Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.5 Toetsen aan de benchmark

In lijn met het regeerakkoord wordt de huidige raming van het budgettaire beslag van de belastinguitgaven in enge zin vergeleken met de raming volgens de Startnota van dit kabinet (november 2010). De vergelijking van de huidige raming met de benchmark dient ter bepaling of er sprake is van een substantiële afwijking.

De totale bijstelling bestaat uit beleidsmatige en technische aanpassingen en een gewijzigde endogene bijstelling. Voor de bepaling of er sprake is van substantiële wijzigingen is de endogene mutatie van belang. Endogene mutaties zijn het gevolg van onder andere conjuncturele ontwikkelingen, een trendmatige groei of andere factoren die van invloed zijn op mate waarin gebruik wordt gemaakt van een bepaalde belastingfaciliteit. De beleidsmatige aanpassingen zijn het gevolg van additionele maatregelen sinds de benchmark door de aanpassingen tijdens de behandeling van het belastingplan, tussentijdse maatregelen of nieuwe maatregelen. Voor een toelichting op nieuwe beleidsmaatregelen die in 2013 ingaan (autonoom beleid) wordt verwezen naar tabel 5.2.1. Technische bijstellingen staan los van beleidsmatige of endogene ontwikkelingen, maar worden veroorzaakt door een correctie op de eerder gebruikte ramingstechniek of door een totale herziening van de tijdreeks door het beschikbaar komen van databronnen.

Endogene bijstellingen

De endogene bijstelling tussen de huidige raming voor het belastingjaar 2013 en de benchmark wordt in de onderstaande tabel toegelicht voor de posten met de grootste aanpassing (meer dan 10 procent of 25 miljoen euro). Voor deze posten gelden geen technische bijstellingen.

Tabel 5.5.1 Nadere Toelichting verschillen in 2013 huidige raming en Startnota (x € miljoen)
 

Benchmark

MN2013

mutatie

wv endogeen

Mut (%)

Zelfstandigenaftrek

1 444

1 859

415

302

21%

Afdrachtvermindering onderwijs

378

396

18

32

9%

Feestdagenregeling

60

50

– 10

40

65%

Verlaagd BTW-tarief (totaal)

4 121

4 441

319

– 332

– 8%

Vrijstelling accijns luchtvaartuigen

1 232

1 012

– 220

– 222

– 18%

Verlaging fiscale bijtelling IB (zeer) zuinige auto's

213

254

41

33

15%

Vrijstelling MRB motorrijtuigen ouder dan 25/30 jaar

142

222

80

75

53%

Nihiltarief MRB zeer zuinige auto's

161

250

89

87

54%

totaal

     

15

 

De grootste opwaartse aanpassing betreft de zelfstandigenaftrek. Vorig jaar lag deze belastinguitgave al boven de benchmarkraming en deze trend zet zich door. Ondanks de crisis is het aantal zelfstandigen fors gestegen. Deze groei was niet in de raming voorzien en is nu voor ramingsjaren geëxtrapoleerd. De afdrachtvermindering onderwijs ligt eveneens hoger dan ten tijde van de Startnota voorzien. In de paragraaf over de evaluaties is al aangegeven dat er sprake is van een sterke stijging en dat er maatregelen worden genomen om onbedoeld gebruik tegen te gaan.

De feestdagenregeling zal opgaan in de werkkostenregeling. In de raming lag besloten dat het aantal werkgevers dat zou overstappen op de werkkostenregeling in drie gelijke stappen zou plaatsvinden. Het blijkt dat dit proces langzamer verloopt, waardoor de feestdagenregeling als separate belastinguitgave op dit moment nog op een hoger niveau ligt.

Het budgettaire beslag van de belastinguitgave van het verlaagde Btw-tarief ligt 319 miljoen euro hoger dan de raming ten tijde van de Startnota. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verhoging van het algemene btw-tarief naar 21 procent, terwijl het verlaagde tarief op 6 procent gehandhaafd blijft. Daardoor loopt het tariefsverschil op van 13-procentpunt naar 15-procentpunt. Het belastingvoordeel van het verlaagde tarief wordt dus groter. Hier staat tegenover dat de consumptie zich minder voorspoedig ontwikkelt dan bij de Startnota was voorzien. De endogene mutatie van de belastinguitgave voor het verlaagde btw-tarief ligt daardoor per saldo 332 miljoen euro lager. Deze neerwaartse bijstelling was vorig jaar bij de toets aan de benchmark ook al zichtbaar.

De MRB-vrijstelling voor auto’s ouder dan 30 jaar laat een sterke stijging zien. De sterke toename wordt vooral veroorzaakt door de import van auto’s tussen de 25 en 30 jaar oud, maar die nog wel onder de vrijstelling vallen. De raming ligt inmiddels 75 miljoen euro boven het niveau dan ten tijde van de Startnota was voorzien.

De bijstellingen van de belastinguitgaven voor de accijnsvrijstelling luchtvaart, het nihiltarief zeer zuinige auto’s in de MRB, en de verlaagde bijtelling (zeer) zuinige auto’s waren vorig jaar al in beeld en bevinden zich ook voor 2013 op een vergelijkbaar niveau.

Licence