Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Algemeen

ALGEMEEN
  

2020

2021

2022

2023

2024

2025

totaal uitgaven

‒ 362,5

1.861,8

1.717,3

1.057,6

824,3

990,7

totaal niet-belastingontvangsten

      

4

Eindejaarsmarge

      
 

Uitgaven

‒ 1.296,4

‒ 967,0

‒ 5,0

   

55

Diversen

      
 

Uitgaven

858,0

2.544,8

1.391,6

840,1

560,3

636,5

81

RA Openbaar bestuur

      
 

Uitgaven

 

200,0

149,5

150,0

150,0

200,0

82

RA Veiligheid

      
 

Uitgaven

  

24,0

24,0

24,0

24,0

85

RA Milieu

      
 

Uitgaven

 

4,0

42,5

33,5

40,5

30,5

86

RA Landbouw

      
 

Uitgaven

      

87

RA Onderwijs, onderzoek en innovatie

      
 

Uitgaven

    

40,5

96,5

88

RA Zorg

      
 

Uitgaven

      

90

RA Overdrachten bedrijven

      
 

Uitgaven

      

92

RA Overige uitgaven

      
 

Uitgaven

75,9

80,0

114,7

10,0

9,0

3,2

De aanvullende post «Algemeen» (ook wel de aanvullende post genoemd) is het begrotingshoofdstuk waar middelen worden gereserveerd voor maatregelen waartoe is besloten maar die in afwachting zijn van nadere uitwerking. Ook wordt op dit begrotingshoofdstuk de in=uittaakstelling verantwoord. De aanvullende post wordt beheerd door het ministerie van Financiën.

Artikel 4 Eindejaarsmarge

Departementen kunnen onbestede middelen in 2020 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2021. HGIS-middelen kunnen worden doorgeschoven naar de drie opvolgende jaren. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit-taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge.

Artikel 55 Diversen

De stand op artikel 55 wordt hoofdzakelijk gevormd door lopende reserveringen voor de wederopbouw Sint Maarten, de EU-afdrachten en Groningen. Daarnaast staan nog middelen gereserveerd voor het Klimaatakkoord en de aanpak stikstofproblematiek.

Artikelen 81 t/m 92

Op de artikelen 81 tot en met 92 staan de intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord gereserveerd die nog niet zijn overgeboekt naar de verschillende begrotingen. Over de nog niet uitgekeerde middelen zal nog besluitvorming plaatsvinden. Op basis van die besluitvorming zullen dan ook de resterende middelen worden overgeheveld naar de verschillende begrotingen. Voor een exacte uitsplitsing van de Regeerakkoordmiddelen zie ook bijlage Regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post.

Licence