Base description which applies to whole site

1.2.2 Genomen maatregelen

Steun voor acute problemen

Verstevigen vangnetten

De bestaande vangnetten zijn het afgelopen jaar verder verstevigd. Op 30 maart 2012 kwamen de ministers van Financiën van de eurozone overeen dat de gemeenschappelijke leencapaciteit van het tijdelijke noodfonds EFSF en het permanente noodfonds European Stabilisation Mechanism (ESM) wordt opgehoogd tot 700 miljard euro. Ook is afgesproken het ESM versneld op te bouwen. Daarnaast werd bij de G20-top in juni 2012 besloten om de middelen van het IMF te versterken met in totaal 456 miljard dollar. De eurolanden hadden in een eerder stadium al hun deel (150 miljard euro) toegezegd.

ECB neemt crisismaatregelen

Parallel aan de inspanningen van de eurolanden stelde de ECB een aantal crisismaatregelen in. Door het opkopen van overheidsobligaties op de secundaire markt – dus niet direct van overheden – probeerde de ECB te voorkomen dat de rentes voor Spanje en Italië te snel opliepen. Als deze liquiditeitssteun echter niet gekoppeld is aan hervormingsmaatregelen die de oorzaak van de rentestijging aanpakken, leidt het slechts tot een tijdelijk lagere rente. Mede daarom besloot de ECB in september 2012 om het oorspronkelijke opkoopprogramma (Securities Markets Programme) te vervangen door een nieuw programma. De ECB kondigde aan staatsobligaties met een korte looptijd (1-3 jaar) aan te kopen onder voorwaarde dat de landen in kwestie ook een Europees steunprogramma aanvragen. Op die manier kunnen via het Europese programma condities worden verbonden aan de liquiditeitssteun van de ECB.

Daarnaast kregen banken meer ruimte, doordat de ECB in december 2011 en februari 2012 onbeperkt goedkope driejaarsleningen aanbood op basis van onderpand (Long Term Refinancing Operation, LTRO). Hiermee konden banken zich voor langere termijn verzekeren van voldoende liquiditeit. Met deze uitzonderlijke crisismaatregel wilde de ECB voorkomen dat banken vanwege liquiditeitsproblemen hun kredietverlening aan bedrijven en gezinnen onverantwoord scherp moeten afbouwen. In twee ronden, in december 2011 en februari 2012, is in totaal voor circa 1 000 miljard euro aan liquiditeit aan banken verstrekt. Dit verlichtte de liquiditeitskrapte van vooral Zuid-Europese banken, die ook een deel van dit geld gebruikten om lokale staatsleningen te kopen. De hierdoor gedaalde rente gaf Zuid-Europese overheden weer enige tijd lucht (zie figuur 1.6), maar leidde er wel toe dat banken en overheden verder met elkaar verstrengeld raakten.

Figuur 1.6 Liquiditeitsinjectie ECB brengt tijdelijk rust

Figuur 1.6 Liquiditeitsinjectie ECB brengt tijdelijk rust

Noot: Rentes op 10-jarige staatobligaties; voor Ierland de 9-jarige obligatie

Bron: Bloomberg

Herstructurering Spaanse banken noodzakelijk

Het is belangrijk dat wordt voorkomen dat de problemen in Spanje snel groter worden en ook andere landen worden besmet. Daarom hebben de eurolanden gezamenlijk aan een oplossing gewerkt. De situatie in Spanje wordt voor een belangrijk deel gedreven door problemen in de Spaanse financiële sector die te maken hebben met grote verliezen in de vastgoedsector. Daarom voorziet de overeengekomen bankensteun in een herstructurering van zwakke Spaanse banken, waarna de Spaanse overheid de banken herkapitaliseert met internationale steun uit het noodfonds EFSF, dit totdat de ESM in werking is getreden. Nederland draagt bij aan de noodfondsen en heeft erop toegezien dat strenge voorwaarden verbonden zijn aan deze steun. Zo komen bij herstructurering van banken eerste verliezen ten laste van de aandeel- en obligatiehouders. Hierdoor blijft de benodigde kapitaalinjectie beperkt. Ook zijn er afspraken gemaakt dat er in het geval van staatssteun beperkingen worden gesteld aan de beloning van bestuurders en commissarissen. Ook moet de Spaanse overheid de steun uiteindelijk terugbetalen.

Hulp gekoppeld aan noodzakelijke hervormingen

Rol IMF belangrijk

Financiële steun aan landen alleen is echter geen oplossing voor de onderliggende problemen. Voor een duurzame oplossing moeten de overheden hun financiën op orde brengen en hervormingen doorvoeren die de economische structuur van hun land versterkt. Op die manier neemt de schokbestendigheid en ook het groeipotentieel toe. In Ierland werpt het hervormingsprogramma inmiddels de eerste vruchten af. Sinds halverwege 2012 lukt het om mondjesmaat zelfstandig geld aan te trekken op de kapitaalmarkt. Verdere hervormingen blijven echter nodig, vooral gericht op het gezond maken van overheidsfinanciën en de financiële sector. Er blijven daarom strikte voorwaarden verbonden aan de steun. Het kabinet heeft zich hier steeds voor ingezet. In dit kader heeft Nederland ook steeds gepleit voor een sterke rol van het IMF bij het bestrijden van de crisis. Het Fonds heeft een grote staat van dienst op dit gebied. Naast de expertise vindt het kabinet een substantiële financiële bijdrage van het IMF belangrijk. Dit maakt de hervormingsprogramma’s geloofwaardiger. Nederland ziet ook bij mogelijke toekomstige programma’s een belangrijke rol weggelegd voor het IMF.

Strengere begrotingsregels en onafhankelijk toezicht

Europese spelregels aangescherpt

Voorkomen is echter beter dan genezen. Om een beroep op de noodfondsen te voorkomen, is het van groot belang om de overheidsfinanciën, economie en financiële sector in alle eurolanden gezond te houden of te versterken waar dat nodig is. In de afgelopen jaren is vooruitgang geboekt op het gebied van economische en financiële regels in Europa. Zo is het Stabiliteits- en Groeipact aangescherpt. Hierin zijn de regels over begrotingstekort en schuld vastgelegd. Er is vooral meer automatisme gekomen in de handhaving van de begrotingsregels. Verder is de zogeheten macro-economische onevenwichtighedenprocedure opgezet. Deze bestaat uit een waarschuwingssysteem en een correctiemechanisme. Deze procedure moet zo veel mogelijk helpen voorkomen dat grote economische onevenwichtigheden ontstaan in de economieën van lidstaten.

Onafhankelijk toezicht versterkt

Het kabinet presenteerde in september 2011 een toekomstvisie op de Economische en Monetaire Unie (EMU) met daarin een sterke nadruk op handhaving van de Europese begrotingsregels en streng en onafhankelijk toezicht. Het kabinet heeft deze visie consequent ingebracht bij de verschillende Europese toppen en heeft op verschillende terreinen resultaat geboekt. De rol van de eurocommissaris voor Economische en Monetaire Zaken is versterkt: deze kreeg de post van vicepresident met specifieke verantwoordelijkheid voor de euro. Dit betekent dat deze eurocommissaris krachtiger en onafhankelijker kan optreden dan voorheen. De Europese Commissie kan beter toezien op handhaving van de regels en ook ingrijpen als de regels en afspraken worden overtreden. Daarnaast hebben eurolanden afgesproken om het principe van structureel begrotingsevenwicht in nationale wetgeving vast te leggen. Deze wetgeving moet ook een automatisch correctiemechanisme bevatten, dat aangeeft wat er gebeurt, als lidstaten te ver afwijken van begrotingsevenwicht of het gewenste tempo daar naartoe.

Structureel begrotingsevenwicht in wetgeving

De afspraak om het principe van structureel begrotingsevenwicht in wetgeving vast te leggen is ook opgenomen in het zogeheten Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur in de EMU. Dit verdrag is in maart 2012 ondertekend door de regeringsleiders en staatshoofden van 25 van de 27 lidstaten, waaronder alle eurolanden. Het verdrag zorgt voor meer automatisme in de handhaving van het Stabiliteits- en Groeipact, wat de onafhankelijke rol van de Europese Commissie ten opzichte van de Europese Raad verder versterkt. In Nederland ligt dit verdrag op dit moment ter goedkeuring aan de Kamer voor. Daarnaast bereikte de Raad voor Economische en Financiële Zaken (Ecofin12) van februari 2012 een akkoord over twee verordeningen (het «two-pack»). Deze verordeningen vergroten de mogelijkheden voor toezicht vanuit vooral de Europese Commissie op ontwerpbegrotingen van lidstaten en op lidstaten met grote problemen op het gebied van financiële stabiliteit. Over deze verordeningen wordt op dit moment met het Europees Parlement onderhandeld, met het oog op de spoedige inwerkingtreding ervan.

EU-toezicht op financiёle sector

Bij de eurozone top van 28-29 juni 2012 hebben de regeringsleiders van de eurolanden, in lijn met eerdergenoemde visie, een stap gezet om de vicieuze cirkel tussen banken en overheden te doorbreken. De afspraak is om voor het einde van 2012 een besluit te nemen over voorstellen voor het instellen van Europees toezicht op de financiële sector. Als er effectief Europees toezicht is, kan in onderlinge overeenstemming worden besloten het permanente noodfonds ESM de mogelijkheid te geven directe steun te geven aan banken in plaats van via overheden. Dit uiteraard onder strenge voorwaarden. Hiermee rusten interventies in de bancaire sector niet langer op de kredietwaardigheid van één enkele overheid. Toezicht op Europees niveau past ook bij het grensoverschrijdende karakter van de financiële sector en de interne markt voor financiële diensten.

Tekenen van verbetering

Er zijn tekenen dat de economische onevenwichtigheden binnen de eurozone aan het verminderen zijn. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het verloop van de nominale arbeidskosten per eenheid product; een belangrijke indicator voor de concurrentiekracht van landen. In een aantal landen met een relatief sterke uitgangspositie, zoals Duitsland en Finland, nemen de arbeidskosten sinds 2008 licht toe (zie figuur 1.7). Tegelijkertijd lopen de arbeidskosten terug in een aantal landen met relatief hoge lonen. Deze ontwikkelingen zijn positief. De verschillen in de aanpassingssnelheid zijn echter nog groot. Zo passen Spanje en Ierland zich relatief snel aan, terwijl er in Italië en Portugal nauwelijks sprake is van een aanpassingsproces. Met uitzondering van Ierland hebben de meeste landen nog een lange weg te gaan.

Figuur 1.7 Lagere arbeidskosten verbeteren concurrentiekracht kwetsbare landen

Figuur 1.7 Lagere arbeidskosten verbeteren concurrentiekracht kwetsbare landen

Noot: Ontwikkeling arbeidskosten per eenheid product

Bron: Europese Commissie

Licence