Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

12 OVERZICHT RISICOREGELINGEN VAN HET RIJK

In tabellen 12.1 t/m 12.5 wordt een totaaloverzicht gegeven van de verschillende soorten risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen, achterborgstellingen en leningen wordt verwezen naar de begrotingen van de betreffende vakdepartementen.

Garanties

Een garantie is een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde partij buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

De tabellen 12.1 en 12.2 bevatten alle garantieregelingen van het Rijk aan partijen buiten het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond en mutaties kleiner dan 100 miljoen euro zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht bevat alle garanties met de stand van het uitstaand risico in 2021, 2022 en 2023. Ontwikkelingen vanaf 1 september zijn niet in het overzicht opgenomen. Deze worden meegenomen in het overzicht van risicoregelingen bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2022.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting (b), het begrotingsartikel (a) en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat onder het kopje «uitstaande garanties» het bedrag dat daadwerkelijk als voorwaardelijke verplichting is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd. Onder de uitstaande garanties vallen ook garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2022 en 2023 worden er garanties verleend, maar komen er ook garanties te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «te verlenen garanties» en «te vervallen garanties».

Een garantieregeling van het Rijk kent (in principe) altijd een maximum, het zogenaamde garantieplafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 12.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij internationale organisaties is ervoor gekozen om het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties aan grote internationale financiële instellingen (IMF en Wereldbank). Bij regelingen waar geen plafond is afgesproken, is het totaalplafond gelijkgesteld aan de uitstaande garanties. Na een afname in 2021 is in 2022 en 2023 het uitstaand risico van de reguliere garanties weer opgelopen met name als gevolg van nieuwe internationale risicoregeling (IMF) en verhoging van reeds bestaande Europese garantieregelingen (ESM).

Om de risico’s voor de overheidsfinanciën te beheersen, en een goede afweging tussen verschillende beleidsinstrumenten te bevorderen, hanteert het kabinet een ‘nee-tenzij’-beleid ten aanzien van risicoregelingen. Dit beleid is vastgelegd in de begrotingsregels21 en houdt in dat het kabinet terughoudend is met het aangaan van nieuwe en verruimingen van bestaande regelingen. Soms kan het verstandig zijn om nieuwe risico’s aan te gaan – bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis - maar hier is een goede onderbouwing voor noodzakelijk. Deze controle aan de poort heeft concreet vorm gekregen in het Toetsingskader Risicoregelingen22, dat eveneens is vastgelegd in de begrotingsregels. Dit toetsingskader zorgt ervoor dat we ook in onzekere tijden een degelijke afweging blijven maken. Bij consequente toepassing in de toekomst zullen de risico’s na een crisis naar verwachting weer afnemen.

Naast de reguliere garanties (tabel 12.1) heeft het kabinet besloten om een aantal tijdelijke garanties te verlenen ter bestrijding van de coronacrisis. Het uitstaand risico van deze risicoregelingen worden getoond in tabel 12.2. De coronagerelateerde garantieregelingen verschillen van de reguliere garantieregelingen wat betreft de financiering en de dekking. Waar uitgaven en ontvangen van reguliere garantieregelingen op een departementale begroting plaatsvinden, geldt voor coronagerelateerde garantieregelingen dat eventuele schades worden gefinancierd vanuit de staatsschuld. Indien er een premie wordt gevraagd vloeit deze ook in de staatsschuld. Met name als gevolg van het aflopen van de herverzekering leverancieringskredieten, was het totale uitstaand risico in 2021 gedaald met circa 12 miljard euro naar 38,1 miljard euro. In 2022 en en 2023 stijgen de coronagerelateerde garanties echter weer. Deze stijging is te wijten aan de hogere uitstaande Europese garanties als gevolg van gewijzigde renteaannames. Het totaal aan coronagerelateerde garanties bedraagt in 2023 naar verwachting 43,7 miljard euro, waarvan 39,8 miljard euro bestaat uit de internationale garanties SURE en NGEU. Uit tabel 12.2 blijkt dat het totaalbedrag aan uitstaande garanties van het Rijk in 2022 naar verwachting 218,2 miljard euro is ten opzichte van 211,7 miljard euro in 2021.

Tabel 12.1 Garantieregelingen van het Rijk (in miljoenen euo)

b

a

omschrijving

Uitstaande garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Totaal-plafond

   

2021

2022

2022

2022

2022

2023

2023

2023

2023

 

V

3

Raad van Europa

176,7

176,7

176,7

176,7

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

125,8

125,8

125,8

176,6

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

379,9

33,5

36,7

376,7

376,7

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

246,3

232,6

323,1

155,8

155,8

300,0

IXB

2

Single Resolution Fund

4.163,5

4.163,5

4.163,5

4.163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9.768,9

568,9

9.200,0

9.200,0

9.200,0

IXB

3

Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

5.507,0

5.507,0

5.507,0

5.507,0

IXB

3

Garantie drijvende LNG-terminal Gasunie

200,0

200,0

200,0

200,0

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

728,4

2,2

726,2

726,2

726,2

IXB

4

DNB - deelneming in kapitaal IMF

30.459,2

614,6

31.073,8

1.187,1

32.260,8

32.260,8

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

589,1

589,1

589,1

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechnism (EFSM)

2.767,4

67,5

2.699,9

2.699,9

2.699,9

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

34.154,2

34.154,2

34.154,2

34.154,2

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

11.796,0

11.796,0

11.796,0

11.796,0

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35.363,7

24,7

35.338,9

1.364,0

36.702,9

36.702,9

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

3.776,0

3.776,0

3.776,0

3.776,0

IXB

4

Wereldbank

5.038,8

100,0

15,4

5.123,4

5.123,4

5.123,4

IXB

5

Exportkredietverzekering

21.854,4

10.000,0

10.000,0

21.854,4

10.000,0

10.000,0

10.000,0

21.854,4

10.000,0

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1.594,3

715,0

425,0

1.884,3

715,0

665,0

425,0

2.124,3

665,0

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten Groen (BMKB-G)

50,0

50,0

50,0

100,0

150,0

100,0

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

337,8

400,0

60,0

677,8

400,0

400,0

21,5

1.056,3

400,0

XIII

2

Microkredieten

130,0

130,0

130,0

130,0

XIII

2

MKB-financiering

228,2

3,2

225,0

225,0

268,2

XIV

21

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten (BL, BL plus en landbouwinnovatie)

318,2

28,0

32,0

314,2

78,2

28,0

32,0

310,2

78,2

XVI

2&3

Instellingen voor de gezondheidszorg

165,5

29,0

136,5

23,5

113,0

136,5

XIV

22

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

284,9

20,1

264,8

19,8

245,0

264,8

XVII

1

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

142,9

50,0

192,9

50,0

242,9

675,0

XVII

1

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

15,9

24,0

39,9

24,0

63,9

140,0

XVII

5

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

3.074,3

10,5

3.063,8

10,1

3.053,7

3.074,3

  

Overig

366,7

77,7

23,6

420,8

139,9

69,7

28,2

462,4

139,9

338,8

  

Subtotaal reguliere garanties

173.554,2

12.525,4

11.642,0

174.437,6

11.383,1

13.887,8

10.560,0

177.765,3

11.383,1

152.960,1

Tabel 12.2 Coronagerelateerde garantieregelingen van het Rijk (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Uitstaande garanties

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Geraamd te verlenen

Geraamd te vervallen

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Totaal-plafond

   

2021

2022

2022

2022

2022

2023

2023

2023

2023

 

IXB

3

Garantie KLM

2.160,0

600,0

1.560,0

1.560,0

1.560,0

IXB

4

EIB - pan Europees Garantiefonds

1.301,3

1.301,3

1.301,3

1.301,3

IXB

4

Next Generation EU (NGEU)

27.655,2

5.934,4

33.589,5

33.589,5

33.589,5

IXB

4

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

6.133,7

112,9

6.246,6

6.246,6

6.246,6

IXB

5

Herverzekering leverancierskredieten

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten Corona (BMKB-C)

322,5

100,0

222,5

100,0

122,5

735,0

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona (GO-C)

392,9

300,0

177,0

515,9

100,0

415,9

2.100,0

XIII

2

Groeifaciliteit

72,4

85,0

3,0

154,4

85,0

85,0

8,0

231,4

85,0

XIII

2

Klein Krediet Corona

55,8

100,0

13,0

142,8

15,0

127,8

250,0

XIV

21

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten Corona (BL-C)*

46,5

6,0

17,0

35,5

23,0

12,5

180,0

XVI

1

Garantie analysecapaciteit

6,3

182,0

188,3

XVI

1

Garantie Bestuurlijke aansprakelijkheid Stichting Open Nederland

2,5

2,5

2,5

2,5

Subtotaal coronagerelateerde garanties

38.149,0

6.720,3

1.098,3

43.771,0

85,0

85,0

246,0

43.610,0

85,0

45.964,9

subtotaal reguliere garanties

173.554,2

12.525,4

11.642,0

174.437,6

11.383,1

13.887,8

10.560,0

177.765,3

11.383,1

152.960,1

Totaal

211.703,2

19.245,7

12.740,3

218.208,6

11.468,1

13.972,8

10.806,0

221.375,3

11.468,1

198.925,0

Tabel 12.3 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door het Rijk verstrekte garanties in 2022 en 2023. Alleen garanties waarop daadwerkelijk uitgaven en ontvangsten zijn gedaan worden weergegeven in de tabel. De getoonde uitgaven betreffen hoofdzakelijk schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies en provisies als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 12.3 Uitgaven en ontvangen door het Rijk verstrekte garanties (in duizenden euro)
 

Uitgaven

Ontvangsten

Uitgaven

Ontvangsten

b

a

omschrijving

2022

2022

2023

2023

Coronagerelateerde garanties

   

IXB

4

EIB - pan Europees Garantiefonds

96.352

0

75.145

0

IXB

5

Herverzekering leverancierskredieten

20.000

20.000

0

0

IXB

3

Garantie KLM

0

23.217

0

17.350

IXB

3

Garantie Gasunie

0

1.020

0

4.000

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering Corona (GO-C)

50.000

0

50.000

0

XIII

2

Groeifaciliteit

8.172

8.000

8.222

8.000

XIII

2

Klein Krediet Corona

0

5.000

0

0

XIV

21

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten Corona (BL-C)*

1.000

60

1.000

0

Subtotaal coronagerelateerde garanties

175.524

57.297

134.367

29.350

Reguliere garanties

   

VI

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.800

0

1.800

0

IXB

1

Garantie procesrisico's

171

0

171

0

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

0

625

0

625

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

0

612

0

612

IXB

5

Exportkredietverzekering

112.000

85.359

87.000

85.150

XIII

2

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

36.674

30.500

40.328

28.000

XIII

2

Borgstelling MKB-kredieten Groen (BMKB-Groen)

950

2.500

1.900

5.000

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering

11.745

13.000

11.745

13.000

XIII

4

Aardwarmte

0

557

0

0

XIV

21

Borgstelling MKB- Landbouwkredieten (BL, BL plus en landbouwinnovatie)

2.000

1.200

2.000

1.200

XIV

21

Borgstelling MKB-landbouwkredieten, onderdeel Werkkapitaal Omschak.Duurz.(BL-O)

0

20

0

20

XIV

21

Vermogens Versterkend Krediet (BL-VVK)

0

70

0

0

XVII

1

Garantie DGGF

5.000

3.000

5.000

3.000

XVII

1

Garantie DRIVE

0

0

0

0

XVII

1

Garantie DTIF

7.000

1.000

7.000

1.000

XVII

1

Garantie FOM

0

300

0

100

XVII

5

Garanties IS-NIO

0

1.117

0

1.612

Subtotaal reguliere garanties

177.340

139.860

156.944

139.319

Totaal

  

352.864

197.157

291.311

168.669

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon in de vorm van een stichting. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen daarom niet als verplichting opgenomen. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 12.4.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 12.4) is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabellen 12.1 en 12.2), aangezien het risico over meerdere partijen wordt gespreid. Per achterborgstelling zijn er verschillende mogelijkheden om eventuele schade te dekken. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij deelnemende woningcorporaties ter hoogte van 2,59 miljard euro. Op het gecommitteerd obligo doet WSW alleen een beroep wanneer dat noodzakelijk is om middelen in liquide vorm beschikbaar te hebben voortvloeiend uit het risicovermogen in relatie tot geborgde verplichtingen. Ook kunnen woningcorporaties in financiële problemen onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen voor saneringssteun. Saneringssteun wordt bekostigd via een heffing aan corporaties en deze middelen lopen via een risicovoorziening op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Alle woningcorporaties zijn op basis van de wet verplicht om deze heffing te betalen. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door de corporatiesector zelf via het fondsvermogen WSW, obligo en de saneringsheffing. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog niet eerder aangesproken.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal van de stichting aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op het Rijk. Bij het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Daarnaast worden bij twee achterborgstellingen de risico’s gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het WEW voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door het Rijk. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door het Rijk gedekt. Bij het WSW wordt de gehele positie gelijkelijk met gemeenten gedeeld.

Tabel 12.4 Achterborgstellingen (in miljoenen euro)
 

Realisatie 2021

Raming 2022

Raming 2023

Totaal Achterborgstellingen

285.542

290.948

300.511

Stichting Waarborgfonds Zorg

6.193

6.147

5.940

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

83.021

88.365

95.945

Waarborgfonds Eigen Woningen

196.328

196.436

198.626

    

Bufferkapitaal

   

Stichting Waarborgfonds Zorg

304,0

308,5

312,5

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

532

541

576

Waarborgfonds Eigen Woningen

1.608

1.635

1.674

    

Obligo

   

Stichting Waarborgfonds Zorg

186,9

184,0

177,8

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

2.233

2.592

2.814

Leningen

We spreken van een lening als het Rijk middelen verstrekt aan een derde buiten het Rijk met een afgesproken aflossingsschema en rente. Is aan een van beide voorwaarden niet voldaan, dan is sprake van een uitgave. Ook leningen vormen een risico voor het begrotingssaldo, namelijk als de ontvanger van die lening niet in staat blijkt de lening (in zijn geheel) af te lossen of de rentevergoeding te betalen. In dat geval derft het Rijk inkomsten (niet-belastingontvangsten die geraamd zijn). Die derving belast het uitgavenplafond. Bij leningen die zijn afgegeven in andere valuta is er ook een wisselkoersrisico voor het Rijk

Tijdens de coronacrisis zijn er diverse leningen afgegeven door het Rijk. Deze leningen kennen een beperkte looptijd en vaak is er geen risicovoorziening vormgegeven. Een overzicht van de uitstaande leningen van het Rijk wordt gepresenteerd in tabel 12.5. Het uitstaande risico gestegen met circa 360 miljoen euro. Deze stijging betreft met name de uitbreiding van de liquiditeitssteun aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Tabel 12.5 Door het Rijk verstrekte leningen (in miljoenen euro)

b

Omschrijving

Uitstaand risico

Looptijd

  

2021

 

Coronagerelateerde leningen

  

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (1e tranche)

173.630

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (2e tranche)

183.203

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (3e tranche)

264.223

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (4e tranche)

36.885

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (5e tranche)

131.122

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (6e tranche)

188.668

2022

IV

Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (7e tranche)

48.288

2022

IV

Liquiditeitssteun loonsubsidie Sint Maarten 2020

10.000

2022

XIII

Corona overbruggingslening (COL-faciliteit) voor start-ups en scale-ups

258.841

2026

XIII

Lening Stichting Garantiefonds Reisgelden

187.000

2028

IXB

Steun KLM

277.083

2025

XII

Hypothecaire Lening WinAir

3.700

2023

Subtotaal coronagerelateerde leningen

1.762.643

 

Reguliere leningen

  

XIII

Steun aan IHC (voorheen Royal IHC)

5.121

2050

Subtotaal reguliere leningen

5.121

 

Totaal

1.767.764

 

Licence