Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2018 is ten opzichte van de stand Startnota 2018 met 0,5 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Ten opzichte van de raming in de Miljoenennota 2018 (Kamerstukken 34 475, nrs. 1 en 2) komt de raming 2,2 miljard euro hoger uit. Voor de belasting- en premieontvangsten wordt naast de aansluiting naar de Startnotaraming ook de aansluiting naar de raming in de Miljoenennota 2018 gemaakt. Daar is voor gekozen omdat in de Startnota alleen de totale inkomstenraming is vermeld. Tevens is vanaf deze Voorjaarsnota in bijlage 3 een uitsplitsing van de raming naar belastingsoort opgenomen, op zowel EMU- als kasbasis.

Tabel 7: Belasting- en premieontvangsten 2018 op EMU-basis

(in miljarden euro’s)

Stand MN 2018

Stand Startnota

Stand VJN 2018

Mutatie VJN 2018 – Startnota

Belastingen en premies volksverzekeringen

217,4

219,7

220,7

1,0

 

waarvan belastingen

170,3

172,4

176,1

3,7

 

waarvan premies volksverzekeringen

47,1

47,3

44,6

– 2,7

Premies werknemersverzekeringen

65,1

65,5

64,0

– 1,5

Totaal

282,5

285,3

284,8

– 0,5

Tabel 8 geeft een uitsplitsing van de oorsprong van de bijgestelde raming voor 2018 ten opzichte van de stand bij de Miljoenennota 2018 en de Startnota. In de begroting verwerkte beleidsmaatregelen zorgen voor hogere of lagere ontvangsten. Andere ramingsbijstellingen volgen uit de endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de belasting- en premie-inkomsten die onder andere volgt uit de economische ontwikkeling.

Mutatie Miljoenennota 2018 – Startnota

Het nieuwe regeerakkoord bevatte fiscale beleidsmaatregelen voor 2018. Dat veroorzaakte een verschil tussen de Miljoenennota 2018 en Startnota van ongeveer 0,3 miljard euro. Het ging onder andere om de verhoging van de tabaksaccijnzen en de verhoging van het effectieve tarief in de Innovatiebox. De endogene mutatie tussen Miljoenennota en Startnota bedroeg 2,4 miljard euro en volgde uit het meer positieve macro-economische beeld na doorrekening van het Regeerakkoord door het CPB.

Mutatie Startnota – Voorjaarsnota 2018

Voorts veroorzaakt beleid 1,2 miljard lagere inkomsten tussen Startnota en deze Voorjaarsnota. Dat volgt uit een tot 0,4 miljard euro oplopende incidentele derving door de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake de fiscale eenheid. Daarnaast hebben zorgverzekeraars de nominale zorgpremie voor 2018 uiteindelijk lager vastgesteld dan eerder geraamd, met 0,8 miljard lagere zorgpremies als gevolg.

De endogene bijstelling van 0,6 miljard euro tussen Startnota en de Voorjaarsnota hangt samen met het economisch beeld op basis van het CEP 2018, de doorwerking van de in 2017 gerealiseerde kasontvangsten en de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand april.

Tabel 8: Overzicht mutaties van de inkomsten sinds MN2018

(in miljarden euro’s)

Ontvangsten

Stand Miljoenennota 2018

282,5

Mutatie

2,8

 

waarvan endogene ontwikkeling

2,4

 

waarvan beleid

0,3

Stand Startnota

285,3

Mutatie

– 0,5

 

waarvan endogene ontwikkeling

0,6

 

waarvan beleid

– 1,2

Stand Voorjaarsnota 2018

284,8

De ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing kwamen in de Startnotaraming hoger uit als gevolg van een sterkere ontwikkeling van zowel de lonen als de werkgelegenheid. Ten opzichte van de Startnota is de Voorjaarsnotaraming voor de loon- en inkomensheffing nagenoeg ongewijzigd.

De vpb-ontvangsten komen naar verwachting 1,2 miljard euro hoger uit in 2018. Deze bijstelling van de raming wordt veroorzaakt door hogere winsten van bedrijven. Dat heeft eind 2017 tot hogere kasontvangsten geleid, wat doorwerkt naar 2018. Voor 2018 ligt het bedrag aan opgelegde aanslagen fors hoger, wat zich in de maanden tot april ook al heeft vertaald in hogere kasontvangsten.

De btw-ontvangsten zijn in de Startnotaraming opwaarts bijgesteld als gevolg van het Regeerakkoord. Overheidsinvesteringen en het prijspeil kwamen hoger uit. Het economische beeld van het CEP2018 en de gerealiseerde kasontvangsten in 2018 leiden tot een neerwaartse mutatie in de Voorjaarsnota ten opzichte van de Startnota.

De raming van de bpm komt 0,3 miljard euro hoger uit als gevolg van een hoger aantal verkochte auto’s in 2018 in combinatie met een hogere gemiddelde CO2-uitstoot (de grondslag van de bpm) dan eerder vanuit werd gegaan. De dividendbelasting is met 0,2 miljard euro opwaarts bijgesteld. Hogere kasontvangsten en het economisch beeld met hogere bedrijfswinsten en dividenduitkeringen leiden tot een hogere raming voor de dividendbelasting voor 2018.

De raming voor de erf- en schenkbelasting in 2018 bedraagt 2,3 miljard euro. Dat is hoger dan de raming voor 2018 in de Miljoenennota 2018 en de Startnota. De hogere raming voor 2018 hangt samen met de inloop van de achterstand in opgelegde aanslagen over verkregen nalatenschappen of schenkingen als gevolg van de vertraagde oplevering van de nieuwe ICT-systemen voor de erf- en schenkbelasting. Dat zorgt voor een kasschuif van 2017 naar 2018.

Deze raming is in het bijzonder met onzekerheid omgeven. Deze onzekerheid vloeit ook voort uit economische factoren. Aan de ene kant neemt de grondslag van de erf- en schenkbelasting, het vermogen van huishoudens, toe. Zo vertonen de huizenprijzen sinds 2014 weer een stijgende trend. Van de andere kant tonen voorlopige cijfers van opgelegde aanslagen van de erfbelasting een lagere gemiddelde waarde dan in eerdere jaren.

Tabel 9: Belangrijkste mutaties raming belasting en premieontvangsten 2018 ten opzichte van Miljoenennota 2018 en Startnota op EMU-basis

(in miljoenen euro’s)

Mutatie MN2018-Startnota

Mutatie Startnota – VJN2018

Mutatie MN2018-VJN2018

Loon- en inkomensheffing

1.197

– 83

1.114

Vennootschapsbelasting

457

780

1.237

Omzetbelasting

650

– 582

67

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

8

330

338

Dividendbelasting

– 109

302

192

Erf- en schenkbelasting

48

312

359

Licence