Base description which applies to whole site

Trendmatig begrotingsbeleid

In Nederland voeren we een trendmatig begrotingsbeleid. Dat betekent dat we de begroting inzetten om de economie te stabiliseren. In goede economische tijden bouwen we buffers op. In slechte tijden probeert het kabinet ervoor te zorgen dat mensen er minder last van hebben als het minder goed gaat met de economie, door uitgaven op peil te houden of discretionaire maatregelen te nemen.

Inkomsten bewegen mee met de conjunctuur

Tegenover de uitgaven staan de ontvangsten (belasting- en premie-inkomsten). Deze bewegen mee met de conjunctuur van de economie. Hierdoor verbetert het overheidssaldo in goede economische tijden, als de belasting- en premie-inkomsten stijgen door een groeiende economie, en verslechtert het in mindere tijden, als de belasting- en premie-inkomsten dalen. Dit draagt bij aan een minder volatiele economische ontwikkeling.

Automatische stabilisatoren

De overheid zorgt voor deze (automatische) stabilisatie via zowel de overheidsuitgaven als de overheidsontvangsten. Aan de ontvangstenkant van de begroting stijgen in goede tijden de belastingontvangsten automatisch. Die extra ontvangsten geeft het kabinet dan niet uit, maar zet ze in om buffers op te bouwen voor minder goede tijden. Dat doet het kabinet door de staatsschuld af te lossen. In slechtere economische tijden accepteren we dat de ontvangsten tijdelijk lager zijn en teren we in op onze buffer: de staatsschuld loopt nu op. Meer over de gevolgen voor de staatsschuld

Aan de uitgavenkant van de begroting maakt het kabinet afspraken: de uitgaven blijven zowel in goede als slechtere economische tijden op een afgesproken niveau. Belangrijk daarbij is dat oplopende uitgaven aan WW en bijstand – bij teruglopende werkgelegenheid – niet leiden tot bezuinigingen elders. Ook hier accepteert de overheid dat het begrotingssaldo (tijdelijk) verslechtert vanwege extra uitgaven aan WW en bijstand. Meer over de effecten van corona op de automatische stabilisatoren in 2020.

Uitgavenplafonds

Het kabinet beheerst de uitgaven van het Rijk door vaste uitgavenplafonds te hanteren. Deze geven het maximum aan van de uitgaven in een gegeven jaar. Het kabinet zorgt ervoor dat de totale uitgaven dit maximum niet overschrijden. De ruimte onder het uitgavenplafond hoeft echter niet volledig benut te worden. Het uitgavenplafond wordt aangepast voor niet-beleidsmatige ontwikkelingen van de uitgaven aan WW en bijstand. Als deze toenemen, bijvoorbeeld door een stijgende werkloosheid, hoeft er dus niet te worden bezuinigd op andere uitgaven. 

Het kabinet acht het niet wenselijk om andere uitgaven te verminderen vanwege de uitgaven aan de nood- en steunpakketten. Daarom gaan de uitgaven aan deze maatregelen buiten het reguliere uitgavenplafond om. Meer over hoe corona de uitgavenplafonds beïnvloedde in 2020.

Licence