Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.1 Inleiding en algemeen beeld

De overheidsfinanciën kruipen voorzichtig uit een diep dal. Naar verwachting verbeteren de overheidsfinanciën deze kabinetsperiode sterk door de besparingsmaatregelen van in totaal 18 miljard euro uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Verhagen.

De overheidsfinanciën zijn echter nog niet op orde. De overheid geeft – zelfs inclusief de kabinetsmaatregelen van 18 miljard euro – aan het eind van de kabinetsperiode nog steeds meer uit dan binnenkomt. Hierdoor vertoont het EMU-saldo in 2015 een tekort. Een overheidstekort heeft een opwaarts effect op de EMU-schuld. Immers, zolang de overheid moet lenen om de uitgaven te financieren, groeit de overheidsschuld. Bovendien worden de overheidsfinanciën nog steeds overschaduwd door aanzienlijke onzekerheden. Met de huidige saldoverwachting komt het signaalpad uit de startnota aan het einde van deze kabinetsperiode gevaarlijk dicht in de buurt (en wordt in 2014 zelfs geraakt). Bovendien is het totaal aan overheidsgaranties door de crisis flink gestegen, hetgeen een onzekere factor binnen de overheidsfinanciën vormt. Ook blijft de economische ontwikkeling onzeker en de internationale schuldencrisis een groot risico voor Nederland.

Tabel 2.1 Budgettaire kerngegevens (in miljarden euro)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

221,2

231,9

241,0

250,8

259,6

           

Netto uitgaven onder de kaders

245,7

249,5

257,6

267,6

274,0

Rijksbegroting in enge zin

114,9

116,3

118,8

122,8

123,6

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

69,7

69,7

71,8

74,1

76,4

Budgettair Kader Zorg

61,2

63,5

67,0

70,7

74,0

Overige netto uitgaven

– 3,4

– 4,1

– 4,2

– 3,8

– 4,1

Zorgtoeslag

4,6

4,1

3,6

3,7

3,3

Gasbaten

– 11,6

– 12,1

– 10,8

– 9,3

– 8,9

Overig

3,6

3,8

3,1

1,7

1,4

Totale netto uitgaven

242,3

245,3

253,4

263,8

269,9

           

EMU-saldo centrale overheid

– 21,1

– 13,4

– 12,5

– 13,0

– 10,3

           

EMU-saldo lokale overheden

– 4,4

– 4,4

– 3,3

– 2,7

– 1,7

           

Feitelijk EMU-saldo

– 25,6

– 17,8

– 15,8

– 15,8

– 12,1

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

– 4,2%

– 2,9%

– 2,5%

– 2,4%

– 1,8%

           

EMU-schuld

391,4

407,0

425,2

440,1

451,5

EMU-schuld (in procenten bbp)

64,7%

65,3%

66,1%

66,4%

66,2%

           

Bruto binnenlands product (bbp)

604,9

623,0

643,6

662,7

682,4

Leeswijzer

Tabel 2.1 bevat de belangrijkste cijfers uit het budgettaire beeld van de overheid. In dit hoofdstuk worden deze kerncijfers verder uitgelegd en toegelicht. Paragraaf 2.2 zoomt in op het jaar 2012. Hierin wordt onder meer uitgelegd hoe het saldo in 2012 verbetert ten opzichte van het jaar 2011 en waarom het EMU-saldo in deze Miljoenennota afwijkt van het EMU-saldo uit de financiële vertaling van het regeerakkoord.51 Paragraaf 2.3 gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van de rijksuitgaven en in paragraaf 2.4 wordt de inkomstenontwikkeling behandeld.

Paragraaf 2.5 beschrijft één van de belangrijkste ambities van het kabinetsbeleid: de overheidsfinanciën op orde brengen. In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe het kabinet de besparingsopgave van 18 miljard euro heeft verwerkt in het budgettaire beeld en hoe daar gedurende deze kabinetsperiode mee wordt omgegaan. De ontwikkelingen in Europa hebben een belangrijke invloed op het Nederlandse budgettaire beeld en het gevoerde begrotingsbeleid; deze worden beschreven in paragraaf 2.6. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de toetsing van de vastgestelde kaders (paragraaf 2.7); ook worden de ontwikkelingen binnen de financiële functie bij de overheid toegelicht (paragraaf 2.8).

Macro-economische veronderstellingen

De overheidsfinanciën zijn in grote mate afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen. Wanneer bijvoorbeeld de economische groei of de werkloosheid verandert, beïnvloedt dit veelal direct de verwachtingen over saldo en schuld. In Nederland wordt in de budgettaire ramingen traditioneel gebruik gemaakt van de macro-economische veronderstellingen van het Centraal Planbureau (CPB). Met de onafhankelijke ramingen van het CPB wordt voorkomen dat opportunisme de boventoon voert en Nederland zich daardoor onterecht rijk rekent. De traditie van onafhankelijke cijfers vindt nu navolging in Europa. Ook op Europees niveau is afgesproken om met objectieve veronderstellingen te werken. In tabel 2.2 zijn de macro-economische veronderstellingen opgenomen die zijn gehanteerd in deze Miljoenennota.

Tabel 2.2 Macro-economische veronderstellingen Miljoenennota 2012
 

2011

2012

Bruto binnenlands product (in miljarden euro)

605

623

Volume bbp

1½%

1%

Inflatie (consumentenprijsindex)

2%

2%

Contractloon marktsector

1¾%

2%

Werkloze beroepsbevolking (in duizenden personen)

397

406

Lange rente

3¼%

3¼%

Eurokoers ($)

1,42

1,43

Olieprijs ($ per vat)

110

106

Bron: Macro Economische Verkenning 2012 (CPB)

Licence