Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

nr. 1BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2000

1. Inleiding en samenvatting

De Najaarsnota 2000 geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2000. De met deze Najaarsnota samenhangende suppletore begrotingswetsvoorstellen worden zoveel mogelijk gelijktijdig met de nota aan de Staten-Generaal aangeboden. Evenals in de Voorjaarsnota wordt in de Najaarsnota ook een beeld op hoofdlijnen gepresenteerd van de uitgaven in de overwegend premiegefinancierde sectoren Sociale Zekerheid en Zorg. Een gedetailleerd beeld van de ontwikkelingen in deze sectoren is opgenomen in de brieven die de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegelijkertijd met deze nota aan de Staten-Generaal aanbieden. Verder wordt in deze nota ook een geactualiseerde raming van de belastingontvangsten gepresenteerd, evenals een nieuwe raming voor het EMU-saldo. De Najaarsnota gaat slechts in op de begrotingsuitvoering van het lopende jaar, en bevat als regel geen informatie over de doorwerking van de mutaties in 2000 naar 2001 en latere jaren.

Ten tijde van de Miljoenennota was er nog sprake van een beperkte overschrijding van het totale uitgavenkader met 43 miljoen. Sindsdien hebben zich per saldo nieuwe meevallers voorgedaan ter grootte van 1¾ miljard. Een gedeelte van deze meevallers heeft een spiegelbeeldig effect in 2001. Teneinde het beeld in 2001 niet te belasten heeft de regering gekozen voor een tijdige betaling van de OV-studentenkaart. Daarnaast wordt de in-uit-taakstelling uit de Miljoenennota van 550 miljoen voor de helft tegengeboekt. Hiermee resteert een taakstelling van 0,3 miljard op de rijksbegroting in enge zin overeenkomend met de gemiddelde onderuitputting in deze sector tussen Najaarsnota en Voorlopige Rekening van de afgelopen jaren.

De vrijvallende middelen zijn voor een bedrag van 1,2 miljard, mede ter invulling van APB-motie 23, daar waar dit doelmatig en rechtmatig verantwoord was, ingezet voor enkele concrete beleidsterreinen. Hiermee is de ruimte onder het uitgavenkader opgevuld.

De belastingontvangsten vallen naar huidige inzichten ½ miljard hoger uit dan in de Miljoenennota werd geraamd. De belangrijkste meevallers doen zich voor bij de directe belastingen. Een en ander leidt per saldo tot een lichte verbetering van het EMU-saldo tot 1,1% BBP (excl. opbrengsten UMTS-veiling).

Tabel 1 Budgettaire Kerngegevens1

 VU 2000 (1)NJN 2000 (2)Kader (3)Verschil tov VU (2)–(1)Verschil tov kader (3)–(2)
Uitgaven     
– Rijksbegroting in enge zin182,2182,8179,80,63,0
– Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt104,9104,3108,0– 0,6– 3,7
– Zorg59,659,658,90,00,7
Belastingontvangsten207,5207,90,4
Premieontvangsten139,1139,10,0
EMU-saldo2, in %BBP1,01,10,1

1 Als gevolg van afronding op honderden miljoenen kan de som der delen 0,1 afwijken van het totaal.

2 Exclusief de opbrengsten van de UMTS-veiling van 0,7%-punt BBP.

Intertemporele compensatie 2000 en 2001

Voorstellen voor intertemporele compensatie dienen, zoals in de regels budgetdiscipline is opgenomen, in beginsel te worden betrokken bij het hoofdbesluitvormingsmoment. Derhalve is compensatie over de jaren heen bij Najaarsnota eigenlijk niet aan de orde, zeker niet als dit zou leiden tot het oneigenlijk oprekken van de eindejaarsmarge. In deze Najaarsnota is echter een uitzondering gemaakt op het principe dat over intertemporele compensatie enkel wordt besloten bij de besluitvorming bij Voorjaarsnota.

Het gaat hierbij om de op de aanvullende post Algemeen gereserveerde middelen voor het project «Tegoeden tweede wereldoorlog». Dit jaar kunnen de voor de Indische gemeenschap gereserveerde middelen (250 miljoen) en het resterende budget voor uitvoeringskosten (43 miljoen) niet meer tot besteding komen. Door het meenemen van deze middelen naar 2001 kunnen deze gelden, zoals eerder met de Tweede Kamer afgesproken, voor het daarvoor bestemde doel beschikbaar blijven.

Om het uitgavenbeeld in 2001 niet te belasten is gezocht naar een (ook qua doelmatigheid) verantwoorde versnelling elders op de Rijksbegroting. Deze is gevonden in het iets eerder dan tot nu toe gepland betalen van de OV-studentenkaart. Het contract schrijft voor dat de betaling dient plaats te vinden tussen begin december en medio januari. Thans wordt een groter deel eind december betaald.

2. Extra uitgaven

De gunstige uitgavenontwikkeling sinds de Miljoenennota (zie paragraaf 3) maakt het mogelijk om binnen de uitgavenkaders extra middelen beschikbaar te stellen op diverse beleidsterreinen. In deze paragraaf wordt daarbij eerst ingegaan op de uitvoering van motie 23 die in de Tweede Kamer is aangenomen tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen en daarna op de overige uitgavenverhogingen. Bovendien zijn binnen de begroting van EZ middelen gereserveerd voor de viering van het 400-jarig bestaan van het VOC, waarmee tevens gehoor is gegeven aan de wens van de Kamer op dit gebied.

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen heeft de Tweede Kamer via motie 23 (de Graaf c.s.) de regering verzocht om bij de Najaarsnota uit de dan beschikbare ruimte zoveel mogelijk middelen vrij te maken ten behoeve van een zevental beleidsprioriteiten. Binnen het budgettaire beeld van de Najaarsnota is het mogelijk gebleken om hiervoor 800 miljoen uit te trekken.

Tabel 2 Extra uitgaven, in mln gld.

 2000
Invulling van APB-motie 23 
Cultuur/Monumentenzorg/E-culture110
Schoolgebouwen/Inventaris/ICT400
Veiligheid50
Sport40
EHS en Natuurontwikkeling200
totaal motie 23800
  
Overige uitgavenverhogingen 
Antillen131
Visserij/Glastuinbouw85
Enschede25
Defensie75
Zorg113
totaal overige uitgavenverhogingen429
Totaal1 229

Cultuur/Monumentenzorg/E-culture

In het kader van het behoud van het cultureel erfgoed zal de regering 110 miljoen beschikbaar stellen. Hiervan zal 60 miljoen worden aangewend voor het versnellen van de restauratie van monumenten. Een snelle beschikbaarheid van extra middelen voorkomt dat uitstel op termijn meer geld kost vanwege toenemend verval. De middelen zullen in het Nationaal Restauratie Fonds worden gestort. Net als de Tweede Kamer hecht ook de regering aan de renovatie van het Rijksmuseum Amsterdam (RMA) waarvoor 10 miljoen in het Nationaal Restauratie Fonds zal worden gestort. Het verval van papier uit de 19e en 20e eeuw vormt een bedreiging voor het Nederlands cultureel en wetenschappelijk erfgoed in de Nederlandse bibliotheken. De regering zal een bijdrage van 10 miljoen leveren voor een pilot-project teneinde een begin te maken met de aanpak van deze problematiek. Ter versterking van het cultuurbeleid in relatie tot ICT investeert de regering 30 miljoen in E-culture.

Schoolgebouwen, inventaris en ICT

Met een extra financiële impuls kan via de bekostigingsregels bij het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroeps- en volwasseneneducatie een inhaalslag worden gepleegd ten aanzien van de vervanging van verouderde inventaris (meubilair, apparatuur) en kunnen nieuwe leermiddelen inclusief ICT, tijdig worden aangeschaft. In de lange termijnverkenning onderwijs zal de kwaliteit van de huisvesting structureel worden bezien in relatie tot de bekostigingssystematiek en bestuurlijke aansturing.

Veiligheid

In het in de motie genoemde cluster veiligheid heeft de Tweede Kamer in het bijzonder aandacht gevraagd voor de gevangenis Noordsingel. Dit project heeft de aandacht van de regering, maar aangezien het niet mogelijk is nog dit jaar een begin te maken met renovatie of nieuwbouw is het nu ter beschikking stellen van middelen hiervoor bij Najaarsnota niet opportuun. In het rijkshuisvestingsstelsel, dat gebaseerd is op een baten-lastensysteem, passen eenmalige uitgaven voor huisvesting niet. Binnen de Justitiebegroting is een budget gereserveerd voor renovatie. Wel wordt er dit jaar 50 miljoen beschikbaar gesteld voor een bijdrage aan het liquiditeitsprobleem bij het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie. Tevens zal BZK bezien hoe extra middelen beschikbaar kunnen worden gesteld voor het specifiek probleem in het kader van de bommenregeling.

Sport

Het Kabinet stort 20 miljoen in het fonds voor de topsporter. Door deze storting komt er de komende vier jaar jaarlijks 5 miljoen extra beschikbaar voor het topsportbeleid. Daarnaast wordt eenmalig 10 miljoen uitgetrokken voor uitbreiding van de accommodatie van zwembad «De Tongelreep» tot een nationaal zwemstadion. Ter ondersteuning van ICT in de breedtesport investeert het kabinet in 2000 tevens 10 miljoen in het project Sport Digitaal. De bij de bonden aangesloten verenigingen kunnen hiermee de communicatie met de leden en de bonden moderniseren.

EHS en natuurontwikkeling

Aan de begroting van LNV zal 200 miljoen worden toegevoegd ten behoeve van de versnelling van de aankoop van gronden voor natuurgebieden in het kader van de ecologische hoofdstructuur en als compensatie voor gestegen grondprijzen. Door de voortdurende stijging van de grondprijzen kan nu grondaankoop tegen lagere prijzen gerealiseerd worden dan aankopen die in later jaren plaatshebben.

Verder heeft de Tweede Kamer in motie 23 aandacht gevraagd voor een aantal beleidsprioriteiten, te weten ICT, Gigaport en MKB. Voor wat betreft de ICT op het terrein van onderwijs wordt verwezen naar de uitgavenverhoging op de begroting van OCW. Voor het overige lopen deze onderwerpen mee en vormen onderdeel van de verschillende kennisthema's die thans in de Interdepartementale Commissie inzake het Economische Structuurbeleid worden besproken. Deze kennisthema's worden gefinancierd uit de bij Regeerakkoord ter beschikking gestelde FES-gelden (1,7 miljard t/m 2010). Het kabinet acht het niet mogelijk om nog dit jaar doelmatig en rechtmatig extra middelen aan te wenden.

Antillen

Naar aanleiding van de besprekingen die in september zijn gevoerd tussen IMF en de Nederlandse Antillen heeft Nederland op advies van het IMF financiële steun toegezegd. De financiële steun bestaat enerzijds uit begrotingssteun, deels in de vorm van een gift en deels in de vorm van een concessionele lening. Deze steun wordt dit jaar in drie tranches aan de Antilliaanse overheden ter beschikking gesteld op basis van de voortgang van de uitvoering van de afgesproken beleidsmaatregelen. Daarnaast zal Nederland de Antilliaanse bijdrage voor 2000 aan de kustwacht financieren. Tot slot heeft Nederland voor dit jaar 20 miljoen beschikbaar gesteld voor sociale maatregelen op de Nederlandse Antillen.

Visserij/Glastuinbouw

Voor de visserijsector is voor 2000 een bedrag vrijgemaakt dat niet alleen voorziet in een compensatie voor de gestegen brandstofprijzen maar waarbij ook maatregelen in het kader van de noodzakelijke herstructurering kunnen worden getroffen. Verder zal dit jaar een bedrag van 55 miljoen aan de begroting van LNV worden toegevoegd ten gevolge van de hogere brandstofprijzen in de glastuinbouw.

Enschede

De financiële hulpverlening aan ondernemers als gevolg van de vuurwerkramp in Enschede wordt uitgewerkt in een zogenaamde continuïteitsregeling, waarvoor EZ verantwoordelijk is. Deze regeling voorziet, voor zover de continuïteit van een ondernemer in gevaar is, in een tegemoetkoming in de on(der)verzekerde materiële schade en indien nodig de bedrijfsschade. Door de gemeente Enschede is een stichting opgericht, die de regeling uitvoert. Gezien de wenselijkheid om de stichting nog dit jaar te laten starten met de werkzaamheden wordt een voorschot van 25 miljoen verstrekt, waarvan 17,8 miljoen gedekt wordt uit de eerder gereserveerde middelen op de aanvullende post.

Defensie

Ter compensatie van de excessieve stijging van de dollarkoers en de olieprijs wordt dit jaar een bedrag van 75 miljoen beschikbaar gesteld voor Defensie. In de periode tot het volgende hoofdbesluitvormingsmoment zal een analyse plaatsvinden van de mogelijkheden om tot een meer algemene systematiek te komen, die excessieve – autonome – prijsontwikkelingen kan mitigeren.

Zorg

Van de terugontvangsten als gevolg van de Tijdelijke Overgangswet Verzorgingshuizen wordt 113 miljoen ingezet voor de extra productieafspraken ter bestrijding van wachtlijsten in de sector verpleging en verzorging.

3. Overige uitgavenontwikkelingen

3.1 Rijksbegroting in enge zin

Ongerekend de extra uitgaven uit de vorige paragraaf vertonen de netto-uitgaven binnen de budgetdisciplinesector Rijksbegroting in enge zin in 2000 ten opzichte van de Miljoenennota 2001 een daling van 1,0 miljard. Deze neerwaartse bijstelling van de uitgaven doet zich overigens voor slechts een (zeer) beperkt deel voor bij uitgavenverhogingen waartoe eerder dit jaar was besloten. Voor het merendeel is sprake van aanpassingen van verschillende aard bij een groot aantal posten.

Een vrijval van middelen ad 250 miljoen doet zich voor bij de tegemoetkoming aan de Indische Gemeenschap. Het overleg met en binnen de Indische Gemeenschap over de besteding is nog in volle gang. Naar verwachting kan pas in de loop van volgend jaar tot oprichting van een stichting worden overgegaan, die de middelen zal verdelen. Dit bedrag valt nu vrij en zal bij Voorjaarsnota ten laste komen van de begroting 2001.

Op de begroting van BZK doet zich per saldo een meevaller voor van ruim 0,1 miljard. De grootste post betreft het anders verwerken van de toekenning van 70 miljoen voor de verwerving van helikopters. Het KLPD zal nu, overeenkomstig het gebruik bij agentschappen, voor de investeringsuitgaven een beroep doen op de leenfaciliteit.

Op de begroting van Financiën vallen de netto-uitgaven ruim 0,3 miljard mee. Dit betreft hogere verkoopontvangsten van RGD-panden en andere roerende zaken, hogere ontvangsten bij de exportkredietverzekering, hogere verkoopopbrengsten van agrarische opstallen, vrijval van een reservering voor anticiperend aankopen van domeinen en lagere uitgaven in het kader van de regeling bijzondere financiering.

Door het ontbreken van definitieve statistische informatie is het niet mogelijk het volledige bedrag dat beschikbaar is in het Gemeentefonds over de gemeenten te verdelen. Hierdoor valt nu 80 miljoen vrij; uitkering aan de gemeenten zal in 2001 (of later) plaatsvinden.

Op de aanvullende post vallen tenslotte bedragen vrij die gereserveerd waren voor onder andere de uitvoering van fiscale wetsvoorstellen.

Hogere netto-uitgaven ten opzichte van de Miljoenennota zijn onder meer voorzien voor, afhankelijk van de bijdragen van de gemeenten Amsterdam, Den Haag en Rotterdam, de vervroegde uitvoering van de storting van het Rijk in de regionale mobiliteitsfondsen voortvloeiend uit de convenanten rond het Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR). Deze vervroegde storting is met name mogelijk door een vertraging in de aanbesteding van de civiele bouwcontracten bij HSL-Zuid.

Ten slotte wordt het beeld in deze sector belast door lagere dividendontvangsten KPN en door een tegenvaller bij de renteontvangsten van de sociale fondsen. Deze laatste tegenvaller wordt veroorzaakt doordat in de Miljoenennota ten onrechte een hogere ontvangst bij de sociale fondsen is geboekt dan de spiegelbeeldige uitgave op de IX-A begroting.

In de Verticale Toelichting, die als bijlage bij deze Najaarsnota is opgenomen, worden de grootste mutaties toegelicht. Voor een meer uitgebreide toelichting zij verwezen naar de suppletore begrotingswetsvoorstellen die zoveel mogelijk gelijktijdig met de Najaarsnota aan de Staten-Generaal worden aangeboden.

3.2 Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt

In de sector Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt treden ten opzichte van de stand Miljoenennota 2001 meevallers op van 0,6 miljard. De grootste mutatie betreft een meevaller van ¼ miljard bij de werkloosheidsuitkeringen (WW en ABW). Daarnaast treedt onderuitputting op bij de WIW (0,15 miljard) en de I/D-banen (0,1 miljard). De overige (kleine) neerwaartse uitgavenbijstellingen in deze sector worden toegelicht in de Najaarsbrief Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt. Als gevolg van de meevallers is de onderschrijding van het kader SZA van 3,1 miljard ten tijde van de Miljoenennota opgelopen tot 3,7 miljard bij Najaarsnota.

Een gedetailleerd overzicht van de uitgavenontwikkeling in deze sector is opgenomen in de Najaarsbrief SZA 2000, die gelijktijdig met de Najaarsnota aan de Staten-Generaal wordt aangeboden.

3.3 Zorg

De overschrijding van het uitgavenkader Zorg van 0,7 miljard ten tijde van de Miljoenennota 2001 blijft per saldo ongewijzigd. Van de terugontvangsten als gevolg van de Overgangswet Verzorgingshuizen wordt 0,1 miljard ingezet voor extra productieafspraken ter bestrijding van de wachtlijsten in de verpleging en de verzorging.

Een gedetailleerd overzicht van de uitgavenontwikkeling in deze sector is opgenomen in de Najaarsbrief Zorg 2000, die gelijktijdig met de Najaarsnota aan de Staten-Generaal wordt aangeboden.

3.4 Niet-relevante netto-uitgaven

Sinds de Miljoenennota hebben zich enkele grote mutaties voorgedaan bij de uitgaven en niet-belastingontvangsten die niet relevant zijn voor de uitgavenkaders. Met de aankoop van 100% van de aandelen van TenneT, die het Nederlandse hoogspanningsnet beheert, is een uitgavenverhoging gemoeid van 2,55 miljard. Daarnaast wordt op de aanvullende post 1 miljard afgeboekt op een nog openstaande taakstelling verkoop staatsbezit. De voeding van het FES wordt hier niet negatief door beïnvloed, aangezien vorig jaar reeds meer was verkocht dan gepland.

4. De belasting- en premieontvangsten

De belastingontvangsten

Naar huidige inzichten vallen de belastingontvangsten dit jaar 0,4 miljard hoger uit dan geraamd bij de Vermoedelijke Uitkomsten, die opgenomen zijn in de Miljoenennota 2001. Deze ramingsbijstelling is gebaseerd op besluitvorming sinds de Miljoenennota 2001 en op informatie over de kasontvangsten tot en met oktober. In die maand is circa 80% van de geraamde belastingontvangsten daadwerkelijk ontvangen. Deze ramingsbijstelling van 0,4 miljard is het saldo van een neerwaartse bijstelling bij de indirecte belastingen van 0,9 miljard en een opwaartse bijstelling bij de directe belastingen van 1,3 miljard.

De raming van de omzetbelasting is met 0,2 miljard neerwaarts aangepast. Deze bijstelling hangt samen met de lager dan verwachte BTW-opbrengsten op infrastructuur voor het Openbaar Vervoer.

De ontvangsten bij de accijnzen laten tot en met oktober een tegenvallende ontwikkeling zien. De grootste tegenvaller treedt op bij de benzine- en dieselaccijns en bedraagt 0,5 miljard. Deze tegenvaller hangt waarschijnlijk samen met de hogere brandstofprijzen en de daaruit resulterende afname van het brandstofverbruik. Tegenover deze tegenvaller staat echter een meevallende ontwikkeling bij de tabaksaccijns. Daarnaast is de raming voor de dieselaccijns met 0,3 miljard neerwaarts aangepast in lijn met het akkoord dat is gesloten met de vervoers- en verladerssector (en waarover de Kamer in september is geïnformeerd). In totaal is de raming van de accijnzen met 0,5 miljard neerwaarts aangepast. Daarnaast laat ook de belasting van rechtsverkeer een beperkte tegenvaller zien van 0,1 miljard. De ontwikkeling van de assurantiebelasting is de oorzaak van deze tegenvaller. Ten slotte zijn de belastingen op een milieugrondslag (en dan met name de regulerende energiebelasting) in lijn met de tegenvallende kasontwikkeling met 0,1 miljard neerwaarts aangepast. De verwachte totale neerwaartse bijstelling bij de indirecte belastingen komt hiermee uit op 0,9 miljard.

Bij de directe belastingen zijn de onderliggende mutaties groter. Realisaties tot en met oktober laten bij de loonbelasting een tegenvaller zien van 0,5 miljard. Deze onderschrijding wordt veroorzaakt door de lagere kasontvangsten over het lopende jaar. Daar tegenover staan opbrengsten uit oudere transactiejaren die per saldo iets meevallen. Vooralsnog zal naar huidige inzichten ultimo 2000 een tegenvaller resulteren van 0,4 miljard bij de loonbelasting. Daarentegen vallen de ontvangsten bij de inkomstenbelasting mee. Rekening houdend met het patroon van de aanslagontwikkeling, en met de hoger dan verwachte nabetaling over 1996, wordt verwacht dat ultimo 2000 een meevaller optreedt van 0,4 miljard. Bij de vennootschapsbelasting laten de onderliggende transactiejaren een tegengesteld beeld zien. Ten aanzien van de oudere transjaren is er een tegenvaller van 0,3 miljard in beeld. Wat betreft het lopende jaar is vanaf augustus een fors oplopende meevaller te zien. Schattingsformulieren van de Belastingdienst, die inzicht geven in de winstontwikkeling van het lopende jaar, laten zien dat naar verwachting deze meevaller over het transactiejaar 2000 nog fors zal oplopen. Aangenomen wordt dat deze aanslaggegevens nog dit jaar voor de helft in de vorm van kasontvangsten zullen binnenkomen, hetgeen resulteert in een meevaller van 1,5 miljard ten opzichte van raming bij Vermoedelijke Uitkomsten voor jaar het transactiejaar 2000. Tezamen met de oudere transactiejaren betekent dit een verwachte meevaller bij de vennootschapsbelasting van (afgerond) 1,3 miljard. De totale meevaller bij de directe belastingen komt hiermee op 1,3 miljard.

In hoeverre de totale ramingsbijstelling van 0,4 miljard een structureel karakter heeft is nu nog niet te bepalen. Hierover zal de Kamer bij Voorlopige Rekening nader worden geïnformeerd.

De premieontvangsten

Actuele informatie over de premieontvangsten van de sociale fondsen geeft geen aanleiding om de ramingen in de Miljoenennota 2001 voor 2000 aan te passen. Dit geldt zowel voor de premies volksverzekeringen als voor de premies werknemersverzekeringen. Deze premieopbrengsten zijn gebaseerd op ramingen van het CPB, dat in de ontvangstenontwikkeling van de afgelopen maanden eveneens geen aanleiding ziet om de ramingen voor 2000 aan te passen. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de Najaarsbrief Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt en de Najaarsbrief Zorg.

5. EMU-saldo

Op basis van de bovengenoemde ontwikkelingen verbetert het EMU-saldo dat in de Miljoenennota nog werd geraamd op 1,0%-BBP met 0,1%-punt BBP tot 1,1% BBP (excl. opbrengsten UMTS-veiling). Inclusief de opbrengsten van de UMTS-veiling wordt een EMU-saldo voorzien van 1,8%.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Licence