Base description which applies to whole site

Sociale zekerheid

SOCIALE ZEKERHEID: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

78.905,4

80.645

81.119,7

82.203,7

83.778,8

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Anw

– 21,4

– 22,3

– 26,2

– 32,9

– 33,7

 
   

Aow

– 81,4

– 100,7

– 70,6

– 39,5

– 34,8

 
   

Bijdrage coa

– 26,6

– 7,3

19,7

7,2

7,7

 
   

Compensatie zez-regeling

0

38

0

0

0

 
   

Dagloonbesluit

– 18

79,5

9,5

4,5

4,5

 
   

Iow

7,2

16,8

26,4

21,2

25,5

 
   

Iva

63,1

83,8

67,8

46,9

22,6

 
   

Kinderbijslag

– 30,2

– 33,5

– 37

– 37

– 38,2

 
   

Kinderopvangtoeslag

24,8

56,6

43,4

31,7

19,1

 
   

Kindgebonden budget

24,8

– 1,6

– 21,6

– 38,4

– 55,4

 
   

Leningen inburgering

41,8

13,3

10,6

21

27,4

 
   

Nominale ontwikkeling

150,8

311,1

973,1

1.628,4

2.133

 
   

Participatiewet

33,2

– 259,7

– 207,6

16,4

157,4

 
   

Toeslagenwet

– 7,9

– 23,3

– 26,6

– 26,4

– 23,1

 
   

Uitvoeringskosten uwv

19,9

– 62,2

– 55,9

– 46

– 32,4

 
   

Wajong

1,2

27,2

27,9

26,9

26,8

 
   

Wao

– 81,8

– 83,8

– 76,2

– 74,3

– 74,2

 
   

Wga

74,1

96,1

108,1

109,6

98,2

 
   

Ww

– 433

– 835,8

– 929,2

– 799,7

– 590,9

 
   

Zw

13,1

55,8

59,2

64,4

69,3

 
   

Diversen

– 9,2

31,7

39,3

42,2

46,6

 
     

– 255,5

– 620,3

– 65,9

926,2

1.755,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Aow kostendelersnorm

0

0

214,3

214,4

214,4

 
   

Capaciteit verzekeringsartsen

0

0

44

44

44

 
   

Eindejaarsmarge

86,5

0

0

0

0

 
   

In=uit taakstelling

– 86,5

0

0

0

0

 
   

Kasschuiven sza

– 100,7

42,3

14,5

– 16,3

10

 
   

Re-integratie wajong

– 53,5

27,5

0

13

13

 
   

Wia-taakstelling

0

10

20

30

40

 
   

Diversen

– 0,5

3,9

7,7

15,1

– 20,4

 
     

– 154,7

83,7

300,5

300,2

301

 

Technische mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Brutering

29,8

221

– 68,2

– 101,1

– 285,5

 
   

Kansrijk opgroeien

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

 
   

Transitievergoeding

0

– 787

336,9

450,1

0

 
   

Diversen

41,2

43,3

79,6

127,1

104,4

 
     

– 29

– 622,7

248,3

376,1

– 281,1

 

Extrapolatie

88.005

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 439,1

– 1.159,2

482,9

1.602,5

1.775,2

 

Stand Miljoenennota 2018

78.466,3

79.485,7

81.602,7

83.806,2

85.554

 
                 
SOCIALE ZEKERHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

1.012,6

1.019,1

1.021,9

1.050,9

1.041,1

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Kinderopvangtoeslag

– 23,4

26,3

20,7

21,5

21,2

 
   

Nominale ontwikkeling

1,6

9,5

17

24,2

27,8

 
   

Diversen

87,2

– 25

– 12

– 8,4

– 9,4

 
     

65,4

10,8

25,7

37,3

39,6

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

0

– 8

– 13,2

– 9,4

– 6,4

 
     

0

– 8

– 13,2

– 9,4

– 6,4

 

Extrapolatie

1.095,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

65,5

2,8

12,5

27,9

33,1

 

Stand Miljoenennota 2018

1.078,1

1.021,9

1.034,4

1.078,7

1.074,3

 

ANW (Algemene Nabestaandenwet)

Op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB is de raming meerjarig neerwaarts bijgesteld. Uit de gegevens van de SVB blijkt dat minder personen gebruik maken van de nabestaandenuitkering dan eerder verwacht.

AOW (Algemene Ouderdomswet)

De raming van de uitkeringslasten AOW is meerjarig neerwaarts bijgesteld. De bijstelling heeft grotendeels te maken met de verwerking van de laatste CPB-cijfers. Verder is nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB in de ramingen verwerkt.

Bijdrage COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers)

De bijdragen aan het COA hebben betrekking op maatschappelijke begeleiding en voorinburgering. De raming is bijgesteld vanwege de gewijzigde verwachting van de instroom en doorstroom uit opvangcentra van migranten.

Dagloonbesluit

De wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de inkomensverrekening in de WW heeft voor enkele groepen geleid tot onbedoeld lagere uitkeringen. Starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die na de wachttijd voor de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming. Het verstrekken van de tegemoetkoming voor deze groepen is in 2017 grotendeels afgerond en valt lager uit dan begroot. Voor 2018 en verder is hierbij ook rekening gehouden met compensatie en reparatie van de groep herlevers en mensen die minder dan 104 weken ziek zijn geweest.

IOW (Inkomensvoorziening Oudere Werklozen)

De raming van de uitgaven aan de IOW is opwaarts bijgesteld. Het effect van de AOW-leeftijdsverhoging op de IOW-duur blijkt groter dan eerder verwacht.

IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten)

Op basis van de uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de uitgaven aan de IVA opwaarts bijgesteld. Dit is gedeeltelijk het resultaat van het doortrekken van een hogere instroom in de IVA naar latere jaren. Daarnaast wordt de mutatie op de IVA verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA (zie ook WAO en WGA). Bij de IVA (onderdeel van de wet WIA) resulteert dit in een opwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten.

Kinderbijslag

De raming van de AKW (Kinderbijslag) is neerwaarts bijgesteld. Dit komt onder andere door een afname van het aantal kinderen ten opzichte van de vorige raming en een, ten opzichte van de vorige raming, lager aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor AKW+, een bedrag voor alleenstaanden of alleenverdieners die voor een gehandicapt kind zorgen.

Kinderopvangtoeslag

Het gebruik van kinderopvangtoeslag is in het toeslagjaar 2016 sterker gestegen dan ten tijde van de begroting 2017 werd verwacht. Dit leidt vanaf 2017 tot meer uitgaven. Daarnaast leiden positievere economische vooruitzichten naar verwachting ook tot meer gebruik van de kinderopvangtoeslag. De tegenvaller neemt in latere jaren af, met name door de doorwerking van een lager aantal geboorten in de CBS-bevolkingsraming.

Kindgebonden budget

De meevaller ontstaat vooral door verwerking van een nieuwe meerjarenraming van het CPB. De inkomens van huishoudens stijgen harder dan voorheen aangenomen. Aangezien de WKB een inkomensafhankelijke regeling is dalen hierdoor de uitkeringslasten.

Leningen inburgering

Op basis van uitvoeringsinformatie van DUO is de raming van leningen inburgering opwaarts bijgesteld. Zo is het opnamepatroon van de leningen anders gespreid dan aanvankelijk werd aangenomen. Inburgeraars kunnen hun leningen over een langere periode opnemen, terwijl ook het gemiddeld opgenomen bedrag hoger uitvalt.

Nominale Ontwikkeling (uitgaven en ontvangsten)

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van nieuwe ramingen van loon- en prijsontwikkeling door het CPB en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid. Daarnaast is de raming van de indexatie van verschillende regelingen aangepast, waardoor deze beter aansluiten bij de wettelijke indexatie.

Toeslagenwet

De raming van de TW is neerwaarts bijgesteld. Dit komt hoofdzakelijk doordat het geraamde WW-volume lager uitkomt dan voorheen als gevolg van de lagere werkloosheidsverwachtingen van het CPB. Omdat er minder WW-uitkeringen worden verwacht, neemt het aantal toeslagen op WW-uitkeringen ook af. Daarnaast is het verwachte aantal Wajongers met arbeidsvermogen op basis van realisatiecijfers neerwaarts bijgesteld (zie kopje Wajong). Het verwachte aantal toeslagen op deze Wajong-uitkeringen is daardoor ook neerwaarts bijgesteld.

Participatiewet

Het macrobudget Participatiewet heeft betrekking op de bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud starters). De raming van het macrobudget Participatiewet is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de daling van de werkloosheid. De uitgaven komen in 2017 echter hoger uit vanwege de verwerking van de realisatiegegevens over 2016 (inclusief de realisatie als gevolg van de hogere asielinstroom). Vanaf 2020 worden de hogere uitgaven ook deels verklaard door de toenemende uitgaven als gevolg van de verhoogde asielinstroom en het extra beroep op de bijstand dat daaruit volgt.

Uitvoeringskosten UWV

De raming van de uitvoeringskosten van het UWV is neerwaarts bijgesteld. Dit betreft de doorwerking van de verschillende regelingen, zoals de meevallers op de WW, op de uitvoeringskosten van het UWV.

Wajong

De raming van de Wajong-uitgaven is naar boven bijgesteld, met name vanaf 2018. Deze tegenvaller wordt voor het grootste deel veroorzaakt doordat uitkeringsverlaging per 1-1-2018 voor mensen met arbeidsvermogen lager uitvalt omdat er minder mensen met arbeidsvermogen zijn dan eerder geraamd is. Daarnaast is de raming van de uitstroom naar beneden bijgesteld.

WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering)

De mutatie op de WAO wordt voor het grootste deel verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA. Bij de WAO resulteert dit in een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten. Uit de realisatiecijfers van het UWV blijkt daarnaast dat de uitstroom hoger is en de gemiddelde jaaruitkering (naast de administratieve correctie) lager is dan eerder verwacht. Dit werkt voor 2017 en verder door in lagere uitkeringslasten.

WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten)

Op basis van de uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de uitgaven aan de WGA opwaarts bijgesteld. De mutatie op de WGA wordt voor het grootste deel verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA (zie ook WAO en IVA). Bij de WGA (onderdeel van de wet WIA) resulteert dit in een opwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten. Daarnaast is er sprake van tegen elkaar in werkende effecten. De instroom in de WGA is opwaarts bijgesteld evenals de uitstroom uit de WGA.

WW (Werkeloosheidswet)

De raming van de WW is neerwaarts bijgesteld. Dit wordt met name veroorzaakt door verwerking van de lagere werkloosheidsverwachtingen van het CPB.

ZW (Ziektewet)

De raming van de ZW is per saldo opwaarts bijgesteld als gevolg van volumestijgingen en gemiddelde prijsdalingen. De volumestijgingen worden met name veroorzaakt door zieke werklozen en eindedienstverbanders (werknemers die ziek uit dienst gaan). De prijsdaling is hieraan gerelateerd aangezien eindedienstverbanders een lagere gemiddelde jaaruitkering hebben.

AOW Kostendelersnorm

Het Kabinet Rutte/Asscher heeft besloten de AOW kostendelersnorm niet meer in te voeren.

Capaciteit verzekeringsartsen

Vanaf 2019 wordt 44 mln. vrijgemaakt voor het behoud van de artsencapaciteit UWV.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van SZW.

In = uit taakstelling

Departementen kunnen onbestede middelen in 2016 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2017. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit-taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. De in=uit taakstelling zal gedurende de uitvoering van begrotingsjaar 2017 worden ingevuld met onderuitputting.

Kasschuiven SZA

Deze post betreft verschillende kasschuiven onder het SZA-kader. De grootste betreft een kasschuif voortvloeiende uit de budgettaire verwerking van de voorfinanciering bijstand.

Re-integratie Wajong

Verwachting is dat het budget voor re-integratie van arbeidsgehandicapten in 2017 minder hard nodig zal zijn. Deze middelen worden doorgeschoven naar het budget in 2020 en 2021, omdat het beroep op deze middelen in deze jaren gaat toenemen als gevolg van de recente herindelingsoperatie in het Wajong-bestand. Aanvullend ontvangt het UWV in 2017 ESF gelden voor oude projecten. De bevoorschotting van re-integratie Wajong in 2017 is hierop aangepast en de gelden komen ten goede van dienstverlening aan Wajongers in 2017 en 2018. Hiermee wordt geborgd dat het niveau van dienstverlening op peil blijft. Aanvullend is de raming van de uitgaven in 2017 aangepast op basis van de Juninota.

WIA-taakstelling

Omdat er geen zicht is op concrete maatregelen van sociale partner om het beroep op de WIA te verminderen, is de WIA-taakstelling uitgeboekt. Dit zorgt voor een besparingsverlies.

Brutering

Het bruteringseffect wordt veroorzaakt doordat enkele uitkeringen, de grootste zijnde de bijstand en de AOW, worden afgeleid van het netto minimumloon. Wijzigingen in belastingen en premies hebben effect op de bruto hoogte van deze uitkeringen. Deze wijzigingen kunnen daarmee tot hogere of lagere uitgaven in het SZA-kader leiden. In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZA-kader voor de effecten van deze belasting- en premiewijzigingen gecorrigeerd wordt, zodat geen mee- of tegenvallers in het SZA-kader ontstaan als gevolg van belasting- en premiewijzigingen.

Kansrijk opgroeien

Om te stimuleren dat ook kinderen in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, heeft het Rijk afgelopen Miljoenennota structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen aan activiteiten die ze nu missen door armoede. Dit betreft voor € 85 miljoen de technische overboeking naar het Gemeentefonds, omdat gemeenten een belangrijke rol spelen in de uitvoering hiervan, en voor de overige € 15 miljoen naar artikel 2 voor subsidies met hetzelfde doel.

Transitievergoeding

De beoogde inwerktreding van het wetsvoorstel aanpassing transitievergoeding bij bedrijfseconomsiche redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid is uitgesteld naar 1 juli 2019. Daarmee zijn de middelen verschoven van 2019 naar 2019 en 2020.

Kinderopvangtoeslag

De ontvangsten over toeslagjaar 2014 zijn lager dan bij de begroting 2016 was verwacht. Dit leidt vooral tot minder terugontvangsten in 2017. Daarnaast komen in 2017 naar verwachting minder terugontvangsten over 2012 binnen. Meerjarig zijn de ontvangsten hoger als gevolg van een licht hogere overfinanciering.

Licence