Base description which applies to whole site

1.2.1 Kadertoets

Het kabinet stuurt op het uitgavenkader dat voor ieder jaar van de meerjarenperiode is vastgesteld. Het uitgavenkader geeft de maximale ruimte weer voor uitgaven en hoeft niet volledig benut te worden. De kadertoets laat zien of het verwachte uitgavenniveau binnen het vastgestelde uitgavenkader blijft. Tabel 2.1 toont de kadertoets voor het lopende jaar, met daarin de wijzigingen ten opzichte van de Miljoenennota 2026.

Het kabinet heeft in de begroting van 2025 rekening gehouden met 7,1 miljard euro aan onderuitputting. Hiervan is 4,1 miljard euro in=uittaakstelling en 3 miljard euro aanvullende onderuitputting. De in=uittaakstelling en aanvullende onderuitputting dient gaandeweg het jaar te worden ingevuld met onderuitputting of meevallers. Bij de Miljoenennota 2026 is 1,1 miljard euro hiervan ingevuld. Bij de Najaarsnota wordt 1,4 miljard euro ingevuld. Dit betekent dat nog 4,6 miljard euro resteert bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR). Het is onzeker of de in=uittaakstelling en aanvullende onderuitputting volledig worden ingevuld. Als dit niet het geval is, leidt dit tot een verslechtering van het EMU-saldo.

Het uitgavenkader wordt bij de Najaarsnota onderschreden met 3,1 miljard euro. Deze onderschrijding wordt onder andere veroorzaakt door kasschuiven naar latere jaren die bij de Miljoenennota 2026 hebben plaatsgevonden. Het uitgavenkader is meerjarig over de kabinetsperiode sluitend. Daarmee leidt de onderschrijding van het uitgavenkader in 2025 niet tot extra budgettaire ruimte. Daarnaast kunnen de uitgaven hoger uitkomen indien de resterende ingeboekte onderuitputting onvoldoende wordt ingevuld.

Tabel 2.1 Kadertoets
 

(in miljarden euro, min = onderschrijding)

2025

1

Uitgavenkader bij Miljoenennota 2026

426,1

2

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Miljoenennota 2026 (=5-1)

‒ 3,1

 

Aanpassingen van het uitgavenkader naar aanleiding van:

 

3

WW en Ziektewet

0,1

4

Uitgavenkader bij Najaarsnota 2025

426,2

   

5

Kaderrelevante uitgaven bij Miljoenennota 2026

422,9

 

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenkader:

 

6

Totaal aanpassing uitgavenkader (3)

0,1

   
 

Uitgavenmutaties met beslag op budgettaire ruimte:

 
 

Kaderrelevant

 

7

EU-afdrachten (incl. invoerrechten)

0,1

8

Bewaken en beveiligen

‒ 0,1

9

Boetes en transacties

0,0

10

Afpakken

0,3

11

Rente studiefinanciering

0,0

12

Asiel

‒ 0,3

13

Uitvoeringsinformatie VWS

0,0

14

Uitvoeringsinformatie SZW

0,1

15

Corona

‒ 0,2

16

Onderuitputting

‒ 1,2

17

Invulling in=uittaakstelling

1,4

18

Overig

‒ 0,1

19

Uitgaven bij Najaarsnota 2025 (=5 t/m 18)

423,1

20

Over/onderschrijding uitgavenkader bij Najaarsnota 2025 (=19-4)

‒ 3,1

Uitgavenmutaties met aanpassing van het uitgavenkader

3. WW en Ziektewet

Op basis van realisatiegegevens zijn de uitgaven van de werkloosheidsuitkeringen en de Ziektewet bijgesteld op de SZW-begroting. De hogere uitgaven aan de WW worden onder andere veroorzaakt door een hogere gemiddelde uitkeringshoogte en een lagere uitstroom dan verwacht. Conform de begrotingsregels wordt hiervoor het uitgavenkader gecorrigeerd.

Uitgavenmutaties met beslag op de budgettaire ruimte

7. EU-afdrachten (incl. invoerrechten)

Op basis van de derde aanvullende Europese begroting van 2025 (DAB3) worden hogere ontvangsten uit invoerrechten en boete-inkomsten op EU-niveau verwacht. Dit leidt tot een verwachte verlaging van de Nederlandse BNI-afdracht met circa 158 miljoen euro. Ook stelt de Europese Commissie het betalingenniveau van de EU-begroting naar boven bij. Hierdoor stijgt de raming van de Nederlandse BNI-afdracht met 155 miljoen euro. Daarnaast is de perceptiekostenvergoeding met 54 miljoen euro naar beneden bijgesteld door een verlaging van de raming van de invoerrechten. Netto leidt dit tot een verhoging van de EU-afdrachten met 51 miljoen euro.

8. Bewaken en beveiligen

Er is een meevaller van circa 57 miljoen euro op het budget voor bewaken en beveiligen bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Dit komt onder andere doordat de uitgaven bij ketenpartners achterblijven.

9. Boetes en transacties

Op basis van de realisatie wordt bij boetes en transacties rekening gehouden met een tegenvaller van circa 40,2 miljoen euro. Er is sprake van een daling in het aantal boetes, waardoor de raming voor de opbrengsten uit boetes naar beneden is bijgesteld.

10. Afpakken

Bij afpakken wordt rekening gehouden met een tegenvaller van circa 292,4 miljoen euro. Deze tegenvaller wordt voornamelijk veroorzaakt door het uitblijven van grote schikkingen.

11. Rente studiefinanciering

Uit actuele realisatiegegevens van DUO blijkt dat de rente inkomsten van studiefinanciering lager uitvallen dan geraamd. Dit leidt tot een tegenvaller van 5 miljoen euro. Deze bijstelling wordt onder andere veroorzaakt doordat oud-studenten eerder aflossen en daardoor ook minder rente betalen.

12. Asiel

De meevaller op asiel wordt grotendeels veroorzaakt door een lagere asielinstroom dan verwacht bij de Voorjaarsnota 2025. Hierdoor ontstaat bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een meevaller van circa 224 miljoen euro, bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een meevaller van circa 87 miljoen euro en bij Stichting Nidos (voor de opvang van alleenstaande minderjarige vluchtelingen) een meevaller van circa 82 miljoen euro. Daarnaast is er een meevaller van circa 30 miljoen euro doordat de spreidingswetbonussen niet volledig in 2025 tot betaling komen en een meevaller van circa 15 miljoen euro op diverse onderdelen binnen het versterken van de asielketen. Tot slot is er sprake van een tegenvaller van circa 160 miljoen euro bij de IND vanwege een extra benodigde bijdrage aan de voorziening voor dwangsommen.

13. Uitvoeringsinformatie VWS

Op basis van de derde kwartaalrapportage van het Zorginstituut worden de uitgaven in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) buiten contracteerruimte per saldo met circa 47,3 miljoen euro naar beneden bijgesteld. In de Zvw gaat het om een per saldo meevaller van circa 23,1 miljoen euro. De meest omvangrijke meevallers deden zich voor op de apotheekzorg (-45,3 miljoen euro) en de geriatrische revalidatiezorg (-25,9 miljoen euro). De voornaamste tegenvallers deden zich voor op de medisch-specialistische zorg (63,3 miljoen euro) en de paramedische zorg (17,2 miljoen euro). In de Wlz is er een per saldo meevaller van circa 24,2 miljoen euro. Deze onderschrijding ontstaat door meevallers op de beheerskosten (-30,5 miljoen euro) en op de eigen bijdrage (-3,8 miljoen euro) en een tegenvaller op Wlz buiten contracteerruimte van 10,1 miljoen euro.

14. Uitvoeringsinformatie SZW

De uitkeringsregelingen op de SZW begroting zijn bijgesteld. Dit leidt per saldo tot 61 miljoen euro hogere kaderrelevante uitgaven. De grootste tegenvallers komen voort uit de Ziektewet (ZW) en de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA), onderdeel van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

15. Corona

Op coronamiddelen is 155 miljoen euro aan onderuitputting. Dit betreft voornamelijk 210 miljoen euro aan meevallers op de VWS-begroting, waaronder ontvangsten als gevolg van de afrekening van de SPUK Covid GGD'en, de SPUK versterking GGD'en en de afrekeningen van de rioolwatersurveillance door waterschappen (-106 miljoen euro), een afrekening op de bijdrage RIVM (circa ‒ 49 miljoen euro) en vrijvallende middelen door minder kosten aan juridische procedures vanuit de covidpandemie (-27 miljoen euro). Daarnaast is er sprake van enkele tegenvallers, waaronder een tegenvaller van 36 miljoen euro op de geraamde terugvorderingen bij de regeling Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) en een nadeelcompensatie van 25 miljoen euro op de vergoeding voor de Nertsenhouderij naar aanleiding van uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBp).

16. Onderuitputting

De onderuitputting op de departementale begrotingen bedraagt circa 1,2 miljard euro. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 1.2.3.

17. Invulling in=uittaakstelling

De invulling van de in=uittaakstelling bedraagt circa 1,4 miljard euro. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 1.2.2.

18. Overig

De post Overig bevat het saldo van de resterende uitgavenmutaties op de departementale begrotingen.

Licence