Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

nr. 1BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2009

1. Inleiding

De Voorjaarsnota 2009 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2009. Hierin geeft het kabinet een overzicht van wijzigingen voor het begrotingsjaar 2009 ten opzichte van de Miljoenennota 2009. Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het CPB en inzichten over de begrotingsuitvoering.

De voorbereiding van de Voorjaarsnota 2009 heeft een ander verloop dan normaal gekend. Door de bijzonder snelle verslechtering van de overheidsfinanciën, als gevolg van de kredietcrisis en de daaruit volgende economische recessie, heeft het kabinet een Aanvullend Beleidsakkoord afgesproken. In dit akkoord zijn nieuwe afspraken gemaakt voor actieve stimulering van de economie op de korte termijn, herstel van de overheidsfinanciën op middellange termijn en voor houdbaarheid van de collectieve voorzieningen op lange termijn.

Deze Voorjaarsnota bevat allereerst de reguliere informatie: dit betreft de uitvoering van de begroting 2009. Daarnaast worden een aantal budgettaire gevolgen van het Aanvullend Beleidsakkoord nader uitgewerkt. Onderdeel hiervan is het stimuleringspakket (voor 2009 en 2010) en de invulling van de tekortreductie van 1,8 mld (voor 2011) zoals het kabinet ook heeft aangekondigd (Kamerstukken II 2008/09, 31 700 IXA, nr. 6). Tot slot vindt u in de bijlagen een update van de ingrepen in de financiële sector, een overzicht van de aanvullende afspraken met de medeoverheden en de verticale toelichting.

Besluitvorming over de lastenontwikkeling en koopkracht vindt zoals gebruikelijk in de zomer plaats. Hierover wordt u bij Miljoenennota 2010 geïnformeerd. In deze Miljoenennota wordt daarbij een toelichting gegeven op het voorgenomen beleid van het kabinet voor 2010 en de bijbehorende meerjarenramingen.

2. Kabinetsreactie op de kredietcrisis

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de maatregelen die het kabinet heeft genomen. In het Aanvullend Beleidsakkoord zijn nieuwe afspraken gemaakt bovenop de maatregelen die 21 november 2008 (Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 54) en 16 januari 2009 (Kamerstukken II 2008/09, 31 371, nr. 88) zijn aangekondigd. In deze paragraaf wordt een overzicht van de maatregelen sinds de Najaarsnota gepresenteerd. De voortgang van de stimuleringsmaatregelen zal worden gemonitord door het kabinet.

Tekortreductie

In het Aanvullend Beleidsakkoord 2009–2015 is afgesproken dat het kabinet, op voorwaarde dat de economie zich in voldoende mate zal herstellen, in 2011 een begin zal maken met het herstel van gezonde overheidsfinanciën en het terugdringen van het tekort. In de begroting 2011 wordt dit vertaald met twee componenten. De eerste component is de doorwerking van een akkoord van sociale partners op lonen en uitkeringen in de collectieve sectoren vanuit een gedachte van solidariteit van de collectieve sector met de marktsector, met mensen die hun baan hebben verloren (of dreigen te verliezen) en met gepensioneerden. Een besparing ad 3,2 mrd (op basis van de veronderstelling: lopende CAO’s worden ongemoeid gelaten en nieuwe CAO’s worden op nominaal nul gezet) uit dien hoofde wordt via de ruilvoet ten gunste gebracht van het EMU-saldo. Indien een dergelijk akkoord niet of niet zo tot stand komt, zal het kabinet, mede in zijn rol als overheidswerkgever, op enigerlei wijze vanuit de collectieve sector bijdragen aan voornoemde solidariteit. De tweede component bestaat uit een taakstellende ombuiging in 2011 met een omvang van 1,8 mrd. Deze taakstelling wordt in deze Voorjaarsnota ingevuld (zie paragraaf 8).

Bovenstaande afspraken worden nu gemaakt en genoemde invulling wordt thans, in Voorjaarsnota 2009 en ontwerpbegrotingen 2010 en 2011, belegd, onder de veronderstelling dat het jaar 2011 weer economische groei vertoont. Het kabinet heeft in het voorjaar 2010 een weegmoment. Is er krimp groter dan – 0,5% dan zal het kabinet het tijdelijke stimuleringspakket van 3 mrd in 2010 naar 2011 doortrekken, onderdeel hiervan is dat de hierboven bedoelde maatregelen ingaan en worden teruggesluisd voor 1,8 mrd; Is de groei tussen -0,5% en +0,5% dan gaan de bedoelde maatregelen in en worden teruggesluisd in een tijdelijk stimuleringspakket van dezelfde omvang (1,8 mrd). Is de groei +0,5% of hoger, dan wordt het tijdelijke stimuleringspakket 2010 niet naar 2011 doorgetrokken en gaan de bedoelde maatregelen in 2011 in.

Maatregelen sinds Najaarsnota tot het Aanvullend Beleidsakkoord

Als eerste stap in het proces om de doorwerking van de financiële crisis te beperken heeft het kabinet ingegrepen in de bancaire sector om de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Afgelopen najaar en begin dit jaar heeft het kabinet al eerste maatregelen genomen als reactie op de doorwerking van de crisis naar de reële economie. Concrete maatregelen waren o.a. de introductie van willekeurige of vervroegde afschrijving, een vervroeging van de betalingstermijnen door de overheid, een uitbreiding van de groeifaciliteit en het incidenteel verhogen, onder strikte voorwaarden, van de borgingsgrens van het WSW. Hiermee heeft het kabinet de kredietmarkt bij de vervulling van haar belangrijke rol voor de Nederlandse economie en een aantal cruciale sectoren ondersteund. Vervolgens is een start gemaakt met een inventarisatie van mogelijkheden om de economie te stimuleren, die uiteindelijk in het stimuleringspakket van het Aanvullend Beleidsakkoord zijn beland.

Stimuleringspakket Aanvullend Beleidsakkoord

In het Aanvullend Beleidsakkoord heeft het kabinet besloten tot een economische impuls. Er worden op korte termijn extra middelen beschikbaar gesteld ter stimulering van de arbeidsmarkt, onderwijs en kennis, duurzame economie, infrastructuur en (woning)bouw en liquiditeitsverruiming voor het bedrijfsleven. Inmiddels is ca. 6 mld in 2009 en 2010 belegd (zie tabel 1 voor een overzicht).

Het stimuleringspakket zal worden vormgegeven als een verdeelfonds op de Aanvullende Post Algemeen (à la het FES). Dit betekent dat tussen 2009 en 2010 met geld mag worden geschoven. Na besluitvorming over de concrete vormgeving van de stimuleringsplannen (met de criteria tijdigheid, tijdelijkheid en trefzekerheid) worden de beschikbare middelen overgeheveld naar de betreffende begroting. Daarnaast is in het Aanvullend Beleidsakkoord bepaald dat medeoverheden meer financiële ruimte krijgen om bij te dragen aan het economisch herstel.

In het Aanvullend Beleidsakkoord zijn verschillende fiscale voorstellen opgenomen. Inmiddels zijn deze fiscale voorstellen grotendeels uitgewerkt. De benodigde wetswijzigingen ter uitvoering van het stimuleringspakket zijn op vrijdag 3 april jl. aan de Kamer aangeboden (Kamerstukken II 2008/09, 31 301, nr. 11). In deze nota wordt een drietal fiscale voorstellen uitgewerkt, te weten het intensiveren van de faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk, het toepassen van de energie-investeringsaftrek voor energiebesparing in huurwoningen en het verlagen van de tarieven in de vliegbelasting naar nul. In de toelichting bij deze nota wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken omtrent de administratieve lasten. Meer specifiek kan hierover worden opgemerkt dat voor wat betreft de administratieve lasten rondom «kleine baantjes» de definitieve uitwerking zal worden opgenomen in een brief, die de Kamer voor de zomer zal bereiken. Verder is uitvoering gegeven aan een tweetal andere maatregelen. Het beleidsbesluit waarin de versoepeling van de verliesverrekening wordt geregeld, is op 8 april 2009 gepubliceerd. Ook de uitstelregeling voor BTW-afdracht is door middel van een schrijven van de Belastingdienst aan de betrokken belastingplichtigen, in gang gezet. Op Prinsjesdag 2009 zal bekend worden gemaakt hoe invulling wordt gegeven aan de in het Aanvullend Beleidsakkoord genoemde envelop lastenverlichting voor het midden- en kleinbedrijf voor 2010.

Tabel 1: Stimuleringsmaatregelen kabinet1

+ = intensivering € mld (op kasbasis)20092010
a. Arbeidsmarkt, onderwijs en kennis0,891,05
Wv belegd: WTV en deeltijd WW (deels Novemberpakket)0,430,35
Wv belegd: aanpak jeugdwerkloosheid0,100,12
Wv belegd: versterking mbo0,100,15
Wv belegd: versterking kennisinfrastructuur; tijdelijke inzet kenniswerkers0,110,17
Wv belegd: uitvoering FES-projecten innovatie0,110,11
Wv nog niet belegd0,040,15
   
b. Duurzame economie0,620,61
Wv belegd: snelle uitvoering FES-projecten Milieu en Duurzaamheid0,120,12
Wv belegd: uitvoering Motie van Geel ruimtelijke economie0,060,06
Wv belegd: snelle uitvoering FES projecten Ruimtelijk Economisch Beleid0,190,19
Wv belegd: duurzame agrarische sector0,030,02
Wv nog niet belegd0,220,22
   
c. Infrastructuur en (woning)bouw0,721,09
Wv belegd: deltaprogramma (w.o. Zandsuppleties)0,080,05
Wv belegd: snelle uitvoering FES-projecten Infra0,130,13
Wv belegd: versnelling bruggen en renovatie wegen0,080,14
Wv belegd: vaarwegen, sluizen en binnenhavens0,080,13
Wv nog niet belegd0,350,64
   
d. Liquiditeitsverruiming bedrijfsleven1,241,39
Wv belegd: Novemberpakket (o.a. WAV)0,500,80
Wv belegd: versoepeling verliesverrekening 20080,34– 0,12
Wv belegd: verruimen afdrachtvermindering WBSO0,140,15
Wv belegd: enveloppe MKB0,000,08
Wv belegd: Schiphol/luchtvaart/vliegtax0,070,29
Wv belegd: VAMIL/MIA0,030,03
Wv belegd: EIA0,160,16
Wv nog niet belegd0,000,00
   
e. Eigen stimuleringen door gemeenten en provincies0,501,00
   
f. Invulling FES-projecten0,080,13
   
Subtotaal stimuleringspakket4,055,27
   
g. Werkloosheidsuitgaven (WW en WWB)1,003,90
   
h. Garanties2  
Garantie ondernemersfinanciering (plafond 1,5 mld)  
Uitbreiding Exportkredietverzekering (EKV)  
Verhoging borgingsgrens WSW  
Totaal5,059,17

1 Deze tabel geeft een totaaloverzicht van alle stimuleringsmaatregelen: het Novemberpakket, Januaripakket en de stimuleringsmaatregelen uit het Aanvullend Beleidsakkoord zijn meegenomen (2,73 mld voor 2009 en 3,21 mld voor 2010).

2 Zie voor een volledig overzicht van deze garantieregelingen Kamerstukken II 2008/09 31 371, nr. 88.

De concretisering van de tijdelijke MIA/Vamil enveloppe uit het stimuleringspakket vindt plaats in overleg met de minister van LNV, VROM en EZ. Daarnaast wordt onderzocht of en op welke wijze de aangekondigde tijdelijke verhoging van de MIA/Vamil kan worden ingezet t.b.v. de elektrische auto. Het kabinet stelt in de periode 2009–2011 maximaal 55 mln beschikbaar voor de versnelde introductie van de elektrische auto (waarvan maximaal 15 mln uit de tijdelijke verhoging van de MIA/Vamil). Hiermee wordt door het kabinet invulling gegeven aan de motie Halsema/Hamer (Kamerstukken II 2008/09, 31 070, nr. 32). Dekking hiervoor wordt gevonden in de middelen uit het Aanvullend Beleidsakkoord voor duurzaam ondernemen (20 mln) en de uit de innovatieagenda energie (20 mln). De ministers van V&W en EZ stellen voor de uitwerking van de versnelde introductie van de elektrische auto een plan van aanpak op.

Woningmarktbrief

In de woningmarktbrief wordt het woningbouwpakket gepresenteerd bestaande uit elkaar versterkende maatregelen en plannen die direct (in 2009 en 2010) effect hebben op de werkgelegenheid in Nederland, bijdragen aan de (langere termijn) ambities op het gebied van duurzaamheid en bijdragen aan woningbouwof herstructureringsprojecten. Zo wordt om de woningbouw te stimuleren 395 mln uitgetrokken voor woningbouwprojecten die door de crisis niet door dreigen te gaan. De inzet van het Rijk moet dan leiden tot additionele investeringen van andere betrokken partijen. Verder wordt het voor particulieren makkelijker gemaakt om duurzame investeringen in de eigen woning te doen door o.a. de ondergrens in de Regeling groenprojecten 2005 naar nul bij te stellen en de leentermijn in die regeling voor zonnecellen, zonnecollectoren en warmtepompen van 10 naar 15 jaar te verlengen. Daarnaast moet een beperkte garantstelling van het Rijk een voordelige kredietgarantieregeling van de bancaire sector mogelijk maken voor duurzame maatregelen en zal er nog vóór de zomer een subsidieregeling van 12 mln starten voor «maatwerkadviezen» voor particuliere woningeigenaren. Voor verhuurders zal de bestaande regeling voor energie-investeringsaftrek voor energiebesparende investeringen in bedrijfsmiddelen (EIA), voor de jaren 2009 en 2010 worden uitgebreid met energiebesparende investeringen in bestaande huurwoningen. Hiervoor wordt in totaal 320 mln (160 mln in 2009 en 160 mln in 2010) beschikbaar. Voor eigenaarbewoners die door de crisis en buiten hun schuld in betalingsproblemen komen wordt de uitvoering van de bestaande woonlastenfaciliteit van de NHG verbeterd zal de leegstandswet beter benut worden zodat tijdelijk verhuur van te koop staande woningen mogelijk wordt gemaakt.

Arbeidsmarktbrief

In de arbeidsmarktbrief wordt invulling gegeven aan de maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt. Met de regeling voor deeltijd-WW wordt bedrijven de mogelijkheid geboden om vakkrachten te behouden en niet onnodig te ontslaan. De regeling is budgettair gemaximeerd op 375 mln. Daarnaast zijn middelen beschikbaar gesteld voor de mobiliteitscentra. Een landelijk dekkend netwerk is inmiddels gereed om mensen zo snel mogelijk naar een nieuwe baan te bemiddelen. Daarnaast wordt de enveloppe o.a. ingezet voor mobiliteitscentra, leerwerkloketten, scholingsmaatregelen en re-integratie WW.

Aanpak jeugdwerkloosheid

In de komende periode komt er een groep jongeren van school die voor het eerst de arbeidsmarkt betreedt. Het risico van een sterk oplopende jeugdwerkloosheid vraagt om dringende maatregelen van het kabinet. Het kabinet stelt voor het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van jongeren in 2009 100 mln, voor 2010 120 mln en voor 2011 30 mln extra ter beschikking. De staatssecretaris van SZW zal in samenspraak met de staatssecretaris van OCW en de ministers van WWI en J&G op korte termijn komen met een actieplan. De heer de Boer is gevraagd om te adviseren over de aanpak van de jeugdwerkloosheid, hij heeft zijn advies 13 mei 2009 gepresenteerd. Het advies van de heer De Boer zal worden betrokken in de totstandkoming van het actieplan van het kabinet. De maatregelen zullen op drie groepen jongeren worden gericht: 1) werkende jongeren; 2) niet-werkende jongeren en 3) schoolverlaters. Voor elk van deze groepen zullen passende instrumenten worden ingezet. Daarbij wordt intensief samengewerkt met alle relevante partijen: werkgevers, werknemers, het UWV, gemeenten, MBO-instellingen en vele anderen. Onderdeel van het actieplan zal het school ex plan zijn, waarbij MBO-instellingen extra aandacht zullen besteden aan jongeren die op het punt staan om hun diploma te halen en die op dat moment geen werk in het vooruitzicht hebben of van plan zijn door te studeren.

3. Hoofdlijnen besluitvorming 2009

Het kabinet is geconfronteerd met uitvoeringstegenvallers. Deze zijn of worden binnen de departementale begrotingen opgelost. In de 1e suppletoire wetten zijn de mutaties per begrotingsartikel weergegeven. Hieronder en in navolgende paragrafen wordt ingegaan op de meest in het oog springende onderwerpen.

Politie

Bij de politie is een cao afgesproken voor de periode 2008–2010 waarbij gerekend werd met een hoger verwachte contractloonstijging dan nu blijkt uit de CEP 2009. Het kabinet heeft voorgesteld om de hiervoor benodigde extra middelen en de middelen voor de verbetering van het politiebestel onder andere vrij te maken door een normering van het eigen vermogen en door een tijdelijke beperking van de instroom van aspiranten in de jaren 2010 t/m 2012. De beperking van de instroom van aspiranten zal niet tot gevolg hebben dat de sterkte daalt in deze kabinetsperiode onder de aan de Kamer toegezegde streefsterkte 2010 van 52 200 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007, 28 824, nr. 33). Evenmin zal deze daling van het aantal aspiranten gevolgen hebben voor de beschikbare operationele sterkte. Bij de normering van de eigen vermogens van de regionale korpsen zal het eigen vermogen alleen nog een bufferfunctie vervullen. Voor het omzetten van het eigen vermogen in vreemd vermogen zal een conversielening worden verstrekt, waarbij de jaarlijkse aflossingen beschikbaar komen voor de sector. De minister van BZK is over dit pakket in overleg met het Korpsbeheerdersberaad. Ze heeft richting de korpsbeheerders aangegeven open te staan voor alternatieve maatregelen, voor zover die voldoen aan door haar geformuleerde randvoorwaarden. Het overleg met het korpsbeheerdersberaad over alternatieve maatregelen zoals gezamenlijke inkoop, verlaging van ict uitgaven en herziening politie onderwijs is op dit moment nog niet afgerond. De Tweede Kamer wordt nader geïnformeerd over de uitkomsten van dit overleg.

Onderwijs

Voor een goede uitvoering van het onderwijsbeleid is het essentieel dat de onderwijssectoren een bekostiging ontvangen die past bij een adequate raming van de leerlingen- en studentenaantallen. De opbrengst van enkele meevallers, met name op het gebied van studiefinanciering, wordt daarvoor ingezet. Ook de middelen die in 2008 niet meer tot besteding zijn gekomen (eindejaarsmarge) worden hiervoor ingezet. Vanwege met name uitvoeringsproblemen en de noodzaak tot prioritering worden ook de middelen die oorspronkelijk bedoeld waren voor de tegemoetkoming in de reiskosten voor 16 en 17-jarige MBO-ers anders aangewend. Ten aanzien van de CAO’s in de onderwijssector zal de referentiesystematiek geheel worden gevolgd. Dit betekent dat de onderwijssectoren een vergoeding krijgen die overeenkomt met het gemiddelde uit de marktsector. Ter voorkoming van budgettaire problemen voor specifieke scholen wordt de commissie-Don gevraagd oplossingsrichtingen te onderzoeken waarbij het bestaande instrument van schatkistbankieren wordt uitgebreid onder de voorwaarde van beperkte administratieve lasten en beheersbare budgettaire risico’s.

Wijkaanpak

Ten behoeve van bewonersbudgetten en de wijkaanpak worden middelen overgeheveld van de begroting van WWI naar het gemeentefonds. De bewonersbudgetten worden via een vouchersysteem aan bewoners beschikbaar gesteld in de periode 2009–2011 ter bevordering van de leefbaarheid en ter versterking van de sociale samenhang in hun wijk. De middelen voor wijkaanpak zijn bedoeld als medefinanciering van de wijkactieplannen in de 40 aandachtswijken.

Sociale zekerheid

November vorig jaar was al besloten tot een bijzondere regeling voor werktijdverkorting. Daarnaast er is per saldo een uitvoeringstegenvaller binnen het SZA-kader, hoofdzakelijk veroorzaakt door dalende uitstroomkansen bij de WAO. Voor 2009 wordt deze opgevangen voor onder meer het gedeeltelijk laten vrijvallen van de eindejaarsmarge en de risicovoorziening voor ESF3. Om het budgettaire beeld meerjarig sluitend te maken wordt een pakket maatregelen voorbereid dat bij Miljoenennota 2010 gepresenteerd wordt. De komende maanden zal een aantal van deze maatregelen al aan de Kamer worden voorgelegd om te kunnen waarborgen dat de maatregelen tijdig (met ingang van 2010) kunnen worden ingevoerd.

Gezondheidszorg

De uitgaven aan de gezondheidszorg blijken sterker te zijn gegroeid dan eerder gedacht. Deels lijkt dit het gevolg van een onbedoeld sterke stijging in de uitgaven aan met name de medisch specialisten, hetgeen samenhangt met een nieuwe tariefstructuur. Ook heeft de onverwacht sterke stijging deels te maken met een hoger dan geraamd aantal behandelingen in de tweedelijns geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en met uitbreiding van de verzorgingscapaciteit in de AWBZ. Verschillende maatregelen die op het terrein van de zorg genomen moeten worden zullen de komende tijd nader uitgewerkt worden, waarbij het streven is de maatregelen zoveel mogelijk op die terreinen te nemen waar de overschrijdingen zich voordoen. In de Miljoenennota zullen deze maatregelen worden gepresenteerd, hoewel de komende maanden mogelijk al een aantal maatregelen aan de Kamer zullen worden voorgelegd om te kunnen waarborgen dat de maatregelen tijdig (dat wil zeggen met ingang van 2010) kunnen worden ingevoerd.

Kinderregelingen

De jeugdzorgketen heeft op het terrein van de jeugdbescherming, o.a. als gevolg van lopende initiatieven rondom signalering en melding van kindermishandeling en het verkorten van doorlooptijden in de keten, te maken met volumegroei. Ook zijn er meer uitgaven voor het kindgebonden budget. De uitgavenstijging wordt binnen het budget geaccommodeerd door de kinderregelingen aan te passen.

4. Aanvullende afspraken met medeoverheden

Besprekingen tussen de Rijksoverheid en de vertegenwoordigers van provincies, gemeenten en waterschappen hebben tot een akkoord geleid over een samenhang van afspraken in het licht van de economische crisisen de (budgettaire) gevolgen van het Aanvullend Beleidsakkoord. Op hoofdlijnen komen de afspraken neer op het volgende:

• Medeoverheden krijgen tijdelijk extra EMU-ruimte voor automatische stabilisatie en het versnellen van hun investeringsuitgaven: de EMU-grens wordt voor 2009 verhoogd naar 0,6% BBP en voor 2010 naar 0,7% BBP (normale grens is 0,5% BBP). Het kabinet treft geen maatregelen als het saldo in 2009 boven de grens uitkomt.

• Er is overeenstemming bereikt over de nominale mutaties in het accres 2009, accres 2010 en accres 2011, consistent met de beoogde invulling van de tekortreductie 2011 en eerder afgesloten bestuursakkoorden.

• Deze afspraken zijn gemaakt «for better and for worse» en bieden zodoende financiële rust en zekerheid voor alle partijen. Voorafgaand aan een nieuwe kabinetsperiode wordt de normeringssystematiek en de tijdelijke afwijking gezamenlijk geëvalueerd.

• Medeoverheden zetten in op een vermijding van een stijging van de lokale belastingen in 2009 en 2010 en zullen extra stappen ondernemen ter vermindering van de administratieve lastendruk (vergunningen en aanbesteding).

• Er zijn aanvullende afspraken gemaakt over extra vrij beschikbare middelen voor 2009 en 2010 (in het totaal 200 mln) en de financiële afwikkeling van een aantal lopende discussies, zoals over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en over de invoeringskosten van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Zie bijlage 3 voor een volledig overzicht van de gemaakte afspraken met de koepels van gemeenten, provincies en waterschappen.1

5. Kadertoetsing

In deze paragraaf worden de belangrijkste wijzigingen voor 2009 aan de uitgavenkant van de begroting toegelicht ten opzichte van de Miljoenennota 2009. De wijzigingen worden zowel voor het totale kader (tabel 2) als voor de verschillende budgetdisciplinesectoren (tabellen 3 t/m 5) weergegeven. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het kabinet heeft besloten om de automatische stabilisatie ook aan de uitgavenkant te versterken: de uitgavenkaders zijn gecorrigeerd voor de werkloosheidsuitgaven, de ruilvoetontwikkeling en het stimuleringspakket.

Tabel 2: Uitgaventoetsing totale uitgavenkader

– = onderschrijding € mld2009
Kadertoetsing MN 20090,0
Rijksbegroting in enge zin0,2
SZA– 0,4
Zorg0,2
Kadertoetsing Voorjaarsnota 20090,0
Stimuleringspakket1(4,1)
Ruilvoetontwikkeling(1,8)
Werkloosheidsuitgaven(1,0)

1 Dit betreft het stimuleringspakket uit het Aanvullend Beleidsakkoord en de eerdere maatregelen die het kabinet genomen heeft (zie ook tabel 1 van deze Voorjaarsnota). Het betreft hier stimuleringsmiddelen die zowel aan de uitgaven- als aan de lastenkant worden ingevuld.

Rijksbegroting in enge zin

De uitgaven aan ODA zijn 0,8% van het BNP, waardoor als gevolg van de lagere economische groei uitgavenruimte vrijvalt. De dividenden uit staatsdeelnemingen zijn neerwaarts bijgesteld als gevolg van de doorwerking van de financiële crisis. Bij het gemeente- en provinciefonds treedt er een meevaller op onder andere als gevolg van de verrekening over 2008. Daarnaast treedt een aantal kasschuiven op, waaronder bij de OV-kaart en stimulering duurzame energieproductie (SDE). Bij de SDE-regeling worden de verplichtingen (met name «wind op land» en «wind op zee») later aangegaan dan eerder geraamd. Dit leidt tot lagere uitgaven in de eerste jaren en hogere uitgaven in latere jaren. Verder wordt een gedeelte van de onderuitputting van het infrafonds 2008 in 2009 besteed, dit om de economie verder te stimuleren. Als gevolg van toenemende onrust in de wereld is de asielinstroom in Nederland toegenomen van 10 500 naar 17 000 personen. Dat vereist een extra inspanning in de gehele asielketen. De uitgaven aan studiefinanciering laten voor 2009 een meevaller zien. Aan het Kindgebonden Budget (WKB) wordt meer uitgegeven dan eerder geraamd (0,1 mld in 2009). Bij de tegemoetkoming buitengewone uitgaven (TBU), die inmiddels is komen te vervallen, doen zich nog betalingen voor in 2009.

Tabel 3: Kadertoetsing RBG-eng

+ = tegenvaller in € mld2009
Kadertoetsing MN 20090,5
HGIS– 0,4
Staatsdeelnemingen0,2
GF/PF– 0,2
Kasschuif OV-kaart– 0,2
Kasschuif SDE– 0,1
Infrafonds0,2
Asiel0,2
Onderwijs– 0,2
Jeugd en Gezin (AKW/WKB)0,1
TBU0,1
Kadertoetsing RBG-eng Voorjaarsnota 20090,2

* Door afrondingsverschillen kan de som der delen afwijken van het totaal

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

Tabel 4: Kadertoetsing SZA

+ = tegenvaller in € mld2009
Kadertoetsing MN 2009– 0,2
Uitvoeringsmutaties (o.a. WAO)0,2
Inzet reserveringen en EJM– 0,4
Kadertoetsing SZA Voorjaarsnota 2009– 0,4

* Door afrondingsverschillen kan de som der delen afwijken van het totaal

Binnen het SZA-kader is er een uitvoeringstegenvaller, hoofdzakelijk veroorzaakt door dalende uitstroomkansen bij de WAO. Voor 2009 wordt deze opgevangen voor onder meer het gedeeltelijk laten vrijvallen van de eindejaarsmarge en de risicovoorziening voor ESF3. Om het budgettaire beeld meerjarig sluitend te maken wordt een pakket maatregelen voorbereid dat bij Miljoenennota 2010 gepresenteerd wordt. De komende maanden zal een aantal van deze maatregelen al aan de Kamer worden voorgelegd om te kunnen waarborgen dat de maatregelen tijdig (met ingang van 2010) kunnen worden ingevoerd.

Zorg

Tabel 5: Kadertoetsing BKZ

+ = tegenvaller € mld2009
Kadertoetsing MN 2009– 0,3
Problematiek Medisch Specialisten0,5
Problematiek GGZ0,2
Problematiek Geneesmiddelen en apothekers0,2
Ramingsbijstelling geneesmiddelen– 0,4
Problematiek ABWZ en WMO0,1
Maatregelen Cure en Preventie– 0,1
Kadertoetsing Zorg Voorjaarsnota 20090,2

* Door afrondingsverschillen kan de som der delen afwijken van het totaal

Op basis van de gegevens van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) zijn de zorguitgaven 2009 geactualiseerd, dit betreft echter nog een voorlopig beeld. Uit de huidige actualisatie volgen met name tegenvallers bij de medisch specialisten, de geneeskundige GGZ en bij de geneesmiddelen en apothekers. Bij de geneesmiddelen wordt de stijging in de geraamde uitgaven voornamelijk veroorzaakt door de gewijzigde receptregelvergoeding voor apothekers. Tegelijkertijd is de raming naar beneden bijgesteld omdat het door verzekeraars gevoerde preferentiebeleid de prijs van geneesmiddelen doet dalen. Ook bij de AWBZ zijn de geraamde uitgaven bijgesteld naar aanleiding van de eerste afrekencijfers over 2008. Om de uitgavenstijging te compenseren worden in 2009 enkele maatregelen genomen. In de cure gaat het daarbij om maatregelen bij de medisch specialisten, het wijzigen van de voorcalculatie en het actualiseren van de Wet Geneesmiddelenprijzen (WGP).

6. Inkomsten

De totale inkomsten

In 2009 komen de belasting- en premie inkomsten op EMU-basis volgens de huidige inzichten 18 mld lager uit dan bij de Miljoenennota 2009 is geschat.

Tabel 6: Belasting- en premieontvangsten 2009 op EMU-basis

€ mldStand MN 2009Stand VJN 2009Mutatie
Belastingen en premies volksverzekeringen188,8171,9– 16,8
wv. Belastingen152,9140,7– 12,2
wv. premies volksverzekeringen35,831,2– 4,6
Premies werknemersverzekeringen45,244,1– 1,1
Totaal234,0216,0– 18,0

Sinds de Miljoenennota 2009 zijn de verwachtingen over de economische groei in 2009 drastisch verslechterd als gevolg van de kredietcrisis die in de tweede helft van 2008 is overgeslagen op de rest van de economie. De nominale BBP-ontwikkeling, relevant voor de ontwikkeling van de inkomsten, is bij CEP 2009 ten opzichte van de MEV 2009 met maar liefst 7,2%-punt naar beneden bijgesteld. Door de volledige werking van de automatische stabilisatie heeft deze bijstelling grote gevolgen voor de te verwachten inkomsten. In de onderstaande tabel wordt de neerwaartse bijstelling van 18,0 mld uitgesplitst naar de verschillende factoren die eraan hebben bijgedragen.

Allereerst heeft de doorwerking van de realisatie over 2008 geleid tot een bijstelling met – 3,9 mld. Een nadere uitleg over deze doorwerking wordt gegeven in hoofdstuk 1 van het Financieel Jaarverslag 2008. Ten tweede zorgt beleid dat sinds de Miljoenennota 2009 is gevoerd voor een verlaging van de inkomsten met – 1,3 mld. Dit betreft met name de tijdelijke maatregelen willekeurige of vervroegde afschrijving en de verlaging van het MKB-tarief uit het aanvullend pakket maatregelen dat het kabinet in het najaar 2008 heeft genomen en daarnaast de maatregelen uit het aanvullend beleidsakkoord op het coalitieakkoord waartoe in het voorjaar 2009 besloten is, zoals de tijdelijke intensivering van faciliteiten voor speur- en ontwikkelingswerk, de verruiming van de verliesrekening 2009 met betrekking tot het jaar 2008 en het op nul stellen per 1 juli 2009 van de vliegbelasting.

Tabel 7: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2009

 Ontvangsten
Stand Miljoenennota 2009234,0
  
Mutatie– 18,0
wv. doorwerking 2008– 3,9
wv. Beleid– 1,3
wv. economisch beeld– 12,7
Stand Voorjaarsnota 2009216,0

Ten slotte zorgt het sterk gewijzigde economisch beeld over 2009 voor een bijstelling van de inkomstenraming met – 12,7 mld (– 5,4% van de inkomsten stand Miljoenennota 2009). De neerwaartse inkomstenraming geldt vrijwel alle belastingsoorten. Zo zorgen een lagere waardeontwikkeling van de particuliere consumptie en een negatieve ontwikkeling in de investeringen in woningen voor – 2,7 mld lagere BTW-ontvangsten, een met name negatieve arbeidsvolumeontwikkeling voor – 2,6 mld lagere ontvangsten loonheffing en tevens – 0,6 mld lagere premieontvangsten werknemersverzekeringen en zorgt ten slotte de negatieve winstontwikkeling van bedrijven voor circa 3 mld lagere Vpb-ontvangsten. Verder zijn ook de ontvangsten met betrekking tot belastingsoorten als de overdrachtsbelasting en de BPM naar beneden bijgesteld als gevolg van de veel negatievere ontwikkeling van respectievelijk de huizenverkopen en de autoverkopen dan bij Miljoenennota 2009 werd verwacht.

7. EMU-saldo en EMU-schuld

Tabel 8 laat de ontwikkeling van het EMU-saldo zien ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2009.

Tabel 8: EMU-saldo sinds Miljoenennota 2009 (%BBP)

 2009
EMU-saldo MN 20091,2%
Inkomsten– 3,0%
Aardgasbaten (transactiebasis)– 1,1%
EMU-saldo lokale overheden– 0,6%
Rente– 0,2%
Opbrengsten ingrepen financiële sector0,2%
Stimuleringspakket– 0,5%
Effect versnelde uitvoering FES en a.g.v. moties Slob/Van Geel. 0,2%
EMU-saldo Voorjaarsnota 2009– 3,8%

Het EMU-saldo verslechtert van een overschot van 1,2% BBP in de Miljoenennota 2009 tot een tekort van 3,8% BBP in de Voorjaarsnota 2009. Deze verslechtering van 5% BBP wordt voor een groot deel veroorzaakt door het laten werken van de automatische stablisatoren aan de inkomstenkant. Daarnaast zijn door de lagere olieprijs de aardgasbaten naar beneden bijgesteld. Het EMU-saldo lokale overheden is in 2008 verslechterd. Het tekort wordt veroorzaakt door hogere uitgaven, onder meer door een forse toename op het vlak van investeringen. Gezien de huidige economische situatie wordt dit tekort ook voor 2009 verwacht. Daarnaast is er in de aanvullende afspraken met de medeoverheden afgesproken dat zij tijdelijk extra EMU-ruimte krijgen voor automatische stabilisatie en het versnellen van hun eigen investeringsuitgaven: de EMU-grens wordt voor 2009 verhoogd naar – 0,6% BBP. Als gevolg van het oplopende tekort nemen de rente-uitgaven toe. Hier staan echter ook opbrengsten in de vorm van dividenden en renteontvangsten tegenover die voortvloeien uit de ingrepen in de financiële sector (zie voor een totaaloverzicht bijlage 2). In het Aanvullend Beleidsakkoord heeft het kabinet besloten om de economie op de korte termijn gericht te stimuleren. Dit stimuleringspakket heeft een negatief effect op het EMU-saldo, maar wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de versnelde uitvoering FES en a.g.v. moties Slob/Van Geel.

Voor 2009 wordt een EMU-schuld voorzien van 339,5 mld euro of 59% BBP. Onderstaande figuur geeft het EMU-saldo en de EMU-schuld 2009 weer voor de landen van de eurozone.

Figuur 1: EMU-schuld en EMU-tekort in 2009 (eurozone, in % BBP) kst-31965-1-1.gif

Bron: Europese Commissie, Economic Forecast, Spring 2009

8. Invulling tekortreductie 2011

Tabel 9: Overzicht maatregelen tekortreductie (in mld)

Maatregel2011
Organisatie openbaar bestuur 
Aanvullende bestuurlijke afspraken overheden d.d. 15 april 20090,65
Herijking financiële verhouding tussen Rijk en provincies0,30
Organisatie Rijksdienst 
Arbeidsproductiviteitkorting (excl. HCvS, krijgsmacht, onderwijs, politie en zorg)*0,07
Versobering bedrijfsvoering0,07
Overig 
Doelmatiger en rationeler waterbeheer0,10
Herprioritering diverse begrotingen0,51
Korting prijsbijstelling tranche 2011 (excl. Ju, BZK, OCW en IF)0,10
Totaal1,80

* Vanaf 2012. De opbrengst 2011 wordt gerealiseerd door inhouding van een deel van de nog vrij aanwendbare investeringsgelden Vernieuwing Rijksdienst (de middelen voor sociaal flankerend beleid en de investeringsgelden waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden blijven beschikbaar).

In het Aanvullend Beleidsakkoord is afgesproken dat het kabinet, indien de economie zich in voldoende mate zal herstellen, in 2011 een begin zal maken met het herstel naar gezonde overheidsfinanciën en het terugdringen van het tekort. De taakstellende ombuiging bedraagt 1,8 mld. Hieronder volgt een toelichting op hoofdlijnen.

Aanvullende bestuurlijke afspraken overheden d.d. 15 april 2009

In constructief overleg met de vertegenwoordigers van provincies, waterschappen en gemeenten is een samenhangend pakket aan afspraken gemaakt in het licht van de economische situatie en het Aanvullend Beleidsakkoord. De kern van deze afspraken betreft de ontwikkeling van het accres over periode 2009–2011, waarmee in 2011 een besparing wordt ingeboekt van 645 mln. Ook zijn afspraken gemaakt over Wabo, Wmo en NHG en zal er, waar relevant, overleg met medeoverheden plaatsvinden over stimulerings- en ombuigingsmaatregelen. De afspraken bieden financiële rust en zekerheid voor alle partijen. In bijlage 3 is een integrale lijst met afspraken te vinden.

Aanvullende afspraken Rijk en provincies

De Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) heeft in opdracht van de fondsbeheerders en het IPO onderzoek gedaan naar de financiële verhouding tussen het Rijk en de provincies. In zijn advies constateert de Raad dat provincies in staat blijken te zijn om van hun takenpakket uit eigen middelen 597 mln. méér te bekostigen dan tot nu toe bij de bepaling van de algemene uitkering uit het provinciefonds wordt verondersteld. Het kabinet acht het verantwoord om mede op basis van dit advies het provinciefonds met ingang van 2011 structureel met 300 mln te verlagen.

Kabinet en IPO hebben gezamenlijk afgesproken dat op basis van het advies van de Rfv en de contra-expertise (door IPO laten uitvoeren door commissie Boorsma) een verdiepingsslag nodig is om tot gezamenlijk gedeelde opvattingen te komen. De inzet van kabinet en IPO is om tot duurzame afspraken over de financiële verhoudingen tussen Rijk en provincies te komen. Als de verdiepingsslag leidt tot een andere uitkomst dan de voorgenomen verlaging van het provinciefonds dan zal het kabinet zijn voornemen nader wegen.

Kabinet en IPO zullen gezamenlijk verkennen of een deel van de voorgenomen verlaging van het provinciefonds kan worden ingevuld door decentralisatiearrangementen en/of investeringsprogramma’s.

Arbeidsproductiviteitskorting

Er wordt een arbeidsproductiviteitskorting opgelegd in de jaren 2012 en 20131. Deze korting is analoog aan de taakstelling op het ambtelijk apparaat zoals technisch voorbereid door de SG’s bij de start van dit kabinet. In de kern houdt dit in dat de korting van toepassing is op de rijksdienst alsook niet-tariefsgefinancierde ZBO’s, en niet van toepassing is op de Hoge Colleges van Staat, krijgsmacht, onderwijs, politie (m.u.v. KLPD en politieacademie) en de zorg. De taakstelling start in 2012, en sluit aldus aan op de apparaatstaakstelling uit het Coalitieakkoord die in 2011 gerealiseerd moet zijn. De opbrengst 2011 wordt gerealiseerd door inhouding van een deel van de nog vrij aanwendbare investeringsgelden Vernieuwing Rijksdienst (de middelen voor sociaal flankerend beleid en de investeringsgelden waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden blijven beschikbaar).

Versobering bedrijfsvoering

In het kader van de versobering bedrijfsvoering zal een nader inhoudelijk voorstel worden uitgewerkt. Dat gaat via de lijn van categoriemanagement, waarbij inzicht ontstaat in de componenten voor ICT, facilitaire en andere materiële kosten uit het P&M budget. Het besparingspotentieel is gebaseerd op de reeds opgedane ervaringen met categoriemanagement sec op het gebied van inkoop. Om het besparingspotentieel te realiseren wordt besloten tot uitbreiding van categoriemanagement. Hiervoor is een pakket aan maatregelen op het terrein van alle categorieën uit het rijksbrede inkoopmanagement nodig, naast huisvesting, facilitair en ICT.

Doelmatiger en rationeler waterbeheer

Om tot een doelmatiger organisatie en bestuur van het waterbeheer in NL te komen, wordt een voorstel voorbereid door de Secretaris-generaal van Verkeer en Waterstaat als voorzitter van het SG-Overleg. Het voorstel wordt opgesteld in samenwerking met de Secretarissen-generaal van VROM, EZ, LNV, BZK, de Directeur-generaal Water (VenW) en de Directeur-generaal Rijksbegroting (Fin). Het voorstel betreft alle onderdelen van de waterketen en het watersysteem. Bij het voorstel worden eerdere studies en adviezen hierover, zoals (het kabinetsstandpunt op) de «IBO bekostiging waterbeheer», betrokken. Het voorstel moet kunnen leiden tot besluitvorming over een efficiencyverbetering van ca. 100 mln structureel vanaf 2011. Verandering van de bestaande bestuurlijke organisatie is daarbij niet het oogmerk a priori. Het plan moet voor het einde van 2009 gereed zijn. Het plan wordt uitgebracht aan de ministers van Financiën, VROM, LNV, EZ en BZK en de staatssecretaris van VenW.

Herprioritering diverse begrotingen

Het resterende bedrag wordt vanuit verschillende begrotingen door herprioritering geleverd. Alle departementen hebben zich gecommitteerd aan de taakstelling. De verdere invulling zal worden gepresenteerd bij Miljoenennota 2010 en 2011.

De minister van Financiën,

W. J. Bos

Licence