Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

52.493,4

47.929,3

47.862,2

48.350,9

49.114,7

Mee- en tegenvallers

     

Rijksbegroting

     

Inburgeringsvoorzieningen

0

33,9

39,9

35,8

30,3

Maatschappelijke begeleiding

‒ 1,1

19,1

0

0

0

Diversen

‒ 0,5

‒ 0,4

‒ 0,4

‒ 0,4

‒ 0,4

Sociale zekerheid

     

Aio

‒ 14,3

‒ 14

‒ 11,2

‒ 13,8

‒ 20,3

Akw

‒ 18,4

‒ 42,8

‒ 54,3

‒ 63,2

‒ 70

Bbz

54,5

‒ 8,9

‒ 8,9

‒ 8,9

‒ 8,9

Budgetneutrale schuif premie-begroting

‒ 15,1

‒ 11

‒ 10,6

‒ 10,2

‒ 12,4

Duo leningen

‒ 4,3

34,1

24

7,5

1,3

Ioaw

‒ 22,5

‒ 36,4

‒ 40,3

‒ 39,8

‒ 35,2

Iow

3,8

‒ 5,8

‒ 18,4

‒ 29,1

‒ 33,7

Kot

40,1

5,9

8

‒ 5,5

‒ 12,8

Tw

‒ 17,6

‒ 11,7

‒ 8,1

‒ 4,5

0,3

Uitvoeringskosten uwv

24,8

‒ 3,4

‒ 3,7

‒ 4,2

‒ 4,4

Wajong

17,4

11,9

4,2

‒ 4,9

‒ 12,4

Wkb

‒ 61,1

‒ 35,6

‒ 35,3

‒ 17,8

‒ 1,9

Wtl

‒ 42,2

‒ 26,3

‒ 27,3

‒ 28,7

‒ 13,9

Diversen

‒ 8

‒ 19,6

‒ 19,9

‒ 20,5

‒ 21,4

 

‒ 64,5

‒ 111

‒ 162,3

‒ 208,2

‒ 215,8

Beleidsmatige mutaties

     

Rijksbegroting

     

Inburgeringsvoorzieningen

‒ 38,2

‒ 18,2

‒ 4,6

0

0

Kasschuif mdieu

‒ 261

‒ 71

‒ 60

123

127

Kasschuif motie asscher/smeulders

100

0

0

‒ 100

0

Kasschuiven

‒ 27,2

1,6

5,7

0,4

21,7

Veranderopgave inburgering (voi)

20,2

30,1

13,7

11

11

Diversen

38,2

21,2

8,2

6

6,1

Sociale zekerheid

     

Vbvv / skd

14,3

15,3

5,8

5,8

5,8

Veranderopgave inburgering (voi)

‒ 32,8

‒ 10,9

2,1

2,3

0,9

Ww eu-verordening

0

‒ 16

‒ 16

0

0

Diversen

‒ 59,8

11

‒ 15

‒ 11,2

‒ 14,3

 

‒ 246,3

‒ 36,9

‒ 60,1

37,3

158,2

Technische mutaties

     

Rijksbegroting

     

Diverse plafondcorrecties

‒ 175,4

‒ 13

0

0

0

Kasschuif nl leert door

‒ 34,6

34,6

0

0

0

Naar bzk-gf: gemeentelijk schuldenbeleid

‒ 30

0

0

0

0

Naar bzk-gf: tonk eerste tranche

‒ 65

0

0

0

0

Naar bzk-gf: vwnw: du crisisdienstverlening

‒ 48,5

0

0

0

0

Tonk

260

0

0

0

0

Diversen

44,5

59,1

49,2

41,1

38,5

Sociale zekerheid

     

A. now kasschuif nvw

1.255,30

0

0

0

0

B. now 3 bijstelling 1e isb

1.458,30

0

0

0

0

Bijstand

‒ 406,8

‒ 512,2

‒ 310,3

‒ 206,7

‒ 63

C. now 3.1 langer openstellen loket

500

0

0

0

0

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

287

0

0

0

0

D. now 3.2 niet afbouwen

814

0

0

0

0

Diverse plafondcorrecties

175,4

13

0

0

0

E. now 3.3 niet afbouwen

1.000,00

0

0

0

0

F. now 3.2 en now 3.3 naar 85%

350

0

0

0

0

G. now bijstelling vjn

‒ 1.400,90

2.703,50

183,1

0

0

H. now 4

1600

400

0

0

0

I. uitzonderen tvl in de now

360

1040

0

0

0

Naar bzk-gemeentefonds: algemene uitkering re-integratie gemeenten

‒ 136,7

0

0

0

0

Tozo bijstelling 1e isb en vjn

297,3

0

0

0

0

Tozo-3 levensonderhoud: uitstel vermogenstoets

110

0

0

0

0

Tozo-3/4 terugwerkende kracht

60

0

0

0

0

Tozo-4: afstel vermogenstoets

110

0

0

0

0

Tozo-5 levensonderhoud

215,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Diversen

‒ 5,0

12,6

9,6

11,7

13,5

Niet relevant voor het uitgavenplafond

     

Rijksbijdrage ouderdomsfonds cep

363,3

‒ 950,6

‒ 1399,5

‒ 1390,5

‒ 1395,4

Diversen

67,8

3,5

21,0

12,1

14,5

 

7025,0

2790,5

‒ 1446,9

‒ 1532,3

‒ 1391,9

      

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

6714,2

2642,6

‒ 1669,4

‒ 1703,0

‒ 1449,6

      

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

59207,7

50571,9

46192,9

46647,9

47665,1

Totaal Internationale samenwerking

0,6

0,8

0,8

0,8

0,5

Stand Voorjaarsnota 2021

59208,3

50572,7

46193,6

46648,7

47665,7

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2021 (excl. IS)

1.837,1

1.865,3

1.985,6

2.059,4

2.075,8

Mee- en tegenvallers

     

Sociale zekerheid

     

Afrekening uwv 2020

62,7

0

0

0

0

Diversen

6,3

‒ 10

‒ 17

‒ 16,8

‒ 18,2

 

69

‒ 10

‒ 17

‒ 16,8

‒ 18,2

Beleidsmatige mutaties

     

Sociale zekerheid

     

Kasschuif kwijtschelden publieke schulden kot

30,3

5,3

‒ 14

‒ 14

‒ 7,4

Verwachte terugontvangsten svb

18

0

0

0

0

Diversen

‒ 10,2

‒ 19,3

‒ 16,5

‒ 14,5

‒ 9,6

 

38,1

‒ 14

‒ 30,5

‒ 28,5

‒ 17

Technische mutaties

     

Rijksbegroting

     

Diversen

14,5

17,5

19,7

19,7

19,7

Sociale zekerheid

     

Derving ontvangsten kot ivm kwijtschelden publieke schulden

‒ 38,6

‒ 19,3

0

0

0

Now vaststellingen

1.041,90

1.113,20

293,9

43,9

0

Tozo terugontvangsten

935,3

0

‒ 2,8

‒ 0,1

0,5

Diversen

7,6

‒ 2,5

‒ 4,6

‒ 8,2

‒ 4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

     

Tozo (n)

0

0

‒ 95,1

‒ 94,4

‒ 101,5

Diversen

2,1

0

0

0

0

 

1.962,8

1.108,9

211,1

‒ 39,1

‒ 85,3

      

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2021

2.069,9

1.084,8

163,6

‒ 84,4

‒ 120,6

      

Stand Voorjaarsnota 2021 (subtotaal)

3.907,1

2.950,1

2.149,2

1.974,9

1.955,2

Totaal Internationale samenwerking

     

Stand Voorjaarsnota 2021

3.907,1

2.950,1

2.149,2

1.974,9

1.955,2

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere meerjarig prognose asiel van J&V ten opzichte van de eerdere raming. Daarnaast is als gevolg van de Brexit de volumeprognose van gezinsmigranten naar boven bijgesteld, omdat Britse gezinsmigranten nu ook inburgeringsplichtig zijn.

Maatschappelijke begeleiding

De uitgaven voor maatschappelijke begeleiding worden in 2022 opwaarts bijgesteld. Dit is het gevolg van de vertraagde invoering van de Wet inburgering, waardoor er in 2021 meer trajecten zullen plaatsvinden, en van een hogere taakstelling huisvesting vergunninghouders in 2021 ten opzichte van de eerdere raming. De bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt achteraf via BZK aan de gemeente gegeven, zodat de financiële gevolgen van genoemde ontwikkelingen zich in 2022 voordoen. Vanaf 2022 vervalt de bijdrage maatschappelijke begeleiding in de huidige vorm en zal deze via de uitgaven aan inburgeringsvoorzieningen gaan lopen.

Diversen

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de uitvoeringskosten van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) unit SZW in verband met een wisselkoersverschil.

Sociale zekerheid

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB en de CBS bevolkingsprognose worden de AIO uitkeringslasten voor alle prognosejaren binnen de begrotingshorizon neerwaarts bijgesteld ten opzichte van de eerdere raming. Deze neerwaartse bijstelling wordt veroorzaakt doordat het gebruik van de AIO in 2020 lager is uitgevallen dan verwacht door zowel een lagere instroom als een iets hogere uitstroom. Dit werkt meerjarig door in het verwachte aantal huishoudens in de AIO. Voor 2021 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van -/- 14 miljoen euro.

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

De uitgaven AKW zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. De bijstelling wordt vooral verklaard door een neerwaarts bijgestelde CBS-bevolkingsprognose als gevolg van de corona-pandemie. De onderliggende effecten zijn een lagere migratie en een lagere geboorteprognose. Deze neerwaartse bijstelling loopt meerjarig op. Daarnaast is de meevaller in 2021 kleiner doordat in 2021 nog een bedrag wordt nabetaald aan de SVB. Dit komt doordat de realisaties in 2020 licht hoger zijn uitgekomen dan SZW aan de SVB op voorhand had bevoorschot.

Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ)

Op basis van de bijgestelde Tozo-raming is ook de doorstroom van Tozo-gebruikers naar het Bbz na afloop van de Tozo bijgesteld (+65 miljoen euro). Op basis van voorlopige realisatiecijfers van gemeenten zijn de verwachte uitgaven aan Bbz-levensonderhoud (-9 miljoen euro) naar beneden bijgesteld. Gemeenten hebben in 2020 meer uitvoeringskosten voor het Bbz voor binnenvaartschippers (BOB) gehad, deze kosten worden in 2022 vergoed (+1 miljoen euro).

Budgetneutrale schuif premie-begroting

Als gevolg van de jaarlijkse herijking van het ramingsmodel van de uitvoeringskosten UWV volgt een budgetneutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancierd budget. De schuif is van de uitvoeringskosten Wajong (begrotingsgefinancierd) naar de uitvoeringskosten WW (premiegefinancierd).

DUO-leningen

De uitgaven aan leningen bij DUO aan inburgeringsplichtigen worden per saldo opwaarts bijgesteld als gevolg van meerdere effecten. Uit de realisatiegegevens van DUO over 2020 blijkt dat het gemiddelde jaarlijks opgenomen bedrag is gedaald, grotendeels als gevolg van de coronamaatregelen. De verwerking hiervan in de raming leidt tot lager geraamde uitgaven. Tegelijkertijd wordt het budget in de jaren 2021-2023 opwaarts bijgesteld omdat extra middelen benodigd zijn in verband met uitgestelde opnamen van leningen in 2020, als gevolg van corona. Tot slot is de taakstelling huisvesting vergunninghouders (uitgangspunt berekening doelgroep) door J&V en BZK hoger dan de vorige raming is vastgesteld voor 2021 en komende jaren. Dit leidt ook tot extra uitgaven.

Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

De neerwaartse bijstelling van de IOAW-raming bestaat uit een neerwaartse bijstelling vanwege de verwachte lagere doorstroom vanuit de WW naar de IOAW (-10 miljoen euro) en een neerwaartse bijstelling vanwege de verwerking van de voorlopige realisatiecijfers over 2020 (-12 miljoen euro).

Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW)

De raming van de IOW-uitgaven voor 2021 is met 3,8 miljoen naar boven bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van het feit dat de uitgaven in 2020 uiteindelijk hoger zijn uitgevallen dan bevoorschot aan UWV (+ 3,6 miljoen euro). Dit bedrag wordt in 2021 nabetaald. Voor 2022 en verder zijn de geraamde uitkeringslasten flink naar beneden bijgesteld. Dit is vooral het gevolg van de naar beneden bijgestelde werkloosheidsverwachtingen van het CPB.

Kinderopvangtoeslag (KOT)

De ramingsbijstelling hangt vooral samen met de nieuwe CPB-prognose van de werkloosheid. Op basis van het CEP is de werkloosheid voor 2021-2024 naar beneden bijgesteld. Dit leidt tot meer gebruik van kinderopvang dan eerder verwacht. Doordat de werkloosheid structureel licht naar boven is bijgesteld, is er in 2025 sprake van een neerwaarts effect op het gebruik. Naast het conjunctuureffect zijn er een aantal effecten die ongeveer tegen elkaar wegvallen. De prognose van het CBS van het aantal kinderen is naar beneden bijgesteld. Dit heeft een neerwaarts effect op het gebruik. Verder is rekening gehouden met een groei van het gebruik in de buitenschoolse opvang. Tot slot komt de gemiddelde toeslag op grond van realisaties iets hoger uit. In de loop van het jaar stijgt de gemiddelde uurprijs doordat steeds meer ouders nieuwe tarieven aan Toeslagen hebben doorgeven. Dit effect bleek sterker dan waar rekening mee is gehouden. Daarnaast kwam het gemiddelde toeslagpercentage fractioneel hoger uit dan was verwacht. Beide effecten samen zorgen voor een iets hogere gemiddelde toeslag (per opvanguur). Per saldo zijn de uitgaven in de eerste jaren naar boven bijgesteld. In 2024 en 2025 is sprake van een lichte meevaller.

Toeslagenwet (TW)

De raming van de Toeslagenwet is op basis van uitvoeringsinformatie van het UWV en nieuwe werkloosheidsverwachtingen van het CPB met 17,6 miljoen euro naar beneden bijgesteld in 2021. Vooral de gemiddelde uitkeringshoogte voor 2021 is naar beneden bijgesteld (-10,7 miljoen euro). Dit komt voornamelijk door een lager uitgevallen uitkeringshoogte van aanvullingen op de WW, WIA en Wajong in 2020. Het aantal toeslagen in 2021 is ook naar beneden bijgesteld (-6,9 miljoen euro).

Uitvoeringskosten UWV

In 2021 heeft er een nabetaling plaatsgevonden na afrekening van de uitvoeringskosten Wajong, die €24,8 miljoen bedroeg. Daarnaast is er voor de jaren 2022 en daarna een budgettaire doorverwerking van de Wajong en IOW doorgevoerd op de uitvoeringskosten UWV.

Wajong

Op basis van de Januarinota van het UWV is de raming van de uitkeringslasten in de eerste jaren naar boven bijgesteld en in latere jaren naar beneden. De belangrijkste reden voor de opwaartse bijstelling is dat het aandeel werkenden in de oWajong en de Wajong2010 in 2020 is gedaald, waardoor de gemiddelde uitkering stijgt. Dit effect wordt gedempt door een hoger dan verwachte uitstroom in de Wajong2010. Per saldo levert dit structureel een daling van de uitkeringslasten op.

Wet Kindgebonden Budget (WKB)

De uitgaven WKB zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. Dit komt voornamelijk doordat de realisaties lager uitvallen dan aanvankelijk verwacht en doordat de geraamde ontwikkeling van de conjunctuur positiever is dan de vorige raming. Daarentegen zijn er meer uitgaven WKB doordat de prognose van het aantal 0-17 jarigen licht opwaarts is bijgesteld en doordat Belastingdienst/Toeslagen bij het definitief toekennen steeds vaker nabetaalt dan dat het terugvordert. Per saldo resteert een meevaller.

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

De realisatiecijfers van de Wtl over 2020 (uitbetaling in 2021) laten een meevaller zien op de loonkostenvoordelen (LKV), een meevaller op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en een tegenvaller op het jeugd-LIV. Op basis van deze realisaties zijn de verwachte uitgaven aan de LKV meerjarig neerwaarts bijgesteld. De uitgaven aan de LKV's waren in 2020 lager dan begroot, doordat het gebruik van de LKV’s achterbleef bij de verwachting.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere mee- en tegenvallers onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Zo zijn de verwachte uitgaven aan de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) opwaarts bijgesteld als gevolg van de verwerking van het Beeld van de Uitvoering (BvdU) van gemeenten en nieuwe CBS-cijfers. Daarnaast zijn de uitkeringsregelingen op Caribisch Nederland ook meerjarig bijgesteld op basis van nieuwe realisatiecijfers, de CBS-bevolkingsprognose voor Caribisch Nederland (2019) en wisselkoersverschillen. In onder andere de Onderstand en Algemene ouderdomsverzekering (AOV) leidt dit tot een neerwaartse bijstelling.

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Inburgeringsvoorzieningen

De specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen wordt naar boven bijgesteld als gevolg van de hogere meerjarig prognose asiel van J&V ten opzichte van de eerdere raming. Daarnaast is als gevolg van de Brexit de volumeprognose van gezinsmigranten naar boven bijgesteld, omdat Britse gezinsmigranten nu ook inburgeringsplichtig zijn.

Kasschuif Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU)

Voor de maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDI&EU) is meerjarig in totaal 1 miljard euro beschikbaar. Dit jaar wordt een stevige start gemaakt met het eerste tijdvak, dat in juni opengaat met een subsidieplafond van 350 miljoen euro. Het eerste tijdvak heeft terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar. Gezien de looptijd van de activiteitenplannen die gesubsidieerd worden en de regels rond bevoorschotting, liggen de kasuitgaven grotendeels in latere jaren. Dit geldt voor alle tijdvakken. Op basis van verschillende aannames is dit voorjaar een meerjarig kasritme ingeschat. De voorgestelde kasschuif brengt de begroting in lijn met deze inschatting.

Kasschuif motie Asscher/Smeulders

In navolging van de motie Asscher wordt er 100 miljoen euro van de regeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden naar voren gehaald.

Kasschuiven

Er zijn o.a. kasschuiven voor de subsidie armoede en schulden, Caribisch Nederland, traineeship statushouders en de SLIM-regeling. Deze uitgaven schuiven naar latere jaren. Daarnaast zijn er ook enkele schuiven naar voren. Dit geldt bijv. voor het STAP-budget, gegevensuitwisseling schuldhulpverlening en de aanpak mensenhandel.

Veranderopgave inburgering (VOI)

Deze mutatie bestaat voor het grootste deel uit budget voor VOI dat is overgeheveld van het plafond Sociale Zekerheid naar het plafond Rijksbegroting. Daarnaast gaat het om hoger dan voorziene kosten die verband houden met de nieuwe inburgeringswet (zoals o.a. implementatie- en uitvoeringskosten). Het overige deel staat op plafond Sociale Zekerheid.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting, waaronder mutaties die samenhangen met experimenten uitgevoerd door ZonMW in het kader van het pakket loondoorbetaling bij ziekte (LDBZ), een reservering voor uitvoeringskosten van de Belastingdienst in het kader van de WagWEU, kosten voor programmanagement door ICTU voor de Wet Stroomlijning keten derdenbeslag (SKD) en diverse eindejaarsmargemutaties. Bij een deel van de mutaties is dekking afkomstig van reserveringen die onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen.

Sociale zekerheid

Wet Vereenvoudiging Beslagvrije Voet (VBVV) en Stroomlijning Ketenbeslag Derdenbeslag (SKD)

Met de uitvoering van de wet vBVV en het daarmee samenhangende wetsvoorstel SKD zijn (extra) investeringen nodig zodat de wet kan worden uitgevoerd. Het gaat over ICT die gegevensuitwisseling tussen ketenpartijen onderling en met beslagleggende partijen mogelijk maakt. Dit leidt ook tot structurele beheerkosten. Verder zijn er kosten gebonden aan de oprichting van een Ketenbureau voor het programma Keten voor Derdenbeslag (KvD). Het ketenbureau moet goede governance borgen.

Veranderopgave inburgering (VOI)

De inwerkingtreding van het nieuwe inburgeringsstelsel is met een half jaar uitgesteld, naar 1 januari 2022. Dit leidt enerzijds tot een besparing op de uitvoeringskosten voor gemeenten in 2021, maar tegelijkertijd leidt dit voor gemeenten ook tot aanvullende kosten. Ook is de groep die nog onder het huidige inburgeringsstelsel valt (de zogenaamde ondertussen-groep) daardoor groter. Gemeenten ontvangen een financiële compensatie van 30 miljoen euro, verspreid over 2021 t/m 2026. Enerzijds voor de begeleiding van deze ondertussen-groep, anderzijds voor de kosten die gemoeid zijn met een, door het uitstel, verlengde implementatie. Daarnaast bestaat deze mutatie uit hoger dan voorziene kosten die verband houden met de nieuwe inburgeringswet (zoals o.a. uitvoeringskosten) en is voor VOI beschikbaar budget overgeheveld van plafond Sociale Zekerheid naar plafond Rijksbegroting.

Werkloosheidswet (WW) EU-verordening

Er valt tweemaal 16 miljoen euro vrij in 2022 en 2023 als gevolg van vertraging van het wetsvoorstel tot wijziging van de EU-sociale zekerheidsverordening.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder de verwerking van de doorwerking van de lagere zelfstandigenaftrek in de raming van de Kinderopvangtoeslag (KOT) en de wet op het kindgebonden budget (WKB), evenals een kasschuif en vrijval in het macrobudget Participatiewet door uitstel van de wetsbehandeling Breed offensief. Daarnaast zijn er diverse overboekingen van artikel 99 (nog onverdeeld) naar andere artikelen op de SZW-begroting, bijvoorbeeld voor uitvoeringskosten van het UWV in het kader van crisisdienstverlening via de regionale mobiliteitsteams (RMT’s).

Technische mutaties

Rijksbegroting

Diverse plafondcorrecties

Diverse reserveringen op artikel 99 zijn middels een plafondcorrectie overgeboekt van uitgavenplafond Rijksbegroting naar uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Het gaat onder andere om de (resterende) reserveringen voor de aanvullende crisisdienstverlening en de impuls banenafspraak. Reden voor deze plafondcorrectie is dat deze uitgaven voor het grootste deel onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid vallen, waardoor het logisch is deze reserveringen onder datzelfde plafond te scharen. Zie ook ‘diverse plafondcorrecties’ onder kopje Sociale Zekerheid.

Kasschuif NL leert door

De middelen voor NL leert door worden in een nieuw kasritme geplaatst om beter aan te sluiten bij het jaar waarin de subsidieregeling tot betalingen leidt. Dit heeft te maken met het feit dat er een voorschot bij de start van een subsidiebeschikking wordt gegeven en de eindafrekening plaatsvindt na afloop van de subsidieperiode. De mutatie is de som van de kasschuif NL leert door met inzet van scholing 2020 (€ 13,6 miljoen), NL leert door met inzet van scholing 2021 (€ 3 miljoen) en NL leert door sectoraal maatwerk (€ 18 miljoen).

Naar BZK-gemeentefonds: gemeentelijk schuldenbeleid

Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2021 extra middelen beschikbaar voor het gemeentelijk schuldenbeleid, gelet op de voorziene toename van de schuldenproblematiek.

Naar BZK-gemeentefonds: Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) eerste tranche

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) beoogt dat gemeenten huishoudens tegemoet kunnen komen die door de coronacrisis een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. Deze boeking betreft de overboeking van de eerste tranche naar het Gemeentefonds. De tweede tranche wordt op een later moment naar het Gemeentefonds overgeboekt.

Naar BZK-gemeentefonds: van-werk-naar-werk: decentrale uitkering crisisdienstverlening

Uit het steun- en herstelpakket worden middelen aan de 35 arbeidsmarktregio’s beschikbaar gesteld. Hiervan wordt 48,46 miljoen in 2021 overgeboekt vanuit SZW naar BZK ten behoeve van de DU crisisdienstverlening. Omdat deze middelen worden overgemaakt naar de 35 centrumgemeenten is gekozen voor een decentralisatie-uitkering. De uitkering is samengesteld uit middelen voor crisisdienstverlening (10,1 miljoen euro) en de aanpak jeugdwerkloosheid (38,4 miljoen euro).

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) beoogt dat gemeenten huishoudens tegemoet kunnen komen die door de coronacrisis een sterke terugval in inkomsten hebben en daardoor hun noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen betalen. Initieel was een bedrag van 130 miljoen euro gereserveerd voor het eerste halfjaar van 2021, later is het beschikbare bedrag verdubbeld naar 260 miljoen euro.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische mutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting. De grootste mutatie in deze categorie betreft de overboeking van Financiën van de loon- en prijsbijstelling. Daarnaast is er onder andere de mutatie samenhangend met de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van inburgeringslessen aan inburgeringsplichtigen (NOI), welke voorziet in de ondersteuning van bepaalde mbo-scholen inburgering (maximaal € 6 miljoen). De ondersteuning is bedoeld om de gevolgen van de omzetderving als gevolg van de coronamaatregelen op te kunnen vangen.

Sociale zekerheid

A. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) kasschuif Nota van Wijziging

In de verdere uitwerking van de NOW 3 is besloten om de derde tranche NOW (NOW 3.1.) in drie maandelijkse termijnen uit te keren aan werkgevers. Hierdoor vindt achteraf gezien het merendeel van de betalingen aan werkgevers in 2021 plaats, in plaats van in 2020. Dit resulteert in een kasschuif van 1,220 miljard euro van 2020 naar 2021. Vanwege de grote administratieve druk bij UWV is de opening van het vaststellingsloket van de tweede tranche NOW (NOW 2) verschoven naar 2021. Dat leidt tot een kasschuif van 35 miljoen euro aan nabetalingen naar 2021. Het gaat hier om middelen waarvan eerder verwacht werd dat deze bij de subsidievaststelling nog aan werkgevers zouden worden overgemaakt in 2020.

B. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3 bijstelling 1e Incidentele Suppletoire Begroting

Op basis van realisatiecijfers is het gebruik in de derde tranche NOW (3.1.) opwaarts bijgesteld, mede door de impact van de tweede golf coronabesmettingen ligt het gebruik in de derde tranche hoger dan verwacht. Hierdoor is ook de raming van het beroep op de vierde en vijfde tranche opwaarts bijgesteld. Deze bijstellingen leiden tot 1.802 miljoen euro hogere subsidie-uitgaven over een periode van 9 maanden (oktober 2020 juli 2021), waarvan 1.458 miljoen euro ten laste komt in 2021.

Bijstand

De bijstelling op het macrobudget Participatiewetuitkeringen heeft betrekking op de bijstellingen van het deelbudget voor bijstand en LKS. De mutatie is het gevolg van een neerwaartse bijstelling vanwege de verbeterde conjunctuur (+353 miljoen euro) en verwerking van de voorlopige realisaties uit 2020 (-53 miljoen euro).

C. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.1 langer openstellen loket

Het kabinet heeft besloten het loket voor aanvragen van de derde tranche NOW (3.1) langer open te stellen t/m 27 december i.p.v. 13 december 2020. Door het langer openstellen van het aanvraagloket zijn de subsidie-uitgaven in 2021 500 miljoen euro hoger uitgevallen.

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang

De kinderopvang is voor een tweede maal (deels) gesloten geweest van 16 december 2020 tot en met 18 april 2021 i.v.m. COVID-19. Ouders ontvangen over deze periode een tegemoetkoming voor de eigen bijdrage. Het bedrag van 287 miljoen euro bestaat uit de tegemoetkoming voor zowel ouders met kinderopvangtoeslag (TTKO-regeling) als voor personen die facturen van de kinderopvang betalen zonder aanvullende overheidsbijdrage (TTKZO-regeling). Daarnaast is rekening gehouden met uitvoeringskosten.

D. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.2 Niet afbouwen

Het kabinet heeft ervoor gekozen de NOW in de vierde tranche (NOW 3.2.) niet af te bouwen ten opzichte van de derde tranche (NOW 3.1). Het vergoedingspercentage blijft 80% (in plaats van 70%) en de omzetdrempel blijft op 20% staan (in plaats van 30%). De meerkosten van het uitbreiden van de compensatie voor loonkosten bedragen 814 miljoen euro (overigens is het vergoedingspercentage daarna verder verhoogd naar 85%, zie toelichting verderop).

Diverse plafondcorrecties

Er zijn een aantal correcties gedaan op het gebied van bijvoorbeeld de banenafspraak en dienstverlening die leiden tot een per saldo opboeking onder het plafond Sociale Zekerheid.

E. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.3 Niet afbouwen

Het kabinet heeft ervoor gekozen de NOW in de vijfde tranche (NOW 3.3) niet af te bouwen ten opzichte van de derde tranche (NOW 3.1.). Het vergoedingspercentage blijft 80% (in plaats van 60%) en de omzetdrempel blijft op 20% staan (in plaats van 30%). De meerkosten van het uitbreiden van de compensatie voor loonkosten bedragen 1.000 miljoen euro (overigens is het vergoedingspercentage daarna verder verhoogd naar 85%, zie toelichting verderop).

F. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3.2 en NOW 3.3 naar 85%

Het kabinet heeft besloten om de NOW-subsidie waarmee werkgevers hun personeel kunnen doorbetalen te verhogen van 80 naar 85 procent van de loonsom in het eerste en tweede kwartaal van 2021. Het verhogen van het subsidiepercentage voor de vierde en vijfde tranche NOW leidt tot 350 miljoen euro aan meerkosten.

G. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) bijstelling Voorjaarsnota

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV zijn de subsidie-uitgaven voor de NOW 1 en NOW 2 verlaagd met respectievelijk 1,383 miljoen euro en 773 miljoen euro. Van de NOW1 en de NOW2 blijkt op basis van de eerste vaststellingen minder gebruik gemaakt dan verwacht, omdat onder andere het omzetverlies bij veel werkgevers lager blijkt te zijn dan vooraf werd ingeschat in de eerste periode van de pandemie. Dit leidt ook tot terugbetalingen van werkgevers (zie verderop toelichting aan ontvangstenkant). Het werkelijke omzetverlies van werkgevers is voorlopig nog onzeker, omdat het merendeel van de vaststellingsverzoeken nog niet binnen is. Ook de uitgaven aan de derde tranche NOW (NOW 3.1.) zijn met 306 miljoen euro verlaagd, omdat achteraf het gemiddelde subsidiebedrag dat werkgevers hebben aangevraagd lager is uitgevallen dan van tevoren werd verwacht.

H. Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 4

Het kabinet heeft besloten de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW) te verlengen tot 1 oktober 2021. De verwachte uitgaven van de verlenging van 1 juli tot en met 30 september bedragen € 2,0 miljard. Dit betreft de subsidie-uitgaven die door UWV worden verstrekt aan werkgevers. Vanwege de bevoorschottingsystematiek valt een deel van de uitgaven plaats na 2021, wanneer er afrekeningen plaatsvinden naar aanleiding van de definitieve subsidievaststelling. Zodra duidelijk is wanneer het vaststellingenloket door UWV kan worden opengesteld, wordt het verwachte kasritme van de afrekeningen in de begroting verwerkt.

I. Uitzonderen TVL in de NOW 

Het kabinet heeft besloten om de TVL-subsidie uit te zonderen van het omzetbegrip binnen de NOW-regeling (dit geldt vanaf de NOW 3). Werkgevers ontvangen hierdoor een hogere subsidie. De totale budgettaire effecten worden ingeschat op € 1,4 miljard voor een periode van 12 maanden (Q4 2020-Q3 2021). Een deel van het budgettaire effect slaat na 2021 neer. De afrekeningen worden in een later stadium in het juiste kasritme geplaatst, zodra meer duidelijk is over het verwachte kasritme van de nabetalingen.

Naar BZK-gemeentefonds: algemene uitkering re-integratie gemeenten

Het re-integratiebudget van gemeenten wordt in het kader van het aanvullend sociaal pakket tijdelijk verhoogd in lijn met de verhoogde instroom in de bijstand (ruim 88 miljoen euro). Tevens is er sprake van een additionele verhoging van de middelen voor re-integratie (ruim 48 miljoen euro), deze stelt gemeenten in 2021 in staat om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen, te intensiveren. Gemeenten gebruiken dit budget om bijstandsgerechtigden te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. De middelen zijn, na afdracht aan het BCF à circa 3,3 miljoen euro, toegevoegd aan het GF.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) bijstellingen 1e ISB en Voorjaarsnota

Het beroep op de Tozo valt hoger uit dan oorspronkelijk geraamd als gevolg van het uitbreken van de tweede golf. Op basis van signalen over het beroep in de laatste maanden van 2020 is de raming van de Tozo-uitgaven in 2021 opwaarts bijgesteld (+102 miljoen euro). Op basis van voorlopige realisatiegegevens van gemeenten over 2020 is de raming van de Tozo-uitgaven in 2021 daarna naar beneden bijgesteld (-30 miljoen euro). In 2021 vindt een voorlopige verrekening met gemeenten plaats over de Tozo-uitgaven in 2020. In totaal wordt er 225 miljoen euro aan gemeenten nabetaald. De terugvorderingen zijn onder ontvangsten opgenomen.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-3 levensonderhoud: uitstel vermogenstoets

Als gevolg van uitstel van invoering van de vermogenstoets in de Tozo naar 1 april 2021 (Tozo-4), vallen de Tozo-uitgaven hoger uit. De raming is daarom met 110 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-3/4 terugwerkende kracht

Doordat zelfstandigen de mogelijkheid krijgen om Tozo met terugwerkende kracht aan te vragen, zullen zelfstandigen langer een uitkering krijgen. De raming van de Tozo-uitgaven is daarom met 60 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-4: afstel vermogenstoets

Als gevolg van afstel van invoering van de vermogenstoets in Tozo-4, vallen de Tozo-uitgaven hoger uit. De raming is daarom met 110 miljoen euro opwaarts bijgesteld.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)-5: levensonderhoud

De Tozo wordt verlengd tot 1 oktober 2021. Zelfstandigen kunnen tot 1 oktober 2021 een uitkering voor levensonderhoud ontvangen en een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. De totale budgettaire gevolgen van deze verlenging worden geraamd circa € 231 miljoen, waarvan € 215 miljoen voor de uitkeringen voor levensonderhoud. De extra uitgaven aan de leningen bedrijfskapitaal, uitvoeringskosten van gemeenten en de extra toekomstige ontvangsten door terugbetalingen van de leningen bedrijfskapitaal vallen onder verschillende diversenkopjes. De raming is met grote onzekerheden omgeven.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische boekingen onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een overboeking van Financiën in verband met het kwijtschelden van publieke schulden van KOT-gedupeerden en een overboeking vanuit het gemeentefonds als gevolg van het verschuiven van de inwerkingtredingsdatum van de nieuwe Wet inburgering van 1 juli 2021 naar 1 januari 2022.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Rijksbijdrage Ouderdomsfonds

De Rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds is bedoeld om het geraamde tekort in dat fonds aan te vullen. De inkomsten van het fonds (voornamelijk AOW-premies) zijn namelijk niet hoog genoeg om de uitgaven (Aow-uitkeringen, en de inkomensondersteuning AOW) te betalen. De rijksbijdrage is bijgewerkt aan de hand van de CEP-raming van het CPB. In die raming worden voor 2021 de premieontvangsten nu iets lager geraamd, en in latere jaren hoger. De rijksbijdrage wordt daarom voor 2021 naar boven bijgesteld, en in latere jaren naar beneden.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere niet-plafondrelevante mutaties, waaronder een neerwaartse bijstelling van de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) AOW. De BIKK is bijgesteld naar aanleiding van de CEP-raming van het CPB, waarin de omvang van de heffingskortingen iets lager geraamd wordt. De BIKK, een rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds die de premiederving van de heffingskortingen (deels) compenseert daalt daardoor ook.

Ontvangsten

Mee- en tegenvallers

Sociale Zekerheid

Afrekening UWV 2020

Dit betreft terugontvangen van betalingen aan het UWV naar aanleiding van de UWV jaarrekening 2020, onder ander op het gebied van re-integratie Wajong.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een neerwaartse bijstelling van de boeteontvangsten van de Inspectie SZW en een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten WKB.

Beleidsmatige mutaties

Sociale Zekerheid

Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT)

Deze bijstelling treedt in samenhang op met de bijstelling Derving ontvangsten KOT ivm kwijtschelden publieke schulden en Diversen. Om de ontvangstenderving uit voornoemde bijstelling in het verwachte ritme over de jaren 2021-2025 te verdelen, is een kasschuif uitgevoerd.

Verwachte terugontvangsten SVB

Dit houdt verband met de terugontvangsten die SZW kan verwachten op grond van de geregistreerde exploitatiesaldi in de SVB-jaarrekening over 2020.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere beleidsmatige ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hieronder valt onder meer een mutatie voor het verwerken van het restant aan verwachte derving op ontvangsten uit openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag in verband met het kwijtschelden van publieke schulden. Deze bijstelling treedt in samenhang op met de bijstellingen ‘Derving ontvangsten KOT ivm kwijtschelden publieke schulden’ en ‘Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT)’.

Technische mutaties

Rijksbegroting

Deze post bevat diverse kleinere technische ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Rijksbegroting, waarvan de grootste een desaldering in verband met de begroting van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) is. Per 2021 werkt de RSO volgens een gestandaardiseerde dienstverlening die leidt tot een hogere kostprijs (uitgaven, onderdeel van uitgavenpost ‘diversen’ onder uitgavenplafond Rijksbegroting). Dit is verwerkt in de tarieven waardoor de ontvangsten meestijgen met uitgaven.

Sociale zekerheid

Derving ontvangsten Kinderopvangtoeslag (KOT) in verband met kwijtschelden publieke schulden

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) scheldt, als onderdeel van het kwijtschelden van publieke schulden, de openstaande Kinderopvangtoeslagschulden van KOT-gedupeerden en hun huidige partner kwijt. Dit leidt tot in totaal naar inschatting 81 miljoen euro minder ontvangsten. De eerder beschikbaar gestelde middelen voor de Toeslagenhersteloperatie bevatten reeds cumulatief 58 miljoen euro ter dekking van derving op openstaande terugvorderingen kinderopvangtoeslag. Deze middelen worden nu overgeboekt van de begroting van FIN. Deze bijstelling treedt in samenhang op de bijstellingen Kasschuif kwijtschelden publieke schulden Kinderopvangtoeslag (KOT) en Diversen onder de beleidsmatige mutaties Ontvangsten Sociale zekerheid.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) vaststellingen

Vanwege de bevoorschottingssystematiek van de NOW is het inherent dat bij de subsidievaststelling aan-en terugbetalingen van werkgevers plaatsvinden. Als het voorschot te hoog is geweest, omdat bijvoorbeeld het omzetverlies lager is uitgevallen dan verwacht, moet het te veel ontvangen bedrag terug worden betaald door de werkgever aan het UWV. Op basis van de openings- en sluitingsdata van de vaststellingsloketten en betaaltermijnen zijn de te verwachten terugbetalingen van bedrijven voor alle vijf tranches van de NOW geraamd. Het werkelijke omzetverlies en de loonsomontwikkeling zijn voorlopig nog onzeker, omdat het merendeel van de vaststellingsverzoeken van de NOW 1 en NOW 2 nog niet binnen zijn en de vaststellingsloketten voor de derde, vierde en vijfde tranche nog niet zijn gestart.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) terugontvangsten

Op basis van voorlopige realisatiegegevens van gemeenten over de Tozo-uitgaven in 2020 vindt een voorlopige verrekening met gemeenten plaats. In totaal wordt er 935 miljoen euro van gemeenten teruggevorderd. De terugvorderingen zijn onder ontvangsten opgenomen.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere technische ontvangstenmutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een terugontvangst van het UWV in verband met lager dan bevoorschotte uitvoeringskosten van crisismaatregelen.

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) (n)

Als gevolg van neerwaartse bijstellingen op de uitgegeven kapitaalverstrekkingen veranderen ook de verwachte terugontvangsten in latere jaren. Doordat er minder leningen worden uitgegeven, komt er ook minder aan rente en aflossing terug. Daarnaast zijn er twee kasschuiven verwerkt; uitstel van aflossing voor zelfstandigen van 1 januari 2021 naar 1 juli 2021 en snellere verrekening met gemeenten die de Tozo via een samenwerkingsverband uitvoeren.

Diversen

De post bevat diverse kleinere technische niet-plafondrelevante ontvangstenmutaties, waaronder kleine terugontvangsten op de Rijksbijdrage Zwanger en Zelfstandig (ZEZ) en op de Rijksbijdrage voor de AO-tegemoetkoming.

Licence