Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

5.5 Toetsen aan de benchmark

In lijn met het regeerakkoord wordt de huidige raming van het budgettaire beslag van de belastinguitgaven in enge zin vergeleken met de benchmark. De benchmark is de raming volgens de Startnota van dit kabinet. De vergelijking van de huidige raming met de benchmark dient ter bepaling of er sprake is van een substantiële afwijking. De totale bijstelling bestaat uit gewijzigde endogene bijstellingen, beleidsmatige en technische aanpassingen. Endogene bijstellingen zijn het gevolg van conjuncturele ontwikkelingen, een aanpassing van de trendmatige groei of andere factoren die van invloed zijn op de mate waarin gebruik wordt gemaakt van een bepaalde belastingfaciliteit. De beleidsmatige aanpassingen zijn additionele maatregelen sinds de benchmark. Voor een toelichting op nieuwe beleidsmaatregelen op het gebied van belastinguitgaven die in 2015 ingaan wordt verwezen naar tabel 5.2.1. Technische bijstellingen worden veroorzaakt door bijvoorbeeld een correctie op de eerder gebruikte ramingstechniek of door een totale herziening van de tijdreeks door het beschikbaar komen van nieuwe databronnen. Dergelijke bijstellingen staan los van beleidsmatige of endogene ontwikkelingen.

In onderstaande tabel wordt voor 2015 een overzicht gegeven van de totale mutatie sinds de startbrief. Belastinguitgaven waarvan de endogene mutatie groter is dan 25 miljoen euro of 10% worden afzonderlijk vermeld. Mutaties die vorig jaar al om deze reden zijn gemeld zijn opnieuw opgenomen. Voor de toelichting op de mutaties die vorig jaar al zijn vermeld wordt verwezen naar de Miljoenennota 2014. Nieuwe bijstellingen worden onder de tabel nader toegelicht.

Tabel 5.5.1 Nadere Toelichting verschillen in 2015 huidige raming en startbrief (x € miljoen)
 

Startbrief

MN2015

Mutatie

Waarvan endogeen

Mut(%)

Nieuw

         

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkering en forfaitair rendement

1.002

926

– 76

– 76

– 7,6%

Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld

414

451

37

37

8,9%

Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement

77

56

– 21

– 21

– 27,0%

Giftenaftrek

395

385

– 10

– 49

– 12,4%

Technisch nieuw

         

Landbouwvrijstelling

312

1.791

1.478

50

15,9%

Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting)

87

120

33

– 2

– 2,4%

Vorig jaar al gemeld

         

Verlaging fiscale bijtelling (zeer) zuinige auto's

215

525

311

311

144,7%

Verlaagd tarief glastuinbouw energiebelasting

136

74

– 62

– 56

– 41,3%

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen laag btw-tarief

566

518

– 48

– 46

– 8,1%

Arbeidsintensieve diensten laag btw-tarief

561

627

66

– 55

– 9,9%

Voedingsmiddelen horeca laag btw-tarief

1.501

1.404

– 97

– 90

– 6,0%

Post btw-vrijstelling

210

167

– 43

– 41

– 19,4%

Landbouwregeling in de btw

48

18

– 30

– 30

– 62,2%

Accijns vrijstelling communautaire wateren

885

1.165

280

– 40

– 4,5%

Technisch al gemeld

         

Zelfstandigenaftrek

1.915

1.741

– 173

89

4,6%

Accijns vrijstelling luchtvaartuigen

1.053

2.042

989

– 40

– 3,8%

Overige

         

Overige belastinguitgaven

6.754

6.491

– 263

94

1,4%

Totaal

16.131

18.499

2.369

35

0.2%

Endogene bijstellingen

De neerwaartse bijstelling van de vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen wordt veroorzaakt doordat als gevolg van het afschaffen van deze regeling per 1 april 2013 nieuwe inleg niet meer mogelijk is. Het geraamde gebruik van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld is verhoogd, omdat uit de belastingaangiften blijkt dat het aantal belastingplichtigen dat gebruik heeft gemaakt van de regeling is toegenomen. Oftewel meer belastingplichtigen dan verwacht ten tijde van het regeerakkoord hebben ervoor gekozen hun hypotheek (grotendeels) af te lossen. Voor de vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement en de giftenaftrek is de raming neerwaarts bijgesteld op grond van het lagere gebruik dat blijkt uit de ingediende belastingaangiften.

In totaliteit is de endogene ontwikkeling sinds de startbrief 35 miljoen euro opwaarts bijgesteld (0,2%).

Technische bijstellingen

De landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting is technisch bijgesteld. De reden is dat bij de berekening van de kosten van de landbouwvrijstelling geen rekening meer wordt gehouden met het gebruik van alternatieve fiscale regelingen (de herinvesteringsreserve en de aankoop van stakingslijfrenten) als de landbouwvrijstelling zou worden afgeschaft. Bij alle andere belastinguitgaven wordt bij de budgettaire derving ook geen rekening gehouden met eventueel gebruik van alternatieve regelingen als de regeling zou worden afgeschaft. Daarom worden de kosten van de landbouwregeling nu ook bruto gepresenteerd. Dit niveau ligt circa 1.350 miljoen euro hoger.

De raming voor het keuzeregime winst uit zeescheepvaart is eveneens aangepast door de nieuwe inzichten die zijn verkregen door een uitgebreide analyse van de belastingaangiften van gebruikers van deze regeling over de periode 2007–2011. Een dergelijke analyse vindt periodiek plaats in het kader van een evaluatie van de regeling. De vorige evaluatie dateert uit 2007 waarvoor een analyse is gemaakt op basis van beschikbare aangiften uit 2002. Voor de nieuwe analyse over 2007–2011 kon ten opzichte van de vorige evaluatie gebruik worden gemaakt van alle belastingaangiften. De analyse toont aan dat de omvang van de belastinguitgave sterk afhankelijk is van de conjunctuur. De regeling kan nadelig uitpakken als gebruikers verlies maken, omdat zij op grond van de tonnage toch belasting verschuldigd zijn. In tijden van hoogconjunctuur is de regeling erg gunstig. In de periode 2007–2011 fluctueert de budgettaire derving van circa 20 miljoen euro tot ruim 300 miljoen euro. De keuze voor de tonnageregeling door de belastingplichtige wordt voor 10 jaar gemaakt. Om die reden ligt het voor de hand om de budgettaire derving te bepalen over het gemiddelde van die 10 jaar. Dan kan ook worden aangenomen dat de invloed van conjunctuur beperkt is. De keuze om op deze wijze de budgettaire derving te presenteren werd in de vorige Miljoenennota’s ook al toegepast, maar de uitgebreide analyse heeft er wel toe geleid dat de budgettaire derving opwaarts is aangepast met circa 30 miljoen euro ten opzichte van de ramingen gepresenteerd in de Miljoenennota 2014.

Licence