Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

1. Het uitgavenbeeld

Het kabinet voert een trendmatig begrotingsbeleid. Bij een trendmatig begrotingsbeleid horen vaste uitgavenplafonds. Deze Najaarsnota gaat over 2017 en hiervoor geldt een eerder vastgesteld uitgavenkader. In de Startnota zijn de plafonds vanaf 2018 vastgesteld. De bij Najaarsnota geraamde uitgaven voor 2017 zijn lager dan het voor 2017 vastgestelde kader. Dit is weergegeven in tabel 2.1.

Tabel 2.1 Kadertoets Najaarsnota 2017

(in miljarden euro; – is onderschrijding)

2017

Totaal uitgavenkader

 

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

254,9

Uitgavenniveau

254,1

Over-/onderschrijding

– 0,8

   

Rijksbegroting in enge zin

 

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

106,1

Uitgavenniveau

108,7

Over-/onderschrijding

2,6

   

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

 

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

78,3

Uitgavenniveau

77,3

Over-/onderschrijding

– 1,0

   

Budgettair Kader Zorg

 

Uitgavenkader (in lopende prijzen)

70,5

Uitgavenniveau

68,1

Over-/onderschrijding

– 2,4

Het totaalkader is opgedeeld in drie deelkaders, Rijksbegroting in enge zin, Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid en het Budgettair Kader Zorg. Deze deelkaders worden hieronder apart toegelicht.

Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng)

De kadertoets voor het deelkader RBG-eng is weergegeven in tabel 2.2. Hieronder worden de belangrijkste onderdelen van de tabel toegelicht.

Tabel 2.2 Ontwikkeling uitgaven Rijksbegroting in enge zin

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2017

1

Uitgavenkader bij Miljoenennota 2018

106.092

2

Aanpassing uitgavenkader a.g.v. inflatie-ontwikkeling

0

3

Overboekingen met SZA en BKZ

3

4

Overige correcties

6

5

Uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (=1 t/m 4)

106.101

     

6

Uitgaven bij Miljoenennota 2018

106.995

7

EU-afdrachten

– 65

8

Dividend en afdrachten staatsdeelnemingen

– 74

9

Noodhulp bovenwindse eilanden

55

10

Reservering Wederopbouw Sint Maarten

550

11

Reservering Wederopbouw Saba En Sint Eustatius

67

12

Onderuitputting (inclusief HGIS)

– 513

13

In=uit-taakstelling1

1.690

14

Overig

0

15

Uitgaven bij Najaarsnota 2017 (=6 t/m 14)

108.706

     

16

Over-/onderschrijding uitgavenkader bij Miljoenennota 2018 (=6–1)

904

17

Ontwikkeling kadertoets sinds Miljoenennota (=18–16)

1.702

18

Over-/onderschrijding uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (=15–5)

2.605

1

De ruimte onder het totaalkader is benut om de in=uit-taakstelling in te vullen.

EU-afdrachten

Bij Miljoenennota 2018 is de lenteraming van de Europese Commissie verwerkt. Deze raming leidde voor Nederland tot een tegenvaller bij de btw- en bni- afdracht voor 2017. De Europese Commissie heeft deze gevolgen gepresenteerd in het zesde Draft Amending Budget (DAB 6). Doordat de DAB 6 pas laat in dit jaar is gepresenteerd door de Commissie kunnen zij het effect ervan op de afdrachten niet meer in dit jaar verwerken. Dit leidt ertoe dat de tegenvaller bij de btw- en bni-afdracht voor 2017 bij Najaarsnota ongedaan wordt gemaakt en wordt verwerkt in 2018.

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

De meest recente raming van de dividenden en afdrachten van staatsdeelnemingen in 2017 leidt tot een verhoging van 74 miljoen euro ten opzichte van de vorige raming. Doordat de staatsdeelnemingen in totaal meer dividend hebben afgedragen dan geraamd, is de raming in 2017 met 62,5 mln. verhoogd. Daarnaast heeft Holland Casino dit jaar 11,5 mln. afgedragen.

Noodhulp bovenwindse eilanden

De orkanen Irma en Maria hebben grote schade aangericht op de bovenwindse eilanden. Vanuit Nederland is er noodhulp geboden. Het kabinet heeft 55 mln. vrijgemaakt voor deze noodhulp. De verantwoording vindt plaats op de begroting van Koninkrijksrelaties.

Reservering Wederopbouw Sint Maarten

In de ministerraad van 10 november is besloten dat er een bedrag van € 550 miljoen wordt toegevoegd voor de wederopbouw van Sint Maarten aan de Aanvullende Post (Kamerstuk 34 773, nr. 5). Indien Sint Maarten instemt met de door Nederland gestelde voorwaarden ten aanzien van het instellen van een integriteitkamer en adequaat grenstoezicht, is Nederland bereid tot 2021 bij te dragen aan de wederopbouw van Sint Maarten.

Op basis van een doelmatig bestedingsplan zal het budget worden overgeboekt van de Aanvullende Post naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Vervolgens zal het budget in tranches worden verstrekt ten behoeve van de wederopbouw van Sint Maarten, waarbij er tussentijdse evaluaties plaatsvinden om doelmatige en rechtmatige besteding zeker te stellen en de bijdragen zo nodig te kunnen heroverwegen. De besteding van de Nederlandse bijdrage zal voor een wezenlijk deel plaatsvinden via internationale organisaties. De bijdrage kan vorm krijgen in leningen, giften of inzet in natura.

Reservering Wederopbouw Saba en Sint Eustatius

Het kabinet heeft tevens besloten dat voor de wederopbouw van de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius eenmalig € 67 miljoen beschikbaar wordt gesteld. Deze middelen zijn toegevoegd aan de Aanvullende Post. Op basis van doelmatige bestedingsplannen zullen de middelen worden overgeheveld naar de begroting van Koninkrijksrelaties.

Onderuitputting

Op diverse begrotingen is er sprake van onderuitputting. Tabel 2.3 geeft inzicht in de verdeling hiervan over de verschillende departementale begrotingen onder het kader RBG-eng. De meeste onderuitputting doet zich voor bij Defensie. Deze bestaat voor ca. 80 miljoen uit vertraagde projecten en ca. 100 miljoen uit vertraagde betalingen. Middelen op het investeringsartikel blijven beschikbaar voor Defensie-investeringen. Op de begrotingshoofdstukken Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Nationale Schuld is sprake van relatief grote onderuitputting. Bij SZW wordt dit voornamelijk veroorzaakt door de fasering van en lagere nabetalingen bij de sectorplannen. Bij Nationale Schuld vallen de uitvoeringskosten lager uit vanwege het niet doen van een geplande obligatieveiling in 2017. De overige middelen op Nationale Schuld zijn niet kaderrelevant. De Verticale Toelichting (VT) in bijlage 2 geeft per begrotingshoofdstuk meer gedetailleerde informatie over de mutaties die hebben plaatsgevonden.

Tabel 2.3 Onderuitputting per begrotingshoofdstuk

(in miljoenen euro; – is onderuitputting)

2017

% ontwerpbegroting

Hoge Colleges van Staat

2

1,7%

Veiligheid en Justitie

– 11

– 0,1%

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

– 88

– 0,3%

Nationale Schuld

– 4

– 20,9%

Financiën

– 71

– 1,6%

Defensie

– 180

– 2,3%

Infrastructuur en Milieu

– 36

– 2,0%

Economische Zaken

– 8

– 0,2%

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– 55

– 9,8%

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

– 11

– 0,4%

Wonen & Rijksdienst

– 8

– 0,2%

Infrastructuurfonds

– 3

0,0%

HGIS

– 40

– 1,0%

Totaal

– 513

– 0,6%

In=uit-taakstelling

Het is niet ongebruikelijk dat aan het einde van het jaar niet het gehele budget op een begroting is besteed. Dit was ook in 2016 het geval en telde op tot 1,8 mld. aan zgn. onderuitputting. Om te voorkomen dat aan het einde van het jaar ondoelmatige uitgaven worden gedaan mogen ministeries dit budget onder voorwaarden via de zogenoemde eindejaarsmarge meenemen naar 2017.

Omdat het uitgavenplafond voor 2017 vastligt, leidt het toevoegen van 1,8 mld. via de eindejaarsmarge bij Voorjaarsnota tot een overschrijding van het plafond (zie figuur 2.1). Hiervoor zou volgens de begrotingsregels dan elders ruimte moeten worden gevonden, bijvoorbeeld door te bezuinigen. Om dit te voorkomen wordt een tegenboeking van gelijke omvang gedaan op de Aanvullende Post van Financiën, de zgn. in=uit-taakstelling. Dit gebeurt in de veronderstelling dat aan het eind van dat jaar wederom onderuitputting optreedt (de in=uit gedachte) die vervolgens gebruikt kan worden om de openstaande taakstelling in te vullen.

Figuur 2.1 In=uit-taakstelling

Figuur 2.1 In=uit-taakstelling

In deze Najaarsnota wordt de in=uit-taakstelling van 1,8 mld. volledig ingevuld (waarvan 1,7 mld. op kader RBG-eng en 0,1 mld. op kader SZA) met onderuitputting en met meevallende uitgaven die in 2017 op de departementale begrotingen zijn opgetreden. Daarmee resteert er geen taakstellende onderuitputting meer op de Aanvullende Post van Financiën.

Overig

Onder de post «Overig» valt een aantal kleinere mutaties, zoals overboekingen tussen het kader RBG-eng en de andere twee kaders en kasschuiven.

Sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid (SZA)

Tabel 2.4 geeft de kadertoets weer van het kader SZA. Hieronder worden de belangrijkste onderdelen van de tabel toegelicht.

Tabel 2.4 Ontwikkeling uitgaven Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2017

1

Uitgavenkader bij Miljoenennota 2018

78.248

2

Aanpassing uitgavenkader a.g.v. inflatie-ontwikkeling

0

3

Overboekingen met RBG en BKZ

0

4

Overige correcties

48

5

Uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (=1 t/m 5)

78.296

     

6

Uitgaven bij Miljoenennota 2018

77.388

7

Werkloosheidsuitgaven

16

8

Arbeidsongeschiktheid

– 36

9

Kindgebonden budget

– 92

10

AOW

– 45

11

Wajong

– 27

12

UFO Correctie

48

13

In=uit-taakstelling

87

14

Overig

– 43

15

Uitgaven bij Najaarsnota 2017 (=6 t/m 14)

77.296

     

16

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Miljoenennota 2018 (=6–1)

– 859

17

Ontwikkeling kadertoets sinds Miljoenennota (=18–16)

– 141

18

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (15–5)

– 1.000

Werkloosheidsuitgaven

De werkloosheidsuitgaven laten een tegenvaller zien als gevolg van zowel iets hogere volumerealisaties, als van een hogere gemiddelde jaaruitkering ten opzichte van Miljoenennota 2018. De hogere gemiddelde jaaruitkering komt onder andere door de dagloonherziening. Begin 2017 is het dagloon, de basis voor de berekening van de WW-uitkering, herzien, waardoor onder andere starters en flexwerkers hogere WW-uitkeringen ontvangen dan eerder voorzien. Daarnaast is er, in lijn met de technische correctie die in de Startnota van het kabinet Rutte III is toegelicht, ook voor 2017 sprake van een technische correctie van de ontvangsten op het Uitvoeringsfonds voor de overheid (UFO-ontvangsten).

Arbeidsongeschiktheid

De uitgaven voor arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn naar beneden bijgesteld. Enerzijds zijn de IVA-uitkeringslasten op basis van volumerealisaties opwaarts bijgesteld, anderzijds zijn de uitgaven aan de WGA omlaag bijgesteld, voornamelijk als gevolg van een volumemeevaller. Per saldo leidt dit tot een meevaller op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Kindgebonden budget

Er is een meevaller op de uitgaven Kindgebonden budget (WKB). Dit komt vooral door de lagere uitgaven in het lopende jaar en lagere uitgaven aan nabetalingen. De uitgaven in het lopende jaar zijn lager doordat de economie zich gunstiger ontwikkelt dan geraamd, waardoor er minder inkomensafhankelijke toeslagen zijn. Daarnaast is het budgettair beslag van de WKB bij invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen in 2015 verdubbeld. Het effect van deze verdubbeling op de hoogte van de nabetalingen is echter lager dan eerder geraamd. Doordat het effect van de verdubbeling lager is dan eerder geraamd zijn er ook minder terugontvangsten, wat voor een tegenvaller op niet-belastingontvangsten van de SZW-begroting zorgt. Per saldo resteert een meevaller.

AOW

De uitgaven aan de AOW worden op basis van realisaties met 45 miljoen neerwaarts bijgesteld. Hiervan kan circa 30 miljoen worden verklaard door een lager aantal AOW-uitkeringen en circa 15 miljoen door een lagere gemiddelde uitkering. De lagere gemiddelde uitkering hangt voornamelijk samen met een iets lagere gemiddelde AOW-opbouw dan eerder geraamd.

Wajong

Er is een meevaller op de uitgaven aan de Wajong. Dit komt vooral doordat de realisaties van de gemiddelde uitkeringen een lagere stijging laten zien dan eerder geraamd. Daarnaast is ook het aantal Wajong-uitkeringen lager dan eerder verwacht. Dit is een gevolg van een hoger dan geraamde uitstroom uit de Wajong2010.

Overig

Er is per saldo sprake van een meevaller op alle andere uitgaven onder het SZA-kader. De grootste posten zijn de Toeslagenwet die met 15 miljoen naar beneden wordt bijgesteld en de Ziektewet die met 9 miljoen naar beneden wordt bijgesteld.

Budgettair Kader Zorg (BKZ)

Tabel 2.5 geeft de kadertoets weer van het BKZ. Hieronder worden de belangrijkste onderdelen van de tabel toegelicht.

Tabel 2.5 Ontwikkeling uitgaven Budgettair Kader Zorg

(in miljoenen euro; – is onderschrijding)

2017

1

Uitgavenkader bij Miljoenennota 2018

70.552

2

Aanpassing uitgavenkader a.g.v. inflatie-ontwikkeling

0

3

Overboekingen met RBG en SZA

– 3

4

Overige correcties

0

5

Uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (=1 t/m 4)

70.550

     

6

Uitgaven bij Miljoenennota 2018

68.828

7

Actualisering zorguitgaven

– 700

8

Overig

– 17

9

Uitgaven bij Najaarsnota 2017 (=6 t/m 8)

68.111

     

10

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Miljoenennota 2018 (=6–1)

– 1.725

11

Ontwikkeling kadertoets sinds Miljoenennota (=12–10)

– 714

12

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Najaarsnota 2017 (=9–5)

– 2.439

Op basis van voorlopige gegevens van het Zorginstituut Nederland over het eerste half jaar van 2017 zijn de ramingen van de zorguitgaven 2017 geactualiseerd. Deze actualisering is gebaseerd op bij verzekeraars gedeclareerde uitgaven van zorg in de eerste zes maanden van 2017 plus een inschatting van de zorgverzekeraars van wat in de komende tijd nog met betrekking tot het jaar 2017 gedeclareerd gaat worden. Deze cijfers hebben hierdoor een voorlopig karakter. Het beeld dat hieruit naar voren komt, leidt tot een neerwaartse bijstelling van uitgaven onder de Zorgverzekeringswet van 700 mln. De belangrijkste sectoren waarin naar verwachting sprake is van een onderschrijding zijn de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en genees- en hulpmiddelen. Deze geraamde onderschrijding kan nog wijzigen op grond van de realisatiecijfers over geheel 2017. Daarover wordt in het jaarverslag 2017 nader gerapporteerd.

De post «overig» bestaat uit een aantal kleine mutaties waaronder een vrijval van 7 mln. bij verschillende zorgopleidingen.

Licence