Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

2.7.2 Het inkomstenkader

Bij de start van de kabinetsperiode is naast het uitgavenkader ook een inkomstenkader vastgesteld. In de startnota is vastgelegd dat de totale lasten deze kabinetsperiode met 8,2 miljard euro mogen stijgen. Het merendeel hiervan wordt veroorzaakt door lastendekkende zorgpremies die meegroeien met de zorguitgaven. Zie voor meer informatie onderstaande box en tabel 2.16.

Box 2.7 Werking van het inkomstenkader

Voor de kabinetsperiode is een inkomstenkader vastgesteld. Hiermee zijn beleidsmatige wijzigingen in de belasting- en premietarieven over de kabinetsperiode begrensd. De inkadering van de inkomstenkant van de begroting wordt gekenmerkt door het laten werken van de automatische stabilisatie. Dit betekent dat mee- en tegenvallende inkomsten als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen in beginsel ten gunste of ten laste komen van het EMU-saldo. De gedachte hierachter is dat de inkomstenkant van de begroting afhankelijk is van de conjunctuur. Door niet te reageren op wijzigingen in de belasting- en premieontvangsten als gevolg van de conjunctuur kan het EMU-saldo mee ademen met de economische ontwikkeling. Het begrotingsbeleid draagt daarmee vanzelf bij aan het dempen van de economische conjunctuur (automatische stabilisatie). Het kabinet legt via het inkomstenkader aan het begin van de kabinetsperiode vast wat de lastenontwikkeling over de kabinetsperiode wordt en wijkt hier over de kabinetsperiode niet van af. Er worden alleen nadere maatregelen getroffen wanneer het EMU-saldo zich niet in lijn ontwikkelt met de afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact of de signaalmarge (zie voor uitleg van de signaalmarge box 2.1 Het begrotingsbeleid van kabinet Rutte-Verhagen). Omgekeerd geldt dat wanneer Nederland voldoet aan de meerjarige Medium Term Objective-doelstelling van het SGP en het EMU-saldo een meerjarig overschot laat zien, een deel van dit overschot gebruikt mag worden voor lastenverlichting. Afgezien van deze twee ontwikkelingen blijft de lastenontwikkeling zoals vastgesteld in de startnota de maatstaf.

In onderstaande tabel 2.16 is het inkomstenkader voor de huidige kabinetsperiode weergegeven. Uitgangspunt bij het inkomstenkader is – analoog aan dat van het uitgavenkader – dat alle collectieve lasten die meetellen voor het EMU-saldo meetellen in het inkomstenkader. Het inkomstenkader werkt in mutatietermen, dat wil zeggen dat de lastenontwikkeling wordt gemeten ten opzichte van een eerder jaar of periode. Het inkomstenkader wordt vastgesteld op basis van de meerjarenraming van het Centraal Planbureau waarin de maatregelen van het kabinet zijn doorgerekend.

Tabel 2.16 Inkomstenkader huidige kabinetsperiode (in miljarden euro)

Jaar-op-jaar mutaties

2011

2012

2013

2014

2015

2011–2015

Basispad (excl. zorg)

– 2,6

1,0

0,8

0,0

0,0

– 0,7

Zorg

2,8

0,2

0,7

1,8

1,0

6,4

Regeerakkoord

           

w.v. belastingen en premies

0,4

0,5

0,7

 0,1

– 0,1

1,5

w.v. overige collectieve lasten

0,0

0,0

0,1

0,9

0,1

1,1

Totaal

0,6

1,7

2,3

2,6

1,0

8,2

Kadertoets inkomsten

Tabel 2.17 geeft de kadertoets voor de inkomsten weer. Te zien is dat in 2011 ten opzichte van de startnota een lastenverlichting resteert. Dit komt door de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting in 2011 en 2012. In 2012 is sprake van hogere lasten dan gepresenteerd bij de startnota. Dit heeft er enerzijds mee te maken dat de dekking van de overdrachtsbelasting geschiedt door maatregelen die in 2012 ingaan en anderzijds met een fasering van het lastenbeeld waarmee ruimte voor compenserende lastenverlichting niet volledig in 2012 wordt teruggesluisd, maar wordt verspreid over de jaren 2013 en 2014. Cumulatief over de jaren 2011 tot en met 2015 sluit het inkomstenkader. Hiermee komt de lastenontwikkeling uit op de ontwikkeling zoals gepresenteerd in de startnota.

Tabel 2.17 Kadertoets inkomsten (+ = meer lastenverzwaring ten opzichte van startnota, in miljarden euro)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2011–2015

Mutaties 2011/2012

– 0,5

1,8

– 1,6

0,0

0,4

0,0

Mutaties na startnota

Tabel 2.18 laat de mutaties na startnota zien. Het kabinet heeft zich vastgelegd op een over de kabinetsperiode sluitend lastenkader en neemt hiertoe via deze Miljoenennota en het Belastingplan 2012 een aantal belangrijke compenserende maatregelen om bedrijven en gezinnen voor deze lastenstijgingen te compenseren. Het kabinet heeft reeds besloten de overdrachtsbelasting tijdelijk te verlagen van 15 juni 2011 tot en met 1 juli 2012. In 2012 worden grondslagverbredende maatregelen genomen in de vennootschapsbelasting en wordt een bankenbelasting ingevoerd. De middelen van deze maatregelen zullen voor het jaar 2012 worden ingezet ten behoeve van de financiering van de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting. Vanaf 2013 worden deze middelen ingezet voor compenserende lastenverlichting bij het bedrijfsleven. Zoals aangekondigd in het regeerakkoord zullen de levensloopregeling en de spaarloonregeling opgaan in een nieuwe regeling. Het versneld afschaffen van het spaarloon wordt ter dekking van de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting versneld afgeschaft in 2012.

Door hogere zorguitgaven vallen de lastendekkende zorgpremies in 2012 en 2013 hoger uit dan bij het begin van deze kabinetsperiode voorzien. De lastendekkende sectorfondspremies – waaruit de eerste zes maanden van de werkloosheidsuitgaven worden betaald – vallen structureel hoger uit. Een deel van deze lastenverzwaringen op arbeid worden weer gecompenseerd door elders de lasten op arbeid te verlagen. In het kader hiervan wordt de arbeidsongeschiktheidspremie in de jaren 2012 tot en met 2015 verlaagd. Per saldo resteert echter een lastenverzwaring op het gebied van de sociale premies.

Tabel 2.18. Verticale aansluiting lastenontwikkeling (in miljarden euro)
 

2011

2012

2013

2014

2015

2011–2015

Stand startnota

0,6

1,7

2,3

2,6

1,0

8,2

             

Mutaties na regeerakkoord

           

wv. Tijdelijke verlaging OVB

– 0,6

0,0

0,6

0,0

0,0

0,0

wv. Vpb-grondslagverbreding en bankenbelasting

0,0

0,6

0,0

0,0

0,0

0,71)

wv. Versneld afschaffen spaarloon

0,0

0,5

– 0,5

0,0

0,0

0,0

             

wv. Zorgpremies

0,1

1,0

0,2

– 1,1

0,0

0,2

wv. Sociale premies

0,0

0,5

– 0,6

0,5

0,3

0,6

             

wv. Koopkrachtpakket

0,0

– 0,9

0,0

0,5

0,0

– 0,3

wv. Innovatie

0,0

– 0,3

0,1

0,0

0,1

– 0,1

wv. Afschaffen kleine belastingen

0,0

– 0,2

– 0,6

0,0

0,0

– 0,8

wv. Overig

0,0

0,5

– 0,7

0,0

0,0

– 0,2

             

Stand Miljoenennota 2012

0,1

3,5

0,7

2,6

1,4

8,2

1)

Door afronding wijkt de som der delen af van het totaal.

Meer geld voor innovatie

Er wordt meer geld voor innovatie vrijgemaakt. De in het regeerakkoord opgenomen lastenverlichting van 500 miljoen euro die ter compensatie dient voor het wegvallen van ondernemerschaps- en innovatiesubsidies, wordt via een nieuwe fiscale regeling gericht op het bevorderen van investeringen in R&D kapitaal. Om sneller het structurele niveau van deze regeling te bereiken wordt vanuit de beschikbare ruimte circa 130 miljoen euro extra ingezet in 2012. Hiermee bedraagt het budget van deze regeling 250 miljoen euro komend jaar. Naast de middelen in het regeerakkoord reserveert het kabinet additioneel nog eens 100 miljoen euro voor bevordering van innovatie. Tot slot wordt het budget in de WBSO71 voor 2012 incidenteel opgehoogd met 149 miljoen euro, enerzijds om de overschrijdingen uit 2010 te compenseren en anderzijds om de parameters op het niveau van 2008 te houden en het verhoogd plafond van 14 miljoen euro te handhaven.

Afschaffen kleine belastingen

Daarnaast worden bedrijven en burgers voor de oploop van de lasten – welke de lastenontwikkeling uit de startnota overstijgen – gecompenseerd via het afschaffen van een aantal kleinere belastingen. Zo worden de afvalstoffenbelasting en de grondwaterbelasting in 2012 afgeschaft en vijf overige belastingen in 2013. Hiermee is een budget van ruim 200 miljoen euro in 2012 gemoeid, oplopend naar 850 miljoen euro in 2015.

Compenserende koopkrachtmaatregelen

Omdat lagere inkomens het meest profiteren van overheidsuitgaven aan inkomensondersteuning, zullen zij relatief vaak de directe effecten van de noodzakelijke bezuinigingen ondervinden. Ook de maatregelen bij de zorgtoeslag, die vanwege de nauwe samenhang met de zorgpremies in de macro-economische boekhouding van de overheid bij de collectieve lasten wordt gerekend, leiden bij lage en middeninkomens tot koopkrachtverlies. De lastenruimte voor burgers is daarom ingezet om het koopkrachtbeeld 2012 evenwichtiger te maken, waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat werken moet lonen. Naast maatregelen aan de uitgavenkant zijn daartoe ook aan de inkomstenkant compenserende maatregelen getroffen die met name de lagere en middeninkomens tegemoet komen. Drie maatregelen zijn hier met name van belang. Ten eerste wordt de grondslagverbreding in de inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet versneld doorgevoerd.72 Dit leidt tot meer inkomenssolidariteit in de zorg, omdat hogere inkomens zo relatief meer premie gaan betalen. Daarnaast wordt de algemene heffingskorting fors verhoogd, waar lagere inkomens relatief het meeste profijt van hebben. Om werkende ouders te compenseren wordt de inkomensafhankelijke combinatie korting met 230 euro verhoogd.

De Fiscale Agenda

Naast bovenstaande maatregelen voert het kabinet in het Belastingplan ook een aantal overige wijzigingen door in het belastingstelsel. Deze wijzigingen staan in het teken van het versterken van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie en het op orde brengen van de overheidsfinanciën. De visie van het kabinet ten aanzien van het belastingstelsel is verwoord in de Fiscale Agenda en steunt op drie uitgangspunten: soliditeit, eenvoud en fraudebestendigheid. Zo wordt in 2012 de grondslag van de vennootschapsbelasting verbreed, de zelfstandigenaftrek omgevormd naar een vast bedrag (om doorgroei van ondernemers in de inkomstenbelasting te stimuleren), de stimulans voor zuinige auto’s toekomstbestendig gemaakt en een vitaliteitsregeling ingevoerd (in 2013). In de fiscale agenda wordt verder voorgesteld om de mogelijkheden van een loonsomheffing, een winstbox voor ondernemingen in de inkomstenbelasting en een verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op consumptie te verkennen.

Licence