Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1.1 Nederland welvarend, maar gevoelig voor schokken

Nederland welvarend ...

Nederland is een ontwikkeld en welvarend land. Op basis van de Human Development Index van de Verenigde Naties, die landen rangschikt op gezondheid, onderwijsniveau en inkomen, staat Nederland mondiaal in de top 3.1 Ook puur economische indicatoren laten een gunstig beeld zien. Nederland is de vijfde exporteur en de zevende buitenlandse investeerder wereldwijd.2 De laatste drie jaar is Nederland gestegen van de tiende naar de vijfde plaats op de bekende Global Competitiveness Index die de concurrentiekracht van landen meet.

Deze succesfactoren bieden Nederlanders werk en inkomen: binnen de Europese Unie (EU) kent Nederland na Oostenrijk de laagste werkloosheid en de Nederlander heeft na de Luxemburger gemiddeld het hoogste inkomen.3 Dit inkomen is internationaal gezien relatief gelijk verdeeld, wat betekent dat de welvaart breed wordt gedragen.4

De Nederlandse welvaart, economische groei en werkgelegenheid komen in belangrijke mate voort uit de openheid van de Nederlandse economie en de daarmee samenhangende handel van goederen en diensten. De export draagt sterk bij aan de groei van de Nederlandse economie, als gekeken wordt naar de toename van het bruto binnenlands product (bbp). De afgelopen twintig jaar groeide de Nederlandse economie gemiddeld met 2,2 procent per jaar; de helft daarvan kwam voor rekening van de export.5

... maar geraakt door financiële crisis

Nederland heeft de afgelopen jaren behoorlijke klappen gekregen. De financiële sector kwam in de problemen als gevolg van de wereldwijde financiële crisis die escaleerde in het najaar van 2008. De overheid moest forse financiële steun en garanties verlenen om de financiële stabiliteit te waarborgen. Dalende huizenprijzen leggen de kwetsbaarheid bloot van huishoudens die de voorgaande jaren hoge schulden zijn aangegaan.6 Sinds de piek in huizenprijzen in 2008 zijn de prijzen met 15 procent gedaald.7 De werkloosheid is internationaal gezien laag, maar wel sterk toegenomen van 4 procent in 2008 tot ruim 6 procent in 2012.8 Het bedrijfsleven heeft de crisis tot nu toe redelijk goed doorstaan, maar laat fors lagere investeringen en een teruglopende werkgelegenheid zien. De overheidsfinanciën stonden er voor de crisis in internationaal en historisch opzicht relatief goed voor, maar zijn door de economische terugval de afgelopen jaren snel verslechterd. De schokbestendigheid van de Nederlandse economie is hierdoor afgenomen. Dit is des te verontrustender omdat de economische ramingen nog geen sterk herstel laten zien en er nog grote onzekerheden zijn.

Beperkte economische groei en onzekere vooruitzichten

Wereldwijd lage groei

In de loop van 2011 werd duidelijk dat het in 2010 ingezette herstel van de wereldeconomie niet doorzette. De groei in de opkomende economieën zoals China en India bleef redelijk op peil. Maar in de ontwikkelde landen halveerde de gemiddelde bbp-groei van 3,2 procent naar 1,6 procent. Dit kwam deels doordat een aantal landen een begin maakten om de sterk opgelopen begrotingstekorten terug te dringen. Japan liet, als gevolg van de tsunami, zelfs een krimp van de economie zien.

De verwachting is dat de wereldwijde economische groei dit jaar nog wat verder afneemt. Volgens de recentste raming van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) groeit het bbp van de ontwikkelde landen in 2012 met 1,4 procent (zie figuur 1.1).9 De werkloosheid blijft min of meer stabiel rond 8 procent. Onder invloed van de hoge werkloosheid en lagere groei daalt de inflatie. Ook in de opkomende economieën groeit het bbp dit jaar naar verwachting minder sterk.

Figuur 1.1 Wereldeconomie laat groeivertraging zien

Land

Bbp-groei

Inflatie (CPI)

Werkloosheid

 

2011

2012

2013

2011

2012

2013

2011

2012

2013

Ontwikkelde economieën

1,6

1,4

2,0

2,7

2,0

1,6

7,9

7,9

7,8

VS

1,7

2,1

2,4

3,1

2,1

1,9

9,0

8,2

7,9

eurozone

1,4

– 0,3

0,9

2,7

2,0

1,6

10,1

10,9

10,8

Japan

– 0,7

2,0

1,7

– 0,3

0,0

0,0

4,5

4,4

4,4

Opkomende economieën

6,2

5,6

5,9

7,2

6,3

5,6

n/a

n/a

n/a

China

9,2

8,0

8,5

5,4

3,3

3,0

4,0

4,0

4,0

Brazilië

2,7

2,5

4,6

6,6

5,2

5,0

6,0

6,0

6,5

India

7,1

6,1

6,5

8,6

8,2

7,3

n/a

n/a

n/a

Noten: Bbp-groei en inflatie in procenten; werkloosheid in procenten van de beroepsbevolking; 2012 en 2013 betreffen ramingen

Bron: IMF; waar mogelijk is de World Economic Outlook (WEO) update juli 2012 gebruikt; overige cijfers uit de WEO april 2012

In eurozone scherpe groeivertraging

In de eurozone liep de bbp-groei in de tweede helft van 2011 snel terug. De jaargroei was maar een fractie lager dan in de Verenigde Staten (VS), maar de vertraging scherper. Mede onder invloed van de schuldencrisis kwam een groot deel van de monetaire unie in een recessie terecht (zie figuur 1.2). De hoge werkloosheid loopt in 2012 nog wat verder op, hoewel de verschillen tussen de landen groot zijn. Onder invloed van de gematigde groei loopt de inflatie in de eurozone in 2012 naar verwachting terug tot 2 procent.

Verwachte krimp Nederland in 2012

Net als veel andere landen in de eurozone heeft Nederland te maken met afnemende groei, oplopende werkloosheid en een dalende inflatie. De tweede helft van 2011 verkeerde Nederland officieel in een recessie en dit jaar krimpt de economie naar verwachting met ½ procent. Dat de economie krimpt, komt doordat de binnenlandse vraag terugloopt: naar verwachting nemen de binnenlandse consumptie, de investeringen én de overheidsbestedingen af in 2012. Daarnaast groeit ook de export minder, onder andere als gevolg van de schuldencrisis.

Figuur 1.2 Lagere groei eurolanden

Land

Bbp-groei

Inflatie (CPI)

Werkloosheid

 

2011

2012

2013

2011

2012

2013

2011

2012

2013

Duitsland

3,0

0,7

1,7

2,5

2,3

1,8

5,9

5,5

5,3

Finland

2,9

0,8

1,6

3,3

3,0

2,5

7,8

7,9

7,7

Nederland

1,3

– ½

¾

2,3

¼

2,0

4,4

¼

Italië

0,4

– 0,8

0,3

2,9

3,2

2,3

8,4

9,5

9,7

Spanje

0,7

– 1,8

– 0,3

3,1

1,9

1,1

21,7

24,4

25,1

Griekenland

– 6,9

– 4,7

0,0

3,1

– 0,5

– 0,3

17,7

19,7

19,6

Noot: Bbp-groei en inflatie in procenten; werkloosheid in procenten van de beroepsbevolking (voor de vergelijkbaarheid is ook voor Nederland de internationale definitie gebruikt); 2012 en 2013 betreffen ramingen

Bron: Voor Nederland CPB; overig spring forecast 2012 Europese Commissie

Toekomst biedt grote onzekerheid en lage groei

De wereldwijde economische groei blijft de komende jaren naar verwachting beperkt en nieuwe schokken vormen een reëel gevaar voor Nederland. In 2013 neemt de geraamde groei over de hele linie iets toe. Maar dit zal over het algemeen niet genoeg zijn om de werkloosheid te laten dalen. Het noodzakelijke proces van wereldwijde schuldafbouw, vooral van overheden en de financiële sector, zal de groei in de komende jaren blijven dempen. Ook op wat langere termijn zullen de ontwikkelde economieën niet terugkeren naar de groeicijfers die voor de financiёle crisis gebruikelijk waren. Onder andere doordat de bevolking vergrijst, zal de potentiële economische groei in de toekomst lager zijn. Dit heeft gevolgen voor de overheidsfinanciёn. Veel collectieve arrangementen in Nederland, zoals de zorg, zijn nog gebaseerd op de groeigemiddelden van eind vorige eeuw. De lagere groeiniveaus in de komende decennia leiden tot minder financiёle ruimte en maken structurele aanpassingen noodzakelijk.

Schokbestendigheid en veerkracht vergroten

Aanpassingen noodzakelijk

De financiële crisis benadrukt het belang van een schokbestendige en veerkrachtige economie. Zowel nationaal als internationaal moet de uitdaging aangegaan worden om de kans op toekomstige schokken te verkleinen. Nederland kan buitenlandse schokken echter nauwelijks beïnvloeden en gezien de openheid van onze economie kunnen wij ons hier niet voor afsluiten. Daarom is het van belang flexibel in te kunnen springen op nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd buffers te hebben om schokken te kunnen absorberen. Dat biedt een gezonde basis voor de terugkeer van vertrouwen bij burgers en bedrijven, met een positief effect op de economische groei.

In het vervolg van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag hoe de schokbestendigheid en veerkracht van de Nederlandse economie vergroot kan worden. In paragraaf 1.2 tot en met 1.6 worden achtereenvolgens de Europese en Nederlandse overheidsfinanciën, de financiële sector, huishoudens en het bedrijfsleven behandeld. In elke paragraaf wordt begonnen met een schets van de kwetsbaarheden, gevolgd door maatregelen die al zijn genomen om de kwetsbaarheden te adresseren. De paragrafen sluiten af met een bespreking van de resterende uitdagingen.

Licence