Base description which applies to whole site

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDS
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

totaal uitgaven

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

totaal niet-belastingontvangsten

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

12

Hoofdwegennet

           
 

Uitgaven

2.291,6

2.576

2.554,6

2.707,4

2.806

2.973,9

 

Ontvangsten

146,2

90,4

55,3

90,5

148,9

133,5

13

Spoorwegen

           
 

Uitgaven

2.146,6

2.190,4

2.054,2

2.095

2.232

2.185,8

 

Ontvangsten

245,7

314,2

202,2

197,3

202,3

207,1

14

Regionaal, lokale infra

           
 

Uitgaven

202

246,6

201,1

170,6

96,6

5,1

15

Hoofdvaarwegennet

           
 

Uitgaven

895,8

964,7

1.254,3

1.058,2

804,2

858,4

 

Ontvangsten

94,7

131,2

133,9

100,2

59,5

37,7

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

           
 

Uitgaven

176,6

262,5

343,5

419,9

482,8

477

 

Ontvangsten

34,8

30,4

61,5

69

92,6

39,7

18

Overige uitgaven en ontvangsten

           
 

Uitgaven

66,5

3

2,2

1

   
 

Ontvangsten

583,3

         

19

Bijdrage andere begrotingen Rijk

           
 

Ontvangsten

4.674,5

5.676,9

5.956,8

5.995,1

5.918,5

6.082,2

Artikel 12 Hoofdwegennet

De uitgaven op dit artikel kennen een stijgend verloop. Dit verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. Er zijn hogere uitgaven na 2017 omdat in de komende jaren vele middelen zijn voorzien voor een aantal aanlegprojecten waaronder A12/A15 Ressen-Oudbroeken, A27-A12 Ring Utrecht, A16 Rotterdam, A24 Blankenburgtunnel, A28 Knooppunt Hoevelaken en A4/A44 Rijnlandroute.

Artikel 13 Spoorwegen

De uitgaven op dit artikel zijn bestemd voor de aanleg en het beheer en de vervanging van spoorwegen. De uitgaven binnen dit artikel kennen een relatief glad verloop. De beperkte fluctuaties zijn het gevolg van de variatie in het kasritme bij projecten en het aanpassen van de budgetten aan de beschikbare capaciteit voor spoorwerkzaamheden.

Artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

De uitgaven op dit artikel hangen samen met grote projecten die regionale overheden aanleggen. De fluctuatie van de budgetten is groot door de planning van deze grote regionale projecten. Zo worden er in de periode 2017–2020 hogere uitgaven verwacht door onder andere de regionale projecten Utrecht Tram naar de Uithof, de Ombouw Amstelveenlijn, de Rotterdamsebaan en HOV-NET Zuid-Holland Noord. Aanvullend worden er in deze periode uitgaven gedaan aan het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

De toename van de uitgaven en ontvangsten in de jaren 2019 en 2020 wordt enerzijds veroorzaakt door de realisatie van het project Nieuwe Sluis Terneuzen waar ook derden aan bijdragen. Anderzijds wordt de stijging veroorzaakt door de aanleg van het DBFM-projecten Zeetoegang IJmond en Keersluis Limmel in diezelfde periode.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

De uitgaven op dit artikel lopen op doordat de uitgaven voor de megaprojecten ERTMS en ZuidasDok sterk oplopen richting 2022. De geraamde ontvangsten betreffen voornamelijk de bijdragen van medeoverheden aan het project ZuidasDok.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

De budgetten op dit artikel bestaan voor de periode 2017–2020 hoofdzakelijk uit een reservering voor de implementatie van de Omgevingswet. De piek in de budgetten voor 2017 wordt enerzijds verklaard door deze reservering en anderzijds verklaard door het surplus aan eigen vermogen bij Rijkswaterstaat dat conform de Regeling agentschappen wordt afgeroomd en wordt toegevoegd aan het Infrastructuurfonds in 2017.

Artikel 19 Bijdragen andere begrotingen Rijk

Dit artikel betreft de voeding van het Infrastructuurfonds vanuit de begroting van IenM (XII).

Licence