defensie Ruimteagenda (Kamerstuk 36 124, nr. 10), daadwerkelijk zijn ontwikkeld. Tijdens deze evaluatie wordt tevens gekeken naar de internationale en bilaterale samenwerking. | H 10, artikel 4 |
Thema 2. Mensen
Het vervullen van de personele behoefte is één van de ondersteunende processen voor gereedstelling en inzet van de krijgsmacht. Defensie heeft ervoor gekozen dit in de SEA thematisch aan te duiden als ‘Mensen’, aangezien effectieve en langdurige inzet van de krijgsmacht vraagt om mensen die bereid zijn en bereid blijven daaraan te werken. Daarmee zijn mensen uiteindelijk beslissend voor de kracht van de krijgsmacht en het vermogen van de hele organisatie om taken uit te voeren en doelen te behalen. In het licht van de huidige dreigingen, moet Defensie nog sneller groeien om haar taken te kunnen uitvoeren en permanent inzetgereed te zijn. De huidige situatie vraagt bovendien om een flexibele, schaalbare en diverse organisatie.
Het thema ‘Mensen’ bestaat uit de volgende twee subthema’s, waarvoor Defensie separaat een periodieke rapportage oplevert:
– 2.1. Veiligheid
– 2.2. Personeel
Subthema 2.1: Veiligheid
Defensie voert, als organisatie die veiligheid brengt, haar taken vaak uit onder risicovolle omstandigheden. Defensie bereidt haar personeel voor om noodgedwongen te kunnen optreden in onveilige. Dat geldt voor huidige inzet en nog meer bij inzet in het kader van het beschermen en verdedigen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten bij een gewapend conflict. Onze mensen moeten zich daar zo goed en zo veilig mogelijk op kunnen voorbereiden. Daarbij hoort dat medewerkers zich veilig, gewaardeerd en gerespecteerd voelen en dat leiders het goede voorbeeld geven en hun verantwoordelijkheid nemen
In 2018 lanceerde Defensie het plan ‘Een veilige defensieorganisatie’ (hierna: Veiligheidsplan) met veertig maatregelen om de fysieke en sociale veiligheid binnen de organisatie te verbeteren. Dit plan was een reactie op verschillende incidenten. Zo concludeerde de Commissie-Van der Veer, naar aanleiding van het ongeval in Mali (2016), dat Defensie tekortkomingen vertoonde in haar veiligheidsbeleid, materieelonderhoud en risicomanagement. Daarnaast onderzocht de Commissie-Giebels meldingen van grensoverschrijdend gedrag en stelde zij vast dat Defensie structureel tekortschoot in de aanpak van dergelijke meldingen. Ook werd een probleem met de meldcultuur en sociale veiligheid binnen de organisatie geconstateerd. Op basis van het Veiligheidsplan zijn stappen gezet om het veiligheidsbeleid van de interne organisatie te versterken, zoals de oprichting van de IVD en het herzien van het bestaande integriteitsbeleid.5
Inzichtbehoefte
In 2025 voerde Defensie de Periodieke Rapportage Mensen (veiligheid) uit (PR Veiligheid), gericht op het veiligheidsbeleid in de periode 2018 tot en met 2023. Het evalueren van de impact die de verschillende maatregelen hebben gehad op de verbetering van veiligheid stond hierbij centraal. De hoofdvraag was: in hoeverre was het veiligheidsbeleid van Defensie tussen 2018 en 2023 doeltreffend en doelmatig? Het rapport en kabinetsreactie zijn op 12 december 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden.
De onderzoekers (Deloitte en Berenschot) concluderen dat het beperkt mogelijk is om de doeltreffendheid van het beleid vast te stellen en dat het niet mogelijk is de doelmatigheid van het veiligheidsbeleid vast te stellen. De onderzoekers geven aanbevelingen voor het beter onderbouwen van het veiligheidsbeleid. In de kabinetsreactie heeft Defensie aangegeven de conclusie te herkennen en de aanbevelingen over te nemen.
Dit heeft zijn weerslag in de geplande evaluaties. Het herzien van het beleidskader en het beter onderbouwen van het veiligheidsbeleid gaat hand in hand met het beter meten van beleidseffecten. In het herzien van het beleidskader komt dit op verschillende manieren terug (ex ante). Ten eerste zal op basis van een beleidstheorie worden gekeken naar de bestaande maatregelen en de te verwachten effectiviteit. Dit kan leiden tot stoppen, aanpassen of aanvullen van de bestaande maatregelen. Ten tweede worden in 2026 drie nieuwe KPI’s gemeten, die meer zeggen over de effectiviteit van het beleid. Deze KPI’s zijn mogelijk ook deels terug te halen uit eerdere jaren, maar zijn vooral te zien als nulmeting voor het herziene veiligheidsbeleid. Tot slot zal er gekeken worden naar een benchmark. Dit draagt bij aan het beantwoorden van de doelmatigheidsvraag.
Los daarvan worden de evaluaties op deelaspecten doorgezet als gepland.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het subthema ‘veiligheid’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Mensen: Veiligheid | Synthese (periodieke rapportage) | 20252032 | AfgerondTe starten | Dit syntheseonderzoek, dat conform de eisen uit de RPE is uitgevoerd, is in 2025 afgerond. Op 12 december 2025 is het, samen met de kabinetsreactie, aangeboden aan de Kamer (kamerstuk 31516, nr. 50). De conclusie was dat de doeltreffendheid van het veiligheidsbeleid slechts in beperkte mate te beoordelen is, enkel op deelaspecten konden concluderende uitspraken worden gedaan. De doelmatigheid van het veiligheidsbeleid was niet te beoordelen omdat de beschikbare onderzoeken en evaluaties hier geen uitspraken over doen. Het onderzoek heeft tevens uitgewezen dat Defensie wel concrete en aantoonbare resultaten heeft geboekt ten aanzien van het onderwerp ‘veiligheid’. Met de brief ‘Opvolging in Beeld’ heeft Defensie de Kamer geïnformeerd over de meest recente status van de opvolging van de aanbevelingen (kamerstuk 31516, nr. 51). De eerstvolgende Periodieke rapportage over het thema ‘Mensen: veiligheidsbeleid’ staat gepland voor 2032. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda) |
PvA Veiligheid | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | Evaluatie van het Plan van Aanpak ‘Een veilige Defensieorganisatie’ om inzicht te krijgen in de status, de uitvoerbaarheid en de effectiviteit van de 40 maatregelen die in het Plan van Aanpak staan. Deze evaluatie is uitgevoerd door de ADR (Kamerstuk 36124, nr. 3). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7,8) |
Meldpunt Integriteit Defensie en Centrale Organisatie Integriteit Defensie | Ex-post evaluatie | 2022 | Afgerond | Naar aanleiding van het rapport van de Commissie-Giebels besloot Defensie om de onafhankelijke positie van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) en het Meldpunt Integriteit Defensie (MID) te waarborgen. Om dit te bereiken zijn de COID en het MID direct onder de secretaris-generaal geplaatst en is het MID sinds begin 2020 extern bemenst. In een motie van de Tweede Kamer is de regering verzocht deze nieuwe positionering van het MID en de onderzoeksrol van de COID te evalueren. Defensie heeft in deze evaluatie de mening van de medewerker meegenomen, ook over het bredere integriteitstelsel (Kamerstuk 35925-X, nr. 88). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Validatie Wet Bescherming Klokkenluiders | Ex-post evaluatie | 2023 | Afgerond | Dit is een externe validatie naar de uitvoering van de Wet Bescherming Klokkenluiders, gericht op het verder verbeteren van de sociale veiligheid en integriteit bij Defensie (Kamerstuk 36410-X, nr. 82, Kamerstuk 36410-X, nr.85). | H 10, artikel 10 |
Mortierongeval Aruba | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2024 | Afgerond | Op 31 augustus 2022 gaf de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV), in het licht van haar bevindingen ten aanzien van het mortierongeval van 2026 in Mali, in overweging een mortierongeval op Aruba in 1961 opnieuw te laten bezien (Kamerstuk 35925 X, nr. 92). Dit vanwege ogenschijnlijke gelijkenissen tussen beide ongevallen, waar de OvV door een nabestaande van het mortierongeval op Aruba op werd gewezen. Dit onderzoek is uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Op 14 november 2024 zijn de resultaten van dit onderzoek met de Kamer gedeeld (Kamerstuk 36600 X, nr. 30). | H 10, artikel 2, 8 |
Mortierongeval Mali | Ex-post (commissie van) onderzoek | 2025 i.p.v. 2024 | Afgerond | Het onderzoek was gericht op de vraag of en hoe eventueel individueel nalatig en/of verwijtbaar handelen kan worden vastgesteld bij de werkwijzen die hebben geleid tot het mortierongeval in Mali (op 6 juli 2016). Dit onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijke onderzoekscommissie van tijdelijke aard onder leiding van de heer P. (Peter) den Oudsten. Op 14 oktober 2025 werd het rapport van Commissie Den Oudsten aan de Kamer aangeboden, voorzien van een eerste inhoudelijke reactie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 13). Op 27 november 2025 volgde een uitgebreide beleidsreactie (Kamerstuk 36 800-X, nr. 15).De commissie concludeerde dat er in aanloop naar, en tijdens de inzet van de missie in Mali sprake was van zowel individueel nalatig als verwijtbaar handelen, dat de besluitvorming rond de totstandkoming, invulling en uitvoering van de onderzoeksopdracht van Commissie Van der Veer gebreken kende, dat de informatievoorziening richting de Kamer bij de aanbieding van het rapport onvolledig is geweest en dat het ministerie te weinig oog heeft gehad voor het perspectief van de getroffenen en nabestaanden. Het rapport wordt nog besproken met de Kamer (10 september 2026). In de beleidsreactie heeft Defensie aangegeven welke maatregelen zij neemt, in navolging van de conclusies en aanbevelingen. De minister en CDS hebben na het uitkomen van het rapport Commissie Den Oudsten gesprekken gevoerd met de nabestaanden en de gewonde militairen. Hierbij zijn additionele afspraken vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Hierover kunnen in het openbaar geen mededelingen worden gedaan. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda), hoofdzakelijk H 10, artikel 1 |
Gezondheid van Nederlandse militairen die uitgezonden zijn geweest vanaf de jaren '90 | Literatuurverkenning | 2025 | Afgerond | Defensie werkt sinds 2021 stapsgewijs aan het implementeren van structurele gezondheidsmonitoring (SGM) (Kamerstuk 36100-X, nr. 1 en Kamerstuk 36410-X, nr. 82) met als doel het opbouwen van meer inzicht in de gezondheid en geleverde zorg aan militairen. Op basis daarvan kan, waar mogelijk, de gezondheid van militairen, de effectiviteit van de zorg en de duurzame inzet van militairen worden verbeterd. De wettelijke grondslag hiervoor is omschreven in een Data Protection Impact Assessement (DPIA) en verankerd in een Algemene Maatregel van bestuur (AMvB). Analyses zijn gericht op groepen medewerkers, niet op het individu.Het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) heeft een historisch (literatuur)onderzoek uitgevoerd, waarbij de gezondheidseffecten van uitzendingen vanaf de jaren ’90 op militairen centraal stonden. In het evaluatierapport worden bronnen genoemd waarmee SGM eventueel uitgebreid kan worden, ook wordt hierin de mogelijkheid van uitbreiding met andere populaties zoals burgermedewerkers en reservisten geschetst. | H 10, artikel 10 |
Ervaringen meldproces integriteitsschendingen en misstanden binnen Defensie | Ex-durante evaluatie | 2026 | Afgerond | Defensie wil de ervaringen van betrokkenen bij meldingen van (vermoedelijke) integriteitsschendingen en misstanden structureel inzichtelijk maken om het meldproces en de ondersteuning te verbeteren. Eerdere evaluaties vonden beperkt plaats, werden niet centraal geregistreerd en werden uitgevoerd door betrokken medewerkers. Deze evaluatie is daarom onafhankelijk belegd bij Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam. Het onderzoek liep van november 2025 tot en met april 2026. De uitkomsten worden besproken met stakeholders binnen Defensie. De aanbevelingen sluiten voor een groot deel aan bij het reeds lopende traject «meldlandschap» en bekende verbeterpunten, zoals de doorlooptijd van het meldproces. In het tweede deel van 2026 wordt een tweede onderzoek uitgevoerd met dezelfde insteek. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Integraal Risicomanagement | Ex-durante evaluatie | 2028 i.p.v. 2027 | Te starten | Binnen Defensie loopt het programma Integraal Risicomanagement (IRM). Dit programma is meerjarig en kent een grote bedrijfsvoeringscomponent waardoor de behoefte bestaat aan een tussentijdse herijking en bijsturing. In 2027 wordt een evaluatie uitgevoerd om de hiervoor benodigde inzichten te verzamelen. Met de uitkomsten van de ex-ante evaluatie (uitgevoerd door NLR, in 2021) hebben de Defensieonderdelen implementatieplannen opgesteld, die als uitgangspunt dienen voor de evaluatie in 2027. | H 10, artikel 10 |
Beleidskader veiligheid | Ex-durante evaluatie | 2028 | Te starten | Defensie herziet momenteel haar Beleidskader Veiligheid, dit zal naar verwachting in 2027 vastgesteld worden. Daarbij zijn de conclusies en aanbevelingen uit de Periodieke Rapportage ‘Mensen: Veiligheid’ leidend. In de beleidstheorie zal expliciet de koppeling gemaakt worden tussen output, outcome en impact alvorens de maatregelen te formuleren. De ontwikkeling van een (uitgebreider) monitorings- en meetsysteem, gericht op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid, vormt een onderdeel van het beleidsproces. Één jaar na inwerkingtreding van het beleid vindt een eerste evaluatie plaats. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Subthema 2.2: Personeel
Defensie staat voor de opgave voldoende en gekwalificeerde mensen te vinden, te binden en te behouden. De afgelopen jaren heeft Defensie diverse maatregelen geïmplementeerd om aan deze opgave te voldoen. Omdat dit veel vraagt van onze mensen en bedrijfsvoeringsprocessen, en Defensie het gevoerde beleid eerst de kans wilde geven tot resultaten te leiden, is besloten het sub-thema ‘Personeel’ in 2027 te evalueren. De uitkomsten van de periodieke rapportage over het veiligheidsbeleid (2025) worden hierbij betrokken, voor zover deze van invloed zijn op of van belang zijn voor het gevoerde personeelsbeleid.
Afbakening en doel van het onderzoek
Deze periodieke rapportage richt zich op de periode 2020-2026. Het gekozen aanvangsjaar 2020 vraagt om nadere duiding. In oktober 2020 verscheen de Defensievisie 2035, waarin ‘het huidige tekort aan menskracht één van de belangrijkste risico’s voor Defensie’ werd genoemd. De organisatie realiseerde zich op dat moment dat zij, ondanks alle investeringen en aanpassingen, onvoldoende was toegesneden op veranderingen op de arbeidsmarkt, demografische ontwikkelingen en de groeiende technologische mogelijkheden. Dit besef luidde een nieuwe periode in op het gebied van personeelsbeleid binnen Defensie en als gevolg daarvan werd de start van de HR-transitie aangekondigd. Na ruim zes jaar is het zinvol de balans op te maken. Tegelijkertijd nemen de dreiging, onrust en veranderingen in de wereld nog steeds toe en dient Defensie daarvoor blijvend gereed te zijn, juist ook op het gebied van personeel. Door de inzichten en lessen van de afgelopen jaren te expliciteren en vervolgens mee te nemen in de huidige uitvoering en toekomstige doorontwikkeling van het personeelsbeleid kan de personele gereedheid daarvan profiteren.
Inzichtbehoefte
Defensie wil met de periodieke rapportage de beleidstheorie valideren en waar mogelijk completeren, om vervolgens te onderzoeken welke (samenhang aan) elementen tot welke ervaringen en resultaten hebben geleid. Verder beoogt de periodieke rapportage best practices en leerpunten te identificeren. Op basis daarvan verwacht de organisatie dat uiteindelijk conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de vraag of Defensie de beoogde transitie naar een toekomstbestendig HR-model op de juiste wijze weet te bewerkstelligen en hoe deze uitwerkt op de personele gereedheid die noodzakelijk is voor de flexibiliteit, wendbaarheid en schaalbaarheid van de Krijgsmacht.
• Trends, Onderzoek en Statistiek (TOS)
Deze afdeling analyseert structureel organisatie- en personeelsdata van Defensie en stelt kennis over het HR-domein beschikbaar voor alle niveaus binnen de organisatie door middel van (half)jaarlijkse rapportages en factsheets. TOS voert bijvoorbeeld structureel onderzoek uit naar de werkbeleving.
• Stand van Defensie
De resultaten van TOS-onderzoeken worden op regelmatige wijze gedeeld met de Tweede Kamer in de halfjaarlijkse Stand van Defensie en daarvoor in de Personeelsrapportages. De Stand van Defensie biedt inzicht in de voortgang van het personeelsbeleid door het gebruik van kritische prestatie-indicatoren zoals vullingsgraad en werkbeleving.
• Themaonderzoeken
Ook (evaluatie en/of onderzoeks)rapportages van andere actoren worden gebruikt, zoals rapportages van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK).
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het subthema ‘personeel’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Mensen: Personeel | Synthese (periodieke rapportage) | 2027 | Te starten | Syntheseonderzoek conform de eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het personeelsbeleid. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda) |
Militaire gezondheidszorg | Beleidsdoorlichting | 2025i.p.v.2022 | Afgerond | Met deze beleidsdoorlichting is onderzocht in hoeverre het gevoerde beleid voor de militaire gezondheidszorg doelmatig en doeltreffendheid is geweest. Hiervoor is naar de periode 2011-2021 gekeken (Kamerstuk 31516, nr. 47). | H 10, artikel 8 |
Barrières uitzenden vrouwelijke militairen | Ex-post evaluatie | 2025i.p.v.2024 | Afgerond | De Nederlandse krijgsmacht heeft zich gecommitteerd aan het ‘Elsie Initiatief’, dat gericht is op het vergroten van het aantal vrouwelijke militairen en politie in VN-vredesmissies. Een van de onderdelen van het initiatief is een zogeheten ‘barrière-assessment’; een onderzoek om inzichtelijk te maken welke drempels in de organisatie het uitzenden van vrouwelijke militairen belemmeren. Het onderzoek is in het voorjaar 2022 in opdracht gegeven aan de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), in 2023 van start gegaan en in Q1 2025 opgeleverd.In samenhang met het onderzoek ‘Zorgbehoeften Nederlandse veteranen’ (zie onder) schetst het een beeld van de uitdagingen die vrouwelijke militairen ervaren, hun wensen en (zorg)behoeften en welke verbeteringen mogelijk zijn. Defensie wil deze uitdagingen aanpakken, bijvoorbeeld door meer maatwerk en door te werken aan een inclusieve cultuur. De inzichten helpen daarbij en zijn van groot belang voor de ontwikkeling van toekomstig (veteranen)beleid. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Zorgbehoeften Nederlandse veteranen | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | Gelijktijdig met het onderzoek ‘Barrières uitzenden vrouwelijke militairen’ heeft de NLDA een ander, daarmee samenhangend onderzoek afgerond (kwalitatief), te weten ‘Zorgbehoeften Nederlandse veteranen’. Dit onderzoek was gericht op de verwachte en ervaren uitzendbarrières vanuit de privésituatie, de loopbaan en de defensieorganisatie en geeft aanbevelingen om de barrières te verminderen en om (vrouwelijke) militairen te behouden voor de defensieorganisatie. Over de resultaten en de aanbevelingen zijn met diverse stakeholders gesprekken gevoerd, er is aandacht aan besteed in diverse Veteranennota’s en meerdere aanbevelingen zijn inmiddels in het onderwijs meegenomen (bijvoorbeeld t.a.v. HRM en leiderschap). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Culturele diversiteit | Ex-post meting | 2024 | Afgerond | In 2019 heeft Defensie in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een eerste meting uitgevoerd naar de diversiteit van het defensiepersoneel (met als focus migratieachtergrond) over de periode 2015 tot en met 2017. Destijds is besloten om dit onderzoek regelmatig te herhalen. In 2023-2024 is daarom een nieuwe meting uitgevoerd over de periode 2018 tot en met 2022. Omdat het CBS sinds de nulmeting in 2019 een wijziging heeft doorgevoerd in definitie zijn de resultaten van deze vervolgmeting niet één-op-één te vergelijken met de nulmeting over de periode 2015 tot en met 2017. Deze meting levert desondanks een duidelijk beeld op; de variëteit in herkomst van het defensiepersoneel is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd en mogelijk laat de organisatie arbeidspotentieel liggen. Dit onderzoek, uitgevoerd door Trends, Onderzoek en Statistiek in samenwerking met het CBS, is in juni 2024 afgerond (TOS-24-042, juni 2024) en de eerste resultaten zijn gecommuniceerd in de Stand van Defensie september 2024. Middels de Kamerbrief «Samen Werken Samen Vechten» van juni 2025 is de kamer in meer detail geinformeerd over de resultaten (Kamerstuk 33763, nr. 165). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Beleving van inclusie | Ex-durante evaluatie | 2026i.p.v.2024 | Lopend | In 2017 heeft Defensie door het SCP laten onderzoeken hoe medewerkers D&I beleven en waarderen (rapport ‘Grenzen aan de Eenheid’, januari 2017). Het is gezien de doorontwikkeling van het D&I-beleid, en aanverwante maatschappelijke ontwikkelingen, van belang om met enige regelmaat de beleving en waardering van D&I onder defensiemedewerkers te toetsen. Er wordt binnen Defensie sindsdien al op meerdere vlakken gemeten, tegelijkertijd is er diepgaander onderzoek nodig naar de beleving van inclusie bij verschillende specifieke doelgroepen. In 2024/2025 is na het doorlopen van een aanbestedingstraject de opdracht voor dit onderzoek toegekend aan Bureau Omlo. Het onderzoek bestaat uit een kwantitatief en kwalitatief gedeelte. Na het doorlopen van de Data Protection Impact Assessment-proces, is eind juni 2025 formeel gestart met dit onderzoek. Door de vertraging in de start vanwege de DPIA is de verwachting dat dit onderzoek nu in Q2 2026 wordt afgerond. De Kamer heeft middels de motie Van Baarle (2024) opgeroepen om deze resultaten te gebruiken om de inspanningen op het gebied van diversiteit en inclusie door te zetten en indien nodig te intensiveren. De Kamer wordt t.z.t. geïnformeerd over de resultaten. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Vervolgmeting Culturele diversiteit | Ex-durante meting | 2030 | Lopend | Dit onderzoek is een vervolg op de ex-post meting «Culturele diversiteit» die in 2024 is afgerond. Gedurende de looptijd van de beleidslijn Diversiteit en Inclusie, tot en met 2030, zullen vervolgmetingen uitgevoerd worden om te beoordelen of de genomen maatregelen positief bijdragen aan een meer divers personeelsbestand. De kamer wordt over de resultaten geïnformeerd via de Stand van Defensie en/of afzonderlijke kamerbrieven. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Remotie | Ex-durante evaluatie | 2026 | Afgerond | In het commissiedebat Personeel van 19 juni 2025 is toegezegd de Kamer in het voorjaar van 2026 te informeren over de uitkomsten van een evaluatie van het instrument ‘remotie voor burgerpersoneel binnen Defensie’, dat per 1 januari 2024 is ingevoerd. Gebleken is dat medewerkers uit vrijwel alle salarisschalen, verdeeld over alle leeftijdscategorieën en binnen alle Defensieonderdelen gebruik maken van het instrument. De uitkomsten van de evaluatie zullen besproken worden met de vakcentrales om vervolgens te kunnen besluiten over de mogelijke invoering van remotie voor militairen. De Kamer wordt in het najaar van 2026 over de uitkomsten van dat gesprek geïnformeerd (Kamerstuk 36800 X, nr. 73). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Dienjaar | Ex-durante evaluatie | 2026 | Te starten | Het programma Dienjaar Defensie loopt inmiddels twee jaar en blijft succesvol. Het Dienjaar is met name bedoeld om jongeren (18-27 jaar) laagdrempelig kennis te laten maken met Defensie na de middelbare school, als tussenjaar of na afstuderen. Zowel het animo voor het Dienjaar als de doorstroom vanuit het Dienjaar naar een beroeps- of reservistenaanstelling blijven hoog. De uitval ligt bovendien lager dan de uitval tijdens de reguliere militaire opleiding. In 2025 hebben 1.100 mensen deelgenomen aan het Dienjaar. Voor 2026 is het voornemen om 1.500 dienjaarmilitairen aan te stellen. Conform een toezegging aan de Kamer tijdens de begrotingsbehandeling 2026 evalueert Defensie het programma Dienjaar, met als doel het succes te kunnen borgen en mogelijk nog effectiever te worden in het enthousiasmeren en behouden van deelnemers. | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8) |
Thema 3. Materieel en Industriebeleid
Om slagvaardig te zijn moet de krijgsmacht beschikken over het juiste en voldoende inzetbaar materieel, waarmee zij samen met bondgenoten en partners kan opereren. Dit vraagt om slimme verwerving en optimale bevoorrading, instandhouding en distributie van het materieel. Snelle besluitvorming over verwerving en tijdige uitvoering van materieelprojecten met een financieel duurzaam investeringsprogramma zijn van groot belang om de krijgsmacht te versterken. Daarnaast streeft Defensie naar samenwerking met partners bij de ontwikkeling en aankoop van materieel.
Inzichtbehoefte
Defensie wil de komende jaren nieuwe projecten starten, om te kunnen voldoen aan de zich snel ontwikkelende en groeiende behoefte op het gebied van materieel. In combinatie met de toename van de vraag naar materieel wereldwijd noodzaakt dit Defensie om wendbaar te zijn, onder andere door (intensievere) samenwerking met partners. Een periodieke rapportage over materieel en industriebeleid helpt om op dit gebied kansen en knelpunten te identificeren alsook tijdig in te spelen op veranderende behoeften en uitdagingen.
Om een overkoepelend beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid te krijgen, gebruikt deze periodieke rapportage informatie uit verschillende bronnen, bijvoorbeeld:
• Evaluaties van materieelprojecten
Voor projecten die op verzoek van de Tweede Kamer vallen onder de Regeling Grote Projecten (RGP), volgt na de verwerving en invoering van materieel een evaluatie. Dit wordt ook wel de ‘E-fase’ van het Defensie Materieel Proces (DMP) genoemd. De E-fase volgt de door de Tweede Kamer opgedragen vraagstelling conform artikel 16 van de RGP.
Aan het slot van de E-fase doet de Auditdienst Rijk (ADR) onderzoek naar de kwaliteit en volledigheid van de informatie in de evaluatie. Het ADR-rapport vormt een integraal deel van de E-brief waarmee de Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie. Dit ADR-rapport is publiekelijk beschikbaar op de website van de rijksoverheid.
• Stand van Defensie
De Stand van Defensie biedt onder meer inzicht in de voortgang van materieelprojecten en samenwerking met de Nederlandse (defensie)industrie.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het thema ‘Materieel en industriebeleid’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Materieel en Industriebeleid | Synthese (periodieke rapportage) | 2028 | Te starten | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda) |
Publieke investeringen in een politieke context | Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) | 2022 | Afgerond | Dit IBO heeft geïnventariseerd hoe een kabinet schaarse investeringsmiddelen zo doeltreffend en doelmatig als mogelijk kan alloceren. Het onderzoek is door het Ministerie van Financiën getrokken en Defensie heeft deelgenomen aan de werkgroep. | H 10, artikel 10 |
Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | Andersson Elffers Felix (AEF) heeft een externe doorlichting uitgevoerd naar de organisatie, besturing en uitvoering van het programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit (V-OZBT). Het hoofddoel was te komen tot aanbevelingen die binnen Defensie moesten leiden tot een effectievere governance om het vervolg van het programma binnen kaders en zo optimaal mogelijk te laten verlopen met een succesvolle aanbesteding als eindresultaat (Kamerstuk 2022D13058). Tegelijkertijd liet Defensie door de eigen Hoofddirectie Financiën en Control (HDFC) ook een onderzoek uitvoeren naar het planningsproces en de oorzaken van tijdsoverschrijding binnen het programma V-OZBT, om daar lering uit te kunnen trekken en op basis daarvan de projectbeheersing te verbeteren (Het 'AMI-onderzoek', Kamerstuk 2022D13061). In vervolg hierop heeft de stuurgroep V-OZBT AEF gevraagd een vervolganalyse uit te voeren op het AMI-rapport, gerelateerd aan de eerder opgeleverde doorlichting, om te bepalen hoe Defensie op een aantal kernpunten kon versterken en het vertrouwen kon herwinnen (Kamerstuk 2022D13056). | H 10, artikel 2 en 7DMF, artikel 2 |
Voortgang Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit (VOZBT) | Voortgangsrapportage | Twee keer per jaar gedurende de realisatiefase | Lopend | Het Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit is door de Kamer in 2020 op basis van de Regeling Grote Projecten (RGP) aangewezen als groot project. Sindsdien zijn een basisrapportage en zes voortgangsrapportages naar de Kamer gestuurd (meest recent: Kamerstuk 34225, nr. 79). Conform de RGP zullen er t/m 2037 nog voortgangsrapportages volgen. | H 10, artikel 2 en 7DMF, artikel 2 |
E-fase Programma Vervanging Onderzeebootcapaciteit (VOZBT) | Ex-post evaluatie groot project | n.t.b. | Te starten | Dit project is aangewezen als groot project, maar nog niet afgerond. Na afronding volgt conform het DMP een evaluatie. De Kamer wordt via een E-brief over de uitkomsten geïnformeerd. | H 10, artikel 2 en 7DMF, artikel 2 |
E-fase Boxer | Ex-post evaluatie groot project | 2024 | Afgerond | Overeenkomstig artikel 16 van de RGP heeft Defensie in de evaluatie van het Boxer-project gekeken naar de volgende elementen: doelstellingen, projectactiviteiten, kosten, planning, risicobeheersing, projectorganisatie, publiek-private samenwerking en private co-financiering, exploitatie en de gehanteerde verwervingsstrategie. De Kamer is in 2024 middels een E-brief over de uitkomsten van de projectevaluatie geïnformeerd (Kamerstuk 27830, nr. 445). | H 10, artikel 3 en 7DMF, artikel 3 |
Voortgang Project Verwerving F-35 | Voortgangsrapportage | 2025 | Afgerond | Het Project Verwerving F-35 is door de Kamer in 1999 op basis van de Regeling Grote Projecten aangewezen als groot project. Sindsdien zijn 25 voortgangsrapportages naar de Kamer gestuurd, de laatste in juni 2025 (Kamerstuk 26488, nr. 478). | H 10, artikel 4 en 7DMF, artikel 4 |
Financieringsknelpunten Defensie-industrie | Ex ante-evaluatie | 2025 | Afgerond | Om versneld de defensie-industrie te kunnen opschalen en de strategische autonomie van de Europese defensie-industrie te vergroten, is financiering een belangrijke randvoorwaarde. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken voerde Berenschot in april 2024 een onderzoek uit waaruit bleek dat een deel van de Nederlandse defensie- en veiligheidgerelateerde technologische industriële basis uitdagingen ervaart bij het verkrijgen van financiering. Om beter inzicht te krijgen in de onderliggende oorzaken en mogelijke oplossingen heeft Defensie een tweetal onafhankelijke studies laten uitvoeren door het Integrated Development of Entrepreneurial Activities (IDEA) netwerk en PricewaterhouseCoopers (PwC). De resultaten ondersteunen verdere beleidsontwikkeling en samenwerking met financiële instellingen (Kamerstuk 31125, nr. 133). Defensie monitort de knelpunten en houdt hierover een voortgangsrapportage bij. In 2026 wordt de Kamer over de voortgang op de actielijnen rondom financieringsknelpunten geïnformeerd door middel van een geactualiseerde Kamerbrief. | Artikeloverstijgend (DMF, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8) |
Economische effecten Defensie-uitgaven | Ex ante-evaluatie | 2025 | Afgerond | SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van Defensie onderzoek gedaan naar de economische effecten van Defensie-uitgaven en de bijdrage van investeringen in de Defensie-industrie aan economische groei, innovatie en strategische autonomie. De onderzoekers bestudeerden de economische literatuur over defensie-investeringen en vertaalden de inzichten naar de Nederlandse context. De resultaten worden gebruikt voor het maken van beleidsafwegingen over de allocatie van defensiemiddelen (Kamerstuk 36800-X, nr. 77). | Artikeloverstijgend (DMF, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6) |
E-fase Project Verwerving F-35 | Ex-post evaluatie groot project | 2026 | Lopend | In juni 2025 hebben de ministeries van Defensie en Economische Zaken en Klimaat (EZK) de Kamer de 25ste en tevens laatste ‘Voortgangsrapportage Verwerving F-35’ (VF-35) gestuurd, met daarbij het verzoek om het project VF-35 niet meer aan te merken als Groot Project cf. de Regeling Grote Projecten (RGP) en te starten met de evaluatie (E-fase). In reactie daarop heeft de Kamer verzochtom de evaluatie aan te vangen zoals bedoeld in artikel 15 van de RGP en ter voorbereiding een Plan van Aanpak te delen. De evaluatie heeft als doel een antwoord te formuleren op deze centrale onderzoeksvraag: ‘In hoeverre is het project VF-35 in de periode 2000 tot en met 2024 doeltreffend en doelmatig gebleken en welke lessen kunnen worden getrokken voor toekomstige grote projecten? Via Kamerstuk 26488, nr. 481 is de Kamer geïnformeerd over de voorgenomen aanpak. | H 10, artikel 4, 7 en 10DMF, artikel 4 |
Economische analyse investeringen Defensie-industrie (voortraject EBA) | Ex ante-evaluatie | 2025 | Afgerond | Ten behoeve van de Economische Beleidsanalyse Defensie-industriebeleid (EBA) heeft Defensie in samenwerking met de ministeries van Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgelegenheid een voorbereidende analyse uitgevoerd. Deze was gericht op de economische effecten van investeringen in de defensie-industrie en op mogelijke beleidsopties. De analyse diende als basis voor verdere beleidsanalyses en besluitvorming. Het onderzoek zelf is niet openbaar, maar elementen eruit zijn verwerkt in de EBA en in enkele vakbladartikelen. | Artikeloverstijgend (DMF, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6) |
Economische Beleidsanalyse (EBA) defensie-industriebeleid | Economische beleidsanalyse | 2026 | Lopend | Economische beleidsanalyse gericht op de effecten van het voorgenomen defensie-industriebeleid en de onderbouwing van beleidskeuzes. De analyse richt zich op marktwerking, legitimiteit van beleidsinstrumenten en economische effecten van investeringen in de defensie-industrie. Het rapport wordt in september 2026 verwacht, waarna in de kabinetsreactie zal worden aangegeven hoe opvolging wordt gegeven aan de conclusies en aanbevelingen. Dit verschijnt in de vorm van het Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII, najaar 2026). | H 10, artikel 10 |
Defensiematerieelfonds (DMF) | Ex-post evaluatie | 2027 | Te starten | Het DMF heeft tot doel te voorzien in een meerjarig integraal beheer van de financiering en bekostiging van de ontwikkeling, de verwerving, de instandhouding en de afstoting van het materieel, de ICT-middelen en de infrastructuur van het Ministerie van Defensie. Door het inrichten van een separaat fonds nemen naar verwachting de schokbestendigheid en betrouwbaarheid toe. Bij de instelling van het DMF is besloten het in 2027 te evalueren; het fonds wordt dan op doelmatigheid en doeltreffendheid beoordeeld. | H 10, artikel 7DMF, artikel 5 en 6 |
Maritieme Maakindustrie (MMI) | Voortgangsrapportage | Jaarlijks | Lopend | De Tweede Kamer wordt jaarlijks geïnformeerd over de resultaten in het kader van de sectoragenda Maritieme Maakindustrie (meest recent: Kamerstuk 31409, nr. 481). Het Rijksregiebureau voor de Maritieme Maakindustrie coördineert de voortgangsrapportage, in samenspraak en samenwerking met de betrokken departementen, waaronder Defensie. De nieuwe rapportage is voorzien in september 2026, deze zal in combinatie met een Kamerbrief aan de Kamer worden aangeboden. | H 10, artikel 7DMF, artikel 2 |
Voortgang Security Fund (SecFund) | Voortgangsrapportage | Twee keer per jaar gedurende bestaan SecFund | Te starten | Met focus op hoofdtaak 1 is het onder meer van belang de ontwikkeling en adoptie van nieuwe technologieën op het gebied van intelligente systemen, slimme materialen, sensoren, ruimtevaart en quantum technologie te stimuleren. Met het SecFund verbetert de toegang tot risicokapitaal voor innovatieve start-ups, scale-ups en innovatieve MKB’ers gericht op het ontwikkelen van dual-use technologieën. Daarmee verkleint de financieringskloof voor deze bedrijven, zodat deze kunnen doorgroeien en zo de defensie-industrie kunnen versterken.Twee keer per jaar wordt een voortgangsrapportage (VGR) opgesteld ten behoeve van Defensie (interne rapportage), waarna besprekingen plaatsvinden om te kijken waar partijen kunnen verbeteren en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Deze voortgangsrapportages bevatten in ieder geval informatie over het gecommitteerd vermogen en aantal investeringen, dealflow en financiële resultaten. De eerste volwassen VGR wordt in Q2 2026 verwacht i.v.m. het opstarten van het fonds in 2025. Daarna volgen 2 voortgangsrapportages in 2027. | DMF, artikel 1 |
Security Fund (SecFund) | Ex-durante evaluatie | Eens in de vier jaar, eerstvolgende in 2030 | Te starten | Eens in de vier jaar zal de werking van het fonds geëvalueerd worden door een externe partij in opdracht van het fondsmanagement van het SecFund, waarbij onder meer gekeken wordt in hoeverre de werking van het fonds (nog) aansluit bij de doelstellingen. Ook wordt in ieder geval gekeken naar gecommitteerd vermogen en aantal investeringen, performance investeringen, multiplier/co-investeringen en het functioneren van het fondsmanagement en team. | DMF, artikel 1 |
Thema 4. Randvoorwaarden
Het thema ‘Randvoorwaarden’ bestaat uit de volgende twee subthema’s, waarvoor Defensie separaat een periodieke rapportage oplevert:
– 4.1. Infrastructuur en Vastgoed
– 4.2. IT
Subthema 4.1: Infrastructuur en Vastgoed
Het eerste subthema onder het hoofdthema ‘Randvoorwaarden’ draagt de titel ‘Infrastructuur en Vastgoed’. Hoewel deze titel anders kan doen vermoeden, richt de periodieke rapportage ‘Infrastructuur en Vastgoed’ zich volledig op het vastgoedbeleid van Defensie. De bedoelde infrastructuur is namelijk onderdeel van het vastgoed en verwijst naar de fysieke voorzieningen en systemen die essentieel zijn voor de bruikbaarheid en waarde van een gebouw of terrein. Infrastructuur bij vastgoed omvat derhalve alles van riolering, waterleidingen en communicatienetwerken tot elektriciteitskabels en warmtenetten.
Defensie opereert in een onzekere tijd waarin internationale spanningen nadrukkelijk de aandacht opeisen. Al een aantal jaren wordt daarom fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van de Nederlandse krijgsmacht. Defensie moet groeien en daarbij wordt niet alleen ingezet op het aantrekken van meer personeel en materieel, maar ook op de transformatie van het vastgoed. Defensie beschouwt het voorbereiden van de kazernes als randvoorwaardelijk en vormend voor de ontwikkeling van de Defensieorganisatie, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Op 2 december 2022 presenteerde Defensie haar huidige Strategisch Vastgoedplan (SVP), met daarin vier doelen:
1. De operationele gereedheid verhogen.
2. De werk- en woonomstandigheden op de kazernes verbeteren (om een goede en aantrekkelijke werkgever te blijven).
3. Het vastgoed verduurzamen.
4. De betaalbaarheid van het vastgoed verbeteren.
In het SVP 2022 werd tevens een beleidsreactie gegeven op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Vastgoed. ‘Toekomstvast – Goedbeheerd: Interdepartementaal beleidsonderzoek naar een toekomstbestendige vastgoedportefeuille voor Defensie’, (Kamerstuk 34 919, nr. 77 van 16 april 2021). De aanbevelingen uit dit IBO zijn een belangrijke aanleiding geweest voor de totstandkoming van het SVP 2022.
Inzichtbehoefte
Het doel van de periodieke rapportage ‘Infrastructuur en Vastgoed’ is in de eerste plaats om inzicht te bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid uit het SVP 2022 in de periode 2022-2025. De periodieke rapportage onderzoekt tevens wat de implicaties daarvan zijn voor de verdere transformatie van het Defensievastgoed.
Het SVP 2022 gaat uit van een integrale aanpak, waarbij Defensie de plannen in overleg met de omgeving uitwerkt en flexibel kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen. De realisatie van het SVP 2022 vindt daarom gefaseerd plaats en het is een bewuste keuze geweest het beleid, en de daaruit voortvloeiende resultaten, middelen en activiteiten, zich gedurende de uitvoering van het SVP verder te laten ontwikkelen. Onderdeel van het onderzoek zal dan ook zijn om de beleidstheorie zo volledig mogelijk, met terugwerkende kracht, te reconstrueren, onder meer door na te gaan wat Defensie tussen 2022 en 2025 concreet heeft gedaan en heeft ervaren op het gebied van vastgoed en wat daarvan tot nu toe effectief en efficiënt blijkt te zijn.
Om een overkoepelend beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid te krijgen, gebruikt deze periodieke rapportage informatie uit verschillende bronnen. Enkele voorbeelden daarvan zijn:
• Verantwoordingsonderzoeken Algemene Rekenkamer
Verantwoordingsonderzoeken Defensie van de Algemene Rekenkamer vanaf 2019: over het beheer van het vastgoed van Defensie – vastgoedmanagement niet op orde: ‘onvolkomenheid’ (‘ernstige onvolkomenheid’ in 2020-2021);
• Stand van Defensie
Over het concentreren, verduurzamen en vernieuwen van het vastgoed van Defensie en de uitvoering van het SVP wordt de Tweede Kamer geïnformeerd via de Stand van Defensie en/of via een verzamelbrief.
Eind 2026 wordt de periodieke rapportage aan de Kamer gestuurd, waarna een nieuwe planning van evaluaties en onderzoeken volgt.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Randvoorwaarden: Infrastructuur en Vastgoed | Synthese (periodieke rapportage) | 2026 | Lopend | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Voornamelijk DMF, artikel 5 |
DEOS | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | Defensie heeft de aanpak zoals ingezet met de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019–2022 (DEOS, Kamerstuk 33763, nr. 152) en het Plan van aanpak energietransitie Defensie (Kamerstuk 34919, nr. 74) in 2022 geëvalueerd. De evaluatie heeft laten zien dat concrete stappen zijn gezet om duurzaamheid binnen Defensie te bevorderen en dat de voornaamste randvoorwaarden zijn ingeregeld. Aandachtspunten zijn een duidelijkere belegging in de lijn en het vaststellen van aanvullende maatregelen om de verduurzamingsdoelen te realiseren. | H 10, artikel 10 |
Specialitystelsel Defensie | Ex-ante evaluatie | 2024 | Afgerond | In het Strategisch Vastgoedplan 2022 (Kamerstuk 36124, nr. 12) had Defensie een onderzoek aangekondigd naar een alternatief huisvestingsstelsel voor het Defensievastgoed onder het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Dit onderzoek is in 2024 uitgevoerd en daarbij zijn de mogelijkheden van een ’specialitystelsel’ voor het Defensievastgoed uitgewerkt en vergeleken met het huidige besturingsmodel. In lijn met de uitkomst van dit onderzoek wordt nu niet overgegaan naar een ‘defensiestelsel vastgoed’ bij het RVB omdat dit op dit moment niet zal leiden tot een betere instandhouding van het vastgoed. Wel zal Defensie de komende jaren met het RVB een aantal verbetervoorstellen uitwerken en uitvoeren. (Kamerstuk 36592 / 29383, nr. 4). Zoals toegezegd (kamerstuk 36124, nr. 46), is de Kamer via een verzamelbrief over vastgoedontwikkelingen geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek (Kamerstuk 36 592, nr. 29383). | DMF, artikel 5 |
Subthema 4.2: IT
Defensie transformeert naar een moderne, technologisch hoogwaardige organisatie met een sneller reactievermogen, groter aanpassingsvermogen en betere gevechtskracht, handelend op basis van de beste informatie. In de afgelopen jaren is daarom ook extra in IT geïnvesteerd. In 2025 is de digitale transformatiestrategie van Defensie gepubliceerd. De periodieke rapportage voor IT is in 2030 gepland om de organisatie de kans te geven deze te implementeren en de eerste effecten hiervan mee te nemen in de onderliggende evaluaties.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het thema ‘Randvoorwaarden’, subthema ‘IT’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Randvoorwaarden: IT | Synthese (periodieke rapportage) | 2030 | Te starten | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Voornamelijk DMF, artikel 6 |
Informatiegestuurd Optreden bij de Koninklijke Marechaussee (IGO KMar) | Beleidsdoorlichting | 2022 | Afgerond | In 2008 is de KMar gestart met het Programma Informatie Gestuurd Optreden (IGO KMar). De beleidsdoorlichting richtte zich op de periode juli 2008 tot december 2020 en reconstrueerde het gevolgde traject van IGO KMar aan de hand van genomen besluiten. Tevens werd onderzocht welke beoogde effecten (outcomes) zijn bereikt. Daarnaast werd naar de toekomst gekeken: welke ontwikkelingen worden verwacht en hoe kan IGO KMar hierop inspelen? Voor het verzamelen van data werd tijdens deze beleidsdoorlichting gebruikgemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethodieken, waaronder een documentenanalyse en interviews met functionarissen die (in)direct verbonden zijn geweest aan het gevoerde beleid (Kamerstuk 31516, nr. 37). | H 10, artikel 5 |
Programma Grensverleggende IT (GrIT) | Voortgangsrapportage | Halfjaarlijks | Lopend | Rapportage waarmee de Kamer geïnformeerd wordt over de voortgang van het groot project Grensverleggende IT (meest recent: Kamerstuk 35728, nr. 26). | H 10, artikel 7DMF, artikel 6 |
E-fase programma Grensverleggend IT (GrIT) | Ex-post evaluatie groot project | n.t.b. | Te starten | Dit project is aangewezen als groot project, maar nog niet afgerond. Na afronding volgt conform het DMP een evaluatie. De Kamer wordt via een E-brief over de uitkomsten geïnformeerd. | H 10, artikel 7DMF, artikel 6 |
Tanden voor de Leeuw | Ex-post evaluatie | 2024 | Afgerond | Met dit rapport wordt invulling gegeven aan het eerste advies van het rapport commissie LIMC. In het rapport wordt dieper ingegaan op de vraag in hoeverre het huidige onderscheid van de drie hoofdtaken van de krijgsmacht nog voldoet in een tijd dat informatiegestuurd optreden voor de krijgsmacht essentieel is. Daarnaast wordt er een antwoord gegeven op de vraag wat, binnen de huidige kaders van gereedstelling en inzet, de mogelijkheden en uitdagingen zijn om in de informatieomgeving aan de doelomschrijvingen van de krijgsmacht te voldoen (Kamerstuk 33763, nr. 158). | Artikeloverstijgend (H 10, artikel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8) |
NAFIN-storing | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | NAFIN staat voor Netherlands Armed Forces Integrated Network. Naar aanleiding van de NAFIN storing op 27/28 augustus 2024 zijn externe evaluaties uitgevoerd. Deze zijn vertrouwelijk aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 36592, nr. 14). | H 10, artikel 10 |
Module handhaving KMar | Ex-durante evaluatie | 2025 | Afgerond | Begin 2025 heeft het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) een onderzoek afgerond naar het project Module Handhaving KMar (project MHHK). Dit project had tot doel continuïteitsrisico’s te voorkomen door het 37 jaar oude IT-systeem BedrijfsProcessenSysteem (BPS) te vervangen. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat de gekozen aanpak de continuïteitsrisico’s voor de handhavingsprocessen niet oplost. Het project is met die aanpak vervolgens niet gecontinueerd. De consequenties hiervan vereisen nog nader onderzoek, de Kamer is daar op 30 september 2025 over geïnformeerd (Kamerstuk 33763, nr. 167) | H 10, artikel 5DMF, artikel 6 |
Thema 5. Koers voor versterking
De koers voor versterking van de hele organisatie is gebaseerd op onder meer brede (inter)nationale samenwerking en innovatie. Defensie bundelt de krachten met bondgenoten en partners; dit is de meest effectieve manier om de gezamenlijke slagkracht en het Europese handelingsvermogen te versterken en zodoende het continent te beschermen en te verdedigen. In de huidige geopolitieke context is het bovendien nog belangrijker geworden om van innovaties en ervaringen in het veld te leren en deze vervolgens sneller door te voeren dan de tegenstander. Innovatie en doorontwikkeling moeten voor de hele organisatie vanzelfsprekend zijn en in alle investeringsbeslissingen worden meegenomen.
Het thema ‘Koers voor versterking’ bestaat uit de volgende twee subthema’s, waarvoor Defensie separaat een periodieke rapportage oplevert:
– 5.1. Internationale samenwerking
– 5.2. Kennis en Innovatie
Subthema 5.1: Internationale samenwerking
Nederland en Europa hebben voor hun veiligheid een sterke NAVO en een strategisch autonome EU nodig. Dit vraagt om meer, betere en slimmere Europese en internationale samenwerking. Nederland levert een actieve militaire bijdrage aan het NAVO-bondgenootschap, bevordert de Europese veiligheidsarchitectuur, en versterkt de defensiesamenwerking met strategische partners en andere partnerlanden binnen en buiten Europa. Zo worden de Nederlandse militaire, veiligheids-, economische en politieke belangen in internationaal verband behartigd. Concreet draagt de krijgsmacht bij aan verdediging en afschrikking aan de Europese oostgrenzen, bijvoorbeeld middels de inzet van de Air Missile Defense Task Force (AMDTF) in Polen, en aan missies en operaties in onder meer de Balkan (zoals EUFOR Althea in Bosnië-Herzegovina) en het Midden-Oosten (zoals Operation Inherent Resolve in Irak en EUNAVFOR Aspides in de Rode Zee). Bovendien blijft Nederland Oekraïne onverminderd steunen voor zolang als dat nodig is.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het thema ‘Koers voor versterking’, subthema ‘Internationale samenwerking’.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
NLD-DEU samenwerkingsverbanden | Synthese (beleidsdoorlichting) | 2024 | Afgerond | Deze beleidsdoorlichting was gericht op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het in 2013-2022 gevoerde beleid ten aanzien van het Nederlands-Duitse samenwerkingsverband Project Taurus. Project Taurus is de intensieve samenwerking van de Nederlandse 43e Gemechaniseerde Brigade met de Duitse 1e Panzerdivision. De centrale vraag was: 'Welke factoren beïnvloedden de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid rond Project Taurus, en in welke mate heeft Project Taurus de kwaliteit van het militair effect beïnvloed?'. (Kamerstuk 31516, nr. 44) | H 10, artikel 3DMF, artikel 3 |
Koers voor Versterking: Internationale Samenwerking | Synthese (periodieke rapportage) | 2031 | Te starten | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Artikeloverstijgend (zie tabel in de beleidsagenda, voornamelijk H 10, artikel 1 en 2) |
Overige missiebijdragen | Voortgangsrapportage | Jaarlijks | Lopend | Deze rapportage gaat in op de voortgang van en de Nederlandse bijdrage aan de internationale inspanningen. Voor zover mogelijk wordt beschreven in welke mate de inzet van Nederlandse militaire eenheden, individuele militairen en civiele experts en politiefunctionarissen heeft bijgedragen aan de realisatie van de missie- c.q. operatiedoelstellingen. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks op Verantwoordingsdag gepubliceerd (meest recent: Kamerstuk 29521, nr. BV). | H 10, artikel 1 |
Inzet NAVO-Oostflank | Voortgangsrapportage | Jaarlijks | Lopend | De grootschalige agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de onverminderde Russische dreiging vormen de grootste geopolitieke uitdagingen voor het NAVO-bondgenootschap sinds het einde van de Koude Oorlog. De Russische dreiging manifesteert zich nadrukkelijk aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. In deze voortgangsrapportage licht het kabinet de ontwikkelingen en besluiten toe over de inzet aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks op Verantwoordingsdag gepubliceerd (meest recent: Kamerstuk 28676, nr. 559). | H 10, artikel 1 en 10 |
Benutten EU-instrumenten capaciteitsontwikkeling | Ex-durante evaluatie | 2026 i.p.v. 2025 | Afgerond | Om Europese defensiesamenwerking op het terrein van capaciteitsontwikkeling te kunnen vergroten, is het van belang dat EU-instrumenten en processen (CDP, CARD, PESCO, EDA, EDF) optimaal worden benut. Defensie heeft daarom het initiatief genomen dit lopende proces te evalueren, dit was toegezegd in de Defensiebegroting 2025. De ADR heeft de evaluatie uitgevoerd.Uit het rapport blijkt dat de aandacht voor Europese samenwerking in de afgelopen jaren is toegenomen en dat deze ontwikkeling zijn weerslag vindt in de ambities van Defensie. Zo is geconstateerd dat Defensie een helder en praktisch kader heeft ontwikkeld voor het bepalen van de kansen voor Europese of internationale samenwerking, en wordt de goede samenwerking tussen diverse betrokken directies en organisatieonderdelen als sterkte omschreven. Het in het rapport geïdentificeerde groeipotentieel zal op een doelgerichte en samenhangende wijze worden benut, onder meer door opvolging van de aanbevelingen gericht op de actielijnen procesmanagement, governance, informatiemanagement en personele inzet. | H 10, artikel 10 |
Europees Defensiefonds (EDF) | Ex-durante evaluatie | 2026 i.p.v. 2025 | Anders (geannuleerd) | Het EDF is een jaarlijks fonds vanuit de Europese Commissie voor onderzoek- en ontwikkelprojecten. Aangezien de Commissie niet de volledige kosten dekt, dienen de lidstaten bij te dragen met cofinanciering. Defensie stelt stelselmatig budget ter beschikking ter bevordering van de deelname van Nederlandse partijen aan het EDF. Het voornemen was om in 2025-2026 te evalueren of het proces van de wijze van besteding van deze gelden en resulterende ondersteuning van de Nederlandse partijen effectief en efficiënt is. Het financiële proces is in de tussentijd echter al meerdere keren doorlopen en daarmee intern getest en verbeterd. Hiermee waren de initiële vragen die als basis dienden voor de evaluatie reeds beantwoord en was een separate evaluatie niet meer nodig. Nederland ambieert een plaatsing binnen de top 10 op de ranglijst van toegekende financiering uit het EDF. De Kamer wordt via de Stand van Defensie periodiek geïnformeerd over de ranking van Nederlandse deelname in het EDF. | H 10, artikel 10 |
Steun aan Oekraïne | Ex-durante evaluatie | 2028 | Te starten | Defensie evalueert continu om te bepalen hoe Nederland het beste invulling kan geven aan de militaire steun. Dit gebeurt kortcyclisch, in overleg met Oekraïne- en de diverse internationale partners en op basis van de ontwikkelingen aan het front. Tevens is in 2028 eenuitgebreidere evaluatie voorzien. Dan wordt onderzocht welke aspecten hebben bijgedragen aan het behalen van resultaten en welke aspecten juist belemmerend hebben gewerkt. ook wordt gekeken waar mogelijkheden voor verbetering liggen en welke lessen worden getrokken om toekomstige inspanningen verder te versterken. | H 10, artikel 1 |
Subthema 5.2: Kennis en innovatie
De toenemende dreigingen vereisen een sterke krijgsmacht om Nederland en zijn bondgenoten veilig te houden. Een sterk Defensie is alleen mogelijk wanneer dit ondersteund wordt door een sterke industrie, een hoge mate van innovatie en een solide kennisbasis. Deze historische tijden vragen niet om geleidelijke opschaling en groei, maar om een impuls en durf om te veranderen. Dit vraagt iets van de krijgsmacht maar ook van onze partners; Defensie, overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen moeten anders gaan acteren en handelen. Defensie neemt hierin de aanjagersrol.
Met de Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) 2021-2025 (Kamerstuk 35570 X, nr. 32) en de Defensienota 2022 (Kamerstuk 36124, nr. 1) is na jaren van bezuinigingen op het kennis- en innovatiebeleid ingezet op versterking en groei. De Kamerbrieven in 2022 en 2024 over kennis, innovatie en productiezekerheid hebben meer focus in dit beleid gebracht door keuzes te maken en in te zetten op Nederlandse kansen en door het belang van samenwerking, zowel nationaal als internationaal, te benadrukken.
De Defensienota 2024 heeft de beleidskoers verder aangescherpt. Defensie gaat versterken, moet slimme keuzes maken, moet het samen doen en moet versnellen. Zo kan Nederland op sleutelposities ontwikkelen, produceren en daadwerkelijk leveren voor onze krijgsmacht en die van bondgenoten. Dat houdt ook in dat we leren van elkaar en van wat er om ons heen en in het veld gebeurt, dat we continu doorontwikkelen en toestaan dat we intelligent falen.
Zie onderstaande tabel voor evaluaties, onderzoeken en/of voortgangsrapportages over het thema ‘Koers voor versterking’, subthema ‘Kennis en Innovatie'.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Koers voor Versterking: Kennis en Innovatie | Synthese (periodieke rapportage) | 2031 | Te starten | Syntheseonderzoek conform eisen uit de RPE, om inzicht te krijgen in de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid. | Voornamelijk DMF, artikel 1 |
Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) | Ex-post evaluatie | 2025 | Afgerond | Aanleiding was de nieuwe Strategische Kennis- en Innovatieagenda voor Defensie (SKIA). Hiervoor is de oude SKIA 2021-2025 (Kamerstuk 35570-X, nr. 32) geëvalueerd aan de hand van impact en gebruiksnut voor betrokkenen, om zo handvaten te krijgen voor de nieuwe SKIA. De opgedane inzichten zijn meegenomen in het proces om te komen tot de nieuwe Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (samenvoeging SKIA en DIS) (Kamerstuk 31125, nr. 134). | DMF, artikel 1 |
Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII) 2025-2029 | Ex-post evaluatie | 2030 | Te starten | De Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (D-SII) en Strategische Actieagenda voor Industrie, Innovatie en Kennis -Defensie 2025 (STRAIIK-D 2025) geven aan welke keuzes Nederland maakt om aan een toekomstbestendige krijgsmacht te werken en de strategische autonomie van Europa op het gebied van veiligheid en defensie te vergroten (Kamerstuk 31125, nr. 134). Via de Stand van Defensie wordt gerapporteerd over de voortgang van de strategie en na vier jaar wordt de strategie geëvalueerd. Hierbij zal worden bekeken in hoeverre de doelstellingen van de strategie worden behaald en of eventuele bijsturing gewenst is. Jaarlijks brengen we een actieagenda uit die de kaders van deze strategie vertaalt naar de opgaves die dan de hoogste prioriteit krijgen. | H 10, artikel 4 |
Overige onderzoeken en evaluaties
Naast de onderzoeken en evaluaties die binnen de context van de thema’s worden uitgevoerd, worden binnen Defensie ook nog diverse andere (verplichte) onderzoeken gepland. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabellen, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen de subsidie-evaluaties en de overige (evaluatie)onderzoeken.
Artikel 4.24 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) schrijft voor dat, indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, deze tenminste eenmaal in de vijf jaar geëvalueerd wordt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Diverse subsidie-evaluaties zijn daarmee op de SEA van Defensie zowel opgenomen met de status ‘afgerond’ als wel met de status ‘te starten’. Voor subsidieregelingen met een budget van €500.000 en hoger gelden eveneens de eisen uit, onder meer, artikel 3 van de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek. De bevindingen van subsidie-evaluaties kunnen worden meegenomen in periodieke rapportages.
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Nationaal Comité Herdenking Capitulatie Wageningen 1945 | Subsidie-evaluatie | 2026 | Te starten | De werkzaamheden in het kader van de wettelijke evaluatie van de subsidie aan het NCHC worden medio 2026 opgestart. De resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie over 2026. | H 10, artikel 9 |
Subsidieverstrekkingen | Ex-durante evaluatie | 2022 | Afgerond | In 2022 zijn meerdere subsidie-evaluaties uitgevoerd (zie bijlage 7.4 subsidieoverzicht, tabel 45). Hieronder vallen bijvoorbeeld subsidieverstrekkingen aan vier veteranenorganisaties die nu gezamenlijk onderdeel zijn van een enkele stichting: het Nederlands Veteranen Instituut. Voor het verantwoordingsonderzoek 2021 heeft de Algemene Rekenkamer (AR) onder andere naar het subsidiebeheer van Defensie gekeken. De hieruit voortgekomen aanbevelingen gebruikt Defensie om het subsidiebeheer te verbeteren. | H 10, artikel 9 |
Stichting Nederlandse Veteranendag | Subsidie-evaluatie | 2022 | Afgerond | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Nederlandse Veteranendag geëvalueerd. Stichting Nederlandse Veteranendag is per 2021 opgegaan in de Stichting Nederlands Veteraneninstituut. De effecten van de activiteiten in het kader van de Nederlandse Veteranendag op het gebied van (maatschappelijke) erkenning en waardering zijn overwegend positief. De activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van de stichting en de beleidsdoelstellingen van Defensie. Stichting NLVD weet met een redelijk stabiel budget een steeds groter effect te genereren. De subsidie is zowel doeltreffend als doelmatig. | H 10, artikel 9 |
Stichting Veteraneninstituut (Vi) | Subsidie-evaluatie | 2022 | Afgerond | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Veteraneninstituut (Vi) geëvalueerd. Stichting Veteraneninstituut is per 2021 opgegaan in de Stichting Nederlands Veteraneninstituut. De activiteiten uitgevoerd door het Vi dragen bij aan beleids- en subsidiedoelstellingen op het gebied van erkenning en waardering voor veteranen. Met het uitvoeren van haar taken leverde het Vi een meerwaarde op het gebied van veteranenwelzijn. Doelmatigheid en doeltreffendheid van sommige activiteiten is in enkele gevallen moeilijk te bepalen vanwege de aard van de activiteiten die het opstellen van prestatie-indicatoren bemoeilijkt. | H 10, artikel 9 |
Stichting de Basis | Subsidie-evaluatie | 2022 | Afgerond | In 2022 is de subsidie aan de Stichting de Basis geëvalueerd. Stichting de Basis is per 2021 opgegaan in de Stichting Nederlands Veteraneninstituut. De activiteiten van stichting de Basis dragen bij aan het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van veteranen en hun relaties. Niet voor alle activiteiten zijn duidelijke prestatie-indicatoren opgesteld. Dit komt mede door de aard van de werkzaamheden. Hierdoor is het niet altijd mogelijk om de doeltreffendheid en doelmatigheid vast te stellen. Desondanks leverde de stichting een unieke bijdrage aan het veteranenwelzijn. De stichting is voor het leveren van maatschappelijk werk gebonden aan professionele standaarden en richtlijnen op het gebied van maatschappelijke zorg hetgeen ook bijdraagt aan een doelmatige en doeltreffende zorgverlening. | H 10, artikel 9 |
Vereniging Veteranenplatform | Subsidie-evaluatie | 20222026 i.p.v. 2027 | AfgerondLopend | In 2022 is de subsidie aan de Vereniging Veteranenplatform geëvalueerd. Het Veteranenplatform (VP) voert een belangrijke taak uit op het gebied van erkenning, waardering en zorg voor veteranen. Deze taak voor erkenning en waardering is opgenomen in de Veteranenwet en het Veteranenbesluit. Het is echter niet altijd mogelijk om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de activiteiten aan te tonen, wat onder andere ligt aan de aard van de activiteiten. De speerpunten van het VP sluiten wel (in bredere zin) aan op de beleidsdoelstellingen van Defensie. De volgende evaluatie naar de subsidie aan het VP is met een jaar naar voren gehaald om de periodiciteit gelijk te trekken met de subsidie aan de Stichting Nederlands Veteraneninstituut. Beide subsidies liggen in hetzelfde beleidsdomein. De resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Nationale Taptoe | Subsidie-evaluatie | 20222027 | AfgerondTe starten | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Nationale Taptoe geëvalueerd. De activiteiten van de Nationale Taptoe dragen bij aan de doelstelling van Defensie en de zichtbaarheid van Defensie in de samenleving. Het militaire karakter dient behouden te blijven, ook voor het aantrekken van een breder en nieuw publiek. Defensie kan deze activiteiten zelf niet doelmatiger uitvoeren, omdat dit duurder is en kan leiden tot verdringingseffecten. In 2027 wordt de subsidie aan de Stichting Nationale Taptoe weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Universiteit van Amsterdam (Leerstoel Militair recht) | Subsidie-evaluatie | 20222027 | AfgerondTe starten | In 2022 is de subsidie aan de Universiteit van Amsterdam (Leerstoel militair recht) geëvalueerd. De subsidie voor de Leerstoel is effectief en het subsidie-instrument is doelmatig in relatie tot het Defensiebeleid. De Leerstoel levert een waardevolle en unieke bijdrage aan het onderwijs van specialistisch defensiepersoneel en levert relevant wetenschappelijke onderzoek op. Er bestaan geen twijfels over nut, wenselijkheid en doelmatigheid van deze subsidie. De subsidie dient in hoge mate de onderwijsbelangen van het ministerie van Defensie, welke niet elders gediend kunnen worden, en draagt aanzienlijk bij aan het verhogen van het wetenschappelijk niveau op het terrein van het militair recht. In 2027 wordt de subsidie aan de Universiteit van Amsterdam (Leerstoel militair recht) weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Maritiem Kenniscentrum | Subsidie-evaluatie | 20222027 | AfgerondTe starten | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Maritiem Kenniscentrum geëvalueerd.Het MKC heeft de volgende activiteiten uitgevoerd: het creëren en onderhouden van een adequate maritieme kennisbasis bij het bedrijfsleven en de overheid en het onderhouden van een kennisinfrastructuur door het creëren van een maximale synergie en interactie tussen de verschillende kennisgebieden. Het MKC heeft door het uitvoeren van de bovengenoemde activiteiten laten zien dat deze bijdragen aan de beleidsdoelen van Defensie. Defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren (voor deze minimale middelen) wegens expertise en mogelijke verdringingseffecten. In 2027 wordt de subsidie aan de Stichting Maritiem Kenniscentrum weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Historische Vlucht | Subsidie-evaluatie | 20222027 | AfgerondTe starten | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Historische Vlucht geëvalueerd. De subsidie voor de Stichting Koninklijke Luchtmacht Historische Vlucht is effectief en doelmatig in relatie tot het Defensiebeleid. Defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren omdat dit leidt tot hogere kosten en mogelijke verdringingseffecten. De instandhouding van de Nederlandse militaire luchtvaarthistorie en het opbouwen van kennis hiervan vinden op relatief goedkope wijze plaats dankzij de vrijwilligers. Aangezien de zichtbaarheid en publieke relaties van Defensie hiermee ondersteund worden is deze subsidie doeltreffend. Een subsidie is daarbij het meest geschikte instrument. In 2027 wordt de subsidie aan de Stichting Historische Vlucht weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting wetenschappelijk onderwijs en onderzoek NLDA (SWOON) | Subsidie-evaluatie | 20222027 | AfgerondTe starten | In 2022 is de subsidie aan de Stichting wetenschappelijk onderwijs en onderzoek NLDA (SWOON) geëvalueerd. De subsidie voor de SWOON is effectief en het instrument is doelmatig. De activiteiten van de Stichting dragen bij aan de doelstelling van Defensie tot het mogelijk maken van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek binnen de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie. Defensie kan deze activiteiten niet zelf uitvoeren. In 2027 wordt de subsidie aan de SWOON weer geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Phantasy in Blue | Subsidie-evaluatie | 2022 | Afgerond | In 2022 is de subsidie aan de Stichting Phantasy in Blue (PHiB) geëvalueerd. De subsidie Stichting PHiB is onvoldoende doeltreffend omdat het aantal activiteiten sterk afnam en de stichting daarmee onvoldoende bijdraagt aan de doelen van Defensie (zichtbaarheid). Ondanks dat de subsidie een minimum aan Defensiemiddelen heeft gevergd, is de subsidie tevens onvoldoende doelmatig omdat er te weinig activiteiten voor Defensie zijn uitgevoerd. Daarnaast is de inzet van het instrument subsidies duur en administratief intensief, waardoor een alternatieve wijze van bekostiging meer passend is. Op basis van deze conclusies was het advies om de subsidie niet voort te zetten. De subsidie is daarom niet meer toegekend. | H 10, artikel 9 |
Invictus Games | Subsidie-evaluatie | 2022 | Anders | De Invictus Gamessubsidie is een incidentele (of eenmalige) subsidie. Deze subsidie is daarom via een separaat traject verantwoord. De verantwoording van deze subsidie heeft in 2023 plaatsgevonden via een controle van VWS en Defensie. | H 10, artikel 9 |
ASL BISL Foundation | Subsidie-evaluatie | 2022 | Anders | Deze evaluatie is niet uitgevoerd. De ASL BISL Foundation is eind 2022 opgeheven en voert geen activiteiten meer uit in het kader van de subsidie ASL BISL (betrof frameworks die organisaties, waaronder Defensie, konden toepassen bij het verbeteren van resp. applicatie- en informatiebeheer). Deze subsidie wordt per 2021 niet meer verstrekt. | H 10, artikel 9 |
Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) | Subsidie-evaluatie | 2026i.p.v.2024 | Afgerond | Het evaluatieonderzoek naar de subsidie aan de SKD is medio 2026 afgerond. Als gevolg van afrondende besluiten over de Marine huisvesting, het definitief sluiten van het Marechausseemuseum (december 2024) en een bijstelling van het DBFMO was afronding uitgesteld. De resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Nederlands Veteraneninstituut | Subsidie-evaluatie | 2026 | Lopend | De evaluatie van de subsidie aan de Stichting Nederlands Veteraneninstituut is begin 2026 opgestart. Het onderzoek wordt naar verwachting eind 2026 afgerond, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg | Subsidie-evaluatie | 2028 | Te starten | In 2028 wordt de subsidie aan de Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg geëvalueerd, waarna de resultaten worden opgenomen in het Jaarverslag Defensie. | H 10, artikel 9 |
Titel | Type onderzoek | Afronding | Status | Toelichting | Begrotingsartikel(en) |
|---|---|---|---|---|---|
Defensie Midden in de Samenleving (DMIS) | Ex durante evaluatie | 2029 | Te starten | In de Defensienota is aangekondigd dat Defensie de verbinding met de maatschappij wil verstevigen. Defensie heeft de samenleving hard nodig om haar taken uit te kunnen voeren, maar andersom heeft Defensie de maatschappij ook veel te bieden. Vanuit deze gedachten is het beleidsprogramma Defensie Midden in de Samenleving (DMIS) opgericht. In 2027 wordt een eerste evaluatie van dit programma uitgevoerd. | H 10, artikel 10 |
PARESTO | Doorlichting agentschap | 2025i.p.v.2024(2029) | Afgerond(Te starten) | Tijdens deze doorlichting is het functioneren van het agentschap PARESTO onderzocht met focus op de governance, financieel beheer, doelmatigheidsbevordering en bekostiging. Deze doorlichting is uitgevoerd conform de Regeling agentschappen. Helaas bleek de dataverzameling complexer dan verwacht, hierdoor heeft het onderzoeksproces vertraging opgelopen. De doorlichting van Paresto is daardoor in 2025 afgerond i.p.v. 2024.In 2029 zal de volgende doorlichting van het agenstschap PARESTO plaatsvinden. | H 10, artikel 8Agentschap, separate begroting |
6.4 Bijlage overzicht uitgaven veteranen en uitgaven zorg en nazorg
Aan de Kamer is toegezegd dat in de begroting een overzicht wordt opgenomen van de begrote uitgaven in het kader van het veteranenbeleid. Deze uitgaven zijn in de begroting verwerkt in verschillende begrotingsartikelen. In het onderstaande overzicht is dit samengebracht.
Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi)
Omschrijving | |
|---|---|
Subsidie Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) | 37.122 |
Totaal | 37.122 |
Het NLVi is een stichting die een groot deel van de uitvoering van het veteranenbeleid op het gebied van erkenning, waardering, en de bijzondere zorgplicht (beschreven in de Veteranenwet en nader uitgewerkt in het Veteranenbesluit), tot haar takenpakket heeft. Het NLVi is een rechtspersoon met een wettelijke taak en heeft een eigen onafhankelijke raad van toezicht.
Onderdeel van het NLVi is het Veteranenloket. Het Veteranenloket is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor vragen van veteranen en relaties op het gebied van dienstverlening en materiele en immateriële zorg. Dienstslachtoffers zonder de veteranenstatus en hun relaties kunnen voor materiele en immateriële zorg ook het Veteranenloket benaderen. Het programmabureau van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) maakt ook deel uit van het NLVi. Het LZV is een civiel-militaire ketenorganisatie met als doel post-actieve veteranen, dienstslachtoffers en hun relaties bij missie gerelateerde psychische en psychosociale problemen overal in Nederland de meest geëigende zorg te bieden. De eerstelijnszorg (het zogeheten gespecialiseerd maatschappelijk werk) binnen het LZV wordt verzorgd door maatschappelijk werkers van zowel het Bedrijfsmaatschappelijk Werk (BMW) Defensie als het NLVi. Daarnaast zijn binnen het NLVi zorgcoördinatoren werkzaam, die de materiële en immateriële hulpvragen van veteranen en dienstslachtoffers zonder veteranenstatus met uitzendgerelateerde problemen (en hun relaties) coördineren. Verder is de coördinatie van de nuldelijnsondersteuning (NOS) binnen het NLVi belegd. Het NOS is een laagdrempelig landelijk dekkend regionaal georganiseerd netwerk voor veteranen, MOD’s en hun relaties. Het biedt de veteraan (post-actief en in werkelijke dienst) en zijn relatie ondersteuning bij problemen. Deze hulp kan bestaan uit een gesprek, een luisterend oor, maar kan ook bestaan uit het doorgeleiden naar het Veteranenloket als de hulpvraag mogelijk professionele zorg vereist.
Het NLVi organiseert jaarlijks ook de Veteranendag en tevens voert het NLVi (wetenschappelijk) onderzoek uit op het gebied van ondersteuning, zorg en erkenning en waardering van veteranen.
Uitgaven erkenning en waardering
De uitgaven voor erkenning en waardering zijn begroot in niet-beleidsartikel 9 Algemeen en 10 Apparaat Kerndepartement, met uitzondering van de uitgaven voor reüniefaciliteiten die zijn begroot op de beleidsartikelen van de operationele commando’s.
Omschrijving | |
|---|---|
Subsidie Vereniging nationaal Veteranen Platform (VP) | 499 |
Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers | 570 |
Ondersteuning organisatie dag voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers | 330 |
Ondersteunen veteranenzaken voor operationele commando's | 3.716 |
Totaal | 5.115 |
Operationele commando's | |
|---|---|
Koninklijke Marine | 1.100 |
Koninklijke Landmacht | 1.944 |
Koninklijke Luchtmacht | 467 |
Koninklijke Marechausse | 205 |
Totaal | 3.716 |
Vereniging nationaal Veteranen Platform (VP)
De Vereniging nationaal Veteranen Platform (nationaal VP) behartigt de belangen van de Nederlandse veteranen via aangesloten veteranenorganisaties. Het nationaal VP is daarnaast adviseur van het ministerie van Defensie op het gebied van veteranenzaken. Het ministerie van Defensie beschouwt het nationaal VP als vertegenwoordiger van alle veteranen en in die hoedanigheid wordt het nationaal VP betrokken bij beleidsveranderingen. Het nationaal VP werkt continu aan het verbeteren van de beeldvorming over veteranen en aan het vergroten van de maatschappelijke erkenning en waardering voor veteranen. Ook stimuleert het nationaal VP de deelname aan activiteiten door de jonge generatie veteranen.
Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO) Het ministerie van Defensie zal vanaf 2027 een nieuwe subsidierelatie aangaan met de Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (BNMO), omdat de BNMO een verandering doormaakt en transformeert naar een organisatie die belangen behartigt van MOD’s en hun relaties.
Dagen voor Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers (MOD-ers)
Defensie organiseert, om erkenning en waardering te geven aan Militaire Oorlogs- en dienstslachtoffers (MOD’s) en hun relaties, MOD-dagen. Deze MOD-dagen zijn voor zowel veteranen met een dienstverbandaandoening (en hun relaties) als voor dienstslachtoffers zonder veteranenstatus (en hun relaties). De doelstellingen van deze dagen zijn het bieden van erkenning aan MOD’s en hun partners en het luisteren naar de behoeften van de doelgroep.
Reüniefaciliteiten
Verenigingen voor veteranen, post-actieven en MOD’s, die geregistreerd zijn in het reünieregister van het Nederlands Veteraneninstituut, kunnen eenmaal per jaar aanspraak maken op reüniefaciliteiten. De organisatie hiervan ligt in handen van de verenigingen zelf. Daarnaast heeft elk operationeel commando de mogelijkheid om een Veteranendag te organiseren.
Uitgaven zorg
De uitgaven voor zorg en nazorg zijn begroot op niet-beleidsartikelen 9 Algemeen en 10 Apparaat Kerndepartement.
Omschrijving | |
|---|---|
Invaliditeitspensioenen | 94.820 |
Nabestaandenpensioenen | 24.393 |
Nationaal Fonds Ereschuld | 117.219 |
Ereschulduitkering | 0 |
Sociale Zorg (Voorzieningenregeling MOD-slachtoffers) | 11.671 |
Inkomensvoorziening in verband met zorg & re-integratie | 475 |
Totale uitgaven | 248.578 |
Kaderwet militaire pensioenen
Deze wetgeving bevat het geheel aan wet- en regelgeving voor veteranen, MOD’s, militairen buiten dienst en ex-militairen die niet meer (volledig) kunnen werken of aanvullende voorzieningen nodig hebben vanwege arbeidsongeschiktheid.
Voor 2027 zijn de uitgaven aan bijzonder militair invaliditeitspensioen begroot op € 94,8 miljoen. Tevens is het bijzonder militair nabestaandenpensioen onderdeel van deze wetgeving. Voor 2027 zijn de uitgaven begroot op € 24,4 miljoen. Het Nationaal Fonds Ereschuld is bedoeld voor de claims van veteranen met uitzendgerelateerde aandoeningen. Hierin zijn de Veteranenclaims PTSS en Regeling Volledige Schadevergoeding ondergebracht.
Sociale zorg (o.a. voorzieningenregelingen)
Vanuit de wettelijke zorgplicht voor veteranen worden voorzieningen aan veteranen verstrekt met het oog op het verbeteren van de levensomstandigheden in specifieke situaties.
Inkomensvoorziening in verband met zorg en re-integratie
De inkomensvoorziening, zoals opgenomen in artikel 7 van de Veteranenwet, is een laagdrempelige regeling voor veteranen die ziek of arbeidsongeschikt zijn en waarbij sprake is van een vermoeden van een dienstgerelateerde aandoening. Met het aanvragen van de inkomensvoorziening in verband met zorg wordt tegelijkertijd ook de aanvraag militair invaliditeitspensioen gestart. Daarnaast worden voor deze veteranen de inspanningen op het gebied van de re-integratie geïntensiveerd en worden de reiskosten van hun partners vergoed wanneer ze deelnemen aan ambulante lotgenotengroepen. De uitvoeringskosten die gemoeid zijn met de re-integratie en het vergoeden van de reiskosten maken onderdeel uit van de raming. In totaal is voor deze voorzieningen in 2027 een bedrag van € 475.000 geraamd.
Uitgaven onderzoek
Omschrijving | |
|---|---|
Militaire Geestelijke Gezondheidszorg | 500 |
Totaal | 500 |
In de begroting van DOSCO is € 500.000 opgenomen ten behoeve van onderzoeken naar de neurobiologische gevolgen van stress en trauma dat vanuit de Wetenschappelijke Onderzoeksgroep van de MGGZ wordt uitgevoerd.
Uitgaven overig
Omschrijving | |
|---|---|
Nationale ombudsman | 550 |
Totaal | 550 |
Conform de Veteranenwet heeft de Nationale ombudsman tevens een rol als ombudsman van de veteranen. In die rol behandelt hij verzoeken/klachten van veteranen over overheidsinstanties en over niet-overheidsinstanties die een taak uitvoeren op het gebied van veteranen. Daarnaast onderzoekt hij of er structurele knelpunten zijn. Het budget dat door het ministerie van Defensie voor de Veteranenombudsman beschikbaar is gesteld is structureel € 550.000. Dit bedrag is door het ministerie van Defensie structureel overgemaakt naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Financiering van Hoge Colleges van Staat, zoals de Nationale ombudsman, verloopt via het ministerie van Binnenlandse Zaken.
6.5 Bijlage budgettaire gevolgen MIVD
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
MIVD Apparaatsuitgaven | 447.352 | 506.786 | 450.847 | 466.618 | 456.849 | 458.383 |
MIVD Geheim (art. 11) | 20.134 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 | 21.764 |
Ontvangsten | 2.923 | 2.923 | 2.923 | 2.923 | 2.923 | 2.923 |
Toelichting
De MIVD is een bijzondere organisatie-eenheid die onderdeel is van het kerndepartement (Bestuursstaf). De MIVD is belast met de ondersteuning van Defensie op het gebied van het leveren van kwalitatief hoogwaardige inlichtingen- en veiligheidsinformatie. Daarmee levert de MIVD een onmisbare bijdrage aan de opbouw, de gereedstelling en de inzet van de krijgsmacht en de informatiepositie van Nederland.
De uitgaven aan de MIVD zijn binnen de ontwerpbegroting opgenomen in artikel 10 «Apparaat kerndepartement», artikel 11 «Geheim» en in het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). In bovenstaande tabel staan de budgetten uit art. 10 en het DMF voor de MIVD onder ‘MIVD Apparaatsuitgaven’. Het artikel 11 «Geheim» is al separaat inzichtelijk in de begroting van Defensie. Aangezien deze volledig ten behoeve van de MIVD is, is deze hier nogmaals weergegeven. Vanwege het bijzondere karakter van de MIVD en de daarbij behorende geheime uitgaven zijn de uitgaven niet verder uitgesplitst. Budgetten voor onder andere schoonmaak, energie en investeringen in nieuwbouw zijn centraal belegd bij Defensie. Deze zijn niet in bovenstaande tabel opgenomen.
Ontvangsten
De ontvangsten bij de MIVD zijn voornamelijk veiligheidsonderzoeken verricht voor andere (overheids-)organisaties. De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), een samenwerkingsverband tussen MIVD en AIVD, brengt daarvoor een tarief in rekening.
6.6 Bijlage tabel Defensie-uitgaven in % bbp (3,5% in 2035)
in miljoenen euro | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|
Stand defensie-uitgaven O1 2026 (incl. militaire steun Oekraïne) | 30.340 | 35.799 | 39.005 | 40.572 | 43.934 |
%-bbp | 2,38% | 2,69% | 2,83% | 2,83% | 2,97% |
Wijzigingen defensie-uitgaven t.o.v. stand O1 2026 | ‒ 124 | 33 | 62 | 19 | ‒ 111 |
Stand defensie-uitgaven OB 2027 (incl. militaire steun Oekraïne) | 30.216 | 35.832 | 39.068 | 40.590 | 43.823 |
Totaal stand Defensiebegrotingen OB2027 | 25.841 | 30.457 | 33.314 | 36.095 | 38.127 |
Totaal militaire uitgaven Oekraïne stand OB2027 | 3.083 | 3.000 | 2.313 | 40 | 20 |
Toerekeningen op begroting andere departementen per 1 juli 2026 | 241 | 249 | 262 | 184 | 171 |
Reserveringen AP Financiën | 676 | 1.751 | 2.803 | 3.897 | 5.131 |
Extracomptabele toerekening pensioenen defensie-uitgaven1 | 375 | 375 | 375 | 375 | 375 |
%-bbp | 2,36% | 2,69% | 2,83% | 2,83% | 2,96% |
Stand defensie-uitgaven OB 2027 (excl. militaire steun Oekraïne) | 27.133 | 32.832 | 36.755 | 40.550 | 43.803 |
%-bbp | 2,12% | 2,47% | 2,66% | 2,83% | 2,96% |
1 Deze correctie ziet toe op de affinanciering van de begrotingsgefinancierde militaire pensioenen. Dit wordt toegelicht in Artikel 10 Kerndepartement. |
6.7 Bijlage CW 3.1 Oekraïne


6.8 Bijlage afkortingen
Afkorting | Omschrijving |
|---|---|
ADR | Auditdienst Rijk |
AH-64 | Apache gevechtshelikopter |
AI | Artificiële Intelligentie |
AIV | Adviesraad Internationale Vraagstukken |
AIVD | Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst |
AMDTF | Air and Missile Defence Task Force |
AOW | Algemene Ouderdoms Wet |
AR | Algemene Rekenkamer |
ASAP | Act in Support of Ammunition Production. |
AVG | Algemene Verordening Gegevensbescherming |
AWACS | Airborne warning and control system |
BBP | Bruto Binnenlands Product |
BENELUX | België Nederland Luxemburg |
BIV | Budget Internationale Veiligheid |
BZ | Ministerie van Buitenlandse Zaken |
C2 | Command and Control |
C-17 | Strategisch Transportvliegtuig |
C-130 | Transportvliegtuig |
CBRN | Chemische, Biologische, Radiologische en Nucleaire (CBRN) middelen |
CDS | Commandant der Strijdkrachten |
CH-47 | Chinook transporthelikopter |
CLAS | Commando Landstrijdkrachten |
CLSK | Commando Luchtstrijdkrachten |
COID | Centrale Organisatie Integriteit Defensie |
COMMIT | Commando Materieel en IT (voorheen DMO) |
CZSK | Commando ZeeStrijdKrachten |
DCC | Defensie Cyber Commando |
DGV | Diensten Geestelijke Verzorging |
DMF | DefensieMaterieelbegrotingsFonds |
DMP | Defensie Materieel Proces |
DOSCO | Defensie OndersteuningsCommando |
DPO | DefensieProjectenOverzicht |
EDA | European Defence Agency |
EDF | Europees Defensiefonds |
eFP | Enhanced Forward Presence |
EMASOH | European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz |
EOD / EODD | Explosieven Opruimingsdienst Defensie |
EPF | European Peace Facility (Europese Vredesfaciliteit t.b.v. Oekraine) |
EU | Europese Unie |
EUAM | Europese Adviesmissie |
EUFOR | European Union Force |
EZK | Ministerie van Economische Zaken en Klimaat |
F-35 | Vijfde generatie jachtvliegtuig |
FNIK | Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht |
GrIT | Grensverleggende Informatie Technologie |
HGIS | Homogene Groep Internationale Samenwerking |
IBO | Interdepartementaal Beleidsonderzoek |
IGK | Inspecteur-Generaal van de Krijgsmacht |
IGO | Informatie Gestuurd Optreden |
IGV | Inspecteur-Generaal Veiligheid |
IMG | Inspectie Militaire Gezondheidszorg |
IT | Informatietechnologie (incl communicatie) |
IVD | Inspectie Veiligheid Defensie |
JenV | Ministerie van Justitie en Veiligheid |
JISTARC | Joint Intelligence, Surveillance,Target Acquisition & Reconnaissance |
KMar | Koninklijke Marechaussee |
KPI | Key Performance Indicator |
LCP | Landelijke crisisplannen |
LZV | Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen |
MARIN | Maritime Research Institute Netherlands |
MDO | Multi-domein Optreden |
MGGZ | Militaire Geestelijke GezondheidsZorg |
MHK | Militair Huis van de Koning |
MINUSMA | United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission |
MIVD | Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst |
MLA | Militaire Luchtvaart Autoriteit |
MOD | Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers |
MP | Militaire Politie |
MPC | Militair Penitentiair Centrum |
MQ-9 | Onbemand vliegtuig |
N.V. | Naamloze Vennootschap |
NAVO / NATO | Noord Atlantische VerdragsOrganisatie |
NFM | NATO Force Model |
NH-90 | Helikopter |
NLD / DEU | Nederlands-Duits |
NLDA | Nederlandse Defensie Academie |
NLR | Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum |
NLVi | Stichting Nederlands Veteraneninstituut |
NOS | Nuldelijnsondersteuning (ondersteuning van veteranen) |
NMI | Navo Missie in Irak |
NPRD | Nationaal Programma Ruimte voor Defensie |
OHK | Operationeel Hoofdkwartier |
OIR | Operation Inherent Resolve |
PFAS | Poly- en perfluoralkylstoffen |
PTSS | Posttraumatische stressstoornis |
PW | Politie Wet |
QRF | Quick Reaction Force |
R&T | Research & Technology |
RBV | Rijksbegrotingsvoorschriften |
RMCa | Regionaal Militair Commando en Advies |
RPE | Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek |
RWT | Rechtspersonen met een Wettelijke Taak |
SAC | Strategic Airlift Capability |
SAF | Sustainable Aviation Fuel |
SBK | Sociaal Beleidskader |
SEA | Strategische Evaluatie Agenda |
SKIA | Strategische Kennis- en Innovatieagenda |
SOF | Special Operations Forces |
SSCG | Stationschip Caribisch Gebied |
SVi | Stichting Veteraneninstituut |
SWOON | Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA |
SWP | Stinger Weapon Platform |
SZVK | Stichting Ziektekosten Verzekering Krijgsmacht |
TF PZ | Taskforce Productiezekerheid |
TNO | Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek |
UAS | Unmanned Aerial System |
UNDOF | United Nations Disengagement Observer Force |
UNIFIL | United Nations Interim Force in Lebanon |
UVO | Unit Veiligheidsonderzoeken |
UNTSO | United Nations Truce Supervision Organisation |
VN | Verenigde Naties |
VP | Vereniging Veteranen Platform |
VS | Verenigde Staten |
VTE | Voltijdsequivalent |
WIV | Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten |
Woo | Wet Openbare Overheid |